De teksten op dit webblog zijn authentiek. Mogen wij u dus daarop wijzen dat iedere overname van tekst een schriftelijke toelating vereist van de auteur. De redactie.
Langs de IJse Lente - Smeerwortel - Look-zonder-look - Fluitenkruid - Witte dovenetel - Hondsdraf - Vergeet-mij-nietje
Nest van koolmees
HULDENBERG
Vroeger en nu
11-04-2010
De brandnetel
De brandnetel
De lente is begonnen. Wie deze dagen op wandel gaat, ziet natuurliefhebbers naarstig de koppen van jonge brandnetels plukken. Want men kan er soep, stoemp of thee van bereiden.
Nochtans is de brandnetel de vloek van landbouwers, tuiniers en blote kinderbillen. Ze groeit daar waar de grond stikstofrijk is. Als ongenode gast komt ze er aan. Onmogelijk om uit te roeien: een stukje wortelstok met een oog is voldoende om een nieuwe weelderige plant te krijgen.
De brandnetel is tweehuizig. D.w.z. dat de vrouwelijke hangende katjes op een plant staan en de mannelijke aren op een andere. De meeldraden worden opgerold gehouden tot hun volledige rijpheid en dan met een ruk losgelaten. Het stuifmeel vliegt door de lucht en komt op de vrouwelijke bloemen in de omgeving.
De plant kan 2 m hoog worden. De bladeren zijn tot 10cm lang en gespitst. Ze zijn grof gezaagd met ondiepe insnijdingen. Ultica Uros luidt haar Latijnse naam. Uros is Grieks en betekent: Ik brand. Brandnetel is goed gevonden. We hebben er allemaal al kennis meegemaakt. De plant is bezet met duizende brandharen zowel op stengel als blad. Bij aanraking breken de haarpunten af en wordt de zure vleistof op de huid gesproeid. Gevolg; brandende pijn en jeukbulten. Een tegengif: Het gekneusd blad van de weegbree op de pijnlijke plekken wrijven.
Gebruik
In de Middeleeuwen gebruikten de monniken de netels als gesel. Dus om boete te doen.
Van de Romeinse soldaten wordt verteld dat, toen ze onze streken veroverden en door dit noorden trokken, ze zich met netels inwreven om het warm te hebben (?).
Uit de bastvezels weefde men een fijn linnen: neteldoek. Het werd en wordt veel gebruikt in de verzorging. Men draaide zelfs touwen uit de vezels en men schepte er papier van.
Op vandaag is de plant nog steeds de grote leverancier van chlorofyl ( groene kleurstof).
Het is een zeer goede compostversneller. Een aftreksel gebruikt men als meststof of als natuurlijke pesticide.
De rupsen van o.a. de dagpauwoog, de atalanta, de kleine vos leven op de brandnetel.
Voksnamen
In Huldenberg spreekt men van 'tingelen'. In andere streken heeft men het over netelkruid of duivelskruid (zie verder).
Legende
De listige wissel met de brandnetel
Veel natuursprookjes zijn overleveringen die al vele, vele generaties van mond tot mond werden doorverteld. In vervlogen eeuwen deden veel verhalen over goed en kwaad, over God en de Duivel de ronde. Hier is weer een duivelssprookje.
Toen God de hemel en de aarde schiep zorgde hij ook voor het voedsel van mens en dier. De muizen kregen de graszaden, de zwijnen de eikels, de eekhoorns en de spechten de dennenappels en de puttertjes de elzenzaden. En omdat God niet de beroerdste was, kreeg de duivel boekweit en haver en deze was er mee in zn nopjes. Maar in die dagen waren boekweit en haver het hoofdvoedsel van de mensen in de Lage Landen.
Een engel overzag dit en maakte zich zorgen. Het kon nooit goed gaan als de mensen voor hun voedsel van de duivel moesten krijgen. Deze zou er vast verkeerde dingen meedoen. God had in haar ogen een foutje gemaakt! De engel vertelde aan God dat de mensen als basisvoedsel boekweit en haver nodig hadden en dat het nooit goed zou aflopen als dat via de duivel ging. God gaf direct toe, dat hij bij de verdeling van het voedsel ondoordacht had gehandeld. Daarom kreeg de engel de opdracht om de granen terug te geven aan de mensen door deze met de duivel te ruilen voor iets anders. Daarop trok de engel naar het woongebied van de duivel.
De duivel was nog altijd zeer tevreden over zijn beheer over boekweit en haver. Tevreden zong hij bijna de hele dag haver en boekweit, boekweit en haver, haver en boekweit, boekweit en haver.
De engel begreep dat de duivel ze niet zomaar zou inwisselen. Daarom bedacht ze een list. Ze ging naar de duivel en zei nee, duivel, het is geen haver en boekweit, maar netel en distel. De duivel keek haar aan of ze gek was en ging door met zijn boekweit en haver, maar de engel bleef maar zeggen nee, netel en distel, distel en netel, dagen lang. De duivel werd er gek van. Toen de duivel een nacht slecht had geslapen en de engel weer hoorde roepen, netel en distel, raakte hij in de war en zei ook netel en distel, distel en netel. En toen de engel dit hoorde, ging ze er als een speer vandoor en gaf de haver en de boekweit terug aan de mensen.
Toen de duivel de wisseltruc ontdekte werd hij razend en was des duivels. Daarom voegde hij als wraak iets toe aan de netels: jeukend vuur.
Vanaf die dag brand je je vingers als je brandnetels plukt.
Dat is de vurige wraak die de duivel heeft toegevoegd aan een gezonde, veelzijdige plant, die daardoor plots een duivelsplant werd, de brandnetel.
norbert mosselmans 04.2010
INFO Wilde planten Readers Digest Rijkdom van Kruiden Groene boekerij Kruiden Uitgeverij Terra Foto Internet Legende Natuurverhalen.nl
Breughel schildert op een hoge boom in zijn winterlandschappen steeds een kraai. Het symbool van slechte tijden.
De kraai is door de mens steeds weinig geliefd geweest omwille van zijn roofzucht en het scherpe krassen. Want zingen kan hij niet. Steeds werd hij meedogenloos vervolgd vanwege de schade aan de landbouwgewassen en het klein wild. Het is een intelligente en sluwe vogel en daardoor moeilijk te benaderen. Tegenwoordig komt hij zeer dicht bij de menselijke bewoning.
De kraai heeft een glanzend, zwart verenkleed en een zware afgeronde zwarte snavel. De glans van de veren is zoals bij de ekster te wijten de breking van het licht. Naar gelang de hoek krijgt men andere blauw of groen te zien. Of waar eerst blauw was is het nu groen enz
Het nest wordt door mannetje en vrouwtje gezamenlijk gebouwd. Het is een groot komvormig bouwsel van takken en aarde dat binnenin bekleed wordt met een dikke laag wol of haar. Zij bouwen net als de ekster hun nest hoog in de bomen. Het vrouwtje legt einde maart tot in juni een 5-tal eitjes. Deze gaan variëren van lichtblauw tot diepgroen met bruine of grijze vlekken. Na negentien dagen broeden door het vrouwtje brengt zij de jongen praktisch alleen groot.
Het voedsel zoeken ze op grond. Maar roven wel eieren en jonge vogels. Hebben ze aan zee een krab gevonden dan laten ze deze van op grote hoogte vallen om het pantser te kraken en daarna te kunnen smullen. Kraaien leven meestal solitair of in paren.
Legende
De Kraaien Als verstotene van het kasteel moest Godelieve (°1052) werken op het land. Ze moest de kraaien van het net gezaaide korenveld weghouden. Toen de klok van de Kerk luidde en Godelieve als zeer devote vrouw absoluut naar de kerk wilde, gebood ze de kraaien te verzamelen in de schuur tot ze terugkwam.
In de Vlaamse literatuur vinden we een mooi gedicht over de kraaien. Het is van de hand van K. Vertommen (°1907 - 1991).
