Lang geleden hier heel ver vandaan was er eens een prins, prins Liam. Prins Liam was niet zo gelukkig, want een paar dagen geleden maakte hij een wandeling in het bos. Tijdens zijn wandeling kwam hij een toverput tegen. Prins Liam wou een wens doen, hij leunde iets te ver voorover en voor hij het wist lag hij beneden in de put.
Rond de toverput kroop een reusachtige gemene spin en die vertelde dat de prins enkel bevrijd kan worden door zijn ware liefde.
De prins had een beschermelfje dat altijd bij hem was. Het elfje probeerde altijd zo goed mogelijk voor prins Liam te zorgen. Ook nu hij in de put zat zorgde ze ervoor dat hij genoeg te eten en te drinken kreeg. Maar spijtig genoeg kon zij hem niet bevrijden uit de toverput, want dat kon enkel zijn ware liefde.
Tot het elfje op een dag op de rand van de put zat en een idee kreeg. Ik weet wat we kunnen doen, we maken een grote affiche waar opstaat dat we jouw ware liefde zoeken en hopelijk vinden we zo degene die jou kan bevrijden.
Ik weet niet of dat gaat lukken, maar we hebben niets te verliezen. We proberen het! zei prins Liam enthousiast.
Het elfje maakte enkele mooie affiches en vloog over heel het land om de affiches op te hangen.
Alle landgenoten lazen de affiche:
Geachte bewoners van Vulona,
Prins Liam viel enkele dagen geleden in een toverput.
Hij kan enkel bevrijd worden door zijn ware liefde.
Opgelet: om de prins te bevrijden moet je wel erg dapper zijn,
want voor de toverput ligt een reusachtige spin.
Ik verwacht iedereen die wil proberen prins Liam te bevrijden morgen om 10 uur hier op het dorpsplein.
Getekend beschermelfje Ella.
Maar de volgende dag waren er maar 2 vrouwen te zien, want erg veel vrouwen in het land sprongen al op hun stoel voor kleine spinnen. Ze zouden het zeker niet opnemen tegen een reusachtige spin.
Ja, dan hoop ik dat de ware liefde van prins Liam hiertussen zit. Zei elfje Ella triest.
De eerste vrouw was de dochter van de slager. Oké, we beginnen met jou. Omdat de tocht door het bos erg lang is moet je eerst deze ezel tam maken zodat je hem kan berijden. Zei elfje Ella.
Maar zoals jullie wel weten zijn ezels heel erg koppig. Ze doen echt nooit wat je vraagt .
Je moet dus veel geduld hebben als je een ezel tam wil maken. Maar de dochter van de slager had helemaal geen geduld en de ezel smeet de dochter van de slager elke keer op de grond als ze op hem kroop. Zo ga je nooit tot bij prins Liam geraken hoor jammerde elfje Ella. Probeer jij maar eens zei ze tegen de tweede vrouw.
De tweede vrouw was een beeldige prinses uit een ander land. Ze had van haar dienaren gehoord van de prins die vastzat in de put. De prinseshad in het kasteel wel 100 dieren en ze wist dan ook meteen hoe ze met de ezel om moest gaan. De prinses ging heel rustig naar het dier en streelde hem. Een klein uurtje was ze bezig met de ezel en inderdaad op één, twee, drie zat ze op de ezel. Nu de prinses de ezel kon berijden vertrokken ze samen naar het bos.
Ze zagen het dorp al lang niet meer liggen toen ze plotseling aan een rivier kwamen. De rivier was zo breed dat ze er niet over konden springen. De prinses kon geen andere manier bedenken om aan de overkant van de rivier te raken, dus keerde ze terug naar het dorpsplein.
Aangekomen op het dorpsplein begon elfje Ella hard te huilen. In de meubelwinkel werkte Erik . Erik hoorde het gehuil en rende naar buiten. Hij vroeg aan elfje Ella waarom ze zo moest huilen.
snif snif, ik zoek de ware liefde van Prins Liam , alleen zo kan hij bevrijd worden uit de put. Maar het lukt zelfs geen enkele vrouw om bij hem te geraken.
Misschien kan ik wel eens proberen?zei Erik zachtjes.
Maar jij bent een man, jij kan toch helemaal niet de ware liefde van prins Liam zijn!
En waarom zou dat wel niet kunnen? Het kan toch geen kwaad om mij eens te laten proberen? Daar heb je gelijk in , we proberen het !
