Vandaag staat Bobbejaanland geafficheerd. Inkomgeld slechts 40 roepies, oftewel 30 euro-centjes. We installeren ons, veel te vroeg toegekomen, op een bank in railwaystation Nanu Oya en verkneukelen ons met het massaal toestromen van allernieuwste modellen fototoestellen, die zweterige toeristen nekken. De trein trekt zich hikkend op gang. Ik zet me in het open deurgat, de benen lekker naar buiten wiebelend, want dat zijn de bevoorrechte plaatsen. De buitenwijken van dit boerengat bestaan uit in terrassen uitgegraafde hellingen, kweekbakken voor soepgroenten, slakroppen en allerlei buikvullende gewassen. Dra volgt de uitwas van de eerste stroken oerwoud, doormidden gesneden door twee evenwijdige ijzeren sporen. De overvloedige tropische begroeiing schermt haar groene ingewanden ondoordringbaar af en geregeld zwieperen dunne takjes tegen mijn onderbenen als oogstrelend roetsjplezier. De puffende attractie boort zich een weg door het dak van de jungle. Reuze houten knapen met dikke donkere bladeren verdringen elkaar, en hun rode bloemen decoreren als half los zittend behangpapier de wanden van het woud. We volgen de hoogtelijn van 1900m. In de verte verschijnt de Adamsberg in wazige driehoeksformatie. Er doemen slechts schaars wat krotten op van golfplaten, schuilhut of verblijfplaats ? En maar hier en daar een stationnetje. Daar beleven we telkens kijkplezier en handenhulp want instappen is geen sinecure.