De kat of huiskat (Felis catus) is een van de oudste huisdieren van de mens. De gedomesticeerde kat behoort tot de familie der katachtigen (Felidae). De oude soortnaam was Felis domesticus, tegenwoordig is deze vervangen door Felis sylvestris catus.
Levensduur
Na tien jaar kan een kat als bejaard worden beschouwd. Katten sterven gemiddeld na veertien tot zestien jaar. De oudste Nederlandse kat werd 28 jaar oud. De oudste kat werd 38 jaar en 1 dag oud. Over het algemeen zijn leeftijden moeilijk te controleren, omdat katten geen geboortebewijs hebben. Raskatten hebben dit wel, maar worden gemiddeld minder oud. Anatomie
Kattenklauw
Een filmpje
Het skelet van een kat bestaat uit 250 botten. Net als alle andere carnivoren (vleeseters) zijn katten toegerust om op prooien te jagen en ze te verslinden. Katten hebben een vrij ronde kop en een korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de bek en scherpe omhoogstaande oren. Ze hebben korte brede kaken met sterke knipkiezen en scherpe snijtanden. Katten hebben in het totaal 30 tanden. In de bovenkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 voorkiezen en 2 kiezen. In de onderkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 4 voorkiezen en 2 kiezen. Hun kaak kan geen kauwbeweging maken, de kat verscheurt zijn voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om het voedsel te verteren. De tong is bedekt met een laag ruwe papillen die goed van pas komt bij de persoonlijke verzorging. De tong van de poes is ruwer dan die van de kater; zo kan ze haar jongen beter wassen.
Katten hebben vijf tenen aan beide voorpoten en vier tenen aan de achterpoten. De eerste teen bevindt zich wat hoger op de voorpoot dan de andere vier tenen. Deze eerste teen raakt tijdens het lopen de grond niet, maar wordt wel gebruikt bij de verzorging en bij het grijpen van een prooi. Aan de uiteinden van de tenen bevinden zich sterke, scherpe, gebogen klauwen. De nagels kunnen worden ingetrokken. Dit mechanisme is een onderscheidend kenmerk van de kattenfamilie Felidae. Door de nagels te scherpen aan een boom (in huis een krabplank of krabpaal) houdt een kat zijn nagels scherp. De zijkanten die uitgroeien komen dan los te zitten en worden met de tanden verwijderd waardoor de nagel op lengte blijft met een scherpe punt.
Een kat heeft een lange staart die hij gebruikt om in evenwicht te blijven en bij sociale communicatie. Het bewegingsstelsel is extreem soepel met een flexibele ruggengraat, waardoor katten erg lenig zijn. Katten kunnen zich bij een val zo keren dat ze op de poten terecht komen. Om "op zijn pootjes terecht te komen" moet de kat wel de ruimte en tijd krijgen om zich te keren. Zintuigen
De meeste katten hebben een goed gezichtsvermogen en kunnen goed in schemerig licht zien. Hun vermogen om kleuren te onderscheiden is daarentegen zwak omdat ze meer staafjes dan kegeltjes in hun ogen hebben om in schemer goed te kunnen waarnemen. Katten zijn echter niet kleurenblind en ook zij kunnen bij gehele duisternis niets waarnemen. Op de achterwand van het oog bevindt zich reflecterend weefsel (het tapetum lucidum), waardoor de ogen van een kat fonkelen in het donker. Het gezichtsveld van een kat bedraagt 285°, versus een mens 210°. De irissen hebben een verticale spleet als vorm. Elk oog wordt beschermd door een derde ooglid, ook wel knipvlies genoemd.
Katten kunnen uitstekend horen en zijn in staat frequenties tot 40.000 Hz of hoger waar te nemen. Ter vergelijking: een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20.000 Hz. De oren kunnen 180° draaien. Hierdoor kunnen geluiden goed gelocaliseerd worden.
De snorharen hebben een functie bij het instinctief doorbijten van de ruggengraat van de prooi. Katten zien op korte afstand niet scherp en vertrouwen daarom op hun uiterst gevoelige snorharen en de lange haren boven de ogen wanneer zij een prooi hanteren. Katten zonder snorharen kunnen de "coup de grâce" ( het doden van de prooi) moeilijk uitvoeren.
