Na het avontuur doorheen heel het North Island was het dus tijd om terug te keren naar Auckland. En het was een beetje met een dubbel gevoel. Het was meer omdat er nog zó veel meer te zien is dan ik heb gedaan. Maar van de moment dat ik in het hostel aankwam, was dat gevoel al weg. Want het was weer geweldig plezant. En het was ook heel tof om mensen terug te zien na een maand. En natuurlijk nieuwe mensen te leren kennen. Het goeie aan terugkomen naar Auckland was dat ik veel meer dingen kon zien die ik de vorige keer niet heb gedaan. Waaronder het National Museum of New Zealand. Een gigantisch groot museum waar echt alles aan bod komt: De Maori Culture (wat echt wel heel interessant is; zowel de geschiedenis als de werktuigen en kledij en nog meer) was op de gelijkvloers. Als ge dan een beetje meer wou weten over het landschap en aarderijkskund van Nieuw Zeeland, dan was de 1st verdieping de plaats waar ge moest zijn. Hier werd er vooral over vulkanen en aardbevingen verteld, maar ook over de fauna en flora van vroeger tot nu. En de 2nd verdieping was helemaal gewijd aan (vooral) de 1st & 2nd Wereldoorlog. En zo wordt er gemakkelijk 4 á 5 uur gespendeerd in het museum (maar het is zeker de moeite waard én het is gratis!). Naast het museum was ik ook naar de Zoo geweest. Met toch wel een paar bijzondere dieren, zoals neushoorns. En dat is echt wel gigantisch. 2 ton met ne joekel van nen afrodisiacum op zijn gezicht. En er waren ook lieve kleine pinguins die gevoed werden als ik daar was. Lief toch, niet? Naast deze activiteiten was het natuurlijk ook schitterend weer en konden we niet anders dan genieten van het zonneke en het strand. Mission Bay is de plaats waar ge moet zijn. En de zonnecreme komt nu echt wel van pas, want ge verbrandt uw gat na nog geen uur als ge niks op uw vel smeert (en zelfs dan werkt het niet helemaal goed). Na een week was het dan (weeral!) tijd om afscheid te nemen van veel toffe mensen en ik moet het is echt nooit leuk om dat te doen. Ge blijft dan wel in contact via (hoe kan het ook anders) Facebook, maar het is toch niet hetzelfde. En het is echt het rottigste gedeelte van rondtrekken, maar het hoort erbij zeker?
Na Auckland was het tijd voor Wellington waar ze compleet zot zijn van 'The Hobbit' (Nee, ik heb de film nog niet gezien, maar waarschijnlijk morgen...). Met het vliegtuig was het dus met bestemming Wellington (het was maar $35, heel goedkoop).
Mensen zeggen dat Wellington beter is dan Auckland, maar dan toch niet voor de tijd dat ik daar was! Regen, wind en toch wel een beetje koud. Met andere woorden: SCHIJTWEER!! En dus was er eigenlijk niet veel keuze in wat te doen. Dus was het maar gewoon gezellig in een mega hostel rond de tafel zitten en babbelen en kaartspellekes spelen voor 2 dagen, want na 2 dagen was ik het écht beu en was ik maar vertrokken richting South Island met de ferry. En daar was het véééél beter!
De trip met de ferry was toch wel een beetje speciaal in de zin dat als ge in de Picton Bay komt, zit ge al tussen de heuvels. En het zicht dat ge vanop de ferry hebt over Picton is mooi. En zo begon het Zuidelijk avontuur!
Ik was in de late namiddag in Picton aangekomen en moest nog een hostel vinden. Het eerste hostel dat ik tegenkwam, zag er niet echt aantrekkelijk uit. Maar het tweede was dan weer het compleet omgekeerde en de naam alleen al sprak me aan: 'The Villa'. En het feit dat ze elke avond gratis apple crumble gaven was genoeg voor mij. En plezant dat het was. 's Avonds werd er gezellig een pintje gedronken en gepraat en soms werd er ook in de spa plezier gemaakt (ze hadden van die bad eendjes waarmee ge water naar elkaar kunt spuiten en natuurlijk, kinds als backpackers zijn, konden we niet aan de drang weerstaan om iedereen nat te spuiten met die eendjes). En overdag had ik samen met een paar anderen een wandeling gemaakt over de 'Snout Track'. En als beloning natuurlijk... in de zon liggen (maar niet aan het strand, want dat hebben ze niet in Picton!).
