|
6. Zuiverheid van lichaam
Houd Uw lichaam rein, want het is bedoeld als tempel van de
Heilige Geest. Inderdaad, Uw lichaam is het vervoermiddel voor Uw eigenlijke
wezen: Uw ziel. De mens gaat naar het Eeuwig Leven met zijn ziel, niet met zijn
lichaam. Het lichaam is in wezen niets anders dan vergankelijk stof, een aantal
cellen die in een welbepaalde orde samengebouwd zijn en waarvan het geheel van
mens tot mens verschillende kenmerken en eigenschappen bezit. Verontreiniging
van het lichaam zijn alle activiteiten, handelingen en toestanden waardoor de
mens zijn lichaam gebruikt voor andere doeleinden dan deze welke door God
bedoeld zijn, of op een wijze die in zich een afwijking van Gods Wet bevatten.
Hiertoe behoort elke vorm van onkuisheid, prostitutie, uitingen van seksuele
perversiteit, en zelfs de verontreiniging van het lichaam van een medemens,
zoals bij verkrachting.
Het is niet steeds gemakkelijk, hier een grens te trekken
tussen wat geoorloofd is en wat als onzuiverheid van het lichaam aangemerkt
moet worden. Van belang is, te kijken naar de uiteindelijke bedoeling van de
handeling, en af te wegen of deze bedoeling in overeenstemming is met Gods Wet
en of zij Uw ziel van God kan verwijderen. Een belangrijke bedenking is deze:
elke handeling die de stoffelijke menselijke behoeften voedsel geeft, verzwakt
de ziel ten opzichte van het lichaam. Seksualiteit is één van de machtigste
aandriften in het lichaam, en wanneer deze veelvuldig gevoed wordt, gaat zij
gemakkelijk een leven op zich leiden. Evenals eten, kan seksualiteit tot een
ware verslaving worden. Dat is onder andere het geval in bepaalde vormen van
psychopathie.
Psychopathieën zijn types van gedrags- en geestesstoornissen
die zich hierdoor kenmerken dat zij in golven optreden: op het ene ogenblik is
men volkomen normaal, en het volgend ogenblik valt men ten prooi aan een
onbedwingbare aandrift om iets te doen dat als 'abnormaal' of ziekelijk
beschouwd kan worden. Dat komt bijvoorbeeld voor bij bepaalde lustmoordenaars.
Ik geef dit voorbeeld omdat het aantoont dat lichamelijke onzuiverheid een
eigen leven kan leiden. In dit voorbeeld is het namelijk zo dat een schijnbaar
normaal mens in golven gegrepen wordt door een onbedwingbare en
oncontroleerbare seksuele aandrift die hem als het ware in een hevige
geestelijke koorts brengt en hem dan aanzet tot verkrachting of een
gelijkaardige daad. In dergelijke fasen is de geest zodanig verbijsterd dat elk
zondebesef tijdelijk uitgeschakeld wordt. In wezen toont dit aan hoe het
mogelijk is dat onzuiverheid de ziel helemaal te gronde richt, en hoe belangrijk
het dan ook is om een uiterste zuiverheid te betrachten op elk niveau van Uw
wezen.
In deze gesteldheden wordt de ziel zodanig naar het aardse
getrokken dat zij niet meer in staat is, zich te verheffen tot het begrijpen
van de dingen van God. Op zichzelf trekt dit dus de ziel reeds van God weg en
kan God deze gesteldheid beoordelen als een gebrek aan Liefde voor Hem. Wanneer
bovendien de seksuele handelingen elementen van werkelijke onzuiverheid in zich
dragen, verleiden zij over het algemeen heel gemakkelijk tot een bredere waaier
van ondeugden en wordt het evenwicht in de ziel zodanig verstoord dat zij niet
meer in staat is tot vergeestelijking, met andere woorden dat zij in het
stoffelijke wegzinkt zoals in drijfzand. Wanneer de seksuele behoefte niet
onder controle gehouden wordt, vermindert zij spoedig de levenskracht van de
ziel. Eén van de componenten van ongecontroleerde seksualiteit is deze, dat de
mens het lichaam waarop zijn behoeften gericht zijn, als een afgod begint te
beschouwen. Wanneer U dit voor ogen houdt, begrijpt U wellicht nog beter waarom
het een drogredenering is wanneer iemand meent dat seksualiteit in Gods ogen
nooit verkeerd kan zijn want dat hiermee 'toch geen kwaad wordt aangericht'.
Wellicht het krachtigste wapen tegen de bedreiging van
onzuiverheid in het lichaam is de totale en onvoorwaardelijke toewijding aan
Maria, de Onbevlekte Ontvangenis en model voor de opperste zuiverheid in ziel
en lichaam. Wanneer U zich totaal aan Maria toewijdt, geeft U Haar ook Uw
lichaam, zodat het Haar eigendom wordt. Indien U deze toewijding beschouwt als
een heilig verbond, zult U niet toelaten dat de eigendom van Uw Meesteres
verontreinigd zou worden, allerminst door Uw eigen toedoen. In uiterste
consequentie kunt U Uw totale toewijding leren beschouwen als een spiritueel
huwelijk met Maria, waarbij U Uw lichaam ziet als iets wat alleen door Uw
'Bruid' aangeraakt mag worden. Wees niet bevreesd dat dit beeld God (of Maria)
zou mishagen of verontwaardigen, wel integendeel: Zij zullen U de genade
schenken om Uw Meesteres in alle domeinen trouw te blijven. Hetzelfde werkt ook
naar anderen toe: U moet absolute kuisheid betrachten in de benadering van het
ander geslacht, en kunt Uzelf daarbij eveneens voor ogen houden dat U een
spiritueel huwelijk hebt met Maria (of, voor de dames, met Jezus), met
bijhorende gelofte van trouw. Dit zijn kleine hulpmiddelen met grote gevolgen
voor Uw ziel.
7. Zuiverheid van verlangens en bestrevingen
De mens is niet op de wereld om zijn eigen doelstellingen na
te streven, doch louter en alleen om na te streven wat God welgevallig
en dienbaar is. Ieder van ons is bedoeld als een schakel in een groot
raderwerk. De meeste mensen streven uitsluitend hun eigen belangen na, wat
steeds belangen zijn die verband houden met hun aardse leven op zich. Dit leven
is echter geen doel op zich, het is slechts een middel tot verwezenlijking van
de enige ware doelstelling: het Eeuwig Leven. Daarom kan al Uw handelen,
denken, spreken, verlangen en nastreven ook niet anders dan op dat ene ware
doel afgestemd worden.
Een voorbeeld: laten wij aannemen dat U van beroep
meubelfabrikant bent. U bent geboren (door God op deze wereld geplaatst) met
als doel, NIET dat U meubelen zou maken, DOCH dat U door een deugdzaam
leven Gods Plan zou helpen verwezenlijken (dus: de schuldenlast van de mensheid
van alle tijden jegens Gods Gerechtigheid zou helpen aflossen) en daardoor ook
voor Uzelf het Eeuwig Leven zou verwerven. Het maken van meubelen is slechts
een MIDDEL om Uw leven op het stoffelijk niveau te kunnen realiseren. Indien U
nu zodanig verblind wordt dat U meent dat Uw stoffelijk leven een DOEL op zich
is, dan zult U al Uw doen en laten afstemmen op het maken van meubelen en het
daarmee gepaard gaande geldbejag. Indien U daarentegen Uw beroep slechts
beschouwt als een MIDDEL voor bevrediging van Uw stoffelijke behoeften, zult U
weliswaar Uw best doen om een goede, degelijke en eerlijke fabrikant te zijn,
met hart voor de noden van zijn klanten, maar Uw eerste belangstelling zal
liggen in wat na dit leven komt. Dat is zuiverheid van verlangens en
bestrevingen: zorgen dat Uw wensen en datgene wat U nastreeft, in de lijn ligt
van Gods eigen belangen, en dat zij van aard zijn om datgene te bereiken dat
God U als opdracht voor Uw leven heeft meegegeven, dus Uw roeping.
