De wederkomst van Jezus Christus
Inhoud blog
  • Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
  • De profeet Micha en het TIJDS-DAL in de heilsgeschiedenis
  • De Moeder van alle verwoestingen 1
  • De Moeder van alle verwoestingen 2
  • De Moeder van alle verwoestingen 3
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    18-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Moeder van alle verwoestingen 4

    Najaar 1661 v. Chr.: meganatuurcatastrofe-jaar!

    Het najaar van 1661 v. Chr. kan exact verbonden worden met de meganatuurcatastrofe die in het Bijbelboek Job beschreven wordt:

    Job 1:16 Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: Het vuur Gods viel uit den hemel, en ontstak onder de schapen en onder de jongeren, en verteerde ze; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen.

    Job 9:1 Maar Job antwoordde en zeide: 2 Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God? 3 Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden. 4 Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad? 5 Die de bergen verzet, dat zij het niet gewaar worden, Die ze omkeert in Zijn toorn; 6 Die de aarde beweegt uit haar plaats, dat haar pilaren schudden; 7 Die de zon gebiedt, en zij gaat niet op; en verzegelt de sterren; 8 Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee; 9 Die den Wagen maakt, den Orion, en het Zevengesternte, en de binnenkameren van het Zuiden; 10 Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

    Job 26:7 Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet. 8 Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet. 9 Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover. 10 Hij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis. 11 De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden. 12 Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing. 13 Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen. 14 Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

    Een Joodse overlevering leert dat het onheil over Job met nieuwjaarsdag een aanvang nam: “This day of Job's accusation was the New Year's Day, whereon the good and the evil deeds of man are brought before God.” (Legends of the Jews, by Louis Ginzberg, Chapter III, Job and the Patriarchs)

    Het beschreven vuur uit de hemel uit Job 1:16 geschiedde in de maand oktober en sluit aan met de beschreven cyclus van meganatuurcatastrofes.

    De Seder Olam die ik eerder citeerde, geeft aanwijzingen waarmee we het jaar 1661 v. Chr. als navigatiepunt op de tijdsbalk kunnen vastpinnen. De geboorte van Job plaatsten we in het jaar van de trek van Jacobs familie naar Egypte in het jaar 1699 v. Chr. De leeftijdsspan van Job was 140 jaar wat hem een plaats op de tijdsbalk geeft van 1699 tot 1559 v. Chr. Job was in zijn achtendertigste levensjaar toen het vuur uit de hemel toesloeg.

    Volgens het onderzoek van Donald W. Patten is het niet mogelijk vanuit de Bijbel of de Talmoed de catastrofe ten tijde van Job te dateren? Zij geven in hun studie twee mogelijke jaartallen op: oktober 1728 v. Chr. en/of 1620 v. Chr. Dit als een gevolg van hun gebruik van het jaar 701 v. Chr. dat zij van THIELE ontleend hebben.

    De lezer moet beseffen dat ik geen kritiek lever op het inhoudelijke werk van Patten en zijn medewerkers maar alleen op de chronologische aspecten er van. Hun kosmologisch-wetenschappelijke bevindingen blijven onaangetast en zijn bovendien verstaanbaar geschreven voor diegenen die niet met hun vakwetenschap vertrouwd zijn.

     

    Voorjaar 1715 v. Chr.: meganatuurcatastrofe-jaar?

    Dit jaartal is het resultaat van het verder in de tijd terugrekenen vanaf het vorige navigatiepunt op de tijdsbalk: 1661 v. Chr. Op mijn tijdsbalken, zoals in TIJD en TIJDEN, 2015, gepubliceerd vinden we geen bijzondere verwijzing naar een eventuele meganatuurcatastrofe. Dat er zich tekenen aan de hemel hebben voorgedaan lijkt voor de hand te liggen. Het volgende jaartal dat bekomen wordt is 1770 v. Chr. met idem dito geen verwijzingen naar catastrofes. Daarna volgt het jaar 1824 v. Chr., gevolgd door 1879 v. Chr. en 1933 v. Chr. Het is pas in het najaar van 1988 v. Chr. dat er zich een merkwaardigheid voordoet.

     

    Najaar 1988 v. Chr.: meganatuurcatastrofe-jaar?!

    Op mijn tijdsbalk blijkt dit jaar het geboortejaar van Abram/Abraham geweest te zijn. Een jaar waarvan we kunnen aannemen dat het met tekenen aan de hemel gepaard ging. De Joodse legendes verbinden een kosmisch fenomeen met de nacht dat Abram geboren werd:

    Terah had been a high official at the court of Nimrod, and he was held in great consideration by the king and his suite. A son was born unto him whom he called Abram, because the king had raised him to an exalted place. In the night of Abraham's birth, the astrologers and the wise men of Nimrod came to the house of Terah, and ate and drank, and rejoiced with him that night. When they left the house, they lifted up their eyes toward heaven to look at the stars, and they saw, and, behold, one great star came from the east and ran athwart the heavens and swallowed up the four stars at the four corners. They all were astonished at the sight, but they understood this matter, and knew its import. They said to one another: "This only betokens that the child that hath been born unto Terah this night will grow up and be fruitful, and he will multiply and possess all the earth, he and his children forever, and he and his seed will slay great kings and inherit their lands."

    (Legends of the Jews compiled by Louis Ginzberg, 1909, Volume I, Chapter V)

     

    Het zijn dezelfde legendes die leren dat de ‘Heerlijkheid des HEREN’ de Tempel van Salomo te Jeruzalem pas vulde een jaar na het afwerken van het Heiligdom in 995 v. Chr. De reden hebben we eerder gezien, was dat dit fenomeen gelijk moest lopen met de maand van Abram ’s geboorte (Louis Ginzberg, Legends of the Jews, Volume 4, Chapter V).

     

    Wanneer we van het geboortejaar van Abram ditmaal op de tijdsbalk vooruit rekenen arriveren we in het jaar 1889 v. Chr. voor zijn negenennegentigste levensjaar en de vermelding in de Bijbel die de vernietiging van Sodom en Gomorra met dat jaar verbind.

    Genesis 19:24 Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel. 25 En Hij keerde deze steden om, en die ganse vlakte, en alle inwoners dezer steden, ook het gewas des lands. (Statenvertaling)

     

    De in de Bijbel beschreven ramp met zwavel en vuur dat vanuit de hemel over de steden Sodom en Gomorra wijkt tien jaar van de cyclus van meganatuurcatastrofes af. Afwijkingen waar de onderzoekers Patten en zijn medewerkers rekening mee hielden.

     

    Najaar 2206 v. Chr.: meganatuurcatastrofe-jaar?!

    Wanneer we onze rekenoefening met tijdschijven van 54 jaar en zes maanden verder de tijd inzetten arriveren we in het najaar van 2206 v. Chr. in de dagen van Peleg.

    Genesis 10:25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan. (Statenvertaling)

     

    Het is een kort Bijbelcitaat waar nochtans meerdere verklaringen over gegeven worden. Eén verklaring leert dat de continentale drift, het uiteenscheuren van de aardelandmassa, in één meganatuurcatastrofe plaatsgevonden heeft. Het is een verklaring die in lijn ligt met de hier gepresenteerde catastrofetheorie.

     

    De grootste catastrofe ooit die planeet aarde trof was de Grote Vloed of zondvloed die ik op basis van sabbat- en jubeljaarkalender in het jaar 2341/2340 v. Chr. op de tijdsbalk geplaatst heb.

    De chronologie van mijn boek TIJD en TIJDEN is opgebouwd binnen het raamwerk van de sabbat- en jubeljaren volgens de telling van William Whiston als fundament. Er waren dertig jubeljaren vanaf het optreden van de Heer Jezus Christus in oktober 27 AD te Nazareth volgens Lukas hoofdstuk 4, wanneer de Heiland het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep. Het eerste jubeljaar terug de tijd viel in okt.1395/sep.1394 v. Chr. Zeven maal zeven jaar eerder waren zij in 1443 v. Chr. het beloofde land Kanaän binnengetrokken en begon de eerste sabbatjaren-cyclus. Veertig jaar daarvoor waren de Israëlieten in 1483 v. Chr. uit Egypte opgetrokken. Volgens het Bijbelboek 1 Koningen 6:1 waren het vierhonderdtachtig jaar vanaf het exodusjaar tot het vierde regeringsjaar van Salomo wanneer deze aan de bouw van de Tempel te Jeruzalem begon. Het vierde regeringsjaar van Salomo viel volgens de sabbat- en jubeljaar-telling in oktober 1004/september 1003 v. Chr. Zijn eerste regeringsjaar begon in oktober 1007 v. Chr. Daarvoor hebben we de veertigjarige regeerperiode van David: 1047/1007 v. Chr. en daarvoor regeerde Saul van 1087 tot 1047 v. Chr. over de twaalf stammen van Israël. De koningen van Israël en Juda heb ik tussen de jaartallen 1087 en 586 v. Chr. op de tijdsbalk herschikt met de historische sabbat- en jubeljaren als ijkpunten. Vanaf Pesach in het voorjaar van 1483 v. Chr. met de Exodus en negenenveertig dagen later Sjavoeot en het geven van de Tien Woorden aan Mozes zijn het vierhonderddertig jaar terug tot de roeping van Abram/Abraham (Galaten 3:17) in 1913 v. Chr. Het was in het stervensjaar van Thera dat Abram uit Haran naar Kanaän vertrok (Genesis 11:32 en 12:1-4). Vanaf Thera de vader van Abram/Abraham hanteren we de jaartallen van de geslachtslijn van Sem de zoon van Noach (Genesis 11:10-22) tot op Thera. Het resultaat is 2340 v. Chr. voor het einde van de Grote Vloed. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 13-21, wijs ik ook op de hogere jaartallen die de Griekse Septuagintvertaling hanteert ter berekening van het jaar van de zondvloed en leg uit waarom ik de Masoretische tekst van onze Bijbel verkies.

    Mijn keuze voor een jong jaartal voor de zondvloed werd bevestigd door de studie van Dr. Werner Papke aan: “Die Sterne von Babylon, Die geheime Botschaft des Gilgamesch – nach 4000 Jahren entschlüsselt”. Het werk dateert al van 1989 (ISBN 3 7857 0498 4). De auteur brengt een Duitse vertaling van het Gilgamesj-epos en berekend de astronomische datum van de Babylonische versie van de zondvloed. Tot mijn verrassing kwam in zijn studie telkens weer het jaar 2340 v. Chr. tevoorschijn, voor het gebeuren. Het is hetzelfde jaartal waar ik bij arriveerde in mijn studie: TIJD en TIJDEN. Dit op basis van de sabbat- en jubeljaartelling op de wijze van tellen volgens William Whiston en vervolgens via de juiste verbinding met het tijdstip van de roeping van Abraham, voorafgegaan met de Genesisgeslachtsregisters van de aartsvaders. Ik beschouw de verkregen astronomische datum van 2340 v. Chr. van Werner Papke voor het Gilgamesj-epos, als een kruispeiling dat mijn in de tijd terug navigeren via de sabbat- en jubeljaren, bevestigd. Verbazend vast te stellen bij het lezen van het werk van Dr. Werner Papke was ook de astronomische kennis van de Chaldeeërs. Zij waren blijkbaar Copernicus vierduizend jaar vooraf. Zij wisten bijvoorbeeld dat de planeten niet om de aarde, maar om de zon cirkelen en dat planeet aarde met haar maan op de vierde plaats na Saturnus komt. Het toont veel over de kennis van de nakomelingen van Noach in het derde millennium v. Chr. Dit alles is een kennis die later verloren ging en in het Westen slechts vijfhonderd geleden opnieuw verkregen werd.

    Het Bijbelboek Genesis leert een wereldwijde grote vloed dat het einde van de eerste beschaving sinds de Schepping betekende met een nieuw begin in 2340 v. Chr. De wereld die onderging was een beschaving zonder weerga geweest gelijk aan het Atlantis uit de Griekse mythologie. Maar het was een beschaving geweest die haar eigen weg naar de ondergang ging. Honderdtwintig jaar voor de Grote Vloed was de maat vol en was de aarde en alles wat er op leefde gedoemd tot sterven. Wat de maat vol maakte was het vermengen van de zonen Gods met de dochters der mensen, met als resultaat: de Nefilim. Een Hebreeuws woord dat meestal vertaald wordt met reuzen of geweldenaars.

    Genesis 6:1 Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, 2 zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. 3 En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn. 4 De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam. 5 Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6 berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7 En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. 8 Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN.

     

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, heb ik de Grote Vloed gedateerd van oktober/november Anno Mundi 1656 tot oktober/november van AM 1657 of 2341/2340 v. Chr. volgens de westerse jaartelling. Dat de meganatuurcatastrofe dat de zondvloed was, een volledig jaar duurde leert het Bijbelboek Genesis:

    Genesis 7:10 Na zeven dagen kwamen de wateren van de vloed over de aarde. 11 In Noach ‘s zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand (oktober/november), op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend. 12 En de slagregen was veertig dagen en veertig nachten over de aarde.

    Genesis 8:13 In het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand (september/oktober), op de eerste der maand, waren de wateren opgedroogd van de aarde; daarop verwijderde Noach het luik van de ark, en hij zag uit, en zie, de aardbodem droogde op. 14 In de tweede maand (oktober/november), op de zevenentwintigste dag der maand, was de aarde droog.

     

    De beschrijving in Genesis 7:11 dat alle kolken der grote waterdiepten openbraken verklaart Patten vanuit kosmische krachten veroorzaakt wanneer planeet aarde in haar baan om de zon door andere hemellichamen verstoord werd. Patten verklaart verder de continentale drift op aarde en de vorming wereldwijd van bergketens als een gevolg van de zondvloedramp. Zie het commentaar op de cover van het boek hierna:

    The author contends that, through the agency of astral principles, the Earth became engaged, or engulfed, in simultaneous gravitational upheavals and magnetic conflicts. There came with suddenness to our fragile, spiraling sphere, The Biblical Flood and The Ice Epoch. Readers of this unique book will find a challenging and refreshing view of ancient catastrophism and its conclusion, Divine Creation, a subject of importance in this age of increasing intellectual rootlessness.

    It is over and against the prevailing monopoly of uniformitarian thought (which proposes that oceans of time are necessary for anything and everything, both geologically and biologically) that Mr. Patten proposes his view of historical celestial crises, global catastrophes. Such catastrophes may explain many features about several planets. Such catastrophes, relative to the Earth-Moon system, explain the raising up of mountain ranges, sweeping across the face of the Earth in arcuate alignment, similar to the mountain patterns of the Moon.

    This was achieved suddenly, and by tidal upheavals within the oceans (of centrifugally rotating lava) within the Earth's crust. Simultaneously, tidal upheavals engulfing the oceans raised tides of subcontinental dimensions on the Earth's crust, thus the historically recorded Deluge, or Flood.

    (The Biblical Flood and the Ice Epoch by Donald Wesley Patten, 1966)

     

    Een periode van Gods handelen met de mens werd in 2341/2340 v. Chr. definitief afgesloten. Ik vind het opmerkelijk dat er in het Bijbelboek Genesis staat geschreven dat de HEERE God de deur van de ark sloot en niet Noach:

    Genesis 7:16b … En de HEERE sloot achter hem toe..

    Het betekende het afsluiten van een Bijbelse bedeling. Slechts acht mensen: vier mannen en vier vrouwen overleefden de meganatuurcatastrofe van Godswege en begonnen daarna met een verbond van God en met de belofte dat Hij nooit meer de aarde zou verderven (Genesis 9:9-11) aan een nieuw leven met nieuwe verantwoordelijkheden. Het ‘kwaad’ (Rom. 3:9-17) was echter mee de ark ingegaan en in de geslachtslijn van Cham zou er dra een nieuwe opstand opkomen. Het was de Bijbelse Nimrod die het verzet na de grote vloed leidde. Met de roeping van Abram/Abraham in 1913 v. Chr. werd ook de bedeling van na de vloed afgesloten en ving de periode van de belofte aan.

     

    De Joodse legendes over de Grote Vloed verhalen ook over de kosmos die bij de ramp betrokken was:

    The flood was produced by a union of the male waters, which are above the firmament, and the female waters issuing from the earth. The upper waters rushed through the space left when God removed two stars out of the constellation Pleiades. Afterward, to put a stop to the flood, God had to transfer two stars from the constellation of the Bear to the constellation of the Pleiades. That is why the Bear runs after the Pleiades. She wants her two children back, but they will be restored to her only in the future world. There were other changes among the celestial spheres during the year of the flood. All the time it lasted, the sun and the moon shed no light, whence Noah was called by his name, "the resting one," for in his life the sun and the moon rested. The ark was illuminated by a precious stone, the light of which was more brilliant by night than by day, so enabling Noah to distinguish between day and night.

    (Legends of the Jews compiled by Louis Ginzberg, 1909, Volume 1, Chapter IV)

     

    Het is opmerkelijk dat de legende het heeft over een herstel van de kosmos over de wereld die volgens de Hebreeuwse profeten van de Bijbel nog komen moet.

    In zijn boek hanteert Patten de sleutel: ‘The past is the key to the future’. Het is deze sleutel die niet alleen deuren opent naar verleden en heden maar ook naar de toekomst. Want voor wie dacht dat de meganatuurcatastrofes van de vierentwintigste eeuw tot de zevende eeuw voor Christus het einde van een aarde in beroering betekende, komt bedrogen uit. Wanneer we het laatste Bijbelboek Openbaring los van de orthodoxe uitlegkunde bestuderen en de beschreven aangekondigde rampen als nog in de toekomst te geschiedden willen zien blijkt dat planeet aarde wederom danig geschud zal worden. Of zoals de Heer Jezus Christus zijn wederkomst aankondigde in zijn rede over de laatste dingen:

    Lucas 21:25 En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, 26 terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. 27 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid.

     

    Openbaring 22: 20 Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! 21 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    18-03-2018, 09:41 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    25-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Opstanding van Jezus en de antichrist volgens 1 Johannes 2:18

    Wist u dat de benaming ‘antichrist’ alleen in de brieven van de apostel Johannes voorkomt? Dat bijvoorbeeld het Bijbelboek Openbaring de benaming antichrist niet gebruikt, maar verwijst naar ‘het beest’? En dat Paulus, de apostel der heidenen, ook nergens in zijn brieven naar de antichrist onder deze benaming verwijst, maar hem andere namen geeft zoals: de mens der wetteloosheid, de zoon des verderfs, de wetteloze, de tegenstander en de leugenaar. De Bijbel leert dat aan de wederkomst van Jezus Christus, de komst van de antichrist voorafgaat.

    De antichrist had mijn aandacht al eerder op mijn blog op 12.01.2015 in een artikel over de Assyriër van de oudheid én van de eindtijd. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1421017200&stopdatum=1421622000

     

     

    Ik meen dat de antichrist van Johannes identiek zal zijn met de Assyriër van de profeet Jesaja die voor de eindtijd beschreven wordt. Het Bijbelse Assyrië van de eindtijd ligt heden in een gebied dat heden overwegend Islamietisch is en waar christenen een minderheid zijn. Men zou namelijk kunnen redeneren dat ook de toekomstige Assyriër als antichrist, een Islamiet zou kunnen zijn. Wanneer we echter Schrift met Schrift vergelijken (de enige goede manier voor Bijbelstudie) blijkt deze redenatie fout te zijn. De oorsprong van de toekomstige antichrist zal het uit het christendom zijn. Laten we even naar Johannes luisteren:

    1 Johannes 2:18 Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is. 19 Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn. 20 Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen. 21 Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is. 22 Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. 23 Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. 24 Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en [in] de Vader blijven. 25 En dit is de belofte, die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven. 26 Dit heb ik u geschreven over hen, die u misleiden.

     

    Johannes leert dat er naast de ene geprofeteerde antichrist die eens komen zal er in de ‘tussen-tijd’ vele zogenaamde copycats binnen het christendom zullen optreden. Wat is hun dwaalleer? Wat maakt van iemand een antichrist? Het antwoord is: iemand die ontkent dat Jezus van Nazareth de Christus is, de Zoon van God. Iemand die het Zoon-schap van Jezus Christus ontkent en aldus loochent dat de Vader en de Zoon één zijn.

    De antichristen in de geschiedenis van de Ekklesia, zijn allen ‘uit’ het christendom voortgekomen. Zij maakten ooit deel uit van het christendom maar werden in een later stadium uiteindelijk tegenstanders. Of zoals Johannes het in het tweede hoofdstuk van zijn tweede brief neerschreef: “Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn”. En een beetje verder noemt hij deze tegenstanders leugenaars: “Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent”. En vanaf het vierde hoofdstuk schrijft hij het volgende:

    1 Johannes 4:Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. 2 Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3 en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. 4 Gíj zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. 5 Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. 6 Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling.

     

    Wat betekent het woord: ‘Jezus Christus in het vlees gekomen is’? Dat betekent zondermeer dat God mens geworden is.

    Johannes 1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. ….

    ….14 Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond (getabernakeld) en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig-geborene des Vaders, vol van genade en waarheid. 15 Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik. 16 Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade; 17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

     

    Over de afkomst van Jezus van Nazareth werd al vanaf Zijn eerste komst geredetwist. Zie het hierna volgende Bijbelcitaat:

    Matteüs 16:13 Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen en zeide: Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of één der profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! 17 Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is.

     

    Op de vraag van Jezus aan zijn discipelen over zijn afkomst bestonden er toen al meerdere theorieën over zijn herkomst zoals bijvoorbeeld Johannes de Doper, Elia, Jeremia of één of andere profeet. En voor de agnosten van die tijd al was Jezus gewoon slechts de zoon van de timmerman van Nazareth.

    In het eerder vermelde Bijbelcitaat geeft Simon Petrus het juiste antwoord: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! En Jezus maakt hem duidelijk dat geen mens hem dit kon openbaren maar alleen God de Vader, die in de hemelen is.

     

    En zo blijft de persoon van Jezus Christus tot op heden een struikelsteen. Was hij slechts een profeet of een Rabbi, en/of de zoon van de timmerman van Nazareth, en is er aldus ergens in Israël een graf met zijn verdorde botten er in? Of is Hij de Zoon van God die drie dagen na zijn sterven, uit de dood opstond en ten hemel klom?

    Het is ook wat, wanneer men het lijden en sterven van Jezus Christus voor de geest wil halen. Na een doodsstrijd van meer dan drie uur aan een kruis genageld gaf de Heiland zijn leven. Een dood-gefolterd totaal leeggebloed lichaam werd, nadat voor alle zekerheid een soldaat met een lans zijn zijde doorboorde, van het kruis gehaald en in een tombe gelegd. Wanneer we dit voor de geest halen is er voor een eventuele schijndood geen ruimte. Voor de meeste discipelen betekende de dood van Jezus overigens op dat moment het einde. Maar zoals Hij voorzegt had nam Hij het Leven zelf weer op en stond op uit de doden. Dit is de kern van het evangelie. 

    1 Korintiërs 15:1 Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, 2 waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. 3 Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, 4 en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, 5 en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. 6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. 7 Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen; 8 maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene. 9 Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard  een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb. 10 Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade Gods, die met mij is. 11 Daarom dan, ik of zij, zó prediken wij, en zó zijt gij tot het geloof gekomen. (NBG Vertaling 1951)

     

    Toen Paulus zijn eerste brief aan de Korintiërs schreef kon hij verwijzen naar de vele honderden getuigen die toen nog in leven waren, die de opgestane Christus gezien hadden.

    Toen Petrus met Pinksteren in 30 AD vijftig dagen na de Opstanding van de Christus, in de kracht van de uitgestorte Geest Gods de Joden te Jeruzalem toesprak (Handelingen 2:15-36) deed hij dat met de autoriteit van een getuige en verwees hij naar de inmiddels bekende historische feiten van de bediening van Jezus in Israël en van Zijn lijden, sterven en opstanding. De Ekklesia van toen is wreed door het toenmalige Romeinse Rijk vervolgd geworden. Vele getuigen van de Opstanding van Christus hebben later met hun leven hiervoor betaald. En niemand sterft vrijwillig voor een leugen!

    En nu aan het einde van de eindtijd merken we dat de wereldgeest van antichrist nog altijd zijn werk doet. Nog altijd wordt de vraag gesteld: Wie is Jezus? En nog altijd worden de verkeerde antwoorden ingevuld.

    1 Korintiërs 2: 12 Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. 13 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. 14 Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 15 Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. 16 Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus.

     

    1 Johannes 2:27 En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft.

     

    Wat moeten we verwachten?

    2 Thessalonicenzen 2:1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. 3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. 5 Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb? 6 En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. 7 Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat Hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. 8 Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. 9 Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, 10 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. 11 En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, 12 opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid. 13 Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. 14 Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus. 15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn.16 En Hij, onze Here Jezus Christus, en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft, 17 trooste uw harten, en make ze sterk in alle goed werk en woord.

     

    De boodschap van de antichrist zal zijn: Jezus is niet de Zoon van God! Hij mag een profeet zijn of een Rabbi, maar niet de Zoon van God. Deze boodschap zal een ander evangelie zijn, waar Paulus ook al voor waarschuwde:

    2 Korintiërs 11:4 Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel. 5 Ik acht toch volstrekt niet te hebben ondergedaan voor die onvergelijkelijke apostelen. 6 Ben ik dan al onervaren in het spreken, in kennis ben ik het niet, maar wij hebben die alleszins en in alle opzichten bij u openbaar gemaakt. (NBG Vertaling 1951)

     

    Statenvertaling 2 Korintiërs 11:4 Want indien degene, die komt, een anderen Jezus predikte, dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht. 5 Want ik acht, dat ik nergens minder in ben geweest dan de uitnemendste apostelen. 6 En indien ik ook slecht ben in woorden, nochtans ben ik het niet in wetenschap; maar alleszins zijn wij in alle dingen onder u openbaar geworden.

     

    Johannes 5:41 Eer van mensen behoef Ik niet, 42 maar Ik ken u: gij hebt de liefde Gods niet in uzelf. 43 Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen. 44 Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? 45 Denkt niet, dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?

     

    Galaten 1:1 Paulus, een apostel, niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden, 2 en al de broeders, die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: 3 genade zij u en vrede van God , onze Vader, en van de Here Jezus Christus, 4 die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden , om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader, 5 aan wie de heerlijkheid zij in alle eeuwigheid! Amen. 6 Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, 7 en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. (NBG Vertaling 1951)

     

    Over de chronologie van de eindtijd-gebeurtenissen schreef ik eerder op mijn blog een artikel op 28.06.2017, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1498428000&stopdatum=1499032800

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-12-2017, 11:51 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    07-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?

    Handelingen 1:6 Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. 9 En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen , als gij Hem ten hemel hebt zien varen. (NBG Vertaling 1951)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    07-12-2017, 12:53 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    06-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kronieken van de koningen van Israël
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mijn nieuw boek: ‘Kronieken van de koningen van Israël’, is vanaf heden op het internet beschikbaar.

    Hierna enkele gegevens:

    Formaat A5 (148mm x 210mm), papier crème papier (romandruk), binding paperback, aantal pagina's 175, boekdikte 15mm, verkoopprijs: EUR 16,50, ISBN 9789402169430

    Trefwoorden: oudheidgeschiedenis, Assyriologie, Israël, tienstammenrijk, Bijbel.

     

    Beschrijving:

    'Kronieken van de koningen van Israël’ brengt de geschiedenis van het oude Israël, het zogenaamde tienstammenrijk door middel van een nieuwe chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren. Naar het boek der ‘Kronieken der koningen van Israël’ wordt in de Bijbelboeken 1 en 2 Koningen telkens aan het einde van een behandelde kroniek van een koning van Israël verwezen. Het is een boek dat over de eeuwen heen verloren ging wat door elke liefhebber van Bijbelse- en wereldgeschiedenis als spijtig bevonden wordt. De geschiedenis van de koningen van Israël halen we vandaag uit de historische boeken van de Bijbel, de Psalmen, uit de werken van de oudheidhistoricus Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. De auteur geeft in het bijzonder aandacht aan de Assyriologie en de link tussen beide koningslijsten: de Bijbelse koningslijst van het tienstammenrijk en de Assyrische koningslijst. De koningen van Assyrië die in de Bijbel vermeldt worden werden op de tijdsbalk verankerd met de chronologische gegevens die de Bijbel doorgeeft. Het boek sluit af met een hoofdstuk naar het toekomstig herstel van Israël in het oude land der vaderen waarbij in het bijzonder de stam Zebulon in verleden, heden en toekomst besproken wordt.

    De auteur Robert De Telder is een autodidact die naar de geest van de hervormer Maarten Luther: sola fide - sola gratia - sola scriptura, de Schriften onderzoekt. Hij is een revisionist van de geschiedenis van de oudheid waarbij vooral de gevestigde Egyptologie en Assyriologie aangepakt worden.

    Bestellen kan uitsluitend via de volgende link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=typedsearch

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    06-12-2017, 13:54 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    24-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Wens van de volken...

    Haggaï 2:7 Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven. 8 Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    24-08-2017, 08:16 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    19-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.... ik wil niet, dat gij onwetende zijt ...

    51 AD, Paulus aan de Thessalonicenzen

    1 Thessalonicenzen 4:13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. 14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. 15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; 17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. 18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden. (Statenvertaling)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    19-06-2017, 11:17 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    27-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De dag van Christus Jezus

    62 AD, 

    Paulus aan de Filippenzen 1:3 Ik dank mijn God, zo dikwijls ik uwer gedenk; 4 immers, in al mijn gebeden bid ik telkens voor u allen met blijdschap, 5 wegens uw deelhebben aan de prediking van het evangelie, van de eerste dag af tot nu toe. 6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten , tot de dag van Christus Jezus. (NBG Vertaling 1951)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    27-05-2017, 09:03 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    14-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1987/1988: het zeventigste jubeljaar sinds de instelling er van met Sjavoeot in 1483 v. Chr.

    Met mijn boek ‘KRONOS’ dat anno 2000 door de uitgeverij Aksent met een oplage van tweeduizend exemplaren werd gepubliceerd, bracht ik aan de hand van de sabbat- en jubeljaartelling van William Whiston (1667/1752 AD), een nieuwe berekening van de regeerperioden van de koningen van Juda en Israël. De geleerde William Whiston was een Engelse theoloog, historicus en wiskundige. Hij is vooral bekend door zijn vertaling van de Joodse Oudheden en andere werken van Flavius Josephus van het Grieks naar het Engels.

    De Jubeljaren, waarvan William Whiston vanuit de Bijbel, de apocriefe Makkabeeënboeken en de werken van Flavius Josephus, tien jubeljaren historisch op de tijdsbalk kon duidden, werden door hem als een tijdslijnketting naar het verleden toe gebruikt. Met zijn gegevens werkte ik op millimeterpapier een eerste tijdsbalk af en gebruikte de historische sabbat- en jubeljaren als navigatiepunten om als het ware in de tijd terug te reizen. De regeerperioden van de koningen van Israël en Juda vulde ik op de tijdsbalk opnieuw in met dezelfde historische sabbat- en jubeljaren als navigatiepunten. De val van Samaria valt nu aan de hand van de jubeljaren van Whiston in het jaar 717 v. Chr. De dood van Salomo en de scheuring van het Verenigd Koninkrijk van Israël valt nu in het jaar 967 v. Chr. Dit zijn twee voorbeelden. Het optreden van Jezus Christus in de synagoge van Nazareth, zoals beschreven door de evangelist Lucas in hoofdstuk vier, viel gelijk met het begin van het dertigste jubeljaar van het jaar 27/28 AD.