Galgenlied
er stonden drie galgen op 't galgenveld de kraaien hebben het voortverteld en stom blauwden winterse bossen rondom ze kaatsten 't gekrijs van de kraaien weerom
het volk stond zwijgzaam opeengehoopt drie mannen moesten opgeknoopt drie rechters lazen het vonnis voor de bossen bauwden het na in koor
één had in eigen macht geloofd hij moest het bekopen met zijn hoofd één had gehoopt op een nieuwe tijd dat was voor het heden een scherp verwijt één had de waarheid te zeer bemind daarvoor ging hij bengelen hoog in de wind
de kraaien krijsten: kwaad is kwaad, de bossen echoden: haat is haat
de kring van het volk werd enger en enger 't gelaat van de rechters werd strenger en strenger maar toen de koord in de hoogte ging in elke lus een rechter hing
het volk stond zwijgzaam opeengehoopt drie rechters werden opgeknoopt: één had z'n eigen volk verraden één had z'n geldkist volgeladen één had de macht om haarzelf bemind drie rechters bengelden hoog in de wind
de kraaien krijsten: kwaad is kwaad, de bossen echoden: inderdaad
P. Heyninck zette het op muziek en de Vaganten brachten het op hun kleinkunstavonden.
norbert mosselmans 03/2010
INFO Vogels uit West Europa Readers Digest Legende Internet Fotos Internet Gedicht Oud schoolboek
Over de witte winterlandschappen zweeft een zwarte vogel met een lange staart. Luid krijsend landt hij op de hoogste tak van een boom. Vandaar overschouwt de ekster zijn territorium. In de loop der eeuwen is deze vogel vervolgd door jagers, boeren en zelfs natuurliefhebbers. Onze ekster heeft dit te danken aan zijn eetgewoonte: hij eet granen, insectenslakken en knaagdieren maar hij rooft ook de jongen en de eieren van andere vogels en dieren. Maar hij is niet de enige van de kraaienfamilie die de naam heeft van rover.
De ekster bewoont het open landschap, dicht bij boerderijen en dorpen. De dag van vandaag zien we hem ook in de stad. Want in het zwerfvuil vindt hij voedsel. Waarom dan jagen op het platte land als je inde stad aan je trekken komt? Wel mijdt hij dichte bossen. Zijn lange staart en grote vleugels hinderen hem bij de verplaatsing. Wij herkennen hem aan zwart-wit verenkleed en lange staart. De kop is donker en de flanken buik wit. Staart en vleugelpennen iriseren ( onder invloed van het licht) rood, blauw, groen. ( Kleuren die steeds dezelfde blijven en als het ware geschilderd zijn noemt men pigmentkleuren.)
Dus naar gelang de lichtinval zullen de kleuren variëren. Het is een standvogel. In de winter zweven de jonge vogels ( die tot september in het nest blijven) over de velden op zoek naar een territorium. De oudere vogels verdedigen daarentegen hun gebied.
Het nest, van modder en takken, bevindt zich hoog in de boom en valt zeker op bij de kale bomen. Boven het nest is er meestal een koepeldak. In het nest legt moederekster, begin april, een éénmalig legsel van 5 tot 8 blauwgroene eieren. Na drie vier weken vliegen de jongen reeds uit, maar blijven tot de herfst bij het nest. Eksterkoppels blijven hun hele leven samen.
Eksters hamsteren: overtollig voedsel maar ook gekleurde en glimmende voorwerpen. In de lente vinden lawaaierige samenkomsten plaats.. De vogels springen, zitten achter elkaar aan, laten hun witte vleugels en staartveren zien en vliegen traag rond. Door het rumoer aangetrokken, komen alle eksters uit de buurt kijken en we krijgen een echte samenscholing. De indringers worden op het eind wel verdreven, soms maar voor een paar dagen.
Legende De ekster had oorspronkelijk een prachtig verenkleed. Toen de vogel echter spotte met de gekruisigde Jezus werd hij vervloekt en kregen zijn veren de kleur van de rouw.
Zij worden van oudsher beschouwd als ongeluksvogels, verkondigers van de dood en rampzaligheden.
Wie van ons heeft geen last van eksterogen?
Ook zouden zij door hun luidruchtigheid oorlog of het slechte weer voorspellen.
Muziek Rossini schreef de opera La Gazza Ladra ( De stelende ekster.) Het is het verhaal van een gestolen gouden ring. Een onschuldig ( valselijk beschuldigd) meisje wordt veroordeeld en ter dood gebracht. Te laat komt de waarheid aan het licht
INFO: Vogels in West-Europa Readers Digest Fotos Internet Weetjes Internet
DOEN: Muziek! Zoekmachine GOOGLE: intikken La gazza ladra rossini. In het eerste item heb je twee mogelijkheden om de ouverture te horen. De eerste is met de Wiener Philharmoniker olv Claudio Abbado en is het nieuwjaarsconcert van 1991. Veel luistergenot.
In de kloosterkapel van Keyhof staat een mooie 'Boom van Jesse' afgebeeld. Hieronder een toelichting rond de betekenis van deze boom.
De boom van Jesse
De voorstelling van de (stam-)boom van Jesse gaat terug op de grote profeet Jesaja. Hij hanteert als eerste voor de ouderlijke band tussen Isaï en David de aan de plantkunde ontleende beeldspraak van de afstamming (11,1-2): Een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï, een telg ontbloeit aan zijn wortel. De geest van Jahweh rust op hem, een geest van .
Volgens de geslachtslijst van Jezus bij Matteüs en Lucas is Isaï de stamvader van de heilige Jozef, de wettelijke vader van Jezus. Beide evangelisten geven in de aanvang van hun evangelie een om aan te geven dat Jezus wel degelijk de langverwachte Messias is, door God beloofd aan Zijn volk.
Vermits Jezus op de allereerste plaats gezien moet worden als de (unieke) Zoon van God, waarbij dan het (maagdelijke) moederschap van Maria betrokken wordt, wordt deze stamboom (van Jozef) al zeer snel toegepast op zijn echtgenote Maria!
Deze genealogische lijst wordt dan ook meestal voorgesteld als stamboom van Jezus/Maria en staat populair bekend als De boom van Jesse [(D) die Wurzel Jesse]. De boom van Jesse is de symbolische stamboom van Christus. Uit Jesse, vader van koning David, groeit de geslachtsboom der koningen van Juda op, met bovenaan de twijg die Maria is en de bloem die Jezus is.
Voorstellingswijze van de stamboom
* Jesse - ligt of zit onderaan de boom te slapen.
- uit zijn zijde groeit een boomstam of rank. Bijzondere betekenis: Isaï slaapt zoals
Adam sliep wanneer Eva uit één van zijn ribben gevormd werd. Aldus betreft het hier typologisch een voorafbeelding van de Stichting van de Kerk, die gebeurde toen Jezus op het kruis stierf, waarbij Hij de Geest gaf en waarbij water en bloed uit Zijn zijde vloeide.
* Boom: - aantal stengels: ofwel één rank die opwaarts uitloopt op Maria en Kind
ofwel twee ranken die zijdelings oplopen en zich dan terug verbinden
in de figuur van Maria met Kind.
* generatiefiguren: In de takken van de stamboom staan en/of profeten, koningen of sibyllen;
heel af en toe hoort ook Virgilius erbij.
* Het aantal generaties, al dan niet elkaar opeenvolgend, is zeer gevarieerd:
- Het aantal van (3 x 14=) 42 generaties dat Matteüs aangeeft tussen Jesse en Jezus, is te groot om monumentaal weer te geven.
- Meestal bedraagt hun aantal 12, zeker bij een tweedeling van de boom (6 op elke tak). Wanneer het 12 koningen betreft worden zij in verband gebracht met de 12 apostelen de steunpijlers van de Kerk (typologisch).
- Soms blijft het aantal beperkt tot 2. Rudi Mannaerts - Toerismepastoraal Antwerpen
De Kausdelle is een straat in het centrum van de gemeente Huldenberg. Ze is gelegen aan de rechterkant van de Elzasstraat (waarover we het vroeger reeds hadden ) en de eerste straat rechts na de Stockemstraat.
Noemt men haar zo omdat de straat op een kous gelijkt, Een voet en een lang been dat tot de samenkomst met Speylaert gaat ?
Moest het dit kledingsstuk zij dan werd het met ou geschreven!
Maar wanneer we in Huldenberg deze straat bedoelen noemt iedereen het de GROEBE.
Eerst onze Kausdelle.
Splitsen we het woord dan hebben we DELLE en KAUS.
Delle: een slonzige vrouw is het zeker niet
Een lage slootkant die en paar keer per jaar moet opgehaald worden wil men overstromingen vermijden. Het is een pad tussen niet al te hoge hellingen gelegen. Het is dus een laagte.
Deze verklaring kan ons al helpen.
KAUS: zoals al gezegd kan het onmogelijk iets te maken hebben met het kledingsstuk.
Bij verder onderzoek viel ik op het sterrenbeeld BOOGSCHUTTER (juli-september).
In dit sterrenbeeld vond ik Kaus Borealis (noord), Kaus Media (midden) Kaus Australis(zuid). Deze drie sterren vormen samen de boog van de boogschutter en zijn ook K A U S geschreven.
Maar we zien niet in dat er hier in Huldenberg zo een geleerde bol was die het woordje KAUS kon opleggen als deel van een straatnaam. Temeer dat de bewoners van toen weinig om de sterren zullen gegeven hebben. Hun arbeid op het veld was veel belangrijker.