Onzuiverheid van verlangens en bestrevingen kan hierin tot
uiting komen, dat U kwaadwilligheid koestert tegenover Uw medemens om tot
iedere prijs Uw eigen doelstellingen te verwezenlijken, zelfs ten koste van die
medemens. Ook het materialisme in al zijn ontelbare uitingen kan als
onzuiverheid van verlangens en bestrevingen aangemerkt worden. Ontelbaar zijn
diegenen die hun leven letterlijk vergooien met het nahollen van ijdele
doelstellingen die hun ziel geen enkele bloem opleveren, wel integendeel. Zij
hebben een bepaalde roeping (zoals ieder mens), doch negeren de roepstem van
hun geweten of doen er niets mee. Wat hun ziel betreft, handelen zij zoals de
man in het Evangelie die zijn talenten in de grond begraaft: zij renderen niet,
en doordat zij in de grond begraven liggen, worden zij bovendien zelfs door de
wereld aangetast, want dit is mij ooit geopenbaard als een bijkomende betekenis
voor dit beeld. Op het ogenblik van hun oordeel na dit aardse leven zal God tot
hen zeggen dat hun leven nutteloos is geweest, want de talenten die zij voor
hun ziel hadden meegekregen, zullen gedurende hun hele leven niet in aantal
toegenomen zijn doordat zij de verkeerde doelstellingen hebben nagejaagd.
8. Blijmoedigheid
Blijmoedigheid is het vermogen om in alle omstandigheden,
hoe moeilijk zij soms ook mogen zijn, blij van hart te blijven. Dat betekent
niet dat U bij tegenslag of tegenkanting of beproeving geacht wordt, te jubelen
of te zingen, maar wel dat U goed gezind en met innerlijke vrede alles tegemoet
treedt. Blijmoedigheid is een kenmerk dat opvalt in vele heiligenlevens. Hoe
komt dat? Omdat de ziel die waarlijk door Gods Geest geleid en geïnspireerd
wordt, in de diepte heel goed aanvoelt dat God alles in handen heeft, en dat
ook het eerder onaangename zijn goede kanten heeft op het gebied dat waarlijk
van tel is: de ziel en haar ware, eeuwige behoeften. Ik herinner U aan de
woorden uit het Evangelie volgens Johannes: "Zoals de Vader Mij heeft
liefgehad, zo heb Ik u liefgehad. Blijf in Mijn Liefde. Dit zeg Ik u opdat Mijn
vreugde in u moge zijn, en uw vreugde volkomen moge worden". In deze
gezegende woorden van Jezus kunnen wij de onderliggende aanwijzing terugvinden
dat de blijmoedigheid (vreugde) slechts volkomen kan worden wanneer de ziel in
Gods Liefde leeft, anders gezegd: ware blijmoedigheid, ware vreugde, is de ware
Vrede van Christus, die pas ervaren kan worden in de mate waarin de ziel in
vereniging leeft met Jezus, en dus met de Vader, die alles bezielt.
De blijmoedige mens weet intuïtief dat lijden en
beproevingen zijn ziel voorspoed brengt, en dat alles wat hem in dit leven
tegenwind bezorgt, slechts vergankelijk is. Hij weet dat alles wat gebeurt,
door Gods Voorzienigheid in het leven wordt geroepen omdat dit voor hem en/of
voor zijn medemens noodzakelijk is. Wordt U belasterd of ondervindt U
tegenkanting van mensen? Prijs dan God, want dat betekent dat Hij U waardig
heeft bevonden om te lijden in de naam van, en voor, Jezus Christus. Elke
beproeving, elke wereldse doorn is een roos voor Uw ziel.
Een beproefd middel om de lasten van het leven beter te
verteren, bestaat hierin dat U zich bij elke tegenstand, hoe gering ook,
voorstelt hoe in de tuin van Uw Hemels verblijf (waar U na dit leven voor
eeuwig zult zijn) een bloem wordt geplant. U weet zelf hoeveel tegenstand een
gemiddelde dag in dit leven kan bieden. Bedenk dan hoeveel bloemen U zo,
bijvoorbeeld, in een maand tijd verzamelt. Weet bovendien dat dit niet zomaar
een fantasiebeeld is, doch bovennatuurlijke werkelijkheid: elk lijden is een
bloem voor Uw ziel, MITS U het draagt in de juiste gesteldheid, namelijk in
blijmoedigheid, aanvaarding, overgave en Liefde. Deze gesteldheid is de kortste
weg naar een grote rust en vrede in Uw hart. Zij wapent U overigens tegen alle
overstroming door wereldse invloeden, want zij zal U ervan weerhouden, te veel
belang te hechten aan al het wereldse, alle negatieve herinneringen uit Uw
eigen verleden, alle commentaren van mensen, alle onaangename gebeurtenissen en
omstandigheden. Bedenk dat dit alles slechts invloeden van mensen zijn,
en dus volkomen onbelangrijk, want zij kunnen wel het MIDDEL (de invulling van
Uw leven hier op aarde) beïnvloeden, maar hebben geen enkele macht over het
DOEL (Uw Eeuwig Leven) als U dat niet wil.
Een gebrek aan blijmoedigheid wijst in Gods ogen steeds op
een gebrek aan vertrouwen in Zijn werking en Zijn Liefde. Wie slecht gezind is,
of zwaarmoedig, of in het algemeen onvrede in zijn hart koestert of laat
bestaan, geeft daarmee in feite te kennen dat hij niet gelooft dat God alles
laat gebeuren voor zijn Eeuwig Welzijn. Trouwens, ten eerste is dit leven
slechts een middel, ten tweede is het in vergelijking met de eeuwigheid slechts
heel kort, en ten derde zegt niets dat de onaangename toestand van vandaag niet
morgen plots ten einde zal lopen.
In dit opzicht is gebrek aan blijmoedigheid tevens een zonde
tegen de hoofddeugd van de hoop. Gebrek aan blijmoedigheid is een ondeugd omdat
het verlies van blijmoedigheid betekent dat men toegeeft aan de wereld, en dus
aan de krachten van het kwaad: men verliest zijn blijmoedigheid door wat mensen
zeggen of doen, of anders door een bepaalde situatie of gebeurtenis die men als
onaangenaam ervaart. Men moet er steeds van doordrongen blijven dat God voor
Zijn kinderen zorgt. Gebrek aan blijmoedigheid is in zeker opzicht ook gebrek
aan dankbaarheid voor alles wat de Voorzienigheid voor U doet, want, zoals
gezegd, ook het schijnbaar negatieve verbergt vaak een grote zegen. In De
Hemelse Bruiloft schreef ik reeds dat een mens die niet in blijmoedigheid
leeft, tot moordenaar van zijn eigen ziel wordt doordat hij daarmee een rook
rond zijn ziel legt, die hem verstikt.
Gebrek aan blijmoedigheid komt onder meer voor bij de mens
die als een zeurkous, een 'zuurpruim', of zelfs als een lastpost door het leven
gaat. Deze mens haalt ook zijn medemens uit de blijmoedigheid die deze laatste
zich door vertrouwen en liefde heeft verworven. Hij fungeert vaak als een soort
rem op sociale betrekkingen en berooft zijn medemens van een deel van diens
levensvreugde, waardoor deze op zijn beurt in bepaalde gevallen minder vlot
wordt in zijn betrekkingen met God en minder zonnig naar zijn medemensen toe.