     

    De verleiding is er bij mij om vanaf 27/28 AD naar onze tijd toe te rekenen. Wanneer we de wijze van rekenen van Whiston voor de jubeljaren hanteren arriveren we in oktober1987/september1988 voor het zeventigste jubeljaar, sinds de instelling ervan. Wat was er zo bijzonder aan het jaartal 1987? Het jaar 1987 maakte deel uit van een ketting van opvallende jaartallen eindigend met een zeven, in de geschiedenis van de Joden en de staat Israël. Zo was het bijvoorbeeld anno 1897 dat het eerste zionistische congres te Bazel in Zwitserland plaatsvond waar Theodor Herzl (1860/1904) bij wijze van spreken de eerste steen legde voor een Joodse staat in het oude land der vaderen. In 1917 veroverden de Britten tijdens de eerste wereldoorlog Jeruzalem op de Turken, gevolgd door de zogenaamde ‘Balfour-declaratie’ waarin de Joden werd toegestaan een thuisland in Palestina op te richten. De verovering van Jeruzalem door de Britten in 1917 sloot vierhonderd jaar van Turks/Ottomaans bestuur af. In 1517 hadden de Ottomanen het gebied van het oude Israël en de stad Jeruzalem op de Arabieren veroverd.

    In 1947 op 29 november stemde de VN met een meerderheid van landen in voor de deling van Palestina in een Joodse en een Arabische staat. De Arabische landen stemden tegen. Een jaar later werd in mei 1948 de staat Israël opgericht. In 1967 veroverden de Israëli’s tijdens de derde verdedigingsoorlog, Judea, Samaria, de Golan-hoogte, Gaza en de Sinaïwoestijn op de geallieerde legers van Syrië, Jordanië en Egypte. In 1977 veranderde de leider van Egypte Sadat van kamp, reisde onverwachts naar Israël en bood zijn vrede aan.

     

     

    Mocht Israël (en met hen de Ekklesia) dan tegen het jaar 1987 aan in verband met de ontwikkeling van het herstel van Israël in het oude land der vaderen, met een ander opmerkelijk voorval rekenen? Misschien met de wederkomst van de Messias? Het was in ieder geval een verwachting die in de evangelische christengemeenschap van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, sterk leefde. Men rekende toen weliswaar niet met de jubeljaren van Whiston maar wel met een periode van veertig jaar vanaf de oprichting van de staat Israël in 1948, en arriveerde aldus in het jaar 1988 voor de mogelijke wederkomst van de Heer Jezus. Een periode van veertig jaar werd als de lengte in tijd van een Bijbelse generatie gezien. Men had dan het geslacht van de Israëlieten in gedachte dat tijdens de veertigjarige periode in de wildernis, na de exodus daar gestorven was. De bestsellers van Hal Lindsey zoals de boeken ‘The late Planet Earth’ maar vooral ‘Counting down the Eighties’, versterkten zeer het gevoel dat de Heer wel eens spoedig zou kunnen terugkeren. Maar zoals we allen weten is dit in 1988 niet gebeurd.

    Tijdens de lange periode sinds 1948, een mensenleven haast, is het herstelde Israël in de media uitgegroeid van een David naar een Goliath. De nieuwe staat Israël kon nochtans in 1967 nog op heel wat sympathie van de Belgen (ook seculiere) rekenen. De verdedigingsoorlogen van 1949 en 1967 van Israël tegen de Arabische buurlanden, lagen nog niet zo ver achter de rug. In juni 1967 had het jonge Israël op zes dagen tijd een machtige Arabische coalitie van drie legers verslagen, met als resultaat de verovering van Oost-Jeruzalem en de Tempelberg. Het sinds 1949 door Jordanië bezette oostelijke deel van Jeruzalem met zijn heilige plaatsen, werd op één dag veroverd en later werd Jeruzalem tot de ondeelbare hoofdstad van de staat Israël uitgeroepen. Het was een strijd van David tegen Goliath geweest. Gods hand was zichtbaar geweest en de boeken van Hal Lindsey werden toen zelfs als evangelisatiemateriaal gebruikt.

     

    Ik meen echter vandaag dat de periode 1948/1988 een scharniermoment betekende met uiteindelijk als resultaat een uitstel van de (weder)komst van de Messias. Het begin van het zeventigste jubeljaar van okt1987/sep1988 zag ook geen bijzondere gebeurtenis. Integendeel, op zwarte maandag 19 oktober 1987 vond een beurscrash plaats die wereldwijd zware economische gevolgen had. Geen enkele belofte aan een Jubeljaar verbonden, ging toen in vervulling. Korte tijd later begon in Israël de eerste Intifada. Een opstand van de Arabische bevolking tegen het Israëlische militaire bestuur in Gaza, Juda en Samaria. Op 8 december begon de opstand in Gaza die zich daarna naar de Westbank uitbreidde. Wat volgden waren stakingen en demonstraties waarbij de Israëlische soldaten met stenen bekogeld werden. Anderhalf miljoen Arabieren kwamen spontaan in opstand zodat men van een algemene volksopstand kon spreken. Ik schrijf spontaan, omdat de opstand aanvankelijk gebeurde zonder dat de PLO leiding, toen in ballingschap in Tunis sedert 1982, er zeggenschap over had. Wel volgden later gemeenschappelijke communiqués waarbij werd opgeroepen tot gecoördineerde stakingen en demonstraties tot het weigeren van Israëlische belastingen en het plegen van burgerlijk verzet. De opstand zou tot ongeveer 1993 duren, of zo een zes jaar waarna de Oslo-akkoorden gesloten werden.

     

    Ik meen dat er al eerder signalen waren die Israël had moeten opmerken. Zo was er in 1973 de Jom Kippoer oorlog. Op hun heiligste dag van het jaar werden zij door de geallieerde legers van Egypte en Syrië overvallen. Een offensief dat zij konden terugslaan maar niettemin als een schokgolf door Israël ervaren werd. Wat was de reden? Waar bleef de beloofde zegen en bescherming van Boven over de Grote Verzoendag? Een aparte dag toch waarop zij van hun vijanden gevrijwaard hadden moeten zijn.

    Ik veronderstel dat de oorzaak bij hun gedrag ligt op de wijze van het afsluiten van de onafhankelijkheidsoorlog van 1948/1949. Dit was een eerste verdedigingsoorlog geweest tegen een Arabische poging hen in zee te drijven. De strijd werd uiteindelijk door Israël gewonnen maar resulteerde in meer dan 711.000 Arabische vluchtelingen (ook vrouwen, kinderen en grijsaards) die op de vlucht voor het oorlogsgeweld gingen. Tijdens de eerste vredesconferentie te Lausanne in Zwitserland (27 april tot 12 september 1949) weigerde de jonge staat Israël alle vluchtelingen naar hun huizen en bezittingen te laten terugkeren. De internationale vredesconferentie te Lausanne viel (heel opmerkelijk) haast gelijk tussen de twee bloed-manen in, van 1949. Dat jaar deed dit astronomisch fenomeen zich voor op 13 april of 14 Nisan met Pesach en op 7 oktober of 14 Tisjri met Sukkot. Het was het eerste jaar van een tetrade van bloed-manen, want in 1950 herhaalde het astronomisch fenomeen zich. We kunnen vandaag alleen maar raden naar het resultaat indien de staat Israël in de geest van de Thora (Exodus 22:21-24), deze onfortuinlijke mensen naar hun huizen had laten terugkeren. De Arabisch-Palestijnse vluchtelingen van 1949 werden door de Arabische buurlanden ook niet opgenomen, maar in vluchtelingenkampen als ontheemde staatlozen ondergebracht. Ik bedenk tegelijkertijd dat er toen ook een andere vluchtelingenstroom op gang kwam. Een exodus van honderdduizenden Joodse mensen uit de Arabische landen vond spontaan plaats die richting de nieuwe staat Israël trokken. Deze mensen werden allen in Israël gehuisvest, wat in contrast staat tot de onfortuinlijke gevluchte Palestijnen die in hun gastlanden in kampen werden ondergebracht.

    Vooral de Gazastrip die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog door Egypte bezet en geannexeerd was, werd een uitvalsbasis van de Fedayin of Palestijnse commandogroepen, die raids op Israëlisch grondgebied uitvoerden. Deze plaag werd zo erg dat Israël anno 1956, Frankrijk en Engeland in hun militaire actie tegen Egypte, vervoegde. In 1956 meenden Frankrijk en Engeland hun vergane koloniale invloed over Egypte nog te kunnen uitoefenen nadat Nasser, de toenmalige leider van Egypte, het Suezkanaal genationaliseerd had, door middel van een militaire invasie. Israël werd verleid aan deze actie deel te nemen en bezette voor korte tijd een eerste maal Gaza en de Sinaïwoestijn. Voor een korte periode want de nieuwe grootmacht in de wereld sinds het einde van de tweede wereldoorlog: de VS, eiste en verkreeg de terugtrekking van Britten en Fransen uit de kanaal-zone.

    Indien de staat Israël de Arabische ontheemden van 1948/1949 naar hun huizen had laten terugkeren waren er vermoedelijk in 1956 geen vluchtelingenkampen in Gaza geweest en had Israël zich neutraal in het conflict kunnen opstellen. Vermoedelijk. Ik besef dat het herschrijven van de geschiedenis onmogelijk is.

    Persoonlijk geloof ik nochtans dat de kans reëel was dat indien de gevluchte Arabische bevolking van 1948/1949 naar hun bezittingen in de nieuwe staat Israël had kunnen terugkeren, zij zich net als diegene die toen besloten hadden niet te vluchten, uiteindelijk de verkregen burgerrechten zouden verkozen hebben boven een eventuele verzetsstrijd. Ik herhaal dat het een persoonlijke mening is, op het terrein merk ik nochtans vandaag dat de Arabische bevolking van Israël, binnen de grenzen van 1949, zich positief tot Israëlische staatsburgers ontwikkeld heeft.

    Het is anders gelopen. Het probleem was overigens niet alleen de Arabische ontheemden van 1948, maar ook de haat van de Arabische buurlanden-regimes die geen staat Israël in Palestina wilden aanvaarden. De staat Israël wordt als een doorn in het Arabisch-Islamietische vlees ervaren, een doorn die verwijderd moet worden. De religie is misschien wel de grootste struikelsteen tot het bekomen van een algemene vredesoplossing. De Bijbel en de Koran zijn twee openbaringen die tegenover elkaar staan. De Koran sluit een derde herstel van Israël in het oude land der vaderen uit en de Bijbel leert het tegenovergestelde. Hierna een citaat dienaangaande uit de Koran naar de vertaling van Professor Dr. J. H. Kramers, 1976, de zeventiende soera:

    17:1 Heilig is Hij Die Zijn dienaar bij nacht voerde van de Heilige Moskee naar de Verre Moskee welker omgeving Wij hebben gezegend, opdat Wij hem enkele Onzer tekenen zouden tonen. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende.

    17:2 Wij gaven Mozes het Boek en maakten het tot een richtsnoer voor de kinderen van Israël, zeggende: "Neemt niemand buiten Mij als Voogd."

    17:3 "O, nageslacht dergenen die Wij met Noach (in de Ark) droegen! Hij was inderdaad een dankbare dienaar."

    17:4 En Wij maakten aan de kinderen van Israël in het Boek bekend: "Voorwaar, tweemaal zult gij op de aarde verderf teweeg brengen en voorzeker zult gij uitermate aanmatigend worden."

    17:5 Toen dan ook de tijd voor de eerste van de twee bedreigingen kwam, zonden Wij Onze dienaren, toegerust met grote macht tegen u uit, die de huizen binnendrongen; dit was een belofte die in vervulling ging.

    17:6 Nadien gaven Wij u macht over hen en Wij hielpen u met rijkdommen en kinderen, en maakten u groter in getal.

    17:7 (Zeggende) "Indien gij goed doet, doet gij goed voor uzelf; en indien gij kwaad doet, is het tegen uzelf. En toen de tijd was gekomen voor de tweede (bedreiging), zonden Wij (andere volkeren) om u met schande te treffen zodat zij de Moskee zouden binnendringen zoals zij er de eerste keer binnen gingen om alles wat zij veroverd hadden te verwoesten."

    17:8 "Het kan zijn dat uw Heer u barmhartigheid zal tonen; doch indien gij terugkeert, zullen Wij ook terugkeren en Wij hebben de hel tot een kerker voor de ongelovigen gemaakt."

     

    Soera 17:4 beschrijft Israël negatief als een aanmatigende verderfbrenger en dat zij dat in hun lange geschiedenis slechts tweemaal vergund werden te zijn. Van een derde herstel is er geen sprake. Het volgende vers vijf beschrijft de vernietiging van de tempel van Salomo in 586 v. Chr. door de Babyloniërs. Het jaartal en de historische context halen we uit de wereldgeschiedenis. Vers zeven van de zeventiende soera beschrijft de vernietiging van de tweede Tempel te Jeruzalem door de hand van de Romeinen onder leiding van Titus in 70 AD. Het is vers acht dat een accepteren van een Joodse staat in Palestina door Islamieten in wezen onmogelijk maakt: “doch indien gij terugkeert , zullen Wij ook terugkeren en Wij hebben de hel tot een kerker voor de ongelovigen gemaakt." Een derde herstel voor Israël in het oude land der vaderen wordt uitgesloten.

     

     

    Het is tegen deze godsdienstige achtergrond dat alle oorlogen van de Arabische buurlanden sinds 1948 begrepen kunnen worden.

    Een volgende verdedigingsoorlog voor Israël was die van 1967. Een Arabische coalitie onder leiding van Nasser bereidde zich voor tot de tweede poging sinds 1948 om Israël van de kaart te vegen en de Joden in zee te drijven. Het draaide anders uit en op zes dagen tijd veroverden de Israëli’s alle Bijbelse gebieden ten westen van de Jordaan, de Sinaïwoestijn incluis. Opnieuw echter was er een vlucht van Arabische mensen voor het oorlogsgeweld. Meer dan driehonderdduizend mensen vervoegden de rangen van de Arabische ontheemden van 1949, in de buurlanden waar ook deze in kampen terechtkwamen.

    Naar mijn mening had de Israëlische regering in 1967 de Westbank moeten annexeren en de Arabische inwoners aldaar burgerrechten geven. Zij besloten echter het veroverde gebied als mogelijke pasmunt voor een vredesregeling te gebruiken. Die vrede werd hun echter niet gegund, de Arabische regimes korte tijd later vergaderd in Khartoem, kozen voor de strijd en weigerden een staat Israël in het gebied te erkennen. Het is de geschiedenis ingegaan als de drie nee ’s van Khartoem: geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël en geen onderhandelingen met Israël.

    De jaren 1967 en 1968 zag weer een tetrade van bloed-manen die gelijk met de Joodse feesten Pesach en Sukkot vielen op: 24 april en 18 oktober 1967 en op 13 april en 6 oktober 1968. In 1968 was de nieuwe staat Israël exact twintig jaar oud en bereikte hier de volwassenheid. Men was trots op wat bereikt was maar keek weg van de veroorzaakte problemen.

     

    In november 1977 reisde de Egyptische leider Sadat van Egypte, die van kamp had gewisseld, plotseling naar Jeruzalem en bood 'zijn' vrede aan. Een vrede die de staat Israël aanvaarde en in feite een stop voor mogelijke annexatie van Samaria en Judea betekende. De eerder veroverde Sinaïwoestijn werd na de Camp David-akkoorden in fases aan Egypte teruggegeven en zelfs de nieuw gestichte stad Jamit aan de beek van Egypte in de Sinaï in 1982 met bulldozers platgewalst, alvorens het gebied terug naar Egypte ging. De Westbank, het Bijbelse Samaria en Judea, zou volgens Sadat autonomie moeten krijgen, uitmondend in zelfbestuur. Een vraag van Sadat waar de Israëlische regeringsleiders positief op ingingen. De PLO wees dit echter af.

    Dit geschiedde slechts tien jaar na de oorlog van 1967 waar het voortbestaan van de staat Israël op het spel stond en men de beschermende hand van God had moeten zien. Sinds 1973 met de Jom Kippoeroorlog waren er vier jaar verlopen. De actie van Sadat was unilateraal genomen en werd door de overige Arabische landen niet gevolgd. Egypte werd van dan af als een paria behandeld en geïsoleerd.

     

    De reden dat het zeventigste jubeljaar in 1987 geen bijzondere zegen zag ligt naar mijn mening in de houding van de leiders van Israël ten overstaan van het in bezit nemen van de Bijbelse gebieden en hun gedrag naar de inheemse Arabische bevolking toe. Men is namelijk niet naar een verlaten gebied teruggekeerd en de inheemse Arabische bevolking zijn geen Kanaänieten meer zoals ten tijde van Jozua of Filistijnen of zoals ten tijde van Saul en David, maar ditmaal nazaten van Ismaël (Genesis 21:17) op wie ook beloften Gods rusten. Sindsdien is het echter van kwaad naar erger gegaan.

     

    Na het einde van de koude oorlog met de val van de Berlijnse muur in 1989 volgde de conferentie van Madrid in 1991. Onder leiding van Sovjet-Rusland en de VS zaten Israël en al zijn buurlanden aan de onderhandelingstafel. De Palestijnen hadden samen met de Jordaanse delegatie een vertegenwoordiging. De PLO van Arafat zat alsnog geïsoleerd in Tunis. Het was de eerste keer in de geschiedenis sinds 1948 dat alle partijen aan één tafel zaten. Dit laatste was dan wel het enige resultaat van de vergadering, naast het feit dat de Palestijnse afvaardiging akkoord ging om over een autonomie van de bezette gebieden met Israël verder te onderhandelen. Een tweede ronde is er niet gekomen. Hetzelfde jaar verdween de Sovjet-Unie om plaats te maken voor een soort Gemenebest van landen met Rusland als leider.

    Wat volgde waren de Oslo-onderhandelingen waar Israël onder begeleiding van de VS, tot een akkoord kwam met de PLO. Het akkoord voorzag in autonome gebieden voor de Arabieren in Gaza, Samaria en Judea en dit volgens etappes. Wat de Israëlische premier Rabin in gang zette heeft hij niet kunnen beëindigen. De man werd in het openbaar in Israël vanwege zijn vredespolitiek vermoord. Zijn opvolgers waren minder bereid tot het opgeven van land zonder een allesomvattend akkoord.

     

    Met 11 september 2001 of het bekende Amerikaanse 09.11 ‘nine eleven’, ontbrandde de ‘War on Terror’ van de VS tegen Al Qayda en deze strijd kreeg alle aandacht. De druk op Israël van de VS om tot een vergelijk met de Palestijnen te komen werd minder. In december 2007 pas volgde opnieuw een poging tot het bekomen van vrede voor het Midden-Oosten. In Annapolis, Maryland, aan de oostkust van de VS vond een megaconferentie plaats met 49 verschillende delegaties, allemaal hoofdrolspelers op het terrein. Belangrijkste landen van buiten het gebied waren de EU, Rusland, China en India. Iran was niet uitgenodigd noch Hamas dat Gaza controleert. Maar ook Annapolis leverde geen algemene vredesregeling op. De volgende VS-administratie was die van Obama die gedurende acht jaar tot 2016 het presidentschap over de VS zou uitoefenen. De ‘War on Terror’ werd voortgezet en tegelijkertijd pogingen ondernomen zodat de staat Israël tot een vredesregeling met de Palestijnse autoriteit zou komen. Het voorstel van Obama was om via een landswap van gebied langs de grens van 1949, tot een vredesoplossing te komen met nieuwe grenzen zodat twee staten, een Joodse en een Arabische tot stand zouden kunnen komen. Een algemene vredesconferentie is er tijdens de Obama-administratie niet gekomen. De hoofdreden was dat geen van beide partijen tot concessies bereid waren. Een andere reden was de algemene toestand in het Midden-Oosten met een aanslepende burgeroorlog in Syrië en een nieuw regime in Bagdad-Irak dat moeizaam zijn soevereiniteit over haar grondgebied dient te herstellen. Met het aantreden van de nieuw verkozen president Trump in 2017 lijkt het dat voorlopig alle druk op Israël weg is tot opgeven van land in Samaria en Judea in ruil voor een algemene vrede met de Palestijnse autoriteit.

    De door velen naar uitgekeken tetrade van bloed-manen in de jaren 2014/2015 waar de Joodse feesten Pesach en Sukkot mee gelijk vielen (Pesach 15 april en Sukkot 8 oktober 2014, Pesach 4 april en Sukkot 28 september 2015) zag geen bijzondere gebeurtenis plaatsvinden. Tenzij dan de onoplosbaarheid van het conflict tussen Arabieren en Joden.

    Dat de bloed-manen van 2014/2015 die met de Joodse feesten Pesach en Sukkot gelijk vielen, geen bijzondere gebeurtenis zag toont volgens mij aan dat er inderdaad een scharniermoment van uitstel sinds de periode 1947/1967 heeft plaatsgevonden.

    Over zulk een scharniermoment van uitstel in de geschiedenis van het oude Israël hebben we een voorbeeld in het Oude Testament. In het tweede jaar na de exodus trokken de Israëlieten onder leiding van Mozes, van de berg Gods op naar het Beloofde Land. Twaalf verspieders werden daarna aan de grens uitgezonden. Dit is een geschiedenis die algemeen bekend is. De twaalf verspieders verkennen gedurende veertig dagen het land, komen terug met druiventrossen die ze amper kunnen dragen, bevestigen dat het een land van melk en honing is, kortom een vruchtbaar land van overvloed. Maar tien van de twaalf verspieders overtuigen het volk dat het land onneembaar is vanwege de sterkte van de inwoners. Met zekerheid zouden zij ten onder gaan moesten ze trachten het land in te nemen. Het zijn alleen Jozua en Kaleb die geloof hebben en het land willen binnentrekken. Het volk echter laat zich overtuigen door de tien ongehoorzame verspieders en weigert binnen te trekken. Het resultaat is dat alle volwassenen van twintig jaar en daarboven gedoemd worden in de woestijn aan de rand van het Beloofde Land te verblijven, tot zij daar allen gestorven zijn (Numeri 14:28-35). De nieuwe generatie zou samen met Jozua en Kaleb, achtendertig jaar later in 1443 v. Chr., het Beloofde Land binnentrekken.

     

    Tegelijkertijd betekende de ongehoorzaamheid van de Israëlieten een uitstel van oordeel over de Amorieten en de andere bewoners van het land Kanaän. De maat van hun zonde was nochtans vol.

    Genesis 15:13 Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. 14 Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have. 15 En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. 16 En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen. 17 En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. 18 Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: 19 Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet, 20 En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten, 21 En den Amoriet, en den Kanaäniet, en den Girgaziet, en den Jebusiet.

     

    De tijd was in 1482 v. Chr. rijp voor hun verwijdering uit het land, maar als een gevolg van Israëls ongeloof kregen zij achtendertig jaar respijt, uitstel van executie. Mozes behoorde tot het vierde geslacht. Hij ging terug tot op Levi, een van de twaalf zonen van Jakob/Israël.

    Misschien kunnen we in het licht van deze geschiedenis de lijn doortrekken naar het moderne Israël en de Arabische buurlanden. Wel moet ik opmerken dat de Arabieren vandaag, geen Amorieten of Amalekieten zijn, maar ook Semieten die in de lijn van de aartsvader Sem hun oorsprong terugvinden. Op hen rusten uiteindelijk ook beloften van herstel in het komende Messiaanse Vrederijk. Zij zijn wel sinds de dagen van Ismaël tegenstanders van Israël en betwisten het recht op het Beloofde Land. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: De Assyriërs en Abraham, blz. 47-58.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties van Robert De Telder

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    14-03-2017, 00:00 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    17-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRONOLOGIE VAN DE APOCALYPS - deel 1

    De beschreven oordeelstijd in het Bijbelboek Openbaring gaat over een periode van ongeveer zeven jaar plaatsvinden. Ik schrijf ongeveer, omdat deze periode in de Bijbel aan maanden van elk dertig dagen wordt uitgedrukt. De eerste helft van de zevenjarige oordeelsperiode bedraagt namelijk 1260 dagen wat een periode van drie en een half jaar betekend aan dertig dagen per maand. De tweede helft gaat over 42 maanden wat eveneens een gelijke periode van drie en een half jaar beslaat. De aanvang van de eerste helft van drie en een half jaar vindt plaats met Jom Kippoer en loopt door tot Pesach in het vierde jaar, waar met de Pesachweek de tweede helft begint om te eindigen met Jom Kippoer in het zevende jaar, waarna de komst van de Gezalfde plaatsvindt.



    De zeventigste jaarweek van de profeet Daniël, die ook een alsnog toekomstige tijdsperiode van zeven jaar voorstelt, past exact in het eindtijd-kader van de Apocalyps.

    Daniël 9:27 …in de helft van de week zal hij (de tegenstander) slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is. (NBG Vertaling 1951)

     

    Voor de goede orde volgt hierna het volledige Bijbelgedeelte dat over de zeventig jaarweken handelt. Negenenzestig weken hiervan zijn al geschiedenis.

    Daniël 9:24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. 25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden. 26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen. 27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste. (Statenvertaling)

     

     

    Het jaartal van de aanvang van de zeventig jaarweken en de plaatsing op de tijdsbalk heb ik in mijn boek ‘TIJD en TIJDEN’, 2015, blz. 395-399, behandelt. Negenenzestig jaarweken leiden ons exact tot 2 april 30 AD, toen Jezus Christus in de Pesachweek Jeruzalem binnenreed. Met Goede Vrijdag, 7 april 30 AD werd de Messias op een Romeins kruis ‘uitgeroeid’. Veertig jaar later in 70 AD werd Jeruzalem en de Tempel van Herodes door de Romeinen onder leiding van Titus, vernietigd en de Joden in ballingschap weggevoerd, wat een vervulling van Daniël 9:26 was. Ditzelfde vers leert ook de ondergang van het Romeinse Rijk, als een gevolg van een overstromende vloed. De val van het West-Romeinse Rijk vond inderdaad plaats door een onstuitbare vloed van Germaanse volkeren die in de vierde eeuw na Christus de rivieren Rijn en Donau overschreden, en het einde van het Beestrijk van de profeet Daniël: Rome, betekende. Het Oost-Romeinse Rijk zou vanaf de zevende eeuw na Chr., als gevolg van een Arabisch-Islamitische invasie, volgen.

     

     

    Het Romeinse Rijk van de oudheid zal in de toekomst in de vorm van een statenbond geleid door tien koningen of leiders, opnieuw opkomen. Deze tien leiders geven uiteindelijk hun leiderschap over aan een elfde heerser, die na hen opkomt. De ‘hij’ van Daniël 9:27 stelt dan een nieuwe Titus voor die bij de aanvang van de alsnog toekomstige zeventigste en laatste jaarweek ‘het verbond versterkt’. Het negende hoofdstuk van Daniël, vers 27, leert dat tijdens de eerste helft van de zevenjarige eindtijdperiode in Jeruzalem er opnieuw een slachtoffer- en spijsoffer-dienst is ingesteld, want de Romein van de oordeelstijd zal in de helft van de jaarweek ‘het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden’.

    Dit sluit aan bij het laatste Bijbelboek Openbaring dat leert dat de HERE God tijdens de eerste helft van de zevenjarige eindtijdperiode twee getuigen in Jeruzalem laat optreden die tegen de herstelde offerdienst op de heilige plaats, de Tempelberg, zullen profeteren. Zij worden door de ‘hij’ van de profeet Daniël 9:27, die in de Apocalyps 11:7 ‘het beest’ wordt genoemd, gedood. Hierna volgt ‘de vertreding’ van de heilige stad Jeruzalem door heidenen voor een periode van tweeënveertig maanden.

    Openbaring 11:1 En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. 2 En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed. 4 Dezen zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan. 5 En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden. 6 Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen. 7 En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden. 8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is. (En zo verder…) (Statenvertaling)

     

    Net zoals bij de zeventigste jaarweek van Daniël wordt de oordeelsperiode van Openbaring of Apocalyps, ook in twee gelijke delen gedeeld van drie en een half jaar.

    De eerste helft van de zevenjarige oordeelstijd vangt in het Bijbelboek Openbaring aan bij het uitrijden van de eerste ruiter, bij de verbreking van het eerste zegel van de boekrol:

    Openbaring 6:1 En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier wezens zeggen met een stem als van een donderslag: Kom! 2 En ik zag, en zie, een wit paard, en die erop zat, had een boog en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit, overwinnende en om te overwinnen. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    Beide zijn dezelfde persoon: de ‘hij’ van het Bijbelboek Daniël die in het jaar 70 AD Jeruzalem en de tempel vernietigde en de Joden in ballingschap wegvoerde, én de ruiter met een boog op het eerste paard die een kroon gegeven wordt en uitrijdt, overwinnende en om te overwinnen. Hij is de elders in de Bijbel beschreven: ‘Assyriër’ van de eindtijd, een soort gereïncarneerde Nimrod, die op God ’s tijd opnieuw een kroon gegeven wordt. Over de Assyriër van de eindtijd schreef ik al eerder op dit blog een artikel op 12.01.2015, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1421017200&stopdatum=1421622000

     

    De eerste ruiter van de Apocalyps brengt (schijn)vrede over de gehele wereld en zal daarom alleen al, als een pseudo-messias aanzien worden. Hoelang deze vrede zal aanhouden staat niet beschreven, maar we kunnen aannemen dat het voor een hele tijd zal zijn. Het resultaat zal voorspoed voor velen betekenen. Het huidige verscheurde Midden-Oosten zal zich politiek/economisch verenigen in een Unie van vijf staten die aansluiting zullen vinden bij de Unie van het West-Romeinse Rijk en zodoende het Romeinse Rijk van weleer doen herrijzen. Tien leiders in totaal zullen aanvankelijk de dienst uitmaken. De beschreven ruiter op het eerste paard is de elfde horen van Daniël 7:8 waarover zo dadelijk meer uitleg.

     

    Voor de herstelde slachtoffer- en spijsoffer offerdienst op de heilige plaats te Jeruzalem, de tempelberg, heeft men een tempel of tent, een altaar en (de) een ark van het verbond nodig.

    Het is mogelijk dat een onverwacht tevoorschijn komen ergens van een replica van de ark van het verbond, de aanleiding wordt tot het opnieuw instellen van een offerdienst te Jeruzalem? De originele ark van het verbond werd samen met de Tempel te Jeruzalem in 586 v. Chr. door de Babyloniërs vernietigd (2 Koningen 25:8 en Psalm 74:1-4).

