Druk op onderstaande knop om te reageren in mijn forum
BookGirl
mijn eigen verhalen
26-06-2009
hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Een zacht streepje licht maakt een einde aan de zorgeloze nacht. De dag die ik al haat voor dat hij begonnen is. Ik draai me op mijn rug en kijk mijn kamer rond. Ze lijkt niet meer op die van vroeger. Vroeger was ze zo gezellig en rommelig en nu is ze kaal en leeg. Elk geluid klinkt lang na. Mijn ogen vallen dicht. Haley! roept mijn moeder vrolijk van onder de trap. Haar stem klink na in mijn hoofd. Het liefst zou ik willen blijven liggen of hier blijven maar ik heb echt geen zin in te verhuizen. Voor dat mijn moeder naar boven komt, gooi ik de dekens van mij af en loop op blote voeten naar de raam op het gordijn open te doen. Het licht van de zon doet de tuin als de hemel lijken. Ik wil hier echt niet weg maar als tiener heb je daar niets over te zeggen. Altijd luisteren naar de volwassenen en braafjes knikken. Wel, dat ben ik beu. Maar wie ben ik? Wie zou er naar mij luisteren? Niemand. Ik raap mijn kleren op en laad de luchtmatras waar ik op geslapen had af. Mij pyjama prop ik in de tas die ik wel op de achterbank zet. De luchtmatras prop ik daar ook wel in. Ik hang de tas over mijn schouders en kijk nog eens over mijn schouder naar mijn (vroegere) kamer. Dan loop ik naar beneden en ga aan tafel zitten om te ontbijten voor de laatste keer in dit huis. Na het ontbijt laad mijn moeder nog enkele spulletjes in de auto en ondertussen ga ik nog snel naar de badkamer. Ik kam mijn haar en bind het bijeen. Ik steek de kam in de tas. In de hal pak ik mijn handtas en mijn jas. Ik gooi mijn tas op de achterbank van de auto. Mam, ben even weg. Ben rond 11 uur wel terug. Ja is goed meisje maar niet te laat want het is nog een lange rit. Ik schud mijn hoofd en werp een blik op mijn horloge. Het is nog maar 5 na 10. Dan heb ik nog tijd. Ik trek mijn jas aan en pak mijn handtas. Ik loop nog snel naar de tuin en pluk de mooiste rode roos die ik ook gezien had. In een snel tempo wandel ik naar het kerkhof. Ik loop naar de meest afgelegen plekje in de schaduw van een mooie, sterke boom. Het was de mooiste plek op het hele kerkhof. Ze heeft het verdient. Ik leg de roos op het graf van het meisje waar ik me het beste bij voelde. Ik kijk op de steen en lees zoals altijd:
Anke Verhoeven
25-03-199526-06-2009
Meer dan een dochter,
Meer dan een vriendin..
Meer als een droom
Nu een vrije vlinder
Dit heb je nooit verdient, meisje, fluister ik zachtjes. Ik mis u echt super. Anke is altijd mijn beste vriendin geweest en we waren er zeker van dat onze vriendschap nog heel lang zou blijven duren. Tot dat het lot een week geleden er anders over besliste. Ze namen Anke voorgoed van mij af. Anders was ik nog verhuist maar dan konden we nog smsenen mailen en bellen maar nu niet meer. Elke dag voel ik de pijn en de leegte in mijn hart die haar overlijden hebben veroorzaakt. Ik herinner me het nog als de dag van gisteren.
