Inhoud blog
  • web
  • powerpoint bedreiging van dieren.
  • spel galaxi life
  • filmpje walvis spuit met zijn water een regenboog
  • watersalamanders
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    {TITEL_VRIJE_ZONE}
    malé's site

    21-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.web
    suf naar http://male-geerts.123website.nl/ voor mooie beelden met muziek

    21-12-2012 om 20:38 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    31-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.powerpoint bedreiging van dieren.

    supermooi en zelf gemaakt !!!

    Bijlagen:
    fotos pp spreekbeurt.pptx (1.9 MB)   

    31-10-2012 om 11:45 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    17-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.spel galaxi life
    galaxy life (spel)
    samenvatting: bouw een dorp voor je aliens en val andere planeten aan maar bescherm ook je planeet want jij kan ook aangevallen worden
    je hebt ook twee aardsvijanden: firebit en sparragon
    http://www.spelletjes.nl/spel/Galaxy-Life.html

    17-08-2012 om 12:09 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    21-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.filmpje walvis spuit met zijn water een regenboog
    http://video.be.msn.com/watch/video/rainbow-whale/d112ldow?&from=nl-be_msnhp&overlaytype=overlayplayer

    21-06-2012 om 19:23 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    20-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.watersalamanders



    De kleine watersalamander

    Inhoud

    Blz. 3 Inleiding

    Blz. 3 Ordening

    Blz. 3 Kenmerken

    Blz. 5 Soorten

    Blz. 5 Leefomgeving

    Blz. 6 Voedsel

    Blz. 6 Voortplanting

    Blz. 7 Natuurlijke vijanden

    Blz. 7 Weetjes

    Blz. 8 Afsluiting

    Blz. 8 Literatuurlijst


    Inleiding

    In dit werkstuk beschrijf ik de levenswijze van de kleine watersalamander.

    Ik heb dit dier gekozen omdat wij hem zelf ook in de vijver hebben zitten en zich daar ook voortplant. De kleine watersalamander is een amfibie.

    Ordening

    De kleine watersalamander behoort tot:

    Het rijk van de dieren (Animalia).

    De stam van de gewervelden (Chordata).

    De klasse van de amfibieën (Amphibia).

    De orde van de salamanders (Caudata).

    De familie van de echte salamanders (salamandridae)

    Het geslacht Triturus.

    Kenmerken

    Salamanders hebben een langgerekt lichaam met vier evenlange poten, ze lijken wel op hagedissen maar zijn veel langzamer.

    De staart van watersalamanders is zijdelings samengedrukt en heeft een belangrijke functie bij het zwemmen. Daardoor beweegt een salamander zich in het water veel sneller dan op het land. Tijdens het zwemmen worden de poten meestal tegen het lichaam aangedrukt.

    De huid van salamanders is vochtig en naakt en wordt regelmatig vernieuwd (vervelling).

    Omdat de huid dun is en veel bloedvaten heeft, kan een salamander met behulp van de huid zuurstof uit het water opnemen en ondersteunt daardoor de ademhaling die eerst door kieuwen en later door longen plaatsvindt.

    De salamander is een amfibie

    Dat houdt in dat het dier zowel in het water als op het land leeft.

    In de periode dat de salamanders aangepast is aan het water vindt ook de paartijd plaats. De kleine watersalamander heeft een groenbruine tot donkerbruine bovenkant met grote en kleine donkerbruine vlekken. De vlekken zitten ook op de flanken en op de keel.

    De buik is gevlekt en heeft op het midden een oranje band.

    Bij de mannetjes zijn op de kop 5 tot 7 donkerbruine strepen aanwezig.

    Tijdens de paartijd ontwikkelt het mannetje een hoge rugkam en op de onderkant van de staart is een lichtblauwe streep zichtbaar.

    De vrouwtjes hebben geen rugkam maar de staart wordt wel wat hoger en platter.

    De kleur van het vrouwtje is olijfbruin en heeft over de rug donkere lengtestrepen.

    De kleine watersalamander kan ongeveer 10 cm lang worden.

    De periode dat de salamander in het water leeft begint meestal eind februari en duurt tot in duurt tot in de zomer. Nu begint het landleven.

    In deze periode is de rugkam bij de mannetjes verdwenen en de staart is wat ronder, de kleuren zijn verder hetzelfde.

    Het vrouwtje verschilt niet zoveel met de periode dat ze in het water leeft met de periode van landleven.


    Haar staart is alleen wat ronder geworden.

    Mannetje (links) en vrouwtje (rechts)

    Soorten

    In Nederland komen 5 soorten salamanders voor.

    Van deze 5 soorten zijn er 4 watersalamanders en 1 landsalamander.

    De 4 watersalamanders zijn:

    De kleine watersalamander (Triturus vulgaris).

    De grote watersalamander of kamsalamander (Triturus cristatus).

    De alpenwatersalamander (Triturus alpestris).

    De draadsalamander of vinpootsalamander (Triturus helveticus).

    De enige landsalamander is de vuursalamander (Salamandra salamandra).





    Kleine watersalamander Grote watersalamander Alpenwatersalamander


    Draadsalamander Vuursalamander

    Leefomgeving

    De kleine watersalamander komt in bijna het gehele land voor, zelfs op de Waddeneilanden.

    Hij leeft het grootste deel van zijn leven op het land.

    Omdat hij voor de voortplanting afhankelijk is van water zal men de kleine watersalamander meestal wel in de buurt van water kunnen aantreffen.