    De oorsprong van de Ark van het Verbond gaat terug tot het ontstaan van Israël als natie na de Exodus in 1483 v. Chr. bij het geven van de Tien Woorden aan Mozes. In het Bijbelboek Exodus hoofdstuk 25:10-22 vinden we de opdracht tot het bouwen van de ark van het verbond. De Ark van het Verbond heeft de Israëlieten op al hun tochten en belevenissen vergezeld. Tot aan de bouw van de Tempel van Salomo was zij ondergebracht in ‘de Tent der samenkomst’.

    In het jaar 996 v. Chr. of anno mundi 3000 ten tijde van Salomo werd zij in de Tempel in het Heilige der heiligen neergezet. Een vertrek van de tempel waar met Jom Kippoer, de grote verzoendag, de hogepriester binnenging voor de verzoeningshandelingen. Hier is de ark met zekerheid tot aan haar vernietiging gebleven. Deze vernietiging gebeurde ten tijde van Zedekia, de laatste koning van Juda, door de hand van de Babyloniërs.

    Na de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel door Nebukadnezar, de koning van Babylon in 586 voor Christus, horen wij nooit meer iets over de ark. In de tempel van Zerubbabel na de Babylonische Ballingschap, en in de tempel van Herodes de Grote bevond zich in het Heilige der heiligen geen ark meer maar wel, volgens de Joodse overlevering, een steen waarop de hogepriester op de grote Verzoendag het vat met reukwerk zette (Leviticus 16:12-14). Het is pas na de vernietiging van de tweede tempel in 70 AD dat de legendes en het zoeken naar een verborgen ark een aanvang namen. De profeet Jeremia was nochtans zeer duidelijk geweest: de ark zou niemand meer in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden, Jeremia 3:14-18). Het apocrief (twijfelachtig – niet gezaghebbend) boek 2 Makkabeeën 2:1-21, dat de Roomse kerk aan haar Bijbel heeft toegevoegd schept de verwachting in afwijking van de profeet Jeremia 3:14-18, dat de ark verborgen werd en op Gods tijd weer tevoorschijn zal komen (2 Makkabeeën 2:1-19). Het verwachten van een tevoorschijn komen van ‘een’ ark van het verbond heeft echter alleen zin wanneer men een derde herstel van Israël verwacht, in het oude land der vaderen. De Roomse kerk en een groot gedeelte van het christendom ziet zichzelf echter als het geestelijke Israël en in de plaats gesteld van de Joden. De kerk is in de plaats van Israël gekomen en de Joden werden in hun verwerping van de Christus als heilsorgaan definitief in de eerste eeuw van de christelijk jaartelling vervloekt, en voor altijd opzijgezet. Alle beloften die in het Oude Testament handelen over het 'heil voor Israël' en de oprichting van een Messiaans Vrederijk, past het christendom op zichzelf toe. Volgens deze exegese is met de start van de Kerk in de eerste eeuw van de westerse jaartelling met Pinksteren alle Oudtestamentische profetie vervuld. Het volk Israël als uitverkoren volk van God heeft al twintig eeuwen voor hen afgedaan.

    Alhoewel de ark zonder twijfel vernietigd werd zijn er hoogstwaarschijnlijk in de oudheid replica’s van de ark gemaakt, die tot nu toe ergens op aarde verborgen zitten. Met zekerheid kan men bijvoorbeeld stellen dat in Ethiopië op een geheime plaats te Axoem, zulk een replica van de ark van het verbond vereerd wordt. Ethiopië betwist namelijk Arabië de roem van de koningin van het Zuiden. De koningen van Ethiopië eisten afstamming voor zich op via Menelik, een zoon volgens hen van de koningin van Scheba en Salomo. oogstwaarschijnlijk bracht de koningin van Scheba een replica van de ark naar haar land mee. Enkele jaren geleden bracht de BBC een overtuigende documentaire over de verborgen ark te Axoem in Ethiopië. Volgens de documentaire wordt de ark op een geheime plaats door een monnik bekend als de 'bewaarder van de ark' in de kerk van de Heilige Maria van Sion, bewaard. Daarnaast zijn er Joodse legenden die de ark van het verbond in een schuilplaats nabij de Dode Zee plaatsen. Zij is dan verborgen in een van de vele grotten waar ook de bekende Dode Zee-rollen gevonden werden. Een andere legende zoals in het boek 2 Makkabeeën beschreven leert dat de ark van het verbond bij de nadering van de Babyloniërs op de berg Nebo in Jordanië, verborgen werd. Een hardnekkige legende leert dat de ark verborgen werd 'in' de tempelberg en op Gods tijd bij de herbouw van de tempel tevoorschijn zal komen. De Joodse legenden verhalen echter niet over een replica maar leren de verwachting dat de oorspronkelijke ark ergens verborgen zit.

    Het tevoorschijn komen van een replica van de Ark van het Verbond past in het chronologische ‘eindtijdkader’ dat de profetische gedeelten van de Bijbel leren. Het apocriefe boek 2 Makkabeeën zou in de toekomst aldus nog voor heel wat misleiding kunnen zorgen.

     

    Maar nu verder met het chronologisch invullen van de vooraf geschreven geschiedenis van de toekomstige zevenjarige oordeelsperiode.

    Gedurende de eerste helft van de zevenjarige oordeelstijd van Daniël namelijk zal een anti-Messias gepaard gaande met nooit eerder geziene tekenen, de herstelde offerdienst leiden.

    Openbaring 13:11 En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak. 12 En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt, dat de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wond genezen was. 13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. 14 En het verleidt hen, die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. (NBG Vertaling 1951)

     

    Dit alles sluit ook aan bij de rede van Jezus Christus over de laatste dingen:

    Matteüs 24:15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, 16 vluchten naar de bergen.

     

    De heilige plaats is de Tempelberg te Jeruzalem waar de tempel van Salomo stond tot 586 v. Chr. Na de Babylonische Ballingschap werd de tempel door de teruggekeerde Joden opnieuw gebouwd (535/515 v. Chr.). Dezelfde Tempel die onder het bewind van Herodes de Grote tot een wereldwonder herbouwd werd (20 v. Chr.-27 AD). De Tempel die uiteindelijk in 70 AD, veertig jaar na de verwerping van Messias Jezus, door het Romeinse leger van Titus vernietigd werd.

    De ‘gruwel der verwoesting’ is naar mijn mening de herstelde slachtoffer- en spijsofferdienst rond een replica van de ark van het verbond. Tijdens de eerste helft van de zevenjarige eindtijdperiode spreken twee getuigen van de HERE God tegen de herstelde offerdienst.

     

     

    Ik ben ook van mening dat er niet absoluut een nieuwe Joodse tempel op de tempelberg gebouwd moet worden. De toekomstige Tempel die de profeet Ezechiël voor het Messiaanse Vrederijk profeteert (Ezechiël 40-48) wordt overigens noordelijk van Jeruzalem gebouwd en niet op de Tempelberg.

    Indien een replica van de ark in de nabije toekomst tevoorschijn zou komen, dan kan de ark ook in een ‘tent der samenkomst’ op de tempelberg geplaatst worden. Het Bijbelboek Openbaring hoofdstuk 11:2 veronderstelt dit overigens. Dit betekent ook dat er dan een overeenkomst met de Islam mogelijk word. De Koran vermeldt de ark van het verbond in de positieve zin. Hierna de betreffende Soera:

    Soera 2:248 En hun profeet zeide tot hen: het teken van zijn koningschap is, dat tot u zal komen de Ark, waarin is een Godsrust van uw Heer en een nalatenschap, welke nagelaten hebben het geslacht van Musa en het geslacht van Harun, (Aäron) en welke engelen dragen. Daarin is waarlijk een teken voor u, indien gij gelovigen zijt. (De Koran volgens de vertaling van Prof. Dr. J. H. Kramers)

     

    De profeet waarnaar verwezen wordt is de profeet Samuël en het koningschap dat van Saul van het Verenigd Koninkrijk van het oude Israël. Het Arabische Musa is Mozes en Harun staat voor Aäron.

    Wat het teken zal zijn, weet ik niet. Men kan vandaag alleen maar raden naar wat de reacties van de verschillende religies op de mogelijke vondst van de ark zal zijn. Een ding is zeker: de drie monotheïstische religies zouden haar kunnen claimen en vermoedelijk een gezamenlijke rustplaats overeenkomen. En waarom niet op de tempelberg voor de rotskoepel te Jeruzalem?

    De rotskoepel werd in 691 AD door kalief Abd al-Malik gebouwd. Het werd achthoekig gebouwd en heeft schijnbaar geen Qibla of gebedsrichtpunt. Het werd blijkbaar in de eerste plaats als een heiligdom gebouwd en het wordt binnen de moslimwereld als de derde heilige plaats na Mekka en Medina beschouwd. Volgens de moslims werd de koepel gebouwd om de hemelvaart van Mohammed te gedenken. Op de binnenmuren van het moslim heiligdom staan Arabische Koranteksten die vooral tegen christenen gericht zijn. Vooral het Zoon-schap van de God van de Bijbel wordt afgewezen:

    Soera 112 Zeg: Hij Allah is één – Allah, de Eeuwige. - Niet heeft Hij verwekt noch is Hij verwekt. – En niet is één aan Hem gelijkwaardig.

     

    Het evangelie zoals de Bijbel het brengt zal afgevallen worden. De Heer Jezus Christus zal niet meer als de Zoon van God beleden worden maar alleen nog als een profeet, zoals trouwens de Koran ook leert. Hij heeft dan ook niet Zijn leven op het kruis van Golgotha afgelegd en door Zijn bloed verzoening gebracht, maar is zoals iedere andere sterveling gestorven en in een graf bijgezet. Geen opstanding, geen hemelvaart en geen hoop.

    De eerste drie en een half jaar van de oordeelstijd is ook de tijdsperiode dat het nieuwe Babylon (Openbaring 17) alle religieuze macht zal hebben. Deze tijd zal aanvankelijk een periode van vrede en vooral van religieuze eenheid worden. Waarschijnlijk zal het tevoorschijn komen van een replica van de ark van het verbond de éénmaking van alle religies waarmaken.

    De leider en componist van dit alles zal het beschreven genie van Openbaring hoofdstuk 13 zijn: het beest met de horens als van het lam, de pseudo- of anti-messias, die in eigen naam komt en Joden en Arabieren samenbrengt. Een utopie? Ik meen van niet! Stel je voor dat degene die beschreven wordt als ‘het beest uit de aarde’ als nieuwe hogepriester in staat is om het eerste slachtoffer op het altaar gebracht, door vuur vanuit de hemel te laten verteren, en dit vertoond naar de hele wereld toe via alle huidige en nog toekomstige mediakanalen. Voor de meeste mensen van die alsnog toekomstige generatie zal het ervaren worden alsof god zich opnieuw geopenbaard heeft. Zij die altijd naar bewijzen vroegen worden hier op hun wenken bediend. Degene die in zijn eigen naam komt zal hier voor zorgen.

    Johannes 5:41 Eer van mensen behoef Ik (Jezus) niet, 42 maar Ik ken u: gij hebt de liefde Gods niet in uzelf. 43 Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen. 44 Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? 45 Denkt niet, dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven? (NBG Vertaling 1951)

     

    2 Korintiërs 11:4 Want indien degene, die komt (= pseudo-messias), een anderen Jezus predikte (Isa de profeet?), dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht. (Statenvertaling) - (woorden tussen haakjes door de auteur toegevoegd)

     

    Het is aldus mogelijk dat de replica van de ark van het verbond aanvankelijk het middel wordt tot verzoening en samenbrengen van de godsdiensten. Een misleiding zonder weerga.

    Dat de herstelde offerdienst op ‘de heilige plaats’ door de HERE God middels zijn twee getuigen wordt afgewezen, lezen we ook bij de profeet Jesaja:

    Jesaja 61:3 Wie een stier slacht, verslaat een mens; wie een schaap offert, breekt een hond de nek; wie spijsoffer brengt, (offert) zwijnenbloed; wie wierook ten gedenkoffer ontsteekt, prijst een afgod……

    ….17 Zij, die zich heiligen en reinigen, om achter de ene man in het midden naar de hoven te gaan, die zwijnenvlees eten, gruwelijke beesten en muizen, zullen tezamen verdwijnen, luidt het woord des HEREN. (NBG Vertaling 1951)

     

    Dat in de toekomst een genie – de eerste ruiter van de Apocalyps – universele vrede brengt staat geprofeteerd.

    Openbaring 6:1 En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie! 2 En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne! 3 En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 4 En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

     

    De tweede ruiter van de Apocalyps neemt de vrede van de aarde weg die de eerste ruiter gebracht had, wat ook aansluit bij de woorden van Paulus in zijn eerste brief aan Thessalonicenzen 5:1-3.

    5:1 Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve. 2 Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht. 3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;….

     

    De eerste helft van de zevenjarige oordeelstijd kent aldus een misleiding zoals de wereld tot nu toe niet gekend heeft.

    Tegen de nieuwe wereldmacht in een unie van tien staten vanaf de Atlantische Oceaan tot aan de Indus in Azië, staan aanvankelijk in de rand nog tegenstanders die zich verzetten. Het eerder geciteerde Bijbelgedeelte uit Openbaring 6:1-4, leert dat de wereldvrede die bij het uitrijden van de eerste ruiter een feit werd, bruusk wordt weggenomen bij het uitrijden van de tweede ruiter van de Apocalyps

    Openbaring 6:1 3 En toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom! 4 En een tweede, een rossig paard, kwam, en hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkander zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven.

     

    Scrol naar beneden voor deel 2


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    17-01-2017, 13:52 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.chronologie van de aprocalyps - deel 2

    De tweede Ruiter, op een rossig paard ditmaal, die uitrijdt, neemt de vrede van de aarde weg en is verantwoordelijk voor een grote slachting onder de wereldbevolking. Ik meen dat de profetie van de profeet Ezechiël hoofdstuk 38 met de beschreven invasie van Gog uit Magog in de tijdsperiode in het Bijbelboek Openbaring beschreven, hier inpast.

    Ezechiël 38:1 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem, 3 en zeg: zo zegt de Here HERE: zie, ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! 4 Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger: paarden en ruiters, allen volledig uitgerust, een grote schare, met grote en kleine schilden, allen vertrouwd met het zwaard; 5 ook Perzen, Ethiopiërs en Puteeërs, allen met schild en helm; 6 Gomer en al zijn krijgsbenden; Bet-Togarma ver in het noorden met al zijn krijgsbenden – vele volken met u. 7 Maak u gereed en rust u toe, gij met al de scharen die zich bij u gevoegd hebben; wees gij hun tot een leidsman. 8 Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid. 9 Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u. 10 Zo zegt de Here HERE: Te dien dage zullen er plannen in uw hart opkomen; gij zult een boze aanslag beramen, – 11 gij zult zeggen: ik zal optrekken tegen een land van dorpen, een overval plegen op vreedzame lieden, die in gerustheid wonen, allen zonder muur, grendels of poorten – 12 om buit te maken en roof te plegen, om uw hand te keren tegen de weer bewoonde puinhopen en tegen een natie die uit het gebied der volken bijeengebracht is, die have en goed heeft verworven, die op de navel der aarde woont. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profeet Ezechiël schildert in dit hoofdstuk een beeld van een teruggekeerd Israël dat in het Beloofde Land in gerustheid woont. Zij hebben zich van hun vele verdedigingsoorlogen hersteld en leven dan in vrede met hun Arabische buren. Vers elf leert dat alle (veiligheidsmuren) muren, grendels en poorten die momenteel het land ontsieren, dan verdwenen zullen zijn. De door de profeet Ezechiël beschreven rust, is echter niet de rust van het Beloofde Messiaanse Vrederijk, maar is de valse rust die de pseudo-Messias, de ruiter op het eerste Apocalyptische paard en zijn handlanger, gebracht heeft. De tweede Apocalyptische ruiter op het rossige paard van Openbaring 6:4, is dan Gog uit het land Magog, uit het verre noorden (ten opzichte van Israël), die met een geweldige legermacht plotseling richting Israël oprukt en hierbij ook het gebied van het nieuwe Oost-Romeinse Rijk binnentrekt. Op de bergen Israël ’s zal Gog van Magog en zijn bondgenoten echter door een ingrijpen van de HERE God verslagen worden. Het Schriftwoord spreekt over een zware aardbeving en over het merkwaardige feit dat het zwaard van de een tegen de ander zal zijn (Ez. 38:18-22). Hagelstenen, vuur en zwavel zal over het leger van Gog en zijn bondgenoten neerdalen. Het resultaat van dit alles is uiteindelijk het kennen van de HERE God door een gelovig overblijfsel van Israël (Ez. 39:22), van die dag af en voortaan. Zo dadelijk hierover meer.

    Ook het land Magog en de kustlanden delen in de vernietiging van de menigten van Gog op de bergen Israël ‘s:

    Ezechiël 39: 6 Ik zal vuur werpen in Magog en onder hen die in gerustheid de kustlanden bewonen; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.

     

    De kustlanden zijn in de Bijbel de landen aan de andere zijde van de Middellandse Zee, tegenover Israël. Zij hebben zich dan (zoals eerder vermeld) verenigd in een unie van vijf leider-staten en hebben aldus het West-Romeinse Rijk hersteld. Zij worden ook in Ezechiël 38:13 vermeld als ‘de machtigen van Tarsis’ en vragen stellend aan Gog in verband met diens onverwachte agressie:

    Ezechiël 38:13 Scheba, Dedan, de handelaars en al de machtigen van Tarsis zullen tot u zeggen: Komt gij om buit te maken; hebt gij uw schare bijeengeroepen om roof te plegen, om zilver en goud weg te slepen, om have en goed te bemachtigen, om een grote buit te maken?

     

    In de helft van de zevenjarige oordeelstijd worden de twee getuigen van de HERE God te Jeruzalem door ‘het beest’ gedood. De herstelde religieuze eredienst in Jeruzalem waar de twee getuigen tegen predikten wordt echter ook tegelijkertijd door ‘het beest’ verwijderd.

    Het beest van Openbaring hoofdstuk 13 en 17 heeft in de Bijbel meerdere namen. De bekendste is de naam ‘antichrist’ die de apostel Johannes hem in zijn brieven geeft. In de rede over de laatste dingen van de Heer Jezus Christus in de evangeliën opgeschreven, zwijgt Christus in 30 AD over de twee getuigen en vestigt de aandacht uitsluitend op de profetie van Daniël:

    Matteüs 24:1 En Jezus ging de tempel uit en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. 2 En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. 3 Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst  en van de voleinding der wereld? 4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! 5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.

    6 Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. 7 Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. 8 Doch dat alles is het begin der weeën.

    9 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijn ‘s naam ‘s wil. 10 En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. 11 En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. 12 En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. 13 Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. 14 En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.

     

    Het antwoord op de vraag van de discipelen naar het wanneer en het teken van de wederkomst met de voleinding van de wereld, beantwoordt de Heer Jezus met een opsomming van gebeurtenissen die we ook in het Bijbelboek Openbaring terugvinden. De verzen vier tot en met vijf vinden hun vervulling bij het uitrijden van de eerste ruiter op het witte paard. De verzen zes tot en met zeven vinden hun vervulling bij het uitrijden van het tweede rossige paard dat de vrede op de aarde wegneemt. De verzen acht tot en met dertien vinden hun vervulling in de eerste helft van de zevenjarige oordeelstijd wanneer de twee getuigen van God in Jeruzalem optreden en tegen de herstelde offerdienst spreken. En vers veertien met de voorzegging dat dan het evangelie van het Koninkrijk over de gehele wereld gepredikt zal worden tot een getuigenis voor alle volken waarna het einde volgt, vindt zijn vervulling in de twee getuigen te Jeruzalem en in de honderdvierenveertigduizend verzegelden uit de twaalf stammen van Israël die blijkbaar ‘het evangelie van het Koninkrijk’ over de gehele wereld zullen brengen. Het is het vervolg en eindvervulling van de uitnodiging tot het Koninklijke Bruiloftsmaal van Matteüs 22:1-14. Vervolgens lezen we vanaf Matteüs hoofdstuk 24 vers vijftien de beschrijving van wat er in de tweede helft van de zevenjarige oordeelstijd gebeurt:

    Matteüs 24:15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, 16 vluchten naar de bergen. 17 Wie op het dak is, ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, 18 kere niet terug om zijn kleed mede te nemen. 19 Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen. 20 Bidt, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat. 21 Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. 22 En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.

     

    Na een periode van twaalfhonderdzestig dagen of drie en half jaar wanneer de twee getuigen van de Heer God door ‘het beest’ vermoord worden, ziet men naar de woorden van Jezus Christus van 30 AD, op de tempelberg, op de heilige plaats, een ‘gruwel der verwoesting’ staan. En dit is een teken voor degenen die dan in Judea zijn, haastig te vluchten naar de bergen. Wat de ‘de gruwel der verwoesting’ die op de heilige plaats zal staan, zijn zal, wordt niet onmiddellijk duidelijk gemaakt? De discipelen wisten echter wat ermee bedoelt was. Volgens mijn mening zal het een replica van de ark van het verbond zijn.

     

     

    Het toppunt van misleiding zal het plaatsnemen van ‘het beest’ op de Tempelberg zijn. Voor Paulus in zijn tweede brief aan de Thessalonicenzen is dit het begin van het einde van de eindtijd:

    2 Thessalonicenzen 2:3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs , 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. 5 Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?

     

    Paulus spreekt over de afval die aan de komst van ‘de tegenstander’ voorafgaat. Uiteindelijk gaat het naar de aanbidding van ‘het beest’, in volledige afwijzing van de God van de Bijbel. Wanneer we verder de rede over de laatste dingen van de Heer Jezus Christus naar het Matteüs-evangelie volgen, blijkt de chronologie overeen te stemmen met de overige Bijbelboeken:

    Matteüs 24:23 Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. 24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. 25 Zie, Ik heb het u voorzegd. 26 Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de (geheime) binnenkamer, gelooft het niet.

     

    Het zich tot een god verheffen door ‘het beest’ te Jeruzalem, is het startsein voor het gelovig overblijfsel van de Israël om naar de bergen te vluchten zoals we in Matteüs 24:15-16 gelezen hebben. De overige Israëli’s die het merkteken van ‘het beest’ aanvaard hebben, worden spreekwoordelijk uitgespuwd en dit naar de waarschuwing in Leviticus 18:2-28 en Openbaring 3:16.

    De vlucht naar de bergen, naar de woestijn, is een omgekeerde exodus die in meerdere Bijbelboeken beschreven staat:

    Openbaring 12:6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden.

     

    De vermelde plaats naar waar in Openbaring 12:6 verwezen wordt, is volgens het Bijbelboek Daniël, het over-Jordaanse gebied, of het huidige Jordanië en het noordwesten van Saoedi-Arabië. Daniël beschrijft in het elfde hoofdstuk van het gelijknamige Bijbelboek de invasie van de koning van het Noorden, ook de Assyriër genaamd die vanuit zijn kernland, het herstelde Assyrië, de landen van het Midden-Oosten zal overrompelen en hierbij drie koningen ten val brengt. Maar dan staat er geschreven dat het gebied van Edom, Moab en de Ammonieten  aan zijn macht zullen ontkomen.

    Daniël 11:41 Ook het Sieraadland (=Israël) zal hij (=de koning van het noorden) binnenvallen, en velen zullen struikelen; maar aan zijn macht zullen ontkomen: Edom, Moab en de keur der Ammonieten.

     

    Ook de profeet Jesaja verwijst naar de woestijn van het over-Jordaanse gebied:

    Jesaja 16:1 Heersers des lands, zendt de lammeren van de rotsen (Petra) de woestijn in naar de berg der dochter van Sion.

     

    Het is in deze woestijn dat zij veilig van de koning van het noorden alias ‘het beest’ drie en half jaar door de HERE God onderhouden zullen worden:

    Hosea 2:13 Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart. 14 Ik zal haar aldaar haar wijngaarden geven, en het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal zij daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.

     

    Jeremia 31:2 Zo zegt de HERE: Het volk der ontkomenen aan het zwaard vond genade in de woestijn, Israël, op weg naar zijn rust.

     

    Openbaring 3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. 11 Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.

     

     

    De vlucht van de getrouwe Israëli’s naar de bergen, als een gevolg van het zien van de gruwel der verwoesting op de Tempelberg, geschied in de helft van de zevenjarige oordeelsperiode. Gedurende tweeënveertig maanden zullen zij daarna onaangetast door ‘het beest’ in de woestijn verblijven, in wezen een derde ballingschap, waarna zij aan het einde van de eindtijd het Beloofde Land binnengeleid zullen worden. In de woestijn vindt ook de geprofeteerde bruiloft plaats waarbij Israël geestelijk hersteld wordt:

    Hosea 2:15 En het zal te dien dage geschieden, luidt het woord des HEREN, dat gij Mij noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Baäl. 16 Ja, Ik zal de namen der Baäls verwijderen uit haar mond; hun naam zal niet meer genoemd worden. 17 Te dien dage zal Ik voor hen een verbond sluiten met het gedierte des velds, het gevogelte des hemels en het kruipend gedierte der aarde. Dan zal Ik boog en zwaard en oorlogstuig in het land verbreken, en hen veilig doen wonen. 18 Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; 19 Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE kennen.

     

    Openbaring 19:9 En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal  des Lams.

     

    De genodigden tot de bruiloft zijn naar mijn mening de ‘vol’tallige Gemeente, de Ekklesia, die kort voor de tijd van ‘het herstel van het koningschap van Israël’ (Handelingen 1:6-11) hun opstanding kregen (1 Thessalonicenzen 4:13-17), en naar de Stad van God in de hemel werden opgetrokken. Vanuit die andere dimensie zijn zij vanuit hun transparante verblijfplaats, van Bovenuit getuige van het herstel van Israël in de woestijn.

    De Gemeente of Ekklesia vindt men in het boek Openbaring niet terug. Vanaf het eerste hoofdstuk van Openbaring wordt de draad met het oude verbondsvolk Israël opnieuw opgenomen. Een draad die verbroken werd bij het verwerpen van Messias Jezus door de Joden bij zijn eerste komst, zoals beschreven tussen de gebeurtenissen van Matteüs 13:1 tot Handelingen 28: 17-29. Zie ook het artikel op dit blog van 30-06-2015:

    De Tijden der Heidenen. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1435528800&stopdatum=1436133600

     

    Gedurende de nog resterende tweeënveertig maanden gaan intussen de oordelen zoals beschreven in het Bijbelboek Openbaring, over de wereld. Eerst de ruiters, vervolgens de bazuinoordelen gevolgd door de schalen van gramschap. Tijdens deze oordelen gaat ‘het beest’ op aanraden van de valse profeet (Openbaring 13:16-18) over tot het registreren van alle mensen onder zijn controle, door middel van het aanbrengen van zijn merkteken, het getal van zijn naam, op de hand en/of het voorhoofd van ieder mens. Diegenen die alsnog weigeren worden gedood. Helemaal aan het einde met de slag bij Harmageddon komt de Koning der koningen, de Heer der heren, Jezus Christus naar Jeruzalem terug (Openbaring hoofdstuk 19). Wat weer aansluit bij de rede over de laatste dingen van de Heer Jezus Christus, volgens het evangelie naar Matteüs 24:

    Matteüs 24:27 Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. 28 Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen. 29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.

     

    Het is aan het einde van de eindtijd zoals vermeld in Matteüs 24:29 dat er een bijzonder kosmisch fenomeen aan zon en maan geschied. Het is dezelfde gebeurtenis die de profeet Joël aankondigde:

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    Volgens de Bijbelexegese van het gevestigde christendom werd de profetie van Joël 2:28-32, met Pinksteren bij het begin van de Kerk of Gemeente, volledig vervuld. Voor hen leert de Schrift geen derde herstel van Israël als volk, geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen. De kerk is volgens deze leer in de plaats van het Jodenvolk of Israël gesteld. Wanneer we de profetie van Joël echter vrij van alle tradities willen lezen en innemen, moet het duidelijk zijn dat in 30 AD met de uitstorting van de Heilige Geest over honderdtwintig mannen en vrouwen te Jeruzalem, niet de volledige vervulling van het betreffende Bijbelcitaat, geschiedde.

     

    Het hier beschreven scenario is niet voor morgen en ook niet voor overmorgen, maar vergt nog een geruime tijd alvorens alle stukken voor de opvoering klaar staan. De Verenigde Staten van Amerika komen in de Apocalyps niet voor. Zij hebben zich tegen die tijd op hun continent tussen twee oceanen teruggetrokken, een terugkeer naar de politiek van het isolationisme van vijfenzeventig jaar geleden. Hun huidige rol van politieman van de wereld is dan ook opgegeven. De redenen hiertoe kunnen vele zijn en het vandaag proberen invullen van deze redenen, kan alleen maar speculatie zijn.

    Ik hoop dat ik met mijn bijdrage heb bijgedragen aan het chronologisch invullen van alsnog toekomstige gebeurtenissen. Ik studeer en schrijf ook alleen maar naar ‘de mate van de genade’ die mij gegeven is (Efeze 4:7).

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties van Robert De Telder

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    17-01-2017, 13:48 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    16-12-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Werd de Ark van het Verbond samen met de Tempel te Jeruzalem in 586 v. Chr. vernietigd of werd ze ergens verborgen en bewaard tot op heden?

    De oorsprong van de Ark van het Verbond gaat terug tot het ontstaan van Israël als natie na de Exodus in 1483 v. Chr. bij het geven van de Tien Woorden aan Mozes. In het Bijbelboek Exodus vinden we de opdracht tot het bouwen van de ark van het verbond.

     

     

    Exodus 25:10 Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. 11 En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen. 12 En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde. 13 En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud. 14 En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage. 15 De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden. 16 Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal. 17 Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte. 18 Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. 19 En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. 20 En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn. 21 En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. 22 En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls. (Statenvertaling)

     

    De Ark van het Verbond heeft de Israëlieten op al hun tochten en belevenissen vergezeld. Tot aan de bouw van de Tempel van Salomo was zij ondergebracht in ‘de Tent der samenkomst’.

    In het jaar 996 v. Chr. ten tijde van Salomo werd zij in de tempel in het Heilige der heiligen neergezet. Een vertrek van de tempel waar met Jom Kippoer, de grote verzoendag, de hogepriester binnenging voor de verzoeningshandelingen. Hier is de ark met zekerheid tot aan haar vernietiging gebleven. Deze vernietiging gebeurde ten tijde van Zedekia, de laatste koning van Juda, door de hand van de Babyloniërs.

     

     

    2 Koningen 25:8 Daarna in de vijfde maand, op den zevenden der maand (dit was het negentiende jaar van Nebukadnezar, den koning van Babel) kwam Nebuzaradan, de overste der trawanten, de knecht des konings van Babel, te Jeruzalem. 9 En hij verbrandde het huis des HEEREN, en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur.

