Over angsten, vliegen, leven Zo zag mijn intro er gisteren nog uit:
De dertig. Ze kwam en ging en liet me enigszins beduusd achter. Met een relatie op de klippen, een job die steeds meer twijfels opwekt en geen uitzicht op kinderen, is er even paniek. Rond me bouwen vrienden hun leven op, trappelen ter plaatse of storten in. Net als ik zijn ze kinderen van hun tijd en moeten ze keuzes maken, opties creëren, stralen, schitteren, kortom: het Leven sturen, niet lijden.
Snel voor het te laat is! Het wordt nu beslist! We hebben weinig tijd! Niet omkijken en doorgaan!
Een blog over opties creëren en keuzes maken. Over stilstaan terwijl anderen hollen. Over confrontaties met open vizier.
Vandaag is het alweer anders::mag het ook alles zijn wat geen twijfels zijn? Het kleurrijke, mooie, de open kant, het enthousiasme? Ook met open vizier, maar niet om te strijden!
16-11-2011
Business and Pleasure
Business and Pleasure
Teambuilding, etentjes, feestjes:
ze zouden moeten bijdragen tot een betere relatie tussen werknemers, ergo : tot
beter werk. Maar een etentje, persoonlijk gesprek, problemen in de relatie en
op het werk van haar kant we hebben het over mijn bazin , steun van mijn
kant, een kennismaking met de kinderen, een paar logeerpartijen, en nu het
omgekeerde scenario later en ziedaar: de perfect scheefgetrokken bazin
werknemer relatie.
Misschien begon het allemaal toen
ik me geroepen voelde de nieuwe bazin te verdedigen. Los van haar enigszins
dominante aanpak en niet altijd even geslaagde communicatietechnieken, stond ik
achter haar: de doelen mochten wat ambitieuzer, de kwaliteit mocht omhoog, er
kon wel wat harder gewerkt worden. Een tijdlang fungeerde ik als buffer tussen
haar en de rest van het team, geplet tussen kop en staart, het kneusje in het
midden. Ik pepte haar op, moedigde haar aan; bemiddelde bij collegas: ze had
tenslotte goede bedoelingen. Toen ze een burn-out had mijn diplomatieke
inspanningen bleken te kort te schieten bespaarde ik haar opmerkingen op haar
dominante aard of oordelen over haar privéleven. Discreet nam ik het woord burn-out
niet in de mond naar derden; ik verving haar in het team, collegas reageerden opgelucht
op de rust. Wanneer ze polste of ik ook problemen met haar had, dacht ik ja,
maar zei ik nee. Ze bleef aan.
Een jaar later is de situatie veranderd: ik kom terug uit een jaar buitenland,
zonder relatie, huis en in loopbaanonderbreking. Mijn bazin toont zich een
goede vriendin: ze ontvangt me in haar huis, biedt een luisterend oor, maakt
het logeerbed voor me op. Ik luister naar haar huwelijksperikelen. De hele tijd
kriebelt het ongemakkelijk in mijn buik: is dit wel een gezonde aanpak? Van
haar goede bedoelingen ben ik meer dan overtuigd, professioneel en privé; van
haar drammerige dominantie en harde oordelen evenzeer, maar ik durf het ongemak
amper voor mezelf erkennen.
16 juli: zonder overleg, stuurt ze me een opdracht voor het volgende jaar door:
een combinatie van onderzoekswerk met allerhande nieuwe vakken buiten mijn
vakgebied. Ik protesteer, geschokt, getroffen door zoveel gebrek aan loyauteit.
De emotionele toon van mijn mails overstemt wellicht de inhoud: de combinatie
lijkt me onhaalbaar, ik vrees voor een burn-out.
Drie maanden later is wat ik vreesde, uitgekomen: het energievaatje is
leeggetapt, te veel gegeven op thuis en op school, te ver van mezelf afgeraakt,
te weinig motivatie om me te pletter te werken om een eenzijdig opgelegde taak
tot een goed einde te brengen; te veel strubbelingen in onze samenwerking.
Ze heeft de beste bedoelingen,
ongetwijfeld: wanneer ik verschijn, krijg ik een dikke pakkerd. Maar wat te
denken van volgende handelingen? In het bijzijn van collegas trekt ze de diagnose
van burn-out in twijfel, want is het misschien niets anders? (klein lachje). Je,
ze doelde wel degelijk op een depressie, dat is me vandaag duidelijk gemaakt. In
het gesprek waarin ze ook haar burn-out duidde, die was toch heel anders: de
energie was van de ene dag op de andere op; ze kon geen arm meer tellen; zijn mijn
problemen niet meer van persoonlijke aard? En wat heb ik de laatste jaren goed
toneelgespeeld; ze heeft er nog vaak aan gedacht.
