hulpverlening wo1

04-05-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

10 juli 1915

Vandaag was het een ontzettend vermoeiende dag. Er heerst altijd een verschrikkelijke chaos bij ons op de hulppost.  Natuurlijk is er al langer dan vandaag een zeer groot probleem om de gewonden bij ons te krijgen. Frans Coeck, een goede vriend van mij wist me te vertellen dat ze de taak hebben gekregen om enkel de gewonden mee te nemen die nog een kans hebben om te overleven. En de anderen moeten ze morfine toedienen en achterlaten. Bijgevolg blijven de meeste lijken in de modder liggen

Mijn taak hier is het verversen of het aanbrengen van noodverbanden nadat de artsen een diagnose hebben gesteld. Ook moet ik de nodige injecties geven.
Het komt ook voor dat ik de gewonden mee uit de loopgraven moet gaan halen, samen met de bataljonsdokters en medeverplegers. Daar horen wij de eerste hulp toe te dienen, dit houdt in: de bloedingen stelpen, wonden verbinden en de gebroken ledematen spalken.
Het komt ook regelmatig voor dat de gewonde soldaten zelf naar ons komen.
Het grootste probleem in de verzorging van onze patiënten is dat we dankzij de nieuwe wapens die ze gebruiken in deze oorlog te maken krijgen met nooit voordien geziene wonden. Ook raad ik tegenwoordig mijn patiënten aan om een helm te gaan dragen. Slechts enkelen hebben momenteel een helm, maar het zou in de toekomst ook veel hoofdletsels kunnen voorkomen.
Het klinkt hard, maar naar mijn mening houdt mijn taak alleen in om de gewonde soldaten weer vechtsklaar te maken. We horen ze eigenlijk enkel een shot medicijnen te geven om ze dan snel terug naar het front te sturen. Dit is normaal in een oorlog. Maar wat ik deze middag heb gehoord heeft mij het meeste gechoqueerd. De dokters zouden de zieke mensen gebruiken als proefkonijnen voor een wetenschappelijk experiment. Dit is toch gewoon té waanzinnig.
Maar het lijkt mij beter dat ik hier niet te lang over wakker lig. Het is nu eenmaal oorlog.

Jean de Grote

 

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
26-04-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

27 april 1915

Ik las even mijn dagboekfragment van eergisteren na  en mijn laatste zin was dat het hier allicht een toeloop van soldaten zou zijn, en inderdaad, het is een overrompeling. Ik merk dat ik nog een aantal belangrijke dingen ben vergeten te vertellen in verband met dit hospitaal. 
Ik hoorde gisteren van Walter Legrand, een vriend van mij die hier ook werkt als verpleger, dat heel de zaal voor radiografisch onderzoek geschonken is door Madame Curie!
Wat me deze morgen ook opviel is dat, in tegenstelling tot het hospitaal l'Ocean in De Panne, er geen uitbreiding is van beddencapaciteit, maar dat de leiding van dit hospitaal zich enkel beperkt tot chirurgische opdrachten.
Dat hospitaal in De Panne wordt gesteund door Koningin Elisabeth. Het is een echt referentiecentrum tegenover  het onze hier in Cabour. Ik besef meer en meer dat alles anders gaat lopen dan dat ik had gepland, en dat ik me beter wat meer had geïnformeerd alvorens ik naar hier kwam. In De Panne kunnen verplegers zich opwerken door te leren in de bacteriologie, oogheelkunde of orthopedie, en nog veel meer. Hier zal iedereen hetgeen blijven doen waarvoor hij gekomen is, wat uiteraard niet slecht is voor een chaos en noodsituatie als deze. 

Jean de Grote
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
14-04-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

25 april 1915

Ik zal beginnen met mijzelf voor te stellen vooraleer ik jullie meeneem in mijn dagelijks leven. Mijn naam is Jean de Grote, ik ben geboren op 13 mei 1889 te Merelbecke. Ik kreeg een opleiding als verpleger in het King Albert's Hospital, dat opgericht is door het Rode Kruis. Aan dat hospitaal is een verplegers en verpleegstersschool verbonden. Vanaf vandaag werk ik in een veldhospitaal, opgericht door het Belgische leger. Het veldhospitaal bevindt zich in het domein Cabour. Een zekere P. Derache heeft de leiding over deze formatie. Ik ken hem niet, maar toen ik hem deze morgen zag, leek hij mij een sympathieke man. Daarnet sprak ik hem nog over het feit dat morgen zeker de operatiezaal in orde moet zijn want er ontbreken nog enkele werktuigen.

Er heerst hier nog een grote chaos, het veldhospitaal staat nog niet volledig recht, veel dingen ontbreken nog en mensen vinden hun plaats niet. Ik hou niet van chaos, zeker niet nu, zeker niet wanneer ik weet dat de nood naar goede verpleging zo hoog is.

Ik zal even het veldhospitaal beschrijven, want gisteren had ik zelf nog geen idee van hoe het eruit zou gaan zien.
Het hospitaal is opgebouwd rond een jachtpaviljoen, waar tot in 1896 een kasteel stond. Het bestaat uit een geheel van 22 houten barakken. Men zegt dat tegen morgenavond alle bedden geplaatst zullen zijn, er zijn per barak 24 bedden voorzien.
Wat ik wel op voorhand wist is dat heel dit hospitaal, inclusief de medische uitrusting, hier is dankzij van giften. Giften van de Geallieerden, die ons Belgische leger zien als hun "klein broertje" dat best wel wat steun kan gebruiken. Dat kan ik niet zo goed begrijpen, ik bedoel, de oorlog is al een tijdje aan de gang, er zijn al zoveel gesneuveld, teveel om op te noemen, en nu pas bouwen ze een hospitaal. Natuurlijk blijf ik het positief bekijken, beter laat dan nooit, maar voor mijn gevoel kon het al voor vroeger. Als we dan toch gesteund worden, kon dat even goed een paar maanden eerder.
Maar wie ben ik om daar iets op te zeggen, ik ben nu eenmaal maar een verpleger en het beste is dat ik gewoon meedraai in de hele chaos rondom me. En probeer zo veel mogelijk soldaten van de dood weg te houden. Dit voelt echt als mijn plicht en taak, ik kan niet wachten om morgen te beginnen, het zal hier morgen allicht een toeloop van soldaten zijn.

Jean de Grote


 

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (12 Stemmen)


T -->

Blog tegen de wet? Klik hier.
Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!