Maggie en vader gingen samen het bos in. Ze kwamen daar in met de auto. Onderweg hield Maggie het stuur even vast terwijl vader zijn jasje uit deed en hij leerde haar sturen. Eenmaal aangekomen, omsingeld door woud, liep Maggie onmiddellijk het bos in. Dieper in het woud, vond Maggie een massa takken en kreupelhout die ze gebruikten als bouwmateriaal voor hun hut. Het werd een geweldige boomhut. Doordat ze hem deze keer meer naar het zuiden plaatsten hadden ze een prachtig uitzicht op het meer.