|
Hij is er nog maar slechts een anderhalf jaar. Dan verlaat
Louis Tobback de politiek. Spijtig, heel spijtig want hij is één van die
laatste mannen die vrij en vrank voor zijn gedachten uitkomt. Een man
die geen blad voor de mond neemt en die niet zoals de jonge politiekers
rond de pot draait.
Uiteraard heeft hij het zoals iedereen niet altijd bij het
rechte eind. Hij volgt zijn overtuiging in eer en geweten en als het
niet klinkt dan trekt hij zich daar niks van aan.
Hij is zowat één van de laatste politiekers van de naoorlogse
periode. Een gewezen vriend van Dehaene en niettegenstaande ze
meningsverschillen hadden en konden discuteren dat het donderde dronken
ze nadien samen een goed glas.
Tobback is zowat de enige die open en bloot durft te
verklaren dat Trump een knettergekke president is. Anderen denken
hetzelfde maar durven dat niet openlijk zeggen.
Over de heisa in Antwerpen voor het komende
burgermeesterschap heeft Tobback binnenpretjes. Ook De Wever is niet
zijn beste vriend maar hij kan wel begrijpen hoe een burgervader
onderhandelingen aanknoopt met bouwpromotoren. Laconiek zegt hij dat er
geen graten zitten in een maaltijdje of een zero drinken met die geldwolven. Tobback geeft grif toe dat om
voordelen te halen voor je stad men verplicht is om met die halve
gangsters te onderhandelen.
Het is dankzij De Wever dat de rennovatie van het
voetbalstadion reeds zover staat. Nemen en geven is het devies van Louis
maar altijd op het lijntje blijven lopen. Louis zal wellicht niet op
feestjes te zien zijn omdat hij daar ook geen interesse voor heeft. Als
burgemeester is hij meer het type van burgemeester van een klein dorpje
dan van een stad. Hij heeft een studentenstad en weet dat die studenten
veel drinken, nachtlawaai bezorgen maar hij kan onderhandelen met
jongeren. Hij praat tegen die jongeren van man tot man. Rechtdoor en zonder omwegen. Tobback doet zoals
een Gentse Termond behalve dat Termond tot voor zijn
gezondheidsproblemen teveel van het gerstenat hield.
Opvallend is dat Lowieke een beetje teveel uitkijkt naar het
einde van zijn politieke loopbaan. Hij kijkt uit naar het zich
ontspannen met zijn kleinzoon. Het zal meer dan klikken met zijn
kleinzoon. Opa Louis zal die kleine nog veel leren en zal in de vriendenkring van de
kleinzoon een graag geziene oudere zijn
De Leuvenaar zal, ook de niet socialist, hun burgervader
missen
Of Bruno ooit in de voetsporen zal treden van zijn vader zal de
toekomst uitwijzen.
|