    Hij leeft dus zowel in water- als landbiotopen. Men vindt hem vooral in ondiepe, onbeschaduwde, doorgaans dichtbegroeide, stilstaande wateren zoals vijvers, poelen, sloten en greppels, voedselrijke vennen en zelfs veedrinkbakken. Ook nieuw aangelegde poelen en tuinvijvers worden vrij snel gekoloniseerd.

    Een salamander op het land aantreffen zal niet vaak gebeuren, omdat ze gedurende de periode dat ze op het land leven voornamelijk in de nacht actief zijn.

    Voedsel

    Salamanders zijn echte jagers, ze leven gedurende de tijd dat ze op het land actief zijn van wormen, slakken, pissebedden en andere insecten en spinnen.

    In het water leven ze van kikkerdril en kikkervisjes, watervlooien, kleine kreeftachtigen en zelfs hun eigen larven.

    Voortplanting

    In het vroege voorjaar zo half februari begin maart komen de salamanders uit hun winterslaap.

    Ze zoeken dan het water op om zich voort te planten. De salamanders veranderen dan van een landdier in een aan het water aangepast dier. De staart van het vrouwtjesdier dat al zijdelings samengedrukt is wordt nog wat hoger. Bij het mannetje wordt de staart ook hoger maar er verschijnt ook nog een getande kam over de gehele rug. Het mannetje krijgt nu ook wat fellere kleuren.

    De paartijd kan beginnen.

    Het mannetje begint een vrouwtje te versieren door middel van baltsen. Het mannetje danst voor het vrouwtje waarbij hij zich dwars voor het vrouwtje opstelt zodat zijn kleuren duidelijk te zien zijn.

    Na verloop van tijd als het vrouwtje het mannetje geaccepteerd heeft zal het mannetje een zaadpakketje op de bodem afzetten. Met zijn staart wappert hij dit zaadpakketje naar het vrouwtje, deze neemt het pakket op in haar cloaca. Het zaadpakketje wordt in een speciale zaadbuidel bewaard.

    In de eileider van het vrouwtje vindt dan na verloop van tijd de bevruchting plaats.


    De eitjes van de kleine watersalamander worden een voor een afgezet op waterplanten.

    Het vrouwtje vouwt met haar achterpoten een blaadje van een waterplant dubbel en legt dan een ei in het dubbelgevouwen blaadje. Ze legt ongeveer 250 eitjes die ze dus een voor een verpakt in een blaadje.

    Na twee tot vier weken komen uit de eitjes de salamanderlarven. Deze zijn dan ongeveer 1 cm groot en hebben grote uitwendig kieuwen. In tegenstelling tot kikkervisjes komen eerst de voorpoten tot ontwikkeling daarna de achterpoten. Als de jonge salamanders groot genoeg zijn dat ze op het land zouden kunnen gaan leven verschrompelen de uitwendige kieuwen. De longen nemen dan de ademhaling over. Het dier moet dan regelmatig naar de wateroppervlakte om adem te halen. Deze zogenaamde metamorfose is normaal een proces van ongeveer vier maanden.

    Soms als de omstandigheden niet optimaal zijn overwinteren de larven in de modder om pas het volgende voorjaar de metamorfose te voltooien.

    Meestal duurt het dan nog een jaar voordat de salamanders volwassen zijn.

    Natuurlijke vijanden

    Salamanders hebben veel natuurlijke vijanden.

    Als ze in het water leven zijn dat vooral waterroofkevers en hun larven, libellenlarven, waterschorpioenen, kikkers en roofvissen.

    Ooievaars en reigers lusten ook wel een salamander. De grootste vijand is natuurlijk de mens. Door watervervuiling en aantasting van de leefomgeving neemt het aantal salamanders af.

    Weetjes

    Salamanders hebben een groot regeneratievermogen.

    Als tijdens hun leven een deel van een poot of orgaan verloren is gegaan, door bijvoorbeeld een aanval van een roofdier, groeit dit lichaamsdeel gewoon weer aan.

    Voorwaarde is echter wel dat er een klein gedeelte van het lichaamsdeel is overgebleven.

    Alle salamanders in Nederland staan op de rode lijst.

    Het verschijnsel neotenie:

    Salamanderjongen hebben allemaal uitwendige kieuwen die aan het eind van de metamorfose vervangen worden door longen.

    Er zijn echter dieren die hun gehele leven in een larventoestand blijven, dus met uitwendige kieuwen.

    In deze larvengedaante planten zij zich ook voort. Het bekendste dier waar dit verschijnsel bij voorkomt is de axolotl die leeft in Mexico.

    Geeft men deze dieren schildklierweefsel te eten dan zullen de uitwendige kieuwen verdwijnen en zal er een dier ontstaan dat op het land gaat leven.

    Afsluiting

    Ik heb van dit werkstuk geleerd dat er 5 soorten salamanders in Nederland leven en dat hun leven best interessant is.

    Ik wist niet dat er zoveel informatie te vinden was over een diertje dat gewoon bij ons in de vijver leeft.

     

    ps. met ons groepje van nature friends in de klimop waar ik opperhoofdlid van ben zijn we ingebroken in ons poeltje met het schoolfeest en we hebben veel watersalamanders in onze handen gehad en de nature friends bundel doorgegaan met geschiedenis info kleurplaten, broeikaseffect en nog veel meer b.v. bij de geschiedenis : het is allemaal onstaan toen dat malé (ik) en evelyne papiertjes raapte al snel kwamen danté en dylan erbij en tenslotte devin, yari, arne, emma marie, ellen, luna, britt,juliette,jason, quinten en arne s erbij. toen werden wij een echt natuurteam met vanalle activiteit.
    ondertussen zijn we ook al eens in een ruzie terecht gekomen.

