Foto
Inhoud blog
  • Zet de Koran aan tot geweld?
  • Het sauslepeltje van het celibaat
  • Religie is net als porno...
  • België in schaamte
  • Wandaden bij de Kerk
    Data om niet te vergeten!

    Belangrijke data in mijn agenda

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Kunnen we over religie filosoferen?

    31-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kunnen we over religie filosoferen?

    Kunnen we over religie filosoferen?

    Religie en filosofie. Vriend of vijand?

    Sint-Gertrudiscollege: een katholieke school. De meeste leerlingen zijn dan ook gedoopt, hebben hun eerste communie gedaan en het heilig vormsel ontvangen. Kortom: de leerlingen, waarvan ik er één ben, zijn gelovig. Maar ondanks het feit dat we met 1000 gelovige jongeren op één school zitten, wordt er over ons geloof zelden, zeg maar nooit, gesproken. Waarom? Religie en geloof zijn nu eenmaal moeilijke onderwerpen die in onze moderne westerse maatschappij niet zo vanzelfsprekend zijn. “Waarom zouden we geloven? In wat zouden we geloven?” Bij het stellen van deze vragen dreigen we de grens met filosofie te overschrijden. Filosofie: iets wat vele mensen bezig houdt, maar toch weinig wordt besproken. Maar, wat moeten we aanvangen met de combinatie van religie en filosofie? Twee disciplines die in onze maatschappij slechts weinig aan de orde komen gaan combineren, is dit wel mogelijk?

    In eerste instantie lijkt een combinatie van filosofie en godsdienst perfect mogelijk. Ze hebben namelijk één basiselement gemeen: het doel van beide disciplines is een antwoord te geven op de schijnbaar antwoordloze vragen in ons leven. “Wat is goed en wat kwaad? Hoe moeten we denken over de dood? Is er iets na de dood?” Maar ondanks deze fundamentele gelijkenis bestaan er toch al eeuwenlang strubbelingen tussen religie en filosofie. En deze strubbelingen zijn na al deze jaren nog steeds aanwezig…

    Hoe kunnen we denken over God?

    Heel wat fundamentele gelovigen steunen de visie die verkondigt: “Je kunt niet bewijzen dat God niet bestaat, dus God bestaat.” Naïeve, goedgelovige zieltjes zullen dit misschien aanvaarden, maar een rationeel mens is zo snel niet overtuigd! Voor een student retoriek is het namelijk overduidelijk dat dit een argumentum ad ignorantiam is. Voor de niet-Latinisten onder u: argument van de onwetendheid, in de volksmond ook wel gekend als een DROGREDEN! Ik sluit bij dit onderwerp dan ook liever aan bij de mening van A.J Ayer (20e eeuw). Hij stelt dat dingen alleen maar filosofisch waar kunnen zijn als we ze ruiken, zien, voelen,... Aangezien we God niet zintuiglijk waarneembaar is, is het volgens Ayer dus fout te stellen dat God niet bestaat. Maar even goed is het fout te zeggen “God bestaat”. Ayer geeft ons dus geen concreet antwoord op de vraag “Bestaat God?”, maar zijn redenering lijkt mij wel aanvaardbaar.

    Tegenover deze opvatting staat de gerenommeerde Augustinus (4e- 5e eeuw). Hij zette zich af tegen de stoïcijnse filosofen, die de grote levensvragen beantwoordden zonder tussenkomst van God. Augustinus meende echter dat de mensen God nodig hadden om tot de waarheid te komen. Met rede alleen was dat volgens hem niet mogelijk. Enkele eeuwen geleden werd dit zonder problemen geloofd, maar laat ons eerlijk zijn. In de huidige maatschappij is het ondenkelijk de rede te verwerpen voor God. Eén van Augustinus’ aanhangers was Anselmus (11e- 12e eeuw), aartsbisschop van Canterbury, een naam die sommigen onder jullie misschien bekend in de oren klinkt.

    Anselmus is, hoewel zijn naam ons anders doet vermoeden, niet afkomstig uit Canterbury maar wel uit Italie. Als vrome 15-jarige jongeman wil hij graag tot het klooster toetreden, maar dit is tegen de wil van zijn vader. Anselmus geraakt op de dool en na enkele jaren van omzwervingen komt hij in Frankrijk terecht. Daar treedt hij als monnik toe tot het klooster in Bec. Na 3 jaar als gedienstig monnik wordt hij op 30-jarige leeftijd benoemd tot prior. Dankzij deze benoeming komt Anselmus geregeld in Engeland wat uiteindelijk leidt tot de benoeming tot aartsbisschop van Canterbury. De jaren die volgen krijgt Anselmus het geregeld aan de stok met de koning van Engeland en hij wordt dan ook regelmatig verbannen of op missie gestuurd door de koning. Gedurende zijn verblijven in het buitenland neemt hij de tijd om boeken te schrijven en zijn godsdienstige ideeën verder te ontwikkelen. Hierbij speelde Augustinus een voorbeeld rol. Anselmus was dan wel minder radicaal en uitgesproken dan Augustinus, maar toch liet hij enkele interessante opinies na. In de eerste plaats zag hij geen problemen of tegenstellingen tussen religie en filosofie. Hij was namelijk van mening dat “fides quaerens intellectum”. “Het geloof zoekt naar redelijk inzicht”. Toch zijn bij Anselmus’ theorieën een sterke religieuze invloed niet weg te denken. Hij stelt namelijk dat de enige die de waarheid kan kennen, een gelovig mens is. En dat bij het zoeken naar deze waarheid en naar de openbaring het verstand tot dienst moest staan. Anselmus was dus duidelijk pro-religie, maar vond ook dat we de rede niet achterwege mochten laten.

