|
Voorlopig zowat de koudste periode van de
lopende winter.
Zoals vaak voor veel mensen is die koude
winterperiode voor mij als hond ook koud en zeer kil.
Begrijpen zal het geen kat maar ik ben mijn
vriendje kwijt. Ik moet zeggen vriend want ze was veel groter en sterker want
mijn vriend was een paard.
Ze genoot al een twee jaar van een
welverdiende rust. Een grote weide en haar dagelijks toerke vanuit haar open
stal tot bij de buren paarden en verder eten en drinken. Toch telkens ik haar
bezocht kwam ze nog in volle galop naar mij. Samen holden we dan tot onze
baasjes want ze wist dat ze een snoepje, worteltje of iets kreeg. Steevast
zette ik me tussen haar voorbenen (want een paard heeft benen en geen poten
zoals ik) om wat ze dropte op te knabbelen. Zoals echte vrienden dronken we
samen uit dezelfde waterbak. Plagen was mijn ding dus ik sloeg steeds wild met
mijn poot in die waterbak zodat haar manen en froufrouke een wasbeurt kregen.
Zij had steeds als reactie water te slurpen en dat dan in mijn lief smoeltje te
blazen zodat na enkele minuten onze façades kloddernat waren.
Mijn vriendje is er echter niet meer. De
veearts heeft haar moeten laten inslapen want door ouderdom was ze zeer zwak
geworden.
Net zoals bij mensen blijft er enkel nog de
herinneringen over van onze gezamenlijke wandelingen. De drie musketiers. Ook
wij waren met vier. Ik natuurlijk als koploper mijn baas en zijn dochter elk op
die hoge viervoeters. De dagen dat we een ganse dag of namiddag door velden, op
stranden en op onbekend terrein wandelden nemen ze ons nooit meer af.
De uren dat ik me verstopte langs de
paadjes tussen de velden om dan vanuit die maïs voor hun voeten te springen
zijn ontelbaar. Slechts één keer berekende ik mijn zotte sprongen slecht. In
een partijtje ploeteren in de Somme stak ik mijn voorpoot onder zon
paardenvoet. De liefde voor elkaar was zo groot, zo intens dat ze vlug haar
voet terugtrok zodat ik enkele minuten later niks meer voelde.
Nooit zal ik nog liggen uit te blazen naast
mijn baas met zijn blonde (Leffe natuurlijk) terwijl opas in opdracht van de
omas hun kleinkindje in het zadel probeerden te krijgen om dan een kiekje te
nemen
Vaak was de opa dan opnieuw in opdracht bezig van oma om dat kiekje via
één of andere aap door te sturen naar de werkende mama.
Afscheid nemen ligt noch de mens noch het
dier. Het zou niet mogen en toch maken we het allemaal mee.
Als hond heb ik geen geloof, wij hebben
geen kerk, moskee, hooguit links of rechts een speelweide. Voor het overige
mogen we onze drollen overal op laten rapen en mijn vriendje had het grootste
plezier wanneer ze in Brugge haar soortgenoten zag sleuren met die koetsen met
een loshangende pamper achter en onder hun derrière!
Wat moet het leuk geweest zijn in de
periode van A. Dumas toen die eerste drie (vier) musketiers vrij konden
crossen.
Ook dat komt nooit terug. Jaren had ik het
geluk om mee te mogen crossen in de vrije natuur. Ik leerde dankzij mijn
vriendje dat ze in la douce France en in Wallonië toleranter zijn dan in Vlaanderen
wat betreft echt wandelen in de natuur. Vlaanderen daarentegen is de
doelstelling niet afwijken van de paden en als hond mag ik niet vrij meelopen
ik kende het truckje van de leiband om naast of tussen de paarden te lopen maar
dat pasten mijn baasjes enkel toe als er mannen in het blauw of een fietsende
halfslapende boswachter in de buurt was.
Nooit zullen die boemannen ons nog kunnen
pakken want het is gedaan met samen wandelen.
Het was zoals altijd te kort. Het mooie
liedje duurde te kort. Enkel het refreintje blijft hangen: het leven is mooi,
mooi
.
|