     

    Na de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel door Nebukadnezar, de koning van Babylon, in 586 voor Christus horen wij nooit meer iets over de ark. In de tempel van Zerubbabel na de Babylonische Ballingschap, en in de tempel van Herodes de Grote bevond zich in het Heilige der heiligen geen ark meer maar wel volgens de Joodse overlevering, een steen waarop de hogepriester op de grote Verzoendag het vat met reukwerk zette (Leviticus 16:12-14). Het is pas na de vernietiging van de tweede tempel in 70 AD dat de legendes en het zoeken naar een verborgen ark een aanvang namen. De oorspronkelijke ark echter was echter al in 586 v. Chr. vernietigd en dit naar het gezaghebbende woord van Asaf en Jeremia.

    Psalm 74:1 Een leerdicht van Asaf. Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos, brandt uw toorn tegen de schapen die Gij weidt?2 Gedenk uw gemeente, die Gij van ouds hebt verworven, die Gij verlost hebt als de stam van uw erfdeel, de berg Sion, waarop Gij uw woning hebt gevestigd.3 Richt uw schreden naar wat voorgoed in puin ligt; alles heeft de vijand in het heiligdom vernield.4 Uw tegenstanders brulden in uw vergaderplaatsen hebben er hun tekenen als tekenen opgesteld; 5 het had het aanzien, alsof iemand de bijl van omhoog op het kreupelhout deed neerkomen;6 toen sloegen zij het snijwerk daaraan altegader stuk met bijl en houweel;7 uw heiligdom staken zij in brand, zij ontwijdden tot de grond toe de woning van uw naam;8 zij zeiden bij zichzelf: Laten wij hen altegader verdrukken. Zij verbrandden alle godshuizen in den lande.9 Onze tekenen zien wij niet, geen profeet is er meer, niemand onder ons, die weet tot hoelang.10 Ja, hoelang nog zal de tegenstander honen, o God; zal de vijand uw naam voor altijd versmaden? 11 Waarom houdt Gij uw hand, ja uw rechterhand, terug?  Trek ze uit uw boezem, verdelg! (NBG Vertaling 1951)

     

    Jeremia 3:14 Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des HEREN, want Ik ben heer over u; Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion, 15 en Ik zal u herders naar mijn hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand. 16 Als gij u dan vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land in die dagen, luidt het woord des HEREN, dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des HEREN; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden. 17 Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des HEREN, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des HEREN te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart. 18 In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan, en zij zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen ten erfdeel gegeven heb.

     

    Wanneer we de hiervoor geciteerde Bijbelgedeelten doornemen is het duidelijk dat de Ark van het Verbond in het jaar 586 v. Chr. door de Babyloniërs te samen met alle andere Tempelattributen vernietigd werd. In de tempel die zeventig jaar later herbouwd was, was er geen ark meer ter plaatsing in het Heilige der Heiligen. En ook in de herbouwde tempel van Herodes de Grote bevond zich geen Ark van het Verbond. Volgens de profeet Jeremia hiervoor geciteerd, zou de Ark niet weder gemaakt worden.

    Het moet dan ook duidelijk zijn dat het verhaal in het apocrief (twijfelachtig – niet gezaghebbend) boek 2 Makkabeeën gebracht, dat de Roomse kerk aan haar Bijbel heeft toegevoegd, haaks staat op de canonieke boeken van de Bijbel. Hierna het betreffende gedeelte:

    2 Makkabeeën 2:1 In de boeken staat niet alleen dat de profeet Jeremia de ballingen beval om iets van het vuur mee te nemen, zoals reeds is gezegd, 2 maar ook dat hij hun de leer gaf en hun daarbij op het hart drukte, de geboden van de Heer niet te vergeten en zich niet te laten misleiden door de fraai versierde gouden en zilveren beelden die ze zouden zien. 3 Naast andere vermaningen drong hij erop aan de leer niet uit hun hart te bannen. 4 Verder staat er in hetzelfde geschrift dat de profeet, gehoorzaam aan een goddelijke ingeving, de verbondstent en de ark liet halen en achter hem aan liet dragen, terwijl hij de berg beklom die Mozes bestegen had om het erfdeel van God te aanschouwen. 5 Daar aangekomen vond Jeremia een rotsspelonk; daarin plaatste hij de tent, de ark en het reukofferaltaar en hij sloot de toegang af. 6 Toen enkele van zijn metgezellen er weer heen gingen om de weg te markeren, konden ze de plaats niet meer vinden. 7 Jeremia hoorde van hun poging en maakte hun verwijten. Hij zei: ‘Die plaats moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt en het zijn barmhartigheid toont. 8 Dan zal de Heer dat alles weer tevoorschijn brengen; dan zal de glorie van de Heer in een wolk verschijnen, zoals dat gebeurd is in de tijd van Mozes en ook in die van Salomo, toen hij bad dat de tempel op grootse wijze geheiligd zou worden.’ 9 Ook werd erin verteld wat Salomo in zijn wijsheid deed toen hij bij de voltooiing van de tempel het inwijdingsoffer opdroeg: 10 zoals er tijdens Mozes’ gebed tot de Heer vuur uit de hemel was neergedaald, zo daalde er ook tijdens zijn gebed vuur neer en dit verteerde de brandoffers. 11 Met betrekking tot dat offer heeft Mozes verklaard: ‘Omdat het zondeoffer niet genuttigd is, is het door het vuur verteerd.’ 12 Ook Salomo heiligde acht dagen lang het inwijdingsfeest. 13 Behalve deze dingen vermelden die boeken, namelijk de gedenkschriften van Nehemia, ook dat Nehemia een bibliotheek had aangelegd, waarin hij de boeken bijeenbracht die betrekking hadden op de koningen, de geschriften van de profeten en van David, evenals de brieven van de koningen betreffende schenkingen aan de tempel. 14 Nu heeft Judas die boeken, die door de oorlog waarin wij gewikkeld zijn geraakt verspreid waren, weer bijeengebracht, en ze zijn weer in ons bezit. 15 Mocht u ze nodig hebben, dan kunt u ze laten halen. 16 Wij schrijven u, omdat we van plan zijn de reiniging van de tempel te heiligen. Wij houden u de plicht voor, dit feest te heiligen. 17 God, die heel zijn volk bevrijd heeft en het erfdeel, het koningschap, het priesterschap en de tempel aan zijn volk heeft teruggegeven, 18 zoals Hij dat in de leer had beloofd, God zal zich spoedig, naar wij hopen, over ons ontfermen en ons vanuit alle windstreken weer bijeenbrengen naar zijn heilige plaats. Want Hij heeft ons uit grote nood verlost en de plaats gereinigd. 19 De geschiedenis van Judas de Makkabeeër en van zijn broers, de reiniging van de grote tempel en de wijding van het altaar, 20 de oorlogen tegen Antiochus Epifanes en zijn zoon Eupator 21 en de hemelse verschijningen die ten deel zijn gevallen aan degenen die met zoveel toewijding en heldhaftigheid streden voor het jodendom. (Willibrord Vertaling 1995)

     

    Het verwachten op een tevoorschijn komen van ‘een’ ark van het verbond heeft ook alleen zin wanneer men een derde herstel van Israël verwacht in het oude land der vaderen. De Roomse kerk en een groot gedeelte van het christendom echter ziet zichzelf als het geestelijke Israël. Alle beloften die in het Oude Testament handelen over het 'heil voor Israël' en de oprichting van een Messiaans Vrederijk, past het christendom op zichzelf toe. Volgens de orthodoxe exegese is met de start van de Kerk in de eerste eeuw met Pinksteren alle Oudtestamentische profetie vervuld. Het volk Israël als uitverkoren volk van God heeft al twintig eeuwen voor hen afgedaan. De kerk is in de plaats van Israël gekomen en de Joden werden in hun verwerping van de Christus als heilsorgaan definitief in de eerste eeuw van de christelijk jaartelling vervloekt en voor altijd opzijgezet.

     

    Alhoewel de ark zonder twijfel vernietigd werd zijn er hoogstwaarschijnlijk in de oudheid replica’s van de ark gemaakt, die tot nu toe ergens op aarde verborgen zitten. Met zekerheid kan men bijvoorbeeld stellen dat in Ethiopië op een geheime plaats te Axoem, zulk een replica van de ark van het verbond vereerd wordt. Ethiopië betwist namelijk Arabië de roem van de koningin van het Zuiden. De koningen van Ethiopië eisten afstamming voor zich op via Menelik, een zoon volgens hen van de koningin van Scheba en Salomo. Hoogstwaarschijnlijk bracht de koningin van Scheba een replica van de ark naar haar land mee. Enkele jaren geleden bracht de BBC een overtuigende documentaire over de verborgen ark te Axoem in Ethiopië. Volgens de documentaire wordt de ark op een geheime plaats door een monnik bekend als de 'bewaarder van de ark' in de kerk van de Heilige Maria van Sion, bewaard.

    Daarnaast zijn er Joodse legenden die de ark van het verbond in een schuilplaats nabij de Dode Zee plaatsen. Zij is dan verborgen in een van de vele grotten waar ook de bekende Dode Zee-rollen gevonden werden. Een andere legende zoals in het boek 2 Makkabeeën beschreven leert dat de ark van het verbond bij de nadering van de Babyloniërs op de berg Nebo in Jordanië, verborgen werd.

    Een hardnekkige legende leert dat de ark verborgen werd 'in' de tempelberg en op Gods tijd bij de herbouw van de tempel tevoorschijn zal komen. De Joodse legenden verhalen echter niet over een replica maar leren de verwachting dat de oorspronkelijke ark ergens verborgen zit. Deze legenden zijn nochtans in strijd met de Bijbel die duidelijk door de mond van Jeremia leert dat "dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des HEREN; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden…"

     

    Het tevoorschijn komen van een replica van de Ark van het Verbond past in het chronologische ‘eindtijdkader’ dat de profetische gedeelten van de Bijbel leren. Het apocriefe boek 2 Makkabeeën zou in de toekomst aldus nog voor heel wat misleiding kunnen zorgen.

     

    Men kan op basis van het profetische boek Daniël in het Oude Testament en het laatste Bijbelboek Apocalyps een chronologisch eindtijdscenario schetsen. Het laatste boek van de Bijbel: Openbaring (11:1) leert namelijk een alsnog toekomstig herstel van de offerdienst ten tijde van de heerschappij van ‘het beest’. Ook de zeventigste jaarweek van de profeet Daniel (9:27) leert een herstel van de offerdienst. Voor een eventuele herstelde offerdienst in Israël heeft men een tent ter samenkomst nodig, daarnaast een altaar én de ark van het verbond voor de verzoeningshandelingen.

     

     

    Hierna het citaat uit het Boek Daniël gevolgd door het citaat uit het Boek Openbaring:

    Daniël 9:27 …in de helft van de week zal hij (de tegenstander) slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is. (NBG Vertaling 1951)

     

    Openbaring 11:1 En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. 2 En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. 3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed. 4 Dezen zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan. 5 En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden. 6 Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen. 7 En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden. 8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is. En zo verder…

     

    Beide Bijbelgedeelten leren dat de zevenjarige oordeelsperiode in twee gelijke delen verdeelt is. Tijdens de eerste helft van drie jaar en een half jaar, wat gelijk is aan 1260 dagen, bestaat er een herstelde offerdienst in Jeruzalem waar tegen twee getuigen van de HERE God tegen profeteren. Gedurende de eerste helft van de zeventigste jaarweek van Daniël zal een anti-Messias gepaard gaande met nooit eerder geziene tekenen de offerdienst leiden.

    Openbaring 13:11 En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak. 12 En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt, dat de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wond genezen was. 13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. 14 En het verleidt hen, die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    In de tweede helft van de jaarweek of de zevenjarige eindtijdperiode zal de toekomstige wereldleider (het beest uit de volkeren-zee) van het nieuwe Romeinse Rijk de nieuw ingestelde slacht- en spijsofferdienst doen ophouden, wat aansluit met de beschrijving van het ‘andere beest uit de aarde’ dat de macht heeft zelfs vuur uit de hemel op het slachtoffer te doen neerkomen. De ark van het verbond waarvan een replica inmiddels tevoorschijn is gekomen zal hier haar rol spelen. Dit alles sluit ook aan bij de rede van Jezus Christus over de laatste dingen:

    Matteüs 24:15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, 16 vluchten naar de bergen.

     

    De heilige plaats is de Tempelberg te Jeruzalem waar de tempel van Salomo stond tot 586 v. Chr. Na de Babylonische Ballingschap werd de tempel door de teruggekeerde Joden herbouwd (535/515 v. Chr.). Dezelfde Tempel die onder het bewind van Herodes de Grote tot een wereldwonder herbouwd werd (20 v. Chr.-27 AD). De Tempel die uiteindelijk in 70 AD, veertig jaar na de verwerping van Messias Jezus, door het Romeinse leger van Titus vernietigd werd.

    De ‘gruwel der verwoesting’ is naar mijn mening de herstelde slachtoffer- en spijsofferdienst rond een replica van de ark van het verbond. Tijdens de eerste helft van de zevenjarige eindtijdperiode spreken twee getuigen van de HERE God tegen de herstelde offerdienst.

     

    Ik ben ook van mening dat er niet absoluut een nieuwe Joodse tempel op de tempelberg gebouwd moet worden. De toekomstige Tempel die de profeet Ezechiël voor het Messiaanse Vrederijk profeteert (Ezechiël 40-48) wordt overigens noordelijk van Jeruzalem gebouwd en niet op de Tempelberg.

    Indien een replica van de ark in de nabije toekomst tevoorschijn zou komen, dan kan de ark ook in een ‘tent der samenkomst’ op de tempelberg geplaatst worden. Het Bijbelboek Openbaring hoofdstuk 11:2 veronderstelt dit overigens. Dit betekent ook dat er dan een overeenkomst met de Islam mogelijk word. De Koran vermeldt de ark van het verbond in de positieve zin. Hierna de betreffende Soera:

    Soera 2:248 En hun profeet zeide tot hen: het teken van zijn koningschap is, dat tot u zal komen de Ark, waarin is een Godsrust van uw Heer en een nalatenschap, welke nagelaten hebben het geslacht van Musa en het geslacht van Harun, (Aäron) en welke engelen dragen. Daarin is waarlijk een teken voor u, indien gij gelovigen zijt. (De Koran volgens de vertaling van Prof. Dr. J. H. Kramers)

     

    De profeet waarnaar verwezen wordt is de profeet Samuël en het koningschap dat van Saul van het Verenigd Koninkrijk van het oude Israël. Het Arabische Musa is Mozes en Harun staat voor Aäron.

    Wat het teken zal zijn, weet ik niet. Men kan vandaag alleen maar raden naar wat de reacties van de verschillende religies op de mogelijke vondst van de ark zal zijn. Een ding is zeker: de drie monotheïstische religies zouden haar kunnen claimen en vermoedelijk een gezamenlijke rustplaats overeenkomen. En waarom niet op de tempelberg voor de rotskoepel te Jeruzalem?

    De rotskoepel werd in 691 AD door kalief Abd al-Malik gebouwd. Het werd achthoekig gebouwd en heeft schijnbaar geen Qibla of gebedsrichtpunt. Het werd blijkbaar in de eerste plaats als een heiligdom gebouwd en het wordt binnen de moslimwereld als de derde heilige plaats na Mekka en Medina beschouwd. Volgens de moslims werd de koepel gebouwd om de hemelvaart van Mohammed te gedenken. Op de binnenmuren van het moslim heiligdom staan Arabische Koranteksten die vooral tegen christenen gericht zijn. Vooral het Zoon-schap van de God van de Bijbel wordt afgewezen:

    Soera 112 Zeg: Hij Allah is één – Allah, de Eeuwige. - Niet heeft Hij verwekt noch is Hij verwekt. – En niet is één aan Hem gelijkwaardig.

     

    Het evangelie zoals de Bijbel het brengt zal afgevallen worden. De Heer Jezus Christus zal niet meer als de Zoon van God beleden worden maar alleen nog als een profeet, zoals de Koran ook leert. Hij heeft dan ook niet Zijn leven op het kruis van Golgotha afgelegd en door Zijn bloed verzoening gebracht, maar is zoals iedere andere sterveling gestorven en in een graf bijgezet. Geen opstanding en geen hemelvaart. Geen hoop. Het Jeruzalem van de eindtijd wordt in het laatste Bijbelboek: Apocalyps, dan ook Sodom en Egypte genoemd.

    De eerste drie en een half jaar van de oordeelstijd is ook de tijdsperiode dat het nieuwe Babylon (Openbaring 17) alle religieuze macht zal hebben. Deze tijd zal aanvankelijk een periode van vrede, voorspoed en vooral van religieuze eenheid worden. Waarschijnlijk zal het tevoorschijn komen van een replica van de ark van het verbond de éénmaking van alle religies waarmaken.

    De leider en componist van dit alles zal het eerder beschreven genie van Openbaring 13 zijn: het beest met de horens als van het lam, de pseudo- of anti-messias, die in eigen naam komt en Joden en Arabieren samenbrengt. Een utopie? Ik meen van niet! Stel je voor dat degene die beschreven wordt als ‘het beest uit de aarde’ als nieuwe hogepriester in staat is om het eerste slachtoffer op het altaar gebracht, door vuur vanuit de hemel te laten verteren, en dit vertoond naar de hele wereld toe via alle huidige en nog toekomstige mediakanalen. Voor de meeste mensen van die alsnog toekomstige generatie zal het ervaren worden alsof god zich opnieuw geopenbaard heeft. Zij die altijd naar bewijzen vroegen worden hier op hun wenken bediend. Degene die in zijn eigen naam komt zal hier voor zorgen.

    Johannes 5:41 Eer van mensen behoef Ik (Jezus) niet, 42 maar Ik ken u: gij hebt de liefde Gods niet in uzelf. 43 Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen. 44 Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? 45 Denkt niet, dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?

     

    2 Korintiërs 11:4 Want indien degene, die komt (= pseudo-messias), een anderen Jezus predikte (Isa de profeet?), dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht. (Statenvertaling) - (woorden tussen haakjes door de auteur toegevoegd)

     

    Dat ooit een genie – de eerste ruiter van de Apocalyps – universele vrede brengt staat geprofeteerd.

    Openbaring 6:1 En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie! 2 En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne! 3 En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 4 En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

     

    De tweede ruiter van de Apocalyps neemt de vrede van de aarde weg die de eerste ruiter gebracht had, wat ook aansluit bij de woorden van Paulus in zijn eerste brief aan Thessalonicenzen 5:1-3.

    5:1 Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve. 2 Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht. 3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;….

     

    Het is aldus mogelijk dat de replica van de ark van het verbond aanvankelijk het middel wordt tot verzoening en samenbrengen van de godsdiensten. Een misleiding zonder weerga.

     

    Dat de herstelde offerdienst op ‘de heilige plaats’ door de HERE God middels zijn twee getuigen wordt afgewezen, lezen we ook bij de profeet Jesaja:

    Jesaja 61:3 Wie een stier slacht, verslaat een mens; wie een schaap offert, breekt een hond de nek; wie spijsoffer brengt, (offert) zwijnenbloed; wie wierook ten gedenkoffer ontsteekt, prijst een afgod……

    ….17 Zij, die zich heiligen en reinigen, om achter de ene man in het midden naar de hoven te gaan, die zwijnenvlees eten, gruwelijke beesten en muizen, zullen tezamen verdwijnen, luidt het woord des HEREN. (NBG Vertaling 1951)

     

    Uiteindelijk komt aan de zevenjarige oordeelstijd een einde bij de wederkomst van Jezus Christus zoals beschreven in Openbaring hoofdstuk 19.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    16-12-2016, 10:30 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    27-11-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ADVENT 2016 AD, HIJ KOMT

    Definitie van het woord Advent: (Latijn: Adventus, komst) aanduiding van de komst van de Zoon van God in het vlees, de incarnatie; voorts van Zijn wederkomst ten oordeel in de volheid der tijden.

     

     

    Niet alleen de voorbereidingstijd tot het Kerstfeest is volgens de definitie van advent bedoeld, maar ook een leven in de verwachting van de wederkomst van Christus.

    Dit laatste is een verwachting die het traditionele christendom, ook wat er van overblijft in de derde generatie sinds de kerkverlating, niet meer kent. De verwachting van het traditionele christendom is er een van als mens geboren worden, ouder worden, moeten sterven en daarna de hemel (als het goed is), de niet-gelovigen wacht de traditionele hel.

    Dit christendom heeft weinig of geen kennis van de Bijbel. De Bijbel leert nochtans duidelijk en niet mis te verstaan, een wederkomst van Christus. Deze komst heeft Jezus tijdens zijn leven en bediening voorzegt, en werd door de evangelisten zo genoteerd. Onmiddellijk na Zijn hemelvaart wordt dezelfde boodschap herhaald.

    Handelingen 1:6 “Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. 9 En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen (NBG Vertaling 1951)

     

    In het hiervoor geciteerde Schriftgedeelte worden enkele eenvoudige waarheden weergegeven. De verwachting namelijk van het koninkrijk Gods door middel van het derde herstel van Israël, en de wederkomst van Jezus op dezelfde wijze zoals Zijn hemelvaart. Boven Jeruzalem is er voor mensenogen, een onzichtbare deur naar die andere dimensie van waar Jezus op Zijn tijd zal terugkomen. Naar de komst van dit Rijk Gods hebben honderden en honderden miljoenen christenen bijna tweeduizend jaar al sinds 30 AD (dikwijls onwetend) gebeden. Het ‘Onze Vader’ namelijk, zoals het in het evangelie opgetekend staat.

     

     

    Matteüs 6:5 En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. 6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. 7 En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. 8 Wordt hun dan niet gelijk, want [God] uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. 9 Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; 10 uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. 11 Geef ons heden ons dagelijks brood; 12 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; 13 en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. [Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.] 14 Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; 15 maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven. (NBG Vertaling 1951)

     

    Dit beloofde Koninkrijk is komende. Het zal niet tot stand komen door menselijke inzet, maar net zoals bij de wedergeboorte van een mens, zoals beschreven in het evangelie naar Johannes, door God Zelf.

    De verwachting van het komende Godsrijk werd als een gevolg van het uitblijven van de wederkomst van de Messias, door het christendom al vroeg opgegeven. Toen de Romeinse keizer Constantijn zich in de vierde eeuw tot het christendom bekeerde en de kerk van Rome tot staatsgodsdienst verhief, leerde en verwachte men daarna dat het Godsrijk door mensenhanden gebouwd kon worden. De profetische gedeelten van de Bijbel werden als een allegorie uitgelegd en ontdaan van hun letterlijke boodschap. Alle heilsbeloften in de Bijbel die betrekking op het volk Israël hebben, werden op de kerk van nu van toepassing gebracht. De duizend jaar dat satan volgens het Bijbelboek Openbaring, in de toekomst gebonden zou worden, werd niet meer letterlijk genomen maar gezien als een zinnebeeld van de nieuwe tijd die sinds Constantijn baan brak. Dat het sterven, de dood, bleef heersen nam men erbij. In de plaats van de verwachting van de wederkomst van Christus en de daarmee gepaard gaande beloofde opstanding uit de doden, een boodschap waar de apostel Paulus de gelovigen mee troost (2 Thessalonicenzen 4:14-17), kwam de leer van een naar de hemel gaan bij het sterven.

     

    Het christendom is sindsdien ook een pure mannenzaak met rangen en standen, geworden. De gelijkheid van man en vrouw zoals de Bijbel die leert, werd opgegeven en de vrouw gediscrimineerd. Een toestand waar generatie op generatie religieuze vrouwen zichzelf aan onderwierpen, menende, het is Gods wil.

     

     

    De afbeelding komt van een Egyptisch reliëf daterend van de twaalfde dynastie. Het kwam te voorschijn in een graf te Beni Hassan. Het plaatje geeft een Semitische karavaan weer die met handelswaren Egypte binnenkomt. Het is een afbeelding die men in vele Bijbelatlassen, encyclopedieën en dergelijke, tegenkomt. Men heeft hier ten slotte een afbeelding van hoe de aartsvaders er uitgezien hebben. Hun uiterlijk, klederdracht, wapens enzoverder, wat echter moet opvallen, maar nooit met zoveel woorden vermeld wordt, zijn de vrouwen op deze afbeelding. Geen sluier is te bemerken, zelfs geen hoofddoek.

     

    Het Bijbelse koninkrijk van de Bergrede van Jezus zoals in het Mattheüsevangelie geciteerd, is hetzelfde Koninkrijk waar ook gelovige Joden naar uit zien. Want het is hun door de profeten beloofde Messiaanse Vrederijk, dat met de wederkomst van Christus werkelijkheid zal worden. Zij gaan als ‘lo-ammi’ momenteel nog hun eigen weg, maar in de toekomst zal er naar het Profetische Woord, een derde herstel volgen. Dit herstel begint tijdens de komende oordeelstijd met een nieuwe exodus, ditmaal vanuit het land, naar de woestijn. Een woestijn waar de HERE God tot hun hart zal kunnen spreken (Hosea 2:13-14).

     

    De exodus uit Egypte gaat terug tot Pesach 1483 v. Chr. Met Sjavoeot van hetzelfde jaar kregen zij de grondwet van de HERE God, en gingen ze op weg naar het Beloofde Land. Het was het begin van een nieuwe bedeling die eindigde in falen. In mijn laatste boek ‘Exodus’ breng ik de chronologische geschiedenis van Israël vanaf de aankomst van de aartsvader Jakob met heel zijn clan van zeventig zielen tot op de Exodus onder leiding van Mozes. Voor wie het boek wil bestellen, zie link: https://www.bol.com/nl/p/exodus/9200000064462632/?country=BE

     

    We zijn anno 2016 al 3498 jaar sinds de exodus op de tijdsbalk gevorderd, en de vraag is wanneer de laatste mensengeneratie gaat aantreden die getuige zal zijn van de wederkomst van Christus? Deze komst zal weer gepaard gaan met veel natuurgeweld zoals we dat in de geschiedenis van het oude Israël gezien hebben. Wie van mijn generatie de boeken van wijlen Dr. I. Velikovsky (Werelden in botsing, 1971, en Eeuwen in Chaos, 1977) gelezen heeft, weet dat de Exodus uit Egypte en de daarmee gepaard gaande rampen, van kosmische oorsprong waren. Ook de (weder)komst van de Messias of Christus zal met soortgelijke rampen gepaard gaan.

    Lucas 21:25 En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, 26 terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. 27 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid. 28 Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt. (NBG Vertaling 1951)

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

     

    Recente publicaties van Robert De Telder

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    27-11-2016, 10:06 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    25-10-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.E X O D U S

    E X O D U S

     

     

    Formaat: A5, kleur: zwart/wit, papier: Crème papier (Romandruk), binding: Paperback, aantal pagina's: 189,

     

    Hieronder een korte omschrijving van het boek:

    Op 31 maart 2018 zal de Exodus exact 3500 jaar geschiedenis zijn. De auteur brengt de geschiedenis van Israël in het Egypte van de oudheid vanaf hun aankomst in 1699 v. Chr. op het hoogtepunt van een wereldwijde hongersnood, tot aan hun Exodus uit Egypte in 1483 v. Chr.

     

     

    De geschiedenis van Israël en de Exodus halen we in de eerste plaats uit de Bijbel, daarnaast uit de werken van Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. Maar ook de Egyptologie levert via een revisie van de geschiedenis van de oudheid verrassende resultaten. De Exodus van de Israëlieten uit Egypte met de gepaard gaande tien plagen betekende namelijk een ware breuk in de Egyptische geschiedenis. Volgens de revisie van de geschiedenis waren het zogenaamde Oude- en het Midden-Rijk in Egypte contemporain met elkaar en was er maar één tussenperiode, die van de Hyksos, die na de Exodus Egypte overrompelden en hun heerschappij over het Midden-Oosten vestigden. De twaalf stammen van Israël trokken intussen na een periode van veertig jaar in de wildernis, het Beloofde Land Kanaän binnen.

     

     

    In het laatste hoofdstuk hebben de sabbat- en jubeljaren de aandacht en wordt een link gelegd naar de toekomst met een geprofeteerd derde herstel van Israël in het oude land der vaderen, zowel nationaal als geestelijk.

     

    Hopelijk heb ik hiermee jullie interesse kunnen wekken in mijn boek.

    Het is te koop op http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    Met vriendelijke groet,

    De Telder Robert


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-10-2016, 09:54 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    05-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat nu met Engeland en het Verenigd Koninkrijk?

    Dit land kreeg in mijn boek ‘De Nieuwe Orde in opkomst’ uit 1985 heel wat aandacht.

     

     

    Sinds het verschijnen van de eerste druk van mijn boek in 1985 zijn er inmiddels eenendertig jaar gepasseerd en heeft er zich in de wereld een ontwikkeling naar de zogenaamde Bijbelse eindtijd voorgedaan. Het boek was naar Nederlandse normen een besteller, kende vier herdrukken met uiteindelijk vijfduizend verkochte exemplaren. Al vele jaren is sindsdien het boek uitverkocht en alleen nog in antiquariaatzaken verkrijgbaar.

    Toen ik in 1985 aan het boek DE NIEUWE ORDE IN OPKOMST werkte was Europa met een ijzeren gordijn in twee machtsblokken verdeeld en heerste er een koude oorlog met Sovjet-Rusland en haar Oost-Europese satellietstaten. De Berlijnse muur was nog niet neergekomen en het leek erop dat deze situatie nog decennia lang zou voortduren. In feite had niemand in 1985 zicht op hoelang de Duitse deling nog zou duren. Geen een van de westerse leiders in het jaar 1989 had overigens het slopen van de Berlijnse muur voorzien. Niemand had dit ook zo snel verwacht. De auteur Sebastian Haffner schreef zelfs een hoofdstuk over de onwaarschijnlijkheid van een toekomstige hereniging neer, in zijn boek ‘Von Bismarck zu Hitler’ (Kindler Verlag GmbH, München) dat in 1987 uitgegeven werd.

    Achteraf bekeken was de getallen symboliek heel treffend. Duitsland dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog op zulk een verschrikkelijke manier aan het Joodse volk vergrepen had, werd in 1945 verslagen en daarop vier jaar bezet. In 1949 werd in het westen de Bondsrepubliek opgericht en onder Russische voogdij in het oosten de DDR. Wat volgde was een deling die exact veertig jaar geduurd heeft. Vier en veertig zijn getallen die in de Bijbel dikwijls met perioden van oordeel te maken hebben. We hebben dus heel duidelijk voor wie het zien wil, metahistorie zien plaatsvinden. Het was een vervulling van Bijbelse profetie geweest. De uiteindelijke hereniging van de beide Duitslanden had ik op basis van het Profetische Woord van de Bijbel in mijn boeken voorspeld.