Door een regelmatig terugkerend slecht humeur kunt U Uw medemensen erg
ontmoedigen. De zonde hiervan schuilt voornamelijk in het feit dat U hen
daardoor afremt in het vervullen van de opdracht die God hen heeft gegeven.
De blijmoedige mens schept reeds louter door zijn
aanwezigheid of zijn verschijning bij anderen een goede sfeer waarin zijn
medemensen zich op hun gemak voelen, omdat zij in hem de Aanwezigheid van God
Zelf voelen. Bedenk steeds het volgende: blijmoedigheid is een constante
verheerlijking aan God. Door blij en opgeruimd door het leven te gaan, betuigt
U God Uw instemming met Zijn beschikkingen voor U, en straalt U Gods Liefde als
een zon over Uw omgeving uit, zodat U Uw medemensen laat delen in Gods
Aanwezigheid in Uw hart en Zijn werking door U heen.
k wil U het volgend beeld meegeven: wanneer de zon hoog aan
de hemel staat te stralen, verlicht en verwarmt zij vaak heel grote gedeelten
van het aardoppervlak. Stelt U zich nu even de volgende gelijkenis voor: de zon
is de Liefde in Uw hart, de stralen zijn de uitingen van Uw blijmoedigheid, en
de hoogte van de zon is de mate waarin Uw ziel zich geheiligd heeft. Trek uit
dit beeld Uw conclusies: Hoe heiliger Uw ziel wordt, des te hoger klimt Uw
vermogen tot liefhebben, en des te meer zielen zult U raken met Uw Liefde, die
naar hen toe zal gaan via Uw blijmoedigheid. Het zijn Uw heiligheid en Uw
Liefde die Uw medemens zullen verlichten, en het zijn de stralen van Uw
blijmoedigheid die hun zullen raken met gevoelens van behaaglijke warmte. Zoals
de eerste zonnestralen na een regenbui de gevoelens van kilte vlug kunnen laten
verdwijnen, zo zal de blijmoedige mens een streling zijn voor het hart van zijn
lijdende medemens en hem het gevoel geven dat zijn kruis lichter wordt.
9. Zachtmoedigheid
Zachtmoedigheid is het vermogen om de Liefde die in het hart
leeft, daadwerkelijk zodanig naar Uw omgeving uit te stralen dat zij voor Uw
medemens voelbaar wordt. In deze zin heeft de zachtmoedigheid veel gemeen met
de blijmoedigheid. Het belangrijkste verschil tussen beide zit wellicht in de
intensiteit waarmee Uw Liefde bij Uw medemens overkomt. Blijmoedigheid kan bij
een negatief ingesteld persoon soms ergernis opwekken omdat hij deze als
opdringerig ervaart. Bij zachtmoedigheid is dit vrijwel nooit het geval, omdat
haar wezen precies hieruit bestaat dat zij de Liefde nog meer rechtstreeks en
op een tedere wijze over de ziel van Uw medemens vleit, zoals een balsem die
heel zachtjes ingewreven wordt. Uw medemens voelt dan in de zachtheid van Uw
optreden, Uw gedrag en Uw woorden, zelfs in de toon van Uw stem, dat Uw hart
door de Ware Liefde bezield is.
Een zachtmoedig mens is als een balsem voor het hart van
zijn medemens. Hij is als een spiegelbeeld van Maria en Jezus. Zachtmoedigheid
is in wezen een opmerkelijke combinatie van tedere Liefde en geduld. Zo komt
het bij ieder van ons wel eens voor dat hij zijn geduld verliest en tegen zijn
medemens opstuift. Dat komt dan doorgaans als een voorbijgaande uiting van
ongeduld nadat een als onaangenaam aangevoelde situatie reeds een tijd heeft
geduurd of plots heel intens is geworden. Bijvoorbeeld: een moeder die haar
geduld verliest nadat haar kind zich onhandelbaar heeft gedragen. Gebrek aan
zachtmoedigheid kan een gesteldheid zijn die slechts uitzonderlijk bij U
voorkomt. In dat geval komt zij tot uiting wanneer even 'de stoppen doorslaan'
doordat een samenloop van omstandigheden U onder hoogspanning heeft geplaatst.
Wanneer U bijvoorbeeld te maken krijgt met een opeenvolging
van situaties die veel van U hebben gevergd, en plots begint iemand met U ruzie
te maken of geeft U een nors antwoord zonder dat daar enige reden toe bestaat,
terwijl U op grond van alle negativiteit en eventuele vermoeidheid net behoefte
hebt aan veel begrip, opvang en tedere Liefde, is het mogelijk dat U daarop met
stemverheffing overreageert. Dat hoeft dan geen vaste karaktertrek van U te
zijn, het 'gebeurt gewoon' en U zult het ook doorgaans meteen berouwen.
Indien deze gemoedsgesteldheid vaak voorkomt, kan sprake
zijn van een opvliegend karakter, en dat is wel een ondeugd, want deze geeft
uitdrukking aan het feit dat er iets verkeerd loopt in het mechanisme waarmee U
met moeilijkheden omgaat. Opvliegendheid, regelmatig gebrek aan
zachtmoedigheid, gaande tot driftbuien en woede-uitbarstingen, wijzen erop dat
U geen Vrede van hart bezit, gebrek hebt aan zelfbeheersing, te weinig geduld
hebt voor Uw medemens en tegelijkertijd ook te weinig naastenliefde. In dat
geval doet U er goed aan, bij Uzelf te rade te gaan of er iets is in Uw
verleden dat U slecht hebt verwerkt, of dat eventueel een onverwerkte
teleurstelling in U is blijven sluimeren. U moet daarmee in het reine zien te
komen, bij voorkeur ook mede door gebruikmaking van het Sacrament van de
Biecht, want een steeds terugkerend gebrek aan zachtmoedigheid wreekt zich
vroeg of laat op Uw eigen ziel, doordat U onder inwerking van Uw eigen
onderbewustzijn (het geweten!) een hekel aan Uzelf kunt krijgen en in volkomen
onvrede met Uzelf kunt beginnen leven. Bedenk goed dat een ziel die geen vrede
heeft met zichzelf, die bijvoorbeeld zichzelf zondig acht doordat zij voelt dat
zij niet met haar medemens omgaat zoals God dat het liefst zou zien, zichzelf
geleidelijk aan meer en meer afsluit voor het Licht en de Liefde. Zo wordt U Uw
eigen grootste vijand.
10. Oprechtheid
Oprechtheid is het vermogen om in alle omstandigheden Uzelf
te zijn in de omgang met Uw medemensen, zodat zij weten wat zij aan U hebben.
Laat Uw 'ja' ja zijn, en Uw 'neen' neen. Wend niet iets voor dat niet waarlijk
uit Uw hart komt, want daarmee beledigt U God in Uw medemens: God ziet in het
verborgene van Uw hart, Hem maakt U niets wijs, doch door te doen alsof, is het
alsof U meent dat U Hem om de tuin kunt leiden. Doe bijvoorbeeld geen dingen
met de bedoeling, bij mensen een bepaalde reactie op te wekken. Met andere
woorden: doe niets met bijbedoelingen, schijnbaar om iets te bereiken
doch in werkelijkheid om iets anders te krijgen dat voor U van meer belang is
doch waar U liever niet rechtstreeks om vraagt. Doe ook niets met de bedoeling,
Uw medemens aan iets te herinneren dat U van hem zou willen loskrijgen.