Het was tevens een weg die gemakkelijk genomen werd om naar Terlanen te gaan. Terlanen dat een knooppunt was van Romeinse wegen.
Nu een weg die veel gebruikt werd en die min of meer een Romeinse oorsprong had was reeds vroeg belegd met stenen. In het Latijn Calciata. In het Middelnederlands werd het calside om uiteindelijk kalseide. Ons KAUS ligt daar ergens tussen in.
Langs die weg lagen inderdaad heel wat velden, en weiden.
Om wateroverlast te vermijden werd er dus aangeaard zoals reeds gezegd maar ook was de weg reeds bestraat met stenen, misschien kasseien. Maar waar men die haalde weet ik voor het ogenblik nog niet.
Dus Kausdelle: een laag gelegen reeds met stenen belegde weg.
Blijft er ons woord: GROEBE
In ons dialect is een groebe, een gracht.
Komt van :GREB, GREBBE uit het Germaans gravija, graven
Een meestal door de mens uitgegraven diepte waarin het water bij ontij stroomt.
Wie de Kausdelle opgaat vindt aan zijn linker zijde een steeds stromend beekje .
Dat beekje loopt in een greppel of zoals wij zeggen in een groebbe.
t Kwam er wel op aan om na een avondje uit niet in de groebbe te sukkelen!
norbert mosselmans03/2008 Foto's : Jean-Pierre Van Binnebeek
Gedurende de kerstperiode wordt en voor veel licht gezorgd. Want het is de donkerste tijd van het jaar. Maar men snakt ook al naar het nieuwe leven en men gaat dan op zoek naar het groen van de natuur. We schreven hier al over de hulst, de maretak, de fijnspar. Een plant die ook altijd groen blijft en in deze periode in vele bloem- en kerststukken verschijnt is de (of het) klimop.
Velen denken dat deze plant een parasiet is. Niets is minder waar. Het is een plant met een eigen huishouding zoals alle normale planten. Alleen heeft hij de onhebbelijke gewoonte om overal op de klimmen en zich vast te hechten met zijn zuignapjes. Hij is dan ook onze enige echte liaan. Zijn Latijnse naam Hedera helix komt uit het Grieks. Hedera komt van (k) handanein en betekent: vasthouden. Helix komt van helikos en duidt op het draaien van de plant.. Men zegt ook dat het uit het Keltisch komt waar hedera touw betekende. Hoe dan ook elke verklaring verwijst naar de eigenschappen van de plant: zich ergens rondwinden. Wanneer ze langs een geven omhoog kruipen, hechten ze ik ook vast met hun zuigvoetjes. Ze brengen evenwel geen schade aan omdat ze de steen of cement niet nodig hebben als voedsel. Verwijdert men de plant dan ziet men enkel de merktekens van de zuignappen en dat is wel vervelend al is er dus geen schade aangericht.
Deze plant kan tot 30m hoog worden. Klimop bloeit pas na 810 jaar en dan nog op de twijgen die de zon kunnen opvangen. Dus steeds bovenaan.
Klimop : bloem
De bladeren van de niet bloeiende stengels zijn meestal voorzien van 3 tot 5 lobben terwijl de bladeren op de bloeiende takken lichtjes gegolfd zijn.
De klimop bloeit in de herfst. De geelgroene bloemen produceren veel nectar en zijn dus in het najaar een voedselbron voor wespen, hommels, bijen en vliegen. Zij zorgen dan ook voor de bestuiving. De zwartblauwe bessen rijpen pas in de herfst van het volgende jaar. Daar de plant in de herfst overvloedig bloeit is hij voor de bijen van belang en is het een echte imkerplant. Deze bessen die hard en bitter zijn worden wel door de vogels gelust en zij gaan voor de verspreiding zorgen. Door de onverteerde pit samen met de uitwerpselen ergens anders achter te laten.
De plant is voor ons mensen wel ferm giftig. De boom waarrond klimop groeit blijft leven zolang het bovenste deel van de kruin vrij blijft. Een die overgroeit is, krijgen de bladeren geen zon of licht meer en stoft de fotosynthese. De boom kan geen voedsel meer aanmaken en sterft dus af.
klimop : vruchten
VOLKSGENEESKUNDE
Klimop werd gebruikt als middel tegen reuma, pijnlijke gewrichten en brandwonden. In de moderne artsenijkunde wordt de plant nog steeds verwerkt in siropen tegen bronchitis. Ook wordt in de Middeleeuwen het gebruikt als zalf bij eksterogen, huidklachten, en wonden.
GEBRUIK
De stam van klimop kan een armdik worden en soms nog dikker. Het geelachtig houd werd gebruikt voor lepels en bekers. Men vlocht manden van de twijgen. Een oplossing van het sap gebruikte men als glansspoelmiddel voor zwarte zijde. Als verfplant leverde hij een grijsgroene kleurstof en de oplossing was ideaal als vlekkenverwijderaar bij donker wollen stoffen.
MYTHEN
Goden als Priapos, Hercules, Pan waren getooid met een kroon van klimop. Ook Bacchus sierde zich met klimop. Osiris bij de Egyptenaren en Thor bij de Germanen tooiden zich er ook mee. De 5 lobben van het blad verwijzen naar: geboorte, initiatie, liefde, rust, dood. Het Christendom beschouwde klimop als symbool voor het eeuwig leven. Daarom legde men op het graf klimop. In de negentiende-eeuwse Victoriaanse bloementaal verwees klimop naar vasthoudendheid, vriendschap, trouw en huwelijk.
NAMEN
Een oeroude Nederlandse naam is eiloof. Hierin is ei een andere vorm voor eeuwig.. Het is dus eeuwig loof ofwel: altijd groen. Andere namen zijn eerdsvel ( vel van de aarde: het is een over de grond kruiper).Men zegt ook wintergroen, Daar het ook het symbool van de liefde is gebruikte men ook liefdesklimmer.
LEGENDE
Soms sprak men van Gods Groen. Waarom? God en de duivel streden om de heerschappij. Ze hadden hun gezanten naar een eenzame plek gestuurd om te onderhandelen en deze kwamen daar overeen dat God zou heersen als de bomen bladeren hadden en dat de duivel zou heersen als al de bomen hun bladeren verloren hadden. Nu was er een nieuwsgierig winterkoninkje en dat had zich onder een dor blad verscholen en alles afgeluisterd. Het vloog vlug naar het bos en vertelde alles aan de Vlaamse gaai. Deze schreeuwde het op zijn beurt door het hele bos. Ook alle bomen hoorden het nieuws. Zij besloten dat enige ven hen hun blad zouden behouden. Dat deden: klimop, buxus zilverspar, jeneverbes en maretak. Het werd herfst en deze behielden hun blad. Het hielp niet of de duivel iedere dag kwam kijken en daarbij s nachts nog door het woud blies. De groene planten bogen maar gaven geen krimp. De duivel werd zo droevig dat hij zich in het diepst der aarde terugtrok en nooit meer over de heerschappij der aarde twistte.
ZALIG 2010
norbert mosselmans 12/2009
INFO: Wilde planten Readers Digest Fotos Internet Volksgeneeskunde Internet: kruidenkorf. Nl Namen Internet: deuzie.be Gebruik Internet: amariskruidenvom
Kersttafereel in drie bedrijven - uit het leven ener parochie gegrepen.
Eerste bedrijf : HET GEMENGD ZANGKOOR
De zangers hebben de Duitse mis van Schubert ingeoefend voor de nachtmis; dat wordt mooi! Maar tijdens de generale repetitie raken ze slaags over het probleem van de kleding.Jeannine heeft de ruzie aangezwengeld.Zoals gewoonlijk. In uniform, meent zij, en ze bedoelt de lange zwarte rok, witte blouse en bijhorende sjaal voor de dames. (De heren komen toe met het wijnrode vlinderdasje). Het is veel te koud in de kerk om het uniform te dragen, bijt Annie terug, die altijd zwart zegt als Jeannine wit voorstelt, en vice versa.
Als we met Kerstmis nog geen uniform aandoen, wanneer dan wel ? vraagt een derde nuchter. Ze worden het niet eens.
De koorleider hakt de knoop door: hij stelt voor te stemmen, met handopsteken. De uniformen winnen.De anderen zijn lastig, maar leggen zich neer bij de meerderheid - duidelijk tegen de goesting.
Vrede op aarde, aan de mensen van goede wil.
Tweede bedrijf : DE KERSTSTAL
Dat is al meer dan tien jaar het werk van Jeanneke.En ze maakt er haar werk van.Een halve dag is ze bezig.Ze doet het graag en goed.Maar dit jaar vindt de juffrouw van 't vierde leerjaar dat de kerststal rechts zou moeten staan t.o.v. het hoofdaltaari.p.v. links zoals gewoonlijk; dat komt nl. beter uit voor het toneeltje dat zij, tijdens de kerstwake, met de schoolkinderen wil opvoeren.Probleem : Jeanneke heeft de stal al gezet.Links! Ze wordt voorzichtig gepolst : of de kerststal niet rechts kan staan ?...
