Paper in het kader van de BTC algemene informatie cyclus
Februari 2007
Lieven Vanhoutte
HIV/Aids preventie
Peer-educators in de strijd tegen HIV/Aids
bij de National Union of Mine Workers Zuid-Afrika
Inleiding
In april 2006 was ik, samen met een collega, te gast bij de NUM in Zuid-Afrika om het ABVV-project[1] over HIV-Aids te evalueren.
Onze projectpartners kregen op zes maanden tijd drie evaluaties over zich heen: een evaluatie door een dossierbeheerder vanuit DGIS[2] en een evaluatie met Ramboll[3] voor een verslag aan het Belgisch parlement. Nu wilden wij vanuit het ABVV nogmaals het project evalueren om over een syndicale benadering van het project te beschikken.
Dit verplichtte ons vooraf goed na te denken wat wij juist wilden evalueren. Wat is nu juist die specifieke syndicale invalshoek bij projecten uit het Zuiden ? Het werd dus geen evaluatie van het administratieve en financiële beheer van het project. Maar een aanzet om op een participatieve manier samen met de partners en de Peer-educators na te gaan hoe we het bestaande project in de toekomst kunnen versterken en verder zetten.
Een anekdote kan wellicht illustreren dat wij wellicht in ons opzet geslaagd zijn.
Deze evaluatie bedroeg in totaal zeven dagen. Drie dagen terreinbezoek, vier dagen seminarie met de nationale stuurgroep van de Peer-educators.
Op de derde dag van het seminarie lagen alle opmerkingen en spelers in het project kriskras door elkaar op tafel.
Snachts werkten wij een taart( diagram) uit die het geheel overzichtelijk en met aanbevelingen voor de nationale stuurgroep moest voorstellen. ( zie bijlage 1)
De laatste dag stelden wij de taart voor en ontspon er zich een levendig discussie met en in de groep.De evaluatie van de groep was schitterend: Deze morgen presenteerden jullie ons een mooie taart. Vanaf nu is het onze taart geworden. Wij zijn de eigenaars van deze evaluatie. Wij weten waar we de komende jaren moeten aan werken.[4]
Een sterk punt is de betrokkenheid van de Peer-educators in de planning, de besluitvorming en de evaluatie van dit project. Binnen de vakbondsstructuren van de Num[5] is de traditionele hiërarchie opzijgezet om efficiënt een preventie rond HIV/Aids bij de bouwarbeiders te kunnen opzetten. Omdat dit nodig is, omdat de situatie voor alle vakbondsleden op de zaterdagse begrafenissen van hun leden en militanten hen van deze noodzaak bewust heeft gemaakt.
Wellicht kunnen wij daar wel iets van leren: betrokkenheid organiseren van de leden, van onze doelgroep. Niet alleen via de traditionele congressen en vergaderingen. Maar samen met andere acteurs uit het maatschappelijk middenveld ruimere vakbondsdoelstellingen realiseren in het Noorden en het Zuiden. Globalisering !
In deze paper wil ik vooreerst beknopt achtergrond informatie geven die de context waarbinnen de vakbond en de peer-educators actief zijn schetst.
In het tweede deel behandel ik kort de vakbond, de bouwsector en de houding van de werkgevers.
In het derde deel ga ik dieper in op de rol van de peer-educators, hun opleiding, selectie en ondersteuning.
In het summiere besluit poog ik de kern van mijn ervaring om te zetten in de krachtlijnen voor solidariteitsprojecten in het Zuiden vanuit een vakbondsperspectief.
1. Achtergrondinformatie
Binnen de Zuid-Afrikaanse[6] context is het noodzakelijk een kort overzicht te geven van de economische, politieke en culturele elementen die belangrijk zijn binnen de Num-vakbondsideologie en de actie van de Peer-educators.
1.1. Hiv/Aids
Het 'Acquired Immunodeficiency Syndrome' of het verworven immunodeficiëntiesyndroom treedt op als gevolg van het HIV-virus. Een hiv-besmetting verloopt zonder ziekteverschijnselen en in vier stadia. In het vierde stadium, wanneer het aantal CD4-sellen minder dan vierhonderd bedraagt, treedt pas aids op. Het ziektestadium waarin een persoon Aids heeft, wordt gekenmerkt door opportunistische infecties. Aids is dus de verzamelnaam van een aantal symptomen veroorzaakt door het falen van het afweersysteem. Om het verloop van de ziekte te vertragen, er is vooralsnog geen middel dat tot genezing leidt, wordt een combinatietherapie met antivirale middelen gegeven. Deze medicijnen zijn kostbaar en een zware belasting voor het lichaam, maar hebben een gunstig effect op de levensverwachting[7].