Bijvoorbeeld: U hebt het gevoel dat Uw medemens iets dat hij
U heeft beloofd, vergeten is, en U spreekt hem aan, schijnbaar om iets
neutraals te zeggen (dat met Uw bedoeling niets te maken heeft) doch in
werkelijkheid met de bedoeling dat hij zou denken "Ach, nu ik je zie, ik
moet je nog iets geven". Spreek ook geen woorden die U niet meent. Indien
U liever geen positief woord tot Uw medemens richt (bijvoorbeeld een
complimentje), zwijg dan liever dan te veinzen dat U hem prijst. Wees ook niet
vriendelijk in iemands aangezicht om, zodra hij U de rug heeft toegewend, hem
te bekladden. Doe dit zelfs niet in gedachten, want ook de niet in handelingen
omgezette ondeugd is reeds een ondeugd in de geest. Ook in dat geval
geldt: wees liever vriendelijk en zeg daarna geen negatief woord, of indien dit
niet lukt: zwijg gewoon van meet af aan. Wees geen farizeeër in woord en daad.
Een ware gruwel in Gods ogen is de valsheid, de gesteldheid waarbij men zich
anders voordoet dan men werkelijk is, of niet in overeenstemming met de ware
gevoelens in het hart. Jezus noemde mensen die zo handelden reeds 'huichelaars'
of 'schijnheiligen' (Hij heeft dit meer dan eens gezegd tot de Farizeeën, die
uiterlijk voor heilig wilden doorgaan, doch inwendig zo verdorven waren als een
graf vol wormen). Een vals mens kan vergeleken worden met een nachtegaal die
sist als een slang: hij wil zoet, vleierig en bekoorlijk overkomen, doch uit
hem komt niets dan vergif voor de zielen.
Onoprechtheid komt vaak tot uiting in achterbaks gedrag.
Achterbaksheid is een vorm van heimelijk gedrag, net zoals listigheid. Deze
gedragswijzen bloeien alle op dezelfde kern van misleiding: zich anders
voordoen dan men is, en situaties scheppen die een beeld voorwenden dat niet
met de werkelijkheid overeenstemt. Tot deze gedragingen behoort overigens ook
het kruiperig gedrag van sommige mensen. Zij benaderen U met een overdreven
doch holle glimlach en een zodanig opgeschroefde voorgewende nederigheid dat
het lijkt alsof zij U ieder ogenblik als een slaaf te voet zouden willen
vallen, doch koesteren in hun hart soms de meest roofzuchtige gevoelens jegens
U. Gewoonlijk bezondigen deze mensen zich bij de eerstkomende gelegenheid ook
aan roddel en achterklap in Uw nadeel.
Een veel voorkomende vorm van onoprechtheid bestaat hierin,
op andermans gevoelens te spelen om daar zelf voordeel uit te halen. Dit is
misbruik van de Liefde of het goed vertrouwen van Uw medemens: U poogt iemands
hart te raken om hem mild jegens U te stemmen. Een vorm hiervan is de vleierij,
waardoor U Uw medemens op onoprechte wijze ophemelt om hem gunstig tegenover U
te stemmen, terwijl U hem in feite geen zuiver hart toedraagt. Deze
gedragswijzen zijn ware beledigingen aan Gods adres omdat zij misbruik maken
van de Liefde, de ware motor van alles wat heilig is. Zij vervalsen en verminken
de diepe aard van de Liefde en veranderen deze tot een lokmiddel, zoals een
prachtige vrucht die verziekt of doodt zodra men erin bijt. Geen mens bedient
zich ongestraft van Gods attributen voor de verwezenlijking van duistere
doelstellingen. Jezus heeft in onmiskenbare bewoordingen laten blijken welk lot
de Farizeeën in de eeuwigheid te wachten stond vanwege hun onoprechtheid en de
valstrikken die zij voortdurend met vleierige woorden poogden te spannen.
11. Eerlijkheid
Eerlijkheid is in bepaalde opzichten nauw verwant met
oprechtheid. In feite is het één van de deugden die U het best beschermt tegen
de macht van het materiële, want een eerlijk mens is iemand die volkomen
weerstand weet te bieden tegen elke verleiding van materiële zelfverrijking.
Gebrek aan eerlijkheid is alles waardoor U afwijkt van de waarheid. Een eerlijk
mens is iemand die in elke situatie volkomen handelt in overeenstemming met
Gods Wil, en daarbij zijn eigen belangen verloochent. Hij staat erop dat ieder
krijgt wat hem toekomt, zelfs indien zich situaties aandienen waarin zijn eigen
belangen gediend kunnen worden zonder dat een ander daar duidelijk nadeel van
ondervindt.
U hoeft slechts te denken aan belastingfraude: hoe
gemakkelijk wordt deze soms weggewuifd met de redenering dat 'de staat' toch
een onpersoonlijk begrip is; of gebruikmaking van de goederen van een
bedrijf "omdat het toch rijk genoeg is en niemand er persoonlijk
nadeel van ondervindt". Ware eerlijkheid vereist dat U ook in die gevallen
"aan de keizer geeft wat aan de keizer toekomt, en aan God geeft wat aan
God toekomt", zoals Jezus deze deugd machtig heeft omschreven. Onder
oneerlijkheid vallen ook elke vorm van bedrog, leugen, oplichting, uitbuiting
en bewuste misleiding van een medemens, alsook het achterhouden van vergoeding
of het te weinig betalen aan een medemens die voor U heeft gewerkt.
Bedrog is niet alleen een oneerlijkheid tegenover een
individuele, tastbare persoon, maar bijvoorbeeld ook, zoals reeds aangestipt,
tegenover een ontastbare instelling zoals de Staat (zoals bij
belastingontduiking en fraude), of het bedrijf waar U werkt (denk aan
diefstal of het onrechtmatig toe-eigenen van goederen van de onderneming). De
zogenaamd rechtvaardigende uitspraken "het behoort toch niemand
persoonlijk toe" of "ze zijn rijk genoeg", zijn uitvluchten
waarmee het geweten wordt vermoord, want in Gods ogen is dit net zo goed
oneerlijkheid. Bedenk dat U steeds ten minste twee slachtoffers maakt: God, en
Uzelf (Uw ziel). Ook in de gevallen waarbij hier op aarde schijnbaar geen
benadeelden zijn, zult Uzelf voor de nadelen moeten betalen na Uw oordeel voor
Gods Troon.
Eveneens als oneerlijkheid aan te merken, hoewel het door
velen niet zo beschouwd zal worden, is de neiging om te overdrijven, te
bluffen, gebeurtenissen of ervaringen af te schilderen alsof ze
veel erger waren dan in feite het geval is geweest. Mensen doen dit geregeld om
bij hun medemens bewondering of medelijden af te dwingen. Soms doen mensen dit
om op de gevoelens van hun medemens te spelen teneinde hem te bewegen tot
bepaalde handelingen of uitspraken waaruit zij rechtstreeks of onrechtstreeks
voordeel kunnen halen.
Een bijzondere vorm van bedrog is chantage,
omkoperij, waarbij U een medemens onder druk zet opdat deze bepaalde
informatie niet zou vrijgeven of zich op één of andere wijze zou gedragen zoals
U dit wenst, terwijl hij dit anders niet zou doen. Gewoonlijk wordt bij
omkoperij een som geld geboden, waarbij deze gift echter gekoppeld wordt aan
bepaalde bedreigingen. Deze handelwijze speelt in op de begeerte van vele
mensen naar materieel voordeel. Dit vormt daarom ook een fraai voorbeeld voor
het feit dat de zwakheden van mensen ook hun medemensen tot zonde kunnen
verleiden.