Tevergeefs.
Ze komt naar me toe en geeft duidelijk te kennen dat ze de stal niet meer van plaats verzet.Wat denken ze wel ? En als ze het beter kunnen, dat ze het zelf doen !
Dat is oppassen geblazen, want Jeanneke is een goed mens, maar aan haar kerststal mag je niet raken... Ik probeer haar te kalmeren en zeg dat de juffrouw van 't vierde maar een andere oplossing moet vinden.Jeanneke gaat zwijgend weg, ze is wat op haar teentjes getrapt. Ik zie haar denken: "Waarom willen ze nu weer veranderen wat al tien jaar goed staat ? Dat ze hunne plan trekken !"
Vrede op aarde aan de mensen van goede wil.
Derde bedrijf: DE KOSTER-ORGELIST ALBERT (uitspreken : Albeir)
Eigenlijk een goeie knul, maar allergisch aan jeugd en jeugdliturgie.Hij is een kerstmelodie aan 't inoefenen op het orgel boven, als er in de kerk een langharige jongen met een gitaar verschijnt, en een meisje in T-shirt en nauwsluitende jeans, met een dwarsfluit.Ze komen oefenen voor de jeugdviering.Hun aanwezigheid alleen maakt Albert (uitspreken : Albeir) zenuwachtig.
De jonge muzikanten slenteren nonchalant naar voren en beginnen in het priesterkoor hun instrumenten te stemmen.Gemakshalve heeft de jongen plomp één voet op de fluwelen bekleding van een acolietenstoeltje gezet, om de gitaar op zijn knie in de juiste stand te brengen.Het meisje staat afwachtend achter het hoofdaltaar dromerig heen en weer te draaien, als wil ze haar fraaie vormen langs alle kanten laten bewonderen.
Albert (uitspreken : Albeir) heeft het allemaal gezien vanop het hoogzaal.Hij kookt.Ontwijding ! Hij staakt zijn orgelspel.Hoekig duwt hij een paar registerknoppen in, trekt het cilinderdeksel ratelend over de speeltafel naar beneden en komt grommend de houten wenteltrap afgestommeld... Ik ken dat scenario.Hij zal niks zeggen.Alleen mokken.Dat wordt een paar dagen beeld-zonder-klank.
Vrede op aarde aan de mensen van goede wil.
Slot : BRIEF AAN ONZE-LIEVE-HEER
Beste Lieve Heer,
Kerstmis is bij ons op de parochie bijna altijd ruzie.Uw vrede wil maar niet komen. (Ik denk dat het is door de erfzonde, U weet wel : ons ingebakken egoïsme).
Lieve Heer, als U in Rome, in de hogere kringen, iets te zeggen hebt, voor mij mag U Kerstmis gerust laten vallen op de liturgische kalender.
Ik ben erg blij dat U op de wereld kwam - daar geen woord van.Maar iedere keer bij de voorbereiding van uw feest geeft dat zo'n herrie bij ons en zo'n heibel...
Dus voor mij: liever geen Kerstmis meer, of toch niet in onze parochie.Misschien komt er dan pas echte vrede ?
Wandelend langs de zoom van een bos ontmoet je ze ongetwijfeld. Struiken met scherpe stekels en naar zicht mooie berijmde donkerblauwe bessen. Ze nodigen echt uit om te plukken en te proeven. Want ze zijn eetbaar. Zet men zijn tanden er in dan vergaat het lachen nogal vlug. Want i.p.v. een lekkere zoete pruim te proeven is het wrang tot en met. Het is alsof je lippen aan je tanden plakken en je tong aan het gehemelte . Daarom noemt men ze ook sleedoorn.
Sleepruim
Slee betekent wrang. Het komt van sleeuw en dat wil zeggen de tanden stroef maken. In sommige streken noemt men ze ook trekkebek. Zou ons begrip zuurpruim ook daar zijn oorsprong vinden? Maar eens de vriesman er eens over gegaan is, wordt het een heerlijke vrucht vol vitamine C. Men bereidt er heerlijke jam van en ze worden ook op jenever gezet. Ook is ze laxerend , zoals alle pruimen. Voor de vogels is het een veilige nestplaats. Door de nogal lange scherpe doornen zijn de nesten onbereikbaar. De kleine bladen zijn bovenkant dof en onderkant behaard De plant groeit op een droge tot Matig vochtige bodem. Deze moet zandig, leemachtig of kleiig zijn maar zeker niet te zuur. Het hout is lichtgeel. Het is sterk. Daar het maar struiken zijn, zijn er nooit grote formaten beschikbaar en wordt het gebruikt om tanden van grasharken te maken, voor inlegwerk en wandelstokken. Het wortelstel is zo vertakt en verstrengeld dat het op een helling de grond goed vasthoudt. De sleepruim zou aan de oorsprong liggen van vele pruimenrassen. De Latijnse naam: prunus spinosa wil gewoon zeggen: pruim met doornen. Met die doornen bereidden men vroeger zwarte inkt en de bast leverde een rode kleurstof voor wol en linnen. Het is ook de eerst bloeiende plant van de lente. Mooie witte bloemen maken er een ruiker van en er is geen enkel blaadje te zien.
Lees het volgend verhaal.
WAAROM?
Lang geleden had de sleedoorn slechts onopvallende bloemetjes. Dat vond de struik geen ramp want de mensen waardeerden hem toch vanwege zijn gezonde blauwpaarse vruchten in de herfst. Op een dag, bijna 2000 jaar geleden, kreeg een Romeinse soldaat de opdracht doorntakken te verzamelen. Hij moest een kroon maken voor de gevangengenomen Jezus die op de berg Golgotha nabij Jeruzalem gekruisigd zou worden. Deze soldaat was een gewelddadig mens en hij zocht de scherpste takken uit. Nadat hij takken met gemene stekels van de roos en de braam had verzameld, ontdekte hij een struik met hele lange scherpe punten, de sleedoorn. Deze lange doornen zouden Jezus het meeste kwellen.Toen de veroordeelde op de bewuste vrijdag over de weg werd voortgeduwd, ontdekte de sleedoorn dat in de kroon die Jezus droeg ook takken uit zijn struik verwerkt waren. Ontdaan boog hij zijn takken en besloot voortaan niet meer te bloeien uit schaamte. Onafgebroken bad de struik tot de hemel om vergeving voor zijn vreselijke bijdrage aan de doornenkroon.
Op een avond hoorde de sleedoorn een stem die liefdevol tot hem sprak: Beste sleedoorn, jouw takken in de doornenkroon van mijn Zoon zijn niet jouw schuld. Jij kon niet weglopen. De werkelijk schuldige is de soldaat die jouw takken misbruikte om er een wrede kroon van maken. Jou treft geen blaam. Om je onschuld aan de hele wereld duidelijk te maken zal je voortaan in het voorjaar als eerste struik bloeien met grote helder witte bloemen. De bloemen zullen wit zijn, want wit is de kleur van de onschuld. Na iedere winter zullen de mensen uitkijken naar jouw bloemen, die het einde betekenen van de donkere dagen en een bode zijn van de lente, van een nieuw vruchtbaar seizoen. Sinds die dag bloeit de sleedoorn van boven tot onder met witte bloemen op zijn verder kale takken. Vroeg in het voorjaar worden de wegen geflankeerd door witte hagen met bloeiende sleedoorns en parken en bosranden gesierd door de hoge witte struiken die het kale landschap opvrolijken.
Er wordt gezegd dat de ondoordringbare doornstruiken die het kasteel van Doornroosje overwoekerden uit sleedoorns hebben bestaan en niet uit rozenstruiken. Rozen hebben geen doorns maar stekels. Stekels groeien aan de oppervlakte, aan de buitenkant van de tak, als een soort uitstulping. Doornen groeien van binnen uit de tak, vanuit het hout. De doornen van de sleedoorn zijn twijgen die in een scherpe punt eindigen.
Veel pit, weinig vlees
Sleedoornjam
Ingrediënten 2,5 kilogram vruchten van de sleedoorn 2 kilogram suiker 500 gram appels (goudrenet of een andere zure appel)
Bereidingswijze Pluk de vruchten van de sleedoorn na de eerste nachtvorst of stop de vruchten in de diepvriezer. (Dan verdwijnt de wrange smaak). Leg de vruchten in heet water en laat ze een nacht weken. Giet de vruchten af. Rasp de appels en voeg de stukjes toe aan de sleedoornvruchten. Breng de massa aan de kook en laat het enkele tellen borrelend doorkoken. Voeg de suiker toe en laat het nog enkele tellen koken. Desgewenst kan men de massa laten indampen. Sleedoorn is erg gezond!
