De dappere Belgische verpleegster Augusta Chiwy overleed op 94 jarige leeftijd in augustus 2015. Nooit zal men haar heldendaden die ze voor het Amerikaanse leger tijdens het Ardennenoffensief verrichtte vergeten.
De vergeten verpleegster
Ameline Boucaut
06-03-2016
Laat ik me even voorstellen...
Ik ben Augusta Chiwy. Ik ben geboren in Belgisch-Congo als een bastaardkind. Ik bezit geen aandenken of foto van mijn moeder, alleen pijnlijke en kwellende herinneringen. Mijn vader verkrachtte mijn moeder en nam me van haar weg rond mijn 9 jaar. Ik heb toen met mijn gerepatrieerde vader in België gewoond maar dat was een voorlopige regeling. Mijn vader en ik konden alles behalve goed met elkaar opschieten. Hij zag me als een last, verweet me verschillende dingen en ik was hem zogezegd veel schuldig. Zo, was het o.a. mijn schuld dat hij zijn carrière in Congo had opgegeven. Op tienjarige leeftijd, werd ik dan ook toevertrouwd aan de zorg van nonnen in een klooster. Daar verbleef ik tot mijn oom zich ermee bemoeide en me onderdak bood bij hem thuis. Bij oom Chiwy voelde ik me veilig en geliefd! Het is ook dankzij hem dat ik een opleiding als verpleegkundige heb kunnen volgen. Ik hoop een positieve verandering in de wereld te kunnen brengen door het vertellen van mijn verhaal via deze blog.
Ik ben een vrouwelijke overlevende van het Ardennenoffensief dat plaatsvond in de winter van 1944-1945. Ik was werkzaam als verpleegster en maakte de slag dus te midden van beide partijen aan den lijve mee. De omstandigheden waren alles behalve rooskleurig. Het uitvoeren van onze plicht was een ware uitdaging door de vijand, domheid, vooroordelen en alle tegenslag. De Slag om de Ardennen was de grootste landoorlog uit de Amerikaanse militaire geschiedenis. Een van de ergste slagen uit de Tweede Wereldoorlog heeft in en rond de oude marktstad Bastogne plaatsgevonden. Na de oorlog werd communiceren een groot probleem voor mij. Dat is het ook nu nog af en toe. Aangezien communiceren moeilijk was, schreef ik alles neer in een dagboek. Dit heeft me geholpen over mijn mutisme heen te geraken. Mijn dagboek begint op zaterdag 16 december 1944. Op die dag is ook de Slag om de Ardennen begonnen. De oorlog duurde 12 dagen voor me, 12 dagen die voor altijd gegrift zijn en zullen blijven in mijn geheugen. Ik eindigde mijn dagboek op woensdag 27 december 1944.
Die dag vertrok ik verheugd uit Leuven om een paar dagen naar Bastogne te gaan. Ik woonde al meer dan een jaar niet meer in Bastogne, maar bleef het beschouwen als mijn thuis. Leuven was mijn tijdelijke thuis, waar ik had gestudeerd en gewerkt. Ik werkte er in het St.Elisabeth Ziekenhuis als algemeen verpleegkundige. Ik was op weg naar Bastogne nadat mijn vader me onverwachts had uitgenodigd voor Kerstmis maar ik besloot deze te negeren en naar mijn oom te gaan. Die dag maakten ook de Amerikanen zich klaar om net als ik naar het noorden te gaan, nadat de Duitsers voor de nodige vijandelijke activiteit zorgden. De ontmoeting met mijn vader achteraf was niet zo prettig, aangezien hij boos was dat ik niet wou logeren bij hem en mijn stiefmoeder. Ik had geen spijt. Ik voelde me nu eenmaal beter en veiliger bij oom Chiwy. Hij stond tenminste altijd voor me klaar en deed nooit iemand kwaad. Nooit zal ik vergeten wat mijn vader, mijn moeder en ik heeft aangedaan.
(Op de foto zijn ik en andere verpleegsters te zien met zusters uit het St. Elisabeth Ziekenhuis.)
Vele stadsbewoners van Bastogne waren bang dat de Duitsers terug zouden komen en besloten te vertrekken. Ook ik besloot terug naar Leuven te gaan, maar er was geen openbaar vervoer. Ik begon dan maar te voet aan de barre tocht met een gevoel van isolement en een voortdurende angst om Duitsers tegen het lijf te lopen. Na een eindeloze tijd te hebben gestapt in de extreme kou, kwam ik vermoeid en uitgeput aan bij de kerk van Noville. Ik bleef er 1 nacht en daarna ben ik terug naar Bastogne gegaan. Ik was er mijn portemonnee en identiteitskaart vergeten. Toen ik aankwam bij het huis van mijn oom, was het bezet door enkele Amerikaanse soldaten. Ik werd zomaar aan de deur gezet en mocht niet eens naar binnen. Noodgedwongen verbleef ik toen in het leegstaande huis van mijn vriendin, die ook vertrokken was. Daar ontmoette ik een zwarte Amerikaanse soldaat. Het was de eerste keer dat ik een zwarte man in uniform zag. Zijn naam was Obie. Hij kwam uit Louisiana en werd overgeplaatst naar het noorden, naar het 333ste, een zwarte eenheid. Hij is kunnen ontsnappen aan een hinderlaag van de SS. Nog nooit had ik zo'n aardige man ontmoet. Hij had zeer goede manieren als een echte heer. Hij gaf me een veilig en geborgen gevoel. Die avond met hem was één van de mooiste uit m'n leven. De volgende dag, besloot Obie zijn hulp aan te bieden aan de stadscommandant in deze tijden van oorlog. De Duitsers waren Bastogne aan het bombarderen en her en der vielen er bommen op de stad. In afwachting van de versterkingen moest de Amerikaanse linie in haar eentje de volledige aanvalskracht van het Duitse verassingsoffensief trotseren. Ze stond op het punt te bezwijken.