    Waar de Hebreeuwse profeten van de Bijbel de meeste aandacht aangeven is aan het herstel van Israël, eerst nationaal en daarna gevolgd door een geestelijk herstel in het oude land der vaderen. De Bijbel leert en belooft duidelijk een derde herstel van de Joden in het land. Het begin van de vervulling van deze neergeschreven profetieën, ving aan in het jaar 1948 wanneer de jonge staat Israël zijn zelfstandigheid wereldkundig maakte. Het begin van een verdrukking voor velen in de regio. Uiteindelijk zal dit conflict in de toekomst opgelost worden door ‘de nieuwe orde’ die zich in de wereld zal baan breken. Een pseudo-Messias zal voor een korte tijd de oplossingen aanbieden, en schijnbaar universele vrede brengen. De gehele wereld, en ook Israël zal in vervoering van dit genie komen. Wat hierop volgt is wat in het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, het gevreesde Armageddon genoemd wordt culminerend in de wederkomst van Messias Jezus Christus, gevolgd met het herstel van alle dingen.

    Lucas 21:29 En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. 30 Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer al nabij is. 31 Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. 32 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt. 33 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. (NBG Vertaling 1951)

     

    Met de studie van het Profetische Woord ben ik sinds 1975 bezig. Mijn eerste kennismaking met de Bijbelse profetieën in verband met het nationale en geestelijke herstel van Israël was via het boek ‘de planeet die aarde heette’ van Hal Lindsey. Deze Amerikaanse auteur verwachtte de wederkomst van Jezus Christus voor de jaren tachtig van de vorige eeuw. Een van zijn boeken volgend op zijn bestseller ‘The Late Great Planet Earth’ had de titel ‘Counting Down the Eighties’, een titel die zelf verklarend was. Hal Lindsey ’s bestsellers werden geschreven toen de koude oorlog van het communistische atheïstische Rusland en zijn satellietstaten tegen het Westen nog gaande was en veel van de Bijbelse eindtijdprofetieën kregen van Lindsey als een gevolg daarvan, een eigentijdse invulling. Veel van wat Hal Lindsey meende in vervulling te zien gaan is toen niet uitgekomen en sommige elementen intussen zelfs achterhaald. De man heeft wel heel wat mensen in de Lage Landen bij de zee aan het lezen en studeren gezet. En daarvoor blijf ik hem dankbaar. We staan in de studie van het Profetische Woord ten slotte allemaal op de schouders van anderen, van mensen die ons voorgegaan zijn.

     

     

    Aan de wederkomst van Christus gaat het herstel van het Oud-Romeinse Rijk vooraf, in de vorm van een federatie van tien leiders die met elkaar een Unie zullen vormen.

    De bijgevoegde kaart komt uit mijn boek ‘De Nieuwe Orde in opkomst’ blz. 38 en toont het Romeinse Rijk van de oudheid tijdens zijn grootste uitbreiding. In Europa liep de grens van dit Rijk langs de stromen Rijn en Donau. In Groot-Brittannië liep de grens van de Romeinse Rijk tot aan de grens ongeveer met het huidige Schotland.

    Hal Lindsey verkondigde in zijn boek dat de Europese Unie de vervulling van het Romeinse Rijk van de eindtijd was. Toen Griekenland als tiende lidstaat tot de Unie toetrad zag Lindsey dit als een teken dat de wederkomst van Jezus Christus zeer nabij was.

    Ik zag dit in de jaren tachtig van de vorige eeuw al anders en verwachte een herstel van het Romeinse Rijk binnen de oorspronkelijke grenzen van het oude Rijk van weleer. Een Rijk dat op het toppunt van zijn macht verdeeld werd in een West- en een Oost-Romeinse Rijk. Voor de Bijbelse eindtijd verwachte ik een herstel van de twee rijken door middel van een ‘huwelijk’, een unie tussen vijf toekomstige leiders uit het Westen met vijf leiders uit het gebied van het Oost-Romeinse Rijk. Dit alles heb ik in mijn boek van eenendertig jaar geleden neergeschreven. Niets ervan leek in de voorbije decennia uit te komen.

    De Europese Unie breidde zich na de val van de Berlijnse muur en de implosie van het Sovjetrijk naar het oosten uit, waarbij de as Berlijn-Parijs de richting bepaalde. Als summum van de nieuwe wereldmacht kwam de eengemaakte munt, de Euro die het huwelijk tussen Duitsland en Frankrijk moest bezegelen. Groot-Brittannië dat sinds 1973 lid is van de Europese Unie bedankte voor de Euro in 2004 en behield zijn eigen munt en nationale bank.

     

    En nu in 2016 stemde een meerderheid van de Britse bevolking zelfs voor een zogenaamde Brexit, een verlaten van de Europese Unie, met als een gevolg een schokgolf die door de Unie en de rest van de wereld gaat. Een crisis die zo snel mogelijk onder controle dient gebracht.

    In het Verenigd Koninkrijk was het vooral in Engeland dat men voor een Brexit koos. In Schotland en Noord-Ierland was een meerderheid van de bevolking voor een lid blijven van de Unie. Het gevolg is dat nu in deze delen van het Verenigd Koninkrijk er stemmen opgaan voor een opgeven van het Verenigd Koninkrijk. Niemand weet momenteel met zekerheid welke ontwikkeling voor ons ligt.

     

    Op de bijgevoegde landkaart uit 1985 van het te herstellen Romeinse Rijk zag ik Engeland als één van de vijf leiders die in een alsnog toekomstige federatie deel zou uitmaken van het nieuwe West-Romeinse Rijk. Ik heb toen Schotland en Ierland als buiten het Romeinse Rijk op de kaart gearceerd. Een ontwikkeling die in 1985 niet in zicht was, maar nu plotseling dichtbij gekomen is.

     

    De kans is reëel dat het verlaten van Engeland van de Unie een domino-effect veroorzaakt, dat ook andere lidstaten tot uitstap zou kunnen beïnvloeden. Een crisis zonder weerga dient zich dan aan.

    Dit neerschrijven maakt me niet blij. Ik ben van mening dat mijn generatie, de generatie van de babyboomers, de beste tijd in honderd jaar geschiedenis hebben gekregen. De generatie van mijn ouders en grootouders echter kenden met een interval van slechts twintig jaar, twee wereldoorlogen en twee bezettingen, met bovendien tussen de wereldoorlogen in, een economische wereldcrisis zonder weerga. En het economische herstel na de tweede wereldoorlog vergde nog eens ruim twintig jaar vooraleer ook België en haar buurlanden ook hun ‘Wirtschaftswunder’ kregen.

    De democratie die zich vooral na de tweede wereldoorlog kon grondvesten (vrouwen kregen in België pas in 1948 stemrecht) zal vermoedelijk in zijn huidige vorm niet kunnen standhouden. Heel wat rechten die voor het individu de voorbije zeventig jaar werden opgebouwd zullen verloren gaan.

    Het Bijbelboek Apocalyps en Daniël hebben het over de term ‘koningen’ voor de eindtijdperiode. Hier zijn dan niet de Habsburgers, de Saksen-Coburgers en/of enige andere familie van koningshuizen uit het verleden mee bedoelt, maar dit betekent dat er in de toekomst leiders zullen opstaan die voor langere tijd via volmachten bijvoorbeeld, de leiding zullen overnemen. De geschiedenis van de twintigste eeuw heeft laten zien dat na een crisis zonder weerga, dit alles pas mogelijk word.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    05-07-2016, 09:53 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    21-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zebulon: een van de twaalf zonen van Jacob-Israël in verleden, heden en toekomst

    De oorsprong van de twaalf stammen van Israël gaat terug tot de aartsvader Jacob, in de achttiende eeuw voor Christus. Het begin was een grote familie van zeventig-plus mensen, die in een clanverband rond de aartsvader Jacob/Israël, in Kanaän leefden.

    Als twaalf stammen zijnde trokken zij als een gevolg van een wereldwijde hongersnood in het jaar 1699 v. Chr., naar Egypte. Dat land had onder de leiding van Jozef als onderkoning van Egypte, (een van de twaalf zonen van Israël), tijdens de geprofeteerde zeven jaar van overvloed de nodige voorzorgen genomen, en Egypte werd zodoende een broodschuur tijdens de zeven jaar van honger die op de zevenjarige periode van overvloed, volgde. De geschiedenis van de door zijn broers naar Egypte verkochte Jozef is wereldbekend. Het is in Egypte dat de twaalf stammen van Jacob-Israël, tot een natie zou uitgroeien

     

    Bij de dood van Jacob-Israël in het jaar 1679 v. Chr. sprak deze op zijn doodsbed voor ieder van zijn twaalf zonen een profetische zegen uit:

    Genesis 49: 1 Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal. 2 Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israël, uw vader.

    3 Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte! 4 Snelle afloop als der wateren, gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen; toen hebt gij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen!

    5 Simeon en Levi zijn gebroeders! hun handelingen zijn werktuigen van geweld! 6 Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt. 7 Vervloekt zij hun toorn, want hij is heftig; en hun verbolgenheid, want zij is hard! ik zal hen verdelen onder Jakob, en zal hen verstrooien onder Israël.

    8 Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen. 9 Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? 10 De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. 11 Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed. 12 Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk.

    13 Zebulon zal aan de haven der zeeën wonen, en hij zal aan de haven der schepen wezen; en zijn zijde zal zijn naar Sidon.

    14 Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken. 15 Toen hij de rust zag, dat zij goed was, en het land, dat het lustig was, zo boog hij zijn schouder om te dragen, en was dienende onder cijns.

    16 Dan zal zijn volk richten, als een der stammen Israëls. 17 Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle. 18 Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!

    19 Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.

    20 Van Aser, zijn brood zal vet zijn; en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.

    21 Nafthali is een losgelaten hinde; hij geeft schone woorden.

    22 Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein; elk der takken loopt over den muur. 23 De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hem gehaat; 24 Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden, door de handen van den Machtige Jakobs; daarvan is hij een herder, een steen Israëls; 25 Van uws vaders God, Die u zal helpen, en van den Almachtige, Die u zal zegenen, met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen des afgronds, die daaronder ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder! 26 De zegeningen uws vaders gaan te boven de zegeningen mijner voorvaderen, tot aan het einde van de eeuwige heuvelen; die zullen zijn op het hoofd van Jozef, en op den hoofdschedel des afgezonderden zijner broederen!

    27 Benjamin zal als een wolf verscheuren; des morgens zal hij roof eten, en des avonds zal hij buit uitdelen.

    28 Al deze stammen van Israël zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen.

    29 Daarna gebood hij hun, en zeide tot hen: Ik word verzameld tot mijn volk: begraaft mij bij mijn vaders, in de spelonk, die is in den akker van Efron, den Hethiet; 30 In de spelonk, welke is op den akker van Machpela, die tegenover Mamre is, in het land Kanaän, die Abraham met dien akker gekocht heeft van Efron, den Hethiet, tot een erfbegrafenis. 31 Aldaar hebben zij Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw; daar hebben zij Izak begraven, en Rebekka, zijn huisvrouw; en daar heb ik Lea begraven. 32 De akker, en de spelonk, die daarin is, is gekocht van de zonen Heths. (Statenvertaling)

     

    Een aantal van de profetieën die de aartsvader Jacob over zijn twaalf zonen uitsprak kunnen historisch geduid worden, andere wachten nog op hun vervulling. Heilshistorisch gezien is de profetie (vers 10) aangaande Juda de belangrijkste, aangezien in deze lijn de beloofde Verlosser uit het Bijbelboek Genesis zou voortkomen: de Heer Jezus Christus. De eerste komst van de Messias ging vooraf aan de komst van SILO, een Romeinse bevelhebber in het leger van de Romein Titus, die in 70 AD de Tempel en Jeruzalem vernietigde. Ik gaf al summier commentaar over de betekenis van de uitgesproken zegen over Juda. De scepter zou van Juda niet wijken vooraleer Silo zou komen. Dit betekent dat deze profetie voor het jaar 70 AD te plaatsen is, het jaar dat Jeruzalem en de Tempel door de Romeinen vernietigd werd en de Joden een tweede maal in ballingschap weggevoerd. De Scepter was van Juda geweken. Een profetie was uitgekomen.

     

    Na het uitspreken van zijn profetieën over zijn twaalf zonen stierf Jacob:

    Genesis 49:33 Als Jakob voleind had aan zijn zonen bevelen te geven, zo leide hij zijn voeten samen op het bed, en hij gaf den geest, en hij werd verzameld tot zijn volken. 50:1 Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem. 2 En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israël. 3 En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.

     

    Over de mummificering van de aartsvader Jakob in Egypte en zijn begrafenis in Kanaän schreef ik eerder op 13-07-2015 een artikel: De dood en de mummificering van de aartsvaders Jakob en Jozef in Egypte

    Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1436738400&stopdatum=1437343200

     

     

    Een afbeelding van het bivak van de twaalf stammen van Israël in de wildernis, op weg naar het Beloofde Land Kanaän

     

    De stam die ik met dit artikel behandel is de stam Zebulon en de bijzondere zegen over hem uitgesproken: “Zebulon zal aan de haven der zeeën wonen, en hij zal aan de haven der schepen wezen; en zijn zijde zal zijn naar Sidon”.

     

    Toen het Beloofde Land in het zevende jaar na de intocht in 1437 v. Chr. onder de twaalf stammen verdeeld werd, kreeg de stam Zebulon een gebied toegewezen in het noorden van Kanaän, aan het meer van Galilea. Wanneer we dit op de bijgevoegde kaart nagaan blijkt de zegenprofetie van Jakob toen niet vervuld. Aan het meer van Galilea kan men namelijk moeilijk ‘de beschreven haven der zeeën (meervoud) plaatsen.

     

     

    Dit gebied is de verblijfplaats van Zebulon geweest tot aan de wegvoering in Assyrische ballingschap in het jaar 717 v. Chr., het jaar van de val van Samaria.

    De stam Zebulon behoorde tot de tien afgescheurde stammen van Juda en Benjamin. Na de dood van Salomo in 967 v. Chr., aan het begin van de regering van diens zoon en troonopvolger Rehabeam, had Zebulon zich achter Jerobeam, de eerste koning van het tienstammenrijk, geschaard. Alle opvolgers van Jerobeam kozen voor de afgodendienst in afwijzing van de God van Israël. Uiteindelijk werden zij na vele waarschuwingen van Godswege in het jaar 717 v. Chr. door de Assyriërs in ballingschap naar het noorden en het oosten van het Assyrische Rijk weggevoerd.

    2 Koningen 17:5 De koning van Assur trok door het gehele land, rukte op naar Samaria en belegerde het drie jaar. 6 In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assur Samaria in; hij voerde Israël in ballingschap naar Assur en deed hen wonen in Chalach, aan de Chabor, de rivier van Gozan en in de steden der Meden. (NBG 1951 Vertaling)

     

    Ten tijde van het tot stand komen van de Boeken van het Nieuwe Testament, zo een acht eeuwen later, was hun woonplaats nog bekend want Petrus, de apostel voor de Joden, in tegenstelling tot Paulus die de heidenen of niet-Joden met het evangelie bekend ging maken, schrijft Petrus vanuit de stad Babylon zijn brieven aan hen. Ook de apostel Jacobus schreef zijn brief aan de twaalf stammen in de verstrooiing.

    In het tweede hoofdstuk van het boek Handelingen vernemen we de landen van hun oorsprong, van de Israëlieten aanwezig te Jeruzalem met het Pinksterfeest van 30 AD. De lijst begint heel opmerkelijk in het Oosten met de vermelding van de Parten en Meden:

    Handelingen 2:8 En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? 9 Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, 11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. (NBG 1951 Vertaling)

     

    We moeten ook bedenken dat een overblijfsel van de tien stammen in het Judea van de eerste eeuw van de christelijke jaartelling, aanwezig was. Enkele Bijbelgedeelten maken dit duidelijk. Zo leert de evangelist Lucas dat bij het opdragen van de baby Jezus in de Tempel te Jeruzalem, één van de twee getuigen: Hanna de dochter van Fanuël, uit de stam Aser was, één van de tien stammen dus.

    Lucas 2:36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, 37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag. 38 En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.

     

    Dat o.a. de stam Aser in Jeruzalem ten tijde van Jezus Christus in Judea vertegenwoordigd was, is een gevolg van de handelingen van koning Hizkia van Juda (723/694 v. Chr.). Zie het hierna volgende Bijbelgedeelte:

    2 Kronieken 30:1 Toen zond Jehizkia een boodschap tot geheel Israël en Juda, ja, zelfs schreef hij brieven aan Efraïm en Manasse, dat zij zouden komen naar het huis des HEREN te Jeruzalem, om voor de HERE, de God van Israël, het Pascha te vieren. ……

    ……6 De ijlboden nu gingen met de brieven van de koning en zijn oversten door geheel Israël en Juda, en zeiden overeenkomstig het gebod des konings: Israëlieten, keert weder tot de HERE, de God van Abraham, Isaak en Israël, dan zal Hij wederkeren tot de ontkomenen, die u overgebleven zijn uit de macht van de koningen van Assur. 7 Weest dan niet als uw vaderen en als uw broeders, die ontrouw geweest zijn jegens de HERE, de God hunner vaderen, zodat Hij hen maakte tot een voorwerp van ontzetting, zoals gij ziet. 8 Weest thans niet hardnekkig zoals uw vaderen, geeft de HERE uw hand en komt tot zijn heiligdom, dat Hij voor altijd geheiligd heeft, en dient de HERE, uw God, opdat zijn brandende toorn zich van u afkere. 9 Want, wanneer gij wederkeert tot de HERE, dan zullen uw broeders en zonen erbarming vinden bij degenen die hen als gevangenen hebben weggevoerd, en dan zullen zij naar dit land wederkeren. Want genadig en barmhartig is de HERE, uw God: Hij zal het aangezicht niet van u afwenden, indien gij tot Hem wederkeert. 10 Toen de ijlboden van stad tot stad door het land van Efraïm en Manasse trokken en tot Zebulon toe, lachte men hen uit en bespotte men hen. 11 Maar enige mannen uit Aser, Manasse en Zebulon verootmoedigden zich en kwamen naar Jeruzalem.

     

    Een volgende keer dat dit gebeurde was als een gevolg van de godsdiensthervorming ten tijde van koning Josia van Juda (640/609 v. Chr.). Toen kwamen ook enkelingen uit de tien stammen naar Jeruzalem over. Zie het hierna vermelde Bijbelgedeelten:

    2 Kronieken 34: 33 Josia verwijderde al de gruwelen uit al de landstreken die aan de Israëlieten toebehoorden, en bracht allen die zich in Israël bevonden, tot de dienst van de HERE, hun God. Gedurende heel zijn leven weken zij niet af van de HERE, de God hunner vaderen.

     

    2 Kronieken 35: 18 Zulk een Pascha was in Israël niet gevierd sinds de dagen van de profeet Samuël; geen der koningen van Israël heeft het Pascha gevierd zoals Josia het vierde met de priesters, de Levieten en geheel Juda en Israël dat zich daar bevond, en met de inwoners van Jeruzalem. 19 In het achttiende jaar van de regering van Josia werd dit Pascha gevierd.

     

    Deze mensen, een rest van de tien stammen zijn ook later met de twee stammen Juda en Benjamin plus de Levieten door de Babyloniërs van 605 v. Chr. tot 586 v. Chr., in ballingschap weggevoerd. Een rest van hen is blijkbaar dan ook onder Ezra en Nehemia teruggekeerd, getuige de profetes Hanna van de stam Aser die bij het opdragen van de jonge boreling Jezus te Jeruzalem aanwezig was.

    Bij de tweede ballingschap, na de tweede vernietiging van de Tempel te Jeruzalem in 70 AD door de Romeinen, werd ook de rest - het overblijfsel - van de tien stammen op dat ogenblik aanwezig in Judea, door de Romeinen weggevoerd.

    Conclusie: de mensen die wij vandaag als Joden aanduiden kunnen aldus uit alle stammen van het oude Israël stammen. Alleen de Levi ’s en de Cohen ’s weten vandaag met zekerheid via hun bewaarde namen, dat zij van de stam Levi afstammen. Wat trouwens heel opmerkelijk is.

     

    De profeten van de Bijbel spreken over een derde herstel van Israël in het oude land der vaderen. Een herstel dat momenteel nog in de toekomst ligt. Wanneer men deze profetische gedeelten van de Bijbel doorneemt is het opmerkelijk dat er expliciet over een herstel van zowel de twee stammen als van de tien stammen gesproken wordt. De profeet Ezechiël voorspelt het herstel van de twaalf stammen (Ez. 37:21) in het oude land der vaderen (Ez. 37:25), en de bouw van een ‘woning’ voor de HERE God in het land (Ez. 37:27). In het achtendertigste en negenendertigste hoofdstuk van de profeet Ezechiël zien we een grote volkerenoorlog tegen het teruggekeerde Israël beschreven worden. Het is na het verslaan van de opgerukte volkerenlegers dat het nationaal herstelde Israël zich geestelijk naar de HERE God zal keren, van die dag en voortaan. Vanaf het veertigste hoofdstuk van de profeet Ezechiël zien we de beschrijving van het geestelijke en materiele herstel van Israël, de twaalf stammen, in het zogenaamde Messiaanse Vrederijk. In het tweede gedeelte van deze profetie wordt Zebulon vermeld.

     

    Ezechiël 48:23 Wat nu de overige stammen betreft, van de oostzijde tot de westzijde: Benjamin één deel; 24 naast het gebied van Benjamin, van de oostzijde tot de westzijde: Simeon één deel; 25 naast het gebied van Simeon, van de oostzijde tot de westzijde: Issakar één deel; 26 naast het gebied van Issakar, van de oostzijde tot de westzijde: Zebulon één deel; 27 naast het gebied van Zebulon, van de oostzijde tot de westzijde: Gad één deel; 28 en naast het gebied van Gad aan de zuidzijde, naar het zuiden toe, loopt de grens van Tamar over het water van Meribat-Kades, langs de beek tot de grote zee. 29 Dit is het land, dat gij ten erfdeel moet verloten onder de stammen Israëls, en dit zijn hun delen, luidt het woord van de Here HERE.

    30 En dit zijn de uitgangen der stad: aan de noordzijde, die vierduizend vijfhonderd (el) lang is, – 31 de poorten der stad dragen de namen der stammen Israëls – drie poorten op het noorden: een Rubenpoort, een Judapoort en een Levipoort; 32 aan de oostzijde, die vierduizend vijfhonderd (el) lang is, ook drie poorten: een Jozefpoort, een Benjaminpoort en een Danpoort; 33 aan de zuidzijde, die vierduizend vijfhonderd (el) lang is, ook drie poorten: een Simeonpoort, een Issakarpoort en een Zebulonpoort; 34 en aan de westzijde, die vierduizend vijfhonderd (el) lang is, eveneens drie poorten: een Gadpoort, een Aserpoort en een Naftalipoort. 35 De omtrek is achttienduizend (el) en de naam der stad zal voortaan zijn: de HERE is aldaar. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    De stam Zebulon wordt in vers 26 genoemd met zijn beschreven gebied in het zuiden van het land. Het is een gebied dat vandaag nog woestijn is maar in het alsnog toekomstige Vrederijk zal uitbloeien tot een paradijs (Jesaja 35:1). Het is leerrijk om de bijgevoegde kaart van wijlen B. Reinders Sr (1893/1979), Israël en het Messiaanse Vrederijk. Stad, Tempel- en Offerdiensten naar Ezechiël 40-48.), te bestuderen.

    De stam Zebulon grenst in het westen aan de beek van Egypte en in het oosten aan een oostelijke zee. Vandaag is dit de Wadi Araba, een 166 km lange slenk tussen de Dode Zee en de Golf van Akaba, en is het de grens tussen Israël en Jordanië. Net als de Dode Zee ligt een groot deel van de Wadi Araba beneden het zeeniveau.

    Bij de aanvang van het Messiaanse Vrederijk zal er een bron in de nieuwe Tempel ten noorden van Jeruzalem, ontspringen en een nieuwe rivier vormen die naar het westen en het oosten zal vlieden. In het oosten zal dit bronwater zorgen dat de Dode Zee gezond wordt en vis voortbrengt.

    De nieuwe oostelijke zee zal als een gevolg van het levende water uit de nieuwe tempel ook veel groter dan de huidige Dode Zee zijn. De profeet Joël beschrijft hoe het dal van Sittim, zuidelijk van de huidige Dode Zee vol met water zal lopen.

    Joël 3:18 En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren.

     

    Ik heb op de bijgevoegde kaart deze oostelijke zee met vermoedelijke uitbreiding een blauwe kleur gegeven. Het is hier dat ik meen, dat de oude profetie van de aartsvader Jakob aan Zebulon haar vervulling zal krijgen.

    Genesis 49:13 Zebulon zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hij zal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon gekeerd zijn.

     

    De vermelding dat de zijde van Zebulon naar Sidon aan de Middellandse Zee gekeerd zal zijn, krijgt echt zin bij het ontstaan van een oostelijke zee in het toekomstige Messiaanse Vrederijk. De Middellandse Zee of Westelijke Zee zal dan vermoedelijk aan belang inboeten.

    Ik stel me ook de vraag of het ontstaan van de oostelijke zee in het Vrederijk ook niet het herstel van de rivieren betekent die ooit lang geleden uit het paradijs ontsprongen (Genesis 2:10-14)?

     

    Voor het gevestigde-traditionele christendom is dit alles ‘dispensable sensationalism’. Zij gaan er vanuit dat de kerk in de plaats van het oude Israël geplaatst is, en de Joden als heilsorgaan afgedaan. Er komt geen letterlijk Messiaanse Vrederijk meer zoals de profeten van het Oude Testament het leerden. Het profetische Bijbelboek Joël zag volgens het christendom zijn volledige vervulling met Pinksteren bij het begin van de kerk in 30 AD.

    Het traditionele christendom meent sinds Constantijn de Grote dat zij zelf dit Godsrijk kunnen of moeten waarmaken. Toen de Romeinse keizer Constantijn zich in de vierde eeuw na Christus tot het christendom bekeerde en de kerk van Rome tot staatsgodsdienst verhief, leerde en verwachte men dat het Godsrijk door mensenhanden gebouwd kon worden. De profetische gedeelten van de Bijbel werden als een allegorie uitgelegd en ontdaan van hun letterlijke boodschap. Alle heilsbeloften in de Bijbel die betrekking op het volk Israël hadden werden op de kerk van nu van toepassing. De duizend jaar dat satan gebonden zou worden volgens het boek Openbaring, werd niet meer letterlijk genomen maar gezien als een zinnebeeld van de nieuwe tijd die sinds Constantijn baan brak.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    21-05-2016, 09:05 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    27-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Na de tetrade van bloed-manen

    Over de tetrade van bloed-manen die tijdens de jaren 2014 en 2015 vier maal gelijk vielen met de Joodse feestdagen van Pesach en Sukkot, is in de jaren die daar aan vooraf gingen, heel wat geschreven en gepubliceerd. Men verwees o.a. naar de eerdere tetrade van de jaren 1949/1950 en van 1967/1968 in relatie tot de nieuwe staat Israël. De indruk werd gewekt dat er in en rond Israël in 2014/2015 heel wat te gebeuren stond. Sommigen zagen de geprofeteerde Apocalyps in de Bijbel een aanvang nemen. De profetie van Joël 2:31 stond te gebeuren.

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

     

    Het citaat van de profeet Joël leert nochtans geen tetrade van maansverduisteringen. Er staat geschreven: “De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt”. Een natuurlijke zonsverduistering valt per definitie samen met de nieuwe maan, als de maan tussen de zon en de aarde staat. Een maansverduistering valt samen met een volle maan, als de aarde tussen de zon en de maan staat.

    De profeet Joël spreekt echter over iets buitengewoons, iets dat niet 'natuurlijk' is, iets 'bovennatuurlijks', een ingrijpen van God.”

     

    De tetrade van 2014/2015 stond los van de eindtijdprofetie van de Joël. Op God ‘s tijd en op ‘een dag’ die astronomisch niet te berekenen valt, zal deze profetie pas uitkomen. Aan ‘die Dag’ gaan trouwens heel wat dagen, tijden en tekenen vooraf. Lees hierna een volgend relevant hoofdstuk van de profeet Joël:

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, 3 en over mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken. (NBG 1951 vertaling)

     

    De profeet Joël verwijst in geen een van de drie hoofdstukken van zijn Bijbelboek naar een toen regerende koning in Israël of Juda, waarmee het optreden van de profeet gedateerd zou kunnen worden. Heel opmerkelijk: de profeet Joël verwijst ook nergens naar de grote mijlpalen in de Joodse geschiedenis: namelijk de Babylonische ballingschap van 605 tot 535 v. Chr., noch naar de wereldwijde ballingschap die volgde na het jaar 70 AD toen de Romeinen de stad Jeruzalem en Tempel vernietigden, en de Joden in krijgsgevangenschap wegvoerden.

    Het onderwerp van het Bijbelboek Joël is uitsluitend: ‘de dag des HEREN’, of de oordeelsdag. Het Boek is gericht aan het Juda van de eindtijd.

    Joël 1:15 Wee die dag, want nabij is de dag des HEREN; als een verwoesting komt hij van de Almachtige.

     

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, …

     

    Het hiervoor vermelde citaat uit Joël 3:1 werd niet vervuld in 1948 toen de Joden in mei van dat jaar hun staat Israël uitriepen. Noch in juni 1967 toen Oost-Jeruzalem met de Tempelberg op het Jordaanse leger veroverd werd. Maar zal pas vervuld worden in de tweede helft van een toekomstige  zevenjarige eindtijdperiode, de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël.

     

    In november 1947 sprak de VN zich uit voor de deling van het Britse mandaatgebied Palestina in een Joodse en een Arabische staat, en in het jaar daaropvolgend in mei 1948 werd de staat Israël afgekondigd. De historische tetrade van 1949/1950 kwam hier te laat. Tenzij men bedenkt dat tussen de Joodse feesten van Pesach en Sukkot in 1949 de VN-vredesconferentie te Lausanne plaatsvond. De jonge staat Israël weigerde daar alle 700.000+ Arabische vluchtelingen (vrouwen, kinderen, grijsaards) als gevolg van de onafhankelijkheidsoorlog opnieuw binnen te laten. Het begin van veel miserie sindsdien en een overtreding van de Thora (Exodus 22:21). Ik begrijp wel de omstandigheden waar de jonge staat Israël zich in bevond, na het afslaan van de binnenvallende Arabische legers tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948/49. Het was een strijd op leven of dood geweest.

     

     

    De tetrade van 1967/1968 viel gedeeltelijk gelijk volgens profetische lijnen. In juni 1967 overwon Israël in zes dagen tijd een overweldigende Arabische coalitie en nam alle Bijbelse gebieden in bezit met als hoofdprijs Oost-Jeruzalem en de Tempelberg. De toenmalige regering van Israël had na de drie Arabische nee ’s van Khartoem: – geen erkenning – geen onderhandelingen en  - nooit vrede -, het verkregen gebied moeten annexeren en de Arabische bevolking aldaar burgerrechten geven. De jonge staat Israël koos een andere weg. Zes jaar later in 1973 volgde de Jom Kippoeroorlog. Op hun heiligste feestdag, de grote verzoendag, een dag waarop ze veilig van enige agressie hadden moeten zijn, werden ze door een gevaarlijke Egyptisch/Syrische coalitie overvallen. Een offensief dat zij met veel moeite konden afslaan.