Elfje Ella vertelde Erik ook over het probleem met de rivier. Hmm misschien heb ik wel een oplossing voor dat probleem. Ik haal even nog wat spullen en we vertrekken riep Erik terwijl hij naar de meubelwinkel liep.
Eric kwam terug met een rugzak vol met spullen, ze zadelden de ezel en vertrokken.
Net zoals de vorige keer kwamen ze ook aan de rivier. Eric deed zijn rugzak open en haalde er een grote bijl uit. Erik ging wel vaker hout hakken in het bos, om meubels van te maken. Daardoor was hij heel erg sterk en hakte hij nu ook zonder moeite een boom om. De boom viel recht naar de overkant. Zo konden Erik en de ezel naar de overkant wandelen. Na uren wandelen zagen ze in de verte een kleine zwarte stip.
Het was de reusachtige gemene spin die voor de put lag te slapen. Ze wandelden nog iets dichterbij. Eric begon hout te sprokkelen en maakte een groot kampvuur.
Je zou beter iets doen om die spin weg te jagen in plaats van je te verwarmen aan een kampvuur. zei elfje Ella kwaad.
Shhhttt, dat ga ik ook doen.
Eric nam nog enkele vuurstokjes uit zijn rugzak en hij stak deze aan in het kampvuur. De vuurstokjes begonnen te knetteren en hierdoor werd de spin wakker. De spin kwam aangerend om Eric op te eten, maar net toen ze Erik wou bespringen zag ze het vuur. De spin schrok van het vuur en liep vliegensnel weg.
Elfje Ella vloog naar de put en riep op prins Liam Prins Liam, ik ben hier met je ware liefde !
Haal me dan maar vlug uit deze put!
Erik nam een touw uit zijn rugzak en trok Prins Liam naar boven. Maar jij bent een man, hoe kan jij nu mijn ware liefde zijn? Maar voor Erik kon antwoordde zag Prins Liam de schittering in zijn ogen en zag hij dat Erik dan toch zijn ware liefde was.
Prins Liam nam Erik mee naar het kasteel en vertelde iedereen over zijn grote avontuur. Natuurlijk waren ze daar zo blij dat prins Liam levend en wel terug gekomen was en vonden ze Erik een echte held. Algauw trouwe prins Liam en Erik . Zo werd ook Erik een prins en leefde ze nog lang en gelukkig
Heel lang geleden leefde er eens een heel klein elfje. Elfjes zijn altijd klein, ze zijn meestal maar een duim groot. Maar dit elfje was wel erg klein. Ze was maar een halve duim groot ! Daarom werd ze bij haar geboorte Neliela genoemd. Ze werd zo genoemd omdat Neliela klein betekent in het land waar ze woonde. Neliela vond het helemaal niet erg dat ze klein was, want elke elf ziet er anders uit. Er waren elfjes met grote neuzen, elfjes met kromme vleugeltjes en Neliela was gewoon een beetje kleiner dan de andere. Wat ze wel erg vond was dat ze al 20 seizoenjaren oud was en dat ze nog steeds niet kon toveren. Elke keer als ze haar toverstafje in de lucht zwierde kwamen er maar enkele kleine sterretjes uit, en voor de rest gebeurde er helemaal niets! Ze probeerde ook al 100de toverspreuken uit, maar het lukte haar zelfs niet om nog maar iets kleins te toveren. Wat wou Neliela toch graag iets toveren, al was het maar een klein madeliefje.
Maar zolang Neliela niet wist wat voor soort elfje ze was kon ze niet toveren. Je had allerlei verschillende soorten elfjes, er waren: winterelfjes, knutselelfjes, zomerelfjes, bloemenelfjes, kookelfjes en nog 100de andere elfjes. Hoe kon Neliela nu weten wat voor elfje zij was? Soms lachte de andere elfjes haar zelfs uit. Haha, die kleine Neliela weet nog steeds niet wat voor elfje ze is, ze is een nietselfje zeiden ze dan. Hier werd Neliela erg droevig van. Want ze wou geen nietselfje zijn. Ze wou mooie dingen kunnen toveren, net zoals al die andere elfjes. Enkel Rakan haar beste vriend begreep haar. Hij kwam haar troosten als de andere elfjes haar weer eens uitlachte.
Op een dag stelde Rakan voor dat Neliela maar eens moest gaan kijken hoe de andere elfjes toverden. Dus ging Neliela op pad. Het elfje dat voor de winter zorgde was al volop aan het oefenen. Ze maakte de mooiste sneeuwvlokjes om in de winter te laten neerdwarrelen. Ze hield haar toverstafje in de lucht en ze sprak een wel heel speciale toverspreuk uit:
ijs, vlokje, ijs maak nu toch die mooie reis. Laat je meevoeren met de wind en tover een lach op het gezicht van ieder kind.
