Fietstocht vanuit Vlimmeren en Oostmalle naar Compostella Recentste berichten bovenaan
21-08-2008
6. Woensdag 20 augustus 2008: Maintenon - Vendôme
We stonden startensklaar voor ons hotelletje in Maintenon, toen de eigenares plots naar het binnenkoertje holde om een groot schepnet te halen. Een visser op de brug over de Eure ernaast had namelijk beet: een snoek van wel twee en een halve voetlengtes van Daniel, afgerond ongeveer een meter dus (in het visserslatijn m.a.w.). Vanuit onze kamer hadden we zicht op een mooi kasteel, met op de achtergrond een groot aquaduct - een niet voltooide frats van Louis Quatorze. De eerste stopplaats was Chartres. De torens van de kathedraal rezen al van ver boven de graanakkers uit, waar twee traktoren, drie ploegen met vijftien scharen in totaal ploegden. Binnenin de kathedraal konden we o.a. magnefiek houtsnijwerk bewonderen. De Eure stroomde door de stad, wat bijwijlen zichten gaf die aan Brugge of Gent deed denken. Verder koers gezet naar Bonneval aan de Loir, met buiten de stille dorpjes een graansilo als moderne kathedraal en baken in de verte. In Châteaudun efkens halt gehouden aan het mooie kasteel, gebouwd tegen een grote ronde donjon uit de twaalfde eeuw. De tegenwind lijkt dan ook niet meer zo sterk als de vorige dagen, misschien is het wat vlakker, zijn we ondertussen al wat meer getraind: het bolde goed vandaag bij een bewolkte lucht, maar geen drup regen. Toch blijft het genieten van de groene Loir-vallei en zo bereikten we na een honderddertig kilometer Vendôme. Rit : 130 km Rijtijd : iets meer dan 7 uur. Totaal : 716 km Voor de wiskundige knobbels : er zit mogelijk een verschil op de som van de ritten en het totaal, maar soms moeten we inderdaad kilometers afleggen 's avonds om ons welverdiend pintje nog te kunnen drinken ...
Het was gisteravond bijna 10 uur eer we in een pizzeria in het pittoreske oude centrum van Chambly onze voeten onder tafel schoven. We bestelden beide een mega-pizza. "C'est très grande!", waarschuwde de man nog, maar onze "Nous avons mega-faim!" was duidelijk genoeg. Resultaat was dat ik deze morgen vertrok met nog twee halve pizza's achterop mijn bagage. We leren het ook nooit. Het was efkens zoeken om terug op de route te geraken : we waren immers zelfs buiten onze kaartenboek beland. In een klein dorpje spraken we een frisse jongedame aan. Toen ze merkte dat we op de duur de tel kwijt waren hoeveel keer we links en dan weer rechts moesten, stelde ze voor voor om met haar klein Peugeotje voor te rijden en ze wees naar het steegje bergop. Was ze nu zodanig onder de indruk van mijn atletische gestalte (ik verzwijg wijselijk dat ik half achter Daniel stond), het genereuze aanbod hebben we wijselijk afgewezen en zijn terug naar de hoofdweg gereden richting Méru. We doorkruisten verder tal van kleine dorpjes in een heuvelend landschap. Verschillende kilometers samengereden met een groepje grijzende wielertoeristen uit de streek, wat naast enkele prettige gesprekken, ook onze gemiddelde snelheid flink opdreef. Nochtans was het weerom boksen tegen de wind : vijftig kilometer per uur was voorspeld voor vandaag. Daarnaast zaten er ook een paar klimmetjes van een zeven percent gedurende enkele kilometers, wat extra zwaar kan worden als het terrasje met die frisse pint slecht getimed is (m.a.w. vlak voor de beklimming)! Aan de brug over de Seine in Gargenville (zestig kilometer ten westen van Parijs) verorberden we verder onze pizza als middagmaal. Was trouwens nog dik voldoende. Later op de middag een kwartiertje geschuild voor een buitje. De wind ging wat liggen ook, zodat we uiteindelijk nog redelijk vlot tot Maintenon geraakten, waar we een chambres d'hotes vonden in het centrum. Rit : 112 km Rijtijd : 7u00 Totaal : 586 km