Sleedoornjenever
Een echte hartversterker voor de wintermaanden. Neem een halve kilogram sleedoornpruimen die reeds bevroren zijn geweest en doorprik ze met een naald. Kook vervolgens een kwart liter water met 300 gram kandijsuiker. Laat deze zoete siroop afkoelen en voeg er 1 liter jenever aan toe. Doe vervolgens de halve kilogram sleedoornpruimen in een twee liter bokaal en voeg hier de gesuikerde jenever aan toe. Laat dit geheel 2 tot 3 maanden op een warme plaats staan en schud geregeld met dit brouwsel. Tegen nieuwjaar is de drank klaar.
norbert mosselmans 11/2009
INFO Bomen en struiken Readers Digest Fotos Internet Natuurverhalen NL Els Baars Recepten Overlevering
DE KOUTER Kouterstraat: Loonbeek Kastanjekouter: Loonbeek Vossekouter: Huldenberg
Lengte: Kouterstraat: 655 m Kastanjekouter: 279m
Vossekouter: 552 m (vanaf grens met Overijse nog 293 m.
Wie wat West-Vlaams kent begrijpt het woordjeKOUTEN.
Het betekent :gezellig samen praten. Een ander woord is keuvelen.
Wie op de kouter werkte zal niet veel kunnen kouten hebben. Want er viel indertijd hard te werken.
Onze kouter komt van het Middeleeuws-Latijn cultra, dat op zijn beurt een latere vorm van cultura is. De Romeinen gebruikten het woord agri-cultura: bewerken van de akkers.
Culturakomt op zijn beurt van colere wat keren met de ploeg,betekent.
En we zijn er.
Het is dus niets anders dan een stuk bebouwd land of bouwland of akker .
In Brabant is een kouter meestal een akkercomplex uit de Gallo-Romeinse tijd of de vroegste Middeleeuwen.
Het open kouterlandschap getuigt van een specifiek drieslagstelsel dat vanaf de middeleeuwen toegepast werd. Ze werden collectief beheerd waarbij telkensvoor één gedeelte ervan (1/3) een braakjaar werd ingelast. In dat braakjaar moest de kouter toegankelijk blijven voor het vee en de dorpskudde. (De grond kon rusten en werd door het vee op een natuurlijke manier bemest).
Kouter: het verticaal ijzer dat voor de ploegschaar staat. In het Frans le coutre. Hier is er dus ook verband.
Nu is de Kouterstraat in Loonbeek wel gelegen in eenbetrekkelijke nieuwe verkaveling maar niets zegt ons dat er daar geen kouters of velden lagen. Goede georiënteerd, betrekkelijk vochtig .
In Loonbeek is er nog een tweede kouter: De Kastanjekouter.
De betekenis van kouter weten we intussen al.
Zitten we daar met die kastanjes.
Ook hier willen we de kastanjes uit het vuur halen.
Detamme kastanje is, al groeit ze hier sinds de Romeinen ze binnenbrachten, geen boom uit onze streken. Wel uit het Middellandse-Zeegebied.
De kastanjes die hier bij ons rijpen zijn stukken minder dik dan diegene die uit het zuiden komen. Ze hebben hier gebrek aan warmte.
Het is evenwel een zeer dankbare vrucht waarvan men in het zuiden dankbaar gebruik maakt om gepofte kastanjes, kastanjemeel, kastanjepuree en marrons glacés, zelfs lekker ijs te maken
De naam zou komen Castanea sativa. Sativa wil zeggen gekweekt.
Castanea komt van Kasanaia dit is een stad in Klein Azië nl in Turkije (evenwel verdwenen).
Op onze Kouter zullenzeker kastanjebomen gestaan hebben. Het was ook een holle weg die naar de hoger gelegen kouters leidde.
In Huldenberg op de grens met Overijse hebben we de Vossekouter.
Eén van onze mooiste hollewegen en beschermd als landschap.
Kouter kennen we dus al.
Het zal een gebied geweest zijn waar veel vossen zaten en die vormden een bedreiging voor het vee.
Vermoedelijk is de oorspronkelijke betekenis van vos, foks(e) (Fr), vùske (Tw) en fos (Fr) 'het dier met de staart'. Een oude Franse benaming voor de vos is 'goupil'. Deze naam is afgeleid van het Franse woord voor wijwaterkwast (goupillon), waarmee de staart van de vos werd vergeleken. Dikwijls komen allerlei kleurvariëteiten voor, vandaar dat jagers vossen met een bepaalde kleur of tekening van een bijnaam hebben voorzien. De meest gangbare vachtkleur draagt de rode vos, roodrok of goudvos. Net als enkele buitenlandse namen zinspelen deze op de roodbruine kleur. Een vos met een zwarte of donkerrode pluim aan de staart wordt brandvos genoemd. De berkevos heeft een witte staartpunt. In de rugvacht van de kruisvos is een donker gekleurd kruis te onderscheiden. In enkele namen komt zijn prooi naar voren: muizerd (jag), vogelvanger, kiekendief (Vla) en kippendief. Een mannetjesvos heet rekel of rikel(foks) (Fr), een vrouwtje moer(vos), teef (Fr) of voe (een verouderde jagersnaam). Een vossenjong wordt welp genoemd. Verschillende verhalen over de vos benadrukken diens spreekwoordelijke slimheid en zijn aandacht trekkende streken. Aan de dierfabels van La Fontaine dankt de vos zijn bekende bijnamen reinaard (zie Frans renard) en rein(tje) de vos.
Het gekke is dat men in Huldenberg spreekt van Vossekouter, in Overijse Vossekoten.
Kouten is het meervoud van ons dialectisch kot.Het kan dus ook verwijzen naar de nestenof met de juiste naam een vossenburcht. Maar aangezien een territorium in onze streken ongeveer600ha of 6km² beslaat, maar hetkan ook gaan van 1km² tot 12km²,zien we niet in dat er hier verschillende burchten waren.
De naam Vossekoten is volgens mij te wijten aan dialectische vervorming of zouden ze hier de R niet kunnen uitspreken hebben?
De Schaveistraat ligt onderaan de kerk in Neerijse en is de verbinding tussen de Loonbeek- en de Beekstraat.
Wie deze straat neemt om in of uit het dorp te rijden of te stappen weet dat ze helt.
Het woord is wel typisch Brabants. Men vind het terug in Overijse, (aan de pompiers o.a) , Linkebeek (natuurdomein Het Schavei; wij noemden dat de bos van Schavaas), Beersel, Hoeilaart
Het woord schavei komt van het Latijn cavare dat ongeveer hetzelfde is als excavare en dat uithollen betekent.
Ook het Franse Chavée duidt in dezelfde richting.Het is dus een holle weg, een groef.
Het zal oorspronkelijk een Romeins hydroniem zijn nl.: naam van de afloop.
Op sommige plaatsen zijn het zandgroeven geworden, op andere haalde men zelfs ijzerzandsteen uit de groeven, want deze kwam bloot te liggen in de holle wegen.
Hoe ontstonden die holle wegen?
Duizende jaren terug, zelfs miljoenen jaren waren onze treken hoger dan nu.Het water dat neervielgebruikte de gemakkelijkste weg en stroomde dus naar beneden. Wij weten allemaal dat water een eroderende kracht heeft die nog vergroot naarmate de helling steiler was en er meer steentjes en zand in zitten.
Als we nu naar onze Schaveikijken dan zien we dat ze afloopt en wel naar de IJse.Onze straat mondt uit in de Beekstraat en ook dat is een aanwijzing dat er eertijds een beek was. Later werden die reeds uitgeschuurde smalle groeven gebruikt door de dieren als weg naar bos of hoger gelegen foerageplaatsen.
Na de ontbossingging de mens deze paden gebruiken om naar de akkers en de weiden te gaan. Later ging hij ze verbreden om met meer vee en bredere karren door te kunnen. Door deze ingrepen werd de grond bij een ferme stortvloed mee afgevoerd en werd de weg nog dieper of de bermen nog hoger, naargelang men het beziet.
Onze Schavei werd dan later onder handen genomen om er een echte straat van te maken.
Daar waar men getracht heeft het intact te houden krijgen we de voor onze streek zo typische holle wegen.
Laat ons ze beschermen en in stand houden en niet gebruiken om te sluikstorten. We vernietigen er een uniek stuk natuur mee!
norbert mosselmans 2008
dank aan V. Nijs : kadastrale lengte van de straat.
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan, om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen.