Het winterelfje tikte een paar keer in de lucht met haar toverstokje en plotseling dwarrelden er duizenden sneeuwvlokjes uit de lucht naar beneden. Met grote ogen keek Neliela verbaasd naar boven. Kunnen er zo mooie sneeuwvlokjes uit je toverstaf komen. vroeg ze zich af.'Hoe doe je dat?' vroeg ze zenuwachtig aan het winterelfje. Ik weet het niet. Op een dag wist ik het gewoon. Ik ben een winterelfje! Hoe weet je dat dan wat voor elfje je bent? Het is gewoon een gevoel in je buik dat je voelt. Je krijgt het dan heel erg warm in je buikje. Hoe kan je het nu warm krijgen door aan de winter te denken? Als ik aan de winter denk dan krijg ik het alleen maar heel erg koud. En de sneeuw die is toch zo wit, hij heeft helemaal geen kleur. Ik houd meer van allemaal mooie kleuren. Dan ben jij zeker geen winterelfje, want in de winter ziet alles er meestal wit uit. Een winterelfje ben ik dus al zeker niet.
Misschien moet ik maar eens langsgaan bij de bloemenelfjes. Die mooie bloemen hebben wel heel erg veel kleuren.
Gras, zo kaal, gras zo groen Ik geef je met mijn toverstafje een kleine zoen. Hup omhoog, ja hoor, groei! Zo staan alle bloemen in bloei.
Deze toverspreuk hoorde Neliela al van ver. Ze werd al gelukkig als ze zag hoe al die kleine bloemetjes de lucht inschoten. Elke keer als een bloemenelfje het gras aanraakte kwam er een klein bloemetje tevoorschijn. Heel het grasveld stond al vol met bloemen. Er stonden bloemen in alle kleuren van de regenboog. Rode, oranje, gele, groene, blauwe en paarse bloemen. Vind je onze bloemen mooi? Neliela schrok, ze was zo naar al die prachtige kleuren aan het kijken dat ze niet zag dat er een bloemenelfje langs haar stond. Ooh, ik zag je niet staan. Ja, hoor ik vind jullie bloemen prachtig. Dan moet je maar eens komen kijken naar onze nieuwste bloemen. Het bloemenelfje vloog samen met Neliela naar een weide vol met de nieuwste soort bloemen. Het was een weide vol met roze bloemen. Nee, die bloemen vind ik helemaal niet mooi. Roze komt toch helemaal niet voor in de kleuren van de regenboog? Nee, dat is waar, maar dan ben jij misschien geen bloemenelfje, maar wel een regenboogelfje. Ga meer eens bij hen langs, misschien ben je gewoon betoverd door al die kleuren om je heen.
Bij de regenboogelfjes aangekomen zag Neliela iets wonderbaarlijk. De regenboogelfjes werkten met twee samen. Er was een lichtelfje en een waterelfje. Het waterelfje liet een kleine waterstraal uit haar toverstaf tevoorschijn komen en het lichtelfje liet enkele straaltjes licht uit haar toverstafje komen. En als dat licht en dat water samen kwamen, kwam er een mooie regenboog tevoorschijn. Natuurlijk hadden ook het licht en het waterelfje een wondermooie toverspreuk.
Water en licht wat een mooi zicht kijk eens wat een mooie kleuren hier gaat heel je dag van opfleuren.
Zo verschenen er wel heel veel regenbogen in de lucht. Al die kleuren, ik zou er zo van wegdromen. Enkel jammer dat een regenboog enkel maar lijnen heeft. Het zou toch veel mooier zijn als je van al die kleuren ook een vierkant kan makenof een rechthoek of een auto of een .. en toen werd het kleine elfje onderbroken. Dat kunnen wij wel niet hoor. Wij maken enkel rechte lijnen en als jij het beter kan dan moet jij dat maar eens proberen! Snauwde een lichtelfje haar toe.
