Deze titel is misschien wel wat ongepast voor mijn verslag van deze week. Maar ik probeer wat afstand te nemen van het geheel door middel van humor. Het was een emotionele zware week. Dit door verschillende factoren. Allereerst zijn de overige Vlaamse studenten terug naar België vertrokken. Ik heb een zalige periode met hen achter de rug. Zij hebben me echt door de eerste maanden geholpen. Bij hen kon ik ventileren, zeveren, lachen en vragen stellen. Nu zijn ze weg. Ik had niet gedacht dat het zo een verschil zou maken, maar dat doet het wel. Voor mij waren zij een stukje van thuis, mensen met wie ik in het Vlaams kon babbelen. Het lijkt iets onnozel maar het doet veel wanneer je aan de andere kant van de wereld toch nog steeds in je eigen taal kan communiceren met iemand. Ik ken hier ondertussen al een heleboel mensen, maar communicatie blijft een probleem. Hun Engels is nogal beperkt en de mensen met wie ik ten volle kan spreken zijn niet altijd beschikbaar. Er is uiteraard nog steeds Franck, de Franse student die blijft tot en met 23 Mei. We hebben binnenkort een trip gepland naar Ponthicherry om nog eens wat stoom af te blazen. Maar eens dat hij vertrekt ben ik hier de enige buitenlandse student. Begrijp me niet verkeerd, ik pas me wel aan. Ik heb nog steeds het leerkrachtenteam van de PLAYWAYschool en de staf van AREDS. Mijn familie komt me ook bezoeken ergens in Juni, dus echt lang zal ik hier niet alleen zitten.
Een tweede emotionele factor was de laatste schooldag op de PLAWAYschool. De zomervakantie is officieel begonnen. Ik zal deze kinderen pas terug zien op 3 Juni. Voor mij was dat wel wat moeilijk. Zeker de kinderen met wie ik zo nauw heb samengewerkt voor het Engelse toneelstukje op het schoolfeest. Sommige van hen zal ik nooit meer terugzien aangezien zij naar een nieuwe school gaan. Ze zijn te oud geworden voor de PLAYWAYSchool. Ik hoop echt dat wat de toekomst ook moge brengen voor deze kinderen, ze het zullen beleven met de waarden en normen die deze school hen heeft trachten mee te geven. Waarden als gelijkheid en respect. Dat zij een generatie zullen zijn die verandering kunnen brengen.
Drie dagen geleden was ik met de bus onderweg naar Karur voor een aantal boodschappen. Op een bepaald moment viel de bus stil en hoorde ik geroep buiten. Ik zat aan een raam en kon zien wat er buiten aan het gebeuren was. Een jonge vrouw lag op de grond, haar sari smerig en gescheurd, met een kind van misschien 3 à 4 jaar oud naast zich. Boven haar torende een man uit die met een lange stok op haar aan het inslaan was. En ik bedoel niet wat tikken hé, ik heb het over letterlijke zweepslagen die de vrouw deden schreeuwen en bloeden. Ik voelde me helemaal koud worden. Dit kon toch niet? Het was niet de eerste keer dat ik getuige was van fysiek geweld. Ik heb al gevechten gezien tussen mannen, vrouwen en mannen die op hun vrouwen aan het slaan waren. Maar nog nooit iets als dit. Elke keer dat ik zoiets zag probeerde ik me af te sluiten voor wat er gebeurde. Dan wende ik mijn gezicht af en zette mijn muziek op het hoogste volume. Maar deze keer ging het anders. Toen de man zijn stok ook liet neerkomen op het kind snapte er iets in mij. Genoeg. Ik ben recht gesprongen en heb me naar buiten gewurmd. Maar nog voor ik iets kon zeggen of doen werd ik vastgegrepen door Justin, een collega van mij op de school. Hij trok me naar achter en maande me aan om me niet te moeien. Op de achtergrond kon je de vrouw en het kind horen schreeuwen. Niemand die ook maar iets deed om hiertussen te komen. Niemand. Het enige dat ze deden was kijken. Sommige vrouwen schudden hun hoofden en wendden hun gezicht af. Ik zal deze cultuur nooit begrijpen, deze mensen en hun daden nooit ten volle begrijpen. Langzaam begint het tot me door te dringen en begint de Indische cultuur haar klauwen in me te zetten. Het is een dubbel gevoel. Enerzijds verzadig ik me aan haar schoonheid en anderzijds huiver ik bij haar gruwelijkheden. Soms vergelijk ik India met een heel geliefd kind. Het heeft zijn minder goede kanten, sommige zelf zo afstotelijk dat je ervan moet kokhalzen, maar toch heb je dit kind lief. Simpel om de rede dat je niet anders kan. Zo voel ik me over India. Haar scherpe kantjes worden ruimschoots gecompenseerd door haar schoonheid en de mensen die deze schoonheid voort brengen. Ik zal deze cultuur nooit kunnen accepteren, maar ik kan wel proberen om ze zoveel mogelijk te doorgronden. Maar ik ben deze rol als toeschouwer zo kots en kotsbeu! Ik zit verplicht vast in deze rol door mijn afkomst