|
Naar jaarlijkse gewoonte kwamen de leden
van de Durmse kajakclub afgezakt naar de Belgische kust. Na Blankeberge,
Duinbergen was het dit jaar in Zeebrugge te doen.
Voor mij telkens een leuke bedoening.
Zeebrugge is voor mij de ideale plek want men verdraagt er tenminste honden.
Wanneer er weinig volk op het strand is dan mogen wij hondjes ook eens vrijuit
onze pootjes strekken.
Wie de voorspelling deed, was het Frank of
was het Sabine? De temperatuur viel goed mee, net geen 20°, het zeewater niet
te koud, nagenoeg windstil dus
Ik was dik tevreden maar die kajakkers
minder want geen golfje te bespeuren. De zee was zo vlak als een spiegel.
Ideaal om de overtocht te wagen in een gamel bootje naar Groot Brittannië! De
ganse ploeg was bij gebrek aan golven een tochtje aan het maken naar Blankenberge
en terug.
Als kleine oefening gooide ik me in een kajak
en doodde de tijd met wat rond crossen op het strand. Dan brak de tijd aan om te
gaan ravotten met één van de vriendelijke jonge meiden van de club. Ik vergat
dat ik enkel in de grote plassen zwem en nooit in volle zee! Nu er geen golven
waren stond ik er niet bij stil dat ik in de grote zee aan het zwemmen was. Nog
nooit zwom ik zo ver in zee
Terug op vaste grond kwam iedereen aan en
vol enthousiasme ging ik mijn baas zijn vriend begroeten. Als enige en dit als
ouderdomsdeken vaart hij zonder beschermend pak! Iedere zomer lijkt hij van
uiterlijk op een mohammedaan, of een Irakees, of een Pakistanees
zo bruin als
een Australische inboorling. Een natuurmens. Bijna op verplicht pensioen, een
uitzicht van een 40 jarige met een fysiek van een 30 jarige terwijl er al zijn
die op zijn ouderdom met reserveonderdelen en krukken lopen!!
Hoe energiek hij ook is, ik ben nog heviger
want ik kegelde hem gewoon ondersteboven in mijn vreugde van het hem weerzien.
Dus nog een partijtje gezwommen met de
jonge veteraan en dan alle aanwezigen een douche gegeven van mijn schudden.
De mee afgezakte dames van de club, de
minder sportievelingen, hadden zoals elk jaar hun bakkunsten mee. Uit principe
bedel ik nooit maar het water kwam me toch in de mond. Dus ik liet mijn blik rondgaan
en zoals het me meestal lukt, gooide ik me aan de voeten van de man die het
meeste miserie heeft om zonder morsen het gebakje naar binnen te werken.
Bij de bespreking van de namiddag met een
drankje lag ik gezellig onder tafel te luisteren. Dat ik onder die tafel
gelegen heb zullen de uitbaters wel gemerkt hebben na ons vertrek.
Zoals ik ben, doodeerlijk, liet ik al het
zeezand mooi achter op hun vloer!



|