Na het avontuur doorheen heel het North Island was het dus tijd om terug te keren naar Auckland. En het was een beetje met een dubbel gevoel. Het was meer omdat er nog zó veel meer te zien is dan ik heb gedaan. Maar van de moment dat ik in het hostel aankwam, was dat gevoel al weg. Want het was weer geweldig plezant. En het was ook heel tof om mensen terug te zien na een maand. En natuurlijk nieuwe mensen te leren kennen. Het goeie aan terugkomen naar Auckland was dat ik veel meer dingen kon zien die ik de vorige keer niet heb gedaan. Waaronder het National Museum of New Zealand. Een gigantisch groot museum waar echt alles aan bod komt: De Maori Culture (wat echt wel heel interessant is; zowel de geschiedenis als de werktuigen en kledij en nog meer) was op de gelijkvloers. Als ge dan een beetje meer wou weten over het landschap en aarderijkskund van Nieuw Zeeland, dan was de 1st verdieping de plaats waar ge moest zijn. Hier werd er vooral over vulkanen en aardbevingen verteld, maar ook over de fauna en flora van vroeger tot nu. En de 2nd verdieping was helemaal gewijd aan (vooral) de 1st & 2nd Wereldoorlog. En zo wordt er gemakkelijk 4 á 5 uur gespendeerd in het museum (maar het is zeker de moeite waard én het is gratis!). Naast het museum was ik ook naar de Zoo geweest. Met toch wel een paar bijzondere dieren, zoals neushoorns. En dat is echt wel gigantisch. 2 ton met ne joekel van nen afrodisiacum op zijn gezicht. En er waren ook lieve kleine pinguins die gevoed werden als ik daar was. Lief toch, niet? Naast deze activiteiten was het natuurlijk ook schitterend weer en konden we niet anders dan genieten van het zonneke en het strand. Mission Bay is de plaats waar ge moet zijn. En de zonnecreme komt nu echt wel van pas, want ge verbrandt uw gat na nog geen uur als ge niks op uw vel smeert (en zelfs dan werkt het niet helemaal goed). Na een week was het dan (weeral!) tijd om afscheid te nemen van veel toffe mensen en ik moet het is echt nooit leuk om dat te doen. Ge blijft dan wel in contact via (hoe kan het ook anders) Facebook, maar het is toch niet hetzelfde. En het is echt het rottigste gedeelte van rondtrekken, maar het hoort erbij zeker?
Na Auckland was het tijd voor Wellington waar ze compleet zot zijn van 'The Hobbit' (Nee, ik heb de film nog niet gezien, maar waarschijnlijk morgen...). Met het vliegtuig was het dus met bestemming Wellington (het was maar $35, heel goedkoop).
Mensen zeggen dat Wellington beter is dan Auckland, maar dan toch niet voor de tijd dat ik daar was! Regen, wind en toch wel een beetje koud. Met andere woorden: SCHIJTWEER!! En dus was er eigenlijk niet veel keuze in wat te doen. Dus was het maar gewoon gezellig in een mega hostel rond de tafel zitten en babbelen en kaartspellekes spelen voor 2 dagen, want na 2 dagen was ik het écht beu en was ik maar vertrokken richting South Island met de ferry. En daar was het véééél beter!
De trip met de ferry was toch wel een beetje speciaal in de zin dat als ge in de Picton Bay komt, zit ge al tussen de heuvels. En het zicht dat ge vanop de ferry hebt over Picton is mooi. En zo begon het Zuidelijk avontuur!
Ik was in de late namiddag in Picton aangekomen en moest nog een hostel vinden. Het eerste hostel dat ik tegenkwam, zag er niet echt aantrekkelijk uit. Maar het tweede was dan weer het compleet omgekeerde en de naam alleen al sprak me aan: 'The Villa'. En het feit dat ze elke avond gratis apple crumble gaven was genoeg voor mij. En plezant dat het was. 's Avonds werd er gezellig een pintje gedronken en gepraat en soms werd er ook in de spa plezier gemaakt (ze hadden van die bad eendjes waarmee ge water naar elkaar kunt spuiten en natuurlijk, kinds als backpackers zijn, konden we niet aan de drang weerstaan om iedereen nat te spuiten met die eendjes). En overdag had ik samen met een paar anderen een wandeling gemaakt over de 'Snout Track'. En als beloning natuurlijk... in de zon liggen (maar niet aan het strand, want dat hebben ze niet in Picton!).
En na Picton begon het hitch hike adventure (en nee!! Liften is absoluut niet gevaarlijk)
Van Picton naar Nelson was de eerste rit en die begon al goed. Na nog geen 2 minuten had ik al een lift naar Blenheim (dat op de weg is naar Nelson). Maar dan was het toch efkes wachten op de ferry die moest aankomen in Picton (ten eerste, het was Zondag dus er waren al niet veel auto's op de weg en ten tweede iedereen zat op de ferry...). Maar goed, ondertussen konden we wat genieten van het zonneke. En dan de eerste campervan die passeerde (gevuld met 2 toffe Ieren) waren zo vriendelijk om mij mee te pakken naar Nelson (waar zij ook naartoe gingen). En in Nelson was het wederom zoeken naar een hostel (want het boeken op voorhand heb ik ondertussen opgegeven) maar er was keuze genoeg. Het was ofwel kiezen tussen een heel groot hostel met een zwembad of een klein gezellig hostel waar ge gratis chocolade pudding kreeg elke avond. Gemakkelijke keuze dus: het klein gezellig hostel met gratis pudding. En het was een goeie keuze (wederom!). In grote hostels hebt ge de neiging van gewoon met uw kamergenoten op te trekken en de rest gewoon niet echt mee in contact komt. Maar in kleine hostels is er altijd een gemeenschappelijke ruimte waar ge iedereen leert kennen en dat is toch waar het om gaat als ge rondtrekt. Nu, Nelson is bekend omwille van het nabijgelegen Abel Tasman National Park. Maar ook omwille van 'The Centre of New Zealand'. Klinkt heel indrukwekkend, maar eigenlijk is het dat niet. Een enorm lelijk 'ding' dat aangeeft waar het centrum is... Maar ja, niet álles kan schoon zijn in Nieuw Zeeland... En als ge geen zin hebt om te wandelen, gaat ge gewoon naar het strand... Zo simpel kan het zijn. En eigenlijk hebben we meer aan het strand gelegen dan iets anders. Alhoewel, we zijn ene avond naar de Open Mic Night geweest in de enige bar dat open was in heel het stad. Maar het was plezaaaaaaaaaant. En er was natuurlijk ook tijd voor plezier maken in het hostel zowel 's morgens als 's middags als 's avonds! Hier was het afscheid nemen van heel veel toffe mensen, maar we gaan allemaal proberen samen te komen en samen Nieuwjaar te vieren (wat allemaal mooi klinkt, maar waarschijnlijk niet zal gebeuren. Maar ge weet nooit hier in Nieuw Zeeland). En dan is het nu tijd voor een wandelingske te maken in Abel Tasman, want dat is toch wel het populairste en spectaculairste wat er te doen is in het Noordelijk deel van South Island.
Met veel zonnige groeten: Een vrolijk Schijtfeest en een gelukkig Zuipjaar vanuit het vrij warme Nieuw Zeeland!