    Men kan stellen dat het vanaf 1967 definitief fout is gegaan en er sindsdien andere wetmatigheden spelen die uiteindelijk zullen uitmonden in Jacob ’s benauwdheid, de grote verdrukking, de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël.

    Aan het einde van de zevenjarige eindtijdperiode, de dag des Heren, gaat het vervolg van Joël 3:1 pas in vervulling:

    Joël 3:1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, …

    … 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, 3 en over mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken.

     

    Dit vers sluit aan bij het laatste Bijbelboek Openbaring of Apocalyps dat een Nieuwtestamentisch profetisch Boek is, en het sluitstuk van alle Oudtestamentische profetieën wat het herstel van de Joden betreft, nationaal en geestelijk in het oude land der vaderen: Israël. Het dal van Josafat bij de profeet Joël is in het Boek Openbaring, het gebied van Harmageddon. En de vermelding ‘alle volken’; dat zijn in deze tijd ‘de Verenigde Naties’ die aldus eens in de toekomst naar het land Israël getrokken zullen worden.

     

    In mijn studie ‘TIJD en TIJDEN, 2015’ ga ik uitvoerig in op de chronologie vanaf Genesis tot de komst van Jezus Christus. Voor wie het boek wil aanschaffen, zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

     

    Wanneer we de Masoretische tekst van de Bijbel volgen kan men berekenen dat het vanaf Genesis tot de inhuldiging van de Tempel van Salomo in het jaar 996 v. Chr., drieduizend jaar waren. Het is aldus eenvoudig te berekenen dat wanneer Salomo rond het jaar duizend voor Christus leefde, het in totaal ongeveer zesduizend (plus) jaar zijn vanaf de Schepping tot op heden. Een dwaasheid voor velen, maar niettemin een chronologie die vanuit de Bijbel (Masoretische tekst) aangetoond kan worden. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, appendix 5, verbind ik de Anno Mundi jaartelling met de westerse kalender.

    Daarnaast hebben we de Griekse Septuagintvertaling van het Oude Testament daterend van de derde eeuw voor Christus, die echter hogere jaartallen hanteert. Zo heeft de Septuagint-LXX een totaal van 2242 jaar vanaf Adam tot de Grote Vloed in plaats van de 1656 jaar van de Masoretische tekst. En vanaf de zondvloed of grote vloed tot de geboorte van Abram heeft de Septuagint een totaal van 1172 jaar in plaats van 352 jaar volgens de jaartallen van de Masoretische tekst. Er bestaan aldus vraagtekens.

     

     

    Mijn werk ‘TIJD en TIJDEN’ heb ik chronologisch opgebouwd rond het fundament van de sabbat- en jubeljaartelling zoals William Whiston, een vriend en tijdgenoot van Isaac Newton, het al in de achttiende eeuw van onze jaartelling uitbracht. William Whiston heeft verder vooral bekendheid gekregen door zijn voortreffelijke vertaling naar de Engelse taal van de werken van Flavius Josephus.

    Het bijzondere aan zijn sabbat- en jubeljaartelling was zijn vaststelling dat in het oude Israël de sabbatjaarcyclus vanaf haar instelling in 1443 v. Chr. met de inbezitneming van Kanaän door de Israëlieten, altijd in één cyclus ononderbroken voortging. Het Jubeljaar, het vijftigste jaar in deze cyclus, betekende geen onderbreking maar begon in de maand Tishri (september/oktober) van het negenenveertigste jaar van de sabbatjaarcyclus, en liep verder tot september/oktober van het nieuwe jaar, waarin intussen al een nieuw sabbatjaar cyclus van zeven maal zeven jaar begonnen was.

    William Whiston geeft in zijn werk tien verwijzingen naar historische sabbat- en jubeljaren die vanuit de Bijbel, de Makkabeeënboeken en de werken van Flavius Josephus geduid kunnen worden. Tegelijkertijd bevestigen deze historische verankeringen de juistheid van Whiston ’s bevinding. In mijn werk ‘Genesis versus Egyptologie, 2009’ voegde ik nog een elfde chronologische verankering toe, die ik ontdekt had bij het uittekenen van mijn chronologische constructie op millimeter papier. Het jubeljaar namelijk van 562/561 v. Chr., het jaar wanneer de Babylonische koning Evil Merodach in zijn eerste regeringsjaar, na de dood van zijn vader Nebukadnezar, koning Jojachin van Juda in diens zevenendertigste jaar van zijn gevangenneming en ballingschap, uit zijn gevangenis bevrijdde. Dit kon geen toeval zijn.

     

    Naar mijn weten maken weinig of geen chronologen vandaag gebruik van de wijze van tellen van de sabbat- en jubeljaren volgens William Whiston en komen als een gevolg hiervan tot geheel andere jaartallen wat betreft bijvoorbeeld het jaar van de Exodus, de splitsing van het Rijk van Salomo, de val van Samaria, de belegering van Jeruzalem door de Assyriër Sanherib, enz.

    En wat zelfs nog extra verwarring geeft, is wanneer sommigen met de foutieve verkregen jaartallen uit het verleden het begin van het zevende millennium Anno Mundi trachten te berekenen.

    Dat de datering van de Bijbelse geschiedenis zo moeilijk lijkt komt vooral voort door de druk die er bestaat van de zijde van de orthodoxe Egyptologie en Assyriologie; twee wetenschappen die in hun tijdsconstructies geen rekening met de Bijbels-historische chronologie houden. Met mijn boek ‘TIJD en TIJDEN, 2015’, heb ik de gefabriceerde jaartallen van de koningen van Assyrië en Egypte aan de Bijbelse chronologische gegevens aangepast.

     

     

    Wat betreft de link nu naar de huidige tijd zijn het de jubeljaren van William Whiston die de brug vormen. Het dertigste jubeljaar sinds de instelling ervan viel in het jaar 27/28 AD. De gebeurtenissen zoals beschreven in het Lucas evangelie hoofdstuk 4 met de Heer Jezus die in de synagoge de profetie van Jesaja 61 citeerde en het aangename jaar des HEEREN uitriep, dienen hier op de tijdsbalk geplaatst. De verdere geschiedenis is algemeen bekend. De Joden van toen hebben Jezus van Nazareth als Messias afgewezen. Veertig jaar later in 70 AD gingen zij voor een tweede maal in ballingschap en werd de tempel te Jeruzalem voor een tweede maal vernietigd. Een onveranderde toestand sindsdien van bijna tweeduizend jaar. Sinds 1948 kennen we het nationale herstel van de staat Israël en is er sindsdien de verwachting bij velen zowel in het christendom als in het Jodendom dat het door de HERE God beloofde herstel van alle dingen nabijgekomen is. Aan dit beloofde herstel zijn echter voorwaarden verbonden.

     

    En zo komen we tot de invulling van de link tussen de Bijbelse geschiedenis, die afgesloten werd in de periode 30/70 AD, tot de huidige tijd. Het is weer de jubeljaartelling volgens Whiston, die ons de weg wijst. Het zeventigste jubeljaar viel, wanneer we de wijze van tellen van William Whiston naar de toekomst toe hanteren, in 1987-okt./1988-sept. Het daaropvolgende 71ste jubeljaar staat genoteerd voor het jaar oct2036/sept2037 AD.

    De Heer Jezus Christus verkondigde met het Jubeljaar van 27/28 AD aan de Joden in de synagoge te Nazareth dat de profetie van Jesaja hoofdstuk 61 nu voor hun oren vervuld was. Het antwoord van de Joden ter plaatse kunnen we lezen in Lucas 4:29 “Zij stonden op en wierpen Hem de stad uit en voerden Hem tot aan de rand van de berg, waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte te storten. 30 Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.”

    De Heer Jezus werd afgewezen, of zoals het in het Johannesevangelie beschreven staat: “hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen”.

     

     

    Het is interessant om in dit beknopte artikel de profetie van Jesaja hoofdstuk 61 volledig te citeren aangezien de inhoud van de woorden van Jesaja aansluiten bij het Jubeljaar zoals het beschreven staat in het Bijbelboek Leviticus.

    Jesaja 61:1 De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; 2 om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN …

    (hier stopte de Heer Jezus met voorlezen en sloot de boekrol – een tijdskloof inmiddels van bijna 2000 jaar)

    … en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, 3 om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking. 4 Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht. 5 Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; 6 maar gij zult priesters des HEREN heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun heerlijkheid beroemen. 7 In plaats van uw schande gewordt u dubbele vergoeding en in plaats van smaad zullen zij jubelen over hun deel; zo zullen zij dan in hun land dubbele vergoeding verkrijgen, blijvende vreugde zal hun geworden. 8 Want Ik, de HERE, heb het recht lief. Ik haat onrechtmatige roof, Ik zal hun stipt hun loon geven en een eeuwig verbond met hen sluiten. 9 En hun nageslacht zal onder de volken vermaard zijn en hun nakomelingschap te midden der natiën; allen die hen zien, zullen erkennen, dat zij het nageslacht zijn, dat de HERE gezegend heeft. 10 Ik verblijd mij zeer in de HERE, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit. 11 Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten, zo zal de Here HERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het beloofde herstel van Israël (en via hen de hele schepping) zoals beschreven in Jesaja hoofdstuk 61 vanaf vers 2 laat nog op zich wachten maar is een wetmatigheid die ooit vervuld zal worden. De sleutel is Israël. We stellen echter vast dat na het uitroepen van de staat Israël in mei 1948 de beloofde zegeningen verbonden aan de sabbat – en jubeljaren uitbleven. De vroege en late regen, die maakten dat het land Israël van de oudheid zo vruchtbaar was, kwam in 1948 en daarna niet terug. Integendeel, water en vooral het tekort aan water is een blijvend probleem in de nieuwe staat Israël. De Israëli ’s zijn uiterst vindingrijk en hebben een ingenieus irrigatiesysteem ontworpen waarbij water helemaal van in het noorden uit het meer van Galilea tot in het zuiden in de Negev-woestijn en elders geleid wordt en druppelsgewijs gebruikt. Prachtig en om bewonderend naar te kijken, maar het blijft echter mensenwerk.

     

    Zoeken naar bijzondere gebeurtenissen in jubeljaren volgend op het jubeljaar van 27/28 AD leveren geen resultaat op. Het is het ‘tijds-dal’ waarin dat de HERE God Zijn EKKLESIA, Zijn Gemeente, uitroept en Israël voor het grootste gedeelte van deze tussentijd in de diaspora leeft.

    Toch zijn er raakpunten in de tijd te vinden. Zulk een scharnierjaar naar mijn mening, was het jaar 1517 AD. In oktober van dat jaar ging in Europa namelijk de reformatie van start met een moedige hervormer Maarten Luther die zijn 95 stellingen tegen de aflatenleer van de Roomse Kerk, tegen de deur van de kerk te Wittenberg nagelde. Iets heel opmerkelijk nu, en minder bekend in het Westen, in datzelfde jaar 1517 veroverden de Turken namelijk Jeruzalem op de Arabieren, en begon de Turkse periode van heersen over het van Joden ontvolkte gebied van Israël. Toeval? Ik meen van niet. Vanaf de exodus uit Egypte in 1483 v. Chr. waren er in 1517 AD 2999/3000 jaar verlopen. Wat een opmerkelijk profetisch jaartal is. De Ottomanen of Turken zouden tot het jaar 1917 over Jeruzalem heersen en het gebied in een soort profetische winterslaap houden. In december 1917 zouden de Britten tijdens de eerste wereldoorlog de stad en het gebied op de Turken veroveren. Dit is exact een tijdsperiode van 400 jaar dat overeenkomt met sommige getallenperiodes die in de Bijbel gehanteerd worden. Maar er is meer aan de hand dat lijkt op sturing van Gods wege. In november 1947 stemde de VN bij meerderheid tot splitsing van het Britse mandaatgebied Palestina in een Joodse staat en een Arabische. De Arabieren stemden tegen maar de Joden accepteerden de deling en proclameerden enkele maanden later hun staat. Tussen 1517 en 1947 zitten er 430 jaar wat weer een bijzondere Bijbelse tijdsperiode is, die er ten tijde van het Oude Testament zat tussen het geven van de belofte aan Abraham van een land en een volk en het geven van de wet aan Mozes. Er is dus meer onder de zon dan menig iemand zou vermoeden (of willen zien). Nog een opmerkelijke Bijbelse tijdsperiode van 50 jaar ditmaal, zit er tussen het eerste Zionistische congres van 1897, alwaar gepleit werd voor de oprichting van een Joods thuisland, en het jaar 1947. Van het jaar 1947 met de deling van Palestina door de VN, tot 1987, het begin van het zeventigste jubeljaar, waren het veertig jaar, wat weer een herkenbare Bijbelse tijdsperiode is. Denk aan de periode van veertig jaar dat de Israëlieten na de exodus en het geven van de Wet, in de woestijn doorbrachten, als een gevolg van hun weigering het Beloofde land binnen te trekken.

    Het ‘aangename jaar des HEEREN’ brak echter in 1987 niet door. Geen een van de beloften verbonden aan het Jubeljaar ging op 3 oktober 1987 met de Grote Verzoendag of Jom Kippoer, in vervulling. Integendeel, diezelfde maand vond op zwarte maandag 19 oktober in New York een beurscrash plaats dat het begin van een wereldwijde financiële crisis inluidde die tot op vandaag nazindert. En twee maanden later begon er een Arabische volksopstand in Gaza, Judea en Samaria tegen het Israëlische militaire bestuur, een opstand die manu militari door Israël de kop werd ingedrukt.

     

    Men is al eens in de verleiding om op basis van de eerder beschreven scharniermomenten in de tijd berekeningen naar de toekomst toe te maken. Dit is een oefening die menigeen al eens gemaakt heeft en in de media gelanceerd. De periode van de tetrade van bloed-manen van 2014/2015 ligt nu achter ons en is een goed voorbeeld van zulke pogingen tot berekenen van het begin van de Apocalyps.

    Een volgend opmerkelijk toekomstig jaartal is het jaar 2017. Op basis van de telling van de sabbat- en jubeljaren volgens William Whiston is het jaar van de exodus te berekenen in 1483 v. Chr. We zagen eerder al dat het 3000 jaar waren tot het jaar 1517 met de heerserswissel over Jeruzalem. In datzelfde jaar begon in het christelijke Europa de Reformatie.

     

     

    In 2017 zal het 500 jaar geleden zijn dat de Reformatie begon en is het 3500 geleden dat de Exodus plaatsvond. Wat de berekening/optelling van de voor Christus-jaartallen betreft, moeten we rekening houden dat het jaar nul niet bestaat, en we bij de optelling van 1483 plus 1517 één jaar moeten aftrekken. Het zal dus met Pesach anno 2018 pas zijn dat het 3500 jaar terug tot de exodus is. In 2018 zal het nationaal herstelde Israël ook zijn zeventigjarig bestaan vieren. Zal dit jaar iets bijzonders te zien geven? Ik weet het niet. Wat de wederkomst van Christus in de ‘tussen-tijd’ wederhoudt, zijn wetmatigheden zoals de vrije wil van de mens in het aannemen of afwijzen van de HERE God, het ingaan van de volheid der heidenen, en de maat der zonde.

     

    Wat dit laatste betreft is er een voorbeeld in het Oude Testament over een uitstel van oordeel. In het tweede jaar na de exodus trokken de Israëlieten onder leiding van Mozes, van de berg Gods op naar het Beloofde Land. Twaalf verspieders werden daarna aan de grens uitgezonden. Dit is een geschiedenis die algemeen bekend is. De twaalf verspieders verkennen gedurende veertig dagen het land, komen terug met druiventrossen die ze amper kunnen dragen, bevestigen dat het een land van melk en honing is, kortom een vruchtbaar land van overvloed. Maar tien van de twaalf verspieders overtuigen het volk dat het land onneembaar is vanwege de sterkte van de inwoners. Met zekerheid zouden zij ten onder gaan moesten ze trachten het land in te nemen. Het zijn alleen Jozua en Kaleb die geloof hebben en het land willen binnentrekken. Het volk echter laat zich overtuigen door de tien ongehoorzame verspieders en weigert binnen te trekken. Het resultaat is dat alle volwassenen van twintig jaar en daarboven gedoemd worden in de woestijn aan de rand van het Beloofde Land te verblijven, tot zij daar allen gestorven zijn (Numeri 14:28-35). De nieuwe generatie zou samen met Jozua en Kaleb, achtendertig jaar later in 1443 v. Chr., het Beloofde Land binnentrekken.

     

    Tegelijkertijd betekende de ongehoorzaamheid van de Israëlieten een uitstel van oordeel over de Amorieten en de andere bewoners van het land Kanaän. De maat van hun zonde was nochtans vol.

    Genesis 15:13 Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. 14 Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have. 15 En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. 16 En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen. 17 En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. 18 Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: 19 Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet, 20 En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten, 21 En den Amoriet, en den Kanaäniet, en den Girgaziet, en den Jebusiet.

     

    De tijd was in 1482 v. Chr. rijp voor hun verwijdering uit het land, maar als een gevolg van Israëls ongeloof kregen zij achtendertig jaar respijt, uitstel van executie. Mozes behoorde tot het vierde geslacht. Hij ging terug tot op Levi, een van de twaalf zonen van Jakob/Israël.

    Misschien kunnen we in het licht van deze geschiedenis de lijn doortrekken naar het moderne Israël en de Arabische buurlanden. Wel moet ik opmerken dat de Arabieren vandaag, geen Amorieten of Amalekieten zijn, maar ook Semieten die in de lijn van de aartsvader Sem hun oorsprong terugvinden. Op hen rusten uiteindelijk ook beloften van herstel in het komende Messiaanse Vrederijk. Zie o.a. het artikel van 18-06-2015 op dit blog i.v.m. Egypte, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=2731643

    Zij zijn wel sinds de dagen van Ismaël tegenstanders van Israël en betwisten het recht op het Beloofde Land. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: De Assyriërs en Abraham, blz. 47-58.

     

    Bij het prille begin van de Ekklesia in het jaar 30 AD vroegen de discipelen naar de tijd van het herstel van alle dingen en het antwoord van de Heiland was het volgende:

    Handelingen 1: 6 Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd (30 AD) het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

     

    Het was niet de zaak van de EKKLESIA om ‘de tijden of gelegenheden’ te berekenen wanneer God zijn oud-verbondsvolk Israël geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen zal herstellen.

    En later zal de apostel Paulus in zijn twee Thessalonicenzenbrieven in dezelfde zin waarschuwen:

    2 Thessalonicenzen 2:1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst  van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. (NBG Vertaling)

     

    Aan de wederkomst van de Heer Jezus Christus gaan zoals bij de geboorte van een kind weeën vooraf (Matteüs 24:8). De tijd voor de geboorte van een kind kan men vanaf de bevruchting schatten op ongeveer negen maanden. Gaat men voorbij negen maanden spreekt men in mensentaal van een ezels-dracht. Zo zal het naar mijn mening ook zijn met de periode die vooraf gaat aan de tweede komst van Christus. De weeën zijn alleen een indicator, dat het nabij tot zeer nabij is. En sommige hevige weeën die er op lijken te wijzen dat het nu snel te gebeuren staat, kunnen daarna ook weer een uitstel kennen.

     

    Het zevende millennium sinds de Schepping zijn we binnengegaan in oktober 2005 AD en dit wanneer we aannemen dat de Masoretische tekst van onze Bijbel met haar jaartallen, de correcte is en we de jubeljaartelling volgens William Whiston volgen. Een wijze van sabbat- en jubeljaartelling die via elf historische verankeringen van de eerste tot de zesde eeuw voor Christus op de tijdsbalk verankerd is en aldus bewezen. Het antwoord op de vraag waarom het vrederijk met de komst van de Messias niet is doorgebroken in 1987 ligt bij de wetmatigheden die de Bijbelse toekomstprofetieën inhouden. Het aanbod, de uitkomst, werd Israël in de periode 1947/1967 aangeboden en het was aan hen om hier naar te handelen. Na 1967 is het definitief fout gelopen en als een gevolg van diezelfde wetmatigheden die we in het profetische woord vinden wordt nu een andere piste die naar het herstel aller dingen (zie Handelingen 3:12-21), gevolgd. Daarom meen ik dat we opnieuw in een bijzondere profetische tijdskloof terecht gekomen zijn, en het rekenen met bepaalde tijdsperioden geen concrete data opleveren.

     

    Hierna een citaat van de profeet Hosea dat in een notendop God ’s weg met hen schildert, hoe Hij met zijn oude Verbondsvolk uiteindelijk tot Zijn doel zal komen.

    Hosea 5: 14 Want Ik ben als een leeuw voor Efraïm, en als een jonge leeuw voor het huis van Juda. Ik, Ik zal verscheuren en heengaan; 15 Ik zal wegnemen, zonder dat iemand redden kan. Ik zal heengaan (30 AD Hemelvaart Messias), Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien. 6:1 Komt, laat ons wederkeren tot de HERE! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. 2 Hij zal ons na twee dagen doen herleven (20?? AD), ten derden dage (het Messiaanse Vrederijk) zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. 3 Ja, wij willen de HERE kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dagenraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit.

     

    Wanneer we één dag als een periode van duizend jaar willen herkennen dan leert dit Schriftgedeelte dat na een periode van tweeduizend jaar van verdrukking, Israël opnieuw hersteld zal worden. De derde dag is dan de periode van duizend jaar die we in het boek Openbaring vinden wanneer we dit boek in zijn geheel als profetie willen herkennen. Het is de periode van het Messiaanse Vrederijk waar de profeten uit het Oude Testament over gesproken hebben. Daarna pas volgt het volledige herstel van alle dingen en begint de eeuwigheid.

    Het voorgaande moet duidelijk maken dat men geen berekeningen kan maken naar het uur, dag, maand en/of jaar van de wederkomt van Christus. Dat is uitsluitend in God ’s hand. Hij is soeverein. Ieder kind van God mag wel van één ding overtuigd zijn: God heeft alles onder controle.

     

    Ik hoop dat ik met mijn bijdrage niet toevoeg aan de verwarring die er over dit thema bestaat, maar dat het een aanvulling mag zijn. Ik studeer en schrijf alleen maar naar ‘de mate van de genade’ die mij gegeven is (Efeze 4:7).

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-04-2016, 11:00 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    24-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren…

    Het feit dat we stoffelijk zijn en uiteindelijk over een leeftijdsspan heen, tot stof wederkeren, maakt dat we ook een mensenleven van de geboorte tot het sterven chronologisch op een tijdsbalk kunnen uittekenen. De Bijbel geeft de mens in Psalm 90, een leeftijdsspan van zeventig tot tachtig jaar, afhankelijk of we zeer sterk zijn of niet. We weten allen dat hierop uitzonderingen mogelijk zijn. Boeiend het dat Mozes de auteur van Psalm 90 is, en aldus deze psalm ongeveer 3500 jaar oud is. Maar vooral verbazend vanwege de opgegeven leeftijdsspan van zeventig tot tachtig jaar, een levensspan die in het Westen pas in de twintigste eeuw als een gemiddelde, bereikt werd. De voedings- en reinigings-wetten van Mozes zullen zeker in het oude Israël ook hun rol gespeeld hebben.

     

    Psalm 90:1 Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht. 2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. 3 Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen! 4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak. 5 Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert; 6 In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort. 7 Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt. 8 Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns. 9 Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.

    10 Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.

    11 Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt? 12 Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen. 13 Keer weder, HEERE! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten. 14 Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen. 15 Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben. 16 Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen. 17 En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat. (Statenvertaling)

     

    De vermelde zeventig tot tachtig jaar als leeftijdsspan kan ook volgens de Bijbel verder in belangrijke ontwikkelingsfasen ingedeeld worden. Ook op geestelijk gebied:

    1 Johannes 2:12 Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil. 13 Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend. (Statenvertaling)

     

    We beginnen (zowel geestelijk als lichamelijk) als kind, vervolgens groeien we naar jongeling toe en daarna het ouderschap. Het getal zeven valt in deze fase van ontwikkeling op. In het Oude Testament werd men voor zijn daden verantwoordelijk gesteld vanaf het eenentwintigste levensjaar (20-plus). Dat merken we in de Exodusgeschiedenis waar alle van het Israëlitische geslacht, van ouder dan twintig jaar, die weigerden het Beloofde Land binnen te trekken, veroordeeld werden tot veertig jaar in de wildernis en daar ook aan hun einde kwamen.

     

    De beschreven leeftijdsspan van de mens, die overigens getekend is door moeite en verdriet, eindigt volgens Psalm 90:3 in de verbrijzeling van het lichaam.

     

     

    De dood is over de mens en de schepping gaan heersen vanaf Genesis 3:17 “…zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. 18 Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten. 19 In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren”.

    Dit alles als een gevolg van het oordeel over de rebellie van de eerste mensen. Een oordeel dat van generatie op generatie aanhoudt (Romeinen 5:12).

    Doornen en distels brengt de vervloekte aarde sindsdien voort (Genesis 3:17:19), en het sterven heerst over alles. De Schepping is dienstbaar aan de vergankelijkheid geworden, en kreunt zoals in een barensnood, in al haar delen (Romeinen 8:20-23).

    Het Bijbelboek Prediker hoofdstuk twaalf beschrijft in detail het aftakelingsproces dat zich al heel vroeg in een mensenleven inzet met uiteindelijk in vers zeven, de beschreven dood. Wat de mens onderscheidt van de dieren en de rest van de schepping, is dat bij zijn of haar dood, zijn/haar levensadem wederkeert tot God, die hem geschonken heeft.

    Prediker 12:7… en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft.

     

    Prediker 3:19 Want het lot der mensenkinderen is gelijk het lot der dieren, ja, eenzelfde lot treft hen: gelijk dezen sterven, zo sterven genen, en allen hebben enerlei adem, waarbij de mens niets voor heeft boven de dieren; want alles is ijdelheid, 20 alles gaat naar één plaats, alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof. 21 Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde? (NBG Vertaling 1951)

     

    Hierna het Bijbelgedeelte uit het boek Prediker dat in detail het aftakelingsproces beschrijft. Ik heb tussen haakjes de Bijbelse beeldspraak verduidelijkt.

    Prediker 12:1 Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen, waarvan gij zegt: Ik heb daarin geen behagen; 2 voordat de zon verduisterd wordt evenals het licht en de maan en de sterren en de wolken na de regen wederkeren; 3 op de dag, dat de wachters (de armen) van het huis (het lichaam) beven en de sterke mannen (de benen) zich krommen, en de maalsters (de tanden) ophouden, omdat haar aantal gering geworden is, en zij, die uit de vensters (de ogen) zien, hun glans verliezen (staar), 4 en de deuren (de oren) naar de straat gesloten worden; als het geluid van de molen verzwakt, en de stem hoog wordt als die van een vogel en alle tonen gedempt worden; 5 op de dag, dat men ook vreest voor de hoogte, en er verschrikkingen op de weg zijn (insomnia), de amandelboom (witte haren) bloeit, de sprinkhaan zich voortsleept en de kapperbes niet meer helpt (seks) – want de mens gaat naar zijn eeuwig huis en de rouwklagers gaan rond op de straat –; 6 voordat het zilveren koord (ruggengraat) losgemaakt en de gouden lamp (de schedel) verbroken wordt; voordat de kruik bij de bron verbrijzeld en het scheprad in de put verbroken wordt (falen van het hart), 7 en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft.

     

    Dit beschreven dienstbaar zijn aan de vergankelijkheid is voor alle mensen van alle generaties van zowel verleden als heden gelijk. Dit zowel voor gelovigen als voor niet-gelovigen, andersgelovigen, binnen het verbond, buiten het verbond, enzoverder, allen worden getroffen en er is geen uitzondering.

     

    De aarde is sinds de eerste rebellie van de mens door de Schepper aan de vruchteloosheid onderworpen (Romeinen 8:20), leert Paulus in het Nieuwe Testament.

    Paulus ondervond in zijn eigen lichaam de eerdere beschrijving van het verval van de mens. In zijn brief aan de Galaten lezen we in hoofdstuk 4 vers twaalf, dat hij ziek geworden was. Het was vermoedelijk een oogkwaal, zoals we kunnen opmaken uit Galaten 4:15 en Galaten 6:11:

    Galaten 4:12 Weest zoals ik, bid ik u, broeders, omdat ook ik ben zoals gij. Gij hebt mij in geen enkel opzicht verongelijkt. 13 Ja, gij weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het evangelie verkondigd heb, 14 en toch hebt gij de verzoeking, die er voor u in mijn lichamelijke toestand gelegen was, niet als iets verachtelijks beschouwd of ertegen gespuwd, maar gij hebt mij ontvangen als een bode Gods, (ja), als Christus Jezus. 15 Gij hebt u toen gelukkig geprezen; wat is daarvan over? Want ik kan van u getuigen, dat gij, ware het mogelijk geweest, uw ogen uitgerukt en ze mij gegeven zoudt hebben.

     

    Aan de Korintiërs schreef Paulus (2 Korintiërs 12:7-10) dat hem een doorn in het vlees gegeven was, een angel die hem lichamelijk zwak maakte, waar hij onder gebukt ging. Driemaal had hij God gebeden die angel weg te nemen, maar vergeefs. “Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid”, was het antwoord van God op Paulus gebed om genezing.

     

    Ook andere kon Paulus niet altijd helpen. Aan Timoteüs, zijn vriend en mede-evangelist, die aan gedurige maagongesteldheden leed schreef Paulus (1 Timoteüs 5:23) als recept voor zijn maag, dat hij niet alleen water zou drinken, maar ook een beetje wijn.

     

    In de tweede brief aan Timoteüs (2 Tim. 4:20) schrijft Paulus dat hij een medewerker met de naam Trofimus te Milete, ziek zijnde had moeten achterlaten.

     

    Aan de Filippenzen schrijft Paulus in zijn brief aan hen over Epafroditus, een medestrijder en afgevaardigde van Paulus, dat deze doodziek was geweest, maar dat God Zich over hem ontfermd had.

    Filippenzen 2:25 Maar ik achtte het noodzakelijk, Epafroditus tot u te zenden, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, die uw afgevaardigde was om mij te helpen in hetgeen ik nodig had. 26 Immers, hij was vol verlangen naar u allen en ook in zorg, omdat gij gehoord hadt, dat hij ziek was. 27 Hij is ook ziek geweest, de dood nabij, maar God heeft Zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben. 28 Ik zend hem dan met te meer spoed, opdat gij, als gij hem ziet, u weer verblijden moogt en ik minder zorg moge hebben.

     

    Vers 27 geeft vandaag hoop aangezien we mogen weten dat God in deze tijd, de huidige bedeling van de genade, zich wil ontfermen.