Vanuit Noyon ging onze fietstocht verder naar Compiegne langs het statige Forët de l'Aigue. Hier ontmoetten we 2 Nederlanders uit Hengelo, ook op weg naar Compostella. Zij hadden aan hun tocht een goed doel aan verbonden via www.hermanentoonnaarsantiago.nl. In Compiegne maakten we een klein ommetje langs het zoveelste, maar toch weer mooie stadhuis (ze zijn inderdaad telkens toch wat anders) en de St. Jacobskerk met binnenin zeer mooi houtsnijwerk. We verlaten het dal van de Oise om tussen lege graanakkers naar Clermont te klimmen. Het is redelijk zwaar bewolkt, een vijfentwintig graden, maar een stevig briesje op kop. Het hoofd omlaag, dwaalde Boudewijn de Groot's "Eenzame fietser" door mijn hoofd : "... de wedstrijd wint!" werd in mijn gedachten ".... de strijd tegen de wind!". Kop in kas bestudeerde Daniel ondertussen de soorten asfaltwegen : van grof naar fijn en nog wat variëteiten tussenin. Zijn voorkeur ging uit naar de fijnste, want sommige lijken inderdaad nog op kasseistroken. Nog steeds beukend tegen de wind, dook plots een Nederlands koppel om de hoek op. Zij reden een stuk van het traject naar Compostella, maar hadden enkele dagen geleden besloten om met de trein naar het gepland eindpunt in Tours te sporen, om van daaruit eindelijk windaf te kunnen rijden. Een voordeel is toch aan de wind: onze dagelijkse was droogt vlot achterop onze bagage. Om het middeleeuwse Clermont te bezoeken, moesten we ook weer eventjes stevig op de trappers staan om boven te geraken. Na een goede 100 km belandden we zo in Méru. De enkele slaapgelegenheden waren echter volzet, maar men verwees ons door naar een F1-hotel in Chambly, een tiental kilometers naast de route. Het zekere voor het onzekere hebben we dat ook maar gedaan. Rit : 117 km Rijtijd : 7u30 Totaal : 474 km
Vanmorgen eerst nog Cambrai bezocht met zijn mooie kathedraal, indrukwekkend stadhuis en zijn Vlaams aandoende gevels. Bleek het kermis te zijn daar, en geen kleintje. Wat zaten wij eigenlijk gisteravond in ons Ibis-hotelletje eventjes buiten de stad te doen, weliswaar met een flesje wijn. Maar goed, we waren tenminste fris nu. Sprak een oudere wielertoerist ons aan : hij was reeds tweemaal naar Compostella geweest, de laatste keer in 2005. Op zijn bijna antieke koersfiets, voorzien van fietstassen voor en achter dan nog. Verwonderd als we waren, verklaarde hij trots dat de spaken op "une technique ancienne" dubbel gekruisd gemonteerd waren. Toen waren er tenminste nog eens vakmannen! Uiteindelijk toch nog uit Cambrai weggeraakt, op weg naar de bron van de Schelde. Voor de foto ging Daniel efkens pootje baden in de beek, maar toen hij de temperatuur van het water voelde kon de fotograaf niet rap genoeg zijn! Langs enkele pittige heuvels gingen we over naar het stroomgebied van de Somme, een beekje dat we dan ook later een eindje volgden. Enkele stille getuigen uit WOI in de vorm van een bunker en een klein Brits oorlogskerkhof staken af tegen de enorme graanvelden. Als een wakend legioen stonden nog netjes geordende ronde strobalen over de velden verspreid. St. Quentin was ook de moeite waard : mooi gothisch stadhuis met een marktplein dat in de zomer is omgetoverd tot een flink zandstrand met palmbomen en spelende kinderen. Verderop werd het landschap wat vlakker, al was het zelfs licht bergaf nog steeds bijtrappen om tegen de strakke wind op te boksen. Toch was het goed fietsweer, meestal nochtans redelijk tot zwaar bewolkt en in St. Quentin efkens moeten schuilen voor ons eerste regenbuitje. Onderweg lijst Daniel de gesneuvelde dieren op die we tegenkomen op het wegdek. Voor de gevoelige lezers treed ik echter niet verder in detail over zijn stoofpotje. Na alweer een honderdtal kilometers bereikten we zo Noyon. Ook hier een imposante kathedraal en dito stadhuis, met enkele gezellige terrasjes niet veraf. Bedenking die we ons maakten vandaag : waar zitten al de Fransen op zondag. We doorkruisten verschillende mooie kleine dorpjes, maar alles lijkt zo verlaten. Een enkel voertuig komen we onderweg tegen, meestal zijn het dan nog traktoren. Ook vanavond leek Noyon niet te leven: de gezellige terrasjes van daarstraks waren allemaal dicht! Rit : 106 km Rijtijd : 6u45 Totaal : 356 km