Het geluid van de slag kwam steeds dichterbij en de bombardementen werden steeds heviger. Iedereen in het centrum van de stad woonde in kelders. Ook ik woonde in een kelder. Alle 7 toegangswegen tot de stad waren bezet door de Duitsers. Bastogne was omsingeld! Die dag kwam Obie langs. De stadscommandant had hem gevraagd medische hulp te verzamelen en via via had hij vernomen dat ik verpleegster was. Natuurlijk ging ik akkoord om gewonden te helpen. Het moment dat daaropvolgde was hartverscheurend en is het nog altijd. We namen afscheid van elkaar waarna hij wegreed in zijn voertuig. Alleen werd deze een twintigtal meter verderop de lucht in geblazen door een voltreffer! Geschockt en in paniek liep ik zo snel mogelijk naar de brandende jeep en zag zijn versnipperd lichaam overal liggen! Onbeschrijfelijk is de pijn die ik toen voelde. Het was een gruwelijk aanzien. Ik borg de nieuwe smart bij de rest en sloot me af. Hoe moest het nu verder zonder m'n beschermengel?
Ik herinner me Kerstavond 1944 nog wel, maar ik zou het liever willen vergeten. Ik hoorde toen de luidste explosie die ik ooit had gehoord. Het gebouw waar ik aan het werk was werd getroffen door een voltreffer van een vijandelijke bommenwerper. Ik was toen in de keuken en werd gewoon weggeblazen! Ik heb denk ik enorm veel geluk gehad. Iedereen kwam meteen in actie en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging het puin uit elkaar te trekken. Het was één grote chaos! We verzamelden de overgebleven gewonden en brachten hen naar het noodhospitaal in de voormalige Rijhal van de Heintz-kazerne. Ik verwisselde verbanden, voerde patiënten en troostte hen. Ik leverde een bijdrage aan de toediening van plasma en andere medische taken. Het waren lange, vermoeiende dagen. Niet alleen fysiek maar ook op mentaal vlak. In het ziekenhuis kwam ik vaak in contact met racisme en discriminatie vanwege mijn zwarte huid. Sommige soldaten keken op me neer of weigerden zelfs verzorgd te worden door me! Het was hard en pijnlijk! Gelukkig kreeg ik voldoening en steun van mijn mede-verplegers en van Bernard, een verwaardloze soldaat.
O mijn God! Wat een dag was dat! Die zal ik mijn hele leven niet vergeten. Er werd nog wel hevig gevochten maar we hadden nu tenminste een nieuwe geneesmiddelenvoorraad doordat de Amerikaanse versterkingen eindelijk waren gearriveerd. Lange rijen trucks met voorraden en versterkingen reden door de verwoeste straten van Bastogne. Sommige gewonden werden geëvacueerd naar noodhospitalen ergens in het zuiden van Luxemburg. Die dag had ik voor het eerst in meer dan een week warm gegeten en in een schoon bed geslapen. Alles leek in de goeie richting te gaan tot ik opnieuw een vriend verloor. Zijn lichaam werd net als dat van Obie versnippert. Het werd me allemaal teveel. Ik kon niets meer zeggen. Ik kon de afgelopen paar dagen niet meer onder woorden brengen. Bernard maakte zich zorgen. Ik wist dat hij verliefd op me was, maar ik vond dit dwaas. De mensen van hier zouden het nooit accepteren en ik was ervan overtuigd dat onze kinderen zwart en gehaat zouden worden!
De strijd om Bastogne ging door en de Duitsers bleven de stad nog tot 2 januari 1945 bombarderen maar voor mij was de oorlog voorbij. Ik werkte zo nu en dan nog eens als verpeegster maar dat was het.Bernard was een goede, heel gevoelige en intelligente man. Hij is tot aan het einde van de oorlog bij me gebleven. Hij hield van me en uiteindelijk hield ik ook van hem. Later zijn we naar het stadhuis gegaan om in ondertrouw te gaan. Daar waarschuwden ze ons en probeerden ze Bernard te weerhouden van een huwelijk met een zwarte vrouw maar het kon ons niets schelen. Korte tijd later trouwden we en we kregen twee kinderen, beiden blank.