    20-06-2012 om 20:59 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.schorpioenen
    de schorpioen


    De schorpioenen horen bij de familie van de geleedpotigen. Ze zijn eigenlijk wat dichte familie van de spinnen. Er zijn ongeveer 1800 soorten die allemaal sterk op elkaar lijken. Ze hebben aan het eind van hun achterlijf gifklieren. Vooraan hebben ze twee ferme grijpscharen met aan de borst drie paar looppoten. De dieren zijn allemaal zeer giftig voor kleine prooien. Enkele soorten zijn ook voor de mens gevaarlijk. Jammer genoeg denken wij dat over alle schorpioenen, maar dat is dus niet waar.

    Ze leven in woestijnen, maar ook in tropische landen. In ons land is het te koud voor schorpioenen. Ook op de Noord- en Zuidpool zal je ze niet vinden. Ze leven in spleten en holen of graven zelf een gang onder de grond. Sommige soorten leven in de bomen. Ze leven liefst alleen en durven wel eens elkaar opeten. Het zijn vleeseters die vooral kakkerlakken en andere plaaginsecten eten.

    Schorpioenen zijn ontstaan uit zeedieren die kieuwen hadden om te ademen en die zeer groot konden worden. Dan zijn de schorpioenen op het land beginnen leven en werd hun lichaam kleiner en zaten ze zelfs liever in droge gebieden. Nu kunnen schorpioenen niet meer in het water overleven. Hun lijf bestaat uit een kopborststuk en een achterlijf met een gifstekel op. Hieruit spuit de schorpioen zijn gif in zijn prooi. Deze stekel wordt wel eens zijn angel genoemd. Het wordt gebruikt om prooien te doden en zowel het mannetje als het wijfje hebben zo een stekel.

    De kleuren van de schorpioen zijn vrij gewoon en eerder om zich te kunnen verstoppen. Ze zijn niet fel gekleurd om voor wijfjes stoer te doen. De schorpioenen uit de woestijn hebben wel de kleur van zand. Zij die op de bosbodem leven zijn donkerder om minder op te vallen. Overdag zit hij verstopt, maar in de nacht gaat hij op jacht naar prooien.


    De scharen van de schorpioen zijn geen looppoten, maar monddelen. Ze hebben vaak doornige uitstekels die tanden worden genoemd. Zo kan hij zijn prooi iets makkelijker vasthouden. Aan het achterlijf zitten de kieuwen. De buitenkant van het dier heeft een hard skelet. Enkel langs de gewrichten is het vrij zacht. De huid van de schorpioen kan water vasthouden. Dat komt goed van pas voor de dieren die in de woestijn leven. Door dikwijls te vervellen, groeien de schorpioenen.

    Ze leven in de nacht en verstoppen zich tijdens de nacht. Dan graven ze zich in in het zand en gebruikt hij zijn drie paar voorpoten als schoppen. Als het dier slaapt, ligt zijn staart op de grond. Is hij wakker dan staat de staart mooi omhoog. Een schorpioen staat altijd klaar om aan te vallen zelfs als hij rustig in zijn hol zit. Ze durven dan ook dreigen door hun scharen tegen elkaar te schuren zodat er een scherp geluid te horen is. Goede ogen heeft hij niet. Aanvallen doet hij niet gauw, maar eerder weglopen. Als hij toch aanvalt, zal hij zuinig zijn met zijn gif. Dat gif is eigenlijk alleen bedoeld om prooien te vangen. Na elke steek duurt het een tijdje eer het gif terug is aangemaakt.

    Als het mannetje wil paren, gaat hij voorzichtig bij het vrouwtje in de buurt zitten en maakt hij een soort liefdesdans. Hij komt met open scharen naar het vrouwtje en begint te trillen op zijn poten. Zo merkt het wijfje dat hij wel zin heeft en denkt ze niet dat hij een vijand is. Als de paring voorbij is, loopt het mannetje vlug weg. Want sommige vrouwtjes durven dan wel eens direct hun mannetje opeten. Vrouwtjes doen dit om genoeg vitaminen te hebben als hun eitjes beginnen te groeien. Er zijn soorten waarbij de eitjes al uitkomen in de buik van mama.

    Na de geboorte kruipen de kleintjes dadelijk op de rug van mama. Hun pantser is erg zacht en op mama zijn ze ook iets veiliger. Mama's durven zelfs de jongen van andere mama's dragen. Na de eerste vervelling verlaten ze hun mama en gaan ze zelf op jacht. De kleintjes zijn al dadelijk even giftig als mama en papa. Vijanden liggen op de loer als de schorpioenen beginnen te vervellen. In totaal vervellen ze ongeveer 6 keer. De huid van de kop klapt open en de schorpioen kruipt uit zijn oud vel. Soms wordt dat vel ook opgegeten. Meestal gebeurt dit allemaal in de nacht zodat geen vijanden klaar liggen om toe te happen.

    Schorpioenen worden ongeveer 2 tot 8 jaar. Sommige grote soorten zelfs tot 25 jaar. Hun prooien worden opgemerkt door de trillingen van hun haartjes op het lichaam. Als een prooi wordt gegrepen, wordt hij direct in stukken gescheurd met de kaken. Net als bij de krabben wordt de prooi opgepeuzeld met hun scharen alsof ze eten met mes en vork. Prooien die tegen spartelen, krijgen vanuit de staart een extra spuitje gif om kalm te worden.

