Het is
midzomer in de Cülané woestijn. Het heeft
in dagen niet meer geregend. Het is gewoon te heet om zelfs te ademen. Het
enige wat in deze tijd van het jaar goed verdient, is de goud- en
diamantindustrie, maar zelfs daar word je uitgebuit. Ik ben
Fidor, een boer uit het grote woestijngebied. Al mijn geld is bijna op en mijn
vee is omgekomen van de hitte. Er is een enorm voedseltekort in het dorp waar
ik woon. Ik denk er eigenlijk aan om met al mijn hebben en houden naar de
hoofdstad van dit rijk te vertrekken. Ik heb al van vele mensen gehoord dat het
daar eenland van melk en honing is.
Maar hier zie ik enkel armoede, ziekte endood. Ik moet nu mijn huis zien te verkopen en naar de hoofdstadvertrekken. Het is 4
augustus. Ik heb mijn huis eindelijk kunnen verkopen. Het bracht niet veel op:
een 3-tal broden en 7 wortels, maar wat doe je eraan? Trouwens, alle beetjes
helpen.
Vroeg in de
ochtend vertrek ik. Volgens deze kaart moet ik naar het westen, maar het pad
isbijna niet meer zichtbaar door al dat
zand. Na een 10-tal minuten wandelen, zit ik op een weg waarvan ik zelf niet
weet of het wel echt een weg is. Het kompas dat ik mee heb, doet ook al zo
vreemd. Ik hoop dat ik voor de brandende middagzon in het volgende dorp ben. Na wel
zeker 2u lopen nog steeds niets in zicht; enkel bergen en zeer veel zand. Ik
denk dat dit kompas stuk is. Hoe dichter ik bij de bergen kom, hoe vreemder het
reageert. Ik weet dat
ik verkeerd loop, maar die bergen zullen mij wel schaduw bieden bij die hete
middagzon, ze bereikt nubijna haar
hoogste en warmste punt. Ik heb net
op tijd de bergen en schaduw bereikt, hier zal ik rustig iets eten en verder
mijn weg en positie bepalen. Alles gaat goed, er is nog niets ergs gebeurd.
Ik
weetzeker dat ik al lang niet meer op
mijn route ben. Gelukkig kan ik de bergen volgen en over 2 dagen ben ik zeker
bij het Ohrid meer. Daarna ben ik maar één dag verwijderd van de havenstad
Mersin. Ik zal eindelijk een beter en rijker leven kunnenleiden danin de woestijn. Ik had
nooit kunnen denken dat het midden in deze woestijn s nachts zo koud zou
kunnen worden. Plots kwam er ook nog een angstaanjagend geluid uit de bergen .
Wat was het eigenlijk? Het klonk als het huilen van een coyote maar dan alleen
menselijker, echt angstaanjagend. Gelukkig vertrek ik morgen terug
Ik zet mijn reis verder. Het zal waarschijnlijk een saaie
dag worden. Ik zou het wel appreciëren dat het een rustige reis blijft.
Alhoewel er begint nu wel een strakkere wind op te steken hopelijk krijg ik
niet te maken met een zandstorm. Mijn ergste verwachting wordt werkelijkheid. Wat moet ik nu
doen? Als ik hier blijf zal ik zeker levend begraven worden. Ik moet de bergen
ingaan anders heb ik hier geen kans op overleven in deze zandstorm. Ik weet dat
het levensgevaarlijk is in de bergen maar daar heb ik tenminste een kans op
overleven. Als ik hier blijf word ik simpelweg levend begraven. Waar is er hier
ergens een doorgang naar de bergen. Ik moet echt voortmaken voordat de
zandstorm op zijn sterkste punt komt Eindelijk, ik heb een doorgang gevonden waar ik net tussen
kan. Het is wel smal en claustrofobisch klein hiertussen maar ik moet verder
gaan als ik het wil overleven. Eindelijk ik ben er volledig doorheen. Het ishier beeldschoon. Er groeit hier prachtig,
groen gras. Ik had het mij veel killer en donkerder voorgesteld. Het rare is,
is dat je zelf zomaar het goud kan zien zitten. Toch vreemd dat er hier dan
niemand durft komen. Het ziet er hier totaal ongevaarlijk uit. Voor ik mijn
tocht verder zet snel nog proberen om toch nog wat goudklompjes los te krijgen
uit deze rotswanden. Ik zal het zeker kunnen gebruiken in de hoofdstad van dit
rijk. Ik moet nu toch wel voortmaken anders geraak ik er nooit op tijd en is
mijn voedsel op voordat ik er aankom. Ik heb mijn veldfles bijgevuld dus ik kan
er wel terug tegenaan. Ik denk toch dat ik net het mooiste deel van het gebergte
verlaten heb. Het is hier echt even kil en donker als ik mij heb voorgesteld.
