Je zal al wel gemerkt hebben dat wanneer er weinig licht is dat je een hoge isowaarde moet zetten om deftig een foto te kunnen trekken.
Maar ook zal je al gemerkt hebben dat die foto met hoge waarde veel ruis bevat. Dit komt omdat een digitale sensor
een vaste lichtsterkte heeft, en als je een hoge isowaarde zet dat hij versterkt word maar minder informatie opneemt en dusdanig
lege pixel opslaagt en die veroorzaken het ruiseffect. Je hebt nu tegenwoordig bij de digitale camera's ruisonderdrukking. Wat doet dat nu ?
Simpelweg de lege plaatsen opvullen met de kleur is het dichts bij ligt. Het voordeel bij hoge iso-waarden zijn dat je snellere sluitertijden kan gebruiken. Vanop afstand zal het niet zo opvallen, maar eens je inzoomt of de foto cropt zal je het verschil wel zien.
Dus mijn tip is : gebruik zoveel mogelijk een lage iso-waarde, gebruik een statief en trek de foto met afstandbediening of timer.
Lichtmeting
is zeer belangrijk bij fotografie, zonder dit is je foto gedoemd om te
mislukken.
Daarom is
het belangrijk dat je weet hoe je dit doet bij je camera. Je zal miss lachen
maar vele kijken dit over het hoofd en staan stom dat hun fotos niet mooi
zijn.
Vroeger
moesten de fotografen dit inschatten omdat ze geen lichtmeter hadden,
tegenwoordig staan dat standaard op het fototoestel. Als je door de zoeker van
een DSLR kijkt en je drukt de onspanknop half in zal je een balkje zien in het
midden met de getallen 2 1 0 +1 +2 en
daaronder een blokje. Een goede foto heeft een grijswaarde van 18% dus het
blokje op 0.
Staat het
balkje op 1 of 2 dan is je foto onderbelicht staat het aan de andere zijde is
hij overbelicht. Om dit de compenseren moet je ofwel je sluitertijd aanpassen,
of de diafragma. Ook kun je de ISO-waarde aanpassen, hiermee moet je wel opletten een te hoge iso brengt ruis mee in de foto.
Licht meten
kan je op drie verschillende methodes doen.
1.
Centrumgerichte meting.
2.
Spotmeting.
3.
Meerveldsmeting.
Bij centrumgerichte meting word het licht in het midden van de
foto gemeten. dit is het meeste gebruikte methode omdat het onderwerp meestal
in het midden staat.
Bij Spotmeting is het meer voor de speciale gevallen.
Bijvoorbeeld een specifieke kleur die moet worden benadrukt.
Bij een meerveldsmeting word de foto verdeeld in 9 segmenten.
De bovenste drie ( meestal lucht) word het minste rekening mee
gehouden.
Hoe verder naar beneden hoe beter gemeten.
Deze topic in nog onder construtie kan dus mogelijk
zijn dat het niet volledig is en nog aangepast kan worden!
De eerste fotos waren fotogrammen (afdrukken van
voorwerpen zonder gebruik van een camera). Rond 1802 lukte het om afdrukken van
voorwerpen op papier vast te leggen dat met zilvernitraat was geprepareerd.
Deze fotos konden niet worden bewaard. Pas toen men een fixeermethode
ontdekte, kon het echt werk pas beginnen.
In 1826 wist de Fransman J.N. Nièpce voor het eerst met een camera een positief
beeld vast te leggen. De belichtingstijd was acht uur! In 1837 ontwikkelde zijn
landgenoot L.J.M. Daguerre een methode om beelden op zilverplaten vast te
leggen en de belichtingstijd te verkorten.
Spiegelreflex
Het spiegelreflexprincipe werd al toegepast in
de 19e eeuw. Door de Engelse fotograaf
Thomas Suttonin 1861. De eerste éénogige-spiegelreflexcamera
was de Kine-Exakta van de Ihagee Kamerawerke uit Dresden (Duitsland). Op de
markt gebracht in 1936. In 1950 werd er een vernieuwde versie op de
markt gebracht de Exakta varex.
In de jaren 1950-1960 kwam er een opmars van het
japanse merk Pentax
Zo kwamen zij met de vlug-terug spiegel terwijl
de oudere versies de spiegel open bleef staan zolang de sluiter niet
opgespannen werd. Ook een universele lensvatting, pentaprisma en door de lens
lichtmeting werd door hun uitgebracht. In 1970 pakte pentax uit men een
autofocus, maar heeft nooit echt aangeslagen.
Pas vanaf 1985 met de minolta 7000 is de
autofocus beginnen verkopen.
Dankzij het japanse merk Canon is de spiegelreflex
betaalbaar geworden voor de gewone consument met de Canon EOS 300D in het jaar
2007. Nikon volgde met de D70.