    Toch hebben ze zelf ook vele vijanden. Grotere schorpioenen, grote spinnen, vogels, slangen, bavianen, zoogdieren en hagedissen. Bij de zoogdieren zijn het de stokstaartjes en egels die schorpioenen aanvallen. Bij de vogels zijn het enkele uilensoorten.

    Het gif van sommige schorpioenen wordt door de mensen gebruikt om medicijnen te maken. In Azië worden de dieren zelfs als lekkernij gegeten. Gefrituurde schorpioenen op een stokje is daar heel lekker. Er zijn schorpioenen die je als huisdier kan houden. Echt veel plezier heb je er niet aan, want ze komen enkel tot leven als het donker wordt.

    soorten schorpioenen :

    ongeveer 1800 soorten

    20-06-2012 om 20:30 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de kleine en grote panda

    De grote panda

    Panda’s zie je bijna elke dag. Overal kom je deze zwart-witte beren tegen in speelgoedwinkels op stickers en op handdoeken en op koffiemokken .Maar naar echte reuzenpanda’s moet je lang zoeken.Een paar dierentuinen in de wereld hebben panda’s in hun verzameling. In het wild krijg je ze nauwelijks te zien. Ze zijn uiterst zeldzame, ze zijn schuw en wonen in dichtbegroeide bossen. We weten nog lang niet alles van de panda

    Groot en klein

    De panda word ook wel de bamboebeer genoemd. Geen vreemde naam als je bedenkt dat hij in bamboebossen leeft en dat hij weinig anders eet van deze planten. De officiële naam van de panda is de reuzenpanda. Die naam klinkt wel raar. De panda is met een schouder hoogte van een sint-bernardshond niet echt klein zeker geen reus dat is die wel vergeleken de kleine panda. Dit diertje is iets groter dan een wasbeer en word ook wel katbeer genoemd. Omdat dit roodbruine beestje eerder bekend was als ’de panda’ kreeg het zwart-witte de naam de reuze panda. De reuzenpanda eet bijna alleen maar bamboe maar daarvan eet hij wel erg veel: tot wel veertig kilo per dag.

    Reuzenpanda-feiten

    Maximum gewicht 125 kilo

    Geboorte gewicht 100-200 gram

    Maximum lengte (kop – kont) 1.90 meter

    Staart:10-15 cm

    Maximum leeftijd in het wild 20 jaar

    Maximum leeftijd in dierentuin 30 jaar

    Aantal in het wild 1000

    De ontdekking

    Je kunt het moeilijk voorstellen maar de reuze panda is in het westen nauwelijks 100 jaar bekend. De franse pater david in zag in 1869 als eerste westerling een panda huid onder ogen. Daarvoor had nog niemand buiten Azië van dit dier gehoord. In China kom je allerlei dieren tegen maar geen reuzenpanda’s wandkleding en tekeningen staan vol met tijgers kraan vogels. Schildpadden en herten en andere dieren panda’s pas halverwege de twintigste eeuw in allerlei kunst werken.

    Beer of geen beer

    Panda’s lijken veel op beren. De kleine panda lijkt meer op een wasbeer. Die geen lid is van de beren familie vroeger bleek het niet zo duidelijk te zijn waar in het dierenrijk de panda tuis hoort.

    Eerst plaatsten de biologen de panda in de wasberen familie en dan weer maakten ze van de kleine panda en de reuzenpanda een eigen familie maar de laatste jaren zijn de biologen het er over eens dat de reuzen panda bij de beren familie hoort en de kleine panda bij de wasberen.

    Opvallend dier

    Het meest opvallende van de panda is zijn zwart-witte vacht. Anders dan bij een koe daar zit het zwarte en het witte altijd op de zelfde plek. De kop is wit met grote zwarte vlekken bij zijn

    ogen, zwarte oren en zwarte neus. Het lijf is wit met een zwarte band over zijn schouders die doorloopt tot aan zijn poten. De vacht is erg dicht dus hij kan goed tegen de kou. Zelfs onder zijn voeten loopt zijn vacht door.Dat is warm en heeft een beter houvast op gladde berghellingen. Heel speciaal zijn de voorpoten van de panda. Daar zit een extra vinger.

    Zoals bij alle beren steken er vijf vingers naar voren. De panda heeft daarbij een polsbotje met een uitsteeksel gebruikt hij een het als een soort duim waar mee hij bamboe goed kan vast houden.

    Een sterk gebit

    De panda hoort officieel bij de roof dieren. Maar als je in zijn bek kijkt is dat niet goed te zien. De hoektanden hebben nog wel iets roodachtigs, maar de kiezen helemaal niet. Die zijn brede, platte bobbelig in de plaats van smal en puntig. Het gebit van de panda is gemaakt om vlees te knippen, maar ook om planten kapot te bijten. De panda heeft daarom hele erge sterke kauwspieren. Aan zijn brede kop kan je dat zien.