Het is begonnen. Rondtrekken in Nieuw Zeeland is toch wel een beetje anders dan in Australia. Het is allemaal begonnen in de Coromandel. Daar was ik samen met iemand anders vanuit Auckland naartoe getrokken. In de Coromandel regio is heel wat te doen. Er is een plaats, Hot Water Beach, waar ge gezellig een putteke graaft naast de Oceaan. Maar niet zomaar een putteke, het water dat uit de grond komt (als ge diep genoeg graaft) is behoorlijk warm. En met warm bedoel ik gloeiend heet!! Ge kunt geen twee minuten blijven stilzitten zonder uw gat te verbranden. En als ge dicht genoeg tegen de Oceaan zit, koelt dat het water in uw privébadje een beetje af voor een paar seconden. Maar het is wel tof om daar te zitten als het "slechts" 15 graden is. Dichtbij Hot Water Beach is Cathedral Cove en voor de filmliefhebbers onder ons, daar is de poort naar Narnia (van den 2de film). Een klein wandelingske van ongeveer 20 minuten brengt u van de top, waar de parking is, naar het (hoe kan het ook anders) strand waar ge Cathedral Cove kunt bekijken en ook onderdoor lopen. We waren daar met een groepje vanuit het hostel naartoe gegaan en als we daar waren, scheen het zonneke o zo geel en hadden we maar besloten om in het water te springen. En het was behoorlijk koud!! Zelfs voor Europeanen!! De volgende dag was ik dan samen met Tóm helemaal naar het toppeke van de Coromandel gereden om daar te genieten van het mooie waar. Noooooooooooooooooooooooot! Want het regende serieus door menne frak! (of door mijnen T-shirt ) Maar toch, we hadden veel plezier, vooral omdat we altijd in een wei gingen en de koeien of de schapen wegjaagden. En er waren toch ook wel mooie uitzichten onderweg. Na de Coromandel was het tijd om Rotorua te ontdekken. Maar het was serieus tegenvallend. In Rotorua City is totaal geen bal te beleven. Dus was ik maar naar de Polonesian Spa geweest met Claudio (iemand dat ik heb leren kennen in de Coromandel). En het was wel plezant, maar het enige is dat het daar ongelooflijk stonk! Maar dat had ook wel zijn voordelen . Buiten Rotorua daarentegen, zijn er wél interessante plaatsen om te bezoeken. Vooral vulkanen (zoals in veel plaatsen). Maar het was zeer interessant om echt tussen vulkanen te lopen die nog actief zijn. Het was niet echt moeilijk om Rotorua te verlaten. De volgende bestemming was Taupo. Taupo is vooral bekend om zijn avontuurlijke kanten. Sky diving, bungee jumping en van al die dingen. Niks voor mij dus, maar voor sommigen wel tof (en vooral goedkoper dan eender waar in Nieuw Zeeland). Maar dat is niet het enige in Taupo. Er is een 'waterval', de Haku Falls, maar het is niet écht een waterval. Het is een serieuze, maar dan echt wel een héél serieuze, stroomversnelling. En onderweg hier naartoe, was er een tof gezellig plekje met natuurlijk warm water. Een goeie plaats na een zeer vermoeiende wandeling. En dan was het tijd om op avontuur te gaan. De Tongariro Crossing! Een wandeling die Sammeke en Frodo zélf moeten hebben gedaan (?), want deze wandeling komt voorbij... Mount Doom! Voor de wandeling zelf hebt ge maximum 8 uur tijd (wat meer dan genoeg is) en ge kunt 2 bergen beklimmen. De eerste is Mount Tongariro en de tweede... Mount Doom! En ik zei tegen mijne persoonlijke fanclub: "Dat kan toch zo moeilijk niet zijn om een berg op te klimmen?" Oeps... Of misschien is het tóch wel net iets moeilijker dan gedacht. Maar goed, beter proberen dan al die andere luie tamzakken die gewoon aan de voet blijven wachten en u zien klungelen. Spijtig dat de top niet bereikt was, maar ik was toch wel trots dat ik er bijná was geraakt. De weg naar beneden was dan wel weer gemakkelijk. Gewoon naar beneden schuiven en dan als ge aan de voet van de berg bent, uw schoenen uitdoen en het zand er laten uitlopen... Het vervolg was fenomenaal fantastisch. Het uitzicht over een paar puur blauwe meren. Ongelooflijk dat sommige dingen zo onaangetast zijn. En het was echt wel mooi om dat vanuit de hoogte te kunnen zien. Máár!!! Dat was niet het enige. Zoals sommigen onder jullie wel zullen weten nu, was er ook een vulkaan in het spel betrokken die vlak naast het pad ligt. En die vulkaan was een paar maanden geleden voor het eerst uitgebarsten. En ge kon de gevolgen nog een beetje zien. Uit de vulkaan zelf kwam er nog een dikke rookpluim. En de stank gaf natuurlijk ook wel weg dat er een vulkaan is. Want vulkanen hebben toch wel een geurtje (wat wederom wel eens handig kan zijn). De wandeling zelf is behoorlijk vermoeiend, maar niet om te zeggen dat ge niet meer op uw benen kunt staan als ge de 'aankomstplaats' hebt bereikt (wat niet wilt zeggen dat ge niet vermoeid bent en blij bent dat ge er geraakt bent). Maar de volgende paar dagen zijn uw beentjes wel een beetje stijf. Enfin. Mount Doom heeft dan wel gewonnen, maar daar heb ik me niet te veel van aangetrokken. Na National Park was ik helemaal naar de andere kant van North Island gegaan, naar Napier. Maar spijtig genoeg was er niet écht zoveel te doen daar. Er was een Aquatic Park met haaien en allerlei andere zeedieren wat wel tof was om te doen. Er was ook minigolf, misschien niet écht een sport, maar toch wel plezant. De tijd werd vooral doorgebracht in het hostel (dat meer een hotel leek) en poolen. De reden dat er zoveel tijd werd doorgebracht hier, was omdat het altijd schijtweer was. Maar ja, we hadden wel veel plezier. Na Napier was er Gisborne en hier was er nog veel minder te doen dan in Napier en het was helemaal niet plezant hier. Het is écht een schijtstad/dorp. De mensen leven hier nog in de jaren '80... En in het hostel was er ook niks te zien. Dus de volgende dag was het al rap inpakken en wegwezen richting Hamilton en de Waitomo Caves. Hamilton is een echte studentenstad en dat is ook wel te zien. Veel jonge mensen en eigenlijk bijna geen oude zakken of zakinnen. Maar Hamilton is eigenlijk vooral bekend omdat Hobbiton dichtbij is (waar ik niét naartoe ben geweest omdat het blijkbaar echt niet de moeite is en het kost behoorlijk wat geld... Sorry Trien en Marijke) en het is ook relatief dichtbij de Waitomo Caves. In die grotten kunt ge vanalles doen. Er is de gewone rondleiding met gids door een paar grotten. En voor de avonturiers kunt ge raften in het donker (Ja, dóór de grotten) of ge kunt in de grotten afdalen met touwen en allerlei spullen. Maar, dát kost veel geld dus had ik maar besloten om de saaie toerist uit te hangen en gewoon de rondleiding te doen (wat ook wel tof was, maar om eerlijk te zijn, ik heb al meer indrukwekkende grotten gezien; stoef stoef stoef ) Na Hamilton was er waarschijnlijk een van de beste paar dagen van de hele trip: Northlands (ja, ik was er al geweest, maar deze keer was het toch anders). De eerste stop was Whangarei (vlakbij de waterval die te zien is in de vorige foto's). Zeer plezant plaatske en het gaf de indruk van meer een vakantie oord te zijn. Het enige tegenvallende was het weer... Dus verzopen we maar in de jacuzzi . Na Whangarei was er Ahipara. Dát was de plaats. Ahipara is op een goeie 100 kilometer van Cape Reinga en dat was de eerste plaats waar ik naartoe was gegaan nadat ik was ingecheckt in het hostel. Cape Reinga is in het toppeke van Nieuw Zeeland en het is een zeer speciale plaats voor de Maori's. Zij geloven dat in Cape Reinga de ziel van de mensen naar de onderwereld gaat. Buiten het feit dat het een heilige plaats voor de Maori's is, is het ook de plaats waar de Tasman Sea en de Pacific Ocean samenkomen. En er is ook de beroemde paal die de afstand aangeeft naar verschillende grote steden in de Wereld zoals Tokyo en London en al die plekken. En het is nóg niet gedaan... Na de trip naar de top, was er Paihia (hier was ik ook al eens geweest). In Paihia heb ik in hetzelfde hostel geslapen als de vorige keer. Maar deze keer waren er veel meer mensen en was de ambiance 10 keer beter dan de vorige keer. Daarenboven was het weer schitterend en dus werd er veel tijd doorgebracht... aan het strand... En 's avonds was het vollen bak genieten van het goeie weer en het goeie gezelschap. Maar helaas pindakaas was het na een paar dagen afscheid nemen en ben ik terug naar Auckland gekeerd. En nu heb ik eindelijk (!) een beetje tijd om den blog aan te vullen. Dus bij deze... Geniet er van!