Zuid-Afrika kent de hoogste besmettingsgraad ter wereld, 11,4% van de bevolking en heeft eveneens het grootste aandeel in de nieuwe besmettingen die vastgesteld worden (50%). Deze gemiddelden geven geen volledig accuraat beeld: sommige regios Gauteng ( 14,7%) en de stedelijke dicht bevolkte en geïndustrialiseerde gebieden scoren hoger (21,3%)[8]
1.2. Naar een neoliberaal beleid
Na het afschaffen van de apartheid en de verkiezingsoverwinning van Nelson Mandela waren de verwachtingen van de bevolking hoog gespannen. De bevolking hoopte dat niet alleen alle discriminatie, maar ook de armoede historiek zou worden.
Voor de Mandela regering hadden Cosatu, het ANC en de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (SACP) een alliantie afgesloten en een politiek beleidsprogramma uitgewerkt.
In dit politiek programma waren er voor de vakbond twee punten centraal: het niet terugbetalen van de schulden van Zuid-Afrika onder de regering Botha en het belasten van de multinationals voor de ertsen en goudontginning. Onder druk van het IMF en de Wereldbank[9] moest Mandela deze twee belangrijke programmapunten laten vallen om nieuwe leningen te krijgen. Dit opende ook de poort voor economische ontwikkeling en nieuwe handelsakkoorden.
De regering Mbeki koos resoluut voor een neoliberaal beleid met als dekmantel de African Renaissance. Centraal in dit beleid stond het Gear document ( Growth, Employement and Redistribution).[10] Maar meteen startte de privatisering en een uitgavenbeperking voor de gezondheidszorg.
1. 3. Oorzaken en factoren voor de HIV/Aids verspreiding
1.3.1 Armoede
De belangrijkste oorzaak is de armoede[11]. Uit een nieuw rapport van het South African Institute of Race Relations (SAIRR)[12] blijkt dat de positieve gevolgen van Zuid-Afrikaanse economische groei nog niet iedereen bereiken. Er dient zich een nieuwe middenklasse aan, zodat de inkomensongelijkheid onder zwarte Zuid-Afrikanen toeneemt. Hoewel het rapport erop wijst dat het niveau van ongelijkheid voor alle rassengroepen, behalve blanken, is toegenomen, bleek de toename voor de zwarte bevolking het meest dramatisch. De Gini coëfficiënt[13] van deze groep nam toe tot 0,64 dit is een stijging van 21% ten opzichte van 1996. De ongelijkheid binnen de coloured gemeenschap (Zuid-Afrikanen van gemengd zwart/blanke afkomst) nam toe met 17% tot 0,56. De Indische bevolking zag haar Gini coëfficiënt met 6 % stijgen naar 0,50. De ongelijkheid binnen de blanke gemeenschap daalde met 2% naar 0,44. Volgens de SAIRR is het aantal mensen dat leeft van minder dan 6 Rand (Euro 0,80) per dag, (de armoede grens) opnieuw toegenomen. De economische groei komt vooral ten goede aan een nieuwe middenklasse van de zwarte bevolking.
Wanneer we kijken naar de Human development Indicator ( 0,653) dan merk je meteen dat Zuid-Afrika in vergelijking met veel andere landen er sterk op achteruit gaat. Indicator is dat Zuid-Afrika qua levensverwachting op de 157° plaats staat met een levensverwachting van 47 jaar.[14]
Typische objectieve kenmerken van armoede zijn een lagere opleidingsgraad, risicovolle jobs, slechte gezondheidstoestand en een grote migratie van het platteland naar de stad Deze zijn ruimschoots aanwezig bij een groot deel van de zwarte bevolking:
Aids is sterk gerelateerd aan migratie en grote mobiliteit. De eerste gevallen van snelle verspreiding kwamen via de vrachtwagenchauffeurs en de mijnwerkers.Deze mijnwerkers werden vanuit de vroegere thuislanden door de werkgevers naar de mijnen ingevoerd. Een derde zeer kwetsbare groep binnen de arbeiderspopulatie bestaat uit de bouwvakkers. Ook bouwvakkers werken immers ver van hun familie op de werven.
1.3.2 Genderaspecten
Relaties en genderaspecten[15] hebben een grote invloed bij de verspreiding van HIV/Aids in Zuid-Afrika.
In de eerste plaats zijn er de objectieve biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, die er voor zorgen dat vrouwen sneller drager zijn van HIV. Het risico voor de vrouwen is hoger door het feit dat sperma meer virussen bevat dan de vaginale vloeistof, sperma uren in vagina blijft, de blootgestelde/contact-oppervlakte bij de vrouw tijdens het seksueel contact is groter is dan bij de man. Vrouwen zijn meer vatbaar voor seksueel overdraagbare ziektes waardoor het virus zeer eenvoudig kan overgedragen worden.
Daarnaast zijn er contextuele en omgevingsfactoren die cultureel bepaald zijn. Seksualiteit in Zuid-Afrika gaat dikwijls samen met alcoholgebruik, prostitutie en feestjes. Daarenboven is er een sterke weerstand tegen het Westerse beeld van monogamie en echtelijke trouw.
