|
Vandaag is de dag gekomen dat ik
afscheid neem van dit leven. Ik heb de gezegende leeftijd bereikt van zes en
negentig jaar en het is goed geweest. Ik kan je onmogelijk zeggen wat er zo
bijzonder is aan vandaag. Mijn verjaardag heb ik enkele maanden geleden al
gevierd, het is geen officiële feestdag en ik heb niets in de krant terug
gevonden wat deze dag specialer maakt dan gisteren of de dag daar voor. Een
gewone donderdag is het, met temperaturen die normaal zijn voor de lente en een
hoeveelheid neerslag die je wel kan verwachten in april.
Ik ben niet bijzonder. Ik heb niets
bijgedragen aan de wereld of aan de mensheid. Ik heb de tweede wereldoorlog als
kind meegemaakt van op de veilige afstand die mijn welgestelde vader zijn
familie kon bieden. Ik heb gereisd en ik heb goed geleefd. Mijn verhaal is
uiteindelijk slechts uitzonderlijk door de mensen die ik heb mogen kennen.
Terwijl ik dit schrijf komt mijn
verpleegster, Mia, mijn werkkamer binnen. Ze heeft mijn rolstoel tot bij het
grote raam geduwd, zodat ik kan schrijven zonder mijn ogen te vermoeien. Een
beetje verder, op mijn bureau, ligt een nagelnieuwe tablet. Ik gebruik het ding
alleen om te communiceren. Mijn gedachten krijg ik enkel geordend met een
vulpen op een blad papier, hoewel het na mijn beroerte een eeuwigheid heeft
geduurd voor ik terug leesbaar kon schrijven zonder mijn papieren met inkt te
besmeuren.
Mia vraagt of ik nu al koffie wil of
liever wacht tot de rest er is. Ik twijfel. Dat heb ik wel vaker de laatste
dagen: nu mijn tijd op raakt weet ik niet meer goed hoe ik ze moet invullen. Ik
besluit nu al een kop te drinken en straks nog één. Mia zegt dat ik dan niet
goed zal slapen, maar ik sla haar raad in de wind. Ik weet dat ik zal slapen.
Ik mijmer, zoals ik zo vaak heb gedaan
de laatste jaren. Ik vraag me weer af of ik iets anders had moeten doen. Of ik
niets vergeten ben? Of er niets is dat ik nog had willen doen, maar waar ik,
door tijdgebrek of door mijn gebrekkige fysieke toestand, niet toe ben gekomen?
Ik zoek en speur mijn herinneringen en gedachten af, maar ik vind niets.
Van zodra ik het wist heeft vandaag in
mijn achterhoofd gezeten. In het begin was het slechts een verre gedachte, maar
naarmate de jaren verstreken en de datum dichterbij kwam, verscheen ze steeds
vaker in mijn bewustzijn. Doorheen dat weten heeft altijd een vraag vervlochten
gezeten, een vraag die me bij momenten angst aan joeg en bezig hield. Een vraag
waar op ik nu pas, wanneer het einde lonkt, het antwoord ken: als je weet hoe een verhaal zal eindigen, wil je dan nog het midden kennen?
03-02-2018 om 00:00
geschreven door Céline Berton
|