Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    01-04-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poeslief is vaker agressief dan men denkt

    Geraadpleegde bron: Minou is een predator; hoe de huiskat een ‘vogelmoordenaar’ werd [Rik Draulans]

    Het debat over de impact van huiskatten op tuinvogels laait hoog op. Wetenschappers zoeken naar methodes om de 'vogelmoorden' te beperken zonder katteneigenaars de bomen in te jagen. Het is een moeizame queeste.

    In 2011 vonden archeologen aan de Rode Zee, net buiten de stadswallen van de historische havenstad Berenice uit het Oude Egypte, een site met honderden skeletten van vooral katten, maar ook enkele van honden en apen. In het vakblad World Archaeology presenteren ze de resultaten van het onderzoek van bijna 600 skeletten. De hoofdconclusie was dat het waarschijnlijk om een huisdierenkerkhof ging. Omdat de site bijna 2000 jaar oud is, zou het meteen het oudste bekende huisdierenkerkhof in de geschiedenis van de mensheid zijn.

    Bijzonder is dat veel van de begraven dieren ornamenten droegen, zoals gekleurde halsbanden. Eén dier was begraven op een grote vogelvleugel. Sommige van de schaarse hondenskeletten – katten maakten meer dan 90 % van de vondsten uit – vertoonden sporen van hoge leeftijd of breuken, wat de ontdekkers tot de conclusie dreef dat het ging om dieren die door de mens werden geholpen, huisdieren dus. Er moet toen al een sterke emotionele band tussen dieren en hun eigenaars hebben bestaan, die misschien niet verschilt van de relaties tussen mensen en huisdieren vandaag, luidt het in het verslag. Niet iedereen is het daarmee eens.

    Bioloog Wim Van Neer (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) wees er in een reactie in Science op dat katten in een havenstad ongetwijfeld een belangrijke functie hadden als opruimers van muizen en andere mee-eters van menselijke voorraden. Mogelijk werden ze dus vooral gezien en gekoesterd als nuttige gezellen van de mens. Van Neer werkte mee aan een publicatie van enkele jaren geleden in Nature Ecology and Evolution, waarin de historiek van de domesticatie van katten aan de hand van DNA-analyses in kaart werd gebracht. Er werd DNA gehaald uit fossiele beenderen van 200 katten die tussen de 100 en de 9000 jaar oud waren. De belangrijkste conclusies waren dat huiskatten afstammen van wilde katten uit het Nabije Oosten en Noord-Afrika en dat ze vanaf 11.000 jaar geleden in het gezelschap van de eerste boeren werden gesignaleerd.

    Er zou echter geen actieve domesticatie in het spel zijn geweest. Wilde katten zouden zichzelf spontaan aangesloten hebben bij mensengemeenschappen, omdat ze veel knaagdieren vonden in de graan- en andere voorraden die de boeren opsloegen. De samenwerking zou een vorm van symbiose geweest zijn: een relatie met voordelen voor beide partijen. De meeste huiskatten leven dicht bij mensen, maar ze kunnen toch onafhankelijk overleven mocht dat nodig zijn – zie de talloze zwerfkatten in onze samenleving.

    De katten liepen aanvankelijk mee met migrerende prehistorische boeren, maar de voornaamste bron van verspreiding waren handelsschepen uit het Oude Egypte die katten meenamen naar alle hoeken van Europa. Later koloniseerden katten ook de rest van de wereld, vooral via de scheepvaart. De onderzochte historische kattenskeletten verschilden in niets van die van wilde katten. Zelfs vandaag is de gemiddelde huiskat genetisch nog altijd sterk verwant aan de wilde kat.

    Volgens een studie in Current Biology is het een misverstand dat huiskatten afstandelijk zijn en zich niet echt hechten aan hun 'baasjes'. Katten kunnen, net als honden, wel degelijk een 'diepe band' met mensen vormen, vooral ingegeven door een gevoel van grote veiligheid in een onzekere leefomgeving. Ongeveer twee derde van de huiskatten zou in dat gedragspatroon vallen.

    Er is veel wetenschappelijk en vooral maatschappelijk gedoe over de vraag in welke mate huiskatten schadelijk zijn voor populaties van prooidieren, zoals tuinvogels. Sommige onderzoekers wijzen erop dat de meeste huiskatten klassieke tuinvogels vangen, zoals mussen, merels en mezen en dat die soorten het niet slecht doen, zodat de impact van de kat op hun bestand beperkt zou zijn.

    Anderen counteren met de boodschap dat tuinvogeltjes het goed doen omdat er steeds meer tuinen komen die steeds vogelvriendelijker worden ingericht, waardoor er meer mogelijkheden voor vogeltjes komen. Dat betekent volgens hen niet dat katten er geen substantieel effect op kunnen hebben. In die visie zouden er zonder katten dus nóg meer tuinvogels zijn.