In de Zuid-Afrikaanse samenleving vertonen mannen een ontstellend gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel Onderzoek[16] toonde aan dat 90 % van de vrouwen zijn echtgenoot informeert over zijn gezondheidsstatus, terwijl slechts 2 op drie mannen zijn partner inlicht. Mannen voelen zich niet verantwoordelijk wanneer zij verschillende partners hebben, zeker als zij voor seks betalen. Meestal geloven mannen dat iedere vrouw vreemd gaat, uitgezonderd hun eigen vrouw.
De mentaliteit is niet beter bij de jongeren: jonge mannen menen dat zij recht op seks hebben, wanneer zij dat willen of wensen. Het staat ook niet om een vrouw klaar te maken en het vervolgens niet af te maken. Toch zijn jongeren meer ontvankelijk en opener om de HIV/Aids problematiek aan te kaarten. Bij oudere mannen is zelfs het woord sex taboe, waardoor de ontkenning van problemen schering en inslag is.
Maar ook bestaande vooroordelen bemoeilijken sterk preventieve activiteiten. Condooms worden gezien als onnatuurlijk die niet alleen seksueel genot verhinderen maar ook de menselijke ontwikkeling in de weg staan. Sperma is nodig om de foetus te doen groeien Condooms worden vaak gezien als een vorm van wantrouwen tegenover de partner en zijn gelinkt aan ziekte en prostitutie. Ziekte en dood worden nog steeds geassocieerd met hekserij en vergiftiging.Naast een gebrek aan communicatie tussen de partners over hun seksuele historiek en de traditionele ideeën over seksualiteit is uiteindelijk ook de wens om kinderen te krijgen een niet te onderschatten element in het preventiebeleid.
Tenslotte iets over de rol van de traditionele geneeskunde. De Sangoma of kruidendokters dit zijn herbalisten, zijn heel belangrijk in de detectie en de behandeling van ziektes en ziektebeelden. De bevolking gaat bij hem te rade om de oorzaak van de ziekte te kennen en de harmonie met hun omgeving te herstellen, daarbij spelen spirituele geesten een belangrijke rol. Veel kruidendokters zien AIDS als een variant van een oude Afrikaanse ziekte waarvoor ze een traditionele oplossing hebben. In hun rol als vertrouwenspersoon die de ziekte kan detecteren en door te verwijzen, is het Zuid-Afrikaanse ministerie van gezondheid overeenkomsten aan het sluiten met Sangomas. De nadruk van o.a. de Zuid-Afrikaanse minister van gezondheid op de hellende effecten van Afrikaanse groenten en kruiden staat een sereen debat en samenwerking met de traditionele geneeskunde in de weg.
1.4. Economische kost van HIV/Aids
De impact van HIV/Aids epidemie is van die aard dat de economische ontwikkeling van Zuid-Afrika ernstig gevaar loopt de komende jaren.
Er zijn wel wat publicaties die pogen de kosten van HIV/Aids te berekenen, het probleem is de juiste combinatie te vinden tussen de directe ( vb ziektekosten) en de indirecte kosten ( vb productiviteitsverlies, vervangings en opleidingskosten).
Er bestaan geen gerelateerde data van ziekenhuizen, verzekeringen en opleidingscentra. Toch wordt de economische kost in de bedrijven geraamd op 745$/per jaar per werknemer.[17]
Macro-economisch blijkt uit onderzoek dat AIDS een negatieve invloed heeft op het sparen, omdat alle spaarcenten in verzorging opgaan. Het organiseren van de rituele begrafenis voor de grote familie kost eveneens fortuinen.
Volgens voorspellingen zou HIV-Aids vooral toe slaan in 2020, dan zou zich een sterftepiek voordoen in de meest productieve leeftijdsgroepen nl. 30-34 jaar en 40-44 jaar.
Op dat ogenblik daalt de productieve bevolking in Zuid-Afrika en is invoer van migranten noodzakelijk om de arbeidsmarkt niet te veel onder spanning te zetten.
Onderstaand schema geeft een goede weergave van de kostenfactoren in Zuid-Afrika, onder invloed van de HIV/Aids epidemie.
