|
Spijts mijn beperkt aantal grijze cellen maak ik me toch bedenkingen met die poging
tot ontvoering in Willebroek. Voortgaande op de berichten op radio en Tv is het
veertienjarige meisje een fenomeen.
Ze heeft een abnormaal fotografisch geheugen en weet de speurders details te vertellen
waarvan vele onderzoekers de gave niet hebben zich deze te herinneren of zelfs
op te merken.
Logisch en heel normaal is dat de ontvoerde als reactie heeft te vluchten maar
voor de vlucht dergelijke massa details op te slaan is meer dan uitzonderlijk.
Mensen hebben al problemen een gezicht te memoriseren wanneer ze in paniek
zijn. Laat staan dat men naast de haarsnit, sikje men ook nog de kleur van de
ontvoerder zijn schoenen herinnert weet het meisje zelfs dat er een geurboompje
hangt in de man zijn wagen. Vermoedelijk vertelde ze nog meer detail aan de
personen waar ze de aangifte aan deed. Naast die uitzonderlijke gave van koelbloedigheid
en het opmerken van details heeft de veertienjarige volgens mij ook de gave om
misdaadboeken te schrijven. Het komt me voor als een fictieboek waar we het
einde van het complot kunnen lezen.
Indien men de ontvoerder kan vatten dan mag het meisje fier zijn op haar gave
van haar opmerkzaamheid. Minder zou zijn moest blijken dat de poging tot
ontvoering uit het brein van
het meisje is ontsproten omdat ze niet recht naar huis ging en ze een verhaal
opdiste om zich aan de boosheid van haar ouders te onttrekken. Dan heeft het
fantasierijke meisje een probleem. Haar leeftijdsgenoten, schooldirectie en
onmiddellijke omgeving zullen haar een stempel geven die ze jaren zal
meesleuren.
De Minister van Welzijn maakt ook een moeilijke periode door. Een achttienjarige
stierf door ontbering. De jongen confronteert ons land van welzijn met onze
tekortkomingen. Een openbaring naar het grote publiek waar opvoeders van
instellingen reeds jaren op wijzen maar waar de overheid geen oren naar heeft.
De jongen is het bewijs dat we verloren lopen in
administratie en statistieken. Geplaatste jongeren zijn ook maar nummers zoals
zowat alles betreft mensen. Het individualisme en het 'ik' blijken de grote
boosdoener van onze huidige maatschappij. We mogen ons niet laten vangen en het
verwijt aan de diensten welzijn toeschrijven. Veel jongeren die in instellingen
terecht komen zijn slachtoffer van in eerste instantie de ouders. Naast
jongeren die vroegtijdig wees worden zijn er nogal veel waarvan hun ouders geen
verantwoordelijkheid hebben of opnemen. Ouders die niet aan kinderen zouden
mogen beginnen. Verslaafde ouders of ouders die na hun scheiding hun kinderen
geen toekomst meer kunnen bieden. Ouders die leven voor zichzelf en hun
kinderen als last aanzien.
Na tussenkomst van een jeugdrechter die probeert de beste oplossing te zoeken
voor het kind, vangen instellingen die jongeren op tot hun achttiende verjaardag.
Enkel jongeren met een uitzonderlijke wilskracht en sterk karakter hebben de kans
later een normaal leven te kunnen inslaan. De ene opvoeder al meer dan de ander
proberen te helpen en hen op het rechte pad te houden. Probleem is echter dat
de Minister moet besparen en dat er in
al die instellingen te weinig personeel is. Er is bijna een nood van een man op
man begeleiding maar dat is onbetaalbaar. Vandeursen weet best waar de
tekortkomingen zijn in zijn departement en zou het best anders willen maar door
besparingen heeft hij geen mogelijkheden. Het medeleven van enkele mensen
zorgde ervoor dat de jongen een menswaardige
begrafenis kreeg. Dat de Minister niet aanwezig wou zijn op de begrafenis is
terecht. De man heeft de nodige tact om zich niet te vertonen want hij is
aan handen en voeten gebonden aan zowel wetgeving als in de onmogelijkheid
om maatregelen te treffen naar de toekomst.
Het is hard maar na de begrafenis zal alles omtrent die jongeren en de
problemen van die instellingen koelen zonder blazen.
Er werd een wonde bloot gemaakt en met een pleister vlug toegedekt.
Het is onvoldoende om jongeren zelfstandig te leren wonen in paviljoentjes en
hun dan op hun achttiende aan hun lot over te laten. Een automatische
overgang naar diensten van begeleid wonen zou een eerste stap zijn. Enkel de
opvoeder kent een beetje die jongere. De directeur en zijn administratie
kent enkel zijn klant via zijn papierwinkel en via de nota's wanneer en hoe
vaak de jongere werd doorgezonden naar een time out. ok de jeugdrechter
heeft nauwelijks of geen contact met de opvoeders die dagdagelijks omgaan
met die probleemjongeren.
Nooit had de jongen kunnen denken dat er zoveel volk op zijn begrafenis zou
zijn. Hij heeft er ook niks aan. zoals steeds stellen we vast dat luisteren
naar anderen heel belangrijk is.
We blijven hard in onze conclusie.
Veel te jong gestorven maar had die jongen wel een toekomst? Zou hij ooit
gelukkig kunnen worden? vragen die nooit een antwoord zullen krijgen maar
waarvan we inwendig weten dat het antwoord negatief zou zijn geweest.
De manier van overlijden is hard en onmenselijk maar is de jongen in kwestie
nu niet gelukkig dat hij rust heeft in wat voor hem een ellendig bestaan
was.
|