De haren in de vacht zijn afzonderlijk verbonden met een mechanoreceptor. Hierdoor kan informatie over de omgeving naar de hersenen worden gestuurd. De meeste katten vinden het daardoor ook prettig om aangehaald en geaaid te worden.
Een kattenneus bevat ongeveer 20 miljoen geurcellen, vier keer meer dan bij een mens. De neus is vooral afgestemd op stikstof, omdat deze stof zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor is de kat ook goed in staat om voedsel te beoordelen op eetbaarheid. Katten zijn van nature geen aaseters. Het reukvermogen van katten is niet zo goed ontwikkeld als dat van honden.
Een kat bezit ongeveer 500 smaakpapillen, terwijl een mens er ruim 9.000 bezit.Katten laten zich dan ook voornamelijk leiden door geuren. Katten kunnen zout, zuur en bitter van elkaar onderscheiden, maar hebben geen voorkeur voor zoet.
Het gewone tamme varken (Sus domesticus of Sus scrofa domesticus) is een gedomesticeerd wild zwijn en behoort tot de familie der varkens (Suidae). Varkens werden 5000 tot 6000 jaar geleden gedomesticeerd. Met de wetenschappelijke naam Sus scrofa wordt het everzwijn of wilde zwijn aangeduid. In Nederland leven ruim 11,6 miljoen en in België 6,7 miljoen varkens.
In grote delen van de wereld zijn varkens verwilderd geraakt (bijvoorbeeld Nieuw-Zeeland en eilandjes in de Grote Oceaan). Vroege Westerse zeevaarders (waaronder de VOC) hebben bewust varkens uitgezet, bij voorkeur op eilanden, om een duurzame voedselvoorraad te garanderen. De varkens hebben daar grote ecologische schade toegebracht en doen dat in vele gevallen nog steeds.Terminologie
Een jong varken wordt een big genoemd, een vrouwtjesvarken een zeug en een mannetjesvarken een beer.
Een barg of borg is een gecastreerd mannetjesvarken.
Een gelt is een vrouwtjesvarken dat nog niet geworpen heeft.
Biggen
Een worp biggen wordt een toom of nest genoemd. Biggen worden onderscheiden in zuigende biggen en gespeende biggen. Zuigende biggen drinken melk bij een zeug. Zuigende biggen heten zo totdat zij gespeend worden. Na het spenen spreken we van een gespeend big. Een varken krijgt ongeveer 6-12 biggen per worp. De draagtijd is ongeveer 112 tot 114 dagen (3 maanden, 3 weken en 3 dagen).
Biggen kunnen ook een ziekte onder de leden krijgen, waaronder de wegkwijnziekte (PMWS).
Als voedsel
Het varken wordt massaal gekweekt voor zijn vlees. In Nederland en België worden varkens voornamelijk in de intensieve varkenshouderij gehouden, maar er zijn ook alternatieven zoals de biologische varkenshouderij en de scharrelvlees varkenshouderij. Als een varken 6 maanden oud is (en inmiddels ongeveer 100 kg weegt), is het rijp voor de slacht. Varkens die niet geslacht worden, kunnen tot 12 á 13 jaar oud worden. In het jodendom en de islam wordt het varken beschouwd als onrein en niet gegeten.
Als huisdier
Varkens worden ook als huisdier gehouden. Het zijn intelligente, nieuwsgierige en sociale dieren en ze zijn goed te trainen. Het bekendste ras dat voornamelijk in kinderboerderijen en binnenshuis wordt gehouden is het kleine hangbuikzwijn of minivarken. Het houden van huisvarkens is de laatste jaren populair geworden in enkele westerse landen.
Overig
Varkenshaar wordt onder meer gebruikt voor bezems, haarborstels, penselen, scheerkwasten en stoffers.
Varkens worden gebruikt voor het opsporen van truffels.
In Eersel bevindt zich een aan het varken gewijd museum.
