|
Jaja mensjes...
Fraser Island... ideale locatie om een nieuwe mysterieuze tv-serie te maken.
Prachtige stranden, mooie sandheuvels, heel mooie wandelingen en nog veel meer.
Hier is het paradijs of zoals de aboriginals zouden zeggen Benua Waaru
(letterlijk: God is Natuur).
Het begon allemaal zo:
Heeeeel vroeg in de morgen werd ik opgepikt door Jacob, een van de chauffeurs
van de Trailblazer Tours Fraser Island en een ongelooflijk sympathieke kerel.
Na een goeie twee uur rijden van Noosa kwamen we aan in Rainbow Beach, waar we
met een soort overzetboot naar Fraser Island zelf gebracht werden. En het begon
al goed! Tijdens het wachten op het bootje kwamen er een paar dolfijnen efkes
hallo zeggen (en dat was eigenlijk nog het minst spectaculaire van die dag, want
er was nog veel meer gebeurd die dag). Eens overgezet en op het eiland reden we
regelrecht naar Trailblazer Base Camp. Daar aangekomen was het efkes
kennismaken met de andere vrijwilligers en dan direct zerken geblazen (groenten
snijden voor de lunch. Yammy!). En dan was het al tijd om het eiland te leren
kennen: Eli Creek, Mehano Shipwreck en Indian Head (om jullie een gedacht te
geven: Indian Head is een goed uur met de bus rijden). En dan... Op de terugweg
van Indian Head was er iets ongelooflijk bijzonder. Er was een baby walvis (van
ongeveer 1 jaar bleek achteraf) die in moeilijkheden was en richting het strand
werd gedreven door de sterk opkomende vloed. Ongelooflijk om te zien, hoe
triestig het ook mag klinken! In het begin was iedereen een beetje verward en
dachten we dat de walvis gewoon dicht tegen het strand was aan het zwemmen,
maar van zodra we meer van de walvis konden zien, wisten we eigenlijk dat het
te laat was voor de walvis. Heel spijtig, maar toch wel knap om een walvis van
dichtbij te zien.
Goed. Dat was de eerste dag en al zoveel gezien!
Dan was het efkes een paar dagen 'werken'. Van eten maken voor de gasten tot
opkuisen van de rommel tot socialisen met de andere groepen.
Enfin, onder de vrijwilligers (vijf in totaal) hadden we de deal gemaakt dat er
iedere dag iemand (of 2 personen, hing ervan af hoeveel plaats er was op de
tourbus/auto's) mee op tocht ging(en), zodat we allemaal een beetje van het
eiland zouden zien (wat eigenlijk het hele plan was van in het moment dat we daar
naartoe gingen om te werken).
De tweede tour waar ik was mee meegegaan was naar Lake McKenzie. Dit meer is
bekend om zijn helderblauwe water en ook omwille van het feit dat ge hier
juwelen kunt terug laten opblinken door ze met zand te beschuren (ge moet wel
voorzichtig zijn dat ge uw juwelen nog voelt, want het is rap gebeurd dat ze
uit uw hand glippen en in het water onderzinken). Lake McKenzie is eigenlijk DE
toeristische attractie van het eiland, maar persoonlijk vond ik het niet echt
zo indrukwekkend (wat niet wilt zeggen dat het niet mooi was natuurlijk).
Ondertussen werd er verder gesocialised en was er elke avond wel een kampvuur
waar er een paar pintjes werd gedronken en gitaar werd gespeeld. Heel tof, want
het koelt toch wel hard af tegen 's avonds en is het altijd leuk om gezellig
samen te zitten met de tourgroepen en verhalen te horen van anderen en zelf
verhalen te vertellen.
Trip nummer drie was een trip die naar Lake Wabby ging... te voet (ongeveer een
uur tot aan de 'ingang' en dan nog eens een goeie 45 minuten tot aan het meer
zelf). Samen met Ashleigh - geloof het of niet: een Hollandse! (maar een heel
sympathieke)- had ik besloten om zelf op toch te gaan. Lake Wabby is een klein
meer dat verborgen ligt achter een zandduin, maar een heel mooi uitzicht heeft.