Overzicht van de kosten van HIV/Aids voor een werkgever
Verloop van de HIV/Aids besmetting
Economische kost van een individueel geval
Globale economische kosten
1. Werknemer is HIV-besmet
* geen onkosten voor het bedrijf
* geen onkosten voor het bedrijf
2. HIV/Aids proces start
* verhoging van absenteïsme door ziekte
* mindere arbeidsprestaties door ziekte
* Het absenteïsme moet opgevuld worden hetzij door bijkomende aanwervingen hetzij door overuren
* Het gebruik van de medische dienstverlening in het bedrijf neemt toe
* verhoging van de medische kosten
* de werknemers heeft aandacht nodig van de personeelsdienst
* vermindering van de werknemersproductiviteit
* indirecte arbeidskosten nemen toe
* hogere kosten door toenemende medische hulp
* meer medische hulpverlening en personeel noodzakelijk
* de bedrijfsleiding moet meer met HIV-topics begaan zijn
* Een bedrijfsbeleid inzake HIV-aids moet uitgewerkt worden
3. De werknemer verlaat het bedrijf (vrijwillig, medische opname of overlijden)
* uitbetaling overlijdenspremie of levensverzekering
* pensioenvoorzieningen worden opgevraagd
* andere werknemers zijn afwezig door begrafenis
* begrafenisonkosten moeten betaald worden
* bedrijfsleningen van de werknemer worden niet terugbetaald
* collegas zijn ontmoedigd
* Uitbetaling uit de pensioenfondsen en/of verhoging van de werknemersbijdragen
* opleidingsresultaten verminderen
* grote sterfte ondermijnt moraal collegas en werksfeer
4. Aanwerving nieuwe werknemer
* aanwervingsonkost
* job is vacant tot een nieuwe werknemers aangeworven is
* overuren om tot nieuwe werknemer aangeworven is
* meer jobs bij de aanwervingdienst
* hogere lonen door spanningen op de arbeidsmarkt
5. Opleiding nieuwe werknemer
* kosten betaling introductie-opleiding
* kosten opleiding tot ervaring en niveau vroegere werknemer bereikt is
* loonkost tijdens opleiding
* bijkomende opleiding en training staf
6. Nieuwe werknemer
* lagere productiviteit
* andere werknemers helpen nieuwe werknemer
* verlies van ervaring in de werkplaats
* Minder productiviteit door wijzigingen
2. De vakbond
Een belangrijke speler binnen het maatschappelijk gebeuren is de vakbond, naast andere organisaties zoals plaatselijke besturen,kerkgemeenschappen,NGOs en HIV/Aids activisten.De vakbonden hadden een belangrijke rol in het historisch verzet tegen de apartheid en veel vakbondsleiders maakten deel uit van het ANC. De vakbonden speelden tevens een belangrijke rol in de belangenverdediging van de arbeiders. Niet alleen inzake loon en arbeidsvoorwaarden, maar ook breder zoals in verband met de huisvestingsproblematiek. De organisatie had op die manier zijn invloed op de gemeenschap en de plaats waar de arbeiders leefden, toe zij gedurende lange tijd ver van huis werkten.
De grootste vakbond in Zuid-Afrika is de Num. Sinds 1980 is de Num actief in de mijnsector( 180.000 leden) en later in de bouwsector (60.000 leden). De Num is aangesloten bij Cosatu[19] en bij ICEM[20] (International federation of Chemical, Energy, Mine and General Workers Unions). Het hoofdkwartier is in Johannesburg en er zijn 11 regionale afdelingen.
De NUM, National Union of Mineworkers werd in eerste instantie geconfronteerd met de Aids-epidemie in de mijnsector door allerlei vormen van discriminatie waar de werknemers het slachtoffer van werden op de werkplaats: afdanking van leden met HIV/Aids, weigering op opleiding en vorming, het belang dat Aids-status niet meer als reden voor ontslag mocht gehanteerd worden. Dit gaf aanleiding tot het opstellen van eisenbundels voor de sectoren en de bedrijven om Aids als discriminatie tegen te gaan.
In dit eisenbundel stonden de volgende eisen centraal:
Een beleid van testen dat geheimhouding moest waarborgen. Positieve resultaten mochten voor de werkgever niet langer een aanleiding vormen voor discriminatie en ontslag, daaruit vloeide voort dat de betrokkenen niet meer verplicht waren de uitslag van een test aan de werkgever mee te delen.
Ondertussen konden verschillende akkoorden in de mijnsector afgesloten worden. Een kernelement uit die akkoorden was dat de bedrijven een coherent HIV/Aids beleid moesten ontwikkelen in samenspraak met de plaatselijke vakbondsleiders. Dit beleid hield ondermeer in dat bij een HIV/Aids zieke het loon werd doorbetaald gedurende 1 maand, er een premie voor voedsel werd betaald en de doktersrekeningen door het bedrijf betaald werden. In meer en meer akkoorden werden ook Peer-educators (meestal aangeduid en opgeleid door de vakbond) betaald.
2.2 De bouwsector
Oorspronkelijk dacht de Num er gewoon aan de aanpak die zij succesvol in de mijnsector onderhandeld hadden gewoon naar de bouwsector over te plaatsen. Dit was de opdracht die de nationale dienst voor veiligheid en gezondheid ontving. Vrij snel bleek dat de specifieke kenmerken en de lage organisatiegraad in de bouwsector dit vrijwel tot een onmogelijke opdracht maakte.
