Ik kom net
uit mijn bed. Na een zware dag (gisteren ben ik naar die rede geweest) heb ik
nu toch wel nood aan rust. Volkomen stilte. Na een auto rit van vier uur, was ik
toch eindelijk aangekomen in Sterdrecht. Hier ergens in een gebouw ging de rede
door. Ik vond eerst niet waar ik moest zijn, dus heb ik nog een hele tijd in de
regen moeten rond dwarrelen tot ik het gebouw had gevonden.
Ik ging naar
binnen. Daar ergens boven, naast het middenpad was nog een plaats waar ik niet
snel zou opvallen. Daar zat ik dan, klets nat van de regen, in een overvolle
aula. De inaugurele rede ging over fossielen. Na de rede was er een receptie. Ik
had van Nico al een teken opgevangen dat hij me zou spreken na de rede, tijdens
de receptie.
Eenmaal op
de receptie kwam ik oude bekenden tegen. En toen, toen liep de daar Daphne. Mijn
jeugdliefde, waarop ik eigenlijk nu nog steeds een crush op heb, liep daar. Nog
steeds zo mooi ik moest en zou haar spreken! Stiekem hoopte ik ook dat we onze
erotische momenten opnieuw zouden beleven, na onze ontmoeting. Ik geef jullie
misschien best geen pikante details!
Die dag, de
dag dat plots weer alles veranderde. De dag waarop ik naar mijn brievenbus
ging. Dat doe ik wel elke dag, maar deze keer was de post speciaal. Er zat een
dubbelgevouwen papiertje in. Ik deed het papiertje open en daar stond het dan. De
woorden die alles veranderden. Je komt toch? Hartelijk. Nico. Stond er te
lezen. Het was geschreven met een vulpen die een dunne punt had en de inkt was
zwart. Jullie vragen jullie wel af, waar was die gek nu op uitgenodigd? Wel, ik
was uitgenodigd om een inaugurele rede, van mijn jeugdvriend Nico, bij te
wonen.
Ik vond het
al heel raar om een briefje te krijgen van Nico. Maar wat ik nog vreemder vond
was dat hij echt me echt wil zien. We hebben elkaar al jaren niet meer gezien
en laat staan dat we elkaar nog hebben gesproken. De laatste keer dat ik hem
heb gezien was na dat we zijn afgestudeerd. Wat niet abnormaal is. We wilden
beide carrière maken. Dat is Nico volledig gelukt, over mij zullen we maar
zwijgen. Voor dat onze vervreemding echt is begonnen, schreven we elkaar nog
brieven en we stuurden ook nog kaartjes. Maar dat hield al snel op. We hadden
geen tijd meer