Het is een zonnige morgen. Ik wandel door de straten met mijn mp3. De wind waait mijn haren dooreen. Het voelt zo zalig dat ik spontaan begon te lachen. Ik kom aan het huis van Anke. Ik duw vrolijk op de bel, maar niemand doet open. Ik weet de sleutel zitten en pak de mat op en daar ligt de sleutel nog steeds. Ik doe de deur open en wat ik daar zag zal ik nooit van mijn leven vergeten. Anke ligt levenloos op de grond. Ik loop naar haar toe en probeer haar te reanimeren. Het lukt me niet. Ik draai me om en bel de ambulance. Snel zeg ik de straat, de huisnummer en dat ze in levensgevaar is. Ik leg af en draai mij om. Ineens staat er een zwarte figuur bij Anke. Ik versteen en weet niet wat ik moet doen. Dan draait de figuur zich om en schrikt van het feit dat ik daar sta. Ik probeer de persoon in mijn geheugen te zetten zodat ik hem kan laten boeten voor wat hij Anke aan gedaan heeft. Dan zie ik dat hij een mes vastheeft. Ik wil me omdraaien en weglopen maar ik wil Anke niet alleen laten dus ik blijf staan. Ik hoor de ambulance en de persoon ook. De persoon ,dat duidelijk een man is, raakt in paniek. Hij loopt mijn richting uit en als hij langs mij loopt, steekt hij het mes in mijn bovenbeen zodat ik Anke niet kan gaan helpen. Ik schreeuw en val op de grond.De man in het zwart trekt het mes weer uit mijn been en loopt weg. Ik kijk naar mijn been en zie dat ik veel bloed verlies. Dan wordt het zwart voor mijn ogen. 3 uren later wordt ik terug wakker in een ziekenhuiskamer. Nog in de war van de verdoving, dat ze hebben gegeven toen dat ze mijn been opereerden, fluister ik zacht en hees: Anke? Stil nou maar, fluistert mijn moeder mij toe. Probeer nog maar wat te slapen. Ik doe mijn ogen dicht maar doe ze meteen weer open omdat ik het beeld van Anke op de grond zie. Een zoute traan loopt van mijn wangen en zonder dat ik iets zeg, snapt mijn moeder het al en ze roept een verpleegster om een slaappilletje te vragen. Ik krijg er een en val weg in een zwarte, droomloze slaap. 2 uren later wordt ik weer wakker. Ik zie een dokter langs mijn bed staan. Goedemiddag, ik hoop dat je goed geslapen hebt? vraagt hij. Ik knik en de dokter gaat verder: We hebben ondertussen uw been geopereerd. Het is genaaid en je zal zeker een paar dagen in een rolstoel moeten zitten. Weer knik ik want mijn keel doet pijn en voelt te droog aan voor iets te zeggen. De dokter vertrekt weer. Gaat het, meisje? vraagt mijn moeder bezorgt. Hees fluister ik: Dorst. Ze knikt en pakt een bekertje met water van een kastje. Ik ga iets rechter zitten en voel mijn been trekken. Ik pak het bekertje over en drink het gulzig leeg. Ik geef het terug aan mijn moeder. Ik ga terug liggen en voel dat mijn keel zich hersteld heeft. Hoe is het met Anke? vraag ik voorzichtig. Ik wil het weten en ook weer niet. Mijn moeders gelaatsuitdrukking veranderd en ze schudt haar hoofd. Ik weet wat het betekend en er lopen meteen veel tranen over mijn wangen. Het is mijn schuld, fluister ik zachtjes. Nee Haley, toen dat jij aan kwam, kon niemand meer iets doen voor haar. Het is jouw fout niet. Hier heeft maar een iemand schuld aan. En dat ben jij niet. Oké? antwoord mijn moeder. Ik knik en doe mijn best om haar te geloven. Ik kan het niet geloven dat ik nooit meer haar gezicht zal zien, nooit haar meer zal horen lachen en dat ik gewoon nooit meer bij haar kan zijn om te praten of om raad te vragen of te geven. God zal zoveel van haar houden dat Hij haar bij Hem wou. Waarom pakt Hij haar van mij af? Ik kan niet leven zonder haar. De volgende dagen gaan aan mijn neus voorbij. Ik lig nog 2 dagen in het ziekenhuis en mag dan naar huis. Daar komt de politie mij ondervragen over wat ik gezien heb en het doet mij pijn om over die dag te praten. De dagen erna probeer ik terug te wandelen. Het lukt me al vrij goed 5 dagen naar het voorval. En de dag daarna krijg ik van Ankes moeder al Ankes spullen. Ik laat ze nog in de tas zitten en ga ze pas in ons nieuwe huis uitpakken want nu moet ik toch inpakken.
De tranen stromen over mijn wangen terwijl ik aan de rotste dag van mijn leven denkt. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het kwart voor 11 is. Ik hou van jou. Vaarwel fluister ik schor terwijl de tranen over mijn wangen lopen. Ik draai mij om en wandel terug naar huis.