De bouwsector is een economisch belangrijke sector.De komende drie jaar zal er niet minder dan 370 biljoen Rand door de overheid geïnvesteerd worden, onder meer naar aanleiding van het wereldkampioenschap voetbal in 2010. Maar ook in sociale huisvesting en andere sociale programmas.[21]
In de bouw stellen 35.000 werkgevers 350.000 werknemers te werk, vooral in kleine bedrijven ( 95% van de sector bestaat uit micro-ondernemingen)[22]
De bouw heeft drie subsectoren: openbare werken, bouw en materialen. Overheersend zijn de flexibele contracten. Arbeiders beschikken slechts over een arbeidscontract voor de duur van een werf. Onderaanneming en eindeloze filières van uitbesteding maken van de werven een weinig transparant en moeilijk controleerbaar netwerk. Informele arbeid en zwartwerk vervolledigen het plaatje. In deze sector is de werkzekerheid en de sociale bescherming bijna onbestaande.
De bouwsector is na de mijn-en de transportsector de sector met het HIV/Aids record. In de sector waren enkele schuchtere aanzetten om een HIV/Aids beleid op de sporen te zetten. In 2005 ontwikkelde de Internationale Organisatie voor migratie richtlijnen voor de bouw. [23]
De Construction Industry Development Board (CIDB)[24] ontwikkelde een richtlijn waardoor de aannemers van openbare werken verplicht worden contractueel aan te geven welke bedragen zij tijdens de werken zullen besteden aan een preventiebeleid inzake HIV/Aids.
Binnen het vakbondsbeleid[25] was het uitgangspunt was de ABC-boodschap: ( Abstinency- Be Faithfull and Condomise), aangevuld met de principes van familiehereniging waardoor het beleid van single hostels wordt afgebouwd, gekoppeld aan een beleid van Peer-educators
In het sectorale eisenbundel werden eveneens eisen opgenomen die gericht zijn op de verzorging en behandeling van HIV/Aids zieken met mogelijkheden voor vervroegd pensioen en regelingen rond ziekteverlof .
Dit beleid wordt positief ondersteund door een beleid van de vakbondsleiding om de leden op te roepen om hun gedrag te veranderen. Op het laatste NUM-congres riep Senzeni Zokwana, vakbondsvoorzitter op om condooms als preventief gebruik aan te wenden. Meteen kopten de. kranten dat de NUM de Paus publiekelijk aanviel
2.3 De werkgevers
De werkgevers zitten qua preventiepolitiek niet volledig op dezelfde lijn. Bij de evaluatiemissie bezochten wij Coega[26], die een overeenkomst afsloot met de Num inzake HIV/Aids.[27]
Bij de uitbouw van een nieuwe haven en annex industrieterrein werden niet minder dan 22000 arbeiders tewerkgesteld. De bedrijfsleiding vond het noodzakelijk een HIV/Aids beleid uit te werken in samenwerking met de vakbond. Op het tijdstip van ons bezoek waren de werken reeds ver gevorderd en waren nog slechts 2500 arbeiders in de bouw tewerkgesteld.
Bij het gesprek met de HRM-verantwoordelijke merkten wij zeer snel op dat er een fundamenteel verschil was tussen de vakbondsvisie en de werkgeversvisie inzake de preventieaanpak. De vakbondsvisie was globaler en gericht op preventie voor alle werknemers, de werkgeversvisie was gericht op de bescherming en de preventie van de hogere kaderleden en de directie. Hiv/Aidspreventie was in de eerste plaats zelfbescherming !
De keuze van de werkgever was dan ook het uitbesteden van de preventieopdracht aan een gespecialiseerde service-provider. De service provider had vooral communicatieproblemen met de arbeiders ondermeer inzake taalgebruik en benadering. Het alternatief: de aanwerving van een peer educator, opgeleid door de NUM, werd niet ernstig genomen. De peer-educator die in Coega tewerkgesteld was bleek niet in het budget van de HRM-dienst te passen en werd als onbekwaam gekwalificeerd.
Dit voorbeeld toont aan dat het in de praktijk niet voldoende is akkoorden af te sluiten, peer-educators te vormen en op te leiden. Fundamenteel moet er een grondige discussie zijn over de preventiestrategie en de rol van de peer- educators met de werkgevers.
.
3. Peer-educators
3.1 Omschrijving
Het gebruik van Peer-educators in de strijd en de preventie van HIV/Aids blijkt zeer effectief.
Deze vorm van getuigenissen door gelijken vindt ook zijn toepassing in drug-preventie en alcoholpreventie.