Een functioneringsgesprek op persoonlijk, daar doet dit gesprek me aan denken. Ongemakkelijk
voel ik me, alweer. Op de trein neemt frustratie de bovenhand. Moet ik blij
zijn omdat ze als vriendin probeert recht te zetten waar ze in mijn ogen als
mijn opdrachtgever mee de oorzaak van is? Moet ik haar danken omdat ze een
uitstap van me over neemt? Slechte vibes vang ik van haar op, naast alle mooie
intenties. Een oplossing zie ik: onze relatie voortaan zo professioneel
mogelijk houden. Nog een persoonlijk gesprek zie ik niet zitten.
De euros vliegen mijn tas uit, tassen
beter, want ik beperk me niet tot een exemplaar, net zoals ik me niet beperk
tot een paar nieuwe schoenen, winterjas of hoedje, maar wel meteen voor twee,
drie of vier stuks ga. Dertien winterjassen heb ik nu vanmorgen diende ik ze
plaatsgebrek - naar mijn kille berging te verhuizen. De aanblik van die lege
armhulzen en slappe opperhuiden, maakte me even triest te moede. Nooit eerder
gehad, zon koopwoede. Beangstigend. Moeten mijn aankopen ik vraag het me
angstig af - compenseren wat me momenteel ontbreekt aan stabiliteit,
geborgenheid, zelfvertrouwen en energie? Die onverzadigbare shopaholic van een vriendin
van me is dit wat ze voelt? Doet ze wat ik nu doe, leegtes vol kopen, innerlijke
noden proberen verzadigen met uiterlijk vertoon? Zoals anderen zich misschien
volvreten, uithongeren, uitroken of verzuipen in drank?
Heb ik het nodig, een tweede bontjasje? Neen, het eerste is nog ongedragen.
Idem dito voor de handtassen. Niet tevreden met wie ik momenteel ben, doe ik
met elke aankoop een gooi naar een nieuwere, betere identiteit, naar een
prettiger omhulsel om in te toeven. Helaas is kledij maar al te vaak een
afspiegeling van wat er zich vanbinnen afspeelt: liggen de nieuwe stukken al
meer in de lijn van wie ik diep vanbinnen ben, ik ben er nog lang niet. Als
gevolg daarvan stapelen de halfgeslaagde aankopen zich op. En neemt de
hoeveelheid accessoires disproportioneel toe in verhouding tot basisstukken als
jurken, broeken, truien. Moeilijk te kiezen die laatste, want niet zo snel aan
en uit te trekken en aldus een meer fundamentele keuze: niet waarmee smuk ik me vandaag eens op maar
wie ben ik en wie wil ik zijn?
Kleding: futiel, maar ook zeker niet. Wat zou een alternatief kunnen zijn voor
mijn koopwoede? Stoppen met transformeren en wachten tot ik weer helemaal
mezelf ben. Het leven wacht niet. Ik moet de straat op, mensen zien, werk
confronteren, uitdagingen aangaan. Hoe meer ik me daarbij mezelf voel, hoe
beter. Een halve ik, is beter dan geen; een kleurrijke bloemetjesjurk beter dan
een mantelpakje. Misschien ga ik morgen weer shoppen en overmorgen weer. Kledingstukken
als lagen van mijn identiteit, elke keer een beetje meer mezelf, dichter bij de
kern, tot ik niet meer bang ben om op te vallen, tot ik weer echt gezien mag
worden.
Ik kan naar mijn kleerkast kijken en treuren om al wat er in de loop der jaren
is in komen te hangen en niet bij me past. Evengoed kan ik blij zijn om de verandering
die is ingezet. Weggooien doe ik voorlopig niets: ik heb nog steeds goede hoop
dat ik al wat er in hangt en zal komen te hangen, op de een of andere manier
wel zal weten te combineren tot iets wat een nieuwe ik zal zijn. Creatief,
speels, chique en vrouwelijk. Het kan allemaal.
Vreemd hoe
sommige dingen in je leven samenkomen - of is dat helemaal niet zo? Zijn wij
het die in onze omgeving de dingen opwekken die in ons leven? Ik zie een wereld
vol fijne antennes. Ze pikken onze niet uitgesproken gedachten en gevoelens op.
Het gras, de lucht, het water, de wind vangen ze. Ze geleiden ze zachtjes naar een
soort epicentrum van het zijn.
