....het mekka voor elke kameel. Wat Wimbeldon voor het tennis is, is Bredene voor het kustmountainbike - zoveel is duidelijk. Uiteraard is de wil om te presteren groot. Te meer daar ik besef dat de laatste 3 weken misschien de gelukkigste uit mijn leven waren. Floreren in de leiderstrui van de KvhN trofee, het is enkel de aller grootsten gegeven. Zweverige tienermeisjes op een beleefde manier afwimpelen,...overal herkend worden,...schouderklopjes in ontvangst nemen,...nergens meer je drank zelf hoeven te betalen,.... interviews aan focus geven,....nog meer zweverige tienermeisjes (iets minder beleefd) afwimpelen,... : tot voor de Versluys Beach Race was dit alles me niet bekend.
Dat net de eer van de leiderstrui mij te beurt viel - weliswaar geholpen door de omstandigheden, het moet gezegd - is uiteraard een geschenk uit de hemel....zij het met een keerzijde. Een drager van de leiderstrui van de KvhN die niet schittert : het zou een primeur zijn....Een primeur die ik graag aan mij voorbij zou laten gaan. Ik kan dan ook niet anders dan minimum een top 150 plaats ambiëren, hoewel ik weet dat dit voor mijn normen te hoog gegrepen is. Opdracht wordt dus : stunten ! Meer zelfs, Stunten, met een grote "S", want 65 plaatsen progressie in 3 weken is wellicht niet mogelijk. Helaas is het van moeten. Hoe kan ik op mijn sterfbed mijn kleinkinderen recht in de ogen kijken als ze weten dat mijn meest spraakmakende sportprestatie bestond uit het aanbrengen van een smet op de leiderstrui van de KvhN ??? Het antwoord is kort : onmogelijk ! Vrijwillige verbanning naar een eiland in de Stille Zuidzee zou het enige zijn dat mij nog rest.
Gelukkig geeft de geschiedenis me heroïsche voorbeelden om me aan op te trekken. Dachten we destijds ook niet met zijn allen dat Pete in de Chalet Renard zijn cola'tje zou zitten drinken. Wachtend op zijn maats die van de top afzakten om hem te troosten met de woorden "Kop op, de boomgrens halen is toch ook al een hele prestatie". Dachten we nadien, na zijn indrukwekkende rush op de Ventoux, ook niet dat we met een eendagsvlieg te maken hadden. Wie zag je niet denken : "Toch tof dat hij die gele trui ook eens een dag mag dragen" ? Hoe erg zaten we er toen beide keren naast. We schamen ons nog steeds diep. Sindsdien weten we : Zelf het onmogelijke is niet onmogelijk.