Ik ontbijt er heel uitgebreid bij het jonge stel dat heel enthousiast de herberg van Villares runt. Ik heb betaald voor 'the big breakfast' maar als ik zie dat het een Engels ontbijt is met spek en eieren vraag ik of ik het bij wat meer brood met konfituur mag houden. Ik neem afscheid van Nederlandse en Australische collega's en verlaat Villares de Orbigo. Ik rijd terug naar Hospital de Orbigo om er de fenomenale brug over de Rio Orbigo te bewonderen. Ze telt 12 onregelmatige bogen en is helemaal gerestaureerd. Dit lijkt me het viaduct van Millau uit de oudheid. Op de brug ontmoet ik een 61-jarige collega fietspelgrim die begin mei is vertrokken op de Mont-Saint-Michel. Hij ziet er goed uit en zegt:"Finalement, l'organisme s'adapte à cet effort continu". Dan fiets ik naar Astorga en houd er halt bij de kathedraal Sancta Maria. Ze is in verschillende stijlen opgetrokken, waaronder de barok. Ook van binnen is ze overdadig versierd. Het bisschoppelijk paleis er net naast is een schepping van de wereldberoemde architect Antoni Gaudi. Het herbergt een museum met allerlei kunstvoorwerpen over de 'camino': pelgrimsmedailles, jacobsbeelden, ... Vervolgens vat ik de klim aan naar het 'Cruz de Ferro' op 1 500 m hoogte. De tocht voert door meerdere dorpen. Het landschap wordt schraler maar blijft prachtig met purperen heide, witte en gele brem en andere veelkleurige bloemen. Na 50 km ben ik bij het ijzeren kruis. Ik vraag aan een jongeman of hij mij wil fotograferen en even later blijkt dat het een Limburger is die met zijn vader de camino loopt. Bij het 'Cruz de Ferro' legt zowat elke pelgrim een symbolisch beladen steen neer die van thuis is meegebracht. Er liggen foto's, beeldjes, kettingen, krukken, ... De 15 km lange afdaling tot in Molinaseca kan je maar beter rustig aan doen want ze is gevaarlijk. Dan gaat het weer op en af tot in Ponferrada. Na wat vruchteloos telefoneren naar verschillende herbergen vraag ik aan voorbijgangers waar de plaatselijke herberg is, tot iemand me op het juiste spoor zet. Het is een grote herberg in een voormalige abdij, met 144 bedden. In het bed onder mij slaapt een 77-jarige Duitser die aan zijn laatste tocht bezig is. Van Astorga tot in Santiago. Hij heeft in het verleden steeds met vrienden of zijn vrouw samen gelopen maar z'n echtgenote is vorig jaar gestorven. Nu wil hij nog één tocht lopen, alleen.