hulpverlening wo1

22-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

10 december 1915

Vandaag  was een vermoeiende dag want ik moest samen met mijn vriend Joseph, een arts op ronde.  We gingen de bedden langs om te zien welke soldaten terug naar het front kunnen keren.

De mannen moesten rechtop in hun bed zitten en de arts onderzocht hen snel. Nadien meldde hij hoe hij de zieke ging behandelen.

Wat me in het begin van mijn stuk bracht is dat wanneer de zieke het niet eens izijn met de behandeling ze dan onder druk worden gezet om die behandeling toch te volgen.

De patiënten worden door vele artsen  gezien als een nummer, een stuk vlees zonder ziel, een vechtmachine met een mankementje. 

Een arts mag en kan zich niet zwak opstellen, ze mogen geen medelijden voelen met de zieken. Anders kunnen de zieken de artsen zeker misbruiken, na zo veel tijd hebben de mannen niet veel zin meer om te vechten. Ze zijn aan het einde van hun krachten.  Ik heb vroeger al verteld over een man die zichzelf had verwond, om zo niet meer te moeten gaan vechten. Als artsen deze mensen die het niet meer aankunnen om te vechten zouden helpen, dan zou er geen man meer aan het front staan. 

De artsen leren in hun opleiding dat het de sterkte van de groep en niet de gezondheid van het individu het belangrijkste is. Daarom kan de arts niet lang stil staan bij de gezondheid van het individu. Het belang van de groep moet altijd in het achterhoofd gehouden worden.  Er werd zelf onderzoek gedaan naar hoeveel van de gewonden terugkeren naar de loopgraven, dit is negentig procent.

Dit kan alleen als ze soldaten die loopgravenvoeten hebben, die zelfs enkele tenen missen teruggestuurd worden naar de loopgraven.  De definitie ‘ziekte’ heeft een hele andere betekenis gekregen in de oorlog dan voor de oorlog. Mensen met zware verkoudheden en griep zijn niet echt ziek. Men heeft alle manschappen nodig om de oorlog te winnen. Maar is de tol niet te hoog? Zoveel mensen sterven,  mensen zullen hun geliefde nooit meer zien. Allemaal voor de laatste oorlog. De oorlog die een einde zou maken aan alle oorlogen



Jean de Grote

 

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (17 Stemmen)
15-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

23 november 1915

Ik weet niet hoe lang dit nog zal duren.

Tijdens de oorlog vergeet je alles. Alles wat je rondom je ziet is de hel: bloed, pijn en angst. Sterven is het laatste wat een mens wil.

Een soldaat offert enorm veel op voor een oorlog. Hoeveel dagen lijden zij al honger? De voorraad sardines en beschuiten is al lang op. Hoe lang is het geleden dat ze nog hebben geslapen, zich gewassen hebben of schone kleren aan hebben gehad? Ik heb eens een ruimte gezien waar ze verblijven. Het is een schuilplaats opgericht uit hout en karton, ongeveer een meter hoog en de oppervlakte is vier meter op anderhalve meter. Deze ruimte fungeert dan zogezegd voor zeven à acht personen. Op de grond ligt er stro en het stinkt er. Ze blijven nooit lang op dezelfde schuilplaats, die moet geregeld veranderd worden.

Tijdens mijn werk probeer ik altijd zo hard mogelijk te blijven, gewoon mijn werk te doen, gevoelens opzij te zetten. Het is niet het  moment om emotioneel te worden. In het begin lukte dit mij niet, ik was zo gechoqueerd door wat er rondom mij gebeurde. Overal gillende, huilende en vol met bloed bedekte soldaten. Je went eraan. Maar elke keer als ik in de ogen van de gewonde soldaten kijk, als ik zie wat de oorlog ze heeft aangedaan, breekt mijn hart. Hoe lang kan een mens deze situatie nog volhouden? De operatiekamers zijn slecht verlicht en we hebben er te weinig. Met gevolg dat er soms gewonden buiten moeten blijven liggen. De operaties worden zonder verdoving uitgevoerd. Want we hebben heel weinig medisch materiaal.

Ik heb vandaag zitten nadenken over de ziektes waarmee ze te maken hebben. Ik was aan het bedenken hoe we sommige ziektes zouden kunnen voorkomen. Ik heb wel een paar ideeën daarover, maar in welke mate zijn ze realiseerbaar? Dat blijft mijn grote vraag.