Toedels
Jappe
(De foto's volgen later wel en ik heb bijlange niet alles verteld , maar dat zal ik wel doen als ik terugkom)
We zijn hier al goed begonnen in het Beloofde Land. De dag dat ik hier was aangekomen, had ik al een paar mensen leren kennen en het klikte goed dus hadden we onmiddellijk besloten om een tripje te maken dit weekend doorheen het noorden. We hadden een auto gehuurd en zijn onmiddellijk vertrokken (nadat de mensen van de receptie zo vriendelijk waren geweest om onze boekingen te verschuiven met een paar dagen zonder iets extra aan te rekenen). En het is toch wel verschillend dan in Australia. Het landschap is veel heuvelachtiger en ook wel mooier om naar te kijken als ge in den auto zit. Geen droge plekken, maar allemaal groen en vol met... jawel, schapen. Maar we stopten geregeld om te genieten.
Onze trip was naar Pahia (Bay of Islands) en onderweg was het vooral plezier maken en elkaar leren kennen. Samen met Dom (van Brazilie), Matteo (van Italie) en César (van Spanje) was het dus een klein internationaal groepje. Onderweg waren we gestopt bij de Whangarai Falls (niet zo spectaculair als de andere waterval, maar toch zeer mooi) waar we onze lunch hadden. Andere stops waren vooral afgelegen miniscule plaatskes waar er gewoon een mooi landschap was (soms ook wel op mensen hun privédomein, maar als die niet thuis zijn, kan dat geen kwaad...)
Pahia is een echt toeristisch stadje. Er zijn cruises die ge kunt doen, kajaks die ge kunt huren, een helicopter tour die ge kunt doen, op uw lui gat liggen aan het strand en alle andere dingen die ge kunt doen in toeristische plekken. Het enige spijtige was dat we eigenlijk op de "verkeerde" moment zijn gegaan, want het was toch wel een beetje te rustig. In het hostel dat we verbleven waren maar een 10-tal mensen. Maar dat wilt niet zeggen dat we geen plezier hadden. We hadden een klein feestje met alle anderen dat al vlug tot een groter feestje leidde in één van de cafés. Maar we werden al om middernacht buitengekegeld, omdat alles op dat uur sloot. Dus iedereen terug naar het hostel om een beetje verder te feesten, want het was verboden om te gaan slapen (en als ge toch naar uw bed ging, werd ge bijna letterlijk er terug uit getrokken ). Maar na een paar uurtjes werd iedereen toch een beetje moe en waren we allemaal tegelijk in onze nest gekropen, want de volgende dag moesten we al vroeg terug op weg. Na een vroeg ontwaken (rond 8:00, wat toch wel vroeg was), waren we direct richting de westkust gereden en om zo terug naar ons hostel in Auckland te keren. Eerst waren we van plan om helemaal naar het Noorden van Nieuw Zeeland te rijden, maar dat zou veel te lang duren en we moesten voor 7 uur terug hier zijn. Dus waren we maar naar Te Raupua gegaan en daar rondlopen en verloren lopen in het National Park. En dan vonden we plots waar we naar op zoek waren: Iane Mahuta, een boompje van 50 meter hoog en een stam van een paar meter dik. Daarna hadden we wel een kleine misser begaan. We hadden gepland om naar een strand te gaan en van ver zag het er ook zo naar uit, maar eens daar aangekomen was het nogal anders. Wat we daar vonden was niet een strand, maar mogelijk wel de scenes waar The Dead Marshes tevoorschijn komen (maar dat was natuurlijk niet écht daar... MAar het leek er toch wel een beetje op). Iedereen lag wel in een deuk als we daar aankwamen, want we waren allemaal in ons zwembroekske en met ons emmerkes daar... Omdat het dan al een beetje later werd en het begon te regenen, hadden we besloten om gewoon terug naar Auckland te gaan en om ons terug te verbroederen met alle andere wereldreizigers.
Wat hebben we nu geleerd van deze trip? 1) Nieuw Zeelanders rijden ook langs de linker kant 2) Ook in Nieuw Zeeland kan het slecht weer zijn 3) De rondtrekkers zijn hier heel tof 4) Op tijd in uw bed kruipen bestaat niet op een road trip
Het was een leuke tocht doorheen het Noordelijkste deel en ik ga zeker terug gaan, want 2 dagen is zeker niet genoeg. Maar we zullen wel zien wanneer dat gebeurt, want eerst gaan we écht de fimsets van 'The Lord of the Rings' bezoeken.
We zijn hier vandaag samengekomen om ons te bezinnen over de zin van het leven. We moeten niet altijd klagen over ne slechte zomer. De laatste slechte zomer was verleden winter (Urbaat)
eniweeej Het hoofdstuk Sydney is afgesloten. Het was plezant om eens op een rustige manier een tijdje door te brengen. Josephine & Raymond waren daar ideaal voor. Het was tof dat ik voor een tijdje bij hen mocht intrekken en écht wel op mijn lui gat zitten en niks doen buiten het stad verkennen. En hoewel Sydney de grootste stad in Australia is, zou ge dat op het eerste zicht niet zeggen. Er is nooit een stormloop van mensen in het centrum (wat niet wilt zeggen dat er niet veel mensen zijn, maar geen overrompeling) of er buiten. Of verkeersophoping is er ook niet wat ge wel zou verwachten in een stad als Sydney (alhoewel, ik ben nooit met den auto om 7 uur 's morgens richting het stad getrokken...) Wat wel opvallend is, is dat op de toeristische plekken (met name Opera House & Harbour Bridge) veel mensen rondlopen of caféhangen of gewoon langs het water zitten of over de brug lopen (wat wel een speciaal gevoel geeft. Maar ik ben niet echt naar de top van de brug geweest, want dat ging niet of misschien wel, maar dat zag ik niet echt zitten . Het stomme was dat ge geen foto's zelf mocht pakken en dat voor de foto's die de gidsen namen, moest betalen...). Máár! Ik heb wel heel Sydney gezien vanop grote hoogte (vééééél hoger dan vanop de Harbour Brigde). De Sydney Skytower heeft een observatieplatform op zo'n kleine 320 meter en ge (of ik beter gezegd) kon wel bijna in mijn broek kakken als ge door de vensters keek over de stad. Het was evenwel kei fak om te zien.
Nu, als ge Sydney hoort, zijn er de Harbour Bridge en Opera House en dat zijn ook de twee populairste. Maar Sydney heeft nog veel meer dan dat te bieden: Kunstmuseums, museums vol met geschiedenis, Darling Harbour, een observatorium(?), Bondi & Manly Beach (de twee populairste stranden) en veel wandelingen door de suburbs (en dan bedoel ik door de natuur) en nog veel meer. En dat is maar goed ook. Ge hebt wel een paar dagen nodig om het centrum te zien, maar ge hebt nog veel meer tijd nodig om alles daarrond(?) te zien. Want die wandelingen zijn echt wel de moeite waard. Ze geven u een heel mooi beeld van hoe Sydney eigenlijk eruit ziet. En op die wandelingen ziet ge allerlei nieuwe diertjes, het ene al wat mooier dan het andere (en ook gevaarlijker). En als ge tussendoor een beetje pauze wilt nemen, is er altijd wel een plaatske met water en een beetje strand waar ge uw handdoekske kunt uitrollen en lekker zwemmen tussen de haaien en walvissen en dolfijnen (of misschien ook niet. Hoewel, ge weet nooit in Australia). Of, als ge niet wilt wandelen en gewoon luieren, gaat ge gewoon in de Botanic Gardens liggen met een paar vrienden die ge vroeger in uw reis bent tegengekomen... Er is altijd wel iets wat ge kunt doen, want (en nu zal ik weer een beetje stoefen met het weer) het is toch altijd wel warm. Het schommelt nu al tussen de 20 en de 35 graden. Plezaant toch .