    Tanden en ingewanden

    Panda’s hebben een sterk gebit. Dat hebben ze niet voor niks. Want ze leven van taaie kost. Ze eten niks anders dan bamboe; bamboe bladeren, jonge bamboescheuten, maar ook bamboe stengels. De ingewanden zijn minder goed berekend op het bamboe dieet. Plantaardig materiaal

    Kan niet snel worden verteerd. Vooral als er veel hout in het bamboe zit. De panda eet en poept dan heel veel. Hij eet dan soms wel 14 uur per dag dan werkt die wel 40 kilo bamboe naar binnen. Daarbij kan de panda wel 100 drollen per dag leggen. En dat is handig vooronderzoekers want die gebruiken de drollen om panda’s te tellen aan een drol kunnen ze zelfs zijn welke panda hij is.

    Dichte bossen

    Panda’s houden van twee dingen:van bamboe en van rust. In de dichte bamboe bossen. In de bergen van Zuid-West China vinden ze dat allebei. Vroeger werden dat soort bossen bedekt. De panda kwam toen in een veel groter ander gebied voor, zelfs nog in een deel van Birma een land ten zuiden van China en het noorden van Vietnam. Nu zijn er nog maar een paar bossen over waar de panda in leeft. Bij elkaar een oppervlakte van 13.000km2 nog geen derde deel van Nederland.

    Kieskeurig

    Als je een foto van een bamboe bos ziet, zou je denken dat de panda nooit zonder voedsel zit. Zo simpel is het niet. Er bestaan honderden verschillende soorten bamboe. De panda heeft een duidelijke voorkeur voor tien daarvan. Het liefst eet hij de delen waar veel voedingsstoffen in zitten, en die niet te hard zijn, zoals jonge blaadjes en stengels of bamboescheuten. In vrijwel alle leefgebieden groeien op dit moment nog twee of meer soorten bamboe. Dat is belangrijk omdat elke bamboesoort eens in de dertig tot honderd twintig jaar afsterft. Panda’s moeten dan makkelijk op een andere soort kunnen overgaan. Soms moeten ze daar wel voor verhuizen naar een ander stuk van het bos. Tegenwoordig wordt dit steeds moeilijker.

    Nieuw bos, nieuw bloed

    Vroeger was verhuizen voor een panda geen probleem. Ook in de dalen groeide dicht woud, waardoor de panda ongestoord naar een ander bergwoud kon trekken. Maar juist in deze gebieden is heel veel bos gekapt. Overal zijn akkers en dorpen. De reservaten waarin de panda leeft, liggen als losse eilandjes van elkaar gescheiden, en het bos dat er tussen ligt wordt steeds meer bedreigt. Bijvoorbeeld door de bouw van wegen, mijnen, dammen, en andere economische ontwikkelingen. De pandas die buiten de reservaten leven krijgen zo steeds minder ruimte. Ook wordt het steeds moeilijker om van het ene bos naar het andere bos te trekken. En dat is wel nodig. Bijvoorbeeld om te paren met panda’s die geen familie zijn, waardor de kans op jongen groter is. Of om voldoende voedsel te vinden.

    Vijanden

    In de natuur heeft de panda weinig vijanden. Luipaarden en jakhalzen zouden een panda kunnen aanvallen, maar laten die liever uit hun hoofd. Een panda heeft een krachtig stel kaken; gemaakt om bamboe te kraken, maar ook geschikt om de poot van een luipaard te verbrijzelen. Als het moet zal een pandamoeder haar jongen fel verdedigen. Maar tegen mensen kan de panda zich moeilijk verweren. Nog steeds zijn er mensen die heel veel geld over hebben voor een pandahuid. Vaker komt het voor dat de panda per ongeluk wordt gevangen. Stropers zetten vallen in de bossen waar een panda leeft. Daarmee willen ze bijvoorbeeld herten of beren vangen, maar ook andere dieren kunnen gevangen worden door deze vallen, waaronder de panda.

    Beschermde gebieden

    In 1963 heeft de Chinese regering speciaal voor de reuze panda reservaten ingesteld. Begin de jaren zestig van de vorige eeuw stelde China de vier panda reservaten in. Ook werd in die tijd de jacht op pandas verboden. Tussen 1970 en 1980 werden de reservaten uitgebreid naar ongeveer dertien. Met hulp van het Wereld Natuur Fonds is dit allemaal vanaf 1980 gegroeid naar 33. Deze natuurgebieden moeten goed worden bewaakt. Daarom worden er parkwachters opgeleid die moeten letten op dat er geen stropers aan het werk zijn. Ook moeten zij er voor zorgen dat mensen geen bomen in de reservaten kappen voor het hout of om nieuwe akkers aan te leggen.

    Weet wie je beschermt

    Je kunt dieren pas goed beschermen als je meer van ze weet: hoe ze leven, en hoe ze zich voorplanten, hoeveel het er zijn.daarom word er ook onderzoek gedaan naar de panda. Dat heeft ons heel veel geleerd. Bijvoorbeeld dat de panda,s zich heel goed kunnen voortplanten.

    Als ze maar niet te veel in een beschermd de bos komen te zitten. Maar ook dat de pandamoeders heel goed voor hun jongen zorgen. Pandamoeders laten hun jongen wel eens een paar dagen achter om zelf te gaan eten. Vroeger dacht men dat de moeders hun in de steek lieten. Het pandajong werd dan gered door de mensen en ze werden ondergebracht in een fokcentrum en in de dierentuin. Een onderzoek heeft laten zien dat het helemaal niet nodig is. Naast onderzoek naar het gedrag van de panda wordt ook gekeken hoeveel pandas er nog zijn.’In zijn moeilijke begaanbare en dichtbegroeide leefgebied valt dat niet meer mee. Zo valt het niet altijd mee. Zo duurt het soms wel 3 jaar om alle panda’s te tellen de laatste telling is begonnen in 1999 en was in 2002 afgelopen.

