Hallo, onze laatste avond in Mullawa was wel speciaal. Toen het donker was begon er een enorm gekwetter. De kaketoes, ik schat meer dan honderd, hadden besloten in de omliggende bomen te slapen. De bomen zagen wit van al die vogels. Het daarbij horende lawaai werkelijk oorverdovend. Ik heb ze dan met veel handengeklap verjaagd. Gisteren zijn we dan verder het binnenland ingetrokken. Na 60 km zaten we weer in de outback. Dat wil zeggen bomen en struiken en verder niets. We zijn zo meer dan 200 km doorgereden tot een plaatsje genaamd Mount Magnet. Dat is een oud mijnstadje, moest Buffalo Bill uit de bar zijn gekomen we hadden het normaal gevonden. De meeste zaken waren ledig en de rest zag er verloederd uit. Pas dan beseften we dat het geen goed idee was nog verder te reizen. Het was er moordend heet en vuil. Voor onze laatste week besloten we om toch maar aan de kust te blijven. We zin dan langs dezelfde weg teruggekeerd en dan blijven slapen in een klein dorpje Yalgoo. Dorpje voornamelijk bewoond door aboriginals die hun huizen laten verloederen. Ik ben dan gaan lopen langs een kaarsrechte weg, wat ik altijd eens had willen doen. Ondanks de hitte was dat zalig om te doen. Wat opviel langs de wegen zijn de talloze zandhopen, soms tot meer dan een meter hoog. Die hopen zijn gemaakt door de vuurmier. Die mier is een exoot die waarschijnlijk meegekomen is uit Zuid Amerika met een container. Die beestjes zijn een echte plaag en de aussies denken dat er miljarden van zijn. Ze bouwen hun nesten en bijna alle mieren zijn vrouwelijk, uitgezonderd de koningin, enkele mannetjes en mieren die tot koningin uitgroeien. Zo'n koningin kan tot 128000 eitjes per dag leggen. Is de jonge koningin geslachtsrijp dan vliegt ze uit en paart tijdens het vliegen, waarna het mannetje sterft. Eenmaal bevrucht start die koningin met een nieuw nest en zo zie je er massa's van. De aussies trachten ze uit te roeien maar zijn niet bij machte dat te doen. De mieren zijn aan land gekomen in Brisbane en zijn nu al in het westen. Geen nood bij ons maken ze geen kans want ze hebben warmte nodig. Na de outback zijn we weer in de bewoonde wereld. Voor de derde maal zijn we in Geralton. Vanaf een honderd km voor deze plaats maakt de outback plaats voor enorme graanvelden. Het graan is broodgraan en het district Mullawa alleen al produceert jaarlijks 125000 ton graan. Hier in Geraldton komen bijna dagelijks zeeschepen graan laden. Dit is dus een industrie waarvoor veel mensen werken. Mooi om te zien zijn de machines waarmee ze de reusachtige landerijen bewerken. Die dingen zijn zo breed, moest een boer dat bij ons gebruiken dan moet hij maar tweemaal op en af rijden en hij heeft gedaan. Sluukes