Een correcte beleving van de eerlijkheid wordt niet zelden
in de weg gestaan door trots, hoogmoed, vrees voor gezichtsverlies. Indien U
iemand beledigt of uitscheldt, achteraf blijkt dat U volkomen ongelijk hebt
gehad doordat U de belediging of het verwijt hebt geuit op basis van onjuiste
informatie over die mens, maar toch verontschuldigt U zich nooit, dan zondigt U
niet alleen tegen de eerbied jegens deze mens, doch ook tegen de nederigheid en
tegen de eerlijkheid: U hebt moeten vaststellen dat U ongelijk had, maar stelt
niettemin Uw eigen (vergankelijk, want slechts werelds) prestige boven het feit
dat U deze mens hebt gekwetst en dat U hem bovendien met een last hebt
opgezadeld die hij niet eens op grond van zijn gedrag heeft 'verdiend' (zelfs
niet menselijkerwijs gesproken dus, want in Gods ogen is geen enkel verwijt
ooit terecht).
12. Geduld
Geduld is het vermogen om te aanvaarden dat alles gebeurt op
Gods tijd, ook indien deze niet helemaal strookt met Uw eigen verwachtingen
en verlangens. Vele mensen worden geërgerd, geprikkeld, nerveus, wanneer een
situatie niet helemaal verloopt volgens het ritme dat zij passend achten. Zij
vertonen dan de neiging om op de dingen vooruit te lopen, en de zaken 'een
handje te helpen' om meer schot in de zaak te krijgen. Zij willen een oplossing
zien vόόr de tijd er rijp voor is, en gaan ervan uit dat de zaak alleen maar
gediend kan zijn met een zo snel mogelijke afwikkeling. Nochtans is dit niet
noodzakelijk het geval. Alleen Gods Wijsheid beschikt wanneer de volheid van de
tijd gekomen is om iets tot stand te brengen of te laten eindigen.
Zolang een situatie waar U niet onverdeeld vrede mee hebt,
blijft aanhouden, wordt U geacht, deze in overgave te dragen, in de wetenschap
dat God ze wel zal veranderen (indien die verandering althans in
overeenstemming is met Zijn Plan van Heil) zodra Hij in Zijn onovertrefbare
Wijsheid vaststelt dat alle factoren voor die verandering gunstig zijn voor een
optimaal effect ten dienste van de verwezenlijking van Zijn Plan. Door
zelf bruusk in te grijpen, kunt U Gods Plan stevig in de war sturen, en in
plaats van een vermeend ongunstige situatie recht te trekken, kunt U in
werkelijkheid in Gods ogen veel schade aanrichten.
Een veel voorkomende bron van ongeduld schuilt in het gedrag
van mensen. Erger U daar niet aan. Offer alles wat U stoort op aan God, bid
ervoor, en laat het voor het overige los, opdat God Zelf het op Zijn tijd
en volgens Zijn groot Plan kan oplossen. U zult ervaren dat dit veel
vrede in Uw hart brengt. Het kan voorkomen dat U met de beste bedoelingen
bezield, een ontspoorde situatie absoluut zo spoedig mogelijk wil rechttrekken
omdat U het gevoel hebt dat U dit aan God verplicht bent. Dat kan bijvoorbeeld
het geval zijn met storende toestanden in de kerk. U moet echter leren bedenken
dat God andere plannen kan hebben: soms laat Hij de ontsporing van bepaalde
toestanden een lange tijd toe opdat daarna de Waarheid des te feller zou
schitteren. Inderdaad, indien U voortijdig (dus: vόόr Gods tijd daartoe gekomen
is) wil ingrijpen, zal het effect van die ingreep minder groot zijn dan wanneer
U God Zelf op Zijn tijd laat ingrijpen. Alleen Hij weet wanneer de tijd
voor verandering werkelijk rijp is. Offer intussen Uw teleurstelling op, en doe
dat in vereniging met het Smartvol Hart van Maria, en Uw geduld en offer zullen
U als positief aangerekend worden. Wat U had bedoeld als een ingreep van liefde
tot God (namelijk door een toestand die God wellicht mishaagt, te willen
beëindigen) kan op termijn eerder beoordeeld worden als opstandigheid tegen
Gods Plan.
Geduld en ongeduld houden verband met de wijze waarop U
tegen de tijd aankijkt. Tijd is een mysterie op zich. In het stoffelijk leven
is de tijdsfactor van beslissend belang doordat niet alle dingen tegelijk
kunnen gebeuren. Het stoffelijke leven is door God zodanig georganiseerd dat er
steeds een zekere evolutie, een ontwikkeling, een golvende beweging van groei
en aftakeling bestaat. Indien alles tegelijk zou gebeuren, zou de materiële
wereld geen eeuwen lang blijven bestaan, doch slechts een flits. Het Eeuwig
Leven daarentegen, het Ware Leven in Gods Hemels Rijk, is tijdloos. Daarom is
het spiritueel Leven ook tijdloos.
Precies om die reden is het mogelijk geworden dat Jezus op
een bepaald ogenblik van de geschiedenis in de wereld kwam en het
Verlossingswerk voltrok voor alle eeuwen, ook voor deze vόόr èn voor
deze na Hem. Om diezelfde reden kunt U op elk ogenblik alles van Uw hele leven
toewijden (aan Maria, aan Jezus...), ook datgene wat U vele jaren geleden niet
hebt toegewijd, bijvoorbeeld omdat U toen het principe van de toewijding nog
niet kende. Houd dit alles even voor ogen. Dit is een grote genade, want anders
zou alles wat in Uw verleden ligt, reddeloos verloren zijn en zou ook geen
vergeving meer kunnen bestaan voor vroegere zonden die door bepaalde
omstandigheden niet onmiddellijk na de feiten gebiecht zijn.
Het spirituele, het geheel van de aangelegenheden van de
ziel, is tijdloos. Jezus heeft de uitwerking van dit gegeven verzegeld in het
grootste geschenk dat God ooit aan de mensheid heeft gegeven: het
Verlossingswerk. Waarom tracht U dan Jezus niet volkomen na te volgen, op Hem
te gelijken, ook in Uw ervaring van de tijd, door Uw religieuze oefeningen te
beleven vanuit het besef dat hun effect tijdloos is? Met andere woorden:
beoefen Uw gebeden en Uw deelname aan het Heilig Misoffer met veel meer
geduld. Tracht langzamer en daardoor ook bewuster te bidden. Laat U in de
mysterievolle sfeer van het tijdloze trekken. U zult merken dat dit
gecompenseerd wordt doordat U Uw andere levenstaken vlotter zult volbrengen,
vanwege de Vrede van hart waarmee zij bezield zullen worden, en het feit dat
Gods werking in U intenser zal zijn, en de stromen van Goddelijke kracht en
Wijsheid in U zullen toenemen. Bedenk steeds dat gebeden en een Heilige Mis die
in een ijltempo afgehaspeld worden, veel aan waarde inboeten, want ook in de
spirituele beleving geldt dat kwaliteit boven kwantiteit staat, met andere
woorden: één diep doorleefd en langzaam verricht gebed is meer waard dan drie
gebeden die niets méér zijn dan een reeks snel aan elkaar geschakelde woorden.
Er is een vorm van ongeduld die te maken heeft met een
geprikkelde reactie op beproevingen. Een ontoereikend vermogen om beproevingen
te aanvaarden, is op zich een gebrek aan offerbereidheid, doch indien U eerder
geprikkeld of geërgerd reageert, kan er ook eerder sprake zijn van ongeduld: de
beproeving moet zo snel mogelijk voorbij gaan, eventueel zelfs omdat U het
gevoel hebt dat U ze niet aankunt, en het biedt U geen troost, te weten dat
beproevingen het Eeuwig Heil brengen. In feite interesseert U in een dergelijke
gesteldheid alleen maar dat U het op dàt ogenblik 'goed' zou hebben. We zouden
kunnen stellen dat, wanneer een gelovig mens die op zich de waarde van de
offerbereidheid kent, op een beproeving reageert met ergernis, hij vooral blijk
geeft van ongeduld, eerder dan van zuiver gebrek aan offerbereidheid.
