Ze worden talrijker: universitair gediplomeerden die zich omscholen tot ambachtsman (De Morgen, 24 februari). Ik vind dat een geweldige evolutie. Intellectuelen die vaarwel zeggen aan zgn. goede functies in opgeblazen bedrijven en instellingen en terugkeren naar een vak, een beroep waar ze zichzelf kunnen zijn. Ik wil het ook niet romantiseren maar leve de kleinschaligheid, de autonomie, de vrijheid, het engagement, de ambacht, de creativiteit, de eigenheid. Misschien een trend als vorm van stil protest tegen logge instanties, machtsgeil leiderschap, onfrisse praktijken en gefaket maatschappelijk engagement.
Het probleem met seks en jongeren is blijkbaar niet (alleen meer) dat ze zwanger kunnen worden maar dat de soa's om de loer liggen. Vergeet de romantiek, de vaste relatie, het vertrouwen: ze moeten bij sex op 'zeker' spelen, geen risico's nemen voor onvruchtbaarheid of voor hun gezondheid. De pil is basic, een condoom noodzakelijk. Jammer.
Sommige mensen veranderen als ze ouder worden: banger, geïsoleerder, vervreemd, wantrouwiger, bozer en agressiever. Dat kan door hun ervaringen met de wereld komen. Of door een hersenziekte. Maar het kan ook zijn dat ze pas helemaal worden wat ze altijd al zijn geweest.
Drie vissers haalden een fles op uit de diepe zee. Er zat een stuk papier in met erop de volgende woorden: 'Mensen, red me! Ik ben hier. De oceaan heeft me aangespoeld op een onbewoond eiland. Ik sta op de kust en wacht op hulp. Haast u. Ik ben hier.'
'Geen datum. Het is vast te laat. De fles ligt misschien al lang in zee' zei de eerste visser. 'De plaats is ook niet aangegeven. We weten niet eens welke oceaan' zei de tweede visser. 'Het is te laat noch te ver'. Het eiland hier is overal' zei de derde visser.
Ze voelden zich ongemakkelijk, er viel een stilte. Dat gebeurt altijd bij algemene waarheden.
Uit: Szymborska, Eind en begin. Verzamelde gedichten. 2012.
Vreemd hoe macht van de ene op een bepaald moment over gaat naar de andere door gewijzigde omstandigheden. De bokkensprongen die dan gemaakt worden door diegene die de macht verliest en diegene die de macht wint, is grappig om te zien moest het niet zo zielig zijn. Mensen en macht. Het is me wat. Waarschijnlijk zouden u en ik er ook niet aan ontsnappen. Gelukkig zijn we modaal en zullen we nooit zo'n hoge toppen scheren maar ook nooit zo diep vallen. We zijn niet Icarus.
Waardig ouder worden. Doe dat maar eens in onze huidige professionele maatschappij. Werken tot ver over de zestig? Op topleidinggevenden na, word je niet meer serieus genomen eens over een bepaalde leeftijdsgrens (bepaal hem zelf aub). Je bent, in verhouding tot de jongere generatie, niet meer mee: te traag, te weinig mobiel, te conservatief, te weinig electronisch, te lelijk, te weinig energiek, te tolerant. Ik heb medelijden met sommige collega's. Binnen afzienbare tijd zullen andere collega's dat waarschijnlijk hebben met mij. Niet dat ik mij dat zal aantrekken. Ook zij zullen immers ooit aan die poort passeren.
Het is psychologisch perfect verklaarbaar door de attributietheorie: succes is te danken aan onszelf, mislukking aan de anderen. Maar hij is er wel keigoed in.
De jeugd van tegenwoordig! Vroeger gingen we nog eens buiten spelen, schilderen, scrabbelen, een boek lezen, een plaat opleggen, pingpongen, breien desnoods. Heden is alle ontspanning terug te brengen tot één ding: de computer. Alle vrienden zitten erin. Virtueel.
Een auto met automatische versnelling. Het druist tegen onze gewoonte in. We hoeven niets meer te doen. Het druist tegen onze natuur in. We willen nog altijd iets doen.
Relativeren wil zeggen dat je dingen in-relatie ziet, in verhouding tot iets anders, in perspectief van dingen die kleiner of groter zijn en daaruit de proportionele waarde van iets kan schatten. Relativeren is het omgekeerde van verabsoluteren. Ik heb een neiging tot het laatste maar ik oefen mij in het eerste.