Peer-educators worden omschreven als het opleiden van een bepaalde groep om verandering te bereiken binnen de leden van eenzelfde groep Het bestaat uit twee begrippen: het zijn peers: gelijken, leden van dezelfde gemeenschap en dezelfde samenleving, dezelfde sociale stratificatie en ze hebben dezelfde status.En het zijn eveneens educators: zij moeten een vormende, opleidende waarde genereren in hun gemeenschap
Het uitgangspunt om Peer-educators in te zetten vertrekt vanuit een aantal vaststellingen: heel wat van de algemene boodschappen omtrent HIV/Aids missen omwille van culturele omgevingsfactoren hun doel. Hoe kan men dan een boodschap overbrengen zonder te vervallen in analyses en termen die de doelgroep zo fatalistisch maken dat de werknemers de tegenovergestelde richting uitgaan en een gedrag vertonen waarbij ze onnadenkend het risico opzoeken ?
De aanpak met de peer-educators vertrekt van de sociaal-learning theory waarbij men vertrekt van de vooronderstelling dat voorbeeld-gedrag door gelijken gekopieerd wordt en dat gedragsverandering bevorderd wordt door het gebruik van de belevingswereld van de doelgroep.[28]
Er gebeurde tot op heden weinig wetenschappelijk onderzoek over de verschillende methodes om HIV/Aids preventief aan te pakken.
Toch wees een vergelijking tussen een groep die condoomgebruik aangeprezen werd met of zonder peer-educators uit dat het effectief condoomgebruik met 38 % toenam door het inzetten van peer-educators.15
De Peer-educators krijgen een opleiding en moeten daaarna op het terrein ( de werkplaats, de gemeenschap) met hun werkmakkers discussiëren over de HIV/Aidsproblematiek.
3.2 Inzetbaarheid
De inzet van peer-educators is afhankelijk van het milieu waarin zij actief zijn.
Hun efficiëntie wordt in grote mate beperkt door de algemene houding van de politieke leiders en hun benadering van de HIV-Aidsproblematiek.
De houding van Vice-president Zuma[29] en talrijke regeringsleden brengt grote schade toe evenals het ontbreken van een coherent beleid vanuit de overheid.
Weliswaar is de verspreiding en de aanwezigheid van condooms binnen de Zuid-Afrikaanse samenleving enorm toegenomen, in de communitys is er nog steeds geen algemene beschikbaarheid van gratis condooms.
Positief is de richtlijn van het Ministerie van Arbeid dat in een technische nota[30] de norm van 1 peer-educator per 50 werknemers voor stelt.
In dit kader is een consequente houding van de Num-leiders uiterst belangrijk. Het feit dat de peer-educators volledig kaderen in de Congresresoluties[31] van de Num en over structurele ondersteuning beschikken vanuit de Num-structuren is een positief gegeven binnen de Zuid-Afrikaanse context.[32] De Peer-educators moeten binnen de vakbondsstructuur participatief bij het beleid betrokken worden. Daartoe werd een National Comité van Peer-educators opgericht dat voorstellen voor de Nationale leiding uitwerkt.
Binnen de Num moet er de komende periode werk gemaakt worden van een data-base voor peer-educators en een integratie in de afdelingsbesturen van de regios.
De samenwerking met andere diensten kunnen de mogelijkheden van de peer-educators verruimen zodat zij kunnen een antwoord geven op de vele vragen in verband met testen, algemene gezondheidsproblemen, het kaderen binnen bedrijfs en sectorale akkoorden.
Tenslotte zouden de peer-educators over een statuut moeten beschikken waardoor hun inzetbaarheid vergroot ( faciliteiten, de nodige tijd voor hun functie, onkostenvergoeding) . Omwille van imagovorming en stigmatisering worden zij beter niet aids-consultanten maar gezondheidswerkers genoemd.[33]
3.3 Inhoud en keuze service-providers
Niettegenstaande de Num over een eigen vormingsdienst beschikt werd toch gekozen om deze specifieke opleiding uit te besteden.
De dienst veiligheid en gezondheid van de Num koos een service providers waarmee ze in het verleden reeds goede contacten en afspraken hadden Phelontle Medical Services. En Pan Africa Health Supplies. Hun criterium was inhoudelijke medische kennis en bekendheid met de vakbondsstructuren.
Ideaaltypisch vertekt de opleiding van de peer-educators vertrekt vanuit de principes van de social-learningtheory.( P Freire, O. Negt e.a)[34]. De basis van dit leerproces is dat voorbeeldgedrag zal gekopieerd worden en dat leren bereikt wordt vanuit de ervaring van de lerende.Men vertrekt voor de leerervaring dat de lerende wel degelijk ideeën over de aan te leren stof heeft en dat deze ideeën het beste uitgangspunt vormen voor het leerproces. Bij Freire en bij Negt wil het leerproces niet alleen aanleren, maar ook bevrijden.[35]
De aanpak van een cursus moet multidisciplinair zijn en een evenwicht zoeken tussen identificatie met de problematiek, biomedische inhoud en informatieve gezondheidsleer.