Haaien zijn uitgerust met een hele batterij prooisensoren op hun kop. Hiertoe behoren de ogen en de neusgaten, plus drukgevoelige cellen die trillingen in het water waarnemen, en zelfs receptoren die de elektrische signalen in het zenuwstelsel van een prooidier opvangen. Bij de meeste haaien zijn deze sensoren geconcentreerd op één plek, maar bij de hamerhaai zijn ze verspreid over de T-vormige kop. Zo kan hij een veel groter oppervlak 'scannen' dan een haai met een gewone, spitse snuit. Bovendien weet de hamerhaai precies waar de signalen vandaan komen. De neusgaten bevinden zich bijvoorbeeld op de 'vleugelpunten', zodat een geur meestal eerst bij het ene en dan pas bij het andere neusgat komt. Door zich zo te draaien dat beide neusgaten de geur tegelijk oppikken, kan de hamerhaai recht op zijn doel afzwemmen. Hierdoor kan hij 'in stereo' zintuiglijke prikkels waarnemen wat de efficiëntie sterk vergroot. De druksensoren op zijn kop werken op dezelfde manier.
Zwerftocht door de oceaan
Bij zijn tochten door de oceaan legt de hamerhaai, vooral de grote hamerhaai, enorme afstanden af. Het grootste deel van het jaar zwerft hij door de warme oceanen op zoek naar overvloedige jachtgebieden. Die vindt hij in ondiepe kustwateren, waar het tussen de koraalriffen wemelt van de vissen en inktvissen, en op de bodem de platte roggen die deze haai zo uitstekend weet op te sporen.
Voeding
De meeste hamerhaaien eten alleen roggen en andere vissen, plus krabben en andere zeeschaaldieren. Mensen worden gemeden, maar van de grote hamerhaai is bekend dat hij af en toe ook op mensen afgaat. Hij kan 5 meter lang worden en is zo sterk dat hij de hele dag door kan zwemmen. De meeste van die aanvallen zijn echter een reactie op betreding van zijn territorium. Wanneer een duiker zich op het terrein van een grote hamerhaai begeeft, voelt de haai zich bedreigd en bijt om zich te verdedigen. Weinig haaien eten graag mensenvlees, maar het is geen kwestie van smaak - één beet van de zaagtanden kan al dodelijk zijn. Meestal sterft het slachtoffer aan de shock en het bloedverlies.
Leefgebied
Hamerhaaien komen voor in alle tropische en subtropische zeeën en oceanen op de wereld. 's Zomers trekken sommige exemplaren wel eens ver noordwaarts, naar de Middellandse Zee. Weetjes
De grote hamerhaai eet voornamelijk roggen en kleine beenvissen. Soms valt hij echter ook andere haaien aan en eet hij die op.
De huid van de haai is bedekt met allemaal scherpe stekeltjes, de zogenaamde huidtanden. Vroeger gebruikte men die als schuurpapier. Ook werd het ruwe vel, segrijn genaamd, om het handvat van een zwaard gewikkeld om meer houvast te hebben bij een bloederig gevecht.
De olie uit de lever van een hamerhaai bevat veel vitamine A. Vroeger werd er daarom veel op deze haai gejaagd.
Sportvissers hebben een hekel aan de hamerhaai omdat hij het aas opeet dat ze hebben uitgezet voor vissen zoals de Marlijn. Een haai die een voedselbron heeft gevonden raak je bijna niet meer kwijt. Ook de vissers op het rif hebben last van hem, omdat hij de vis van de lijn pikt wanneer die wordt ingehaald.
De hamerhaai is een 'jonge' haai. De eerste haaien kwamen ongeveer 400 miljoen jaar geleden, maar de eerste hamerhaaien kwamen pas 40 miljoen jaar geleden in de oceanen terecht.
Taxonomie
De familie van hamerhaaien bestaat uit 2 geslachten met in totaal 9 soorten[1]. Hiervan vallen er 8 onder het geslacht Sphyrna. De negende soort is de vleugelkophamerhaai (Eusphyra blochii), die tot een ander geslacht (Eusphyra) behoort en ook wel naast alle andere hamerhaaiensoorten wordt gezien.