Voor mij persoonlijk was dit het mooiste op het eiland. Nu, wat eigen is aan
Lake Wabby is dat het heel snel heel diep wordt. Als ge drie meter in het meer
zit, kunt ge niet meer op de bodem staan en al helemaal niet meer zien. Maar het
is altijd leuk om in fris water te duiken en om af te koelen om daarna terug in
de zon te gaan liggen en een bruiner kleurtje krijgen. Ashleigh en ik hadden
eigenlijk heel veel chance, want we waren allebei al behoorlijk moe na ongeveer
2 uur wandelen, maar er was juist een tourbus die daar ook was. Wij dus
vriendelijk gevraagd om ons af te zetten aan ons hostel en zo een wandeling van
2 uur gespaard. 's avonds was er dan weer een leuk feestje en dan naar ons
beddeke, want de volgende dag was het er weer vroeg uit (en met vroeg bedoel ik
vroeg: 6uu r!)
Na de trip naar Lake Wabby was het tijd om afscheid te nemen van 3 andere
vrijwilligers die daar werken en bleven Ashleigh en ik achter om nog een beetje
meer van het eiland te genieten. En genieten hebben we gedaan, hoewel de
laatste dagen toch wel wat harder werken was, omdat er nog maar 2 vrijwilligers
waren...
Maar goed. Tour nummer vier was ook zeer speciaal. Nadat we naar Lake Birrabeen
waren geweest (een meer dat eigenlijk te vergelijken valt met Lake McKenzie)
gingen we naar het hart van het eiland: Central Station. Deze plek was zowat de
meest heilige plaats voor de Aboriginals. Er loopt een wandelpad door een stuk
van het subtropisch regenwoud. Heel mooi en ook wel een beetje gevaarlijk, zeker
als het al donker begint te worden, want er zijn geen spots of
verlichtingspalen of wat dan ook langs het pad. En daarna was het feesten. En
echt feesten deze keer... Omdat we nog maar een paar dagen op het eiland zouden
zijn, hadden we gevraagd aan een van de chauffeurs om een beetje drank mee te
brengen vanop het vasteland (er was maar 1 shop dichtbij en die was vreselijk
duur). En dus 's avonds vlogen de pintjes en de Goon (Australisch wijntje) er
goed door en was iedereen tevreden, zoals het hoort.
De volgende dag was het wel ietske minder, want er kwamen 3 tours tegelijk naar
het Beach House waarvan 1 tour met 13 kinderen was... Joepie, kleine snotneuzen
van 12 en 13 jaar! Maar goed, zoveel last hadden we daar overdag niet van omdat
iedereen toch op ontdekking was. En dan 's avonds natuurlijk... nee geen drank
(of toch maar een klein beetje), maar wel barbecue (zoals bijna iedere
avond )
En dan was het tijd om afscheid te nemen. Met pijn in het hart, maar toch niet
zo erg. Het was heel plezant werken daar en de mensen waren ook tof, maar als
ge op zo'n eiland zit en ge hebt alles gezien wat ge kunt zien (zonder auto
bent ge eigenlijk gekloot) en ge hebt in de voormiddag al het werk gedaan wat
ge moest doen, kon het eigenlijk wel een beetje saai worden. Maar goed, het was
een plezante ervaring niettemin en hopelijk vind ik nog veel meer plaatsen
zoals Fraser Island! (maar dat zal wel geen probleem zijn. Australia is toch
wel behoorlijk groot dus de kans zit er wel in)
Vaarwel voor nu, mijn lieve lezertjes en tot het volgende avontuur.
Daaaaaaaaaaaag
Jasp (mijne nieuwe bijnaam)




18-06-2012 om 09:50 geschreven door Jasper aka Bruce 
|