Het Keyhof en de aankomst van de zusters Annonciaden
Voor 1870 waren de hoeve Keyhof en de bijhorende gronden in het bezit van de familie de Morassin de Ramoussin uit Ghlin in Henegouwen.Rond 1870 kocht Auguste-Joseph dOverschie de goederen.Hij liet er, onderaan de hoeve, een kasteeltje bouwen dat bestemd was voor zijn zoon Charles-Emmanuel.
Achter dit gebouw (daterend uit 1926) verschuilt zich het kasteeltje (foto archief Keyhof)
Vanaf zijn geboorte was het duidelijk dat voor hem een mooie toekomst weggelegd was.De zaken namen echter een andere wending; zijn leven kende een dramatisch einde: hij pleegde zelfmoord op 24 september 1877.Na zijn dood bleef het kasteel onbewoond.
Charles-Emmanuel dOverschie (uit de collectie van René dOverschie eigen foto)
In 1879 kwam het liberaal kabinet van Frère-Orban aan de macht.De schoolwet van 1879 werd uitgevaardigd waarbij het godsdienstonderricht in de gemeentescholen geschrapt werd.
De nieuwe regering had ook katholieke congregaties in het vizier.Zo werden alle middelen gebruikt om de Annonciaden, die in Ranst gevestigd waren, uit hun klooster te zetten.
Toen in 1880 Victor dOverschie, die de goederen van zijn vader geërfd had, het kasteeltje ter beschikking stelde van Mgr. Deschamps, kardinaal-aartsbisschop van Mechelen, stelde deze laatste de congregatie voor om naar Huldenberg te verhuizen.De zusters grepen deze kans met beide handen.
Victor dOverschie (uit de collectie van René dOverschie eigen foto)
In april 1881 werden in het Keyhof het moederhuis en het noviciaat van de Annonciaden gevestigd. Kort daarna werden nieuwe gebouwen aan het kasteel toegevoegd, o.a. een verblijf voor de novicen.De zusters openden er tevens een lagere school en een bewaarschool.
De bouw van twee kapellen in minder dan 30 jaar tijd.
Het landgoed bevatte tevens een huiskapel die duidelijk te klein was en die voor de kloostergemeenschap niet kon dienen.Daarom werd kort na hun aankomst een andere kloosterkapel gebouwd op de plaats van de huidige kapel.
De congregatie groeide snel aan en het nieuwe bedehuis werd weldra te klein : er werden plannen gemaakt om een groter gebouw op te trekken met de hulp van architect Philips Van Boxmeer en aannemer Louis Resseler, beiden uit Mechelen.Zodoende kon de nieuwe kapel in 1909 in gebruik worden genomen.De kapel is toegewijd aan O.-L.-Vrouw van de Boodschap; dit is een duidelijk teken dat de congregatie nauw betrokken is bij de spiritualiteit van de Menswording.
Gods Woord werd mens en leefde te midden van ons.
Overweeg bovenal het mysterie van de menswording van Gods Woord.
Johanna van Frankrijk
Deze spiritualiteit is verwoord in de constituties.
Annonciade zijn
Is je laten raken
Door het Mysterie van Gods Menswording,
Open en ontvankelijk
Voor de werking van Gods Geest om
Zoals Maria
Jezus tot leven te brengen in de wereld.
Tracht daarom in te treden
In de evangelische houding van Maria.
Laat haar gelovige overgave je inspireren
Om, altijd opnieuw, aandachtig te zijn
Voor het roepen van God.
Constituties p.12
Jean-Pierre Van Binnebeek
(Wordt vervolgd)
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zusters annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
De getuigen van het verleden van Neerijse. 2005. Van Binnebeek Hallet
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal Foto's Valère Fransen, Keyhof, Jean-Pierre Van Binnebeek
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan, om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen.
(Wenst u het eerste deel van dit artikel te lezen, dan gaat u best naar het menu onder 'Monumenten: Keyhof'.)
Een eclectische kloosterkapel
De tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw worden gekenmerkt door het actualiseren van vroegere stijlen, de zog. neostijlen.Op kerkelijk gebied waren het neoromaans en de neogotiek aan de orde van de dag.Men aarzelde ook niet om verschillende stijlen te mengen; het eclecticisme vierde hoogtij.Ook kerken ontsnapten niet aan de nieuwe mode.
De kloosterkapel van Keyhof is een smeltkroes van verschillende bouwstijlen die niettemin een harmonisch geheel vormen.Samen met het nieuwe kasteel van Sint-Agatha-Rode (dat toevallig ook in 1909 gebouwd werd) is de kapel het mooiste voorbeeld van de eclectische architectuur tijdens de eeuwwende in onze gemeente.
De gotische structuur valt het meeste op. De pilaren zijn gotisch maar worden onderbroken door horizontale ornamenten en Korinthische kapitelen. Zij monden uit naar de zijbeuken toe in spitsbogen maar daar bevinden zich ook accolade-vormige tudorbogen.De vensters zijn gotisch.
Ook de altaren en de kruisweg hebben dezelfde stijl.
Het gewelf daarentegen is een tonvormige rondboog.
Eclecticisme in de kloosterkapel van het Keyhof te Huldenberg (eigen foto)
Schenking
De congregatie kreeg een financiële schenking van mevrouw le Grelle, daarbij financierde deze dame nog het hoofdaltaar en de kruisweg.
(Foto V. Fransen)
Het neogotische hoofdaltaar is gewijd aan O.-L.-Vrouw van de Boodschap.Het wordt beheerst door het calvariekruis.
Rechts merken we een retabel van de Boodschap van de engel Gabriël en van de verloving van de H. Johanna (1464-1505).
Zij huwde op jonge leeftijd met haar neef Lodewijk van Orléans (de latere Lodewijk XII). Het huwelijk werd ontbonden nadat haar man koning en zij koningin werden; Jeanne de Valois trok zich terug te Bourges en stichtte de orde van de Annonciaden.
Links wordt de verschijning van Jezus aan Margaretha-Maria Alacoque (1647-1690) uitgebeeld.
Zij was een Frans religieuze, mystica en heilige.Zij leed als kind aan kinderverlamming en zou daarvan op onverklaarbare wijze zijn genezen.Zij zou in deze tijd reeds visioenen hebben gehad. In 1671 trad zij toe tot de Orde van Maria Visitatie.
Bovenaan zijn de vier grote kerkvaders afgebeeld.Van links naar rechts, H. Ambrosius met de mijter, H. Gregorius met de tiaar, H. Hiëronimus met de kardinaalshoed en H. Augustinus met het vlammend hart.
Onderaan vinden we de patroonheiligen van de familie le Grelle: H. Aleydis, H. Bathilda, H. Edmondus en H. Lydia.
(eigen foto)
Het zijaltaar is toegewijd aan de H. Jozef en vertoont centraal een Mariabeeld en ernaast twee taferelen: de boodschap en de geboorte.
We vinden er volgende tekst:
Ave gratia plena Dominus tecum, et verbum caro factum est. Mater Dei, ora pro nobis
Wees gegroet vol van genade, de Heer is met u, en het woord is vlees geworden, Moeder van God, bid voor ons
In 1909 werd tevens de kruisweg in bas-reliëf uitgevoerd.Men schrijft hem toe aan F. De Vriendt uit Lier.
(Wordt vervolgd)
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de tekst.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zusters annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
Van Binnebeek Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen.
(Wenst u de eerste delen van dit artikel te lezen, dan gaat u best naar het menu onder 'Monumenten: Keyhof'.)
De glasramen
De glasramen dateren uit de bouwperiode.Zij zijn in neogotische stijl uitgevoerd en hebben hun eigen symboliek.
In het hoogkoor, achter het hoofdaltaar, bemerken we driemaal twee hoge ramen waarboven nog drie rozetten prijken.De hoge ramen refereren naar de mariale spiritualiteit van de orde.
(eigen foto)
Centraal worden het H.Hart van Jezus en van Maria uitgebeeld.
(foto V. Fransen)
Links staan de H. Laurentius en Sint-Jozef afgebeeld.
Sint-Laurentius is één van de patroonheiligen van de congregatie.Hij wordt afgebeeld met in de rechter hand de martelaarspalm, in zijn linker hand een schrift en linksonder het rooster waarop hij werd verbrand. (Hij zou, volgens de legende, gezegd hebben dat hij op een gegeven ogenblik aan één kant gaar was en omgedraaid willen worden). De heilige Laurentius wordt voorgesteld in een rode mantelpallium.
Sint-Jozef draagt zoals altijd een baard en een lang blauw gewaad.Hij wordt afgebeeld met zijn attributen: de timmermanszaag en de bloeiende lelietak. Dit attribuut verwijst naar de zuiverheid maar ook naar de legende over de keuze van Maria: toen Maria niet wist met wie ze in het huwelijk moest treden, liet de hogepriester alle gegadigden hun wandelstok in een bak met nat zand steken; de stok van Jozef begon onmiddellijk te bloeien.