Elke dag zijn er klachten van soldaten met griep, longontsteking, angina, reuma, voetwonden en bevroren voeten. Het is heel koud buiten en het regent bijna altijd. De uniformen van de soldaten zijn heel onpraktisch voor dit weer, want je kunt ze nauwelijks droog krijgen. Ze lopen rond in die natte uniformen en zo worden ze natuurlijk heel snel ziek. Warme kleding en goede sterke laarzen zouden heel veel betekenen voor de mannen. Door deze onhoudbare situatie zijn een heleboel soldaten depressief geworden. Ze zijn opstandig en ik heb van mijn collega vernomen dat sommige soldaten van de artillerie zelfs weigeren te vechten zolang ze geen warm eten, droge kleding, laarzen en dekens krijgen.

We hebben met de collega's zitten twijfelen of we naast chronische oog -en oorziektes, huidaandoeningen nog kropgezwellen uit het lijstje van vrijstellende ziektes zouden schrappen. Vroeger moesten de soldaten met deze ziektes niet mee vechten maar nu mogen ze niet voor het kleinste probleem van het front afwezig blijven. Dat kunnen we ons niet permitteren. Niet in deze oorlog.

Het vreselijkste geval is, vind ik persoonlijk, als je niet kan vaststellen wat er aan de hand is. Je weet gewoon niet waaraan de patiënt lijdt, dan voel ik mij zo hulpeloos, je staat er en denkt wat je hieraan kunt doen en je vindt gewoon geen enkele oplossing. 

Jean de Grote

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
10-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

16 oktober 1915

Ik wil nog even verder gaan met mijn bespreking van de ziektes die ik hier allemaal heb leren kennen, herkennen en verzorgen.

Waarover ik het meest kan vertellen zijn uiteraard de typische oorlogsziektes. Bijvoorbeeld de loopgravenvoeten, voeten die opzwellen omdat ze te vaak in het water zitten, ze worden blauw en men kan ze niet meer bewegen. In extreme gevallen kunnen ze zelfs afsterven. We gebruiken Walvisolie als medicatie, deze olie dringt door tot diep in de huid, het help goed, de huid wordt terug soepel. Vandaag nog heb ik twee soldaten verzorgd met wat wij hier noemen een loopgravenmond. Er komen ontstekingen aan het mondslijmvlies en dan begint dat te etteren. Dit is een gevolg van de aanwezigheid van de vele ratten en vlooien die massaal bacteriën met zich meenemen.

Iets totaal anders zijn de geslachtsziektes, deze komen minder voor maar nog steeds vaak. Zelfs in oorlogsgebieden is er sprake van prostitutie. De soldaten vinden hun uitweg bij de hoeren die langskomen. Een gevolg is ook dat vele soldaten schurft oplopen. Dit verzorgen we met sulferbaden;
 
water met een paar druppeltjes sulfer erin.

De uitputting en de vermoeidheid die heerst onder de soldaten is uiteraard ook niet over het hoofd te zien. Daardoor zijn de soldaten veel gevoeliger aan alles wat er in de lucht hangt van bacteriën. Ziektes zoals griep, last van darmen en hoofd, kunnen vermeden worden als je gezond en sterk bent, maar de soldaten zijn een gemakkelijke prooi. Ook stress komt veel voor onder de soldaten. De oorlog is nu een jaar aan de gang en de soldaten zijn al doodop.

Jean de Grote

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
09-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

25 september 1915

Wil dat zeggen dat ik hier al ongeveer een half jaar ben? Het lijkt al een eeuwigheid, elke dag komen er zoveel soldaten binnen, elke soldaat is een kwestie van leven of dood, een nieuwe hindernis die ik moet overwinnen om verder te gaan. Ellende, dat is het woord dat ik aan deze situatie kan geven, ellende en wanhoop.
Om je een voorbeeld te geven van een wanhopige soldaat. Gisteren kwam er een soldaat binnengelopen en hij riep dat hij zwaargewond was, ik snelde naar hem toe. Hij vertelde me dat men hem in de arm geschoten had. Ik zag zijn wonde, verschrikkelijk was het, donkerrood bloed en er zat veel vuil in de wonde. Maar ik merkte dat er iets vreemd was aan de wonde. De kogel was er langs de ene kant ingekomen en langs de andere kant er weer uitgegaan. Maar dit kan niet zonder eerst door het lichaam te gaan. Ik vroeg hem om uitleg, maar hij zweeg. Het enige wat hij enkele minuten later zei was dat hij hulp nodig had en onmogelijk nog kon gaan vechten op het slagveld. De soldaat, Henri noemde hij, was zo wanhopig dat hij er alles voor over had om even weg te zijn van het slagveld. Zelfs een wanhoopsdaad, hij had zichzelf verwond om even veilig te zijn. Want inderdaad, de zieken zijn hier min of meer veilig.