En na Picton begon het hitch hike adventure (en nee!! Liften is absoluut niet gevaarlijk)
Van Picton naar Nelson was de eerste rit en die begon al goed. Na nog geen 2 minuten had ik al een lift naar Blenheim (dat op de weg is naar Nelson). Maar dan was het toch efkes wachten op de ferry die moest aankomen in Picton (ten eerste, het was Zondag dus er waren al niet veel auto's op de weg en ten tweede iedereen zat op de ferry...). Maar goed, ondertussen konden we wat genieten van het zonneke. En dan de eerste campervan die passeerde (gevuld met 2 toffe Ieren) waren zo vriendelijk om mij mee te pakken naar Nelson (waar zij ook naartoe gingen). En in Nelson was het wederom zoeken naar een hostel (want het boeken op voorhand heb ik ondertussen opgegeven) maar er was keuze genoeg. Het was ofwel kiezen tussen een heel groot hostel met een zwembad of een klein gezellig hostel waar ge gratis chocolade pudding kreeg elke avond. Gemakkelijke keuze dus: het klein gezellig hostel met gratis pudding. En het was een goeie keuze (wederom!). In grote hostels hebt ge de neiging van gewoon met uw kamergenoten op te trekken en de rest gewoon niet echt mee in contact komt. Maar in kleine hostels is er altijd een gemeenschappelijke ruimte waar ge iedereen leert kennen en dat is toch waar het om gaat als ge rondtrekt. Nu, Nelson is bekend omwille van het nabijgelegen Abel Tasman National Park. Maar ook omwille van 'The Centre of New Zealand'. Klinkt heel indrukwekkend, maar eigenlijk is het dat niet. Een enorm lelijk 'ding' dat aangeeft waar het centrum is... Maar ja, niet álles kan schoon zijn in Nieuw Zeeland... En als ge geen zin hebt om te wandelen, gaat ge gewoon naar het strand... Zo simpel kan het zijn. En eigenlijk hebben we meer aan het strand gelegen dan iets anders. Alhoewel, we zijn ene avond naar de Open Mic Night geweest in de enige bar dat open was in heel het stad. Maar het was plezaaaaaaaaaant. En er was natuurlijk ook tijd voor plezier maken in het hostel zowel 's morgens als 's middags als 's avonds! Hier was het afscheid nemen van heel veel toffe mensen, maar we gaan allemaal proberen samen te komen en samen Nieuwjaar te vieren (wat allemaal mooi klinkt, maar waarschijnlijk niet zal gebeuren. Maar ge weet nooit hier in Nieuw Zeeland). En dan is het nu tijd voor een wandelingske te maken in Abel Tasman, want dat is toch wel het populairste en spectaculairste wat er te doen is in het Noordelijk deel van South Island.
Met veel zonnige groeten: Een vrolijk Schijtfeest en een gelukkig Zuipjaar vanuit het vrij warme Nieuw Zeeland!
Het is begonnen. Rondtrekken in Nieuw Zeeland is toch wel een beetje anders dan in Australia. Het is allemaal begonnen in de Coromandel. Daar was ik samen met iemand anders vanuit Auckland naartoe getrokken. In de Coromandel regio is heel wat te doen. Er is een plaats, Hot Water Beach, waar ge gezellig een putteke graaft naast de Oceaan. Maar niet zomaar een putteke, het water dat uit de grond komt (als ge diep genoeg graaft) is behoorlijk warm. En met warm bedoel ik gloeiend heet!! Ge kunt geen twee minuten blijven stilzitten zonder uw gat te verbranden. En als ge dicht genoeg tegen de Oceaan zit, koelt dat het water in uw privébadje een beetje af voor een paar seconden. Maar het is wel tof om daar te zitten als het "slechts" 15 graden is. Dichtbij Hot Water Beach is Cathedral Cove en voor de filmliefhebbers onder ons, daar is de poort naar Narnia (van den 2de film). Een klein wandelingske van ongeveer 20 minuten brengt u van de top, waar de parking is, naar het (hoe kan het ook anders) strand waar ge Cathedral Cove kunt bekijken en ook onderdoor lopen. We waren daar met een groepje vanuit het hostel naartoe gegaan en als we daar waren, scheen het zonneke o zo geel en hadden we maar besloten om in het water te springen. En het was behoorlijk koud!! Zelfs voor Europeanen!! De volgende dag was