Moedeloos adem ik de dagen in en uit,
verdwaald tussen muren
van ongeschreven wetten.
Geruisloos snijden zij door m’n bloed.
Gelijkheid, een hopeloos verloren schemering,
die achter elke hoek wegvlucht.
Haar ogen nog steeds onwennig teneergeslagen in de wildernis van een schreeuwende stilte.
Ik kon haar niet redden.
Dwalen door verhalen
Meer ontdekken, waar minder leek.
En omgekeerd.
|