Ophelia is met haar lied van waanzin klaar en komt van het toneel gerend, ongerust of haar jurk niet was gekreukt en haar haar viel zoals het moest.
De hartstocht ongeblust wast ze de zwarte wanhoop van haar ogen, en telt- Polonius' dochter toch gebleven- de bladeren in het haar. Ophelia, gegriefde, dat Denemarken jou - en mij- vergeven moge: gevleugeld kom ik om, geklauwd blijf ik in leven. Heel praktisch: Non omnis moriar van liefde.
Uit: W; Szymborska. Eind en begin. Verzamelde gedichten.
Van trapeze naar naar trapeze, in de stilte na na de plots verstomde roffel, door door de opgeschrikte lucht, sneller dan dan de last van het lichaam dat weer weer net niet wist te vallen.
Alleen. Of nog minder dan alleen, minder, want hij is kreupel en hij mist mist vleugels, mist ze erg, zo erg dat hij gedwongen is zijn overtocht beschaamd op naakte concentratie ongevederd te volvoeren.
Zwoegend licht, geduldig lenig, in berekende bezieling. Zie je hoe hij loert om weg te vliegen, weet je hoe hij samenzweert van top tot teen tegen wat hij eigenlijk is; weet je, zie je hoe sluw hij zich door zijn oude vorm heen rijgt en om de wereld wiegend in zijn handen te vangen zijn uit hemzelf geboren armen strekt-
het mooiste wat er is in dit ene dit ene, nu trouwens al verstreken ogenblik.
uit: W. Zsymborska. Eind en begin (verzamelde gedichten)
Oscar. Een boek van Jan Siebelink over een twee mannen en een vrouw. Altijd complex, nooit een happy end. De liefde: er is altijd wel een steekje los. En wij blijven maar breien.
Wat als dieren konden praten? Soms verwacht ik dat. Dat de hond en het paard iets gaan zeggen. Iets simpel. Maar ze zwijgen en wat ze willen zeggen, doén ze: hun kop tegen jou vleien, met hun neus duwen, verwachtingsvol kijken, je tegemoet komen, achter je aan lopen, rondom jou draaien, zich laten aaien, weghuppelen. Maar goed dan ze niét kunnen praten. We zouden onwel worden van al die liefde.
De vorige twee citaten komen uit de voorstelling 'Saint Amour'. Voor Valentijn maar dan gelukkkig iets meer verheffend. Over de onbereikbare geliefde waaronder de dode geliefde, de te jonge geliefde, de te oude geliefde, de erotische geliefde, de te kortdurende geliefde. Allemaal problematisch. Ik ben naar huis gegaan met de bereikbare geliefde.
Vanaf het moment van de ontmoeting zijn de minnaars zichzelf niet langer genoeg, ze weten zich geen raad met hun eigen lichaam, ze herkennen het niet als iets van henzelf omdat het ziek van liefde is, gemankeerd, veranderd in een reikhalzend gebrek, in iets wat niet naar behoren werkt als het zich op grote afstand bevindt van dat andere lichaam. De smachtende organen van de verliefde bedaren pas als hij de ander ziet, ruikt, aanraakt. Hij is de enige die mijn lichaam tot bedaren kon brengen en hij is dood. Rouw is verliefdheid zonder verlossing.
Uit: Conny Palmen; Logboek van een onbarmhartig jaar, Prometheus, 2011
Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart Gezeten in een sneltrein, die de trein
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.
En toch, zij duurde lang genoeg om mij,
Het eindloos levenspad met fletse lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.
Waarom hebt gij van dat blonde haar,
Daar de englen aan te kennen zijn? En dan,
Waarom blauwe ogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!
En waarom mij dan zo voorbijgesneld,
En niet, als 't weerlicht, 't rijtuig opgerukt,
En om mijn hals uw armen vastgekneld,
En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?
Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?
Fragment uit: Piet Paaltjens (1835- 1894), Snikken en grimlachjes.
"De beleefdheid is overbodig wanneer de moraal begint. De moraal is overbodig wanneer de liefde begint." Mijn one-liner als samenvatting van een boek over deugden. Ik denk dat dat juist is maar gezien het gebrek aan liefde en het gebrek aan moraal, zouden we de beleefdheid boven alles hoog in het vaandel moeten dragen. Ikzelf als eerste...
Vrouwen kunnen hun zonen nogal in de watten leggen. Zeker als er geen vader meer is. Helaas is dat geen goede zaak. Ze worden watjes in plaats van mannen.