ik dan samen met Tóm helemaal naar het toppeke van de Coromandel gereden om daar te genieten van het mooie waar. Noooooooooooooooooooooooot! Want het regende serieus door menne frak! (of door mijnen T-shirt ) Maar toch, we hadden veel plezier, vooral omdat we altijd in een wei gingen en de koeien of de schapen wegjaagden. En er waren toch ook wel mooie uitzichten onderweg. Na de Coromandel was het tijd om Rotorua te ontdekken. Maar het was serieus tegenvallend. In Rotorua City is totaal geen bal te beleven. Dus was ik maar naar de Polonesian Spa geweest met Claudio (iemand dat ik heb leren kennen in de Coromandel). En het was wel plezant, maar het enige is dat het daar ongelooflijk stonk! Maar dat had ook wel zijn voordelen . Buiten Rotorua daarentegen, zijn er wél interessante plaatsen om te bezoeken. Vooral vulkanen (zoals in veel plaatsen). Maar het was zeer interessant om echt tussen vulkanen te lopen die nog actief zijn. Het was niet echt moeilijk om Rotorua te verlaten. De volgende bestemming was Taupo. Taupo is vooral bekend om zijn avontuurlijke kanten. Sky diving, bungee jumping en van al die dingen. Niks voor mij dus, maar voor sommigen wel tof (en vooral goedkoper dan eender waar in Nieuw Zeeland). Maar dat is niet het enige in Taupo. Er is een 'waterval', de Haku Falls, maar het is niet écht een waterval. Het is een serieuze, maar dan echt wel een héél serieuze, stroomversnelling. En onderweg hier naartoe, was er een tof gezellig plekje met natuurlijk warm water. Een goeie plaats na een zeer vermoeiende wandeling. En dan was het tijd om op avontuur te gaan. De Tongariro Crossing! Een wandeling die Sammeke en Frodo zélf moeten hebben gedaan (?), want deze wandeling komt voorbij... Mount Doom! Voor de wandeling zelf hebt ge maximum 8 uur tijd (wat meer dan genoeg is) en ge kunt 2 bergen beklimmen. De eerste is Mount Tongariro en de tweede... Mount Doom! En ik zei tegen mijne persoonlijke fanclub: "Dat kan toch zo moeilijk niet zijn om een berg op te klimmen?" Oeps... Of misschien is het tóch wel net iets moeilijker dan gedacht. Maar goed, beter proberen dan al die andere luie tamzakken die gewoon aan de voet blijven wachten en u zien klungelen. Spijtig dat de top niet bereikt was, maar ik was toch wel trots dat ik er bijná was geraakt. De weg naar beneden was dan wel weer gemakkelijk. Gewoon naar beneden schuiven en dan als ge aan de voet van de berg bent, uw schoenen uitdoen en het zand er laten uitlopen... Het vervolg was fenomenaal fantastisch. Het uitzicht over een paar puur blauwe meren. Ongelooflijk dat sommige dingen zo onaangetast zijn. En het was echt wel mooi om dat vanuit de hoogte te kunnen zien. Máár!!! Dat was niet het enige. Zoals sommigen onder jullie wel zullen weten nu, was er ook een vulkaan in het spel betrokken die vlak naast het pad ligt. En die vulkaan was een paar maanden geleden voor het eerst uitgebarsten. En ge kon de gevolgen nog een beetje zien. Uit de vulkaan zelf kwam er nog een dikke rookpluim. En de stank gaf natuurlijk ook wel weg dat er een vulkaan is. Want vulkanen hebben toch wel een geurtje (wat wederom wel eens handig kan zijn). De wandeling zelf is behoorlijk vermoeiend, maar niet om te zeggen dat ge niet meer op uw benen kunt staan als ge de 'aankomstplaats' hebt bereikt (wat niet wilt zeggen dat ge niet vermoeid bent en blij bent dat ge er geraakt bent). Maar de volgende paar dagen zijn uw beentjes wel een beetje stijf. Enfin. Mount Doom heeft dan wel gewonnen, maar daar heb ik me niet te veel van aangetrokken. Na National Park was ik helemaal naar de andere kant van North Island gegaan, naar Napier. Maar spijtig genoeg was er niet écht zoveel te doen daar. Er was een Aquatic Park met haaien en allerlei andere zeedieren wat wel tof was om te doen. Er was ook minigolf, misschien niet écht een sport, maar toch wel plezant. De tijd werd vooral doorgebracht in