Ik verlaat 'Le Calypso' rond 9u. Het onthaal, de vriendelijkheid en de service laten er erg te wensen over. Ik betaalde hier meer dan waar ook en ondervond er alleen maar onverschilligheid vanwege de 'uitbaters'. De eerste slechte ervaring tot nu toe op dat vlak. Ik klim het Aubracplateau op en neem er uitgebreid de tijd om van het landschap te genieten: bloeiende narcissen, rotsen, boerderijen, de aubrackoeien, ... Eindelijk heb ik eens de tijd om het kerkje van Nasbinals te bezoeken. Het staat in alle boeken over het Sint-Jacobspad afgebeeld. We passeren er elk jaar met de leerlingen maar dan is er geen tijd voor een bezoek. Het is een heel sobere romaanse kerk (stijl Auvergne en Velay staat er) die ook een prachtig beschilderd Sint-Jacobsbeeld bezit. Dan klim ik naar het dorp Aubrac en 2 km voor ik daar aankom, passeer ik op de top van de 'Col d'Aubrac' op 1340 m hoogte. Daar is ook de departementale grens tussen de Lozère en de Aveyron. Het is bovendien een 'drielandenpunt' waar drie regio's aan mekaar grenzen: Auvergne, Languedoc-Roussillon en Midi-Pyrenées. Ik ben heel blij dat ik eindelijk het bord zie "Bienvenue dans le département de l'Aveyron". Na 1143 km fietsen. Naast de 'Dômerie d'Aubrac' eet ik mijn picknick op. Hier stond ooit een groot kloostercomplex van de monniken van Aubrac. Het is overigens gesticht door Adalard van Aubrac, een VLAAMSE pelgrim uit de twaalfde eeuw. Natuurlijk is het ook hier moeilijk om de historische werkelijkheid van de legende te onderscheiden. Tijdens de Franse Revolutie werd het grootste deel van het gebouwencomplex met de grond gelijk gemaakt, zoals zowat overal in Frankrijk. Dan begint de duik naar de vallei van de Lot: 21 km dalen om een hoogteverschil van 1000 m te overbruggen. Ook het temperatuurverschil is enorm: minstens 10°C. Op een half uurtje sta ik beneden in St.-Come d'Olt. Daar is het aangenaam warm: 23°C. Maximum snelheid tijdens de afdaling: 57 km/u. Terwijl ik pauzeer om jas en lange broek uit te trekken, spreken twee dames me aan. Ik ontmoette ze eerder al in Le Puy en weet dat ze hier een week als 'hospitalera' komen werken in het klooster, om de pelgrims op te vangen. Ik bel naar de 'Communauté hospitalité St.-Jacques' in Estaing en daar is nog plaats. Nu kan ik op m'n gemak Espalion verkennen voor ik naar Estaing rijd. In mijn nieuwe logeerplaats word ik hartelijk verwelkomd door Elisabeth die me rondleidt en uitlegt hoe alles er in z'n werk gaat. Dan volgt de sleur van elke dag: kleren wassen, bed opmaken, douche nemen, ... Ondertussen wordt er gezellig gekeuveld en gediscussieerd met de vrijwilligers van ter plaatse en met medepelgrims van allerlei origine. Het is hier geniaal: een groot kloosterhuis waar je overal vrij in en uit mag: bibliotheek, salon, eetkamer, tuin, kapel, ... Om 19u.30 dient men het avondmaal op aan een lange tafel, met alle pelgrims samen. We zijn met zestien. Om 21u. zijn we welkom op een dienst in de kapel. Prijs van het verblijf: donativo. Elk geeft wat hij missen kan.