|
Heel stil ligt het poesje op het afdakje van het tuinhuis. Het lijkt of het lieve katje ligt te zonnen in het voorjaarszonnetje.
Op het kort afgemaaide gazonnetje spelen twee meesjes het liefdesspel. Voor twee zo kleine vogeltjes maken ze een hels lawaai.
Het poesje draait zich heel langzaam en schuift op haar buik tot aan de rand van het afdak.
Totaal onverwacht springt dat lieve poesje naar beneden en met één slag van haar poot ligt het kleine vogeltje uitgeteld onder de kleine klauwen van het poesje. Met een enorme snelheid, één beet, een dodelijke beet.
Niet te vatten, dat lieve poesje dat elke avond ligt te spinnen op de schoot van haar baasje werd een ruwe brute kille moordenaar!
Doden om te doden want het poesje moet niet doden om te overleven. Elke morgen verse kittekat en water.
Het poesje legt fier het dode bloedende vogeltje op de dorpel van de achterdeur, zoals ze regelmatig ook doet met muisjes.
Een man staat zijn verslag te maken als controleur na een ongeval met de autobus.
Uit het niets verschijnt een man, zonder enige aanleiding
een klop op de controleur zijn hoofd en de man valt dood neer.
Zoals het poesje is die man een koudbloedige moordenaar. Volgens zijn verdediging een lieve aardige man en was het een ongeluk, een opzettelijke slag maar niet met de bedoeling van te doden.
Het baasje van het lieve poesje zet de volgende morgen weer eten en drinken klaar. Het baasje is niet gelukkig met dat nutteloos doden van haar schatteboutje maar het is nu eenmaal de wet van de natuur.
De brutale moordenaar krijgt enkele jaren gevangenis want de mens wil dat hij boet!
Nutteloos doden, opzettelijk pijnigen van anderen is een natuurwet bij mens en dier!
Geen mens die dat kan vatten.
Is enkel het uiterlijk tussen mens en dier het verschil?
|