Voor een niet onbelangrijk gedeelte is het ongeduld in de
mens een misvorming die in zijn karakter wordt geënt door de gejaagdheid van
het modern leven, een gejaagdheid die op zich reeds een uitvloeisel is van het
feit dat de moderne samenleving tuk is op snel winstbejag: er heerst een
atmosfeer van "succes = rijkdom, en wel liever vandaag dan morgen".
Geduld is daarom ook één van de grote deugden die U kan helpen bevrijden uit de
verstikkende greep van de wereld, en zelfs indien U op grond van beroeps- en
andere verplichtingen in het werelds ritme moet meedraaien, kunt U door de
ontwikkeling van deze deugd in Uw hart een ingesteldheid ontwikkelen die U
ondanks een noodzakelijk snel levensritme een aanzienlijke rust en vrede kan
leren ervaren. Uw innerlijke beleving hoeft immers niet noodzakelijk gelijk te
lopen met het ritme van de handelingen die U stelt: de koorts van Uw handen
hoeft geen koorts te verwekken in Uw ziel, indien U alles in vereniging met
Gods Wil ervaart, want dan zult U ook begrijpen dat Uw ziel tikt volgens een
andere klok dan Uw lichaam, indien U dit mogelijk maakt door de innerlijke rust
te betrachten.
13. Vriendelijkheid
Vriendelijkheid is in wezen het vermogen om Uw medemens het
gevoel te geven dat Gods Liefde daadwerkelijk door U heen naar hem toestraalt.
Deze deugd laat Uw medemens voelen dat U door God bezield wordt en Zijn Liefde
verder draagt. Een contact met een oprecht vriendelijke mens is als een streling
voor het hart. Indien de vriendelijkheid niet oprecht is, is er sprake van
valsheid. Vriendelijkheid voorwenden, kan men niet blijven volhouden
zonder vroeg of laat ontmaskerd te worden, want vriendelijkheid kan alleen
spontaan en ongedwongen overkomen indien zij werkelijk ontspringt uit een hart
dat in zichzelf de ware Vrede van God heeft gevonden.
Onvriendelijkheid is in de diepte altijd een uitvloeisel van
onvrede in het hart, van een niet-aanvaarding van dingen die in Uw leven
gebeuren, en zelfs van een gebrek aan vertrouwen in Gods Voorzienigheid. De
onvriendelijke mens voelt zich vaak overrompeld door zijn dagelijkse
levensomstandigheden en houdt er geen rekening mee dat die toestand net zo goed
slechts van voorbijgaande aard kan zijn. Die frustratie wordt dan afgereageerd
door norsheid, die snel kan uitgroeien tot een algemeen onvermogen om
Liefde te geven. Een mens die met zichzelf in de knoei zit, zal ook geen vrede
uitstralen naar zijn medemens toe, en zal in zijn hele gedrag doorgaans signalen
uitzenden die erop neerkomen dat hij met rust gelaten wil worden.
Door onvriendelijk te zijn (ook al is hij zich daar in
sommige gevallen niet eens van bewust), werpt hij een muur op, die de medemens
duidelijk moet maken dat geen inmenging of geen toenadering geduld wordt, en
wordt tevens als het ware gesignaleerd "ik voel mij niet best in mijn vel,
waarom zou ik jou dan een goed gevoel geven?", met andere woorden
"waarom zou een ander het beter hebben dan ikzelf?".
Onvriendelijkheid schept niet zelden onoverkomelijke communicatiebarrières.
Iemand die nors of zonder reden onvriendelijk is, nodigt niet uit tot
toenadering. Daarom is dit een ondeugd die uiteindelijk de Liefde verwoest. De
mens bij wie deze ondeugd veelvuldig optreedt, loopt ook een groot risico om
vereenzaamd te raken. Uw medemens kan onmogelijk het gevoel krijgen dat Gods
Geest in U woont en werkt wanneer U zich niet vriendelijk en zacht tegen hem
gedraagt.
Ik moet wel even de aandacht vestigen op een bijzondere
oorzaak van onvriendelijkheid die gewoonlijk buiten de schuld van de
'onvriendelijke' valt, namelijk deze welke haar oorsprong vindt in bepaalde
chemische veranderingen in het lichaam. Er zijn medicijnen die het gedrag
en zelfs het karakter van de mens grondig kunnen beïnvloeden. De duidelijkste
voorbeelden hiervoor zijn chemotherapeutica (medicijnen die tumorbestrijdend
werken) en antidepressiva (medicijnen die gegeven worden aan mensen die
depressief zijn). Deze medicijnen grijpen zodanig brutaal in bepaalde
lichaamsprocessen in, dat zij een normale energiecirculatie en een normale
ontgifting in het organisme onmogelijk maken.
Gedragsveranderingen zijn daarvan één van de meest
opvallende gevolgen. Een mens die van nature blijmoedig, optimistisch en
vriendelijk is, kan na gebruik van dergelijke stoffen nors, kregelig en bitsig
worden. In dit geval is geen sprake van een ondeugd, en hoeft niet getwijfeld
te worden aan Gods milde vergeving zonder meer. Iets gelijkaardigs kan soms
worden vastgesteld bij mensen in doodsstrijd, die plots wilde verwijten om
zich heen slingeren en kwetsende en onvriendelijke woorden spreken. Deze mensen
kunnen eveneens zo handelen in reactie op bepaalde medicijnen, of onder invloed
van grote veranderingen in de stofwisseling, die aan de dood voorafgaan. Een
hulpmiddel om U te oefenen in een vriendelijke omgang met Uw medemens, kan
hierin bestaan dat U elke mens benadert als een woning van God.
14. Mildheid
Mildheid is in zekere zin de basis voor
vergevingsgezindheid. Om te kunnen vergeven, is mildheid noodzakelijk. Iemand
die niet mild is, blijft wrokkig, en is geneigd om zijn medemens op soms
hardvochtige wijze te veroordelen. Dat kan in woorden, maar ook in gedachten of
diep in het hart gebeuren. Mildheid is slechts mogelijk wanneer reeds een
voldoende grote mate aan naastenliefde aanwezig is, evenals het besef dat ieder
mens vroeg of laat fouten kan maken, hoezeer hij zich ook inspant om volmaakt
te zijn. Wanneer U in alle omstandigheden moeite doet om de situatie van Uw
medemens te begrijpen, zult U niet meer zo licht een oordeel over hem vellen.
Oordelen, komt alleen God toe, want Hij is de eeuwige Rechter. Veroordelen is
zeker een zonde, want dat is het uitspreken van een negatief oordeel over Uw
medemens alsof Uzelf daartoe de alwetendheid en de algehele Wijsheid bezat.
"Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen". Niemand kan zeggen dat
hij nooit in zijn leven een fout heeft begaan, dus heeft niemand het recht om
zijn medemens in de geest te stenigen omdat deze gezondigd heeft.