het hostel (dat meer een hotel leek) en poolen. De reden dat er zoveel tijd werd doorgebracht hier, was omdat het altijd schijtweer was. Maar ja, we hadden wel veel plezier. Na Napier was er Gisborne en hier was er nog veel minder te doen dan in Napier en het was helemaal niet plezant hier. Het is écht een schijtstad/dorp. De mensen leven hier nog in de jaren '80... En in het hostel was er ook niks te zien. Dus de volgende dag was het al rap inpakken en wegwezen richting Hamilton en de Waitomo Caves. Hamilton is een echte studentenstad en dat is ook wel te zien. Veel jonge mensen en eigenlijk bijna geen oude zakken of zakinnen. Maar Hamilton is eigenlijk vooral bekend omdat Hobbiton dichtbij is (waar ik niét naartoe ben geweest omdat het blijkbaar echt niet de moeite is en het kost behoorlijk wat geld... Sorry Trien en Marijke) en het is ook relatief dichtbij de Waitomo Caves. In die grotten kunt ge vanalles doen. Er is de gewone rondleiding met gids door een paar grotten. En voor de avonturiers kunt ge raften in het donker (Ja, dóór de grotten) of ge kunt in de grotten afdalen met touwen en allerlei spullen. Maar, dát kost veel geld dus had ik maar besloten om de saaie toerist uit te hangen en gewoon de rondleiding te doen (wat ook wel tof was, maar om eerlijk te zijn, ik heb al meer indrukwekkende grotten gezien; stoef stoef stoef ) Na Hamilton was er waarschijnlijk een van de beste paar dagen van de hele trip: Northlands (ja, ik was er al geweest, maar deze keer was het toch anders). De eerste stop was Whangarei (vlakbij de waterval die te zien is in de vorige foto's). Zeer plezant plaatske en het gaf de indruk van meer een vakantie oord te zijn. Het enige tegenvallende was het weer... Dus verzopen we maar in de jacuzzi . Na Whangarei was er Ahipara. Dát was de plaats. Ahipara is op een goeie 100 kilometer van Cape Reinga en dat was de eerste plaats waar ik naartoe was gegaan nadat ik was ingecheckt in het hostel. Cape Reinga is in het toppeke van Nieuw Zeeland en het is een zeer speciale plaats voor de Maori's. Zij geloven dat in Cape Reinga de ziel van de mensen naar de onderwereld gaat. Buiten het feit dat het een heilige plaats voor de Maori's is, is het ook de plaats waar de Tasman Sea en de Pacific Ocean samenkomen. En er is ook de beroemde paal die de afstand aangeeft naar verschillende grote steden in de Wereld zoals Tokyo en London en al die plekken. En het is nóg niet gedaan... Na de trip naar de top, was er Paihia (hier was ik ook al eens geweest). In Paihia heb ik in hetzelfde hostel geslapen als de vorige keer. Maar deze keer waren er veel meer mensen en was de ambiance 10 keer beter dan de vorige keer. Daarenboven was het weer schitterend en dus werd er veel tijd doorgebracht... aan het strand... En 's avonds was het vollen bak genieten van het goeie weer en het goeie gezelschap. Maar helaas pindakaas was het na een paar dagen afscheid nemen en ben ik terug naar Auckland gekeerd. En nu heb ik eindelijk (!) een beetje tijd om den blog aan te vullen. Dus bij deze... Geniet er van!
Toedels
Jappe
(De foto's volgen later wel en ik heb bijlange niet alles verteld , maar dat zal ik wel doen als ik terugkom)
We zijn hier al goed begonnen in het Beloofde Land. De dag dat ik hier was aangekomen, had ik al een paar mensen leren kennen en het klikte goed dus hadden we onmiddellijk besloten om een tripje te maken dit weekend doorheen het noorden. We hadden een auto gehuurd en zijn onmiddellijk vertrokken (nadat de mensen van de receptie zo vriendelijk waren geweest om onze boekingen te verschuiven met een paar dagen zonder iets extra aan te rekenen). En het is toch wel verschillend dan in Australia. Het landschap is veel heuvelachtiger en ook wel mooier om naar te kijken als ge in den auto zit. Geen droge plekken, maar allemaal groen en vol met... jawel, schapen. Maar we stopten geregeld om te genieten.