    Alhoewel er toch een groot onderscheid is met de toestand tijdens de bedeling onder de Wet. Aan het oude Israël dat als natie met de Exodus in 1483 v. Chr. uit Egypte getrokken was, was de belofte gegeven dat zij vrij van ziekten zouden zijn, indien zij de Wet zouden onderhouden.

    Exodus 15:26 En (Mozes) zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!

     

    De troost die Paulus, de apostel der heidenen, aan de Romeinen onder de huidige bedeling, doorgeeft is de volgende:

    Romeinen 8:18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. 19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.

     

    Het openbaar worden van de zonen Gods, gebeurt bij de (tweede) komst van Jezus Christus. Het is de in de Bijbel beloofde opstanding. Een opstanding die in chronologische etappes gebeuren zal. Eerst de Christus, vervolgens de Ekklesia (1 Korintiërs 15:20-28), vervolgens Israël en de volken (Daniël 12:2, 3 en 13).

    Het is de troost van de tweede komst van Christus, en de daarmee gepaard gaande opstanding van de Ekklesia, die Paulus aan de Thessalonicenzen doorgaf, wanneer zij geliefden aan de dood, aan de verbrijzeling, moesten afgeven.

     

     

    1 Thessalonicenzen 4:14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. 15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. 16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; 17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. 18 Zo dan, vertroost elkander met deze woorden. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het begrijpen van de Romeinenbrief hoofdstuk 8 kan ook vandaag als een troost en berusting werken wanneer men zelf (of geliefden) getroffen wordt door de eerder in Psalm 90 beschreven moeite en verdriet eindigend in de verbrijzeling van het lichaam.

    De Romeinenbrief heeft het over het lijden van de tegenwoordige tijd. Dit lijden is gelijk voor gelovigen en niet-gelovigen. Alle zijn aan de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid onderworpen. De schepping zucht en is als in barensnood.

    Romeinen 8:20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

     

    De enige hoop voor de van ouds rebellerende mens is het aannemen van Jezus Christus als Heer en Heiland, en de verwachting van Zijn (weder)komst als de Losser die alles hersteld.

    Filippenzen 3:20 Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, 21 die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen

     

    Romeinen 8:24 Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop, die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? 25 Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding. 26 En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit. 28 Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid  aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; 30 en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt. 31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? 33 Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt; 34 wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? 36 Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen.

    37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. 38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. (NBG Vertaling 1951)

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-03-2016, 09:00 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    22-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De berg Gods in Arabië

    In de vierde eeuw na Christus tijdens de regeerperiode van Keizer Constantijn werd in het zuiden van de hedendaagse Sinaïwoestijn op de plaats waar men meende dat Mozes de Tien Geboden in ontvangst nam, een klooster gebouwd. Tot in de twintigste eeuw zou men zonder meer aannemen dat deze plaats en berg ook de berg Gods was, zoals in de Bijbel beschreven. Een beetje Bijbelstudie maakt echter al snel duidelijk dat men voorbarig voor deze locatie gekozen heeft.

     

    Galaten 4: 21 Zegt mij, gij, die onder de wet wilt staan, luistert gij niet naar de wet? 22 Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin en één bij de vrije. 23 Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. 24 Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar. 25 Het (woord) Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. (NBG Vertaling 1951)

     

    De apostel Paulus plaatst de berg Sinaï duidelijk en gezaghebbend in Arabië en wijst zelfs de locatie van de berg aan: namelijk Hagar. Een naam die Sinaï betekent. Hij doet dit bij het doorgeven van een geestelijke les via het wijzen op twee bedelingen in de Heilsgeschiedenis, de bedeling van de Wet namelijk, die voorafging aan de huidige bedeling van de genade (Gal. 5:5). Maar laat ons bij Sinaï blijven.

    In mijn werk ‘TIJD en TIJDEN’, 2015, hoofdstuk: de ligging van de berg Gods in Arabië, blz. 113-120, wees ik op een studie van Howard Blum (The Gold of Exodus, The Discovery of The Most Sacred Place on Earth, 1998). Deze onderzoeker identificeert overtuigend de berg ‘Jabal al Lawz’ in Saoedi Arabië met de Bijbelse Sinaï.

    Wanneer men een Bijbelse encyclopedie openslaat en men zoekt het woord Sinaï op, dan blijkt dat meerdere locaties in aanmerking komen en eerlijkheidshalve vermeldt men er telkens bij dat een en ander nog niet duidelijk is. Hetzelfde commentaar kan men lezen bij het opzoeken van andere relevante plaatsnamen in verband met de exodusroute zoals Teman, Paran, Seïr, Hazeroth, Etham, Shur, Horeb en Sinaï. Dit betekent echter wel dat de weg voor verder onderzoek, openligt.

     

     

    Ik laat me leiden door wat Paulus leert betreffende de locatie van de berg Gods en de bedoeling van dit artikel is om een en ander vanuit de andere Bijbelboeken zoals Numeri, Deuteronomium, Habakuk, 1 Koningen en Galaten te laten bevestigen. Vooreerst is het belangrijk om te zien welk gebied Paulus bedoelde wanneer hij het over Arabië heeft. Het Arabië van Paulus’ tijd was het koninkrijk der Nabateeërs. Een koninkrijk dat zich uitstrekte over de huidige landen: Jordanië en het noordwesten van Saoedi-Arabië. De huidige plaats Hegra zou mogelijk in verband met het Bijbelse Hagar kunnen verbonden worden? Het Arabische Hegra is dan hetzelfde als het Griekse Hagar, de taal waarin Paulus zijn brieven schreef.

     

    Maar ook andere Bijbelboeken wijzen de weg naar Arabië, waar de berg Gods gezocht moet worden.

    Habakuk 3:1 Het gebed van Habakuk, de profeet. Op Sigjonot. 2 HERE, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, HERE, met vreze voor uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen! 3 God komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. Sela Zijn majesteit bedekt de hemelen, en de aarde is vol van zijn lof. 4 Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan zijn zijde en daar is het omhulsel zijner kracht. 5 Voor Hem uit gaat de pest en koortsgloed volgt Hem op de voet. 6 Hij staat en doet de aarde schudden; Hij ziet rond en doet de volken van schrik opspringen, de aloude bergen liggen verpletterd, de eeuwige heuvelen zinken ineen; de eeuwenoude wegen zijn zijne.

     

    ‘God komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran’, was al geschiedenis in de dagen van de profeet Habakuk en verwijst naar het optreden van de HERE God bij de verlossing van Zijn volk uit Egypte. Het hierna volgende Bijbelcitaat bevestigt dit:

    Deuteronomium 33:1 Dit is de zegen, waarmede Mozes, de man Gods, de Israëlieten vóór zijn sterven gezegend heeft. 2 Hij zeide: De HERE is gekomen van Sinaï en over hen opgegaan uit Seïr; Hij is in lichtglans verschenen van het gebergte Paran en gekomen uit het midden van heilige tienduizenden; aan zijn rechterzijde zagen zij een brandend vuur.

     

     

    Wanneer we Deuteronomium hoofdstuk 33 als gids gebruiken vanaf de berg Sinaï in Arabië en de weg terug naar Egypte nemen, komen we eerst in Seïr en daarna over het gebergte Paran aan de Egyptische grens. Seïr bevond zich in het dal van het Seïr-gebergte, op een hedendaagse kaart wordt dit nu Shera in Jordanië genoemd. Shera is tegenwoordig vooral bekend vanwege de Nabateese oudheidstad Petra die daar uit de roze gekleurde zandstenen rotsen is gehouwen.

    De berg ‘Jabal al Lawz’ is de meest logische keuze voor de hierboven beschreven route. Dit is één manier ter uitstippeling van de genomen reisroute door de Israëlieten.

     

    In het Bijbelboek Numeri vinden we alle stopplaatsen of pleisterplaatsen van de Israëlieten vanaf hun vertrek in Egypte tot aan Sinaï en veertig jaar later hun reis naar het Beloofde Land. Ik heb in de Bijbeltekst bij de pleisterplaatsen de getallen van één tot twaalf tussen ronde haakjes aangebracht.

    Numeri 33:1 Dit zijn de pleisterplaatsen der Israëlieten, die uit het land Egypte uitgetrokken waren naar hun legerscharen onder leiding van Mozes en Aäron; 2 Mozes namelijk beschreef hun tochten van pleisterplaats tot pleisterplaats naar het bevel des HEREN; en dit zijn hun pleisterplaatsen op hun tochten. 3 Zij braken op van Rameses in de eerste maand, op de vijftiende dag der eerste maand; daags na het Pascha trokken de Israëlieten uit door een opgeheven hand, voor de ogen van alle Egyptenaren, 4 terwijl de Egyptenaren bezig waren degenen te begraven, die de HERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; de HERE toch had aan hun goden strafgerichten geoefend. 5 De Israëlieten dan braken op van Rameses (1) en legerden zich te Sukkot (2). 6 Zij braken op van Sukkot en legerden zich te Etam (3), dat aan de rand der woestijn ligt. 7 Zij braken op van Etam en keerden weder naar Pi-Hachirot (4), dat tegenover Baäl-Sefon ligt, en zij legerden zich tegenover Migdol. 8 Zij braken op van Pi-Hachirot en gingen midden door de zee naar de woestijn, en zij gingen drie dagreizen ver door de woestijn van Etam en legerden zich te Mara (5). 9 Zij braken op van Mara en kwamen te Elim (6); te Elim nu waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen; daar legerden zij zich. 10 Zij braken op van Elim en legerden zich aan de Schelfzee (7). 11 Zij braken op van de Schelfzee en legerden zich in de woestijn Sin (8). 12 Zij braken op van de woestijn Sin en legerden zich te Dofka (9). 13 Zij braken op van Dofka en legerden zich te Alus (10). 14 Zij braken op van Alus en legerden zich te Refidim (11), waar voor het volk geen water was om te drinken. 15 Zij braken op van Refidim en legerden zich in de woestijn Sinai (12).

     

    Herinner nu dat een degelijke Bijbelse encyclopedie bij alle hierboven vernoemde plaatsen een vraagteken plaatst. Zelfs over de ligging van vertrekplaats in Egypte de plaats Rameses of Raämses, wordt gediscuteerd. Meerdere onderzoekers identificeren namelijk de Bijbelse stad Rameses met het hedendaagse Qantir, en dit als een gevolg van hun voor waarheid houden van de gehanteerde Sothis-kalender door de orthodoxe Egyptologie, met als resultaat farao Ramses II van de negentiende dynastie als de farao van de Exodus.

    De Bijbel plaatst het vertrekpunt van de Exodus bij de plaats Rameses nabij Zoan, het Egyptische Tanis van de oudheid. Zie Psalm 74:12 “Ten aanschouwen van hun vaderen deed Hij wonderen in het land Egypte, het veld van Zoan; …”.

     

    De tweede stopplaats was te Sukkot, een plaats halverwege de huidige Sinaïwoestijn, in. De volgende stopplaats van de Israëlieten was Etham aan het noorden van de golf van Akaba. Het is in deze regio dat het Egyptische leger zijn einde vond wanneer zij de Israëlieten achtervolgden. Het is vanaf Etam dat de reis naar Arabië begon. De eerste woestijn waar de Israëlieten door moesten gaven ze de naam: de woestijn van Shur en/of Etham. Het is dezelfde regio waar koning Saul met zijn leger vijfhonderd jaar later langs trok in zijn strijd tegen Amalek. Saul trok toen vanuit Telaïm nabij Jericho de Jordaan over en vervolgens langs de zogenaamde koninklijke weg naar het zuiden, in de richting van Petra waar in de nabijheid de stad van Amalek lag. De woestijn van Shur is te plaatsen aan de beide zijden van de hedendaagse golf van Akaba. De naam Shur staat voor ‘muur’ wat verwijst naar de bergketen aan beide zijden van de golf. De volgende pleisterplaats is Mara dat een Hebreeuws woord is en de betekenis van bitter heeft vanwege de kwaliteit van het water aldaar. De Israëlieten bereikten deze plaats na een mars van drie dagen door de woestijn en klaagden over het bittere water. Het Hebreeuwse Mara wordt algemeen geïdentificeerd met de hedendaagse plaats al-Bad in Saoedi Arabië. De onderzoeker Howard Blum (The Gold of Exodus – the discovery of the most sacred place on earth – 1998) laat vanaf deze plaats de Israëlieten richting berg ‘Jabal al Lawz’ trekken, de berg Gods of Sinaï.

     

    Het christendom plaatst sinds de vierde eeuw na Christus al de vernoemde plaatsen (met vraagtekens erbij) van Numeri 33:1-15 in de hedendaagse Sinaïwoestijn. Bij het opstellen van landkaarten schroomt men zich niet om hier en daar een vraagteken weg te laten alsof een en ander vast zou staan, wat niet het geval is.

     

     

    Een voorbeeld is Midian waar Mozes veertig jaar eerder naar toe gevlucht was, en waar de berg Gods gelegen was. Op menige kaart zal men de naam MIDIAN en/of Midianieten ook gedeeltelijk over de hedendaagse Sinaïwoestijn plaatsen, wat niet eerlijk is. Flavius Josephus maakte in zijn historisch werk (Joodse Oudheden, Boek 2, xi.1) duidelijk dat Midian aan de Rode Zee ligt en hij noemt de plaats waar Mozes na een tocht door de woestijn terecht kwam: Madiane. Deze plaats kan men heden op een landkaart van het Arabische schiereiland nog altijd terugvinden onder de naam Modiana. In hetzelfde gebied zou Mozes gedurende veertig jaar de schapen van zijn gastheer Jethro weidden. In datzelfde gebied, leert Josephus, lag de berg Gods of Sinaï en vond het wonder van de brandende maar niet verterende braamstruik plaats, en kreeg Mozes van God het bevel om Zijn volk uit Egypte te leiden.

     

    De ligging van de berg ‘Jabal al Lawz’ als eindpunt van de exodustrek past binnen het Bijbelse verhaal:

    1.      Mozes die vanuit Midian op weg naar Egypte trekt komt onderweg zijn broer Aaron tegen die hem op een woord van God tegemoet ging. De ontmoeting vond plaats nabij de berg Horeb. (Exodus 4: 27 En de HERE zeide tot Aäron: Ga Mozes in de woestijn tegemoet. Hij ging en ontmoette hem bij de berg Gods en kuste hem.) Dit Schriftgedeelte plaatst de berg Gods noordelijk van Al Bad (Midian) de woonplaats van de schoonvader van Mozes.

    2.    En volgens het Bijbelboek Deuteronomium 1:2 zijn het elf dagreizen vanaf Horeb tot Kades-Barnea wat alleen mogelijk is indien de berg Gods de Jabal al Lawz is.

     

    CHRONOLOGIE:

    In mijn werk ‘TIJD en TIJDEN, 2015’, verankerde ik het jaar van de Exodus met het jaartal 1483 v. Chr., op de tijdsbalk. Dit jaartal was het resultaat van het chronologisch hanteren van de opgave van Jubeljaren door William Whiston. In totaal waren er volgens Whiston dertig jubeljaren van 1395/1394 v. Chr. tot 27/28 AD, het jaar dat Jezus het ‘aangename jaar des HEREN’ of Jubeljaar uitriep en zich als Messias bekendmaakte. Van het eerste Jubeljaar van sept/1395 tot okt/1394 v. Chr. zijn het zeven maal zeven jaar terug (sabbatjaren van maart/tot april tot maart/april) tot het begin van de inname van het Beloofde Land in 1443 v. Chr. Mozes was kort daarvoor in de leeftijd van 120 jaar gestorven. Veertig jaar daarvoor plaatsen we chronologisch de Exodus in 1483 v. Chr. (Voor wie het boek wil aanschaffen: zie link http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    Tot hier wat het historische aspect betreft van de berg Gods. In de (verre) toekomst zal een overblijfsel van Israël tijdens de Apocalyps naar dezelfde woestijn uitgeleid worden ter bewaring van de koning van het Noorden (Daniël 11:40-41), die het land Israël, het Sieraadland dan overrompeld heeft.

     

    Hosea 2:13 Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. 14 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland. 15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baäl! 16 En Ik zal de namen der Baäls van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden. 17 En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen. 18 En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. 19 (En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen. 20 (En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de HEERE; Ik zal den hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren. 21 En de aarde zal het koren verhoren, mitsgaders den most en de olie; en die zullen Jizreël verhoren. 22 En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God! (Statenvertaling)

     

     

    De Bijbel leert een derde herstel van de Joden in het oude land der vaderen, geestelijke en nationaal. Een groot deel van het christendom, vooral de gevestigde kerken, leert daarentegen de vervangingsleer, een leer die zegt dat het christendom door God in de plaats van Israël is gesteld en de Joden verworpen. Er zijn nochtans heel wat Bijbelgedeelten die een herstel van Israël leren en moeilijk van toepassing op de kerk zijn. Een voorbeeld is de profetie waar het Bijbelboek Amos mee afsluit, en duidelijk betrekking heeft op de periode na 70 AD met de wegvoering in ballingschap van de Joden door de Romeinen.

     

    Amos 9:11 Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, 12 opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de HERE, die dit doet. 13 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat de ploeger zich aansluit bij de maaier en de druiventreder bij hem die het zaad strooit; dan zullen de bergen druipen van jonge wijn en al de heuvelen daarvan overvloeien. 14 Ik zal een keer brengen in het lot van mijn volk Israël: verwoeste steden zullen zij herbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinken; boomgaarden zullen zij aanleggen en de vrucht daarvan eten. 15 Dan zal Ik hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profetie van Amos wordt pas werkelijkheid nadat de koning van het noorden van de profeet Daniël door het land geraasd heeft. Op het hoogtepunt van deze verdrukking wordt een overblijfsel van Israël naar de Over-Jordaanse woestijn geleidt.

     

    Jeremia 31:1 Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. 2 Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik henenging om hem tot rust te brengen. 3 De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. (Statenvertaling)

     

    De berg Gods zien we opnieuw vermeldt worden in het laatste Bijbelboek Openbaring.

    Openbaring 14:1 En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden.

     

    Het is van daar uit dat het herstel van Israël in het komende Messiaanse Vrederijk een aanvang zal nemen.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    22-02-2016, 09:35 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    02-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OPENBARING, APOCALYPS, ONTSLUIERING, MANIFESTATIE

    Wettelijk depot: D/2009/Robert De Telder/Auteur uitgever

    Trefwoorden: Bijbel, Eschatologie.

    ISBN: 978 16 1627 432 0

    NUR: 702

    Tenzij anders aangeduid werd de vertaling van het NBG 1951 gebruikt.

     

    Jesaja 25:6 En de HERE der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen. 7 En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. 8 Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken. 9 En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.  (NBG Vertaling 1951)

     

     

    PROLOOG

    Het boek Openbaring, het laatste boek van de Bijbel, in het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, genaamd Apocalyps, leert de komst van de Koning der koningen naar de aarde. Het is het beloofde Godsrijk dat vanuit de hemel van God door de persoonlijke terugkeer van Jezus Christus, de opgestane Heer en Heiland, zal opgericht worden. De Apocalyps is ook een boek dat rampen voorspelt en de naam Armageddon alleen al roept met recht onheilsgedachten op. De exegese van de gevestigde kerken leert dat het boek in ongeveer het jaar 90 AD door (een) Johannes geschreven werd, met de bedoeling de christenen die dan door vervolgingen van de Romeinse keizers gingen, moed in te spreken door ze hoop op betere tijden te geven. De apostel deed dit, volgens de exegese, door te schrijven over de aanvallen van boze machten op de christenen, rampen die het naderende einde aankondigden en de komst van het Rijk Gods. Volgens deze exegese is het boek Openbaring, geschiedenis dat zich ten tijde van het Romeinse Rijk afspeelde. Geen profetie wordt gezocht noch verwacht.

     

    De bekende twaalf artikelen van het geloof leren nochtans de komst van Christus: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel; op de derde dag opgestaan uit de doden; opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving van de zonden; opstanding van het vlees;

     

    Ik meen dat artikel 7 de wederkomst van Christus leert. Een verwachting die de gevestigde kerken, over de eeuwen heen, opgegeven hebben. Het boek: Openbaring, zie ik als een profetisch boek. Het boek Openbaring wordt uiteindelijk geschiedenis,(!) maar dan geschiedenis van tevoren geschreven. Het boek leert dat er een periode ‘komt’ dat Satan 1000 jaar gebonden zal worden. Deze periode heet in het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, “chilia etè”, waarvan het woord chiliasme is afgeleid. En uit het Latijn heeft men Millennium afgeleid. Het boek Openbaring is een moeilijk Boek, en dit vanwege de inhoud en als een gevolg van de moeilijk te verklaren visioenen die de apostel Johannes te zien kreeg. Dit laatste is belangrijk. Johannes verklaart namelijk aan het einde van de Openbaring het volgende: En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. Men kan niet zo maar alle visioenen allegoriseren, maar is verplicht trachten te begrijpen wat Johannes gezien heeft en dit over toekomstige zaken, want beste lezer(es), het is een Profetisch Boek, zoals ook het eerste hoofdstuk van de Openbaring onmiddellijk duidelijk maakt. De Gemeente of Kerk vind men in het boek Openbaring niet terug. Vanaf het eerste hoofdstuk van Openbaring wordt de draad met het oude verbondsvolk Israël opnieuw opgenomen.

    1:1 Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven. 2 Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. 3 Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.

     

    De Gemeente en de genadetijd van het evangelie, die hun begin met het Pinksterfeest van het jaar 30 AD in Jeruzalem zagen, wordt niet meer vermeldt noch aangesproken. Zij zijn verdwenen. De draad met het Joodse volk, dat na de verwerping van Jezus als Messias, veertig jaar later in 70 AD voor een tweede maal in ballingschap ging, wordt in het boek Openbaring opnieuw opgenomen. Zij worden geestelijk en nationaal voor een derde maal door de God van de Bijbel hersteld.

    Ik heb, na meer dan dertig jaar Eschatologische zelfstudie, gebroken met de gangbare evangelische exegese dat de Kerk in de zeven brieven aan gemeenten in Asia aangesproken wordt. Voor mij is het inmiddels duidelijk dat gans het Boek Openbaring profetie is en de geschiedenis van Israël en de Joden vanaf de Exodus uit Egypte tot op heden heel duidelijk in de brieven terug te vinden is. De zeven gemeenten of synagogen zijn:

    Efeze (vermeld in Handelingen en brieven Paulus),

    Smyrna (niet vermeld in Handelingen of brieven Paulus),

    Pergamum (niet vermeld in Handelingen of brieven Paulus),

    Thyatira (vermeld in Handelingen),

    Sardes (niet vermeld in Handelingen of brieven Paulus),

    Filadelphia (niet vermeld in Handelingen of brieven Paulus) en

    Laodicea (vermeld in brieven Paulus).

     

    De zeven brieven zijn aan zeven Joodse synagogen gericht. Uiteraard zitten hier geestelijke lessen voor de christen in en dit op basis van wat Paulus, de apostel der heidenen, leert in Romeinen 15:4 en 1 Korintiërs 10:6. Iedere brief sluit af met een oproep: “Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt”, gemeenten in het meervoud. Er zitten dus geestelijke lessen in iedere brief, lessen die niet noodzakelijk aan een tijdsperiode gebonden zijn. Alle zeven brieven zijn ook iedere keer gericht aan de engel der gemeente: ‘Schrijf aan de engel der gemeente te …’. Hier kan alleen maar ‘de synagoge’ mee bedoelt zijn. Tussen de ekklesia, het lichaam van Christus, en de Heer Jezus Christus, het hoofd van de ekklesia, staat geen engel of een of andere tussenpersoon. “Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben Ik in uw midden” zegt Christus tot iedere kring van christenen, zonder tussenpersoon. De gangbare protestantse uitleg betreffende ‘de engel der gemeente’ is dat deze engel de voorganger of dominee zou voorstellen. De bediening van de (mannelijke) voorganger en dominee is echter uit een christelijk-protestantse traditie ontstaan en is vreemd aan de Bijbelse Ekklesia die rang en standenvrij is.

     

    Galaten 3:27 Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28 Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus.

     

    Kolossenzen 3:10b die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, 11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

     

    Het christendom kent in tegenstelling tot de Bijbelse Ekklesia wel rangen en standen en onderscheid tussen mannen en vrouwen. Het Europese christendom van de laatste 1900 jaar is een geschiedenis van een exclusieve mannenzaak, van geweldenaars die erop uit waren om ‘hun’ koninkrijk te vestigen. Nooit heeft bvb het christendom, noch het Rooms-katholicisme, noch het protestantisme noch de Oosters-orthodoxe kerken, het Europese imperialisme veroordeelt. Iets dat zij op basis van een Bijbels moreel gezag hadden moeten doen. In tegendeel, altijd volgden zij in het kielzog van de kolonisatoren van hun respectievelijke nationale staten en koloniseerden zij duchtig mee onder de mom van zieltjeswinnen mee. Dit gedrag is volledig vreemd aan het evangelie van Christus. Vele zogenaamde zielen werden ook nooit gewonnen. Een voorbeeld is Nederlands-Indië dat vanaf de zestiende eeuw gekoloniseerd – uitgebuit – werd. De autochtone bevolking was toen al islamitisch en werd in de tweede helft van de twintigste eeuw na het einde van de kolonisatieperiode, als Islamitisch zijnde achtergelaten.

    Toen in de negentiende eeuw de industrialisatie in Europa een aanvang nam met als een gevolg een trek van de arbeiders van het platteland naar de steden gevolgd door de uitbuiting van hen door de rijke industriëlen zwegen de gevestigde kerken tegen het onrecht. Integendeel, zij rechtvaardigden vanuit hun tradities het discriminerende klassenverschil.

     

    In de exegese dat de gemeenten in het boek Openbaring het christendom zou voorstellen wordt met geen woord gerept over het Oosters Schisma. De scheuring namelijk van het christendom in 1054 AD. In dat jaar excommuniceerden paus Leo IX van de Rooms-katholieke kerk en patriarch Michael Caerularius van Constantinopel elkaar wederzijds en werd het schisma tussen beide kerken na een eeuwenlange periode van vervreemding een feit. Geen woord ook in de gangbare exegese over de vernietiging van het Oost-Romeinse christendom als een gevolg van de Arabischislamitische opmars vanaf de zevende eeuw AD. Wel wordt in Sardes de opkomst van het protestantisme gezien. Het is duidelijk dat de uitleg betreffende de zeven brieven aan de zeven gemeenten door een westelijke protestantse bril gezien wordt.

    Bij de studie van de Bijbel is het belangrijk de verschillende bedelingen Gods te onderscheiden. De gevestigde kerken onderscheiden geen bedelingen in Gods heilsplan met deze wereld. Zij zien één kerk of gemeente van geredde mensen en dit van af Genesis tot in der eeuwigheid.

     

     

    De bedelingenleer dateert van de negentiende eeuw, komt volgens hen uit protestantse-sektarische hoek en wordt verworpen. Het woord bedeling komt in de grondtekst van de Bijbel niet voor. Een ‘Bedeling’ veronderstelt dat God over de eeuwen heen vele malen en op verschillende wijzen met volken en individuen is omgegaan en omgaat. De onderzoeker Clarence Larkin e.a. onderscheiden tot zeven bedelingen vanaf Genesis. Het is niet mijn bedoeling om nu in detail de verschillende herkenbare bedelingen in de Bijbel te behandelen. Ik wens mij alleen te concentreren op de huidige bedeling van de genade, die na de bedeling van de wet van Mozes gekomen is, en die eens door God afgesloten zal worden. Na het afsluiten van de huidige bedeling der genade volgt een nieuwe bedeling: het komende Messiaanse Vrederijk. Met deze bedeling wordt Israël, het oude verbondsvolk, hersteld. Dit geprofeteerde Messiaanse Vrederijk is ook niet de traditionele ‘eeuwigheid’, maar zal na een periode van 1000 jaar ook afgesloten worden.

     

    Bedelen, rechte voren trekken of de Schrift snijden, doen we in feite allemaal. De gevestigde kerken verdelen de Bijbel bijvoorbeeld in een Oude en een Nieuwe Testament wat in wezen ook ‘bedelen’ is. Wanneer Bijbelgetrouwe christenen zich bij het eten tegoed doen aan bijvoorbeeld mosselen met patatfrites of gevulde tomaten met garnalen doen ze in wezen aan het bedelen van de Bijbel want zij demonstreren (dikwijls onwetend) zo dat de spijs wetten van Israël niet voor hen zijn. En terecht. In de huidige genadetijd is het oude verbondsvolk Israël als heilsorgaan door God opzijgezet, en gelden deze wetten voor de christen niet. Hij of zij is als christenindividu vrij om te eten wat en wanneer hij of zij wil.

    De voortreffelijke Bijbelvertaling NBG 1951 heeft eenmaal het woord ‘bedeling’ in haar vertaling opgenomen. Ik citeer hierna het gedeelte omdat het gebruik van het woord bedeling, voor verbond, veel duidelijk maakt.

    Galaten 4:21 Zegt mij, gij, die onder de wet wilt staan, luistert gij niet naar de wet? 22 Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin en één bij de vrije. 23 Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. 24 Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinai, die slaven baart, dit is Hagar. 25 Het (woord) Hagar betekent de berg Sinai in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. 26 Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder.

     

     

    Dit Schriftgedeelte heeft het duidelijk over twee verschillende bedelingen. Twee tijdperken in de geschiedenis van Gods heilsplan tot op heden. Het boek Openbaring betekent een scharniermoment van de huidige bedeling van de genade die dan afgesloten wordt, zoals eertijds God de deur sloot van de ark van Noach en de grote vloed als oordeel over de wereld van toen liet komen, naar een nieuwe tijd waar de draad met de Joden opnieuw opgenomen wordt. Wanneer we dit willen herkennen gaat er veel van het boek Openbaring voor ons open. Aan u, dierbare lezer(es) de keuze: ofwel is het boek Openbaring een moeilijk boek dat alleen geschiedenis is, of wordt het een boek dat weliswaar moeilijk blijft, maar een deur opent naar de verwachting van een toekomstig paradijs, dat eens lang geleden verloren ging maar straks hersteld wordt.

     

    Wanneer het boek Openbaring geen geschiedenis blijkt te zijn, maar gans en volledig profetie, valt er heel wat exegesedruk weg. Een voorbeeld: de grote hoer van het zeventiende hoofdstuk van Openbaring, is nu niet meer de Rooms-katholieke kerk, zoals menig protestants onderzoeker de laatste vierhonderd jaar leerde, maar is een voorstelling van een religieuze tegenstander die zich in de toekomst nog moet manifesteren. Deze organisatie zal wel haar zetel in Rome hebben. Naar de toekomst toe is trouwens heel wat religieuze activiteit te verwachten. Uiteindelijk zullen, naar het boek Openbaring, alle religies samensmelten en een tegenstander van de God van de Bijbel worden. Ik schrijf met nadruk ‘de God van de Bijbel’, om een duidelijk onderscheid te maken met de vele andere Godprojecties die alle claimen de Almachtige te zijn. Wanneer de vervulling van de profetieën van het boek Openbaring nog toekomst is dan is de consequentie ook dat bijvoorbeeld de 144.000 verzegelden, 12.000 uit elke stam van Israël, niet de kerk of een uitgekozen groep van de Ekklesia voorstellen, maar gewoonweg Israëlieten zijn, zoals het Schriftwoord zo duidelijk leert. De twaalf stammen worden in het zevende hoofdstuk van het Bijbelboek Openbaring één voor één opgesomd. Ware allegorische acrobatie is er nodig om dit te vergeestelijken en op de kerk van nu toe te passen. De conclusie van dit alles is dan ook dat het zendingsbevel wat de prediking van het komende koninkrijk Gods betreft, waarna het einde volgt, door 144.000 Israëli’s zal gebeuren. Het sleutelwoord in de komende Koninkrijks-prediking zal zijn: ‘bekeer u’. Het sleutelwoord in de huidige genadebedeling is: ‘geloof’!

