De tweede kanshebber voor de Inktaap 2009 is al een pak lijviger dan de eerste. "Het grote uitstel" gaat over Rega, een jonge student die zeer geïnteresseerd is in de vaak rebelse levensvisies van (leef)tijdgenoten.
Levensvisies kun je niet droog serveren zonder je lezers te verliezen. Het verhaal werd dus gelardeerd door een sausje seks. Aanvankelijk lijkt dat sausje er niet echt toe te doen, maar naarmate het verhaal vordert wordt seksualiteit meer en meer het middel om Rega's karakter bloot te leggen, terwijl het voor Rega zelf een belangrijk element is in zijn zelfontplooiing. (Amaai, mijn uitleg klinkt alsof hij ook toe is aan een scheut van bil gaan.)
Drie hoofdstukken zijn er: Che, Dingeshauptstrasse en Das Rote Kabinett. Drie plaatsen die een cruciale rol spelen in Rega's leven. Ontmoetingsplaatsen vooral ook, waar hij geconfronteerd wordt met andere visies op politiek, muziek en, jawel, seks. Passend bij het tijdskader (onder andere dat van de punk) is dat alle drie de ruimtes in zekere zin sneuvelen. (Ik mag nog niet teveel verklappen).
Is het een goed boek? Dat zal wel zijn: een Gouden Uil verdien je niet zomaar. Personages krijgen er een gezicht en vooral een karakter zonder uitvoerige en overbodige uiterlijke details te moeten doorworstelen. De plot is prima opgebouwd en laat voldoende in te vullen aan de lezer. (Vooral het einde van deel twee: grrr, wat is er nu precies gebeurd tussen twee en drie? ) Bovendien krijgt het boek ook een bijzonder verrassend einde mee. Toch blijf ik ook ergens op m'n honger zitten en gebeuren veel van de leukste dingen in wat het boek oproept aan herinneringen, eerder soms dan in de verhaalgebeurtenissen zelf. De grote kracht van "Het grote uitstel" is voor mij dan ook de illusies die het opwekt, maar is dat niet net het thema van het boek? (retorische vraag )
Een verhalenbundel is een vreemd wezen. Het is onsamenhangendheid die werd samengebracht. Het is een bonte collectie personages en verhaallijnen.
Raarraar.
In de bundel van D. Hooijer (Wie is dat lachende gezicht op de flap? Nooit van haar gehoord! Waarvoor staat die D.? Staat het wel voor iets?) is elk verhaal ook nog eens een vreemd wezen, onsamenhangend en vol personages en intriges. Overdaad soms, want af en toe niet meer te volgen. Wie is nu wie, zoals in het verhaal over de stamgasten van een café. Een enkele keer ook: waar gaat dit nu helemaal over? Onaf, haast per definitie, maar dat stoort niet. Hoort zo.
Maar.
De auteur heeft een schrijfstijl om jaloers op te zijn: pittig, scherp, gebald (dat vooral!). Ze schuwt weinig of geen taboe (al lijkt dat er soms om gedaan: moest het wat teveel politiek correct zijn?), verrast en verrast weer en heeft ook interessante visies, invalshoeken, denkwijzes.
Dat veel situaties en personages uiterst ongewoon zijn, neem ik er graag bij. "Het grote uitstel" en "Het schervengericht" krijgen een eerlijke kans, maar, om het fatamorgaans te zeggen: "De eerste ster is binnen."
Het is vakantie natuurlijk, en het is warm geweest. Misschien zijn dat mijn beste excuses om niet veel te lezen. In de bib had ik nochtans interessante werken gevonden: "Candide" van Kristien Dieltiens, enkele boeken van Amélie Nothomb (ja, ik ben er echt wel weg van ) en "De weg naar Mekka" van Jan Leyers. Van die laatste ben ik intussen weg genoeg (sorry, kon het niet laten ) om hem te kopen, maar sindsdien zit er zo geen druk meer achter en heb ik maar een paar bladzijden gelezen. Nu het augustus is, wordt het stilaan tijd om die Inktaapboeken af te werken. "Sleur is een roofdier", de verhalenbundel, daar was ik al eens eerder aan begonnen. Reugebrink en A. F. Th. Nog Iets zullen dan wel volgen. Een dikke turf, die laatste: 1050 bladzijden. Dat wordt mijn persoonlijk record.
Vandaag maakte ik komaf met de "sleur", en misschien ineens met de hitte.
Een leerling had me "Tot stof vergaan" van Tami Hoag aangeraden, een boek dat ze echt héél graag had gelezen. Het was een thriller en het zou er wreed aan toegaan. In de bib hadden ze het boek staan: een dikkerdje van over de vierhonderd bladzijden, maar met thrillers kunnen die bladzijden als eens snel omgeslagen worden.
"Tot stof" is inderdaad een stevige, perfect opgebouwde thriller die geen bloed of wreedheden schuwt en die leest als een trein, of die, om in de sfeer van het boek te blijven, als een terreinwagen over de straten scheurt. De plot sluit als een stretch, de personages worden goed uitgewerkt en het blijft spannend tot het laatste hoofdstuk.
Dat het een modelvoorbeeld van een thriller is, met alle noodzakelijke elementen (de lezer op het verkeerde been zetten door sommige personages wel en andere niet verdacht te maken, mondjesmaat met de nodige puzzelstukken komen, veel perspectiefwissels en af en toe een cliffhanger) is zeker geen minpunt, maar af en toe krijg je wel een beetje een "been there"-gevoel. Bij de al even noodzakelijke romantische passages was het zelfs krabben van de jeuk: zo wollig was het! Agenten die te snel rijden, prostituees die worden vermoord en rijke stinkerds die iets te verbergen hebben, dat zijn enkele van de vele clichés van het genre die nog maar eens herhaald worden.
Toch beklijft het boek genoeg om er enkele korte nachten aan over te houden, want hoewel je af en toe kunt meekijken in het hoofd van de killer, krijg je pas op het einde de antwoorden op de vragen.
"Tot stof vergaan" is zeker geen grootse literatuur (en de uitgever mag wat meer aandacht besteden aan een correcte spelling), maar leverde wel enkele heerlijke ontspannen uren "misdaadvermaak" op.