Jokke is de naam. Ik ben 55 en heb vrijwel mijn hele leven in Brussel gewoond en gewerkt. En nu heeft mijn werkgever beslist dat het voor mij tijd is om het een beetje rustiger aan te doen. Dat vind ik dus ook. Als je niet veel tijd hebt kan je zondag 27 mei wel overslaan en de volgende paar dagen ook, maar dan weet je natuurlijk niet waarom ik met dit tuindagboek begonnen ben. Je moet weten dat mijn vader gestorven is. Hij is de man die mij Jokke genoemd heeft. En mijn zus Takkie; gelukkig voor haar woont ze in Zuid-Afrika en daar denken ze nu dat vrouwen in deze lage landen Takkie heten. Jokke en Takkie. Eén mens ken ik die dat leuke namen vond, een schrijver, een Nederlander en een kennis van mijn vader. Koolhaas heette hij, Anton Koolhaas, hij heeft de namen nog gebruikt in een boek van hem al ken ik de titel van dat ding niet. Het ging over een jong koppeltje en rare beesten en de jongen vond de naam ook vreselijk. Al is Koolhaas niet veel beter, nou ja, een Hollander nietwaar. En zo heb ik toch al een eerste groente in deze eerste dagboeknotitie. Sla me dood als het met opzet was.