Het thema seksualiteit is immers geen rationeel en individueel gegeven, maar een onderhandeld gedrag tussen partners
Individuen moeten verantwoordelijk gemaakt worden voor hun eigen gezondheid met een kritische reflectie op het eigen gedrag.
De community( gemeenschap) moet versterkt worden om het gezondheidsgedrag te wijzigen en gewijzigd gedrag te ondersteunen.
Voor de opleiding worden 2 vormingscycli van 5 dagen voorzien. De basisopleiding wordt ook regionaal georganiseerd. De gespecialiseerde opleiding gaat door in het Num-vormingscentrum in Johannesburg evenals de vergaderingen voor het Nationale stuurgroep .
De basisopleiding bestaat uit
- kennismaking en houding t.ov. HIV/Aids
- Hiv/Aids:oorzaken en verloop van de besmetting
- Soas en TBC, testen en ARVs
- Soorten testen, symptomen HIV/Aids
- Risicofactoren/ elementen van een HIV/Aids-beleid
De voortgezette opleiding bestaat uit
- Wetenschappelijke en medische concepten over HIV/Aids
- Bedrijfsprogrammas
- Voorbeelden van preventie beleid in de bedrijven
- Leiderschap en conflictbeheersing
- Oefeningen
Uit de evaluatie van deze programmas bleek de inhoud onvoldoende aangepast aan de beoogde doelgroep.De benadering bleef al te veel hangen in de medische en wetenschappelijke items en was onvoldoende gericht op gedragaspecten. Daarnaast was de opleiding te kort om deze inhoud op een participatieve manier te laten verwerken. De inhoud was eveneens onvoldoende afgestemd op de ondersteuning en het materiaal (brochures, pamfletten) die daar voor ontwikkeld waren.
3.4 De selectie van de peer-educators
Het kiezen van peer-educators voor de opleiding is een belangrijke opgave om de investering optimaal te laten renderen en het spontaan afhaken van deelnemers tijdens de cursus maximaal te beperken.
Uitgangspunt van de selectie is de vraag wie in het sociaal netwerk van de arbeiders het beste uit een groep een peer-educator rol kan vervullen. Een peer-educator moet de volgende eigenschappen en identeitskenmerken vertonen.
Hij moet gegevens vertrouwelijk hunnen behandelen en het beroepsgeheim in de praktijk kunnen toepassen.
Hij moet technisch bekwaam zijn en de medische begrippen omtrent gezondheidsleer kunnen verwerven op relatief korte termijn. In de NUM is dit uiterst belangrijk. Bij de vakbondsleiding is immers historisch een scholingsachterstand gegroeid bij het middenkader. In de praktijk is het dit middenkader dat peer-educators selecteert en motiveert, in samenwerking met de nationale dienst veiligheid en gezond. Sinds het laatste Num-congres wordt ook de opleidingsdienst van de vakbond en het nationaal vrouwencomité bij deze selectie betrokken.
Peer-educators moeten communicatievaardig zijn en over een goede dosis empathie beschikken.
In de praktijk worden de peer-educators geselecteerd door de regionale vakbondsverantwoordelijken. Een probleem is dat er bij het vakbondsmiddenkader een grote historische achterstand gegroeid is in managementscapaciteiten. De selectie van de peer-educators is een pijnpunt, dat op korte termijn moeilijk kan opgelost worden. De projectcoördinator poogt hieraan te verhelpen door advies te geven bij de implementatie van dit project in de regios.
Besluit
Als er ergens een conclusie uit mijn beperkte evaluatie-ervaring kan genomen worden, dan hoort die hier aan het einde van de tekst thuis.
Het HIV/Aids-project tussen de Num en de Algemene Centrale ABVV is een moeilijk project. Maar tegenover het beperkt budget ( 50.000 euro/per jaar) staan hoopgevende resultaten voor de preventie inzake HIV/Aids in de bedrijven van de bouwsector in Zuid-Afrika. Een dergelijk verhaal is niet zwart/wit, geen onwerelds succesverhaal.
Op basis van participatieve projecten groeit een volwassen partnerschap tussen twee vakbonden in het Noorden en het Zuiden. Elke vakbond met zijn eigen historiek, zijn eigen mogelijkheden en zijn eigen ideologische aanpak.
Wij leren van elkaar. Onze leerervaring is dat de plattere , minder hiërarchische vakbondsstructuren allianties in het middenveld bevorderen en een vakbond versterken.
Daardoor worden nieuwe themas met traditionele vakbondsmethodes aangepakt. Vakbonden vertalen problemen in eisen,strategieën en collectieve overeenkomsten.
Omdat we deze gemeenschappelijk strategie hebben, wordt communicatie eenvoudiger. We analyseren de problemen met eenzelfde stramien.Dit neemt niet weg dat de context waarbinnen men zich organiseert grondig verschilt in het Noorden en het Zuiden.