Onze trip was naar Pahia (Bay of Islands) en onderweg was het vooral plezier maken en elkaar leren kennen. Samen met Dom (van Brazilie), Matteo (van Italie) en César (van Spanje) was het dus een klein internationaal groepje. Onderweg waren we gestopt bij de Whangarai Falls (niet zo spectaculair als de andere waterval, maar toch zeer mooi) waar we onze lunch hadden. Andere stops waren vooral afgelegen miniscule plaatskes waar er gewoon een mooi landschap was (soms ook wel op mensen hun privédomein, maar als die niet thuis zijn, kan dat geen kwaad...)
Pahia is een echt toeristisch stadje. Er zijn cruises die ge kunt doen, kajaks die ge kunt huren, een helicopter tour die ge kunt doen, op uw lui gat liggen aan het strand en alle andere dingen die ge kunt doen in toeristische plekken. Het enige spijtige was dat we eigenlijk op de "verkeerde" moment zijn gegaan, want het was toch wel een beetje te rustig. In het hostel dat we verbleven waren maar een 10-tal mensen. Maar dat wilt niet zeggen dat we geen plezier hadden. We hadden een klein feestje met alle anderen dat al vlug tot een groter feestje leidde in één van de cafés. Maar we werden al om middernacht buitengekegeld, omdat alles op dat uur sloot. Dus iedereen terug naar het hostel om een beetje verder te feesten, want het was verboden om te gaan slapen (en als ge toch naar uw bed ging, werd ge bijna letterlijk er terug uit getrokken ). Maar na een paar uurtjes werd iedereen toch een beetje moe en waren we allemaal tegelijk in onze nest gekropen, want de volgende dag moesten we al vroeg terug op weg. Na een vroeg ontwaken (rond 8:00, wat toch wel vroeg was), waren we direct richting de westkust gereden en om zo terug naar ons hostel in Auckland te keren. Eerst waren we van plan om helemaal naar het Noorden van Nieuw Zeeland te rijden, maar dat zou veel te lang duren en we moesten voor 7 uur terug hier zijn. Dus waren we maar naar Te Raupua gegaan en daar rondlopen en verloren lopen in het National Park. En dan vonden we plots waar we naar op zoek waren: Iane Mahuta, een boompje van 50 meter hoog en een stam van een paar meter dik. Daarna hadden we wel een kleine misser begaan. We hadden gepland om naar een strand te gaan en van ver zag het er ook zo naar uit, maar eens daar aangekomen was het nogal anders. Wat we daar vonden was niet een strand, maar mogelijk wel de scenes waar The Dead Marshes tevoorschijn komen (maar dat was natuurlijk niet écht daar... MAar het leek er toch wel een beetje op). Iedereen lag wel in een deuk als we daar aankwamen, want we waren allemaal in ons zwembroekske en met ons emmerkes daar... Omdat het dan al een beetje later werd en het begon te regenen, hadden we besloten om gewoon terug naar Auckland te gaan en om ons terug te verbroederen met alle andere wereldreizigers.
Wat hebben we nu geleerd van deze trip? 1) Nieuw Zeelanders rijden ook langs de linker kant 2) Ook in Nieuw Zeeland kan het slecht weer zijn 3) De rondtrekkers zijn hier heel tof 4) Op tijd in uw bed kruipen bestaat niet op een road trip
Het was een leuke tocht doorheen het Noordelijkste deel en ik ga zeker terug gaan, want 2 dagen is zeker niet genoeg. Maar we zullen wel zien wanneer dat gebeurt, want eerst gaan we écht de fimsets van 'The Lord of the Rings' bezoeken.