    Rust,veiligheid en ruimte

    Het wereld natuurvons werd in 1980 als eerste buitenlandse natuurbeschermingsorganisatie actief in China. Sindsdien is het samen met het Chinese overheid veel onderzoek gedaan. Ook is er een plan opgesteld voor de panda’s te beschermen, in 1998 werd er zelfs een houtkapverbod ingesteld in en rond het pandareservaten om vederen bamboebossen te voorkomen. Maar dat is niet voldoende. De reservaten moeten goed in de gaten gehouden geworden en daarvoor zijn getrainde mensen nodig. Het wereld natuur fonds helpen mensen daar voor op te leiden. Ook wordt er naar lokale bevolking gezocht en naar bedrijven

    Gezocht naar pandavriendelijke manieren om de inkomt van houtkap te vervangen. Zo als bijvoorbeeld bosherstel of verantwoordelijk toerisme.

    Het wereld natuur fonds geeft ook technische en financiële ondersteuning.

    En ze werken aan verbindingswegen tussen de reservaten. Geen wegen van asfalt maar van grote stroken met bos.

    De Kleine Panda

    De panda's zijn een subfamilie van roofdieren, behorend tot de wasbeerachtigen. De reuzenpanda van China wordt volgens de meest recente gegevens tegenwoordig tot de beren gerekend. De verwante kleine of gewone panda is echter de schakel met de wasbeerachtigen.

    De kleine panda, ook wel katbeer genoemd, behoort tot de kleurigsten onder de roofdieren; het dier is voornamelijk vosrood van kleur met donkerbruine, bijna zwarte, onderzijde en poten, een dikke roodbruine staart met lichtere ringen en een licht gezichtsmasker met zwarte aftekening.

    De lichaamslengte bedraagt ca. 60 cm met een staart van 45 cm; gewicht tot hoogstens 6 kg. Door de dichte pels lijkt het dier groter dan het is.

    De kleine panda bewoont de Himalaya en de gebergten van West-China tussen 2000-4000 m hoogte; hij is goed aangepast aan de koude. Het voedsel is voornamelijk plantaardig en bestaat voor een belangrijk deel uit bamboespruiten.

    In het voorjaar worden twee jongen geboren. In dierentuinen houden deze dieren het tot 13 jaar uit, maar voortplanting komt daar slechts sporadisch voor.

    20-06-2012 om 19:26 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de mier

    Mieren

    wpe6.gif (29435 bytes)Mieren zijn insecten en behoren tot de vliesvleugeligen. De kleine beestjes hebben een grote kop met daarop een paar ogen, deze zijn samengesteld. In de antennen heeft de mier haar reukzin en de tastzin, die beide erg goed ontwikkeld zijn. De bovenkaken van de mier zijn uiterst sterk, terwijl de onderkaak eerder zwak is. Het vloeibare voedsel likt ze met de onderlip op. De mier spuit mierenzuur met het achterlijf. Dit is goed merkbaar: wanneer je een mierenkolonie verstoort, zullen de mieren massaal hun mierenzuur omhoog spuiten. Tot 50 cm hoogte, hou je hand eens boven een verstoorde mierenhoop en ruik nadien maar. De mieren leven van andere insecten, van nectar uit bloemen en ook van honingdauw. Dit is een afscheiding van de bladluis. De mierenkolonie houdt er bladluizen op na om ze te melken. Daartoe wordt op het achterstuk van de bladluis geduwd. Je zou de bladluis de melkkoe van de mier kunnen noemen.

    Net als bij de bij bestaat de kolonie uit mannetjesdieren, vrouwtjesmieren,de werksters en één of enkele koninginnen. De grootste groep zijn de werksters die opgesplitst worden voor de verschillende taken. Je hebt de soldaten die beschikken over een grote kop met sterke kaken. Duidelijk de verdedigers van het volk, die ook het voedsel naar het nest brengen. Harde werkers, die dames. De mannetjes zijn er maar wanneer ze er nodig zijn. De koningin legt onbevruchte eitjes waaruit, net als bij de bij, de mannetjes groeien. Samen met de mannetjes verlaten de jonge koninginnen het nest al vliegend. Dit gebeurt op warme, zwoele dagen. In de lucht bevruchten de mannetjes de vrouwtjes en sterven kort daarna. De koninginnen verliezen hun vleugels, graven zich in en beginnen een nieuw volk. Ze leggen wat eitjes en de larven die eruit voortspruiten kweekt de koningin op met een afscheiding uit de speekselklieren. Na enige tijd verpoppen de larven en wij noemen die miereneieren. Uit die eieren komen kleine mieren die het eten nu gaan verzamelen en voor de kroost van de leggende koningin gaan zorgen. Pas wanneer het volk groot genoeg is, komen er soldaten om de kolonie te beschermen. De mieren graven gangen en leggen in die gangen hun nest aan. Vaak wordt dit nest een heuse heuvel. Ze beschikken over een ingenieus systeem om de temperatuur in het nest te regelen. Wanneer het te koud wordt sluiten ze de buitenuitgangen af om de nestwarmte te behouden, wanneer er moet afgekoeld worden, worden er ingangen opengezet. Omdat de temperatuur niet overal gelijk is, sleuren de mieren de eieren en larven doorheen de kamers en gangen naar de juiste plaatsen. Wanneer je de mieren met poppen boven de grond ziet, zijn dat mieren die poppen stelen om als slaven te gebruiken in hun eigen volk. Naast de bladluizen hebben de mieren ook vaak kortschildkevers in het nest. Ze geven ze zelfs te eten. De mieren gebruiken een afscheiding van de kevers als een genotsmiddel.