Het enigste dat hier groeit is mos. Ik loop nu toch al een tiental minuutjes door deze bergen.
Het wordt alsmaar killer naarmate je verder loopt en het voelt alsof er iemand
mij voortdurend in de gaten heeft en mij volgt maar het enigste dat ik
tegenkomt zijn rotsen en hier en daar wat botten op een hoopje. Ik moet nu echt
wel voortmaken want het begint me hier wat te angstaanjagend te worden.
Plots hoor ik geschreeuw. Het lijkt niet op het geschreeuw
dat ik de vorige nacht gehoord heb dus ren ik er maar direct naartoe. Als ik
hem kan helpen, zijn we tenminste toch met twee om dit gebergte door te komen.
Ik hoor het dat ik dichter kom want het schreeuw wordt alsmaar luider en
luider. Het enge eraan is dat ik ook nog een soort van gegrom hoor dat
waarschijnlijk ook van die kant komt. Ja, ik zie twee gestalten, één ervan ligt
op de grond en de andere valt hem aan met iets dat op klauwen lijkt. De
gestalte die recht staat lijkt op een mens maar dan heel verwilderd en draagt
enkel iets dat op een broek lijkt. Degene die op de grond ligt heeft een
mijnwerkerspak aan. Hij kan zich zo te zien niet verdedigen. Zijn houweel die
hij waarschijnlijk bij zich had, ligt eventjes verderop. Ik neem snel mijn twee dolken en probeer het wezen aan te
vallen. Het lijkt net alsof het mijn aanval voorspelt heeft want hij slaat mij
aanval gewoon afen smijt mij tegen de
rotswand. Daarna concentreert het zich terug op de mijnwerker. Ik loop snel
naar het houweel van de mijnwerker en werp het naar de mijnwerker toe opdat hij
zich zou kunnen verdedigen. Nu val ik voor de tweede maal aan. Terug slaat hij
wijn aanval af. Hij doet nu wel een tegenaanval. Zijn bewegingen zijn snel.
Sneller dan die van een mens. Aaaw, hij heeft mijn schouder verwondt. Er moet
een manier zijn om dat wezen tenminste toch te verwonden. Ik moet dan wel mijn
tactiek veranderen anders kan ik niet op tegen die snelheid. Dit keer kan ik
zijn aanval tegenhouden. Wat wel vreemd is, is dat het wezen het klein beetje
licht dat er is vermijdt alsof het er bang voor is. Ik moet dit vervloek wezen
verslaan. Het is net alsof het een helper is van die duivelse god Cülané is.
Waarom moet de god van de dood en chaos toch altijd de arme mensen hebben? Wij
hebben toch al genoeg geleden. Ja! Ik heb het wezen eindelijk kunnen verwonden. Hij vlucht
eindelijk. Het lijkt er zelf op alsof het geschrokken is van zijn eigen bloed.
Ik ren snel
naar de mijnwerker die daar bewusteloos op de grond ligt. Hij heeft zware
verwondingen. Ik moet snel iets aan die wonden doen anders zal hij
waarschijnlijk doodbloeden. Zo te zien heeft hij al veel bloed verloren want
hij ligt in een redelijk grote plas bloed. Waarschijnlijk is hij ook daarom
bewusteloos en zo wit. Ik moet hem hier wegbrengen voordat de wolven op de geur
van het bloed afkomen. Zijn wonden zijn al verzorgt. Hopelijk helpt het ook
zijn bloed stelpen. We moeten nu echt vertrekken anders komt dat wezen van
daarnet terug. De wonde dat ik heb toegebracht en is waarschijnlijk niet zo
diep en zal wel snel stoppen met bloeden. Dat wezen is waarschijnlijk ook
gevaarlijker dan een meute wolven. Waar zou ik nu naar toe gaan? Ik kan niet terug
naar die bron waar ik de bergen binnen gekomen ben. Dat ligt veel te ver van
hier en dat wezen is langs die weg gevlucht dus ik neem beter de andere weg.
Hij is
zwaarder dan ik verwacht had. Het word mij net iets te zwaar. Ik moet hem een
tijdje neerleggen totdat ik terug op adem ben gekomen. Ik ben toch al een
vijftal minuutjes aan het wandelen met hem op mijn rug. Ik denk toch dat we nu
redelijk veilig zijn. Ik weet wel dat we nooit 100% veilig zullen zijn, hier in
die bergen. Gelukkig kan ik mezelf nog verdedigen van wolven en eventueel dat
wezen. De
mijnwerker ademt al terug normaal. Dat is ook al een goed teken maar met die
verwondingen zal hij waarschijnlijk nog niet zelfstandig kunnen lopen. Het lijkt
erop dat de mijnwerker bijkomt -Hmmm W wa
waar ben ik? Is dat wezen weg? Of is het dood? Ben ik dood? -Het leeft
waarschijnlijk nog, maar het zal nu wel een tijdje wegblijven De
mijnwerker lijkt geschrokken. -Wie ben
jij? -Ik ben
Fidor, Fidor ??? uit het woestijngebied. -Ik denk
toch dat er meer mis is dan alleen maar die wonden
Het ziet
ernaar uit dat hij terug flauwgevallen is. Dat kan wel door dat bloedverlies
zijn. Alhoewel ik mij ook een duizelig begin te voelen. Zoveel bloed heb ik nu
ook weer niet verloren. Het is zelfs geen diepe wond. Deze duizeligheid wordt
erger Ik moet bij mijn positieven blijven voor als er wolven komen. Ik,ik zou
er toch beter bij gaan zitten, want
Ik ben waarschijnlijk flauwgevallen, en wat is dat gegrom eigenlijk?