Gisteren was het dan tijd om nieuwe oorden op te zoeken, want er was nog maar weinig te zien en dus ben ik op het vliegtuig gesprongen naar Nieuw Zeeland. De tijd is dus aangebroken om door Middle Earth te trekken op zoek naar glorie!
Hier in Sydney is alles wat ge kunt verwachten in een grote stad (in Australia weliswaar). Het is toch wel druk op sommige momenten, grote gebouwen, toch ook wel open, groene parken en natuurlijk toeristen overal om toch maar een foto te pakken met de Sydney Harbour Bridge of het Opera House in de achtergrond (hééééel origineel hoor). Maar goed, iedereen zijn goesting.
Nu, omdat ik toch wel "dicht" bij het bijzondere Nieuw-Zeeland zit, heb ik besloten om Australia achter mij te laten voor een tijdje en om nieuwe oorden op te zoeken buiten Kangoeroeland (Marijke, ge moogt nog altijd afkomen, maar dan zal het wel nu moeten zijn, want ik heb ne verschrikkelijken drang naar vrijheid. Mijn tanden groeien naar de vier windstreken!; Urbaat: Vier Windstreken - Gele CD)
Een volledig verslag over Sydney volgt wel als ik hier weg ben.
Het is
wederom een dike maand geleden dat ik nog eens iets heb laten horen. Dus daarom
een klein verslagje.
Het was tijd
om het mooie Queensland te verlaten en verder te trekken richting het koudere
Zuiden. En de eerste bestemming was Byron Bay. Een gezellig plaatsje waar nogal
wat backpackers samentroepen om te genieten aan het strand. Want dat was toch
wel nodig voor mij na een kleine maand op een afgelegen plaats te zitten...
Byron Bay is vooral bekend door het nabijgelegen Nimbin (waar 90% van de
inwoners hippies zijn. En dat is letterlijk te nemen...). Maar goed, daar zijn
we niet naartoe geweest (wat toch wel een beetje spijtig is, maar ge kunt niet
overal naartoe gaan zeker??). In Byron Bay was het vooral uitblazen na 3 weken
hard werken en vooral vroeg opstaan... En dat is toch wel gelukt. Maar naast
het uitrusten op het strand en een klein wandelingetje te hebben gemaakt naar
de vuurtoren, was er ook entertainment. Elke avond was er wel iets te doen in
het hostel. Zo was er een avond waar het barbecue was en waar er lekker
gesocialized werd met de meneertjes en mevrouwtjes in het verblijf en er
natuurlijk een beetje gevierd werd op het geweldige leven van een backpacker.
Er was ook een avond waar er gewoon rond het vuur werd gezeten ofwel op het
strand (wat eigenlijk niet mag, maar de locale flikkers (aka politie) trekt
zich daar eigenlijk niet veel van aan) ofwel gewoon buiten in een grote ton. En
de laatste avond waren we noar t stad geweist. In een paar gezellige, toffe
cafekes geweest met nen toog en al (urbaat!). Na drie mooie dagen was het dan
tijd om afscheid te nemen en verder te trekken richting Sydney.
Maar Sydney
is niet waar ik de afgelopen tijd heb gezeten. Nee nee, ik heb op een andere
farm gewerkt. Dit keer in Mooral Creek.
De farm is
van 2 Zuid-Afrikanen: Roger & Mary. Twee heel toffe mensen en we hebben
ongelooflijk veel plezier gehad. Het werk was vooral buiten: hekken zetten,
Wild Tobacco, Lantana (geen idee wat dat in het Nederlands is) en braamstruiken
uittrekken, het vee eten geven en soms verplaatsen, bomen en groenten planten
en nog vanalles. Veel verschillend werk dus zoals ge kunt zien. En dat is toch
wel plezant, want het ene werk is al iets interessanter en leuker om te doen
dan het andere. Want ik kan u verzekeren dat de braamstruiken en ander onkruid
er langs uw gat uitkomen na een tijdje... Het ongelooflijke aan deze plaats was
dat, zoals ge kon lezen in het begin, het Winter was en dat de temperatuur
normaal gezien rond de 15 graden is. Normaal gezien... Geen druppel regen
gehad, altijd (en ik bedoel echt wel de hele tijd) minstens 23 graden, alleen
s morgens was het rond de 18. Maar voor de rest was het fantastisch weer en
dat was natuurlijk weer goed voor het amusement (amuzement?).
Nabij Mooral Creek is er een klein watervalleke: de Ellenborough Falls, slechts
200 meter hoog en misschien toch wel een beetje spectaculair met een bijzonder
koud meer op de top (waar ik vooral niet ben ingesprongen, zot dat ik was). Op
weg naar hier wist ik al dat het een goeie dag ging worden. De reden was dat we
een slang gezien hadden, een giftige trouwens (een van de giftigste hier; als
ge gebeten wordt, kunt ge wel eens verlamd worden als ge er niet rap mee naar
de kliniek gaat). En als we naar het meer aan het kijken waren, zwom er
gezellig een pladipus voorbij. Er zijn heel veel Australiers die nog nooit een
gezien hebben, omdat ze zeer verlegen en bange diertjes zij, maar dat gold
precies niet voor deze hier.
Voila, nu is
er weer wat leesmateriaal voor iedereen. Nu zit ik bij Josephine & Raymond (Thanks Rosemary) en is het tijd om Sydney te verkennen (en verloren te lopen, wat al gebeurt is. Sydney is dan ook geen klein plaatske...).
Ik heb slechts vier mails/feesboekberichtjes gekregen met de vraag of ik nog leef. Het antwoord is: Toch wel! Ik weet dat het een tijdje geleden is sinds de laatste keer dat ik iets heb laten weten, maar daar zijn wel een paar redenen voor. Zoals mijne favoriete bloggers weten, zat ik in Cairns en daar was wel heel wat te beleven.
Cairns is een plaats waar het het hele jaar door warm is. Als ge naar het weerbericht zou kijken, zou ge nog kunnen zeggen dat dat niet helemaal waar is, maar op het weerbericht kunt ge alleen maar temperaturen zien... Het is daar echt zweet weer. Maar dat is goed om niks te doen en aan de Lagoon te liggen (zie foto)
Zoals in elke plaats waar ik tot nu toe heb gezeten, waren ook in de City Backpackers heel toffe mensen die ik heb leren kennen. Van de eerste moment dat ik aankwam in Cairns en in het hostel werd er al gesocialized en nieuwe vriendjes en vriendinnetjes gemaakt. En natuurlijk waren er de avondactiviteiten. In Cairns krijgen alle backpackers een gratis avondmaal elke avond in een plaats genaamd ''The Woolshed''. En amai menne frak... wat een keet!!! Het is echt een overrompeling van de backpackers daar. En niet alleen voor het eten... Er zijn ook ongelooflijk belachelijke activiteiten elke avond. Er was quiz, gold fish racing, Deal or No Deal en nog vanalles om toch voor entertainment te zorgen. En er waren natuurlijk ook wel wat pintjes die van den toog naar de tafel vlogen om het nog wat plezanter te maken. Na de activiteit van de avond was er altijd feest. Het muziek volume ging de hoogte in en de mensen ook. De dansvloer was misschien 25 vierkante meter groot, dus werd er op de tafels gedanst (en dat was veel plezanter dan gewoon op de grond). En zo werd er verbroederd onder de backpackers en werd de vriendenkring alleen maar groter en groter. En zo tegen middernacht (OK... meestal later... wandelden we rustig terug naar onze backpacker hostels om in onze beddebak te kruipen).
