Hei folks, gisteren zijn we de beroemde zandduinen gaan bezoeken. De duinen zijn soms meer dan 20 meter hoog en verplaatsen zich voortdurend door de wind. Toen wij er waren was er veel wind en het regende daardoor was er bijna geen volk. Normaal kun je een plank huren en zo de duinen afgaan. Sommigen slagen er zelfs in al rechtstaand. De Australiërs die nu eenmaal geen wandelaars zijn rijden erover met hun jeeps, al zijn ze voorzichtig en volgen ze de sporen die er zijn. Toen we te voet de camping verlieten kwam er een man ons achterna, niet te geloven het was de eerste Belg die wij ontmoeten. Die kerel komt al vanaf de jaren tachtig naar Australie om te surfen. Hij was precies ook content om Belgen te ontmoeten want hij bleef maar babbelen. In de de namiddag kwam hij nog naar de motorhome onder het mom van een krantje die hij bij had. Enfin een heel boeiende gast. De avond ervoor stonden er Fransen naast ons die geen Engels konden. Zij waren natuurlijk ook tevreden om eens goed te kletsen. Die vrouw is rap bang en daarom hadden ze de overgang van Adelaide naar Perth gedaan met het vliegtuig in plaats van de oversteek met de mobilhome. We zijn nu 300 km noordelijker in een stadje genaamd Geralton. Onderweg zijn we nog een attractie tegengekomen genaamd the pinacles. Die zijn allemaal rotjes die verspreid staan op een grote zandvlakte. Die rotsen zijn in feite versteende plantenresten die ontstaan zijn 500.000 jaar geleden. Die rotsen zijn altijd bedekt geweest en nog maar een maar een paar honderd jaar blootgelegd door de erosie. Zo blijft Australië ons verbazen. Tot de volgende.