Tenslotte leert deze ervaring ook dat binnen een solidariteitsproject verschillende niveaus van vragen en ondersteuning mogelijk zijn. Van een logistieke en administratieve benadering is de toekomst meer gebaseerd op een globale politieke relatie, waarbij de vraag duidelijk verandert naar inhoudelijke en strategische monitoring.
Bijlage 1
Aanbevelingen en diagram evaluatie met het National HIV/Aids CommitteeOf the Num
Bijlage 2
Beknopte bibliografie
Department of Labour, 2003. Hiv/AIDS Technical Assistance Guidelines. Department of Labour, Pretoria
Dickinson, D,2006. Workplace HIV/AIDS Peer Educators in South African Companies. Wits Business School , Johannesburg.
International Labour Organisation ( ILO).2001. An ILO Code of Practice on HIV/Aids and the World of Work. Geneva.
Horizons/ Population Council. ND. Peer Education and HIV/AIDS: Past Experience, Future Directions. www.popcouncil.org/horizons
National Union of Mineworkers. 2006. Report to the Third National Women Structure Conference . Johannesburg
Centre for AIDS Development, Research and Evaluation. ND. Ideology and HIV/Aids Communication: Experiences from South Africa.www.cadre.org.za
National Union of Mineworkers. ND. NUM HIV/AIDS Policy. NUM. Johannesburg
National Union of Mineworkers. ND. NUM HIV/AIDS Pandemic: The biggest challenge facing the mining industry. NUM. Johannesburg
National Union of Mineworkers. ND. National Union of Mineworkers HIV/AIDS Training Manual for Peer Educators ( first edition). NUM. Johannesburg
National Union of Mineworkers. ND. National Union of Mineworkers HIV/AIDS Training Manual for Peer Educators ( second edition). NUM. Johannesburg
COSATU. 2002. My comrade with HIV and AIDS is still my comrade: A workers handbook on HIV and AIDS. COSATU Johannesburg
Human Sciences Research Council ( HSRC). 2005. South African National HIV Prevalence, HIV Incidence, Behaviour and Communication Survey,2005. Cape Town. HSRC.
National Union of Mineworkers. 2004. Secretariat Report, Special Congress 2004. Johannesburg.
Mc Cutcheon. R.2003. An Overview of the South African Construction Sector in 2003. NALEDI/NUM. Johannesburg.
Marias. H.2005. Buckling: The impact of AIDS in South Africa 2005. University of Pretoria.
Pan Africa Health Supplies ND. The Workplace Management of HIV and AIDS. Pan Africa Health Supplies.
International Organization for Migration.2005. Developing Regional Guidelines on HIV and AIDS for the Construction Sector in the SADC Region. 14-15 March 2005. Partnership on HIV/AIDS and Mobile Populations in Southern Africa ( PHAMSA)
[6] Zuid-Afrika staat op de CAD-lijst bij de landen met gemiddeld inkomen, laagste niveau. Volgens de heer Avontroodt wijst de ervaring uit dat deze landen de grootste kans op succesvolle projecten bieden.
[8] Marias, H The impact of Aids in South Africa 2005. Universty of Pretoria Buckling
[9] De SAP ( structurele aanpassingsprogrammas) en de PRSP ( poverty reduction strategy paper) kwamen uitgebreid aan bod in de economische modules van de algemene informatiecyclus van het BTC
[10] Dit beleid werd ontworpen door de Minister van financiën, Trevor Manuel in 1996. Het beoogde een jaarlijkse BNP-groei van 6%, met 400.000 nieuwe jobs door buitenlandse investeringen.
[11] MMSDA Research HIV/AIDS, The Mining and Minerals sector and sustainable development in Southern Africa, Southern Africa
[13] In tegenstelling tot het BNP houdt de Gini coëfficiënt rekening met alle inkomens en geeft een betere indicatie voor ongelijkheid cfr An Amsoms- Inleiding in de ontwikkelingseconomie.
[23] International Organisation for Migration, 2005. Developing Regional Guidelines on HIV and Aids for Construction sector in the SADC Region. 14-15 March 2005. Partnership on HIV/AIDS and Mobile Populations in Southern Africa ( PHAMSA)
[27] Coega Developpment Corporation: Partnership Agreement between The Coega Development Corporation(CDC) and the National Union of Mineworkers (NUM).12 November 2004
[28] Campbell C,C Mac Phoil and Meridume Z ( 2001) Peer education and Community Mobilisation for HIV Prevention: Lessons from Carletonville, Soth-Africa, Unpublished report to the UK Department for International Development
[32] MMSD, Hiv/AIDS, The mining and minerals sector and Sustainable development in Southern Africa, Dr R.Elis and Dr I Taylor, report for Unaids
[33]Peer education and Hiv/Aids: Past Experience, Future Directions, Path, International Hiv/AIDS Alliance, Tulane University and the University of Alabama-Birmingham