Nu, plezier maken 's avonds was niet het enige wat ik gedaan heb hoor. Ik heb ook wel mijn best gedaan om een paar dingen te zien in Cairns. Zo was er de Botanic Garden die toch wel een schoon beeld gaven van de stad (het wel wel een serieuze wandeling om tot ginder te geraken, maar dat is goed voor de fysiek zeker ). Elke stad heeft zo zijn Gardens, maar die van Cairns was toch wel een beetje speciaal. Ge kunt een pad volgen dat leidt doorheen het regenwoud, althans dat gevoel hebt ge. Het enige vervelende is dat het daar stikt met muggen, maar dat hoort erbij. En eigenlijk is dat zowat het enige interessante dat er te zien is in Cairns, want alles is ten Noorden van 't Stad (waar ik helaas pindakaas niet ben geraakt wegens redenen die verderop te lezen zijn). Alhoewel... Er was ook de Lagoon. Plezant plaatske waar ge kunt afkoelen tijdens de warme dagen. Zo gingen we geregeld met een groepke op ons handdoekske liggen en een beetje bruiner worden (dit deed ik alleen maar omdat ik niet met ons Tantetje mee kon gaan naar Frankrijk. Want anders zou ik dit nooooit doen ). Dat was wat we deden als we niet aan het zoeken waren achter werk (want het was tijd om de handen uit de mouwen tevoorschijn te laten komen). Maar werk vinden in Cairns en omstreken was niet gemakkelijk om de simpele reden dat heel veel backpackers in het Noorden van Queensland zitten in deze tijd van het jaar, want in het Zuiden is het toch wel frisjes hoor. En, met een beetje geluk weliswaar, had ik werk gevonden. Maar niet het werk dat ik gedacht (en misschien gehoopt) dat ik zou hebben. Het was namelijk WWOOFING tijd (WWOOFING is waar ge voor een tijdje op een farm werkt bij mensen die u onderdak en voedsel geven). En dat was eigenlijk de beste dag van het verblijf qua werk zoeken, want mijn vaste uitgaansvriendin had ook werk gevonden!! Hoera voor het internet!!! Dus ja, het was weeral (!!) tijd om toedeloe te zeggen en een plezante plaats achter te laten, maar dat is het leven van de zwervers... Goed. De volgende bestemming was Woodford (echt een nog kleiner boerengat dan Schunnenbroek City)
Het was nog heeeel vroeg in de morgen wanneer ik moest vertrekken uit Cairns (het was dus een nachtje-door doen). Maar eens aangekomen in Brisbane, sprong ik op de trein richting Caboolture en zo met de bus naar Woodford. Daar werd ik opgewacht door Ron (de zoon van Des & Irene, de mensen van wie de farm was) en Anne (een Franse die een dag eerder was aangekomen en die dus ook aan het WWOOFEN was). Ik weet niet hoe ik er uit zag, maar ik had het gevoel dat het niet zo goed was. Al een geluk dat ik in Caboolture een tijdje moest wachten op de bus en zo kon ik toch een beetje slapen (het was dan wel op de beton, maar het voelde alsof het in een goei bed was; misschien omdat het weer goed was en het zonneke aan het schijnen was in mijn gezicht ). Maar ale, eens aangekomen was het dan kennismaken en vertellen van wat ik al allemaal gezien en gedaan had en van al die dingen. En na het avondeten was het met z'n allen voor den TV kijken, maar voor mij was het meer in slaap vallen... Dus de beslissing was snel gekomen om vroeg in mijn bed te kruipen, want het zou vroeg opstaan zijn de volgende morgen. De dagindeling was min of meer als volgt: Om 6:30 (JA!!! GE LEEST HET GOED; 6:30!!) werden we rustig wakker. Meestal maakte Anne mij wakker, want ik kon nooit uit mijn bed... Er was altijd een serieus ontbijt dat gemaakt werd door Irene: Toast, Muesli, fruit met yoghurt en soms ook eieren. Het was wel nodig om een stevig ontbijt te hebben, want een uur later sprongen we op onze fiets om een lange tocht te maken naar onze werkplaats (de tocht was zeker tussen de 50 en de 100........................................................................................................................................................ meter). We werden altijd vergezeld door de totaal losgeslagen hond. Van 7:30 tot 10:00 was het dan werken geblazen. De family is bezig met een nieuw huis te maken voor een van hun andere zonen. Het was heel interessant en tof om te doen (alhoewel dat Anne het soms iets minder plezant vond. Wijven... ). Het was echt vanalles dat ik heb gedaan. Plafond steken, gyprock zetten, hout zagen, isolatie leggen en nog een paar dingen waar ik niet echt een directe vertaling voor kan vinden. Maar goed, het was plezant om te doen. Dan van 10:00 to 10:30 was er SMOKO of morning tea. In onze zelfgemaakte tea room vertelde Des dan meestal over zijn avonturen die hij had meegemaakt tijdens zijn reizen. Of Anne en ik vertelden over wat wij allemaal hadden gedaan tijdens onze reis of over andere dingen. Een gezellig babbel-halfuurtje. En tot slot was het dan terug werken tot 12:30. Terug de dingen die ge normaal gezien doet als ge zelf een huis bouwt. En om 12:30 reden we dan heeel de weg terug naar het family house om te eten (het eten was elke keer magistraal geweldig goed. Nu ja, als ge een tijdje reist en ge leeft overwegend van pasta en tomatensaus, is al het eten geweldig goed. Maar toch...). Na het eten hadden we meestal een middagdutje, al dan niet buiten op het gras in de zon. Meestal tegen een uur of 3 werden we dan terug wakker en was het tijd om een beetje te exploren. De eerste paar dagen was het de farm een beetje verkennen. Maar na een paar dagen gingen Anne en ik al een beetje verder op avontuur. Zo zijn we naar Mount Ngungun geweest (samen met Ron en Nick, een neef van de family en ne geweldige kerel) en naar de Lookout die een beetje dichterbij was. En als we niet op tocht waren, gingen we wel eens naar het kleine dorpke of gingen we met z'n allen een beetje relaxen aan de Sunshine Coast. Nu, dat was van Maandag tot Zaterdag... De Zondag was net iets anders... Het was namelijk een family die elke Zondag naar de mis ging... . Het was dan wel niet hetzelfde als toen wij naar de mis gingen met vettige Pater Andre, maar het was nog altijd behoorlijk saaaaaaaai. Dus Anne en ik hielden elkaar wakker als we het efkes moeilijk hadden en zo overleefden we de Zondagvoormiddag. Want het was echt wel verschrikkelijk soms... Maar ja. Andere family, andere gewoontes... (Het was niet zoo erg dat we mee moesten gaan, maar we waren toch liever in ons bed blijven liggen om wat langer te slapen) En zo ging te tijd verder en bleven de berichten maar binnenkomen of ik al dan niet nog leefde en niet was opgegeten door een haai (weeral een domme surfer) of aangevallen door een dingo (domme dronken Duitser op Fraser Island. Die Duitsers toch...). Nee nee. Het was gewoon omdat er nog geen internet was uitgevonden in het verre Woodford, Queensland. Ok, ze hadden wel internet, maar ik had totaal geen behoefte om er gebruik van te maken...
En na 3 mooie weken op de farm (een horse farm trouwens ) leidden onze wegen weer ergens anders naartoe. Anne ging naar Maryborough en vervolgens richting Cairns, de family bleef (hoe kan het ook anders) waar ze nu zijn in Woodford en ik op weg naar het koude Zuiden waar het maar 15 graden is...
Voila. Alle ongeruste mensen kunnen terug op beide oren slapen en genieten van de OOOOOlympische Spelen nu het nog kan.