We zijn hier vandaag samengekomen om ons te bezinnen over de zin van het leven. We moeten niet altijd klagen over ne slechte zomer. De laatste slechte zomer was verleden winter (Urbaat)
eniweeej Het hoofdstuk Sydney is afgesloten. Het was plezant om eens op een rustige manier een tijdje door te brengen. Josephine & Raymond waren daar ideaal voor. Het was tof dat ik voor een tijdje bij hen mocht intrekken en écht wel op mijn lui gat zitten en niks doen buiten het stad verkennen. En hoewel Sydney de grootste stad in Australia is, zou ge dat op het eerste zicht niet zeggen. Er is nooit een stormloop van mensen in het centrum (wat niet wilt zeggen dat er niet veel mensen zijn, maar geen overrompeling) of er buiten. Of verkeersophoping is er ook niet wat ge wel zou verwachten in een stad als Sydney (alhoewel, ik ben nooit met den auto om 7 uur 's morgens richting het stad getrokken...) Wat wel opvallend is, is dat op de toeristische plekken (met name Opera House & Harbour Bridge) veel mensen rondlopen of caféhangen of gewoon langs het water zitten of over de brug lopen (wat wel een speciaal gevoel geeft. Maar ik ben niet echt naar de top van de brug geweest, want dat ging niet of misschien wel, maar dat zag ik niet echt zitten . Het stomme was dat ge geen foto's zelf mocht pakken en dat voor de foto's die de gidsen namen, moest betalen...). Máár! Ik heb wel heel Sydney gezien vanop grote hoogte (vééééél hoger dan vanop de Harbour Brigde). De Sydney Skytower heeft een observatieplatform op zo'n kleine 320 meter en ge (of ik beter gezegd) kon wel bijna in mijn broek kakken als ge door de vensters keek over de stad. Het was evenwel kei fak om te zien.
Nu, als ge Sydney hoort, zijn er de Harbour Bridge en Opera House en dat zijn ook de twee populairste. Maar Sydney heeft nog veel meer dan dat te bieden: Kunstmuseums, museums vol met geschiedenis, Darling Harbour, een observatorium(?), Bondi & Manly Beach (de twee populairste stranden) en veel wandelingen door de suburbs (en dan bedoel ik door de natuur) en nog veel meer. En dat is maar goed ook. Ge hebt wel een paar dagen nodig om het centrum te zien, maar ge hebt nog veel meer tijd nodig om alles daarrond(?) te zien. Want die wandelingen zijn echt wel de moeite waard. Ze geven u een heel mooi beeld van hoe Sydney eigenlijk eruit ziet. En op die wandelingen ziet ge allerlei nieuwe diertjes, het ene al wat mooier dan het andere (en ook gevaarlijker). En als ge tussendoor een beetje pauze wilt nemen, is er altijd wel een plaatske met water en een beetje strand waar ge uw handdoekske kunt uitrollen en lekker zwemmen tussen de haaien en walvissen en dolfijnen (of misschien ook niet. Hoewel, ge weet nooit in Australia). Of, als ge niet wilt wandelen en gewoon luieren, gaat ge gewoon in de Botanic Gardens liggen met een paar vrienden die ge vroeger in uw reis bent tegengekomen... Er is altijd wel iets wat ge kunt doen, want (en nu zal ik weer een beetje stoefen met het weer) het is toch altijd wel warm. Het schommelt nu al tussen de 20 en de 35 graden. Plezaant toch .
Gisteren was het dan tijd om nieuwe oorden op te zoeken, want er was nog maar weinig te zien en dus ben ik op het vliegtuig gesprongen naar Nieuw Zeeland. De tijd is dus aangebroken om door Middle Earth te trekken op zoek naar glorie!
Hier in Sydney is alles wat ge kunt verwachten in een grote stad (in Australia weliswaar). Het is toch wel druk op sommige momenten, grote gebouwen, toch ook wel open, groene parken en natuurlijk toeristen overal om toch maar een foto te pakken met de Sydney Harbour Bridge of het Opera House in de achtergrond (hééééel origineel hoor). Maar goed, iedereen zijn goesting.
Nu, omdat ik toch wel "dicht" bij het bijzondere Nieuw-Zeeland zit, heb ik besloten om Australia achter mij te laten voor een tijdje en om nieuwe oorden op te zoeken buiten Kangoeroeland (Marijke, ge moogt nog altijd afkomen, maar dan zal het wel nu moeten zijn, want ik heb ne verschrikkelijken drang naar vrijheid. Mijn tanden groeien naar de vier windstreken!; Urbaat: Vier Windstreken - Gele CD)
Een volledig verslag over Sydney volgt wel als ik hier weg ben.
Het is
wederom een dike maand geleden dat ik nog eens iets heb laten horen. Dus daarom
een klein verslagje.
Het was tijd
om het mooie Queensland te verlaten en verder te trekken richting het koudere
Zuiden. En de eerste bestemming was Byron Bay. Een gezellig plaatsje waar nogal
wat backpackers samentroepen om te genieten aan het strand. Want dat was toch
wel nodig voor mij na een kleine maand op een afgelegen plaats te zitten...