(foto V. Fransen)
Rechts bevinden zich de H. Johanna en Sint-Franciscus van Assisi.
De heilige Johanna is in blauw-groene kloosterkledij.Zij omarmt met haar twee handen het kruis en met haar voet vertrapt zij de koninginnetroon.
Sint-Franciscus van Assisi is ook een patroonheilige van de congregatie.Hij draagt een donker bruin habijt, omgord met een koord met drie knopen: gelofte van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid en een kap op de rug.Tegen de borst drukt hij een kruis, op de rug van zijn handen zijn duidelijk de stigmata te zien.
(foto V. Fransen)
De rozetten bovenaan verwijzen naar de eucharistie:
(fotos V. Fransen)
Het lam Gods- het misofferHet kruis- het kruisofferDe pelikaan- de offerspijs
Sicut agnus ad occisionem ductus Omnia trahan ad me ipsumComedetis carnes et saturabimini
In de zijbeuk rechts wordt in een dubbel glasraam de boodschap van de engel aan Maria uitgebeeld.
De aartsengel Gabriël, verkondiger van Gods besluiten, verschijnt gekleed in lange blauwe tunica, zoals het hoort een scepter in de hand, met onderaan de klassieke spreukband waarop staat: Ave Maria, gratia plena, Gegroet Maria, vol van genade.Dit wordt de aanzet van het weesgegroet dat verder in de kerk kan gelezen worden:
Dominus tecum: benedicta tu in muliéribus,
Et benedictus fructus ventris tui Jesus,
Sancta Maria Mater Dei,
Ora pro nobis peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrae, Amen.
Als tegenhanger merken we in de ramen van de linker zijde van de kerk de tekst van het Angelus :
Angelus Domini nuntiavit Mariae
Et concepit de Spiritu Sancto
Ecce Ancilla Domini. Fiat mihi secundum verbum tuum
Et verbum caro factum est . Et habitavit in nobis
Maria wordt knielend, biddend voorgesteld met boven zich de duif (de Heilige Geest) en naast zich een bloeiende lelie.(foto V. Fransen)
Verder in de zijkapel wordt onze aandacht gevestigd op de rozetten die boven de ramen prijken.
Zij stellen de tien deugden van Maria voor, zoals zij in het evangelie staan.
Links merken we:
Een passiebloem (medelijden), een zonnebloem (gehoorzaamheid), een kroon-imperiaal (godsvrucht), een palmtak (geloof) en een purperen roos (geduld).
Rechts in de kapel staan in de rozetten
telkens een engel met lelie (reinheid), granaatbloem (armoede), tulp (liefde), violet (nederigheid), blauwe hyacint (voorzichtigheid).(fotos V. Fransen)
(wordt vervolgd)
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zusters annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
JP. Van Binnebeek R. Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
J. Claes, A. Claes, K Vincke. Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Davidsfonds. Leuven. 2004
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen.
(Wenst u de eerste delen van dit artikel te lezen, dan gaat u best naar het menu onder 'Monumenten: Keyhof'.)
Beuroner stijl
Dankzij het herstel van een monastieke traditie kende de tweede helft van de 20ste eeuw een vernieuwing die gepaard ging met nieuwe buitenlandse invloeden.
Vanuit Solesmes werd in 1863 de benedictijnenabdij van Beuron in Zuid-Duitsland door schilder en beeldhouwer pater D. (Peter) Lenz gesticht en van hieruit werd de abdij van Maredsous gebouwd. Daaruit ontstond in 1899 in Leuven de abdij Keizersberg.
Pater Desiderius Lenz (1832-1928), stichter van de Beuroner Kunststijl.
(foto internet)
Beuron is o.m. gekend omdat er in de bibliotheek van de Benedictijnenabdij 200 middeleeuwse gedichten en gezangen gevonden werden, die aanleiding gaven tot Carmina Burana, het kunstwerk van Carl Orff.
De Beuroner Kunstschule is in de geschiedenis van de christelijke kunst van de 19e eeuw van cruciaal belang. In 1868 riep Desiderius Lenz in zijn klooster een religieuze kunstschool in het leven; Deze school richtte zich tegen het individualisme van de religieuze kunst van die tijd en tevens tegen het schijnrealisme van sommige strekkingen.
Hij geloofde, met de hulp van de esthetische geometrie, in een proportieleer, die gebaseerd was op het vastleggen van goddelijke geometrische wetten; deze kunst was terug te vinden Egypte, bij de Grieken, de Byzantijnen en in de vroeg-christelijke kunst. De godsdienstige motieven moesten, volgens hem, aanzetten tot aanbidding en gebed. Het beeld was symmetrisch opgebouwd en beperkt tot de essentie, met amper enig perspectief.
Verder in de tijd verwaterde deze kennis.Deze stijl werkte meer inspirerend dan vernieuwend.
Zijn ideeën schreef hij neer in het boek "Zur Ästhetik der Beuroner Schule.
Esthetische geometrie in de Beuroner kunststijl (bron internet)
De Beuroner kunst manifesteerde zich vooral in de beeldhouw- en schilderkunst.
Mariabeeld, bijgenaamd Maria mit der Kugel, marmerkleurig geverfd gips, naar ontwerp van D. Lenz (circa 1900-1925) (bron internet)
Oscar Algoet (1862-1937)
In 1921, twaalf jaar nadat het bedehuis in gebruik genomen was, werden in de kapel schilderingen aangebracht. Zij werden in Beuroniaanse stijl uitgevoerd.
De schildering van de kapel is één van de meest opvallende elementen die bijdraagt tot het eclectisch geheel van het bedehuis.
Er is een beroep gedaan op Oscar Algoet, een neogotische schilder uit Leuven.Oscar Algoet heeft op zijn actief de decoratie van zowel kerkelijke als burgerlijke gebouwen in en buiten Leuven. Hij was een kenner van de middeleeuwse kunst ; daarnaast ontwierp hij tal van interieurs in verschillende recentere stijlen.
Vandaag is de kloosterkapel van Keyhof één van de enige plaatsen in België waar de Beuroner stijl in al zijn pracht te bewonderen valt.
In het volgende deel worden tot in de details de schilderingen van de kapel besproken.
(wordt vervolgd)
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zusters annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
JP. Van Binnebeek R. Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
J. Claes, A. Claes, K Vincke. Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Davidsfonds. Leuven. 2004
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen.
(Wenst u de eerste delen van dit artikel te lezen, dan gaat u best naar het menu onder 'Monumenten: Keyhof'.)
De beuroniaanse schildering
Laten we de beuroniaanse schildering van dichterbij bekijken.
We beginnen met het gewelf waar we verschillende medaillons ontwaren.Boven het koor zijn de vier emblemen van de evangelisten afgebeeld : de engel, de os, de leeuw en de arend met de vier openingswoorden van hun evangelie: De arend (Johannes) "In principio erat Verbum" 'In het begin was het woord. (foto V. Fransen)
De engel (Mattheüs) Liber generationis 'Het boek van de generatie'
Of Geslachtslijst (van Jezus-Christus)
(foto V. Fransen)
De leeuw (Marcus) Initium Evangelii Het begin van het Evangelie (foto V. Fransen)
De os (Lucas) "Quoniam quidem multi" 'Reeds velen hebben getracht' (foto V. Fransen)
(wordt vervolgd)
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zusters annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
JP. Van Binnebeek R. Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
J. Claes, A. Claes, K Vincke. Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Davidsfonds. Leuven. 2004
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen. (Wenst u de eerste delen van dit artikel te lezen, dan gaat u best naar het menu onder 'Monumenten: Keyhof'.)
De Beuroner stijl (vervolg)
Boven het middenschip nemen we de beeldnamen voor Maria waar.Deze beeldnamen zijn aanroepingen uit de litanie van O.-L.-Vrouw. Links zien we volgende afbeeldingen:
Rosa Mystica
De mystieke roos
Porta coeli De deur des hemels
Oliva Specio De enigmooie olijf
Domus aurea Het gulden huis
Sicut Lilium Een lelie gelijk
Fons aquarium Bron van water
Cantate Dominum Zingt de Heer
(wordt vervolgd)
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zuster annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
JP. Van Binnebeek R. Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
J. Claes, A. Claes, K Vincke. Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Davidsfonds. Leuven. 2004
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen. (Wenst u de eerste delen van dit artikel te lezen, dan gaat u best naar het menu onder 'Monumenten: Keyhof')
De Beuroner stijl (vervolg)
Boven het middenschip nemen we de beeldnamen voor Maria waar.Deze beeldnamen zijn aanroepingen uit de litanie van O.-L.-Vrouw. Rechts zien we:
MR
Maria Koningin
Tiga Jesse Twijg van Jesse
Stella Matutina
De morgenster
Cedrus exaltata
De verheven ceder
Turris Davidica
De toren van David
Electa ut Sol
Uitverkoren als de zon
In chordis et organo
met snarensspel en orgel
(wordt vervolgd)
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zuster annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
JP. Van Binnebeek R. Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
J. Claes, A. Claes, K Vincke. Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Davidsfonds. Leuven. 2004
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Honderd jaar geleden, in 1909, werd de huidige kloosterkapel van het Keyhof in gebruik genomen.Wij grijpen deze unieke gelegenheid aan om dit stijlvolle architecturale kunstwerk in het grootste gebouw van Huldenberg in de kijker te stellen.