Hopelijk is het dat wezen niet! Ik open snel mijn ogen. Het is dat wezen niet,
maar we zijn wel omsingeld door een meute wolven. Ik heb bijna geen kracht meer
in mijn armen en benen. Ik ben waarschijnlijk nog veel te groggy, van die
flauwte van daarnet, om ook maar iets te doen. Dit zal waarschijnlijk het einde
zijn. Deze keer heeft Cülane ons te pakken gekregen. De grootste wolf,
waarschijnlijk hun leider, komt rustig naar voren gewandeld. Plotseling springt
hij naar mijn keel. Tegelijkertijd suist er een pijl langs mijn oor en
doorboort de kop van de wolf. De meute kijkt verbaasd naar hun leider die daar
dood op de grond ligt. Daarna kijken ze naar boven vanwaar de pijl vandaan
kwam. Plotseling suizen er nog 2 pijlen door de lucht. Alle twee raak. De meute
zet direct, zonder aarzelen, de aanval in op mij en de mijnwerker en degene die
de pijlen heeft afgevuurd. Ik Schrik me rot. Er springt plots een man voor mijn neus. Hij heeft
waarschijnlijk ergens vanboven naar hier gesprongen. Hij bergt snel zijn boog
weg en haalt twee zwaarden boven. Wie is deze man toch? Zo te zien is de mijnwerker ook wakker. Hopelijk is hij goed genoeg om
ons drie te verdedigen. De eerste wolf springt naar hem toe. Met een prachtig beheerste beweging
ontwijkt hij de aanval en doorboort het lichaam terwijl het nog in de lucht
hangt en net alsof hij dit alles heeft voorspeld heeft slaat hij een wolf die
hem van langs achter bespringt met gemak tegen de grond. Hij is echt goed. Hij zal ons
waarschijnlijk wel kunnen beschermen tegen dat wezen. Misschien weet hij zelf
de uitgang van deze bergen. We zullen dan eerst moeten hopen dat alles zo goed blijft gaan als nu. Er heeft nog geen enkele wolf
hem zelf maar kunnen verwonden. Ik denk wel dat hij deze meute kan en zal
verslaan. O nee, zo te zien heeft er een andere wolf zijn zinnen op ons gezet.
Hopelijk ziet de man het, want hij is zelf bezig met twee wolven tegelijk. Uhm Wij willen graag nog eens
gered worden!!! Dat moest die mijnwerker nu niet gezegd hebben. Die wolf heeft er
waarschijnlijk een deel van verstaan. Hij versnelt zijn pas en net voordat hij
ons bereikt wordt er een zwaard door zijn ene oor, door zijn hoofd geplant. De
man trekt zijn zwaard terug en de wolf valt bloedend en levenloos op de grond
naast ons neer. Niet echt het prettigste om zien maar we zijn weliswaar voor de
tweede maal gered. Hij houdt zich terug bezig met de andere wolven. Ik voel de kracht eindelijk terug in mijn kracht vloeien naar mijn armen
en benen. Het voelt anders aan dan anders maar dat heeft niet. Het is misschien
het gevoel dat het nog niet helemaal terug is. Er springt plotseling Wolf van
langs achter naar die man. Hij heeft het waarschijnlijk nog niet gezien want de
meeste wolven blijven van langs voren aanvallen. Ik trek snel mijn dolk en
smijt het in de richting van de wolf. Op hoop van zegen raakt het toch
tenminste de wolf. Tot mijn grootste verbazing raakt het perfect in de flank
van de wolf en hij wordt met een grote kracht tegen een rotswand. Nooit gedacht
dat ik zoveel kracht had in juist één arm en de wolven trekken zich ook terug.
Het is ons gelukt! Gelukkig, ik dacht dat we hier
gingen sterven. Hartelijk bedankt. De man wendt zich tot ons en wat mij verbaast vooral tot de mijnwerker.
Met zijn getrokken zwaarden ziet hij er beangstigend uit, maar ik denk dat hij
ons geen kwaad wil doen.