    20-06-2012 om 19:21 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    19-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.paarden
    Wallpaper horse

    Het bestaan:

    Het paard bestaat al zo'n 70 miljoen jaar. De paarden van toen hadden een heel ander uiterlijk. Vele oersoorten zijn reeds uitgestorven. Toch heeft de mens het paard veel later leren gebruiken. Men vermoedt dat dit 3500 jaar geleden begon. Het tam maken van deze dieren was een moeilijke taak.
    Er bestaan nu ongeveer 200 pony en paardenrassen. Je kan een pony en een paard makkelijk uit elkaar kennen. Een paard is groter dan een pony. De pony heeft kortere benen en de buik is ronder.

    Gebruik:

    Het paard is een nuttig dier. Het wordt / werd gebruikt om:

    karren te trekken hulp op het veld voor de (ruiter)sport als voedsel

     

    Ik wil eerst wat vertellen over de kleding.

    Het is belangrijk dat je geen wapperende kleding aan hebt, zoals een sjaal of een loshangende jas. De paarden kunnen daar van schrikken.
    Op het hoofd draagt men een tok. Een paar rubber of lederen laarzen en een rijbroek.

    De tok dient vooral voor de veiligheid.Het beschermt je tegen takken bij een ritje in de natuur of bij een eventuele val.

    De rijlaarzen passen perfect aan het been. Achteraan kan je sporen bevestigen.

    Een ruiterbroek zorgt ervoor dat men zich niet doorrijdt. (d.w.z. dat men geen wonden krijgt door het schuren)

    Als je leert paardrijden heb je deze kledij echt nodig.

     

    Het paardrijden zelf:

    Je klimt op een paard (dit is niet zo makkelijk dan het lijkt) en neemt de teugels tussen je middenvinger en je ringvinger. Je geeft een zachte por in de buik met je voet of je geeft een tik met je zweepje. Daar gaan we dan, maar goed op de hoefslag blijven hoor. De hoefslag is een lijn die door de hele piste gaat. Er zijn drie gangen: de stap, de draf en de galop. Deze zijn belangrijk bij het paardrijden.

    De tanden en ouderdom:

    Uiteraard heeft een paard ook tanden... Veulens en paarden jonger dan 5 jaar hebben melktanden en kiezen. Vier snijtanden en vier kiezen. Vanaf 6 tot 8 jaar is er het blijvende gebit. Er zitten dan in elke kaak 6 snijtanden en 12 kiezen. Op latere leeftijd laat het paard de onderlip vallen, men geeft dit een leuke benaming, nl een centenbakje. Ook krijgt het kuiltjes boven de ogen met daarin grijze haartjes. De grijzen haren merken we dan ook op in de manen en de staart.
    Aan de slijtage van het gebit kan men de ouderdom bepalen.

    Voedsel:

    Een paard is een planteneter. Het eet gras, hooi, haver, stro en af en toe wel eens een appeltje of wortel. Als je een paard eten wil geven, doe je dat door je hand plat te leggen en het paard het rustig te laten opeten. In de wei neemt een paard het gras met zijn lippen beet. Een paard drinkt veel. Gemiddeld zo'n 30 tot 50 l water per dag.

    Benadering:

    Vele mensen willen paarden aaien. Dit is natuurlijk positief. Toch moet je een paard altijd rustig benaderen. Je moet het paard waarschuwen door het zachtjes aan te spreken of een schouderklopje te geven. Voelt een paard zich onrustig dan kan het stampen...en geloof mij gerust zo'n hoefijzer komt aan!!!!

    Verzorging:

    Een paard vraagt veel verzorging. Als je ooit wil paardrijden moet je deze taak er met plezier bijnemen. Doe je dit niet dan kan je beter een andere hobby kiezen.
    Hieronder vind je een overzicht van het materiaal dat je nodig hebt om een paard te verzorgen.


    Hoefkrabber


    Hoefkrabber met
    borstel


    Manenkam


    Massageborstel


    Zachte borstel


    Roskam

     

    Geslacht + voortplanting:

    Er zijn zoals je waarschijnlijk al weet de merrie, de hengst en de ruin.
    De merrie = het vrouwelijk paard
    De hengst = het mannelijk paard
    De ruin = een gecastreerde hengst
    Het veulen = het jong

    Eens de merrie drachtig is of zwanger van een veulentje, duurt de zwangerschap 11 maanden. Meteen na de geboorte drinkt het veulen de eerste moedermelk of biest genoemd. Deze bevat veel voedingsstoffen die dient als bescherming tegen ziekten. Het veulentje blijft 5 tot 6 maanden bij de moeder.
    Wist je dat wij ook paardenmelk kunnen drinken?
    Deze is zeer krachtig en zoet. Het smaakt helemaal anders dan koeienmelk. Na mijn spreekbeurt heeft iedere leerling van de paardenmelk mogen proeven. Deze melk is duurder dan gewone melk en je mag er niet zoveel van drinken. Er bestaan dus paardenmelkerijen. In Lint (nabij Lier) vind je zo een paardenmelkerij.

    Enkele leuke links naar paardenmelkerijen in Vlaanderen

    Paardenmelkerij

    Den Horst

    Bij verveling in de stal geeft men het paard een Horsebal. Hier is hij enkele uurtjes zoet mee.