en mijn studentenstatuut. Het is belangrijk dat ik me op de achtergrond hou anders zou ik het wel eens heel lastig kunnen krijgen met de locale overheid en politie. Ze zijn al eens op controle geweest in AREDS. Toen moesten alle studenten zich verbergen. Maar hoe kunnen deze mensen dit toestaan? Daar werden een vrouw en kind tot moes geslagen door een dronken kerel! Kom daar toch tussen! Geef die keren een mep, zet je voor die vrouw of haal op zijn minst dat kind weg van deze situatie. Wat dan ook! Mensen godverdomme, doe IETS! Ik kan dit niet meer. Ik ben op dat moment gebroken. Het was de eerste keer dat ik me zo heb laten meeslepen. Ik kan niet langer machteloos aan de kant staan terwijl zo een onrecht zich voor mijn ogen afspeelt. Is het daarvoor dat ik naar hier ben gekomen? Om een beetje te staan toekijken? De frustratie, het verdriet, de woede, de machteloosheid en vooral het onbegrip die ik op dat moment voelde Justin heeft me terug op de bus gezet, weg van het raam en vroeg me om mijn muziek in mijn oren te steken. Tranen stroomden over mijn wangen. Een aantal mensen zagen dit en trachtten om me te troosten. Het is haar echtgenoot, hij moet haar straffen, morgen voelt ze het al niet meer, dachten ze nu echt dat zon commentaren me een beter gevoel zouden geven? Justin joeg ze weg. Op deze dag ben ik voor het eerst in mijn bed gekropen met een gevoel van absolute schaamte. Ik heb niets gedaan om die vrouw en haar kind te helpen. Het was de eerste keer dat ik India haatte.
Ik heb anderendaags een lang en goed gesprek gehad met Justin. Hij bleef maar herhalen dat het enige juiste dat ik kan doen in zon situatie is wegkijken. Mocht ik tussenbeide gekomen zijn dan zou ik me een helleboel problemen op de hals hebben gehaald. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor die vrouw en haar kind. Ik moet me blijven concentreren op het werk op de school. Het werk dat ik hier doe, de bijdrage die ik probeer te leveren zal via de volgende generatie zijn. Frustrerend wel om te weten dat ik het resultaat van mijn werk nooit te zien zal krijgen. Wie weet als ik terugkeer naar India binnen een tiental jaar, dat ik deze kinderen dan opnieuw ontmoet. Dat zou mooi zijn.
Om mijn week helemaal goed te maken, ben ik ook nog eens gebeten door een slang. Ik liep door de tuin van AREDS op weg naar mijn kamer. We lopen hier de hele tijd op onze blote voeten en met een broek tot de knieën. De slang lag blijkbaar voor mijn voeten want ineens voelde ik iets glibberig. Nog voor ik kon kijken wat het was, beet ze me. Ik kan u verzekeren, dat deed geen deugd! Ik heb dat beest zo hard mogelijk een mep op zijn kop gegeven, zodat hij loste. Hierna rende ik naar binnen en vroeg iemand van het healthteam om ernaar te kijken. Terwijl één van de vrouwen onmiddellijk aan de wonde begon te zuigen (om het gif eruit te krijgen) ging een ander in de tuin kijken wat voor een slang het was. Toen ze terugkeerde bleek het te gaan om een onschadelijke kleine slang. De wonde doet wel zeer, maar ik zal er niks aan overhouden. Wat een week. India heeft zich eens van haar andere kant aan me laten zien. Het is zelfs zover gekomen dat ik begon te twijfelen aan het werk dat ik hier aan het doen ben. Maar ik geloof dat dit wel één keer moest gebeuren. Het is ook een beetje een samenloop geweest van een aantal omstandigheden. De warmte die zorgt voor weinig slaap, het vertrek van de Vlaamse studenten, elke dag weer iets zien dat je met verstomming doet staan, Het heeft zijn charme, maar deze week was ik er even blind voor. Deze week kon ik de charme van de overvolle bussen, de vervuilde straten, de constante hitte en de starende mensen niet zien. Ik geloof dat mijn honeymoonfase een beetje over is. In plaats van verrukt te zijn bij alles dat ik zie, begin ik meer en meer oog te hebben voor de donkere kant van India. Ik denk dat het leerkrachtenteam van AREDS doorhad dat ik het deze week wat moeilijk had. Ze hebben me vertroeteld tot en met. Die vrouwen zijn toch echte schatten. Volgende week begin ik aan mijn interviews met hen over hun achtergrond. Ik ben zeer nieuwsgierig. Ook de vorming over het maken van spelletjes gaat morgen door. Ik ben er wel wat zenuwachtig voor, maar ik geloof wel dat het goed zal gaan. Ik kijk uit naar wat rustigere dagen. Ik heb het nodig. India, hoe graag ik je ook zie, gun me wat ademruimte. Morgen beginnen we opnieuw met een propere lei. Morgen zal alles er wel wat beter uitzien. Dan zijn mijn batterijen weer opgeladen en kan ik alles wat je nog voor me in petto hebt weer aan!