In dat centrum, - dat ik me voorstel als een onzichtbare machine die in het luchtledige
boven de Afrikaanse evenaar zweeft -, wordt een antwoord geformuleerd op de ontelbare
prikkels die dagelijks toestromen uit alle uithoeken van de wereld. De
boodschappen worden in allerijl verwerkt. Het gaat snel, want er bestaat een
universele verstandhouding die de meest complexe, onleesbare emoties in een
flard terugbrengt tot hun kern. Ik stel me een bedrijvigheid voor van
ritselende stengels, van wuivende muggenpootjes, lichtcirkels , luchtstromen. Vanuit
het centrum zwermen prikkels en zinderingen alle richtingen uit, antwoorden op
vragen, hulp voor noden, onzichtbare pakketjes, noodransoentjes op maat van
elke zending. Onnodig te zeggen dat er aan dit fijne netwerk van codering,
decodering en emballage geen mensenhanden te pas komen. Pluizen, zaden,
migratievogels, muggen desnoods. Etherische boodschappers aan wiens ranke
lijven de fijnste emoties blijven kleven als stuifmeelkorrels. De antwoorden
komen onze kant uit; op hun weg materialiseren ze, via een proces van
transformatie dat buiten ons begripsvermogen ligt, tot iets wat tastbaar is. Voor
elke mens op aarde is er elke dag wel iets. Een klein antwoordje op een
onuitgesproken vraag. Een ontbijtkoek, een vriendin die belt, een mooie,
toepasselijke film, een kwispelende hond, een ontmoeting: troost en hoop.
Deze keer heeft
het epicentrum voor gevoel boven de evenaar, me een vriendin gezonden en via
de hand van de vriendin het boek de kunst van het geluk, de zin van het
leven dat alweer via een andere hand, die van psychiater Howard Cutler, de
wijsheid van de Dalai Lama tot me brengt. Zijn het de woorden van de Dalai Lama
die het beeld van het epicentrum tot mij hebben gebracht? Of heeft het
epicentrum me de woorden van de Dalai Lama gezonden? Heb ik op mijn eentje een
God bedacht? Of heeft het epicentrum mij een God ingefluisterd? Is hoop het
antwoord op een vraag of was ze er altijd al?
Ik ben mezelf kwijtgespeeld. Het gebeurt,
ik verlies wel vaker dingen. Maar deze keer had ik
mezelf toch wel erg ver weggestoken in een enveloppe in een doos, achterin een donker, beduimeld schuifje van een achterafkastje ergens in een flat in
Engeland. Ik heb me er een hele tijd stil gehouden, beschaamd en ver van het oog van vrienden en familie. Ik kwam wel eens buiten - uncertainty in disguise - maar meestal werkte ik er aan een roman - in mijn
pyjama, gebogen over geesten uit het verleden, met uitzicht op grote boom en
eekhoorn en de snel verduisterende Engelse winterhemel. Verloor er het
weinige dat ik van mezelf had meegenomen naar de overkant van de plas.
Waar is het misgegaan? Where did it all go wrong, Darling? Goed,
hij hield van klassieke kleren. Wat is er mis mee je lief een plezier te doen?
Weg met de meest uitzinnige outfit, welkom hanenpotenmotief, klassiek gesneden
blauwe jassen, blouses, rokken tot boven de knie. Altijd met een twist, dat
wel, want ik was toch ik? In je blootje door het huis lopen, dat doe je niet,
dat is je naaktheid banaliseren. Lezen, dat doe je wel. En je inwerken in
zeventiende eeuwse kunst. Maar goed: geboden waren er niet zo veel, verboden
wel, klein, subtiel, beperkend. Op zijn schouder tikken als je in de tangoles
(tango, jouw ding) een beetje ongeduldig wordt. Roepen, ruzie maken deed ik
niet. Maar je stem verheffen? Voorzichtig aanbrengen dat hij heel misschien ook
wel eens iets doet wat niet in orde is? Dat kon ook niet. Let wel: hij heeft me
niet gevraagd te veranderen, dat niet. Het kwetst hem dat ik het nog durf te
suggereren. Tja, jammer dat ik een goede verstaander ben. Hij was erg gevoelig.
Ik erg begripvol. En beetje bij petitieterig beetje werd ik minder en
minder mezelf, tot er weinig meer van over was, en wat de buitenwereld zag,
niet meer dan een laagje vernis op dood hout.