Gedurende mijn opleiding als verpleger heb ik uiteraard kennis gemaakt met vele ziektes die voor mij onbekend waren. Ik heb geleerd ze te herkennen en te bestrijden met weinig middelen. Ik had me wel een beeld gevormd van een verplegerpost in een oorlogssituatie, maar ik heb nooit kunnen denken dat het zo armzalig  zou zijn. We hebben het minimum aan materiaal. Daarbij komt nog te kijken dat velen heel weinig afweten van ontsmettingsmiddelen.
Ik zal even kort vertellen hoe het verzorgingsproces van een soldaat er aan toe gaat.
Alvorens een soldaat binnenkomt ontbloot bij het gekwetste lichaamsdeel, zodat wij onmiddellijk weten waar we aan de slag moeten gaan. Vervolgens zijn er twee uitspraken die de verpleger of arts doet. 'vu' en 'example', het eerste wil zeggen dat de wonde niet erg genoeg is om te verzorgen en dat de soldaat verder moet gaan vechten omdat er anderen zijn die dringender hulp nodig hebben. 
Er zijn tevens twee zinnen die de aard van de wonde of ziekte omschrijven, 'mal au tête' zijn ziektes als tyfus, (hoge koorts, waarvoor we een rechtstreekse inenting hebben) griep, loopgravenkoorts, doofheid en blindheid.
'Mal au vent' wil zeggen 'Spaanse griep', de ergste vorm van griep die ik ooit heb gezien.
Waar ik ook moeite met had, zeker in het begin, is dat we bij 'mal au tête' de levenskracht van onze patiënt meten. Dat doen we door aan de slagader te voelen, als deze niet snel genoeg slaat, betekent het dat we niet de nodige middelen hebben om deze soldaat erbovenop te helpen.

Jean de Grote

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
04-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

10 juli 1915

Vandaag was het een ontzettend vermoeiende dag. Er heerst altijd een verschrikkelijke chaos bij ons op de hulppost.  Natuurlijk is er al langer dan vandaag een zeer groot probleem om de gewonden bij ons te krijgen. Frans Coeck, een goede vriend van mij wist me te vertellen dat ze de taak hebben gekregen om enkel de gewonden mee te nemen die nog een kans hebben om te overleven. En de anderen moeten ze morfine toedienen en achterlaten. Bijgevolg blijven de meeste lijken in de modder liggen

Mijn taak hier is het verversen of het aanbrengen van noodverbanden nadat de artsen een diagnose hebben gesteld. Ook moet ik de nodige injecties geven.
Het komt ook voor dat ik de gewonden mee uit de loopgraven moet gaan halen, samen met de bataljonsdokters en medeverplegers. Daar horen wij de eerste hulp toe te dienen, dit houdt in: de bloedingen stelpen, wonden verbinden en de gebroken ledematen spalken.
Het komt ook regelmatig voor dat de gewonde soldaten zelf naar ons komen.
Het grootste probleem in de verzorging van onze patiënten is dat we dankzij de nieuwe wapens die ze gebruiken in deze oorlog te maken krijgen met nooit voordien geziene wonden. Ook raad ik tegenwoordig mijn patiënten aan om een helm te gaan dragen. Slechts enkelen hebben momenteel een helm, maar het zou in de toekomst ook veel hoofdletsels kunnen voorkomen.
Het klinkt hard, maar naar mijn mening houdt mijn taak alleen in om de gewonde soldaten weer vechtsklaar te maken. We horen ze eigenlijk enkel een shot medicijnen te geven om ze dan snel terug naar het front te sturen. Dit is normaal in een oorlog. Maar wat ik deze middag heb gehoord heeft mij het meeste gechoqueerd. De dokters zouden de zieke mensen gebruiken als proefkonijnen voor een wetenschappelijk experiment. Dit is toch gewoon té waanzinnig.
Maar het lijkt mij beter dat ik hier niet te lang over wakker lig. Het is nu eenmaal oorlog.