    Deze combinatie van geloof en rede brengt ons naar een volgende denkpiste, een soort “gulden middenweg”. De belangrijkste vertegenwoordiger van dit middenterrein is Thomas van Aquino (13e eeuw). Voor hem stonden filosofie en religie niet lijnrecht tegenover elkaar, maar waren beide deel van wat hij beschouwde als “de goddelijke wet”. Hieruit volgde dat alles wat redelijk was, ook in lijn was met de goddelijke waarheid. Dit is een stelling waarin ik mij gedeeltelijk kan vinden. Het lijkt mij aanvaardbaar dat wat redelijk is, in lijn is met de waarheid. Maar het is de woordkeuze “goddelijke waarheid” die mij stoort. Wat is de goddelijke waarheid? We weten niet of God al dan niet bestaat en wie God eigenlijk is. Hoe kunnen we dan weten wat de goddelijke waarheid is?!

    Het bestaan van God: te bewijzen of slechts een fabeltje?

    Al vele jaren zijn religieuze denkers op zoek naar filosofisch aanvaardbare en geldige redenen om het geloof te ondersteunen. Een zware opdracht die resulteerde in 3 vermeldenswaardige theorieën.

    Allereerst hebben we het argument van doelmatigheid dat luidt als volgt: het feit dat de wereldlijke orde, structuur en samenstelling zo perfect in elkaar zit veronderstelt toch wel het bestaan van een goddelijke maker!? In eerste instantie misschien moeilijk te begrijpen, maar makkelijk uit te leggen aan de hand van volgend voorbeeld van William Paley  (18e eeuw): “Als we op een verlaten eiland een horloge zouden vinden, zouden we direct veronderstellen dat iemand het had gemaakt en daar had gelegd. Bij een steen of twijgje zouden we dat echter niet denken.” We zouden de wereld moeten beschouwen als een horloge. Het zit zo fascinerend in mekaar dat er iemand moet zijn die het heeft ontworpen. En wie kan die “iemand” zijn behalve God?

    Ikzelf, samen met de meesten van mijn generatie, geloof niet dat er een God is die de wereld heeft ontworpen zoals William Paley het voorstelt. Wij zijn opgegroeid in een wereld vol wetenschap en logische, bewijsbare verklaringen zodat we een “scheppende God” moeilijk kunnen aanvaarden. Er is gewoonweg gebrek aan tastbaar bewijs. De meeste jongeren, ook ik, zijn aanhangers van de evolutieleer en staan zeer sceptisch ten opzichte van het creationisme. Maar bij het lezen van vorig voorbeeld stelde ik mij toch de vraag “Is het wel mogelijk dat een complexe eenheid zoals onze wereld gewoon door toeval is ontstaan? Is het mogelijk dat de aarde, die ontstaan is uit enkele simpele stoffen, door een reeks toevalligheden geëvolueerd is tot zoiets wonderlijk?” Ik kan bijna niet geloven dat het ontstaan van ons universum, de hemel, de aarde, … berust op puur toeval. Dat zou namelijk willen zeggen dat ook de mens een toevalligheid is, iets wat ik gezien het menselijke vermogen niet kan geloven. Aangezien ik denk, en hoop, dat wij niet slechts het resultaat zijn van toevalligheden, geloof ik wel dat er “iets” of “iemand” aan de basis ligt van ons bestaan. Maar of deze iemand wel God is, zoals de godsdienstfilosofen beweren, daarover kan ik mij niet uitspreken.

    Een felle tegenstander van dit “argument van doelmatigheid” is David Hume (18e eeuw). Er wordt dan wel gezegd dat de wereld perfect geordend is, maar Hume vraagt zich af hoe we zeker kunnen zijn dat dit werkelijk zo is? De mens heeft slechts een beperkt zicht op de wereld. En met dit beperkte zicht zien wij een zekere orde in de kosmos. Maar hoe kunnen wij hieruit oordelen of er al dan niet chaos is in het universum? Volgens Hume is het dus fout te stellen dat er een God bestaat die het complexe systeem van onze aarde heeft ontworpen, aangezien het systeem waarschijnlijk niet zo foutloos is als velen denken.