Mildheid is daarom ook aanvaarding van Uw medemens zoals hij
is, zonder overdreven zwaar te tillen aan eventuele fouten en gebreken, en in
het constant besef dat ieder mens door God is gemaakt met zijn welbepaalde
eigenschappen, maar dat de betreffende mens nog niet in staat is om daar het
beste van te maken. Niemand kan U ertoe verplichten, omgang te onderhouden met
een mens die veelvuldig zondigt, maar U mag ook niet iemand de rug toekeren
omdat hij eens een fout begaat. Oordeel of veroordeel hem niet, doch bid voor
hem en tracht hem het voorbeeld van Uw eigen leven en handelen voor te houden,
mits U daarbij zelf de grootst mogelijke zuiverheid betracht, want het
voorleven van een onzuiver voorbeeld kan door God worden beschouwd als
misleiding naar Uw medemens toe. Ik heb het in punt 5 reeds gehad over roddel
en achterklap als het vellen van oordelen over een medemens. Inderdaad, wanneer
U de mildheid betracht en het beoordelen van iemands gedrag strikt aan God
overlaat, zult U niet gemakkelijk verstrikt raken in het web dat de duivel zo veelvuldig
spant wanneer iemand U aanspreekt in verband met een ander mens. Zeldzaam zijn
de gesprekken over een niet aanwezige medemens, waarbij niet geroddeld of zelfs
gelasterd wordt. Wees waakzaam.
Eén van de uitingen van gebrek aan mildheid, is het schandvlekken
van een medemens die ooit een fout heeft begaan waaraan ruchtbaarheid is
gegeven. Iemand kan jaren geleden iets hebben gestolen, soms een kleinigheid,
doch wordt nog steeds met de vinger gewezen en zelfs nageroepen als 'een dief'.
Dat is betreurenswaardig, want hierdoor worden vaak de wegen naar terugkeer tot
een deugdzaam leven voor die mens zwaar bemoeilijkt. Hij voelt zich bekeken,
kan nauwelijks nog spontaan handelen, wordt voortdurend aan een onzuiverheid
uit zijn verleden herinnerd, en niet zelden reageert deze mens daarop door de
daad opnieuw te herhalen ("indien men mij toch als een dief beschouwt, en
niet wil aannemen dat ik mij kan bekeren, komt het er niet op aan hoe ik mij
gedraag... Ik kan toch niets goeds doen in de ogen van de mensen").
Daarom: wee diegene die een medemens met de vinger wijst of hem openlijk
herinnert aan een fout die hij een tijd geleden heeft begaan en wellicht reeds
heeft uitgeboet in een mate die niemand bekend is. Mensen kunnen wel degelijk
veranderen, dat is een groot geschenk van Gods barmhartige Liefde. Twee grote
voorbeelden: de Heilige Maria-Magdalena, aanvankelijk prostituee, later één van
de vurigste voorvechters van Christus en model van de zuiverste Liefde en
boetvaardigheid, en de Heilige Paulus, aanvankelijk vurig vervolger van
christenen, daarna vurig prediker van het woord van Christus.
Indien U de deugd van de mildheid waarlijk in U tot rijping
wilt laten komen, kan ik U daartoe een sleutel in de hand geven die U in staat
zal stellen, Uw medemensen met heel andere ogen te leren bekijken: beschouw een
mens die zondigt niet als een schuldige, maar als een verblinde,
een mens die dwaalt omdat hij door het kwaad misleid is. Zo zal voor U de dag
aanbreken waarop U een medemens die tegen U heeft misdaan, niet meer zult
veroordelen of met wrok benaderen, doch medelijden met hem zult hebben en in Uw
hart Jezus woorden zult herhalen: "Vergeef het hem, want hij weet niet
wat hij doet".
Mildheid heeft nog een andere betekenis, die met het
materieel leven te maken heeft, namelijk vrijgevigheid. Het tegendeel van
dit aspect is de gierigheid, hebzucht, die raakpunten heeft met het egoïsme.
15. Verdraagzaamheid
Verdraagzaamheid is het vermogen, te tolereren wat Uw
medemens doet of zegt, dus te aanvaarden dat bepaalde dingen gebeuren.
Verdraagzaamheid komt neer op het aanvaarden van de eigenheid van Uw medemens,
het aanvaarden dat hij anders is dan U omdat God hem zo heeft gemaakt.
Het betekent ook dat U Uzelf niet beter acht dan Uw medemens. Verdraagzaamheid
behelst ook een totale aanvaarding van het feit dat Gods Wil de details van Uw
levenspad uitstippelt, zodanig dat U ook datgene aanvaardt waarmee U het
menselijkerwijs moeilijk zou kunnen hebben. Verdraagzaamheid is te beschouwen
als een maat voor Uw draagkracht, een maatstaf voor het gewicht van het kruis
dat U God op Uw schouder laat leggen zonder te protesteren.
In die zin is Uw verdraagzaamheid dan ook in verregaande
mate bepalend voor de graad van heiligheid en verheerlijking die U zult
bereiken. Elke situatie die zich in Uw leven aandient, hoe banaal deze op zich
ook moge zijn, sluit op één of andere wijze in zich een beproeving, een test,
aan de hand waarvan God kan aflezen hoe ver Hij met U mag gaan. Aan de hand van
het punt waarop Uw reactie negatief wordt, kan Hij vaststellen hoe diep Uw
toewijding aan Hem werkelijk gaat. De ziel die waarlijk 'ja' of 'fiat'
tot God zegt en diep in het hart in overeenstemming leeft met Gods Wil en Wet,
blijft ook in onaangename situaties liefdevol en doet liever een toegeving dan
God te bedroeven door een negatieve houding.
Er zijn mensen die op alles en iedereen iets aan te merken
hebben, op alles en nog wat vitten, en die de fouten van hun medemens dik in de
verf zetten, terwijl zij blind blijven voor hun eigen fouten. Over hen zei
Jezus dat zij absoluut de splinter uit andermans oog willen verwijderen doch
intussen niet zien dat zij zelf een balk in hun oog hebben. Zij uiten
gemakkelijk kritiek, en zijn onverdraagzaam tegenover de geringste fout van hun
medemens. Deze mensen hebben ook de neiging, eerder hun medemensen te
observeren dan in hun eigen hart te kijken. Zij lijken steeds weer de negatieve
kantjes van hun medemens in het licht te stellen, en zijn snel geïrriteerd over
elke vermeende afwijking, want zij zien soms ook zonden waar er geen zijn.
Iemand die onverdraagzaam is, protesteert tegen vele dingen,
en lijdt ook vaak aan verstarring in de geest. Hij is ervan overtuigd dat hij
alleen gelijk heeft en zich niet kan vergissen. De medemens gaat in zijn ogen
voortdurend in de fout, en daarom gaat de onverdraagzame ziel steeds in de
(tegen)aanval. Voor de mens met een gebrekkige verdraagzaamheid is zelfs het
alledaags leven in zekere zin steeds een beetje oorlog: hij verkeert constant
in staat van alarm, en heeft weinig nodig om geprikkeld, opstandig of
ongeduldig te worden en in het harnas te gaan.
Een uitstekende oefening om Uw vermogen tot verdraagzaamheid
te ontwikkelen, bestaat hierin dat U in de loop van de dag in elke situatie
waarin U een negatief gevoel in U voelt opkomen, geestelijk een stapje terug
zet, dus niet negatief reageert, doch U ten allen prijze rustig en
vredig in Uzelf terugtrekt, en U in de geest het beeld voorstelt dat U daarmee
een roos aan Maria geeft. U zult merken dat U op sommige dagen een hele
tuil kunt weggeven, en wees ervan overtuigd dat een veelvoud van die
bloemen in spirituele zin daadwerkelijk in Uw ziel teruggelegd wordt. Onze hele
samenleving is gekenmerkt door een bedroevend hoge graad van
onverdraagzaamheid. Het lijkt wel alsof de ene mens de andere steeds in de weg
loopt. Indien U Uw medemens niet onvoorwaardelijk verdraagt, hoe kunt U dan
zeggen dat U God liefhebt, terwijl Hij toch Zijn kiem in Uw medemens heeft
gelegd?