Jean de Grote

 

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
26-04-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

27 april 1915

Ik las even mijn dagboekfragment van eergisteren na  en mijn laatste zin was dat het hier allicht een toeloop van soldaten zou zijn, en inderdaad, het is een overrompeling. Ik merk dat ik nog een aantal belangrijke dingen ben vergeten te vertellen in verband met dit hospitaal. 
Ik hoorde gisteren van Walter Legrand, een vriend van mij die hier ook werkt als verpleger, dat heel de zaal voor radiografisch onderzoek geschonken is door Madame Curie!
Wat me deze morgen ook opviel is dat, in tegenstelling tot het hospitaal l'Ocean in De Panne, er geen uitbreiding is van beddencapaciteit, maar dat de leiding van dit hospitaal zich enkel beperkt tot chirurgische opdrachten.
Dat hospitaal in De Panne wordt gesteund door Koningin Elisabeth. Het is een echt referentiecentrum tegenover  het onze hier in Cabour. Ik besef meer en meer dat alles anders gaat lopen dan dat ik had gepland, en dat ik me beter wat meer had geïnformeerd alvorens ik naar hier kwam. In De Panne kunnen verplegers zich opwerken door te leren in de bacteriologie, oogheelkunde of orthopedie, en nog veel meer. Hier zal iedereen hetgeen blijven doen waarvoor hij gekomen is, wat uiteraard niet slecht is voor een chaos en noodsituatie als deze. 

Jean de Grote
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
14-04-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

25 april 1915

Ik zal beginnen met mijzelf voor te stellen vooraleer ik jullie meeneem in mijn dagelijks leven. Mijn naam is Jean de Grote, ik ben geboren op 13 mei 1889 te Merelbecke. Ik kreeg een opleiding als verpleger in het King Albert's Hospital, dat opgericht is door het Rode Kruis. Aan dat hospitaal is een verplegers en verpleegstersschool verbonden. Vanaf vandaag werk ik in een veldhospitaal, opgericht door het Belgische leger. Het veldhospitaal bevindt zich in het domein Cabour. Een zekere P. Derache heeft de leiding over deze formatie. Ik ken hem niet, maar toen ik hem deze morgen zag, leek hij mij een sympathieke man. Daarnet sprak ik hem nog over het feit dat morgen zeker de operatiezaal in orde moet zijn want er ontbreken nog enkele werktuigen.

Er heerst hier nog een grote chaos, het veldhospitaal staat nog niet volledig recht, veel dingen ontbreken nog en mensen vinden hun plaats niet. Ik hou niet van chaos, zeker niet nu, zeker niet wanneer ik weet dat de nood naar goede verpleging zo hoog is.

Ik zal even het veldhospitaal beschrijven, want gisteren had ik zelf nog geen idee van hoe het eruit zou gaan zien.
Het hospitaal is opgebouwd rond een jachtpaviljoen, waar tot in 1896 een kasteel stond. Het bestaat uit een geheel van 22 houten barakken. Men zegt dat tegen morgenavond alle bedden geplaatst zullen zijn, er zijn per barak 24 bedden voorzien.
Wat ik wel op voorhand wist is dat heel dit hospitaal, inclusief de medische uitrusting, hier is dankzij van giften. Giften van de Geallieerden, die ons Belgische leger zien als hun "klein broertje" dat best wel wat steun kan gebruiken. Dat kan ik niet zo goed begrijpen, ik bedoel, de oorlog is al een tijdje aan de gang, er zijn al zoveel gesneuveld, teveel om op te noemen, en nu pas bouwen ze een hospitaal. Natuurlijk blijf ik het positief bekijken, beter laat dan nooit, maar voor mijn gevoel kon het al voor vroeger. Als we dan toch gesteund worden, kon dat even goed een paar maanden eerder.
Maar wie ben ik om daar iets op te zeggen, ik ben nu eenmaal maar een verpleger en het beste is dat ik gewoon meedraai in de hele chaos rondom me. En probeer zo veel mogelijk soldaten van de dood weg te houden. Dit voelt echt als mijn plicht en taak, ik kan niet wachten om morgen te beginnen, het zal hier morgen allicht een toeloop van soldaten zijn.

Jean de Grote


 

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (12 Stemmen)


T -->

Blog tegen de wet? Klik hier.
Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!