De boom van Jesse
We zetten onze zoektocht verder, meer bepaald op de muren van de kapel die met schilderingen uit dezelfde periode als die op het gewelf bedekt zijn.
Eén van de opvallendste schilderingen is de boom van Jesse ; hij bevindt zich vooraan links in de kapel en is een bijbelse benaming voor de nakomelingen van (de Hebreeuwse naam) Isaï (vertaald in het Grieks en het Latijn als Jesse).
De boom verbeeldt de geschiedenis van het volk waaruit Jezus is geboren.Uit zijn wortels ontspringt de boom met op zijn takken de twaalf koningen van Juda als volgt weergegeven: David, Salomon, Asa, Roboam, Josaphet, Joas, Osias, Joathan, Manasse, Ezechias, Josias en Joachas. De top van de boom wordt gevormd door Maria. In Jesaja 11,1 staat: "Een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï (Jesse), een telg ontbloeit aan zijn wortels.
Verder ontdekken we als schildering:
- symbolen van de eucharistie omringd door druivelaars: de kelk met hostie en het Christogram (koor);
- de werktuigen van het lijden: trektang en hamer, geselkolom en roede, kruis met spons en speer, doornenkroon, drie nagels, omkranst met gestileerde passiebloemen (schip);
- Marias naam (SM) en de koninginnekroon, omkranst met Franse lelies, die verwijzen naar de H. Johanna.
In september 1923 heeft kardinaal Mercier de kapel tot kerk geconsacreerd.
Jean-Pierre Van Binnebeek
Onze dank gaat naar de zusters Annonciaden van het Keyhof voor hun hartelijk onthaal, in het bijzonder eerwaarde zuster E. Brants voor het ter beschikkingstellen van de nodige documentatie.
Dank tevens aan Valère Fransen voor de unieke fotos en aan pastoor-deken Jaak Bertmans voor het herlezen van de teksten.
Bronnen:
Het archief van Keyhof te Huldenberg.Verschillende documenten, o.a.
- de kapel, ruimte van spiritualiteit van menswording
- Zusters annonciaden van Huldenberg
- Monumentendag 1996 Kapel van Keyhof
JP. Van Binnebeek R. Hallet. De getuigen van het verleden van Neerijse. Leuven 2005.
J. Claes, A. Claes, K Vincke. Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Davidsfonds. Leuven. 2004
Schilderijen uit de collectie van René dOverschie
Verschillende documenten van Internet, o.a. Benediktiner Erzabtei St. Martin zu Beuron im oberen Donautal
Oktober 1959. Huldenberg maakt zich op voor zijn eerste druivenfeesten.
Middensstand en druivenhandelaars hebben de handen in elkaar geslagen en willen er iets groots van maken.
Op 4 oktober 1959 wordt aan de ingang van het kasteelpark de gedenkzuil Felix Sohie onthuld.
René Spreutels metselde de zuil en Harry ElstrØm (°1906 - 1993)maakte de bronzen gedenkplaat.
Waarom staat deze zuil aan de kasteelpoort?
Baron de Peuthy gaf in 1861-1862Felix de toestemming om in de kleine serre van het kasteel proeven te doen met druivenkweek onder glas.
Na vele jaren van vallen en opstaan lukte het hem.
Hij verliet het kasteel en begon in Hoeilaart zijn eerste travaux serren in 1865. In 1878 begonnen de gebroeders Danhieux in Overijse en wat laterwas Emiel Vandenschrieck de eerste inHuldenberg.
Geleidelijk aan breidde de druiventeelt zich uit en rezen de serren overal op.
De druivenstreek: Huldenberg, Hoeilaart, Overijse, Duisburg en Tervuren
Was een schittering van de serren in de zon. Men sprak zelf van de glazen dorpen. Begin de jaren 50van vorige eeuw waren er ongeveer 30000. Vandaag(2009) nog hooguit 200.
Serres afgebroken, en de gronden verkocht als bouwgrond. Kinderen nemen de zaak niet meer over want het is intensief werken. De energieprijzen rijzen de pan uit. De overheid heeft weinig belangstelling voor deze unieke teelt.
Vandaag zijn de gevolgen van dit alles te zien.
WIE IS FELIX SOHIE?
In Hoeilaart wordt op 14 januari1841 Felix Sohie geboren als vierde kind.
Hij behaalt zijn diploma in 1860 aan de tuinbouwschool van Vilvoorde. School die nu nog steeds bestaat en bij de ouderen beter gekend als kuulkrabbersschool. Na het behalen van zijn diploma mag hij beginnen in het Kasteel van Huldenberg bij baron de Peuthy. Het liefst werkt hij in de kleine serre. Men kweekt er bloemen, perziken en druiven.
Het is nu juist de druif die zijn aandacht trekt en het wordt zijn hobby. Temeer dat hij van de baron de toelating kreeg om te experimenteren.
Op de plaats waar de serre stond, staat nog steeds een halve serre( niet meer de originele) tegen de muur. De ranken die er in groeien zijn reeds zeer oud.
In 1865 bouwt hij zijn eerste serre in Hoeilaart op De Berg. Zijn broers helpen hem vanaf 1866. Door het durven lenen van een grote som geld hebben ze reeds elf serren. Ze verbouwen Frankenthal, en Chasselas de Fontainebleau.
In 1867 voorzien zij reeds een eerste verwarmingsysteem en is er in elke serre een waterput om te kunnen sproeien.
In 1878 beginnen de gebroeders Danhieux hun eerste serren in de Scheidhaagstraat nu de gebroeders Danhieuxstraat.
In 1891krijgt de druivenkweek een opdonder van je welste. De serristen zijn als de dood voor een hagelbui. Op 1 juli van dat jaar worden 200000 ruiten verbrijzeld door de hagel.
In 1892 worden de eerste druiven uitgevoerd naar Engeland en hebben de gebroeders meer dan 200 serren.
Er zullen nog meer serren komen maar ook aanverwante nevenbedrijven: vervoer van mest en steenkool. Voor de bouw van een serre is hout, ijzer, glas, lijnolie en krijt ( voor het bereiden van de mastiek). Ook voor de verpakking was hout, papier, en watten( meer gekend als fiber).
Felix Sohie overleed in 1929. We mogen wel zeggen dat hij onze streek een ander gezicht gegeven heeft. Al blijft er niet veel meer van over.
Toch is de druif nog altijd een fantastische vrucht. Zeker nu ze BOB is. Van Europa kreeg ze inderdaad de titel Beschermde Oorsprong Benaming.
De feesten in Huldenberg op 4 oktober 1959.
Het waren de eerste druivenfeesten in Huldenberg de van start gingen op 3 oktober. Er was een hele delegatie van Boerenbond, Politiekers, vertegenwoordigers van de middenstand een afgevaardigde van minister Van den Boeyenants.
Het begon met een tentoonstelling in de zalen Mariakring en Philips. Gevolgd door de drukbijgewoonde prijsuitreiking.
Op zondag 4 oktober werd dan de gedenkzuil Felix Sohie ingehuldigd aan de poort van het kasteel.
In stoet vertrok men van op Koxberg en dit onder begeleiding van de twee muziek maatschappijen: De IJsschegalm en de Ware vrienden.
De personaliteiten namen de stoet in ogenschouw van op de trappen van het kasteel.
Een afgevaardigde van de minister onthulde het beeld.
De muziekmaatschappijen gaven nog elk een concert ten beste.
De Oudemansgilde verschoot haar pijlen op de staande wip; ( ze staat er nog altijd.)
Huldenberg was echt in feest.
Dit jaar staat er de gedenkzuil dan ook 50 jaar. Zuil die er kwam als herdenking aan een man die voor de streek veel betekend heeft.
Norbert mosselmans 09/2009
INFO:
Fotode heer Hagens Wouter ( dank voor het mogen gebruiken)
Gegevensover de zuilde heer Roeikens Robert
Gegevens over Sohie:artikel van A. Veiller in HET VOLK van dinsdag 6 oktober 1959