|
Amper vijf dagen in een
asiel en de adoptiepapieren waren in orde. Het gaat niet over wat we
dagelijks horen over de bootvluchtelingen en asielcentra maar over een
asiel voor honden. Alhoewel mijn kennismaking met het asielhondje heeft
gelijkaardigheden want de reu heeft volgens inlichtingen roots in het verre Afrika.
Niet dat ik ooit aan de weet zal komen of de
inwijkeling per boot; al of niet een rubberen, via de Middellandse Zee
naar hier kwam. Mogelijks was het met een vlucht met een goedkope
luchtvaartmaatschappij
.
Er is hoe dan ook geen sprake van een gematigde of
gevaarlijke vluchteling. Hondjes hebben allemaal in principe maar één
God, namelijk hun baasje. Het enige is de aanpassing aan het nieuwe
baasje en dat zal verlopen in verhouding dat het nieuwe baasje zich
opstelt.
Of het hondje nu van Afrika, Syrië of Iran komt is
enkel duidelijk aan de naam die het asielhondje vroeger kreeg. Voor mij
is dit bij mijn vriendje wat onduidelijk. Wat wel duidelijk is blijkt
dat buiten zindelijkheid mijn maatje weinig leerde
.
Pumba reageert amper op zijn naam. Alles is
uiteraard nieuw en gevallen met zijn poepke in een land van de welstand
is de aanpassing niet evident. Alles, maar dan ook alles is één grote
speeltuin en het is één grote ontdekkingstocht voor dat knuffeltje.
Sociaal is Pumbatje in ieder geval. In zijn verleden kende hij duidelijk
kindjes want die waren duidelijk liever voor hem dan de volwassen
wereld. Zoals het een hond met karakter past heeft hij een gloeiende
hekel aan katten en al wat pluimen heeft zijn beestjes die je best uit
de buurt kan houden.
Pumba en ik hebben geen probleem met de taal. We
begrijpen elkaar en lang zal het niet duren voor we samen zullen spannen
om onze baasjes bij het vijfendertigste te zetten. Hij kan overal onder
en ik kan overal over dus we zullen regelmatig een stapke in de wereld
zetten We dronken reeds een slok, heel gezamenlijk en zonder kibbelen
uit mijn kom fris kraantjeswater.
Eigenlijk heeft Pumba geluk dat hij geen adoptie
kreeg in t Stad want die Antwerpenaars zouden constant pompbak roepen.
Die Antwerpenaars veranderen al die namen in hun dialect van de Lion
King!
|