Jezelf weer te voorschijn
toveren, even stralend en glimmend en flamboyant als vrienden, families,
collegas je gekend hebben voor je verdween, zou mooi zijn. Een glimmende
ballerina uit een doosje, een ver verborgen, maar intact kleinood. Even
opblinken en tadaaa, toonbaar. Maar zo
gaat het dus niet. No, no,
no, no, no señor, zoals de grote Maradonna het zegt. Simpel is het niet, je vertonen in onafgewerkte, instabiele staat. Mijn
vrienden en familie hadden het Grote Verlies niet eens opgemerkt ook mijn
fout, ik geef het toe: ik wilde immers het perfecte plaatje zijn en blijven? - Bij
sommigen van hen voel ik weerstand ten opzichte van dit nog bleke, fragiele wezentje
dat er is. Of ben ik het die er niet van weten wil?
Mijn ik werkt alleszins aan een comeback: ik speur naar kleurrijke kleren,
raap mijn identiteit bij elkaar in kringwinkels, placeer een salsapasje voor de
spiegel - in mijn ondergoed, niemand die dat banaal vindt. Moet ik perfect zijn wanneer ik
weer ten tonele verschijn? Of is een beetje kwetsbaarheid en gekwetstheid ook
goed?
I am the Dog
Whisperer. I rehabilitate dogs, I train people.Waarom ik the Dog Whisperer
aanvankelijk verstaat hij Dark, mijn
psycholoog wat zowel een Freudiaanse misinterpretatie van zijn kant kan zijn of een veeg teken
dat mijn therapie niet vordert -, zon geweldig programma vind. Cesar Millan
die een dolgedraaide pitbull aan de leiband houdt en hem zonder truckjes,
elektrische halsbanden of snoepjes, tot bedaren brengt. Elapsed time: 20 minutes. Ziedaar de blijde boodschap waar ik maar
niet genoeg van kan krijgen: dingen kunnen veranderen, vaak sneller dan je
denkt. Al wat je nodig hebt, is een beetje Cesar calm and assertive energy.
In de hondenwereld is alles
energie. Honden voelen andere wezens feilloos aan; ze gaan recht naar je
essentie en spelen erop in. Je hebt een agressieve hond? Jij, de human zoals Cesar zegt, stelt geen
grenzen. Een dominante hond? Jij laat over je heen lopen. Als je verandering
wilt, zoek dan de oorzaak bij jezelf. Angstige of getraumatiseerde hond? Jij,
de liefhebbende, maar bange human - niet in staat het verleden los
te laten (asiel, overleden moeder, geamputeerde poot), blijft je troetel voeden
met angst en medelijden. Medelijden is negatieve energie die elke groei
belemmert. Ik denk aan mijn ex die mijn boterhammetjes voor me maakte, die me meisje
noemde, me gidste, beschermde en kleinhield. Meer dan zorgzaamheid, fear dominance, weet ik nu. En ik? Anxious submissive. Ongelukkige
combinatie. Geloof me of niet, ik had die negatieve vibe
van mijn ex meteen opgepikt. Was ik een gezonder hondje geweest, zo eentje van
Cesars pack, dan had ik op mijn intuïtie vertrouwd en die angstige soortgenoot
gemeden in plaats van me te laten misleiden door zijn salonfähigkeiten goede intenties. Nog een les van Cesar. Energie
is besmettelijk. In de drie jaar met mijn ex veranderde ik van een doorgaans extravert
kwispelbeest in een mensenschuw bibbergevalletje Cesar rehabilitation stuff,
sofamateriaal voor Paul.
Negatieve patronen en hoe ze te
doorbreken: daar draait het om in de twee shows die mijn leven beheersen. Ik wil
de hond in me rehabiliteren, het baasje trainen. Mijn opgelopen angsten
overwinnen. Door confrontatie, ook dat is Cesartechniek. Elke kleine
overwinning is daarbij een stap vooruit, elke terugval een nieuwe gelegenheid
om te oefenen. Met vertrouwen en geduld kan ik opnieuw een gebalanceerd beestje
worden.
Als het op veranderen aankomt, hebben honden een pootje voor. Dogs live in the now. Its the humans who hold on to the past.
Dat mensen complexer zijn dan honden en moeilijker te veranderen, zegt Paul en
dat ik kan veranderen, maar dat het heel lang duurt en heel moeilijk is. Dat schrikt
me niet af. Waarom zou het ook? Als tiener had ik een grote rottweiler. Onze relatie was prima. No dog is dus too much for me. Not even me.Bovendien heb ik niet een,
maar twee goede trainers om me bij te staan
Ik ben Griet , en gebruik soms ook wel de schuilnaam Margarita.
Ik ben een vrouw en woon in Gent (België) en mijn beroep is Lector.
Ik ben geboren op 08/02/1980 en ben nu dus 46 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: reizen, gidsen, schrijven, literatuur, dansen, salsa, paardrijden, zwemmen, musea bezoeken.