Daaaag,
De Man Wiens Baard En Snor Blijft Groeien Omdat Hij Te Lui Is Zich Te Scheren
Bai de weei. Ik ben mijne GSM-oplader ergens verloren en heb ne nieuwe GSM moeten kopen, maar blijkbaar zijn al mijn contacten weg (wat raar is, want ze waren allemaal opgeslagen op mijn SIM-kaart). Dus voor degenen die mij graag zien, stuurt eens een mailke met uw nummerke als ge wilt. Daaaaaaaaaaaaaaanke
Het is weeral(...) eens tijd om een klein verslagje te maken. De voorbije weken
is er toch een en ander gebeurd. Er waren een beetje problemen met de Visa
kaart, maar dankzij onze financial go-to meneer (initialen BV) weet het avonturiertje
(initialen JV) wat hij nu precies moet doen. Hiervoor dank.
Ok. Over
naar het onderdeel 'rondtrippelen in den Outback'
Ongeveer een tweetal weken geleden las ik op het internet dat er iemand gezocht
werd om avond activiteiten te organiseren op een eiland genaamd Magnetic
Island. Dus ik direct geantwoord dat ik geinteresseerd was en de volgende dag
had ik al een mailtje teruggekregen waar in stond dat ik zo snel mogelijk moest
afkomen. Gelukkig was ik al van plan om naar Townsville te gaan (de stad waar
de de ferry naar Magnetic Island vertrekt) en moesten ze dus niet ongerust
zijn, want ik zou diezelfde dag toch arriveren. De eerste avond was het nog
rustig aan doen, want het was toch weer een 6 a 7 uur durende busrit. En dus de
enige activiteit voor mij was nieuwe mensen leren kennen (wat toch ook wel
plezant is. En natuurlijk waren er weer Hollanders ginder!).
Na heel lang slapen de volgende dag was het tijd om een beetje te gaan exploren
en rond te kijken wat Magnetic Island zoal te bieden had. En het was toch niet
zo slecht. Op dit eiland (wat totaal anders is dan Fraser Island. Magnetic
Island is vooral voor op uw lui gat aan het strand te liggen en niet om echt
dingen te zien) zijn er veel baaien(?) (in't engelands 'Bay') waar het zeer interessant
is om te snorkelen als het tij laag is. Zo ziet ge grote platvissen en mooie
koralen en jelly fish (die toch wel behoorlijk groot kunnen zijn). En
natuurlijk zijn er mooie stranden en mooie wandelingen die mooie uitzichten
geven.
Goed, dus de tijd dat ik niet moest werken was ik altijd wel onderweg met
nieuwe vriendjes en vooral vriendinnetjes. Maar er moest natuurlijk ook wel wat
gewerkt worden.
Het werk bestond vooral uit het organiseren van avond activiteiten. Zo was er
een muziek quiz, een gewone quiz, bingo, cocktail night, een do-quiz en dan het
plezantste van allemaal: coconut bowling. Heel simpele regels, iets minder
simpel om het effectief te doen. Het is heel gemakkelijk: het is zoals gewone
bowling met het enige verschil dat ge met, inderdaad, een coconut moet proberen
alle kegels om te gooien. Er waren natuurlijk prijzen te winnen. Als ge een
strike gooit, krijgt ge een gratis jug (weet ik geen nederlands woord voor)
bier. Als ge de middelste kegel omver gooide, kreeg ge een gratis pintje bier.
En als ge het spelleke (ge moest uw nationaal volkslied zingen zo luid en goed
als ge kon) won, kreeg ge ook een jug bier. En om af te sluiten lieten we
altijd iemand in het zwembad springen (ene kerel gewoon met al zijn kleren aan
terwijl er niemand anders zelfs dicht bij het zwembad stond... Zotte
Australiers) voor nog wat extra gratis bier.
Het was plezant hier, maar zoals gewoonlijk was het na een goeie week tijd om
verder te gaan, omdat ik het meeste gezien had. En dus trokken we terug naar
Townsville waar ik voor een dagje was gebleven. En het was een plezant dagje,
want die avond was het 'State of Origin' finale (National Football tussen
Queensland en New South Wales en de stand was 1-1 dus het was toch wel
spannend). Dus bijna iedereen in het hostel waar ik verbleef, ging naar
hetzelfde cafe (waar gratis pizza en chips was. Anders was waarschijnlijk niet
iedereen gegaan... backpackers zitten toch zo op hun geld ) en daar maar
plezier maken en supporteren voor een van de twee ploegen. En het was echt wel
spannend hoor, want op 8 minuten van het einde was de score 20-20 en dan
maakten die Queenslanders toch wel een fieldgoal zeker! Eindstand dus 21-20
voor Queensland en de helft van het cafe compleet teleurgesteld en de andere
helft uitbundig aan het vieren. Maar er was verbroedering en iedereen te samen
gezellig een pintje drinken en dan naar huis.
En dan was het weer tijd om verder te gaan. Naar Cairns! Cairns is de grootste
stad in het Noorden van Queensland, maar dat zou ge eigenlijk niet zeggen. Het
is toch wel anders dan Perth of Brisbane als ge het mij vraagt. Het is veel
rustiger dan in de echte grote steden, wat toch wel aangenaam is. Het hostel
waar ik verblijf is tof. Mijn kamergenoten (allemaal meisjes ) zijn plezant.
Vooral met Jessica, een Duitse, schiet ik goed op (we zijn al elke avond gratis
gaan eten in Woolshed en na het eten toch wel een beetje gefeest) en met de
Nieuw-Zeelanders Peter en Tim. Maar er zijn nog andere toffe internationale
backpackers waar het good mee klikt en dus verbroederen we altijd rond de
eettafel en vertellen over al de avonturen dat we al hebben meegemaakt op onze
reizen.
Ale, nu hebt ge toch weer wat lectuur om te lezen op het WC als ge een laptop
hebt en geen boekske vindt (met het enige verschil dat ge met uwe laptop uw gat
niet kunt afkuisen terwijl dat met papier uit het boekske wel gaat als er echt
geen WC-papier is...)
Na het indrukwekkende Fraser Island was het dus tijd om weer voet aan wal te zetten op het platteland. Rainbow Beach was de bestemming, maar eigenlijk valt er niet veel speciaals te zeggen over dit toch wel kleine stadje (wat vooral dient als tussenstop naar Fraser Island). Maar dat wilt niet zeggen dat het niet aangenaam was. De tijd werd vooral gespendeerd aan nieuwe collega-backpackers leren kennen. Zo was er Georgina en Alex van Engeltjesland en Pakk van Zuid-Korea. En 's avonds was er altijd wel iets te doen in de bar, maar na twee weken Fraser Island and toch wel veel drank, had ik maar besloten om het rustig te doen... dat had ge nie verwacht he (Mooi Urbaat => Viagra Uzis)
Na een paar dagen uitrusten op het strand en nog wat meer mensen leren kennen, was het tijd om verder te trekken richting het Noorden. Momenteel verblijf ik in Agnes Water (vooral bekend omwille van het feit dat het het eerste dorpje is dat min of meer in lijn ligt met the Great Barrier Reef). Agnes Water is nog een kleinere kakadrol dan Rainbow Beach, maar er is wel twintig keer zoveel te beleven. Zo zijn er 3-uur surflessen voor $17, wat heeel goedkoop is (nergens goedkoper). Dus ja, ik moest er toch van profiteren, niet? En ik kan u verzekeren, surfen is absoluut niet zo gemakkelijk als dat het eruit ziet vanop het strand. Maar het was ongelooflijk plezant en het volgende plekje dat gratis surfboards verhuurt, zal mij zeker zien . En dan was er toch weeral een feestje: de Hippy Party! OOONGELOOFLIJK MARGINAAL! Gewoon een bende straalbezopen avonturiers die alles eruit flappen (inclusief mezelf. Sorry allemaal, maar ik kon gewoon niet weerstaan aan den drang).