    De tweede ‘pro-God’ theorie wordt het argument van de eerste oorzaak genoemd. Meer concreet betekent dit dat er voor alle dingen een ultieme oorzaak bestaat. Dus ook voor het bestaan van deze wereld. En het is deze eerste oorzaak die we God noemen. Dit lijkt mij een zeer zwak argument en de kritiek ligt dan ook voor de hand. Zelfs al bestaat er zoiets als een “eerste oorzaak”, waarom zou dit dan God zijn? Het zou even goed een onpersoonlijk energieveld kunnen zijn dat uitgestorven is na het vormen van onze aarde. Wanneer we over deze eerste oorzaak echter dieper nadenken kunnen we de vraag stellen “Door wie of wat is dat energieveld dat heeft geleid tot onze wonderlijke wereld dan wel ontworpen?” Als we deze denkpiste opgaan komen we opnieuw terecht bij het “argument van doelmatigheid”, wat ons leidt naar een doodlopende straat. Een antwoord over het bestaan van God hebben we nog steeds niet.

    Het derde een laatste argument wordt het ontologische argument genoemd. De persoon die hiervoor de basis heeft gelegd is jullie al bekend: Anselmus van Canterbury. Zijn denkwijze bestaat uit een meervoudig syllogisme te beginnen met: “God is, per definitie, het volmaaktste wezen dat denkbaar is.” Over het menselijk bestaan stelde hij: “Het is beter te bestaan dan niet te bestaan, dus iets wat niet bestaat kan nooit volmaakt zijn.” Hieruit volgt dat een niet bestaande God minder volmaakt is dan een bestaande. En aangezien, volgens de eerste stelling, God het volmaaktste wezen is, concludeert Anselmus dat God moet bestaan. Dit bewijs werd in de 20e eeuw geformaliseerd door Kurt Gödel en houdt in dat God moet bestaan omdat wij in staat zijn hem voor te stellen. En omdat bij het horen van het woord “God” , beelden en gedachten bij de mensen oprijzen, ook bij atheïsten.

    Uiteraard geraakt ook deze theorie er niet vanaf zonder enige tegenkritiek. Men stelt namelijk dat er geen noodzakelijke band is tussen het vermogen om zich iets voor te stellen en het werkelijke bestaan van het voorgestelde, iets wat mij logisch in de oren klinkt! Laat ik dit even uitleggen aan de hand van een kort voorbeeld. Stel dat ik een compleet nieuw woord uitvind: ET. Dit nieuwe woord verwijst naar een buitenaards wezen dat onze aarde bestuurt. Aan iedereen die ik tegenkom vertel ik over ET, ik schrijf er boeken over, maak documentaires, maak films en richt zelfs gemeenschappen op. Na enkele decennia zal de hele wereld ET kennen en zich een beeld kunnen vormen bij het woord. Bij iedereen die het woord hoort zal ET een weerklank oproepen. Ook al heb ik dat woord gewoon uitgevonden,er een betekenis aan gegeven en is er dus niets van waar. Het is dus niet omdat iedereen ET kent dat er ook werkelijk een buitenaards wezen bestaat dat onze aarde bestuurt. Dit is een uiterst simplistisch voorbeeld, maar het toon wel duidelijk aan dat het ontologisch argument nergens op slaat. Het is niet omdat de hele wereld een woord kent, dat de betekenis achter het woord ook echt bestaat.

    Kunnen we een filosoferen over religie?

    Kunnen we filosoferen over religie? Ik denk het wel! Het is niet omdat we geen concreet antwoord zullen vinden op onze vragen, dat er niet over kan worden nagedacht. We zullen bij het filosoferen over religie een waaier aan antwoorden vinden. Hierbij zijn geen foute, maar ook geen juiste antwoorden…

    Door dit gebrek aan antwoorden zullen gelovigen snel het gevoel krijgen dat het bestaan van God niet kan verklaard worden door filosofische “slimheid”. In hun ogen is geloven veeleer een zaak van geloof. Zelf vind ik ook dat iemands geloof niet mag afhangen van de overtuiging van godsdienstfilosofen. Het is niet omdat zij zeggen dat God bestaat, dat we onmiddellijk gelovig moet worden. Of omgekeerd. Geloof is iets persoonlijk, overtuigd zijn van je levensopvatting en die weerspiegeld zien in je geloofsovertuiging. Geloof is een kwestie van je persoonlijke “geloven”. Filosofen zullen religie op hun beurt dan weer bekijken als charmant, maar op filosofisch vlak gewoonweg nonsens. De discussies tussen gelovigen en filosofen is al eeuwenoud en zullen waarschijnlijk nog vele eeuwen blijven bestaan. Maar ik daag jullie uit daar verandering in te brengen! 

    Bronnen :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Godsdienstfilosofie
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Anselmus_van_Canterbury
    http://www.isidorusweb.nl/asp/default.asp?t=show&id=2429
    Grote Vragen- Bas Heijne
    Het verhaal van de filosofie- Bryan Magee

    31-03-2010 om 00:00 geschreven door sophie  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Rondvraag / Poll
    Kunnen we over religie filosoferen?
    Ja
    Nee
    Bekijk resultaat


    Mijn favorieten
  • Godsdienstfilosofie op Wikipedia
  • Anselmus van Canterbury

  • Zoeken met Google




    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!