Wanneer deze deugd sterk ontwikkeld is, voelt U bijvoorbeeld
niet meer de behoefte om Uzelf te allen prijze te verdedigen. Deze gesteldheid
behelst ook een element van Wijsheid, namelijk het besef dat het weinig zin
heeft, zich door de stem van de wereld (met andere woorden: de meningen van
werelds ingestelde mensen) tot strijd te laten verleiden.
Verdraagzaamheid is een ware verheerlijking aan Jezus en
Maria, die eindeloze beproevingen en onhebbelijkheden vanwege de mensen uit Hun
tijd hebben doorstaan zonder de noodzaak te voelen om zich te verdedigen of
'terug te slaan', noch met daden noch met woorden. God kan oneindig veel doen
met lammeren, wolven spelen echter steeds in de kaart van de satan.
16. Godsvrucht
In feite is de godsvrucht een elementaire deugd, doordat Uw
ziel in zich de sporen bewaart van de herinnering dat zij van God uitgaat, en
in elke ziel (bij velen onbewust) het verlangen leeft om naar God terug te
keren. God Zelf heeft in de ziel de behoefte gelegd om Hem te zoeken, met Hem
in contact te komen, Hem te ervaren. Wanneer deze deugd goed ontwikkeld is,
beleeft U echt vreugde aan gebed en aan het bijwonen van de Heilige
Eucharistie, en dan zult U ook steeds meer door Gods Geest bezield worden om
een groeiende diepgang te verwerven in het begrijpen van Gods Mysteries, in de
waarde van godsvruchtige oefeningen en in de diepe betekenis van het Misoffer
en van diepzinnige gebeden en religieuze beschouwingen. Het is dan alsof U
steeds dieper doordringt in Gods Hart, in het Hart van Maria, in de drijfveren
die Jezus hebben bezield, enzovoort. Het is overigens op een hoogontwikkelde
godsvrucht dat de genade van groeiende vereniging met Jezus en Maria berust, in
de mate waarin deze genade U wordt geschonken. Genaden worden gegeven indien,
en in de mate waarin, dit noodzakelijk of nuttig is voor het volbrengen van Uw
persoonlijke levensopdracht, dit alles in het licht van Uw functie binnen Gods
Heilsplan. Een goed ontwikkelde godsvrucht is heel vruchtbaar voor de zielen.
De godvruchtige ziel zelf kan op grond daarvan de treden van vervolmaking
beklimmen, die naar de heiligheid voeren, en voor de zielen van haar medemensen
grote vruchten van Verlossing bekomen. De reden is deze, dat een ontwikkelde
godsvrucht gepaard gaat met een zekere graad van zuiverheid in de communicatie
met God, waardoor het gebed van voorspraak van de ziel een steeds grotere
kracht ontplooit bij Gods Gerechtigheid.
Godsvrucht moet oprecht zijn. Alleen in dat geval drijft zij
waarlijk op het Goddelijk Vuur. Indien zij door onzuiverheden aangetast is, is
eerder sprake van dweperij. Wat in de volksmond wel eens wordt bestempeld
als 'kwezelarij' is in wezen vaak valse godsvrucht (al wil ik uitermate
voorzichtig zijn om iemand deze eigenschap toe te dichten, want ook oprecht
diepe godsvrucht en bestreving van ware heiligheid wordt door onbegrijpende
mensen als kwezelarij afgedaan). Een werkelijk gebrek aan godsvrucht komt tot
uiting in gebrek aan lust om te bidden of om de Heilige Mis te bezoeken. Ook
hier is echter voorzichtigheid op haar plaats: Lusteloosheid in het gebed kan
ook oorzaken hebben die niet met een gebrekkige godsvrucht te maken hebben,
namelijk tijdelijke vermoeidheid, negatieve ervaringen met religieuze inhoud of
andere schokkende ervaringen die voorbijgaand het geestelijk en emotioneel
evenwicht verstoren, een geloofscrisis van voorbijgaande aard.
Ware godsvrucht is gebaseerd op oprechte liefde tot God
(Jezus, Maria). Er is een vorm van godsvrucht, die in feite qua effect nauw
verwant is met dweperij, en die gekoesterd wordt door mensen die zichzelf
dwingen tot veelvuldig gebed en/of kerkbezoek uit vrees om verdoemd te
worden. Dit is geen deugd, doch eerder een gebrek aan Liefde en aan
vertrouwen op God. Vrees is niet verenigbaar met Liefde. Wanneer U iemand
werkelijk liefhebt, kan er geen sprake meer zijn van vrees. Hierbij wil ik herinneren
aan dat andere woord voor godsvrucht, namelijk 'vreze Gods'. Dit begrip wordt
vaak verkeerd begrepen. Godvrezend zijn, betekent niet 'bang zijn voor God',
doch wel 'bang zijn om God te mishagen'. Ware Godsvrucht is inderdaad
bezield door het verlangen om God in alles te dienen, dus tevens alles te
vermijden dat Hem niet bevalt, Zijn Plan niet helpt bevorderen, of schade
toebrengt aan Zijn Werken.
Een goed ontwikkelde deugd van godsvrucht vormt één van de
sterkste verdedigingsbarrières tegen bekoringen, in die zin dat zij werkt als
een soort rem op de neiging om bewust kwaad te bedrijven evenals om anderen aan
te zetten tot het kwaad. De reden hiervoor is duidelijk: deze deugd gaat
normaal gesproken gepaard met een ontwikkeld zondebesef en een verlangen om
Gods zaak te dienen, en een godvruchtige ziel brengt in zich ook een afkeuring
van alle zonde tot rijping.
Wanneer gebrek aan godsvrucht echt tot een
persoonlijkheidskenmerk wordt, heeft de betrokken mens geen lust om te
bidden, ziet hij er zelfs helemaal het nut niet van, weigert hij de Mis
bij te wonen, gelooft hij niet in de Sacramenten. In een ernstige graad
drijft hij de spot met alles wat met godsdienst te maken heeft. Wanneer niet
alleen ongeloof of religieuze gevoelloosheid meespelen doch ook een bijmengsel
van haat of ernstige antireligieuze bekoring aanwezig is, kan dit uitgroeien
tot het opzettelijk bedrijven van heiligschennis in diverse vormen.
Heiligschennis wordt ook begaan door gelovigen, zelfs door hen die dagelijks
het Heilig Misoffer bijwonen. In vele gevallen gaat het hierbij om
onwetendheid. Niettemin wordt vooral van hen verwacht dat zij hun hart
voldoende openen voor de bezieling en inspiraties van de Heilige Geest, die
elke ziel aanspoort tot de grootste eerbied voor, Liefde tot en oprechte
communicatie met God en alles waarmee Hij in de mens wil leven. Van
heiligschennis is sprake in elke handeling, elk woord en elke gedachte waardoor
God en alles wat heilig is, beledigd wordt. Dat kan door beschadiging of
misbruik van heilige voorwerpen, maar bijvoorbeeld ook door het spreken van
onzuivere woorden waardoor God en alles wat heilig is, in diskrediet wordt
gebracht of belachelijk wordt gemaakt. U hoeft slechts te denken aan de vele
wansmakelijke 'grappen' die over religieuze themas verteld worden.
Ook de Heilige Communie wordt veelvuldig op heiligschennende
wijze ontvangen. Het is betreurenswaardig dat zelfs over essentiële punten in
dit verband geen rechtlijnigheid bestaat binnen de Kerk. Eén advies slechts kan
ik U geven: betracht overeenstemming met de wijze aanbevelingen van de Paus.
|