Nu we Agnes Water gezien hebben en hebben verbleven in vooral kleine smurfendorpjes, is het tijd om verder te trekken. De volgende stop is in een grotere stad: Rockhampton (de eerste verblijfplaats dat niet naast de Oceaan ligt. Kunt ge u dat voorstellen?!). Benieuwd wat dit zal brengen.
Ale, tijd voor te een beetje te gaan eten, want van al dat gesurf wordt ge toch wel hongerig
Fraser Island... ideale locatie om een nieuwe mysterieuze tv-serie te maken.
Prachtige stranden, mooie sandheuvels, heel mooie wandelingen en nog veel meer.
Hier is het paradijs of zoals de aboriginals zouden zeggen Benua Waaru
(letterlijk: God is Natuur).
Het begon allemaal zo:
Heeeeel vroeg in de morgen werd ik opgepikt door Jacob, een van de chauffeurs
van de Trailblazer Tours Fraser Island en een ongelooflijk sympathieke kerel.
Na een goeie twee uur rijden van Noosa kwamen we aan in Rainbow Beach, waar we
met een soort overzetboot naar Fraser Island zelf gebracht werden. En het begon
al goed! Tijdens het wachten op het bootje kwamen er een paar dolfijnen efkes
hallo zeggen (en dat was eigenlijk nog het minst spectaculaire van die dag, want
er was nog veel meer gebeurd die dag). Eens overgezet en op het eiland reden we
regelrecht naar Trailblazer Base Camp. Daar aangekomen was het efkes
kennismaken met de andere vrijwilligers en dan direct zerken geblazen (groenten
snijden voor de lunch. Yammy!). En dan was het al tijd om het eiland te leren
kennen: Eli Creek, Mehano Shipwreck en Indian Head (om jullie een gedacht te
geven: Indian Head is een goed uur met de bus rijden). En dan... Op de terugweg
van Indian Head was er iets ongelooflijk bijzonder. Er was een baby walvis (van
ongeveer 1 jaar bleek achteraf) die in moeilijkheden was en richting het strand
werd gedreven door de sterk opkomende vloed. Ongelooflijk om te zien, hoe
triestig het ook mag klinken! In het begin was iedereen een beetje verward en
dachten we dat de walvis gewoon dicht tegen het strand was aan het zwemmen,
maar van zodra we meer van de walvis konden zien, wisten we eigenlijk dat het
te laat was voor de walvis. Heel spijtig, maar toch wel knap om een walvis van
dichtbij te zien.
Goed. Dat was de eerste dag en al zoveel gezien!
Dan was het efkes een paar dagen 'werken'. Van eten maken voor de gasten tot
opkuisen van de rommel tot socialisen met de andere groepen.
Enfin, onder de vrijwilligers (vijf in totaal) hadden we de deal gemaakt dat er
iedere dag iemand (of 2 personen, hing ervan af hoeveel plaats er was op de
tourbus/auto's) mee op tocht ging(en), zodat we allemaal een beetje van het
eiland zouden zien (wat eigenlijk het hele plan was van in het moment dat we daar
naartoe gingen om te werken).
De tweede tour waar ik was mee meegegaan was naar Lake McKenzie. Dit meer is
bekend om zijn helderblauwe water en ook omwille van het feit dat ge hier
juwelen kunt terug laten opblinken door ze met zand te beschuren (ge moet wel
voorzichtig zijn dat ge uw juwelen nog voelt, want het is rap gebeurd dat ze
uit uw hand glippen en in het water onderzinken). Lake McKenzie is eigenlijk DE
toeristische attractie van het eiland, maar persoonlijk vond ik het niet echt
zo indrukwekkend (wat niet wilt zeggen dat het niet mooi was natuurlijk).
Ondertussen werd er verder gesocialised en was er elke avond wel een kampvuur
waar er een paar pintjes werd gedronken en gitaar werd gespeeld. Heel tof, want
het koelt toch wel hard af tegen 's avonds en is het altijd leuk om gezellig
samen te zitten met de tourgroepen en verhalen te horen van anderen en zelf
verhalen te vertellen.
Trip nummer drie was een trip die naar Lake Wabby ging... te voet (ongeveer een
uur tot aan de 'ingang' en dan nog eens een goeie 45 minuten tot aan het meer
zelf). Samen met Ashleigh - geloof het of niet: een Hollandse! (maar een heel
sympathieke)- had ik besloten om zelf op toch te gaan. Lake Wabby is een klein
meer dat verborgen ligt achter een zandduin, maar een heel mooi uitzicht heeft.
Voor mij persoonlijk was dit het mooiste op het eiland. Nu, wat eigen is aan
Lake Wabby is dat het heel snel heel diep wordt. Als ge drie meter in het meer
zit, kunt ge niet meer op de bodem staan en al helemaal niet meer zien. Maar het
is altijd leuk om in fris water te duiken en om af te koelen om daarna terug in
de zon te gaan liggen en een bruiner kleurtje krijgen. Ashleigh en ik hadden
eigenlijk heel veel chance, want we waren allebei al behoorlijk moe na ongeveer
2 uur wandelen, maar er was juist een tourbus die daar ook was. Wij dus
vriendelijk gevraagd om ons af te zetten aan ons hostel en zo een wandeling van
2 uur gespaard. 's avonds was er dan weer een leuk feestje en dan naar ons
beddeke, want de volgende dag was het er weer vroeg uit (en met vroeg bedoel ik
vroeg: 6uu r!)
Na de trip naar Lake Wabby was het tijd om afscheid te nemen van 3 andere
vrijwilligers die daar werken en bleven Ashleigh en ik achter om nog een beetje
meer van het eiland te genieten. En genieten hebben we gedaan, hoewel de
laatste dagen toch wel wat harder werken was, omdat er nog maar 2 vrijwilligers
waren...
Maar goed. Tour nummer vier was ook zeer speciaal. Nadat we naar Lake Birrabeen
waren geweest (een meer dat eigenlijk te vergelijken valt met Lake McKenzie)
gingen we naar het hart van het eiland: Central Station. Deze plek was zowat de
meest heilige plaats voor de Aboriginals. Er loopt een wandelpad door een stuk
van het subtropisch regenwoud. Heel mooi en ook wel een beetje gevaarlijk, zeker
als het al donker begint te worden, want er zijn geen spots of
verlichtingspalen of wat dan ook langs het pad. En daarna was het feesten. En
echt feesten deze keer... Omdat we nog maar een paar dagen op het eiland zouden
zijn, hadden we gevraagd aan een van de chauffeurs om een beetje drank mee te
brengen vanop het vasteland (er was maar 1 shop dichtbij en die was vreselijk
duur). En dus 's avonds vlogen de pintjes en de Goon (Australisch wijntje) er
goed door en was iedereen tevreden, zoals het hoort.
De volgende dag was het wel ietske minder, want er kwamen 3 tours tegelijk naar
het Beach House waarvan 1 tour met 13 kinderen was... Joepie, kleine snotneuzen
van 12 en 13 jaar! Maar goed, zoveel last hadden we daar overdag niet van omdat
iedereen toch op ontdekking was. En dan 's avonds natuurlijk... nee geen drank
(of toch maar een klein beetje), maar wel barbecue (zoals bijna iedere
avond )
En dan was het tijd om afscheid te nemen. Met pijn in het hart, maar toch niet
zo erg. Het was heel plezant werken daar en de mensen waren ook tof, maar als
ge op zo'n eiland zit en ge hebt alles gezien wat ge kunt zien (zonder auto
bent ge eigenlijk gekloot) en ge hebt in de voormiddag al het werk gedaan wat
ge moest doen, kon het eigenlijk wel een beetje saai worden. Maar goed, het was
een plezante ervaring niettemin en hopelijk vind ik nog veel meer plaatsen
zoals Fraser Island! (maar dat zal wel geen probleem zijn. Australia is toch
wel behoorlijk groot dus de kans zit er wel in)
Vaarwel voor nu, mijn lieve lezertjes en tot het volgende avontuur.