    Jullie weten misschien ook dat paarden verschillende patronen of tekeningen kunnen hebben. De patronen op het voorhoofd noemt men een bles. Deze hebben altijd een verschillende vorm.

    Bouw van een paard:

    Hieronder vind je twee tekeningen die alles vertellen.

    De anatomie

    Zo ik hoop dat je iets geleerd hebt over paarden en hun verzorging. In ieder geval vind ik het prachtige dieren


    ps: in mijn klas zitten twee kinderen die paardrijden in manege vijverstein: evelyne en dylan het is beide hun lievelingsdier.

    19-06-2012 om 21:38 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ijsberen
    Leefgebied:
    De ijsbeer woont alleen maar in het noordpoolgebied.

    Familie:
    De ijsbeer is natuurlijk een zoogdier, dit wil zeggen dat hun jongen levend op de wereld worden gezet en dat ze hun jongen zogen.
    De ijsbeer is ook een roofdier. Daar bedoel ik mee dat ze op levende dieren jagen.
    Natuurlijk is de ijsbeer familie van de beren zoals bijvoorbeeld de "grizzlybeer, de bruine beer ...."
    Vacht en ogen:
    De vacht van de ijsbeer is wit (niet perfect wit, heeft een gelige uitzicht) evenals de sneeuw en ijsvlaktes waar ze op leven. Om deze reden worden ze natuurlijk "ijsberen genoemd". Deze witte kleur kan je een schutkleur noemen, maar zijn zwarte neus verraadt hem kilometers ver. Onder zijn huid zit een 10 cm dikke vetlaag en daarop een warme waterafstotende dubbele pels over het hele lichaam, behalve op de neus en voetzoelen. De haren van de ijsbeer zijn ongeveer 15 cm lang. Dit zal de koude wel tegenhouden. Als de ijsbeer zwemt worden enkel de lange haren nat. De onderliggende pels is waterafstotend.
    Wie ooit al eens gaan skiën is, weet dat je een zonnebril moet dragen tegen sneeuwblindheid (felle weerkaatsing zon op wit sneeuwoppervlak). De ijsbeer heeft hier geen last van. Over zijn ogen zit een soort beschermend vlies.

    Voortplanting:
    De ijsberen paren in de lente, vooral in de maand april. De vrouwtjes krijgen om de drie jaar jongen. Ze zijn ongeveer 8 maanden zwanger voor ze bevallen. Na het paarseizoen gaan de ouders uit elkaar. De berin leeft de hele zomer op het pakijs en trekt zich tijdens de winter terug in een sneeuwhol. Daar worden de kleintjes naakt geboren en verzorgd. Na enkele dagen hebben ze al een 8 cm lange pels.
    De moeder voedt de kleintjes alleen op, en moet ze geregeld beschermen tegen agressieve mannetjes. Soms valt een ijsberenjong ten prooi aan een ijsbeermannetje. Niet fraai.


    De jongen:
    De kleintjes van de ijsbeer worden welpen genoemd. Ze worden naakt, blind en doof geboren. Meestal worden ze als tweeling geboren. Bij de geboorte zijn ze ongeveer zo groot als een rat en wegen slechts 450 tot 900 gram. De eerste levensdagen blijven ze in het sneeuwhol dicht bij de moeder. Ze hechten zich meesteal vast onder de voorpoten op okselhoogte. Daar is de meeste warmte te vinden. Ze hebben al snel een volgroeide vacht. Snel zullen ze mee op voedseljacht trekken.

    Leven:
    De meeste ijsberen vind je aan de noordpool. Je vindt ze vooral aan het pakijs en open wateren. Ijsberen kunnen heel goed zwemmen. Ze kunnen onderduiken en 2 minuten onder water blijven. Ze zijn alle dagen actief en zoeken dan naar voedsel. Zoals reeds eerder gezegd leven de mannetjes alleen. De vrouwtjes met hun welpen leven dicht in de buurt bij zeehonden, voor het voedsel. Daardoor worden vele gevechten gehouden.

    Eten:
    Ijsberen gaan op jacht en met een klap van hun klauwen doden ze hun prooi. Ijsberen hebben krachtige voorpoten. De klauwen steken ongeveer 5 cm uit. Dit is handig om prooien te vangen, maar ook handig om zich goed vast te hechten op gladde ondergronden. In de zomer eten ze soms planten (ijsberen die in canada leven). Het hoofdvoedsel bestaat uit zeehonden. Daarnaast eten ze ook nog vis, zeevogels en soms ook de eieren van deze zeevogels. Ook walrussen vinden ze soms lekker. Maar bij een gevecht met een volwassen walrus moeten ze zich dikwijls terugtrekken. Omdat ze niet weten wanneer ze voedsel hebben, eet hij alles, zelfs ook ijsberen.

    Vijand:
    De mens is de enige vijand van de ijsbeer. De eskimo's jagen op ijsberen voor hun vlees en hun pels. De lange hoektanden worden gebruikt als versiering. Van de vacht maakt men dekens, jassen en broeken. Al het vlees wordt opgegeten, behalve de lever, die bevat giftige eigenschappen. Eskimo's jagen niet voor hun plezier maar wel om te kunnen overleven.

    19-06-2012 om 21:17 geschreven door malé  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)


    Archief per week
  • 17/12-23/12 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 18/06-24/06 2012

    Blog als favoriet !


    Foto


    Foto



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs