Inhoud blog
  • Hoe omgaan met je eigen paard?
  • De gezondheid van je paard
  • informatie over paarden
  • de verschillende vachtkleuren van paarden
  • Juwelen van paardenhaar
  • Algemene informatie over paarden
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Zoeken in blog

    Love Horses
    Leve de rondlopende bokkers
    10-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe omgaan met je eigen paard?

    Het paard en de trailer

    Voor veel mensen is het paard in de trailer laden een probleem. Het laden duurt uren waardoor gemaakte afspraken gemist worden. Wanneer men het paard dan uiteindelijk wel in de trailer krijgt, gebeurt dit vaak met geweld. Dit alles veroorzaakt stress zowel bij ruiter als paard en maakt het er de volgende keer niet makkelijker op.

    Om het probleem op te lossen moet men eerst het probleem ontleden. Een paard begrijpt eerst en vooral niet waarvoor de trailer dient. Het ding maakt een raar geluid, is wiebelig, nauw en donker. Vooral het feit dat het paard niet kan vluchten wanneer hij in de trailer zit maakt hem bang. Vluchten is namelijk een aangeboren reflex van het paard, en een plaats waar de vluchtmogelijkheden beperkt zijn schrikt hem af. Ten tweede maakt de mens het vaak alleen maar erger. Wanneer het paard niet meteen in de trailer wil, grijpt de mens in. Meestal op een verkeerde manier. De mens trekt en sleurt aan het paard, zwepen komen er vaak aan te pas, dit maakt het paard natuurlijk alleen maar banger. Hierdoor associeert het paard de trailer in het vervolg met geweld en pijn, kortom een situatie waar gevaar dreigt. Ook de relatie tussen mens en paard komt hierbij in het gedrang.

    Het is dus van cruciaal belang dat het paard goed leert om in een trailer te stappen. Het is iets dat je moet oefenen.

    Hoe leer je het paard nu in de trailer stappen? Hiervoor zijn natuurlijk verschillende methodes. Hier hebben we er een uitgekozen die zeer paardvriendelijk is volgens ons. Het is een proces van lange termijn, maar het zal ook op lange termijn vruchten afwerpen.

    Eerst en vooral mag je geen enkele vorm van geweld of dwang gebruiken, want zoals hierboven al vermeld, maakt dit de situatie alleen maar erger.
    Ook het lokken van het paard loopt vaak op niets uit. Voeren is geen goede manier om een paard iets te leren, dus laten we dit ook achterwege. Het paard is van nature een graasdier dat geen inspanningen moet verrichten om aan voedsel te komen. Paarden zullen ook nooit uit vrije wil grazen waar het onveilig is.
    Enkele dingen die kunnen gebeuren wanneer je het paard probeert te lokken met voer zijn: het paard loopt de trailer in, neemt een hap en loopt terug weg, of begint te panikeren wanneer hij merkt dat hij vast zit in de trailer, met alle gevolgen van dien natuurlijk. Er zijn ook altijd mensen die het paard al iets geven om te eten VOOR dat hij in de trailer is, op deze manier belonen ze het paard om niet in de trailer te stappen. En dit zorgt uiteraard voor verwarring.

    Maar hoe moet het dan wel?

    Eerst en vooral moeten we even stilstaan bij de problemen die het paard heeft met de trailer. Ten eerste is er de nauwe doorgang. Het is dus belangrijk dat je je paard leert een nauwe doorgang te passeren zonder dat jij ook door diezelfde doorgang moet. Oefen dit eerst in, door bijvoorbeeld je paard tussen 2 voorwerpen (stoelen, banden,…) te laten lopen zonder dat jij tussen deze voorwerpen moet. Oefen dit ook achterwaarts in. In sommige paardenvrachtwagens kan het paard voorwaarts weer uit de vrachtwagen maar meestal moet het achterwaarts terug uit de vrachtwagen. Het tweede wat je moet gaan oefenen is de laadbrug. Leer je paard over een plank lopen. Leg de plank eerst plat op de grond, zorg daarna dat hij lichtjes helt.

    Wanneer dit allemaal lukt laten we het paard wennen aan het voorwerp “trailer”. Zet de trailer ergens in de bak, of in een vertrouwde ruimte van het paard en zorg dat hij stabiel staat. Laat het paard vrij rondlopen (maar hou hem wel in de gaten). Laat hem het vreemde voorwerp rustig bekijken en besnuffelen.
    Wanneer het paard geen interesse meer heeft in het voorwerp neem je de trailer terug weg. Herhaal dit enkele dagen. Wanneer het paard geen interesse of schrik meer heeft van het voorwerp kun je verder gaan.

    Nu gaan we werken met het paard aan de hand terwijl de trailer in de bak staat, gebruik de trailer.
    Zie figuur 1 onderaan de pagina.
    Zet twee stoelen (of banden, of wat je gebruikt hebt in de vorige oefening) naast de zijkant van de trailer. Laat hem eerste tussen de 2 voorwerpen lopen en maak de ruimte tussen deze voorwerpen steeds kleiner. Wanneer het paard opeens de ruimte tussen de trailer en het voorwerp neemt laat hem dan rusten, beloon hem, zet hem desnoods terug op de wei. Dit is de beste manier om een paard te belonen: rust. Een paard zal snel leren dat hij er baat bij heeft om dicht bij de trailer te gaan lopen, want dan krijgt hij rust.
    Herhaal deze oefening een paar keer.

    Daarna kan je overgaan naar volgende oefening. Zie figuur 2.
    Laat het paard tussen het voorwerp en de laatklep lopen deze keer. Wanneer het paard per ongeluk op de laadklep loopt, beloon hem dan en geef hem een lange rustpauze. Doe deze oefening een paar keer, je moet merken dat het paard steeds vaker “per ongeluk” een voetje op de laadklep zal zetten.


    Nu is de tijd rijp om het paard in de trailer te laten wandelen. Vraag niet te veel in eens van het paard, wanneer hij met alle 4 de benen op de laadbrug staat is dit in de eerste fase al ruim voldoende om hem te belonen. Geef hem een tijdje rust. Wanneer hij terug van de trailer loopt, werk dan terug een beetje met hem, en probeer het opnieuw, zodra hij op de trailer is geef je hem rust. Beloon hem door hem met rust te laten, iedere keer dat hij een beetje verder in de trailer komt. De eerste keer dat hij volledig in de trailer is, doe je best de stang en de klep niet dicht. Bindt het hoofd van het paard ook niet te kort vast. Wanneer het paard goed de trailer in gaat kan je de stang en de klep dicht doen. Doe dit niet altijd. Een andere tip is: wanneer je aangekomen bent op een locatie laat je paard dan niet meteen uit de trailer. Stoppen is niet gelijk aan uitstappen! Problemen met de trailer kunnen zich later nog altijd voordoen, ga dan enkele stappen terug in dit proces om de correcte manier terug aan te leren.

    Trailer en paardHoe je paard op een trailer krijgen.


    Oefeningen aan de hand

    De meeste mensen trainen hun paard regelmatig onder het zadel, in de koets of aan de longe. Natuurlijk hoort daar ook af en toe een lekkere, ontspannen buitenrit bij.

    Toch is er nog veel meer mogelijk met je paard! Voor jezelf en voor je paard is het leuk om zoveel mogelijk afwisseling in de training te brengen. Waarom dan niet eens wat werk aan de hand? Je kunt je paard zo allerlei 'kunstjes' leren zoals de Spaanse stap, een buiging, gaan liggen enz. Je kunt je dressuurtraining ondersteunen met schouder binnenwaarts, appuyeren en de wending om de voor- en achterhand en bovendien kun je ook met oude paarden, jonge paarden die nog niet zadelmak zijn en paarden die (tijdelijk) niet bereden mogen worden aan de hand werken. Misschien vraag je je af waar die 'kunstjes' nou allemaal goed voor zijn. Nou, er zitten een hoop voordelen aan:

    • Door de andere hulpen die u bij deze oefeningen gebruikt, krijgt u een betere relatie met uw paard.
    • Uw paard wordt makkelijker in de omgang omdat hij bij de oefeningen heel goed op u moet letten.
    • U leert hoe u met u lichaamstaal iets duidelijk kan maken aan uw paard.
    • Paarden worden 'slimmer' door de oefeningen, ze begrijpen meer en krijgen meer mogelijkheden om zich uit te drukken.
    • Hoe meer u paard kan, hoe makkelijker hij iets nieuws bijleert.
    • Uw paard vindt het leuk om bezig te zijn.
    • Een jong, onervaren paard leert opletten en zich concentreren.
    • Paarden die 'bedorven' zijn in het rijden of in de omgang, krijgen met deze nieuwe oefeningen weer plezier en vertrouwen in het werk en in mensen.
    • Paarden leren hun intelligentie vóór ons in plaats van tegen ons te gebruiken.
    • Oudere paarden of paarden die niet bereden mogen worden, kunnen zo toch werken en lichamelijk en geestelijk fit blijven.
    • Jonge paarden die nog niet bereden mogen worden, kunnen zo toch al een heleboel leren, daardoor zal de verdere africhting veel sneller en beter verlopen.

    Eigenlijk kunt u met ieder paard vanaf ongeveer 2½ jaar oud aan de hand gaan werken. Als je paard gewend is aan een halster kun je beginnen met de oefeningen. Je kunt bijna alle oefeningen doen met een gewoon halster, een halstertouw en een lange rijzweep.

    *noot: Sommige paarden (heel veel zelfs) zijn bang van de zweep, probeer dit probleem op te lossen door bv. je paard kennis te laten maken met een zweep of gebruik een takje van een boom die niet zo heel lang is om mee te beginnen.

    Om te beginnen:

    Enkele oefeningen om te beginnen zijn bv je paard aan de hand geleiden op een correcte manier! Dit is volgens mij een goed begin want dit is wel een zeer duidelijke basisvereiste. Toch zijn er veel mensen die dit niet op een juiste manier doen.

    Daarna kan u leren uw paard rustig laten stilstaan, later kunt zich van u paard verwijderen terwijl u een commando geeft om te blijven staan en u niet te achtervolgen, keer altijd naar u paard terug en beloon hem! Voorkom ook zo dat hij het beu raakt en zelf de oefening afbreekt.

    Als je dit een tijdje geoefend hebt kunt u uw paard naar u toe roepen, zorg wel in dit geval dat het paard dit niet verward met de vorige oefening, het rustig blijven stilstaan!

    Ook kan het nuttig zijn een paard achteruit te laten wandelen op stembevel, dit kunt u dan onder het zadel ook oefenen, eveneens het rustig blijven stilstaan tot hij ertoe aangespoord wordt terug te wandelen kan onder het zadel ingeoefend worden.

    Dit zijn enkele basisoefeningen die op dit moment misschien heel eenvoudig en zelfs belachelijk lijken. Toch durf ik er voor wedden dat bijna de helft van de mensen met paarden deze oefeningen niet op een juiste manier kunnen uitvoeren. En dit is nog maar het begin! Denk maar aan de Spaanse stap en de buiging, ook dit kunt u uw paard allemaal leren. En u zult zien hoe meer u hiermee bezig bent hoe verrijkender de omgang met u paard zal zijn. Zeker het proberen waard!



    10-06-2009 om 09:45 geschreven door margotjeuh  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (16 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De gezondheid van je paard

    Preventie

    Het gezond paard

    Het is belangrijk om een dagelijkse controle uit te voeren of het paard gezond is, zo kan men de kleinste afwijkingen tijdig opsporen en adequaat reageren. Bij deze controle zijn er enkele punten die men moet observeren:

    Het gedrag

    Bekijk u paard wanneer het losloopt, een gezond paard is nieuwsgierig, reageert snel en is goed gezind. Het heeft een heldere blik en beweeglijke oren. Hij toont belangstelling voor zijn omgeving.

    De huidplooitest

    Deze test toont of het paard geen vocht te kort heeft. Het gaat als volgt: neem bij de schouder een stukje huid vast en trek dit omhoog. Kijk hoe lang het duurt voordat het weer op zijn plaats zit. Wanneer een paard voldoende vocht opgenomen heeft is de huid voldoende elastisch en neemt de huid onmiddellijk zijn plaats terug in. Wanneer dit echter twee tot drie seconden duurt komt het paard vocht tekort. Hoe langer de plooi blijft hoe ernstiger de uitdroging. Wanneer het paard niet voldoende drinkt kan dit aan de kwaliteit van het water liggen. Normaal moet een paard tot 50 liter water per dag drinken.

    Algemene indruk

    Het paard moet een glanzende vacht hebben en heldere ogen. Hij mag niet te dik zijn maar ook niet te mager. Wanneer een paard geen belangstelling heeft voor zijn eten moet dit ook alarmerend zijn voor u.

    Belangrijke zones

    De plek waar het zadel zit moet men onderzoeken op wondjes, zwellingen of vereeltingen, deze kunnen pijn veroorzaken bij het rijden. Ook het bit kan wondjes veroorzaken, controleer dus ook de mond en de mondomtrek. Na iedere rit moet de ruiter er een gewoonte van maken om met zijn hand langs de pezen van het paard te gaan. Zo kan men abnormale temperatuur, zwellingen of verhardingen tijdig vaststellen. Het is vanzelfsprekend dat de hoeven iedere dag minstens 1 keer moeten uitgekrabd worden en voor en na iedere rit. Ook moet men controleren of de hoeven dezelfde temperatuur hebben. Een warmere temperatuur kan wijzen op een infectie.

    Uitscheiding

    De uitwerpselen moeten een stevige vorm en een gezonde geur hebben. Wanneer een paard niet mest moet de ruiter op zijn goede zijn! Hetzelfde geldt voor de urine, kleurverandering in de urine of problemen bij het urineren zijn een reden om de dierenarts erbij te halen.

    De temperatuur bij paarden

    De temperatuur van een volwassen paard ligt tussen de 37.5 en de 38°C. Bij een veulen ligt dit iets hoger:38.5°C. Koorts begint dus bij 39°C.

    De pols

    Het ritme van de hartslag ken men op verschillende plaatsen vaststellen, gemakkelijk is onder de onderkaak. Bij een volwassen paard in rust ligt dit tussen de 32 en 44 slagen per minuut. (Bij een veulen is dit iets sneller, tussen de 50 en de 70 slagen per minuut.) Na een inspanning kan de hartslag oplopen tot 160 tot 250 slagen per minuut.

    Het ademhalingsritme

    Dit kunt u het best meten door u hand voor de neusgaten van u paard te houden en te kijken naar het op-en neergaan van de borstkas. In rust ademt een paard 7 tot 15 keer per minuut in en uit. Na een inspanning kan dit oplopen tot 45 keer.

    De kleur van het tandvlees bij paarden

    Wanneer het tandvlees abnormaal bleek is of gelig kan dit wijzen op bloedarmoede, ook een erg rode kleur is alarmerend. Gezond tandvlees is glad, en licht roze. Wanneer u op het tandvlees drukt moet dit onmiddellijk zijn roze kleur terug krijgen, wanneer dit langer dan 2 seconden duurt, is er iets aan de hand.

    Het medicijnkastje

    U moet altijd een medicijnkistje bij de hand hebben, zowel als u thuis bent bij u paard of als u op verplaatsing gaat rijden. Op deze manier moet je de eerste hulp kunnen toedienen aan u paard indien dit nodig is. Wat moet er allemaal in?

  • Een thermometer
  • Een schaartje zonder punt: om dood weefsel van een wond weg te knippen.
  • Een pincet: om vuil uit een wonde te halen.
  • Een tondeuse: om haar rond een wonde te kunnen wegscheren, of wanneer het paard een injectie moet krijgen. (op deze manier worden de aderen beter zichtbaar)
  • Een prang
  • Een muilkorf: om het paard te beletten te eten
  • Hoefsmidtoebehoren: u moet in staat zijn een hoefijzer te verwijderen wanneer een paard zich verwond heeft.
  • Desinfecterende middelen
  • Steriele kompressen: om tussen een wond en een verband te leggen.
  • Kaardgaren katoen: dit legt men onder de banden om de benen warm te houden en het tegen stof en schokken te beschermen.
  • Velpeau banden en zelfklevend elastisch verband: om een wond te beschermen.
  • Stalbandages!
  • Jodium en desinfecterende zeep: voor de verzorger of voor het verzorgend materiaal te reinigen
  • Waterstofperoxide: om diepe wonden te reinigen
  • Steriele zoutoplossing: om een door mest of modder vuile wond schoon te maken.
  • Tetanusserum: zie hoofdstuk inentingen.
  • Vette antiseptische zalf en vaseline: preventie en behandeling van kloofjes
  • Paraffineolie: om de doorvoer te vergemakkelijken wanneer een paard koliek heeft

    Dit is een standaard medicijnkistje, bij deze producten kunnen nog meer individuele producten worden toegevoegd. Maar let op! Ga zelf niet voor doktertje spelen! Let ook op de vervaldatum van de producten en bewaar het kistje op een koele en donkere plaatst, en hou het materiaal schoon, zoniet steriel!

    Ontwormen

    Waarom?

    Paarden worden constant blootgesteld aan de gevaren van wormen. Ze eten op weiden waar ze eerder hun uitwerpselen hebben achter gelaten, zo bestaat het gevaar dat ze eitjes via het grazen naar binnen krijgen. Ook op stal worden paarden aan wormen blootgesteld in het strobed, een perfecte hygiëne is dan ook aan te raden.

    Wanneer?

    Een paard dat op stal leeft moet slechts 2 keer per jaar ontwormd worden, zijn box moet ook 2 keer op een jaar gedesinfecteerd worden.Een paard dat geregeld los loopt in de paddock of wei moet minstens drie keer per jaar ontwormd worden. Paarden die in de wei leven en fokmerries moeten om de 3 maanden ontwormd worden. Veulens om de twee maanden vanaf dat ze vier tot zes weken oud zijn. Belangrijke periodes zijn het najaar en het voorjaar.

    Voorkomen

    1. Ontworm het paard 2 dagen voor hij op de wei gaat.
    2. Zet niet teveel paarden samen op een weide.Het delen van een weide met runderen is wel gunstig.
    3. Verdeel de weide in kavels zodat de paarden geregeld van kavel kunnen wisselen en de grond tot rust kan komen.

    paarden tip
    ! Tip uit de praktijk!
    Het is aan te raden om paarden om de 3 maanden te ontworden, 4 maal in een jaar dus. Het is goed om 1 keer de dierenarts het paard te laten ontwormen door een spuit in het bloed. Daarnaast moet je de andere 3 keer zelf doen met een pasta, je kunt best nu en dan eens veranderen van pasta zodat de wormen niet immuun worden of zodat er geen parasieten aan ontsnappen.

    Inentingen

    Vaccins zijn er niet enkel om het paard te beschermen tegen allerlei ernstige of veel voorkomende ziekten maar ook om de mens te beschermen tegen overdraagbare ziektes van het paard. We kunnen de verschillende vaccins indelen in 2 groepen: De verplichte inentingen en de aanbevolen inentingen.

    Verplichte inentingen:

    Hondsdolheid

    Een inenting tegen hondsdolheid is verplicht voor paarden die in een gebied leven of die door een gebied reizen waar hondsdolheid voorkomt. Het vaccin wordt over het algemeen goed verdragen en veroorzaakt geen conditievermindering. Een paard krijgt deze inenting de eerste maal wanneer het 6 maanden is, de ontwikkeling van de immuniteit neemt een maand in beslag. De prik moet dan jaarlijks herhaald worden. Deze inenting moet door de dierenarts vermeld worden op de papieren van het paard zodat het wettelijk kan reizen.

    Griep

    Deze inenting is verplicht voor alle paarden die aan officiële wedstrijden deelnemen, maar is zeker ook aan te raden voor alle paarden! (zeker ook manege paarden of paarden die in groep leven of aan evenementen deelnemen). Wanneer het paard de eerste prik heeft gehad moet deze binnen de 21 tot 92 dagen herhaald worden. Vanaf deze prik moet het paard jaarlijks opnieuw ingeënt worden. Deze inenting moet langer dan een week vooraf gaan aan een officiële wedstrijd. Sommigen opteren er ook voor om hun paard om het half jaar in te enten, dit zijn dan meestal paarden die veel op reis gaan. De inenting wordt vrij goed verdragen, de conditie kan tijdelijk iets achteruit gaan en er kan een zwelling ontstaan op de plaats van de inenting. Geef het paard een paar dagen rust na de prik. !Het paard mag deze prik niet in de borstspier krijgen!

    Aanbevolen inentingen bij paarden:

    Tetanus

    Deze inenting is niet verplicht aangezien er geen besmettingsgevaar is, toch is het een dodelijke ziekte! Veel verzekeringsmaatschappijen eisen wel dat het paard deze prik krijgt. De ziekte ontstaat doordat het paard een wondje heeft die in aanraking komt met de tetanusbacil. Deze bacil leeft in stro, gras, uitwerpselen,... Belangrijk is dat de tetanusbacil zich makkelijker ontwikkeld naarmate de wond aan lucht wordt blootgesteld. Het paard krijgt 2 prikken met een tussenperiode van een maand, dan moet de inenting jaarlijks herhaald worden. Paarden die een wond oplopen en die niet ingeënt zijn kunnen een antitetanus serum toegediend krijgen die hen direct en de twee weken die daarop volgen beschermt. Nadeel is, dat het serum een allergische reactie kan veroorzaken, en mag niet frequent gebruikt worden.

    Rinopneumonie

    Rinopneumonie is een zeer besmettelijke ziekte en is in sommige stoeterijen verplicht. Het vaccin is aanbevolen bij jonge paarden, renpaarden en in de fokkerij. Helaas beschermt het vaccin maar een paar maanden, daarom raad men aan om de prik om de 2 à 6 maanden te herhalen bij paarden die aan besmetting worden blootgesteld.

    Een spoedgeval

    Het is belangrijk een spoedgeval te herkennen zodat u onmiddellijk kunt ingrijpen en de dierenarts ervan kunt overtuigen onmiddellijk te komen.

    Hoefbevangenheid

    U paard staat onbeweeglijk stil in een vreemde houding. Het lijkt alsof hij op zijn achterbenen zit, zijn voorbenen zijn ver naar voren gestrekt. Hij heeft waarschijnlijk te veel gras gegeten, of is bij de zak voer geraakt. Roep direct de dierenarts en maak de houden koud met fris water. Laat het paard staan. (kijk ook bij hoofdstuk ziektes onder hoefbevangenheid.)

    Een beroerte

    Het paard is niet vooruit te krijgen en is verkrampt in de rug, hij transpireert overvloedig en zijn urine is donker. Stijg af en ga terug naar de box, geef het paard fris water te drinken en dek zijn rug. Bel de dierenarts.

    Een hitteberoerte

    Het is een warme dag, u paard gedraagt zich vreemd en lijkt zwak, hij waggelt, hijgt en rilt, maar transpireert niet. Neem het paard zijn temperatuur, bij een hitteberoerte heeft het paard hoge koorts. Zet u paard in de schaduw en geef hem fris water. Spoor hem aan geregeld te drinken. Bel de dierenarts.

    Afsluiting van de slokdarm

    Nadat het paard gegeten heeft lijkt het alsof hij moet overgeven (dit kan een paard niet). Hij houd zijn hoofd omlaag en er komt voedsel en speeksel uit zijn neusgaten. Verhinder dat het paard nog meer eet en bel onmiddellijk de dierenarts. In afwachting houd u het hoofd van u paard zo laag mogelijk en masseert u de slokdarm (onderkant van de hals) zacht in de richting van de mond om te helpen de verstopping op te lossen.

    Kolieken

    Het paard lijkt pijn te hebben en kijkt ongerust naar zijn flanken, hij rolt heen en weer en krabt de bodem. Bel de dierenarts en geef de temperatuur en de pols van het dier door. Terwijl u op de dierenarts wacht verhinderd u het paard van nog te eten. Wanneer zijn pols niet te hoog is kunt u hem zachtjes aan de hand laten lopen, indien dit niet mogelijk is laat hem dan in de box en verhinder hem te veel over de grond te rollen.

    In een spijker getrapt

    Wanneer het paard opeens begint te strompelen en naar zijn voet kijkt, en u ontdekt een spijker of puntig voorwerp in de hoornschoen. Haal het voorwerp er niet uit maar bel onmiddellijk de dierenarts en zorg dat het voorwerp niet verder in de hoef kan dringen.

    Blessures

    U paard strompelt of blijkt ergens een wond te hebben. Wanneer het bloed er uit spuit is er een slagader geraakt, bedek de wond met een steriel koud verband, verbind de wond eventueel met een compressieverband, wanneer dit niet mogelijk is houdt u de wond dicht met u hand tot de dierenarts er is. Hoe dan ook, verplaats het dier niet. Wanneer het paard niet bloed, spoel de wond dan met koud water en wacht tot de dierenarts er is. (u kunt er eventueel wel een schoon verband op doen).

    Denk eraan, wanneer u paard symptomen heeft die u niet kunt plaatsen of wanneer u bezorgt bent dat er iets mis is, maar u weet niet precies wat, belt u best de dierenarts.



    Tteam : Tellington-Touch Equine Awareness Method

    Praktijk

    Tteam onderscheidt zich van massage - die op spieren is gericht - doordat het inwerkt op het celniveau en het zenuwstelsel. Als we in praktijk kijken hoe we dit gegeven kunnen toepassen op paarden, moeten we beginnen bij het begin.

    Paarden die angst of pijn hebben, reageren hierop vanuit hun instinct. Ze kunnen daar volgens de TTeam op vier manieren op reageren:

  • door te vluchten (flight)
  • te vechten (fight)
  • te verstijven (freeze)
  • of flauw te vallen (faint)

    Vaak worden paarden die een van deze reacties vertonen - en wie heeft dat nog nooit meegemaakt - ten onrechte beschuldigd van opzettelijk verzet. Wanneer je echter weet dat deze reacties een neurologische - door het zenuwstelsel bepaalde - achtergrond hebben, is duidelijk dat een paard dit gedrag vertoont ondanks zichzelf. Door het gebruik van lichaamsbewustzijnstechnieken om een impuls via een nieuwe weg te geleiden, kan zo'n paniekreflex overwonnen worden. Positieve resultaten zijn te bereiken bij angst, pijn, rugklachten maar ook bij problemen als bijten, slaan, gedragsproblemen, trailerladen of bij het voorbereiden op dierenarts.

    Voorbeeld

    Een vluchtreflex heeft de volgende kenmerken:

  • het paard houdt het hoofd hoog
  • de rug wordt weggedrukt
  • er is sprake van angst
  • hoog adrenalinegehalte
  • een oppervlakkige ademhaling
  • klaar om weg te rennen

    Als ruiter heb je het gevoel dat je niet meer in beeld bent. We willen dus graag deze vluchtreflex uitschakelen. Met andere woorden:

  • het hoofd laag
  • de rug bol
  • ontspanning
  • normaal adrenalinegehalte
  • goede ademhaling

    Er zijn heel wat manieren om te zorgen dat je paard in de gewenste ontspannen toestand komt/blijft. Door Ttouches en strijken (alsook grondwerk) kan je het paard helpen waardoor hij anders gaat reageren en meer vertrouwen krijgt in omgeving/situatie.

    Strijken

    Hierbij worden strijkende bewegingen gemaakt, over het hele lichaam van boven naar beneden toe (en met de hoeven!) om het paard meer - besef van - verbinding met de grond te laten krijgen. Tevens wordt daarbij het hoofd omlaag gebracht waardoor ontspanning mogelijk wordt. Let op de houding van de leidende persoon. Bij het strijken wordt gebruik gemaakt van een lange witte zweep die werkt als verlengstuk van de armen, dus pertinent niet als middel om mee te straffen.

    Ttouchen

    De techniek van het TTouchen is door iedereen te leren. Door eerst op een ander mens te oefenen kan je informatie krijgen over jezelf, hoe je werkt. Een mens kan je vertellen wat hij/zij voelt, hoe je druk is, of je te hard, snel, langzaam gaat. De techniek van het TTouchen is makkelijk te leren, het gevoel zit gewoon in jezelf. Je paard vertelt je als je eenmaal met hem bezig gaat door zijn manier van reageren hoe hij het ervaart. Belangrijke factoren bij je te werk gaan zijn je eigen houding, je adembaling en uitstraling. Ademen en bewust bewegen komen terug in alles wat je met je paard doet, dat geldt niet alleen voor het TTouchen maar ook voor het grondwerk en het rijden.

    Voor je je paard gaat Ttouchen, doe je een onderzoek met je handen om informatie over je paard te krijgen. Je kan door met vlakke hand je paard af te strijken warme of koude plekken opsporen, voelen of er spieren strak staan of los zijn, pijn en gevoeligheid vaststellen. Ook kan je door je handen in de vorm van een berenklauwtje te gebruiken op de aangegeven drukpunten, informatie over je paard krijgen. Verbind daar niet meteen conclusies aan maar probeer er alleen achter te komen hoe je paard in zijn lijf zit.

    Basisttouches

    De basis-TTouches waaruit Linda Tellingtonjones de andere aanrakingen heeft ontwikkeld zijn de TTouches met de namen Wolken-panter (Clouded Leopard) en Liggende Panter (Lying Leopard). Ze kunnen onder meer toegepast worden bij stress, spierpijn of overgevoeligheid. Een probleem waarbij deze TTouches goed ingepast kunnen worden is bijvoorbeeld zadel-dwang.

    Probleemgedrag kan vele oorzaken hebben en het is onze taak om deze op te sporen en op te lossen. Dat zijn we gewoon verplicht aan onze viervoeter. Ongewenst gedrag kan voortkomen uit te weinig beweging, verkeerde voeding, stalling, te weinig contact (het paard is een kuddedier!), zadel, tanden/kiezen, maar ook door de verkeerde omgang van de mens. Het lezen en interpreteren van gedrag vergt kennis, tijd, creativiteit, gevoel en doorzettingsvermogen. Bedenk dat kijken, observeren, wachten enz. ook genieten van je paard is!

    The Basic Ttouch

    Alles wat de Kracht van de Wereld doet, wordt gedaan in een cirkel. De hemel is rond en ik heb gehoord dat de aarde rond is als een bal en de sterren ook. Als de wind op zijn krachtigst is, wervelt hij. Vogels maken ronde nesten want hun religie is dezelfde als de onze. De zon komt op en gaat onder in een cirkel. De maan doet hetzeltde en beide zijn rond. Zelfs de seizoenen vormen een grote cirkel in hun wisseling en komen altijd terug bij waar ze waren. Het leven van een mens is een cirkel van kindertijd naar kindertijd. En zo is de cirkel overal waar kracht beweegt.

    Triggerpunten

    Wat zijn triggerpunten?

    Triggerpunten zijn bepaalde kleine plaatsen in een spier die bij lichte druk een pijnreactie geven. Typisch is de uitstralende pijn naar een of meerdere spieren, die daarom niet direct aan het triggerpunt grenzen. Zo kan je bijv. een pijnlijke samentrekking in schouderspieren zien bij prikkeling van een triggerpunt ter hoogte van de schoft. Als oorzaak wordt meestal een directe spier- of gewrichtsbeschadiging, chronische spieroverbelasting of langdurige onderkoeling gezien. Triggerpunten kunnen de pijnzenuwvezels stimuleren.

    Een latent triggerpunt is een triggerpunt waarbij de stimulatie niet voldoende is om een pijnreactie te veroorzaken. Bij actieve triggerpunten is de zenuwstimulatie zo erg dat steeds stralingspijn te localiseren is. Latente triggerpunten kunnen door kleine impulsen zoals overrekking, directe overbelasting of immobilisatie actief worden. Door stofwisselingsstoornissen in dit groepje spiercellen gebeurt de energielevering overwegend anaeroob, wat zorgt voor een hoger lactaatgehalte; het proces in de spiervezel komt in een vicieuze cirkel terecht, wat weefselbeschadiging en spasticiteit veroorzaakt. Een triggerpunt is dus in feite een groepje spiercellen dat in spastisch samengetrokken toestand verkeert. Het kan gevoeld worden als een kleine strakke band.

    Een triggerpunt is meestal gelocaliseerd op de overgang van spier naar pees. Bij een paard kunnen triggerpunten ontstaan door direct trauma of plotse overspanning, door onaangepaste training, door herhaald microtrauma, bijv. van het zadel, door voortdurende contractie (stress...). Het gevolg van een triggerpunt is dat het paard een pijnsensatie in die spier krijgt voordat de normale strekking van de spier bereikt is. Andere spiergroepen proberen dan de pijnlijke beweging over te nemen, met mogelijk secundaire triggerpunten in die spieren tot gevolg.

    De triggerpunten die bij paarden voorkomen werden in kaart gebracht. De locatie is echter niet absoluut: een triggerpunt kan gemakkelijk 10 à 20 cm verder voorkomen dan op de kaart aangeduid. Sommige triggerpunten zijn wel typisch voor bepaalde oorzaken.

    Triggerpunten verdwijnen niet spontaan of door rust. Als de oorspronkelijke oorzaak al lang verdwenen of genezen is, kan het zijn dat je paard nog altijd last heeft van die triggerpunten. Recent ontstane triggerpunten kunnen met fricties of diepe massages behandeld worden. Hierdoor ontstaat een plaatselijk verhoogde bloedcirculatie die voor betere resorptie van de afvalstoffen zorgt. Hoe je hierbij tewerk gaat, kan je vinden in het boek van Jack Meagher, Beating muscle injuries in horses, waar alle triggerpunten stuk voor stuk beschreven staan.

    Langer bestaande triggerpunten zijn door manipulatie echter nauwelijks te beïnvloeden. Hier moeten we onze toevlucht nemen tot biotherapie of biopunctuur. Het principe is als volgt: De pijnimpulsen die triggerpoints veroorzaken worden langs A-delta zenuwvezels (snelle pijn) en C-zenuwvezels (trage pijn) geleid. Door stimulatie van deze A-delta zenuwvezels kan je pijnsensatie in de C-zenuwvezels blokkeren. De A-delta zenuwvezels kunnen gestimuleerd worden door het inbrengen van naalden, zonder daarbij iets in te spuiten, het zogenaamde "dry needling". Een triggerpunt zelf kan vrij diep liggen, maar de A-delta-vezels liggen vrij oppervlakkig zodat de naald maar een paar mm. diep moet ingebracht worden. Het paard kan een korte reactie tijdens het inbrengen vertonen, maar na 30 seconden is elke pijnreactie meestal verdwenen.

    Om een langer aanhoudend resultaat te krijgen kan je ook een kleine hoeveelheid van bepaalde producten injecteren, zoals zout water, Traumeel of een langwerkend jodiumpreparaat.
    De behandeling moet soms herhaald worden, maar dit kan meestal met langere tussenpozen. Er kunnen meerdere triggerpunten tegelijk behandeld worden. Belangrijk is evenwel dat ook de oorzaak van de triggerpunten verdwenen of genezen is. Zo kan je met hoefproblemen triggerpunten in de schouderspieren krijgen. Zolang die hoefproblemen niet van de baan zijn, zullen die triggerpunten dan ook blijven terugkeren.

  •  

    10-06-2009 om 09:41 geschreven door margotjeuh  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.informatie over paarden

    Paarden Info - De informatieve paarden site

    Iedereen die met paarden werkt heeft het wel al eens meegemaakt. Iedereen die met paarden omgaat wordt er ooit wel eens mee geconfronteerd.

    Wat nu?
    Wat betekent dit?
    Hoe los ik dit probleem op?

    Omdat wij, paarden liefhebbers het beste willen voor onze paarden en voortdurend willen bijleren is het belangrijk dat er goede, correcte informatie ter beschikking is. Daarom hebben wij, de mensen van het paarden info team voor u deze website gemaakt. Op deze site vindt u een heleboel informatie over paarden, paardrijden, omgang met paarden ...

    De bouw van het paard

    De bouw van een paard is zeer belangrijk, zijn prestaties hangen er immers vanaf!

    Wat belangrijk is in verband met de bouw?

    • Vierkant kunnen staan
    • Symmetrische benen hebben (alle gewrichten even groot e.d)
    • Hoeven hebben die niet naar binnen en niet naar buiten staan
    • Geen gezwollen gewrichten hebben
    • Verticale benen hebben, dat betekent benen die recht naar beneden wijzen, geen zo gezegde O-benen
    • Stevige benen hebben
    • Een diepe borst hebben. (Zodat er genoeg ruimte voor de longen en het hart is.)
    • Krachtige achterhand hebben
    • De grote van het hoofd moet in verhouding met de rest van het lichaam staan en moet steunen op een krachtige hals welke weer steunt op stevige schuine schouders

    Bouw van het paard

    Anatomie van het paard

    • Het paard heeft maar een kleine maag, het paard verteert zijn voedsel in de dunne darm, onverteerbare vezels worden door de blinde en de dikke darm afgebroken.
    • Net als bij ons wordt er vocht van de resten in ons bloed opgenomen. Het restant wordt uitgemest.
    • Paarden hebben veel vezels nodig ( vezels zitten in ruwvoer ) , hiervoor zijn er in de blinde en dikke darm verschillende enzymen aanwezig om die af te breken. (Elke soort vezel heeft zijn eigen enzym).
    • Moeilijk verteerbaar voedsel kan in het spijsverteringsstelsel blijven hangen omdat deze 2 bochten van 180° moet maken. Wanneer dit zicht voordoet spreken we van koliek.
    • Het hart van het paard heeft 2 pompen (wij, 2 hartkamers) en pompt hiermee bloed door het lichaam.

    Paard anatomie

    Skelet van het paard

    • De ruggengraat moet sterk en stevig zijn, het moet een mens kunnen dragen.
    • Het gewicht van het paard zelf en van de persoon die op het paard zit wordt door de benen gedragen, deze moeten dus ook sterk zijn.

    Het zware hoofd houdt het lichaam in evenwicht.


    Aftekeningen aan het hoofd en de benen van het paard

    Onder aftekeningen verstaan we witte vlekken aan het hoofd en aan de benen.

    Aftekeningen aan de benen:

    • 1: Witte kroonrand
    • 2: Sokje
    • 3: Sok
    • 4: Witvoet
    • 5: Half witbeen
    • 6: Witbeen
    • 7: Hoog witbeen
    • 8: Witte kroonrand, achter hoog oplopend
    • 9: Sok, achter hoog oplopend (tot over de kogel)
    • 10: Sok voor en achter oplopend
    • 11: Witvoet voor oplopend
    • 12: Witvoet oplopend tot halverwege de pijp
    • 13: Half witbeen voor oplopend (tot aan de voorknie)

    Aftekeningen van paarden aan de benen.

    Aftekeningen aan het hoofd:

    • 1: Sterretje
    • 2: Ruitvormig kolletje
    • 3: (Grote) kol
    • 4: Ruitvormige (grote) kol
    • 5: Halvemaanvormige kol
    • 6: Druipkol
    • 7: Druppel of streepvormige kol
    • 8: Halve smalle bles
    • 9: Smalle bles
    • 10: Doorlopende brede bles
    • 11: Doorlopende streepvormige bles
    • 12: Doorlopende bles, van onderen breed uitlopend over de bovenlip, beide neusgaten inbegrepen
    • 13: Onderbroeken bles met sneb
    • 14: Onregelmatige doorlopende bles, rechterneusgat inbegrepen
    • 15: Onregelmatige doorlopende bles, bovenlip en beide neusgaten inbegrepen, donkere vlek op de bovenlip

    Aftekeningen van paarden aan het hoofd.

    Het signalement bij paarden

    Het signalement van het paard is een zo volledig mogelijke omschrijving van het exterieur van het paard. Voor inschrijving in het stamboek of bij aankoop en verkoop van een paard is het noodzakelijk dat u het signalement zo volledig mogelijk kunt omschrijven. Vaak echter wordt gevraagd dat dit door een bevoegd iemand wordt gedaan, bijvoorbeeld door een dierenarts.

    Hieronder bespreken we een toepassing van het bovenstaande. Hier ziet u een signalement van een tobiano pinto.

    Signalement bij paarden

    Dit signalement kan gebruikt worden als geboorteaangifte maar kan ook dienen voor het vaccinatiecertificaat.

    Bij dit signalement hoort ook een beschrijving. Die zullen we hier opbouwen.

    Hoofd

    Kolletje. Schuin streepvormige sneb uitmondend in rechter neusgat.

    Hals

    Symmetrische witte vlek aan basis hals en schoft.

    LV (links voor)

    Witbeen. Wit tot net boven voorknie, achter oplopend tot elleboog.

    RV (rechts voor)

    Witbeen. Wit tot handbreedte boven voorknie achter oplopend tot elleboog.

    LA (links achter)

    Witbeen. Wit tot handbreedte boven sprong, achter oplopend tot boven kruis.

    RA (rechts achter)

    Witbeen. Wit tot handbreedte boven sprong, achter oplopend tot boven kruis.

    Lichaam

    Wit vlekje links ter hoogte van het zadel.

    Verworven kenmerken

    -


    De leeftijd van een paard bepalen aan de hand van zijn gebit.

    De leeftijd van een paard kunt u pas zeker zijn als het tijdstip van geboorte vermeld staat op het geboortebewijs of op andere stamboekpapieren. Maar aan de hand van het gebit van het paard kunt u een goed idee krijgen van zijn leeftijd. Bij een paard dat jonger dan 5 jaar is bepaald men de leeftijd aan de hand van de melktanden en kiezen die te voorschijn komen en daarna wisselen. Vanaf 6 jaar kijkt men meestal naar hoever de snijtanden in de onderkaak afgesleten zijn.

    Gebit bij paarden

    • 1: pasgeborenen. De punten van de voortanden zijn net te zien.
    • 2: 6 maanden. De veulenhoektanden komen door.
    • 3: 2 jaar. De veulenhoektanden zijn nu geheel gevormd.
    • 4: 3 jaar.
    • 5: 4 jaar.
    • 6: 5 jaar. De blijvende hoektanden zijn nu in gebruik.
    • 7: 6 jaar.
    • 8: 7 jaar. Let op de verdikking aan de binnenkant van de voortanden.
    • 9: 10 jaar. De tanden worden langer en steken verder naar voren.

    10: Een paard van 14 jaar oud.


    Hoeven bij paarden

    De hoef kun je vergelijken met een nagel of een klauw. De voor en achterhoeven verschillen wel van vorm. Het gewicht wordt gedragen op de buitenste rand van de hoef. De flexibele straal (V-vormig) vangt de schokken op bij het neerzetten.

    Paarden hoef detail zijkant

    Het hoefhoorn = de buitenkant van de hoef bestaat uit een soort een soort eiwit dat keratine heet.

    Het wordt gemaakt door de cellen van de kroonrand (hoefrand) in een soort buisjes die verticaal over de hoefwand naar beneden lopen. Een gezonde hoef heeft een glad oppervlak, zonder horizontale groeven of verticale barsten. Vandaar dat paarden ook altijd verticale (naar beneden lopende) strepen in hun hoeven hebben.

    Paarden hoef onderkant detail

    De onderkant van een hoef mag niet zacht zijn maar ook niet te hard dat deze gaat afbrokkelen.

    Indien dit laatste het geval is dan zul je de hoeven moeten vetten. Zijn ze te zacht dan moet je teer gebruiken. De hoef moet een beetje hol zijn, maar niet té hol. Ongeveer 1 of 2 vingerdikten diep. Er wordt vaak gedacht dat de straal een gevoelig plekje van het paard is. Hier zit echter helemaal geen gevoel in, je ziet vaak dat de hoefsmid er stukjes vanaf snijdt. Het dient er alleen maar voor om schokken te absorberen wanneer het paard zijn voeten neerzet.

    Bekappen van de hoef

    Hoeven van paarden kun je vergelijken met de nagels van een mens. Deze groeien bij paarden ook door. Daarom is het zaak dat je de hoeven laat bekappen door de hoefsmid.

    Hoeven beslaan

    Beslaan van paarden betekent het aanbrengen van hoefijzers. Hier vind u een lijst van hoefsmeden uit België en Nederland.




     

    10-06-2009 om 09:40 geschreven door margotjeuh  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de verschillende vachtkleuren van paarden


    Vachtkleur

    De kleur van een paard wordt bepaald door de kleur van de dekharen. Op basis van deze haarkleur worden paarden onderverdeeld in eenkleurige en gemengdkleurige paarden.

    • Eenkleurigen: Wit, vos, zwart, koffievos.
    • Gemengdkleurigen:

      - 2 gescheiden kleuren: bruin, isabel, vaal.
      - 2 gemengde kleuren: schimmel, schimmel vos, grauw.
      - 3 gemengde kleuren: roodschimmel.
    • Combinatie van 2 kleuren: bont.

      Vachtkleur van het paard

      De kleur van een paard wordt bepaald door de kleur van de dekharen. Op basis van deze haarkleur worden paarden onderverdeeld in eenkleurige en gemengdkleurige paarden.

      • Eenkleurigen: Wit, vos, zwart, koffievos.
      • Gemengdkleurigen:

        - 2 gescheiden kleuren: bruin, isabel, vaal.
        - 2 gemengde kleuren: schimmel, schimmel vos, grauw.
        - 3 gemengde kleuren: roodschimmel.

      • Combinatie van 2 kleuren: bont.

      Vachtkleur bij paarden

    Kleurvererving

    De kleur van een paard wordt bepaald door het paard zijn genotype, de genen voor kleuren die het paard draagt dus.

    Iedereen heeft wel over chromosomen gehoord, elk dier heeft chromosomen in zijn cellen. Chromosomen bestaan uit genen. Chromosomen komen altijd voor in paren (behalve in de geslachtscellen) en een paard heeft van ieder gen dus ook altijd twee kopieën. De verschillende kopieën die er van een gen bestaan worden allelen genoemd. Een chromosoom draagt dus een hele rij met genen, en op een chromosomenpaar komen van ieder gen twee allelen voor. De eicel en zaadcel bevatten ieder de helft van het genetisch materiaal van het ouderdier. Bij de voortplanting erft het veulen per chromosomenpaar één chromosoom van de vader, (zaadcel) en één chromosoom van de moeder, (eicel).

    Homozygoot en heterozygoot

    Als van een gen twee dezelfde allelen voorkomen, wordt het paard homozygoot voor de door dat gen gecodeerde eigenschap genoemd. Als hij twee verschillende allelen van het gen heeft wordt hij heterozygoot genoemd. Waarom is dit belangrijk? Als een paard homozygoot is voor een bepaald gen, weet je zeker dat het veulen dit allel altijd overerft. Als een paard heterozygoot is voor het gen, dan is er 50% kans op het doorgeven van elk van de verschillende allelen.

    Hoe kun je weten of een paard homozygoot of heterozygoot is? Ten eerste; fokt een paard altijd een bepaald allel door, en heeft het andere ouderdier het niet, dan is het hoogstwaarschijnlijk dat het homozygoot is voordat gen. Let wel: de beide ouders van dit paard zullen dat gen ook moeten dragen. Een andere manier is het testen: voor veel genen is het tegenwoordig mogelijk om door een laboratorium te laten testen of een paard homozygoot of heterozygoot is.

    Dominant en recessief

    Allelen van een bepaald gen kunnen dominant of recessief zijn. Dominante allelen hebben maar één allel nodig om zich te tonen, recessieve allelen hebben beide allelen nodig om zich te kunnen laten zien. Als er één dominant en één recessief allel voorkomt zal het dominante allel zich uiten en is het recessieve allel niet zichtbaar. Een dominant allel wordt in de lettercode met een hoofdletter aangeduid, het recessieve gen met een kleine letter. Een dier dat homozygoot recessief is wordt dus aangeduid met aa, heterozygoot is Aa en homozygoot dominant is AA.

    Let op: dominant of recessief heeft niets te maken met het doorgeven van de genen aan het nageslacht, maar alleen om de zichtbaarheid in het paard zelf. Als een ouder twee verschillende allelen heeft, maakt het veulentje 50% kans op elk van beide allelen. 

     

    Vos (sorrel)

    Dit is een rood-achtige kleur. De tint kan varieren heel licht tot donker als koffie. Vos is recessief en heeft dus als genetische code 'ee'. Een vos is dus homozygoot, als je 2 vosouders hebt, krijg je ook een vosveulen: vos x vos = vos.

    Zwart (black)

    Zwart is dominant. Een echt zwart paard heeft dus minimaal 1 gen voor zwart. De genetische code is dan 'EE' of 'Ee'. Egaal zwarte paarden zijn vrij zeldzaam. Of een paard echt zwart is kun je vaak zien aan de haren rond de neus. Helaas verbleken veel zwarte paarden in de zon, en moet je vaak een deken gebruiken in de zomer om het paard echt zwart houden. Ook van de "echt zwarte", zelfs homozygoten, verbleken er vele in de zon.

     

    Bruin (bay)

    Het tweede gen dat van belang is, is het Agouti-gen. Dit gen veroorzaakt in combinatie met de basiskleur zwart, de kleur bruin . Een bruin paard heeft een bruine vacht en zwarte manen, staart en benen. Ook de oorpunten zijn vaak zwart. Het zwarte pigment wordt dus teruggedrongen naar de uiteinden: manen, staart, benen.

    Het agouti-gen (code A) is dominant maar heeft alleen invloed op zwart pigment. Een vos kan dit dus ongemerkt bij zich dragen.

    Eigenlijk hoort 'bruin' niet bij de basiskleuren, het heeft namelijk als basiskleur zwart. Omdat alle andere verdunningsfactoren of patronen terug te brengen zijn op vos, bruin of zwart, wordt dit hier toch bij de basiskleuren genoemd. Dat is makkelijker om de rest te begrijpen.

    Verdunningskleuren

    Nu we de basiskleuren hebben gehad gaan we naar de verdunningskleuren. Dit zijn de kleuren die een basiskleur hebben die verdund is. De genen zijn hier de oorzaak van. Door deze wijzigingen zijn ongeveer alle kleuren mogenlijk. Nu wordt het dus een stuk ingewikkelder.

    Er zijn 4 hoofdtypes die de basiskleuren veranderen. Dat zijn Creme, Wildkleur, Silver en Champagne.

    In het kort: Kleurafzwakkend mechanisme. Paarden met een creme-factor hebben dus een basiskleur die iets gewijzigd is.

    Een paard heeft niet meer dan 2 allelen uit de C serie. De C+ zorgt ervoor dat het pigment volledig wordt aangemaakt, en krijg je dus een basiskleur. CrCr zorgt er juist voor dat er helemaal geen pigment wordt aangemaakt, en krijg je een pseudo-albino (nep-albino ofwel in het engels een double-dilute). Echte albino's komen niet voor bij paarden. Dat is best opvallend want bij alle andere dierensoorten, inclusief de mens, komen albino's wel voor. Albino's hebben dus helemaal geen pigment. De letter voor het Albino-gen is W en WW (dus homozygoot) zou letaal zijn en daarom dus niet voorkomen.

    .

    Wildkleur (dun)

    De wildkleur-verdunning (in het Engels 'Dun', aangeduid met D) kenmerkt zich door een lichtere kleur vacht, een aalstreep en andere primitieve markeringen, zoals zebrastrepen op de benen, en soms een donkere streep op de schouders of cobwebbing, dunne strepen op het voorhoofd. Het wildkleur-gen is dominant, en zichtbaar op vos, bruin en zwart. Een wildkleurig paard zal dus ook altijd 1 ouder hebben met wildkleur.

    .

    Zilver

    Zilver is de derde verdunningsfactor en heeft alleen invloed op zwart pigment. Als een vos het zilver-gen bij zich draagt kun je dat dus niet zien, maar aan de nakomelingen misschien wel. Zilver verdunt de kleur van de manen tot grijsachtig of zilverwit. Het verbleekt het zwart in de vacht tot een chocolade-achtige kleur. Ook kunnen er duidelijke appeltjes op de vacht zichtbaar zijn: de zilverappels.

    Silver kan in Homozygote vorm voor oogproblemen zorgen en het is dus niet verstandig om Silver x Silver te fokken.

    Champagne

    De vierde verdunningsfactor is champagne. Deze factor maakt de vacht lichter, maar heeft ook invloed op de huid en ogen. Het veulen wordt geboren met een roze huid en blauwe ogen, de ogen verkleuren op latere leeftijd naar amber of lichtbruin. Rond de neus, de ogen en tussen de billen zijn blauw-achtige stippels zichtbaar, deze zijn zeer kenmerkend voor de aanwezighheid van het champagne-gen.

     

     

    Pearl

    De meest recent ontdekte verdunningsfactor is pearl. Ook deze maakt de vacht lichter, maar enkel in homozygote vorm. Hoewel het in hetrozygote vorm niet zichtbaar is uit het zich juist als een dubbelverdunde kleur wanneer er ook een creme-gen aanwezig is.

     

    Andere kleurfactoren

    Schimmel (Grey)

    Onder invloed van het Grey-gen verliezen de haren langzamerhand hun pigment, en krijgt het paard uiteindelijk een witte of grijze vacht. Dit kan voorkomen bij alle kleuren, verdunningen en andere kleurfactoren. Schimmel is dominant, dus 1 van de ouders was ook een schimmel.

    Roan

    Een roan krijgt zijn specifieke kleur doordat er door de vacht naast basiskleurige haren ook witte haren zitten. Roans worden ook wel onveranderlijke schimmels genoemd, echter heeft deze kleur niets met schimmels te maken. Paarden met de kleur roan hebben ook witte haren door de vacht, maar dit worden er niet steeds meer. Het hoofd, de manen, de staart en de benen hebben de kleur van de basisvacht, daar bevinden zich geen of minder witte haren. Hierdoor hebben roans vaak hun kenmerkende tekeningen: een donker hoofd met een veel lichter gekleurde romp.

    Sooty

    Sooty veroorzaakt zwarte haren in de vacht, waardoor de kleur donkerder wordt. Dit is met name het geval op de rug en bovenzijde van het paard en de benen. Soms veroorzaakt het losse zwarte haren, soms een donkerder deel op de rug, soms wordt de hele vacht donkerder. Door het sooty-effect is het soms lastig vast te stellen welke basiskleur een paard heeft.

     

    Meelsnuit (Pangare, mealy)

    Dit veroorzaakt een lichte buik en onderkant van het paard, en een licht uiteinde van de neus, waardoor het lijkt alsof dit paard met zijn hoofd in het meel heeft gezeten.

    Flaxen

    Flaxen veroorzaakt de kleur 'zweetvos', zoals gezien bij Haflingers. De precieze werking en effecten van flaxen zijn nog grotendeels onbekend. Waarschijnlijk beinvloedt het alleen het rode pigment, en dan alleen in de manen en de staart. Vermoedelijk gaat het om een recessief gen.

    Witpatronen

    Een laatste, zeer opvallende invloed op de vachtkleur van een paard zijn de witpatronen, meestal ook wel bont genoemd, hoewel er ook andere soorten witpatronen zijn. Het staat los van de hierboven beschreven kleuren en invloeden, en kan dus gecombineerd met al die mogelijkheden voorkomen. Waar de vacht vanwege een patroon wit is, kun je de andere kenmerken niet meer waarnemen. Een aalstreep is bijvoorbeeld niet zichtbaar op de plekken waar de witte haren groeien.

    Tobiano (Platenbont)

    Tobiano is dominant. Het toont als grote witte vlakken die overal op het lichaam kunnen voorkomen. De hoeveelheid wit kan van paard tot paard verschillen.

    Splashed (Witkopbont)

    De witte vlekken bevinden zich vooral aan de onderzijde van het paard, dus op de buik, 1 of meerdere benen en het hoofd uitgaande van de neus, alsof het paard met de onderkant in de witte verf is gedoopt. Het Splashed-gen is incompleet dominant, een heterozygoot paard heeft dus minder aftekening dan een homozygoot.

    Sabino

    Sabino heeft vaak onscherpe en onregelmatig begrensde witte vlekjes en vlekken. Het is zelfs mogelijk dat de witte haren egaal over het hele haarkleed optreden, zodat men zou kunnen denken dat het paard een roan is. Soms is alles wat te zien is van een sabino-patroon een klein wit vlekje op de buik, maar een paard kan onder invloed van Sabino ook grotendeels wit zijn met slechts enkele donkere plekken. De verschillen zijn dus erg groot.

    Frame overo

    Dit patroon is veel onregelmatiger dan platenbont. De witte gebieden en vlekken zijn grilliger gevormd. De rugzijde en de benen zijn het meest kleurvast en bij de meeste frame overo's dan ook gekleurd. Het Frame-gen is dominant, maar het effect kan soms heel minimaal zijn en niet waarneembaar in de vacht. In homozygote vorm treedt het Overo Lethal White Syndrome (OLWS) op, een dodelijke genetische aandoening waardoor een veulen (bijna) geheel wit wordt geboren en enige tijd na de geboorte sterft.

    Appaloosa

    Appaloosa’s zijn paarden met een duidelijk stippenpatroon. Ze hebben een basiskleur, zoals zwart, bruin of vos, met daar overheen een vlekkenpatroon. De kleuren van de appaloosa’s veranderen veel in hun leven. Vaak worden ze gedurende een aantal jaren steeds lichter. Maar het vlekkenpatroon blijft altijd hetzelfde.

     

     

    10-06-2009 om 09:32 geschreven door margotjeuh  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (10 Stemmen)
    09-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Juwelen van paardenhaar
    • Ik heb alleen een streng manen van mijn paard, wat nu?
      Haren van de manen zijn niet sterk genoeg om een armband van te maken. Wel is het mogelijk om deze haren in een ring of hanger te verwerken.
       

    • Hoeveel haren zijn er nodig voor een armband, ring of hanger?
      Meer informatie over de selectie van de haren en benodigde lengtes vind je terug op de pagina 'Haar selectie'.
       

    • Hoe lever ik de haren aan?
      Zorg ervoor dat de streng haren gewassen en gedroogd is alvorens je het opstuurt. Was de haren met gewone shampoo en gebruik geen crèmespoeling. Bindt de haren samen met een elastiekje en verstuur het samen met de bestelbon. Svp de haren niet vlechten aangezien dit de kwaliteit van de definitieve vlecht negatief beïnvloed. Ongewassen haren kunnen wij niet aannemen en worden terug gestuurd!
       

    • Hoe onderhoud ik mijn ring?
      De haren liggen veilig in de band van de ring waardoor ze goed beschermd zijn. Natuurlijk kan er vuil tussen de haren komen. Dit kun je onder de kraan afspoelen. Eventueel mag je een ultrasone gebruiken die het vuil los trilt. Let op: Juweliers gebruiken standaard chemicaliën in hun ultrasone die schadelijk kunnen zijn voor de haren. Vloeibare handzeep daarentegen kan geen kwaad, mede omdat de haren in de ring vast liggen.
       

    • Waar moet ik op letten bij mijn armband?
      De armband blijft in conditie doordat uw huid en -vetten de haren soepel houden. Dit is de meest natuurlijke manier om je armband te onderhouden. Gebruik van ontvettende middelen zoals doucheschuim en handzeep wordt absoluut afgeraden. Hierdoor drogen de haren uit en loopt u het risico dat de haren afbreken.
       

    • Er zit een haartje los, is dit erg?
      Het kan gebeuren dat er een haartje losspringt in uw ring of armband. 1 of een enkele haar kan geen kwaad. Beste knipt u deze zo kort mogelijk af met een nagelknippertje om erger te voorkomen.
       

    • Kan ik de naam van mijn paard laten graveren?
      Afhankelijk van de lengte van de naam is graveren mogelijk rekening houdend met de lengte en het gekozen sieraad. Het graveren gebeurt met de hand in schoolschrift en niet met een machine zoals men doorgaans ziet. Voor ons gaat het echter vooral om handwerk in zowel het gieten van de ringen, de verwerking met eigen haar en zo ook het graveren. Dit tezamen maakt elke creatie uniek en speciaal voor jou gemaakt. Meerkosten € 5,- Mogelijkheden: binnenzijde ring + achterzijde hanger (ca 7 letters), eindstuk armband (beperkt tot max. 4 letters).
       

    • Wat is de standaard levertijd?
      Met uitzondering van de feestdagen is de levertijd 4 tot 5 weken na ontvangst van uw betaling.
       

    • Verstuurd u ook buiten de Benelux?
      Ja, wij versturen wereldwijd. Informeer even naar de verzendkosten voor een bestemming buiten de Benelux. Deze is tevens afhankelijk van uw bestelling.

    09-06-2009 om 16:11 geschreven door margotjeuh  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Algemene informatie over paarden

    Paard

    Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Het paard (Equus caballus) is een (gedomesticeerd) hoefdier uit de orde der onevenhoevigen, een van de ongeveer 10 huidige soorten uit de familie der paardachtigen (Equidae). De benaming equus is Latijn en caballus, wat eveneens "paard" betekent, is vanuit het Keltisch doorgedrongen in het vulgair Latijn, het volkslatijn. In de term cavalerie is de deze benaming nog goed te herkennen. Het paard wordt voornamelijk gehouden als rij- en trekdier.

     

    Omdat het paard als een 'edel dier' wordt beschouwd, worden door paardenliefhebbers zoals ruiters en koetsiers altijd de termen "hoofd", "mond" en "benen" gebruikt in plaats van "kop", "bek" en "poten".

    Zie voor meer termen de pagina: paardenjargon.

    Algemeen

    Donkerbruine ruin, 10 jaar oud
    Veulen en merrie in galop
    Beeld van een paard in de Praagse Lucernapassage

    Het paard behoort tot de onevenhoevigen (perissodactyla) en heeft per been slechts één teen. Van oorsprong heeft een paard vijf tenen waarbij de hoef feitelijk de vergrote nagel van de middelvinger is. Andere overblijfselen van de tenen zijn de griffelbeentjes (ring- en wijsvinger), de zwilvrat (duim) en het spoortje (pink).

    Paarden zijn planteneters (herbivoren), maar geen herkauwers. De voortanden gebruiken ze om gras en dergelijke mee af te rukken, waarna dit door de kiezen vermalen kan worden. Zowel hun gehoor als hun reukvermogen zijn bijzonder goed ontwikkeld. De manen, het lange haar op de bovenzijde van de hals, zijn vermoedelijk ontstaan als bescherming tegen roofdieren zoals katachtigen, die het paard op de rug springen en in de nek bijten. Door dan de aanvaller met bokkende bewegingen van zich af te schudden, verliest het paard enkel wat van zijn manen. De staart wordt gebruikt om insecten te verjagen.

    Paarden hebben in het totaal 20 of 18 tanden.Een hengst (mannelijk paard) heeft 2 extra tanden tussen de snijtanden en voorkiezen: de haaktanden. In de boven- en onderkaak hebben een hengst en een merrie : 6 snijtanden, (2) hoektanden, 6 voorkiezen en 6 kiezen. Tussen de snijtanden (voortanden) en de kiezen zitten de tandeloze kaakranden (diasteem), ook wel De Lagen genoemd. Hier ligt het bit op tijdens het rijden.

    De grootte (hoogte) van een paard wordt traditioneel gemeten bij de schoft. Bij een schofthoogte tot 1,47m spreekt men van een pony, bij een schofthoogte van 1,47m tot 1,57m spreekt men van een klein paard (ook wel E-pony, of 'damespaard' genoemd) en bij een schofthoogte van 1,57m en hoger spreekt men van een paard.

    De schofthoogte van volwassen paarden varieert sterk: de Falabella (een miniatuurpaard) is slechts zo'n 60 cm hoog, terwijl andere rassen bijna twee meter kunnen halen. Het grootste paardenras is de Shire. Een 19e eeuwse Shire ruin genaamd Sampson houdt het record grootste paard ter wereld met in 1850 een schofthoogte van ruim 219 cm (en een gewicht van 1524 kilo, eveneens een wereldrecord). Dit ras wordt voornamelijk als werkpaard gebruikt. De vacht kan zowel effen gekleurd als bont zijn. Veel voorkomende kleuren zijn bruin (met zwarte manen en staart), zwart, voskleurig (bruin-rood), geel en "vaal" (geel-grijs, soms neigend naar bruin of blauw). Het paard is een kuddedier en kan zo'n dertig jaar oud worden.

    Paarden leven in kuddeverband. Hun belangrijkste verweer tegen roofdieren is vluchten. Ze werken samen om roofdieren zo snel mogelijk te kunnen ontvluchten. Paarden communiceren met lichaamstaal, in stilte. Hinniken doen wilde paarden alleen in uiterste noodsituaties. De 'familiekudde' wordt geleid door een oudere, ervaren merrie. De kudde telt ongeveer 12 volwassen merries met haar veulens en een paar dekhengsten. Het merendeel van de puberende hengstveulens komt in de zogenaamde hengstenkuddes terecht.

    De draagtijd is 11 a 12 maanden, maar ook 13 maanden komt voor. De draagtijd is langer als het paard in het voorjaar moet bevallen, maar ook bij paarden die voor het eerste een veulen krijgen of bij paarden die veel weidegang krijgen. Waarom de draagtijd zoveel varieert is nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat het veulen er geen nadeel van ondervindt. Het veulen probeert al direct na de geboorte te gaan staan en kan zich na een paar uur al redelijk op de been houden. Dit heeft te maken met het feit dat het paard oorspronkelijk op de open vlakte leefde, waar de kudde snel moest kunnen vluchten. Het is belangrijk dat het veulen binnen enkele uren kan drinken bij zijn moeder.

    Paardengangen

    Draf
    Galop
    Rengalop
    Tölt

    Paarden hebben verschillende manieren om zich voort te bewegen ('gangen').

    Gebruikelijke gangen: stap, draf, galop en rengalop

    • Stap noemt men wel een 'viertakt' gang. Men hoort vier hoefslagen. Er is afwisseling van 'diagonale ondersteuning' en 'laterale' ondersteuning, met daartussen telkens periodes dat het paard op drie benen staat. Paard tilt bijvoorbeeld eerst links voor op en staat op drie benen. Dan verlaat rechtsachter de bodem (paard staat op diagonaal: linksachter rechtsvoor). Linksvoor landt weer (paard op drie benen, alleen rechtsachter is in de lucht). Paard brengt rechtsachter naar voor en vlak voor het neerkomen van rechtsachter verlaat rechtsvoor de bodem, heel even staat het paard op de lateraal van de beide linkerbenen. Daarna (rechtsachter is geland) gaat het rechtervoorbeen naar voor terwijl het paard even op drie benen staat. Vervolgens tilt het paard linksachter op (staat op diagonaal: rechtsachter linksvoor).
    • Draf is een diagonale gang. Links-voor en rechts-achter, rechts-voor en links-achter worden tegelijk opgetild en neergezet. Men hoort 'twee hoefslagen'. Het moment tussen de overgang van het ene paar diagonalen naar het andere paar diagonalen heet het 'zweefmoment': alle voeten hebben de bodem verlaten.
    • galop is een drietaktgang: men kan tellen: een, twee, drie, pauze. In de rechtergalop zet het paard eerst linksachter neer, vervolgens rechtsachter en linksvoor tegelijk en eindigt met rechtsvoor neerzetten, terwijl ondertussen linksachter de bodem al weer verlaten heeft. Vervolgens tilt het paard ook de diagonaal 'rechtsachter linksvoor' op en heeft alleen rechtsvoor nog contact met de bodem. Daarna volgt het 'zweefmoment', alle hoeven hebben de bodem verlaten. In de linkergalop begint het paard met rechtsachter, vervolgens linksachter en rechtsvoor en eindigt met linksvoor. Drie handelingen, vandaar drietel plus pauze.
    • rengalop is een viertaktgang. De gang is bijna hetzelfde als de gewone galop, alleen tilt het paard ieder been afzonderlijk op. Dat zijn dus vier handelingen.

    Weinig voorkomende gangen: Telgang en Tölt

    De paarden die deze gangen beheersen worden 'gangenpaarden' genoemd.

    • Telgang is een manier van bewegen waarbij de voorwaartse verplaatsing van het voor- en achterbeen aan één lichaamszijde tegelijkertijd wordt afgewikkeld, zoals bijv. kamelen ook doen. O.a. IJslandse en Mongoolse paarden beheersen de telgang.
    • Ren-telgang is een vorm van telgang die o.a. in snelheidsonderdelen op wedstrijden voor IJslandse paarden gereden wordt, waarbij hoge snelheden worden behaald.
    • Pace is gelijk aan de telgang, maar de stappen zijn erg ruim, waarbij de achterbenen ver onder het lichaam worden geplaatst en het hoofd een duidelijke knik maakt. Er is een flat pace en een running pace.
    • Tölt zit tussen de telgang en draf in en is een 'viertakt' gang. Alle hoeven worden met een gelijk interval opgetild en neergezet. Er is geen zweefmoment, de ruiter wordt nauwelijks uit het zadel opgegooid. De gang 'zit' daardoor zeer comfortabel. O.a. IJslandse paarden, Aegidiënbergers en verschillende Zuid-Amerikaanse paardenrassen beheersen deze of een soortgelijke gang, die per ras onder een andere naam bekend kan staan.
    • Bij westernrijden vraagt men de Jog. Het is een rustige, langzame draf waarbij het paard met zijn hals en hoofd losheid en ontspanning vertoont. Er zijn nog twee paardenrassen die deze gang beheersen: De draver en de Tennessee walking horse.

    Gebruik door de mens

    Het paard is door de eeuwen heen voor de mens voor allerlei doeleinden zeer waardevol gebleken. Tienduizenden jaren geleden was het paard voor de mens een belangrijke voedselbron. Er bestaan nog rotstekeningen uit die tijd waarin paarden worden afgebeeld. Vermoedelijk kreeg de mens pas in de Jongere Steentijd, die rond 6000 v.Chr. begon, de middelen om grotere dieren te domesticeren. Er wordt wel gedacht dat de Mongolen, die al eerder het rendier hadden onderworpen, er voor het eerst in slaagden het paard te domesticeren. Chinees aardewerk uit circa 3500 v.Chr. ondersteunt deze theorie. Het vermoeden bestaat dat dit ook voor het paard zelf voordelen had, aangezien na de laatste ijstijd de grote open vlakten in voor paarden ongeschikte dichte bossen veranderden.

    Een dubbelspan trekpaarden gebruikt in de bosbouw in het Zevengebergte

    Een andere theorie gaat ervan uit dat de domesticatie van het paard voor het eerst heeft plaats gevonden in de Zuid-Russische steppe, door mensen van de Sredny Stog-cultuur (omstreeks 4000 v.Chr.). Er bestaan goede redenen om aan te nemen dat de Sredny-Stogmensen voorouders waren van de oer-Indo-Europeanen.

    In het wild lopen paarden op onbeslagen hoeven. In het verleden werden hoefijzers als noodzakelijk beschouwd wanneer paarden zware lasten moeten dragen en wanneer zij veel over verharde wegen moeten lopen. Recente ontdekkingen en nieuwe inzichten van onder andere de hoefsmid Jaime Jackson en Pete Ramey en de Duitse veearts Dr. Strasser laten zien dat hoefijzers niet alleen onnodig zijn, maar ook nog eens schadelijk voor de paardenhoef.


    Militair gebruik

    Het gebruik van het paard voor militaire doeleinden gaat terug tot ongeveer 5000 v.Chr., toen Mongoolse boogschutters op pony's begonnen te rijden. Rond 1200 v.Chr. begon het idee van een cavalerie ook post te vatten in meer westelijke gebieden zoals Egypte en Perzië. Bewaard gebleven zijn de invloedrijke geschriften van paardenkenner Xenophon, een legerofficier uit de Griekse stadstaat Sparta. Rond de 11e eeuw begon men vooral in het westen ook grotere paarden te gebruiken.

    In de 15e eeuw werd het paard door de Spaanse veroveraars weer ingevoerd op het Amerikaanse continent, waar het al veel eerder was uitgestorven, en daar later ook veel door de Indianen gebruikt.

    Napoleon weigerde om op een paard te rijden dat niet wit was. Zijn lievelingspaard was Marengo, een witte Arabier. Marengo is maar liefst 38 jaar geworden. Hij heeft vallen, schotwonden,… allemaal overleefd. En heeft de laatste jaren van zijn leven doorgebracht in gevangenschap van de overwinnaars van Napoleon.

    In de huidige ruitersport zijn veel militaire overblijfselen aanwezig. Zo stijgt men meestal links op. De meeste mensen zijn nu eenmaal rechtshandig - en dragen hun zwaard dus links. Wie links een zwaard draagt, kan niet rechts opstijgen, alleen maar links. De beroemde Spaanse rijschool in Wenen was van origine een militaire academie, waar ruiters en paarden werden opgeleid. En luitenant Caprilli, die de verlichte zit 'uitvond', was op zoek naar een betere manier om in het terrein te kunnen vechten.

    In de Tweede Wereldoorlog zetten de Russen nog cavalerie in tegen de Duitsers. Ook in het Duitse leger werden nog paarden gebruikt, voor transport. Tegenwoordig heeft het paard militair gezien vooral een ceremoniële functie. Wel is het paard nog in gebruik bij de bereden politie.

    In de Trojaanse oorlog werd het houten Paard van Troje gebruikt om een leger onzichtbaar de stad Troje binnen te smokkelen.

    Gebruik in vredestijd

    Brugge: Paarden en koetsen tijdens een rustpauze (2005)

    Voordat landbouwmachines als de tractor hun intrede deden, werden paarden veel gebruikt in de landbouw, hoewel boeren vaak de voorkeur gaven aan ossen, waarvan het onderhoud goedkoper was. Urgente berichten en de gewone post werden vroeger veelal per paard vervoerd, bijvoorbeeld door de Amerikaanse Pony Express. Het drijven van vee (in Noord-Amerika door zogeheten cowboys, en in Zuid-Amerika door gaucho's) wordt ook nu nog wel per paard gedaan. Paarden worden tegenwoordig nog steeds ingezet voor het verslepen van stammen in de bosbouw, omdat paarden de bodem minder beschadigen dan zware machines.

    In steden zoals Amsterdam, Antwerpen, Brugge, Oostende, Rome en Wenen kunnen de toeristen per koets door de stad worden rondgereden.

    Het paard in de geneeskunde

    In het verleden werd het vet van paardenmanen gebruikt bij brandwonden en als reumazalf. Bij verkoudheid werd paardenmest gekookt en opgedronken. Wie last had van zweren droeg eelt van een paard als amulet. Slangengif kan in lage doses aan paarden worden toegediend. Deze ontwikkelen antistoffen tegen het gif en zo kan hun serum worden gebruikt als tegengif bij de mens.

    Patiënten met aplastische anemie kunnen worden behandeld met anti-thymocytenglobuline (ATG). ATG kan geïsoleerd zijn uit paarden- of konijnenserum.

    Paarden wordt sinds enkele jaren ook in Europa gebruikt voor de productie van paardenmelk. Deze melk wordt geproduceerd op een paardenmelkerij. Aan paardenmelk worden verschillende positieve eigenschappen toegeschreven. Het product wordt bijvoorbeeld gebruikt door patiënten als middel bij huidaandoeningen zoals atopisch eczeem en psoriasis. Mensen met een koemelkallergie, kunnen vaak wel paardenmelk verdragen. In Mongolië en omliggende landen heeft het drinken van paardenmelk en paardenmelkproducten een lange traditie.

    Hippotherapie is een vorm van paardrijden als therapie die wordt aangeboden door maneges die zijn aangesloten bij de Federatie Paardrijden Gehandicapten (FPG).

    Sporten

    Sporten waarin paarden gebruikt worden zijn onder meer

    • Dressuur: Paarden moeten allerlei gymnastische oefeningen laten zien, waaruit de harmonie tussen ruiter en paard blijkt. Hierbij lijkt het alsof alles vanzelf gebeurt, de bewegingen zijn vlot en soepel. Maar in het echt moet de ruiter enorm veel moeite doen om het paard de juiste bewegingen te laten doen. Benen moeten juist liggen, houding correct, handen in de juiste positie en de zit moet mee bewegen.
    • Carrousel: Een carrouselgroep bestaat uit 12 of 16 ruiters die samen verbluffende figuren uitvoeren, door op allerlei manieren door elkaar heen te gaan
    • Endurance: Lange afstandsritten
    • Eventing: Meerdaagse proef ontstaan uit het leger, daarom vroeger "military" genoemd. Ook wel Cross-Country genoemd.
    • Gangenwedstrijden: Gangenpaarden (paarden die meer gangen hebben dan de drie basisgangen, stap draf en galop) worden soms op gangenwedstrijden uitgebracht. Ze moeten hier hun drie basisgangen en de andere gangen (tölt, telgang, walk) zo mooi mogelijk lopen. Voor elk ras bestaan eigen wedstrijden.
    • Hogeschool dressuur: Acrobatiek voor paarden met oefeningen zoals capriool, levade, piaffe.
    • Horseball: Een balsport die wordt gespeeld op de rug van paarden
    • Mennen: Recreatief rijden met een koets heet 'mennen'. Er worden regelmatig shows van authentiek gerij gehouden, waarbij het erom gaat geheel 'in stijl' aangekleed een elegante combinatie van paard, tuig, koets, koetsier en inzittenden te presenteren.
    • Mensport: De internationaal beoefende topsport met aangespannen paarden heet 'mensport'. Onderdelen zijn: dressuur, marathonrit met hindernissen en behendigheidswedstrijd.
    • Paardenrennen: Draverijen, vlakkebaanraces en steeplechases.
    • Polo: Teamsport waarbij twee partijen betrokken zijn. De ene ploeg moet proberen een balletje in het doel van de tegenpartij te slaan.
    • Polocrosse: Een combinatie van polo en lacrosse. Het is een balsport met teams van zes personen, waarvan er steeds drie op het veld zijn. De bal moet via een stok met een netje eraan in het doel van de tegenpartij gespeeld worden.
    • Ringsteken: Een sport waarbij het de bedoeling is om te paard met een lans door een opgehangen ring te steken.
    • Springen: Wedstrijd met hindernissen waar de paarden moeten over springen (bijvoorbeeld in een concours hippique). Dit is de een tak in de paardensport die in zekere zin ingaat tegen de natuur van een paard; in de vrije wildbaan zal een paard altijd om een obstakel heen lopen in plaats van er over te springen.
    • Tentpegging: Een ruitersport met een unieke combinatie daarvan vormt de beoefening van de vaardigheden met sabel, lans en revolver in het zadel.In vliegende galop werden met de lans houten tentharingen ('tentpegs') uit de grond gewipt en meegevoerd.
    • Voltige: Turnen te paard; het paard stapt, draaft of galoppeert terwijl mensen atletische oefeningen doen op zijn rug. Iets dergelijks wordt als onderdeel van de show ook gedaan in het circus.
    • Western rijden: Verschillende disciplines zoals; reining, trail, halter, showmanship, pleasure en hunter under saddle.

    Paarden worden daarnaast soms gebruikt door jagers, bijvoorbeeld tijdens de vossenjacht in Groot-Brittannië. Ook zijn er hengstenshows, premiekeuringen voor de fokkerij en minder bekende sporten zoals rodeo en gymkhana. Buiten deze sporten rijden veel mensen paard puur voor het plezier op maneges of bijvoorbeeld op ruiterpaden in buitengebieden. Dit laatste wordt recreatief rijden genoemd.

    Evolutie van het paard en rassen

    schimmel, vos en bruinschimmel in galop

    Vermoedelijk stammen alle paardachtigen af van het "Dageraadspaard" (Eohippus) een niet meer dan 50 cm hoog zoogdier dat zo'n 50 miljoen jaar geleden leefde. Via verschillende stadia, waarbij onder andere het aantal tenen afnam, het gebit zich wijzigde en het dier groter werd, ontwikkelde zich uiteindelijk Equus caballus.

    De evolutie van het paard is begonnen in Noord-Amerika, van waaruit verschillende soorten paardachtigen in de afgelopen paar miljoen jaar naar Eurazië emigreerden.

    Merkwaardig genoeg is het paard in Amerika kort na het einde van de laatste ijstijd uitgestorven (zie: megafauna en Cloviscultuur). Waarschijnlijk kwam dit doordat de eerste mensen enkele duizenden jaren eerder hun intrede in Amerika hadden gedaan. De paarden, niet gewend aan mensen, moesten het afleggen tegen de inmiddels goed ontwikkelde jachttechnieken van de Clovis-jagers. Het zou trouwens onlogisch zijn dat de wilde Amerikaanse paarden, na 22 IJstijden te hebben overleefd, er bij de 23e allemaal de brui aan zouden geven. De tamme en verwilderde paarden die thans in Amerika leven, stammen af van dieren die door de Spanjaarden vanaf ca. 1500 werden ingevoerd.

    Paarden in het voorjaar

    Door het fokken van paarden door de mens is hun evolutie daarna feitelijk in een stroomversnelling gekomen. Voor verschillende doeleinden zijn verschillende rassen gefokt. De Arabier wordt door velen als het mooiste ras beschouwd. De Lipizzaner wordt in de beroemde Spaanse Rijschool in Wenen gebruikt. Een bekend Nederlands ras is het Friese paard, dat sterk behaard en zwart of heel donkerbruin is. Het staat bekend om zijn lange beenbeharing (behang) en lange manen.

    Een ander, niet zo bekend Nederlands ras, is het Groninger paard, dat grotendeels afstamt van de Oud Oldenburgers en Oost-Friese paardenrassen. Dit type paard was in de jaren zestig nog in gebruik in de landbouw, maar werd daarna verdrongen door de tractor. Uiteindelijk was er nog maar één hengst over, die van de slager werd weggekocht. Nu is het Groninger paard een zeldzaam huisdierras.

    Onder de Belgische rassen vinden we het Belgisch trekpaard, een groot, struis trekpaard dat uitermate geschikt is voor zware arbeid. Dit paard werd vroeger door bijna elke Belgische boer gebruikt op het veld. Op de foto's staan paarden met gecoupeerde staarten. Dit zogenaamde blokstaarten is zowel in Nederland als in België inmiddels verboden.

    Belgisch trekpaard met wintervacht

    Moderne Belgische paarden zijn de Belgische Warmbloeden die zeer bekend en succesvol zijn in de paardensport, vooral het springen. Deze paarden worden in het Belgisch Warmbloed Paardenstamboek opgenomen en kunnen van allerlei rassen afstammen. Voornaamste criteria om opgenomen te worden in dit BWP-stamboek zijn de bouw (het 'exterieur'), het karakter en de sportmogelijkheden van het paard. In dit stamboek zijn enkele zeer bekende hengsten terug te vinden : Lugano van La Roche, Flügel van La Roche (eig. fam. Deuss - Ophoven) en Codex (eig. Jean Motmans - Wellen). Deze hengsten hebben zeer zeer veel succesvolle paarden voortgebracht. Zo behaalde de Belg François Mathy met "Gay Luron", een zoon van Flügel en gekweekt in Meeuwen-Gruitrode, op de Olympische Spelen van Montréal in 1976 een bronzen medaille, zowel in de jumping per ploeg als in de individuele jumping.

    Wilde paarden

    Przewalski's in de Kölner Zoo

    De Russische officier, natuuronderzoeker en ontdekkingsreiziger Przewalski ontdekte in 1881 het naar hem genoemde paard. Het wilde Przewalskipaard is een bedreigde diersoort die niet getemd kan worden maar sinds ca. 1960 alleen in dierentuinen leefde. In 1990 werd het weer uitgezet in zijn oorspronkelijke leefgebied Mongolië. Het is een sober paard met een fors, soms ezelachtig hoofd en opstaande manen.

    De tarpan, een Europees soort wild paard is helaas uitgestorven.

    Verwilderde paarden stammen af van gedomesticeerde voorouders. Voorbeelden zijn de mustangs in de Amerikaanse staat Wyoming en de brumbies in Australië. In Europa komen (ver)wilde(rde) pony's voor in de Franse Camargue en in het Engelse New Forest. In de Hortobágy Puszta en op de Bugac Puszta, het Nationaal Park Kiskunság in Hongarije, treft men nog kuddes 'wilde paarden' aan. In Duitsland bevindt zich nabij Dülmen een natuurreservaat waar een kudde verwilderde pony's leeft (Dülmener). In Nederland worden hier en daar Konik-paarden ingezet voor de begrazing van natuurgebieden.

    Vachtkleur

    Een cremello beleeft zijn oude dag in een Belgische boomgaard. Aan de doorzichtige huid van de oren is te zien dat dit geen schimmel is.

    De kleur van paarden wordt bepaald door hun vacht, maar bij lichtere kleuren mede door hun huid. Van beide is de kleur genetisch bepaald. Paardenrassen die dicht bij hun wilde voorouders staan vertonen vaak nog een zogenaamde aalstreep (vanaf de schoft over de rug naar de staart) en 'zebrastrepen' (aan de achterkant van de voorbenen). Przewalski's hebben ook wel voorop de voorbenen strepen.

    De schimmel is een donkerhuidig paard met een dominant gen dat ervoor zorgt dat de haarkleur in de loop der tijd steeds lichter wordt.

    De vos (paard) is roodbruin zonder zwarte aftekeningen. De manen en staart zijn een beetje lichter of donkerder dan de lichaamskleur. De vos kan witte aftekeningen hebben op voeten, benen en hoofd. Er zijn verschillende soorten vos, zoals leemvos, koffievos of koolvos. De verschillen worden bepaald door meer of minder aanleg voor roodgouden tinten. De leemvos heeft een lichte, leverkleurige vacht.

    Een palomino is egaal goudkleurig met lichte manen en staart. Dit wordt veroorzaakt door een specifiek gen, maar omdat dit gen niet volledig domninant is, geldt dit kleurslag niet als een ras. Een kruising van twee palomino's levert voor de helft palomino's, en een kruising van een cremello met een vos levert gewoonlijk een palomino op. Ook paarden die door een andere gencombinatie toevallig de gouden kleur hebben, worden gewoonlijk als palomino beschouwd.

    Een cremello heeft blauwe ogen en een lichte vacht waar de roze huid soms doorheen schijnt. Dit heeft niets te maken met een schimmel die immers een zwarte huid heeft. Sommige cremello's hebben last van de zon, maar zeker niet alle.

    Albino's verschillen van cremello's door het nagenoeg ontbreken van pigment en de gewoonlijk slechte ogen. Alle albino's zijn overgevoelig voor zon.

    Verzorging

    Paardenvoer

    Paarden eten vooral gras, kuilgras en hooi maar ook kuilmaïs, voederbieten, melasse een afvalproduct van de suikerindustrie, geplette gerst, zemelen, wortelen enz. Daarnaast is er allerhande paardenbrok, een in de fabriek samengesteld voeder, te verkrijgen, maar dit bevat eigenlijk teveel suiker en zetmeel voor paarden.
    Een paard in het wild besteedt 60% van de dag aan eten en daarom is het zinvol om het paard onbeperkt van ruwvoer zoals hooi of gras te voorzien. Ook is het nodig om een liksteen speciaal voor paarden in de wei te plaatsen. Krachtvoer is dan onnodig en zelfs ongezond voor het darmstelsel van het paard. Energierijk krachtvoer voor paarden die veel arbeid moeten verrichten bevat vaak haver.
    Oude paarden kunnen vaak geen hooi of gras meer eten doordat hun gebit te ver af gesleten is. Hierdoor vermageren ze sterk. Half 2005 is er een zogenaamde senioren slobber voor deze paarden op de markt gekomen. De droogvoerkorrels worden aangemaakt met water (3 tot 4 liter per kg voer), waarna het door het paard opgeslobberd kan worden.

    Ziekten en kreupelheid

    Een paard kan net als een mens door meerdere oorzaken ziek worden of pijn hebben. Bij pijn aan een been spreken we van kreupelheid. Kreupelheid wordt ook wel met meerdere namen aangeduid: het paard 'gaat niet rad', 'loopt niet vierkant', 'is niet regelmatig' etc. Kreupelheid kan het beste in draf worden geconstateerd. Ten eerste is het relatief makkelijk te horen in draf op harde bodem. Bij pijn aan een voorbeen 'knikt' het paard met hoofd en hals: het dier 'valt' op het gezonde been, in een poging het pijnlijke been zoveel mogelijk te ontlasten. Bij pijn aan een achterbeen houdt het dier het bekken scheef. Van achter is de pijnlijke helft van het bekken het laagste, omdat het dier zo weinig mogelijk op die voet steunt. Het hoort tot de mogelijkheden dat het dier aan twee voorbenen of twee achterbenen tegelijkertijd pijn heeft, dan is het oog van een deskundige hard nodig. Bij bijvoorbeeld hoefbevangenheid kan een dier aan alle vier benen pijn hebben.

    OCD

    Een vorm van kreupelheid die de laatste jaren relatief veel voor komt wordt OCD genoemd: osteochondrose dissecans (Latijn voor loslatend kraakbeen). OCD kan ontstaan bij een verstoring van de omvorming van kraakbeen naar bot. Op een bepaalde plaats wordt de laag kraakbeen steeds dikker. Door deze verdikking is de voeding vanuit het gewrichtssmeer niet meer goed mogelijk. De 'aanvoerroute' is te lang. Hierdoor neemt de kwaliteit van het kraakbeen in deze te dikke lagen af. Hierdoor ontstaat minder goed kraakbeen: kraakbeen met scheurtjes. Bij bijv. overbelasting, een beschadiging e.d laten er daadwerkelijk stukjes kraakbeen of bot los. Men noemt deze losse stukjes wel "gewrichtsmuizen" - die door het gewricht gaan zwerven, ingeklemd raken en nog meer beschadiging geven. Daarnaast is de plek waar de "muis" vandaan komt ruw in plaats van glad. Tevens komen uit de afbraakplek van de "muis" stoffen vrij die de productie van te veel en te dun gewrichtssmeer veroorzaken. Het gewricht dit is aangedaan (vaak de knie en de enkel/ het spronggewricht) wordt dik en de smering wordt minder waardoor er artrose kan ontstaan. Daar waar het kraakbeen verdwenen is kan nu gewrichtssmeer in het onderliggende bot dringen met botoplossing tot gevolg, op de röntgenfoto te zien als cysten in het bot.

    Mestproductie

    Bedrijfsmatig gehouden paarden vallen in de nieuwe meststoffenwet onder de diercategorie graasdieren. Voor alle dieren binnen deze categorie, die buiten grazen, zijn normen vastgesteld voor productie van stikstof en fosfaat in mest. De meeste mest wordt echter afgezet naar de champignonteelt.

    Voor paarden zijn deze forfaitaire productienormen afhankelijk van het gewicht:

    stikstof fosfaat
    Pony’s van 6 maanden en ouder en een gewicht tot ca. 250 kg 17,4 kg 7,5 kg
    Pony’s van 6 maanden en ouder en een gewicht van ca. 250 tot ca. 450 kg 29,7 kg 14,2 kg
    Paarden van 6 maanden en ouder en een gewicht van ca. 250 kg tot ca. 450 kg 36,6 kg 17,5 kg
    Paarden van 6 maanden en ouder en een gewicht zwaarder dan ca. 450 kg 47,6 kg 22,0 kg

    Het paard in kunst en cultuur

    Het paard heeft al vele kunstenaars geïnspireerd, al vanaf de oudheid. Zo zijn er grotschilderingen die afbeeldingen van het paard laten zien. Eerst werden ze afgebeeld met rechte benen en strakke houding. In de 16e eeuw kwamen de ronde vormen en ging men de bewegingen ontdekken. Van Leonardo da Vinci zijn er schetsen van allerlei paarden in de meest gekke posities te vinden in de kelder van zijn atelier. Later zijn ze op de schilderijen terug te vinden. Net als de blauwe paarden van Franz Marc.

    Bekende paarden

    Man O'War in 1920
    Rocinante, detail van het Madrileense monument voor Cervantes.

    09-06-2009 om 16:03 geschreven door margotjeuh  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (30 Stemmen)


    Archief per week
  • 08/06-14/06 2009

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Links
  • bloggen.be
  • De Mérens
  • Wikipedia
  • Hippo tv


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!