Byron Bay is vooral bekend door het nabijgelegen Nimbin (waar 90% van de
inwoners hippies zijn. En dat is letterlijk te nemen...). Maar goed, daar zijn
we niet naartoe geweest (wat toch wel een beetje spijtig is, maar ge kunt niet
overal naartoe gaan zeker??). In Byron Bay was het vooral uitblazen na 3 weken
hard werken en vooral vroeg opstaan... En dat is toch wel gelukt. Maar naast
het uitrusten op het strand en een klein wandelingetje te hebben gemaakt naar
de vuurtoren, was er ook entertainment. Elke avond was er wel iets te doen in
het hostel. Zo was er een avond waar het barbecue was en waar er lekker
gesocialized werd met de meneertjes en mevrouwtjes in het verblijf en er
natuurlijk een beetje gevierd werd op het geweldige leven van een backpacker.
Er was ook een avond waar er gewoon rond het vuur werd gezeten ofwel op het
strand (wat eigenlijk niet mag, maar de locale flikkers (aka politie) trekt
zich daar eigenlijk niet veel van aan) ofwel gewoon buiten in een grote ton. En
de laatste avond waren we noar t stad geweist. In een paar gezellige, toffe
cafekes geweest met nen toog en al (urbaat!). Na drie mooie dagen was het dan
tijd om afscheid te nemen en verder te trekken richting Sydney.
Maar Sydney
is niet waar ik de afgelopen tijd heb gezeten. Nee nee, ik heb op een andere
farm gewerkt. Dit keer in Mooral Creek.
De farm is
van 2 Zuid-Afrikanen: Roger & Mary. Twee heel toffe mensen en we hebben
ongelooflijk veel plezier gehad. Het werk was vooral buiten: hekken zetten,
Wild Tobacco, Lantana (geen idee wat dat in het Nederlands is) en braamstruiken
uittrekken, het vee eten geven en soms verplaatsen, bomen en groenten planten
en nog vanalles. Veel verschillend werk dus zoals ge kunt zien. En dat is toch
wel plezant, want het ene werk is al iets interessanter en leuker om te doen
dan het andere. Want ik kan u verzekeren dat de braamstruiken en ander onkruid
er langs uw gat uitkomen na een tijdje... Het ongelooflijke aan deze plaats was
dat, zoals ge kon lezen in het begin, het Winter was en dat de temperatuur
normaal gezien rond de 15 graden is. Normaal gezien... Geen druppel regen
gehad, altijd (en ik bedoel echt wel de hele tijd) minstens 23 graden, alleen
s morgens was het rond de 18. Maar voor de rest was het fantastisch weer en
dat was natuurlijk weer goed voor het amusement (amuzement?).
Nabij Mooral Creek is er een klein watervalleke: de Ellenborough Falls, slechts
200 meter hoog en misschien toch wel een beetje spectaculair met een bijzonder
koud meer op de top (waar ik vooral niet ben ingesprongen, zot dat ik was). Op
weg naar hier wist ik al dat het een goeie dag ging worden. De reden was dat we
een slang gezien hadden, een giftige trouwens (een van de giftigste hier; als
ge gebeten wordt, kunt ge wel eens verlamd worden als ge er niet rap mee naar
de kliniek gaat). En als we naar het meer aan het kijken waren, zwom er
gezellig een pladipus voorbij. Er zijn heel veel Australiers die nog nooit een
gezien hebben, omdat ze zeer verlegen en bange diertjes zij, maar dat gold
precies niet voor deze hier.
Voila, nu is
er weer wat leesmateriaal voor iedereen. Nu zit ik bij Josephine & Raymond (Thanks Rosemary) en is het tijd om Sydney te verkennen (en verloren te lopen, wat al gebeurt is. Sydney is dan ook geen klein plaatske...).
Ik ben Jasper "Jappie, Jappe" Douglas "Den Dougie" Elisabeth Vinck, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Bruce.
Ik ben een man en woon in Sharphill City (Den Belgique) en mijn beroep is Avonturier.
Ik ben geboren op 12/03/1990 en ben nu dus 35 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Overgeven in warme bedjes.
Zoals beloofd: Een blog! Als er rampen gebeuren ergens, twijfel niet en zet het op... den blog!