Neliela was een beetje droevig. Ze wou zo graag iets moois en bijzonders kunnen maken van al die mooie regenboogkleuren. Maar hoe zou ze dat ooit voor elkaar krijgen als ze niet eens kon toveren? De andere elfjes zullen me vast weer uitlachen dacht ze. Ik ben nog steeds een nietself! Ze ging dan maar terug naar haar kleine elfenhuisje. Ze stortte zich neer op haar bed en huilde. Ze huilde zo hard dat Rakan haar hoorde. Rakan klopte op haar deurtje en riep haar : Neliela doe open ik ben het. Wat is er, kan ik je helpen? Maar Neliela antwoordde niet. Ze was gewoon ontroostbaar, heel de nacht door huilde ze. Rakan was radeloos, wat moest hij nu doen om haar te helpen. Hij dacht na tot zijn kleine elfenhoofdje er pijn van deed. En plots! Had hij een idee. Hij vloog zijn elfenhuis uit naar de bloemenweide. Hij plukte er de mooiste bloemen, in alle kleuren van de regenboog, want dat waren de kleuren waren Neliela van hield. Hij maakte er een mooi boeketje van en bond er een mooie, grote rode strik rond. Hij vloog vliegensvlug naar Neliela. Maar Rakan vloog zo snel dat hij tegen de deur botste. Baf! Auw auw! Neliela deed de deur open en hielp Rakan opstaan. Wat doe je nu toch sufferd. Waarom vloog je zo snel? Ik wou je dat mooie boeketje bloemen daar brengen.' en hij wees naar de deur. Maar kijk nu de bloemen zijn helemaal stuk. Dat is niet erg, met je zotte toeren bracht je mij al aan het lachen. Ik raap de bloemen wel even op. Maar omdat Neliela zo een kleine vingertjes had kreeg de bloemen niet zo gemakkelijk opgeraapt. Ze moest wel heel hard op de afgevallen bloemblaadjes duwen om ze opgeraapt te krijgen. Na lang proberen kreeg ze dan toch een blauw bloemblaadje opgeraapt. Maar wat zag ze daar op haar witte vloer? De vloer zag een beetje blauw. Door het bloemblaadje op te rapen en erop te duwen gaf het bloemblaadje een beetje kleur af. Neliela raapte zo al de kleine bloemblaadjes op en gooide ze in de vuilnisbak. Toen alle blaadjes opgeraapt waren had haar vloer alle kleuren van de regenboog. Oo nee, nu is door mijn fout jou vloer vernield. Ik beloof je dat ik hem terug helemaal wit kom schilderen.zei Rakan. Maar dat wil ik helemaal niet. riep Neliela uit. Ik vind mijn vloer mooi zo. Ik vond die witte vloer altijd al zo saai, nu vind ik hem veel mooier. Ja, eigenlijk vind ik je vloer ook wel mooi met al die kleurtjes en als je goed kijkt zie je daar een auto in de blauw-gele vlek. Je hebt gelijk! Hier zijn de raampjes en hier de wielen. Dat brengt me op een idee! Neliela vliegt naar haar kast en haalt er een groot wit papier uit. Ze legt het papier op de tafel enhaalt al de bloemblaadjes uit de vuilbak. Ze legt de bloemblaadjes langs het papier en ze neemt er een blauw uit. Ze begint het blauwe bloemblaadje vanboven op het witte papier te wrijven. Dit is de lucht! roept ze. Dan neemt ze een groen bloemblaadje en begint onderaan haar blad te wrijven. En dit is het gras. Dan begint ze allemaal rode bloemetjes te tekenen met de rode bloemblaadjes en de gele bloemblaadjes gebruikt ze voor de zon. Het is helemaal af! Ze neemt haar blad op en laat het fier aan Rakan zien. Wauw, dat is mooi! Het is net onze bloemenweide!
Ik denk dat ik weet wat voor een elfje jij bent! Jij bent een kunstelfje. Jij maakt kunst van de mooiste bloemen van onze bloemenweide en dat is iets dat niet elk elfje kan! Maar ik kan nog steeds niet toveren! riep Neliela boos uit. Aah nee? Kijk dan maar eens goed op je papier. Jij hebt van een wit papier een prachtige bloemenweide gemaakt en dat noem ik pas toveren. Jij hebt helemaal geen toverstaf of toverspreuk nodig. Jij tovert helemaal zelf van diep uit je kleine elfenhartje. Neliela was wel erg fier op haar zelf getekende bloemenweide en ging het aan alle elfjes laten zien. Alle elfjes vonden het kunstwerk wondermooi en zagen nu wat voor een speciaal elfje Neliela werkelijk was. Zo komt het dat de andere elfjes Neliela nooit meer een nietself noemde. Vanaf toen was zij de bijzonderste elf van hen allemaal, een echte kunstelf.