Het is eigenlijk totaal onverwacht (en ook wel een beetje ongepland), maar de tijd van werken is begonnen. Vanaf dinsdag ga ik travakken op Fraser Island (redelijk toeristisch en zeer mooi naar het schijnt). Het is de bedoeling dat ik gewoon in het Beach House ga werken (wat precies weet ik nog niet, maar het zal vooral in de keuken te doen zijn). Het enige 'nadeel' is dat er wel niks gaat verdiend worden (of toch hoogstwaarschijnlijk niks), maar langs de andere kant heb ik wel gratis onderdak en eten en kan ik op gratis tour over het hele eiland. Voor degenen die geinteresseerd zijn of gewoon eens willen zien hoe het eiland eruit ziet: info@trailerblazertours.com.au of gewoon eens een kijkje nemen op Google Earth kan u ook een idee geven.
Voorlopig verblijf ik in Noosa, maar het weer valt een beetje tegen. Zo wou ik vandaag bijvoorbeeld naar het National Park gaan, maar door de regen is dat er dus niet van gekomen. MAAR morgen is een nieuwe dag, dus zullen we dan wel iedereen wegblazen met prachtige foto's. Naast het slechte weer is het wel een tof stadje (vooral veel surfer boys...) en misschien zal ik wel een beetje leren surfen, maar daar zal ik voorlopig nog maar mee wachten (misschien kan het wel gratis op Fraser Island )
Alright, toedeloe en de kost
Crocodile Dougie
Oh ja. En voor alle moedertjes die zouden verjaard zijn op 1 Juni: Happy Birthday En nog iets: DIE HOLLANDERS VINDT GE OOK OVERAL HOOR!!!! (maar tot zover zijn de meesten wel tof... als ze zwijgen )
Na een paar dagen jet-lag verteren (en eigenlijk nog altijd een beetje) is er toch al wat gezien geweest van Oost-Australia. Brisbane is eigenlijk wel maar een saaie stad (er is niet veel te zien), maar er zijn toch wel een paar mooie plekjes zoals: de Botanic Gardens (veel mooier en gezelliger dan in Perth) of de Brisbane River. Heel leuk om de stad te zien vanuit de ferry. Nu we hier bekomen zijn, is dus het tijd om daar te gaan naar het volgende punt: Noosa (waar het weer nog wat warmer zal zijn)
In het motel is ook wel wat te beleven. Vooral 's avonds zijn er feestjes in de feestzaal. Maar daar ben ik nog niet naartoe geweest hoor... Ik heb ook al heel wat nieuwe mensen leren kennen zoals Lars (van Canada) en Monica (van Ierland). Zij zijn hier al een tijdje en hebben me wel wat vooruit geholpen de voorbije dagen. Dit klinkt allemaal plezant, maar het is toch nog wel wat aanpassen aan de nieuwe levensstijl waarvoor ik nu kies. Het is dan ook toch nog anders dan de vorige keer dat ik in Australia was. Ik moet nog een beetje mijn draai vinden, al heb ik de indruk dat het bijna zover is.
Ik weet dat het al een lange tijd geleden is dat er nog eens iets op den blog gezet is geweest, maar daar zal nu verandering in komen (hopelijk). Het Jaspertje vertrekt namelijk weer naar het land waar alles omgedraaid is en zal nu veel veel meer kunnen vertellen dan de vorige keer.
In plaats van een nieuw visa aan te vragen hier, keer ik terug naar het kleine Belgie en ga ik van daaruit een visa aanvragen. De reden is vrij simpel: De AFS organisatie laat mij "maar" tot September in Australia en dan moet ik definitief terugkomen. En met een Work & Holiday Visa kan ik tot een 12 maanden in Australia blijven. Bovendien komt het mij goedkoper uit als ik terugkeer naar Belgie omdat ik niet moet betalen voor eventuele wijzigingen in voor mijn vliegtuigticket.
Dus jullie zullen mij veel sneller dan verwacht terugzien, maar we zullen niet echt veel tijd hebben om van elkaar te genieten, want ik wil echt echt echt echt terugkomen naar hier. Het is hier gewoon mega fantastisch geweldig.
Ok, nu weet iedereen wat er te gebeuren staat en kan ik terug aan het werk.
De periode rond Kerstmis wordt hier toch wel een beetje anders gevierd dan anders. Het begon allemaal vrijdag 23 December 2011...
The Shire Office had een kerstfeest georganiseerd om nog een laatste keer allemaal samen te zijn voordat we ons gingen bezatten in de komende 2 weken. Het feestje was ongelooflijk plezant, vooral omdat iedereen nog losser was dan we zijn als we op de bureau zijn. En omdat er veel drank mee gemoeid was, ok... Er was ook een beetje entertainment en door de drank werd die goed gebruikt: Singstar and Guitar Hero. Kei tof om te doen. Alleen spijtig dat ge met Singstar maar kunt kiezen uit een beperkt aantal songs. Maar dat neemt niet weg dat er veel gezongen en gegitaard werd. Maar aan elk feestje komt een einde en dus was het tijd om naar huis te gaan. Eens thuis was het natuurlijk direct in het zwembad springen, want het was toch wel een beetje warm.
Op Kerstdag zelf was het dan een behoorlijk groot feest met de ganse family in het huis van Granny (Mrs. Sandwells' mom). Het begon met een champagne-ontbijt (Een beetje a la France, Krakkepoep) met toch wel een behoorlijk verbruik aan alcohol. Maar goed, dat hoort bij een champagne-ontbijt. Natuurlijk was er ook een overvloed aan eten, het had iets weg van een English breakfast. Ook op dit kerstfeest was er veel plezier: Er was een springkasteel and een trampoline voor de kids, er was cricket gespeeld en dan de moment supreme was het gigantische watergevecht. Op een gegeven moment werden er twee waterpistolen (van die redelijk grote waar redelijk wat water in kan) bovengehaald en over iedereen gespoten. En toen begon het... De emmers werden gevuld en alle waterpistolen, tuinslangen, emmers, waterballonnen en alles waar ge maar aan kunt denken werd gebruikt om iemand anders nat te maken. Dolle pret dus! (vooral voor de grotere kids) Zo om een uur of drie in de namiddag was het tijd om terug te keren naar 19 Broome Street en in het zwembad te verdrinken. Na een paar uurkes was het dan tijd om weer te eten en, hoe kan het ook anders, te drinken (maar in mindere mate dan voor de middag). En het eten was natuurlijk inderdaag: BARBECUE!
De dagen na Kerstmis waren nodig om uit te rusten dus het grootste deel van de tijd werd doorgebracht aan de locale Swimming Pools of in een gezellig tof café. En dan kwam Oudjaar
Oud op nieuw werd gevierd op de family farm met vrienden (zowel van mij als van de family) en de family. Het was toch wel iets special. Tijdens het vieren, waren we gaan jagen op vossen. Kei tof en toch wel een beetje spannend, maar we hadden er toch 5 gemold! Mwhahahahahahahahahaaaaaaaaaaaaaaaaaaa. Na onze triomfantelijke terugkeer, zat er niks anders op dan in ons beddeke te kruipen, want we waren toch wel een tijdje weg. Maar al bij al was het toch een bijzonder Nieuwjaar.
Voor al diegenen die dit lezen nog een belachelijk laat gelukkig Nieuwjaar. Voor al diegenen die dit niet lezen ook nog een belachelijk laat gelukkig Nieuwjaar.
Ik ben Jasper "Jappie, Jappe" Douglas "Den Dougie" Elisabeth Vinck, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Bruce.
Ik ben een man en woon in Sharphill City (Den Belgique) en mijn beroep is Avonturier.
Ik ben geboren op 12/03/1990 en ben nu dus 31 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Overgeven in warme bedjes.
Zoals beloofd: Een blog! Als er rampen gebeuren ergens, twijfel niet en zet het op... den blog!