     

    De brief aan Laodicea in het derde hoofdstuk is volgens mijn exegese nu ook niet aan de christengemeente geschreven, maar aan de synagoge Israël. Laodicea betekent volksregering. Het sinds 1948 nationaal herstelde Israël is een democratische staat. Het is een modelstaat in het Midden-Oosten, wat westerse regeringsvorm betreft. Israël is een seculiere staat met scheiding der machten. Scheiding ook tussen religie en staat. Een staat van, door en tot het volk. Een trotse staat die nog maar net zijn zestigste verjaardag vierde en in de periode tussen 1948 en 1982 vijf verdedigingsoorlogen won tegen de sterkere buurlanden, Egypte, Syrië, Jordanië en Libanon.

     

    Na het einde van de koude oorlog met de val van de Berlijnse muur in 1989 met daarop het desintegreren van Sovjet-Unie, gevolgd door de eerste Golfoorlog van de Verenigde Naties, volgden vredesakkoorden tussen Israël en de buurlanden (met uitzondering van Syrië) die hun claim op Palestina opgaven maar wel verwachten dat Israël tot een vredesoplossing komt met de Arabische inwoners van de Westbank en Gaza, door middel van de oprichting van een tweede staat in Palestina en opnieuw een deling van Jeruzalem. Een oplossing die wanneer ik dit schrijf nog niet in zicht is maar op basis van het Profetische Woord van de Bijbel te verwachten is. De Bijbel voorspelt een schijnvrede die een Pseudo-Messias (de eerste ruiter op het witte paard) brengt en door de Joden aanvaard zal worden. Uiteindelijk cumuleert dit alles zeven jaar later tot het gevreesde Armageddon en de komst van Christus Jezus op de Olijfberg te Jeruzalem. Dezelfde plaats waar Hij in 30 AD naar die andere dimensie ten hemel voer met de belofte van zijn terugkomst.

     

    De zeven brieven aan de zeven gemeenten in Asia bij de aanvang van het boek Openbaring, geadresseerd, zijn alle aan synagogen gericht. De brief van Efeze waar de reeks mee begint is aan de synagoge van Efeze gericht en niet aan de christengemeente die ook in Efeze vertegenwoordigd was. Wanneer we de inhoud van de brief van Christus aan Efeze in het boek Openbaring, vergelijken met de brief van Paulus aan Efeze blijkt heel duidelijk dat we met twee verschillende bedelingen of huishoudingen Gods in de tijd te maken hebben. De brief van Paulus aan Efeze werd in 60 AD vanuit de gevangenis in Rome geschreven. Volgens de chronologische heilsgeschiedenis bevinden we ons in de periode vlak na het afsluiten van het boek Handelingen met hoofdstuk 28. Sinds Pinksteren met het begin van de evangelieprediking waren er dertig jaar verlopen. De Joodse leiders te Rome wijzen de boodschap van Paulus af en halen de profetie van de profeet Jesaja hoofdstuk 6 over zich heen. Het volk Israel wordt van dan af definitief als heilsorgaan opzij gezet en de Heilige Geest openbaart Zijn werk met de Ecclesia – Gemeente – Kerk:

    Handelingen 28:25 Terecht heeft de heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken, 26 zeggende: Ga heen tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; 27 want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zij zich bekeren, en Ik hen zou genezen. 28 Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen! 29 [En nadat hij dit gezegd had, gingen de Joden al redetwistende heen.] (NBG Vertaling 1951)

     

    Niet alle manuscripten hebben Efeze als geadresseerde en dus heeft de brief ook in alle andere plaatsen in Asia waar christengemeenten waren gecirculeerd. De brief van Paulus aan de Laodiceërs zoals vermeld in Kolossenzen 4:16 ( En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen.) is in feite de zogenaamde Efeze-brief.

     

    Het hoofdthema van de Efeze-brief is ‘het geheimenis van de roeping der heidenen'. Paulus ontvouwt Gods plan om mensen uit elk volk, zowel vrouw als man van welke afkomst ook, samen te brengen in Christus. In dit Lichaam is ieder een gelijk. Dit Lichaam is de Gemeente van Christus en is niet te verwarren met de bruid van Christus die het herstelde Israël zal zijn. De Efeze-brief van Paulus leert dat een mens alleen door genade behouden, gered kan worden. Zie o.a. hoofdstuk 2:8 “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme. 10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”.

     

    In schijnbare contradictie staat tegenover de brief van Paulus aan de Efeziërs de brief aan de synagoge van Efeze dat o.m. luidt: Openbaring 2:2 Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid. Enz. Het is een schijnbare contradictie want de conclusie moet zijn dat het twee verschillende geadresseerden zijn over twee bedelingen Gods heen.

     

    Ook het zesde hoofdstuk van Openbaring maakt duidelijk dat we in de daar beschreven toekomstige tijdsperiode in een nieuwe bedeling Gods gearriveerd zijn. Het gebed van de martelaren die God om vergelding roepen is een gebed dat geen christen vandaag over zijn of haar lippen kan krijgen zonder een vermaning van de inwonende Heilige Geest van God te ontvangen.

    Openbaring 6:9 En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. 10 En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?

     

    Wanneer het ganse boek Openbaring nog toekomst is, is de consequentie dat er in Jeruzalem een nieuwe eredienst te verwachten is. In het elfde hoofdstuk van het boek Openbaring wordt de ark van het verbond in de hemel van God zichtbaar. De tegenstander zal dit op aarde imiteren.

     

    De eerste ark gaat terug tot de woestijnperiode onder Mozes en wordt beschreven in het Bijbelboek Exodus hoofdstuk 25. De ark heeft de Israëlieten op al haar tochten en verblijfplaatsen vanaf haar ontstaan na de Exodus uit Egypte in 1483 voor Christus, vergezeld. In het Oude Testament zijn er honderden verwijzingen naar gebeurtenissen betreffende de ark van het verbond. Ten tijde van Salomo werd zij in de tempel in het Heilige der heiligen neergezet. Een vertrek van de tempel waar met Jom Kippoer, de grote verzoendag, de hogepriester binnenging voor de verzoenings-handelingen. Hier is de ark met zekerheid tot aan haar vernietiging gebleven. Deze vernietiging gebeurde ten tijde van Zedekia, de laatste koning van Juda.

    " Daarna, in de vijfde maand, op de zevende van de maand – dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnezar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, de dienaar van de koning van Babel, te Jeruzalem, en verbrandde het huis des HEREN en het koninklijk paleis; alle huizen in Jeruzalem, althans alle huizen der aanzienlijken, verbrandde hij met vuur. En het leger der Chaldeeën, dat met de bevelhebber van de lijfwacht was, haalde gezamenlijk de muren rondom Jeruzalem neer.

    2 Koningen 25:8-11 (NBG Vertaling 1951)

     

     

    En ook Psalm 74 leert duidelijk dat alles in het Heilige der heiligen vernield werd: “6 toen sloegen zij het snijwerk daaraan altegader stuk met bijl en houweel; 7 uw heiligdom staken zij in brand, zij ontwijdden tot de grond toe de woning van uw naam; 8 zij zeiden bij zichzelf: Laten wij hen altegader verdrukken. Zij verbrandden alle godshuizen in den lande” (NBG Vertaling 1951)

     

    Na de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel door Nebukadnezar, de koning van Babylon, in 586 voor Christus horen wij echter nooit meer iets van de ark. In de herbouwde tempel van Zerubbabel en in die van Herodes bevond zich in het Heilige der heiligen niet de ark, maar wel, volgens de Joodse overlevering een steen, waarop de hogepriester op de grote Verzoendag het vat met reukwerk zette. Er was dus ook geen verzoendeksel meer, waarop het bloed van de zondoffers gesprenkeld kon worden. Dit is volledig in lijn en verwachting volgens de profetie van Jeremia die optrad ten tijde van de val van Jeruzalem door de Babyloniërs.

     

    Jeremia 3:14-16 " Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des HEREN, want Ik ben heer over u; Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion, en Ik zal u herders naar mijn hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand. Als gij u dan vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land in die dagen, luidt het woord des HEREN, dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des HEREN; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden…" NBG Vertaling 1951

     

    Het is na de vernietiging van de tempel van Zerubbabel, die volledig gerenoveerd en herbouwt door Herodes de Grote werd, dat de legendes en het zoeken naar de ark een aanvang namen. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat naar de profetie van Jeremia, de oorspronkelijke ark vernietigd is. Wel zijn er met zekerheid in de oudheid replica's gemaakt die nu ergens op aarde verborgen zitten. Met voldoende zekerheid kan men stellen dat in Ethiopië, op een geheime plaats te Axoem, zulk een replica van de ark van het verbond vereerd wordt. Ethiopië betwist namelijk Arabië de roem van de koningin van het Zuiden. De koningen van Ethiopië eisten afstamming voor zich op van Menelik, een zoon van Salomo en de koningin van Scheba, die, naar zij beweren, hun koningin was. Hoogstwaarschijnlijk bracht de koningin van Scheba een replica van de ark naar haar land mee. Enkele jaren geleden bracht de BBC een overtuigende documentaire over de verborgen ark te Axoem. Volgens de documentaire wordt de ark op een geheime plaats bewaard in de kerk van de Heilige Maria van Sion door een monnik bekend als de 'bewaarder van de ark'. Persoonlijk houd ik er rekening mee dat een replica van de ark in de grote piramide te Gizeh in Egypte een rustplaats vond. Een rustplaats die nog ontdekt moet worden. Daarnaast zijn er Joodse legenden die beweren dat de ark bij de nadering van de Babyloniërs verborgen werd op de berg Nebo in Jordanië. Het boek 2 Makkabeeën dat de Roomse Kerk eigenzinnig aan haar Bijbel heeft toegevoegd, leert deze legende en zou in de toekomst een bron van misleiding kunnen worden.

    2 Makkabeeën 2:4 Verder staat er in hetzelfde geschrift dat de profeet, gehoorzaam aan een goddelijke ingeving, de verbondstent en de ark liet halen en achter hem aan liet dragen, terwijl hij de berg beklom die Mozes bestegen had om het erfdeel van God te aanschouwen. 5 Daar aangekomen vond Jeremia een rotsspelonk; daarin plaatste hij de tent, de ark en het reukofferaltaar en hij sloot de toegang af. 6 Toen enkele van zijn metgezellen er weer heen gingen om de weg te markeren, konden ze de plaats niet meer vinden. 7 Jeremia hoorde van hun poging en maakte hun verwijten. Hij zei: ‘Die plaats moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt en het zijn barmhartigheid toont. 8 Dan zal de Heer dat alles weer tevoorschijn brengen; dan zal de glorie van de Heer in een wolk verschijnen, zoals dat gebeurd is in de tijd van Mozes en ook in die van Salomo, toen hij bad dat de tempel op grootse wijze geheiligd zou worden.’

     

    Een andere legende plaatst de ark in een schuilplaats nabij de Dode Zee. Zij is dan verborgen in een van de vele grotten waar ook de bekende Dode Zeerollen gevonden werden. Een hardnekkige legende leert dat de ark verborgen werd 'in' de tempelberg en op Gods tijd bij de herbouw van de tempel tevoorschijn zal komen. De Joodse legenden verhalen niet over een replica maar scheppen de verwachting dat de oorspronkelijke ark ergens verborgen zit. Deze legenden zijn echter in strijd met de Bijbel die duidelijk door de mond van Jeremia leert dat "dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des HEREN; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden…"

     

    De verborgen ark kreeg heel wat belangstelling toen Hollywood de film THE RAIDERS OF THE LOST ARK uitbracht. De filmmakers lieten de ark door farao Sisak, die de Egyptologie met de Libische farao Sjosjenq I, identificeert, buitmaken en naar Egypte brengen. Hoewel het een fictief verhaal was, begeesterde het de hele wereld.

     

    Naar mijn aanvoelen is het mogelijk dat één van deze replica's in de nabije toekomst te voorschijn komt en door satan gebruikt wordt voor de grootste misleiding die de mensenwereld ooit ondergaan heeft. De antichrist zal namelijk zijn eredienst te Jeruzalem vestigen en daar aanbidding eisen. Satans grote moment. Het tevoorschijn komen van de ark zou in Israël een grote beroering doen ontstaan en de roep voor de herbouw van de tempel alleen maar sterker maken. Of is er een andere optie mogelijk? Ook de Moslimwereld zou door de vondst in verwarring kunnen geraken en haar claimen. De koran verwijst naar Mozes als profeet. De Ark komt in de positieve zin in de koran voor. In Soera 2:248 staat geschreven: "En hun profeet (=Samuël) zeide tot hen: Het teken van zijn Talut (= Saul) koningschap is, dat tot u zal komen de Ark, waarin is een Godsrust van uw Heer en een nalatenschap, welke nagelaten hebben het geslacht van Musa (Mozes) en het geslacht van Harun (Aaron), en welke de engelen dragen. Daarin is waarlijk een teken voor u, indien gij gelovigen zijt."( De Koran in de vertaling van Prof. Dr. J.H. Kramers)

     

    Het is momenteel alleen maar raden naar wat de reacties van de verschillende religies op de mogelijke vondst van de ark zal zijn. Tenzij de ark in de eindtijdperiode zoals in Openbaring beschreven, gevonden wordt. In dat geval is te verwachten dat de nieuwe wereldreligie van Openbaring 17 haar zal claimen en voor een rustplaats in Jeruzalem zal voorzien. Op en rond de ark zullen weer offers mogelijk worden. Het zal echter een offerdienst zijn die de HERE God van de Bijbel afwijst. Volgens Openbaring hoofdstuk 11 zullen twee getuigen van de Heer gedurende 1260 dagen tegen de hele zaak profeteren. Zij worden na 1260 dagen of 42 maanden (aan 30 dagen per maand) door 'het beest uit de afgrond' gedood. Dit beest krijgt dan 42 maanden tijd om zijn zaak te doen waarna het Godsrijk van bovenuit gevestigd wordt. De periode dat de Apocalyps over deze planeet woedt, duurt aldus exact zeven jaar. Het begin wordt ingeluid door het zegevierende oprukkende witte paard dat wereldwijd vrede en valse gerustheid brengt.

     

    Wanneer het boek Openbaring nog toekomst is, zijn al de antichristen uit het verleden zoals Nero, Napoleon, Hitler e.a. slechts voorlopers van het Beest, zoals beschreven in de hoofdstukken 13 en 17 van het boek Openbaring, met een naam met de getalswaarde 666. Het Bijbelgedeelte van Openbaring hoofdstuk 13 schildert een futuristische wereld waar “big brother” heerst. Een horrorverhaal dat al door menig “sciencefiction” schrijver beschreven werd. Er komt een tijd dat de ganse wereldbevolking, door een supranationale overheid opgelegd, een merkteken zal krijgen op het voorhoofd en/of op de rechterhand aangebracht. Het vraagt anno 2009 weinig verbeelding om te zien dat de computer en de daarmee samengaande technologie dit apocalyptische beeld mogelijk maken. Tot slot wil ik opmerken dat het getal 666 in de eerste plaats de som van de naam van de antichrist zal zijn. In het Grieks en het Hebreeuws heeft elke letter ook een cijferwaarde. Het is dus mogelijk om de getalswaarde van iedere naam te berekenen. Men moet alleen verstand van Grieks en Hebreeuws hebben.

     

    Wanneer het boek Openbaring nog toekomst is kunnen we inderdaad een wederkomst van Christus verwachten. Dit is een verwachting die het traditionele christendom, ook wat er van overblijft in de tweede generatie sinds de kerkverlating, niet meer kent. De Bijbel leert nochtans heel duidelijk en niet mis te verstaan, een wederkomst van Christus. Deze komst heeft Jezus voorzegd tijdens zijn leven en bediening en werd door de evangelisten zo genoteerd. Onmiddellijk na Zijn hemelvaart wordt dezelfde boodschap herhaald.

    Handelingen 1:“Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. 9 En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen (NBG Vertaling 1951)

     

    In het hiervoor geciteerde Schriftgedeelte worden enkele eenvoudige waarheden weergegeven. De verwachting namelijk van het Koninkrijk Gods en de wederkomst van Jezus op dezelfde wijze zoals Zijn hemelvaart. Boven Jeruzalem is er duidelijk een, voor onze ogen, onzichtbare deur naar die andere dimensie van waar Jezus op Zijn tijd zal terugkomen. Naar de komst van dit Rijk Gods hebben honderden miljoenen christenen bijna tweeduizend jaar al sinds 30 AD (dikwijls onwetend) gebeden. Het ‘Onze Vader’ namelijk zoals het in het evangelie opgetekend staat.

     

    Matteüs 6:6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. 7 En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. 8 Wordt hun dan niet gelijk, want [God] uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. 9 Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; 10 uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. 11 Geef ons heden ons dagelijks brood; 12 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; 13 en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. [Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.] 14 Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; 15 maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven. (NBG Vertaling 1951)

     

    Dit beloofde Koninkrijk is komende. Het zal niet tot stand komen door menselijke inzet, maar net zoals met de wedergeboorte van een mens, zoals beschreven in het evangelie naar Johannes, door God Zelf. Het traditionele christendom meent dat zij zelf dit Godsrijk kunnen of moeten waarmaken door o.a. het werken aan sociale rechtvaardigheid. Op zich een goede zaak, intussen gaat echter het lijden en het sterven verder. De verwachting van het komende Godsrijk werd door het lange uitblijven van de Messias opgegeven. Toen de Romeinse keizer Constantijn zich in de vierde eeuw na Christus tot het christendom bekeerde en de kerk van Rome tot staatsgodsdienst verhief, leerde en verwachte men dat het Godsrijk door mensenhanden gebouwd kon worden. De profetische gedeelten van de Bijbel werden als een allegorie uitgelegd en ontdaan van hun letterlijke boodschap. Alle heilsbeloften in de Bijbel die betrekking op het volk Israël hadden werden op de kerk van nu van toepassing. De duizend jaar dat satan gebonden zou worden volgens het boek Openbaring werd niet meer letterlijk genomen maar gezien als een zinnebeeld van de nieuwe tijd die sinds Constantijn baan brak. Dat het sterven, de dood, bleef heersen, nam men erbij. Als surrogaat kwam in de plaats een leer van een naar de hemel gaan bij het sterven, een hierna ’zijn’. Deze leer van een leven na de dood, heeft het christendom echter van de Grieken overgenomen en is vreemd aan de Thora. Het is een gechristianiseerde Griekse mythologische verwachting. De Bijbel daarentegen belooft een opstanding op de dag van Christus in een nog te herstellen paradijs. De moordenaar aan het kruis naast Jezus kreeg deze belofte van de Heiland. Het traditionele christendom leert dat de man nog dezelfde dag naar het paradijs ging en plaatst komma’s in de vertaalde Bijbeltekst om een en ander volgens hun exegese duidelijk te maken: Ik zeg u komma heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. In de Griekse grondtekst staan er nochtans geen komma’s. Een contradictie is dat de Heiland drie dagen in het graf was alvorens na Zijn opstanding naar de Vader in de hemel te gaan. Ook in het Jodendom is het Griekse denken over een hiernamaals na de dood binnengedrongen. De veldslag bij Issus in 333 v. Chr. tussen de legers van Alexander de Grote en die van de Pers Darius III bezegelde niet alleen het lot van de Perzen maar had ook gevolgen voor Juda en zag de start van de hellenisering van de oude wereld. In de derde eeuw voor Christus werd in Egypte onder het bewind van de Hellenistische koning Ptolemeüs II, de Thora door Joodse Schriftgeleerden naar het Grieks vertaald. Later volgden de overige boeken van het Oude Testament plus boeken die in wezen niet in de Joodse Bijbel thuishoren (niet geïnspireerd) zoals de apocriefe boeken 1 en 2 Makkabeeën e.a. Het zijn deze laatste boeken die het Griekse geloof in een hiernamaals en een hierna-zijn leren. De Grieken geloofden dat bij de dood een mens naar Hades ging. In de Bijbel echter is de dood het einde en een vijand. Wanneer Paulus in Athene op de Areopagus voor de eerste maal daar het evangelie verkondigde (Handelingen 17) was de belofte van een toekomstige Opstanding iets waarvan de Grieken nog nooit gehoord hadden. Verwarrend was in de Septuagint het gebruik van het Griekse woord Hades als vertaling voor het Hebreeuwse woord dat graf voorstelt. Op korte tijd ontstond de traditie van een leven na de dood met interactiemogelijkheid tussen levenden en zogenaamde doden. Vooral de Rooms-katholieke kerk leert deze traditie dogmatisch.

     

    Het Bijbelse koninkrijk van de Bergrede zoals in het evangelie van Matteüs geciteerd is hetzelfde Koninkrijk waar ook gelovige Joden naar uit zien. Want het is hun door de profeten beloofde Messiaanse Vrederijk dat met de wederkomst van Christus werkelijkheid zal worden. De Jezus die terugkomt, is de Jezus van de Bijbel en niet die van het christendom die er een karikatuur van gemaakt heeft.

     

    De komende Apocalyps brengt wel uiteindelijk het beloofde Messiaanse Rijk, maar pas na een oordeelstijd. Het Utopia dat de Pseudo-Messias, de eerste ruiter op het witte paard, brengt zal geen stand houden. Er is een ding dat geen enkel menselijk Utopia de laatste zesduizend jaar kon voortbrengen en dat is een wereld zonder de dood, hoe mooi en goed een samenleving ook opgebouwd wordt. De meest volmaakte staatsvorm mag zich voordoen. De oprichters en hun volgelingen ervan moeten uiteindelijk altijd de weg van de gevallen Adam gaan; namelijk de weg van oud worden, aftakelen en sterven. Alleen de HERE God van de Bijbel heeft een andere wereld beloofd die de moeite waard is en waar geen dood en lijden meer zal zijn.

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-02-2016, 11:42 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OPENBARING, APOCALYPS, ONTSLUIERING, MANIFESTATIE (vervolg)

    Wettelijk depot: D/2009/Robert De Telder/Auteur uitgever

    Trefwoorden: Bijbel, Eschatologie.

    ISBN: 978 16 1627 432 0

    NUR: 702

    Tenzij anders aangeduid werd de vertaling van het NBG 1951 gebruikt.

     

    Openbaring 1:

    1 Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven. 2 Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. 3 Zalig (Grieks: MAKARIOS = gelukkig) hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.

    4 Johannes aan de zeven gemeenten in Asia: genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten, die voor zijn troon zijn, 5 en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed 6 – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden! Amen.

    7 Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken (Zacharia 12:10); en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen.

    8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Here God, die is en die was en die komt, de Almachtige.

    9 Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus.

    10 Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, 11 zeggende: Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamum, en naar Tyatira, en naar Sardes, en naar Filadelfia en naar Laodicea. 12 En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, 13 en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; 14 en zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam; 15 en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren.

    16 En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht.

    17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, 18 en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.

    19 Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal. 20 Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten, en de kandelaren zijn de zeven gemeenten.

     

     

    Openbaring 2

    1 Schrijf aan de engel der gemeente te Efeze: (commentaar: Efeze=de lieflijke. Begin historische periode van Israël vanaf de exodus uit Egypte. Vergelijk Hosea 11:1 Toen Israël nog een kind was, had ik het lief; uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen. Jeremia 2:1 Het woord des HEREN nu kwam tot mij: 2 Ga, predik ten aanhoren van Jeruzalem: Zo zegt de HERE: Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd, de liefde van uw bruidstijd, toen gij Mij gevolgd waart in de woestijn, in onbezaaid land; 3 Israël was de HERE geheiligd, de eersteling zijner opbrengst; allen die daarvan wilden eten, zouden schuld op zich laden, onheil zou over hen komen, luidt het woord des HEREN.

    De geadresseerde gemeente in Efeze is de synagoge en niet de christengemeente van de Efezebrief, aan wie in de huidige bedeling genade beloofd wordt)

    Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt: 2 Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden; 3 en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden. 4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. 5 Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert. 6 Doch dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaïeten haat, welke ook Ik haat. 7 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is.

     

     

    8 En schrijf aan de engel der gemeente te Smyrna: (commentaar: Smyrna=bitter. Historische periode van de woestijnreis van Israël op weg naar het Beloofde Land)

    Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en levend geworden: 9 Ik weet uw verdrukking en armoede, hoewel gij rijk zijt, en de laster van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn, doch het niet zijn, maar een synagoge des satans. 10 Wees niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen uwer in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt, en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens. 11 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal van de tweede dood (20:6) geen schade lijden.

    12 En schrijf aan de engel der gemeente te Pergamum: (commentaar: Pergamum=hoge burcht. Historische periode van Israël in de woestijn – het boek Numeri – Bileam)

    Dit zegt Hij, die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft: 13 Ik weet, waar gij woont, dáár waar de troon des satans is; en gij houdt vast aan mijn naam en hebt het geloof in Mij niet verloochend, ook niet in de dagen van Antipas, mijn getuige, mijn getrouwe, die gedood werd bij u, waar de satan woont. 14 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat gij daar sommigen hebt, die vasthouden aan de leer van Bileam, die Balak leerde de kinderen Israëls een strik te spannen, dat zij afgodenoffers zouden eten en hoereren (Numeri 25:1-3). 15 Zo hebt ook gij sommigen, die op gelijke wijze aan de leer der Nikolaïeten vasthouden. 16 Bekeer u dan; maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en Ik zal strijd tegen hen voeren met het zwaard mijns monds.

    17 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op die steen een nieuwe naam geschreven, welke niemand weet, dan die hem ontvangt.

    18 En schrijf aan de engel der gemeente te Tyatira: (commentaar: Tyatira=de wierookofferende. Historische periode van Israël - de tien stammen)

    Dit zegt de Zoon Gods, die ogen heeft als een vuurvlam en zijn voeten zijn als koperbrons: 19 Ik weet uw werken en liefde, en geloof en dienstbetoon, en uw volharding en uw laatste werken, die meer zijn dan de eerste. 20 Maar Ik heb tegen u, dat gij de vrouw Izebel laat begaan, die zegt, dat zij een profetes is, en zij leert en verleidt mijn knechten om te hoereren en afgodenoffers te eten (1 Koningen 16:30-31). 21 En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar hoererij. 22 Zie, Ik werp haar op het ziekbed en hen, die met haar overspel bedrijven, breng Ik in grote verdrukking, indien zij zich niet van haar werken bekeren. 23 En haar kinderen zal Ik de dood doen sterven en alle gemeenten zullen inzien, dat Ik het ben, die nieren en harten doorzoek; en Ik zal u vergelden, een ieder naar uw werken. 24 Doch Ik zeg tot u allen, die voorts te Tyatira zijt, en deze leer niet hebt en die niet, gelijk zij zeggen, de diepten des satans hebt leren kennen: Ik leg u geen andere last op. 25 Maar wat gij hebt, houdt dat vast, totdat Ik gekomen ben.

    26 En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen; 27 en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf, als aardewerk worden zij verbrijzeld, gelijk ook Ik van mijn Vader ontvangen heb, 28 en Ik zal hem de morgenster geven.

    29 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

     

    Openbaring 3

    1 En schrijf aan de engel der gemeente te Sardes: (commentaar:  Sardes=ontvluchten. Historische periode van Israëls (tien stammen) ballingschap)

    Dit zegt Hij, die de zeven Geesten Gods en de zeven sterren heeft: Ik weet uw werken, dat gij de naam hebt, dat gij leeft, maar gij zijt dood. 2 Wees wakker en versterk het overige, dat dreigde te sterven, want Ik heb geen van uw werken vol bevonden voor mijn God. 3 Bedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het en bekeer u. Indien gij dan niet wakker wordt, zal Ik komen als een dief, en gij zult niet weten, op welk uur Ik u zal overvallen. 4 Doch gij hebt enkele personen te Sardes, die hun klederen niet hebben bezoedeld, en zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het waardig zijn. 5 Wie overwint, zal aldus bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen. 6 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

    7 En schrijf aan de engel der gemeente te Filadelfia: (commentaar: Filadelfia=broederliefde. Historische periode van de koningen van Juda (twee stammen)

    Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent. 8 Ik weet uw werken: zie, Ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven, die niemand kan sluiten; want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend. 9 Zie, Ik geef sommigen uit de synagoge des satans, van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen en zich nederwerpen voor uw voeten, en erkennen, dat Ik u heb liefgehad. 10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren (Hosea 2:13-19) voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. 11 Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. 12 Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. 13 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

    14 En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea: (commentaar: Laodicea=volksregering. Historische periode van de ballingschap van Juda (twee stammen) tot het nationale herstel in de twintigste eeuw)

    Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods: 15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! 16 Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen (Leviticus 18:24-28).

    17 Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, 18 raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. 19 Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. 20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. 21 Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.

    22 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

     

    Openbaring 4

    1 Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet.

     

     

    2 Terstond kwam ik in vervoering des geestes en zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op die troon gezeten. 3 En die erop gezeten was, was van aanzien de diamant en sardius gelijk; en een regenboog was rondom de troon, van aanzien de smaragd gelijk. 4 En rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op die tronen waren vierentwintig oudsten gezeten, in witte klederen gekleed en met gouden kronen op hun hoofden.

    5 En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden voor de troon; dit zijn de zeven Geesten Gods. 6 En voor de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En midden in de troon en rondom de troon waren vier dieren (wezens), vol ogen van voren en van achteren. 7 En het eerste dier (wezen) was een leeuw gelijk, en het tweede (wezen) dier een rund gelijk, en het derde dier (wezen) had een gelaat als van een mens, en het vierde dier (wezen) was een vliegende arend gelijk.8 En de vier dieren (wezens) hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende:

    Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt.

    9 En wanneer de dieren (wezens) heerlijkheid, eer en dankzegging zullen brengen aan Hem, die op de troon gezeten is en tot in alle eeuwigheden leeft, 10 zullen de vierentwintig oudsten zich nederwerpen voor Hem, die op de troon gezeten is en Hem aanbidden, die tot in alle eeuwigheden leeft, en zij zullen hun kronen voor de troon werpen, zeggende:

    11 Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen.


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-02-2016, 10:25 geschreven door Eigenzinnige Wezel  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 12/12-18/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 23/11-29/11 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!