    Er circuleren waanzinnige cijfers over hoeveel dieren katten vangen. Een analyse op basis van een extrapolatie van buitenlandse studies wees uit dat 2 miljoen Vlaamse katten elk jaar zo'n 55 miljoen vogels vangen. Dat lijkt veel, alleen weet niemand hoeveel vogels er in Vlaanderen passeren, dus is het moeilijk om het resultaat in een populatieperspectief te plaatsen. Een veelgeciteerde en nog meer bediscussieerde studie uit de Verenigde Staten, gepubliceerd in 2013 in Nature Communications, klokte af op een totaal van minstens 1,3 miljard (en mogelijk zelfs 4 miljard) vogels en minstens 6,3 miljard kleine zoogdieren (maximaal 22 miljard) die elk jaar in de VS door katten worden gedood. De auteurs van die studie voelden zich verplicht om jaren later in Biological Invasions een onderbouwde weerlegging te publiceren van de vele overwegend onwetenschappelijke kritieken van kattenliefhebbers op hun studie, die de gemoederen erg verhitte.

    De hallucinante cijfers suggereren dat katten de grootste rechtstreeks aan mensen gekoppelde bedreiging voor onze natuur zijn – onrechtstreekse bedreigingen zoals biotoopverlies en vervuiling wegen zeker zwaarder door. De auteurs omschreven huiskatten onomwonden als een 'invasieve soort', vooral omdat ze plaatselijk heel talrijk kunnen zijn voor een predator.

    Experts ramen het aantal huiskatten in de wereld op 373 miljoen. Hun impact op hun leefomgeving hangt uiteraard af van de omstandigheden. Op eilanden of in een land als Nieuw-Zeeland, waar oorspronkelijk geen landzoogdieren voorkwamen, kunnen door de mens meegebrachte katten een ravage aanrichten onder vogels die op de grond broeden of niet kunnen vliegen, omdat ze nooit druk hebben ondervonden om aan landroofdieren te ontsnappen. Wereldwijd zouden er al 63 diersoorten uitgestorven zijn als gevolg van de activiteit van katten.

    Eventueel zouden katten zich in die context nuttig kunnen maken door rattenpopulaties aan te vallen en te liquideren, die net als zij van schepen kunnen ontsnappen en rampen aanrichten onder de speciale fauna van eilanden. Alleen wijst onderzoek, gepubliceerd in Frontiers in Ecology and Evolution, uit dat katten notoir slecht zijn in het vangen van ratten, niet alleen omdat ratten 10 tot 20 keer groter en zwaarder zijn dan de doorsnee kattenprooi, ook omdat ze uitmunten in ontwijkings- en ontsnappingsmanoeuvres om uit de klauwen van aarzelende katten te blijven.

    Recent onderzoek verfijnt het inzicht in de impact van huiskatten op onze natuurlijke fauna. Een studie in Animal Conservation op basis van gegevens van bijna 1000 met een gps uitgeruste katten concludeerde dat de overgrote meerderheid van de dieren zich zelden meer dan 100 m van zijn woonst verplaatst. Zo'n kat vangt gemiddeld tussen de 14 en de 39 prooien per ha per jaar. Dat lijkt niet veel, maar de studie stelde toch dat katten een predatiedruk op hun bescheiden leefomgeving leggen die 2 tot zelfs 10 keer hoger kan zijn dan die van wilde katten op hún leefomgeving. Er zijn zo veel huiskatten dat ze als predator niet langer in balans staan met het bestand van potentiële prooien.

    Brits onderzoek op basis van burgerwetenschap legde nog andere aspecten bloot, waarover New Scientist verslag uitbracht. Katten blijken meer prooien te vangen in de zomer dan in andere seizoenen, wat ongetwijfeld mee kan worden verklaard door het feit dat er dan veel jonge dieren zijn. De stelling dat katten vooral zieke of onervaren prooien vangen en dus slechts een bescheiden impact op vogelpopulaties hebben, circuleert ruim in kringen van kattenverdedigers.

    Het verslag stelde ook dat er grote individuele verschillen zijn in het jachtsucces van katten. De meerderheid van de katten vangt nooit iets wilds (of brengt het in ieder geval niet mee naar huis). Van de katten die wel iets vangen, is het gemiddelde 2,5 prooien per maand. Maar er zijn echte superpredatoren die tot 50 prooien per maand aandragen. Die beesten zullen lokaal ongetwijfeld een impact hebben op de populaties van vogels en knaagdiertjes.

    Her en der circuleert de overtuiging dat streepjeskatten ferventere jagers zijn dan andere, mogelijk omdat ze originelere genetische roots hebben. Door al die cijfers lokken katten de laatste jaren hoogoplopende discussies uit. Toen twee Nederlandse advocaten in november 2019 het – juridisch correcte – idee lanceerden dat ze katteneigenaars die hun dieren buiten laten lopen, kunnen vervolgen voor het overtreden van Europese milieuregelgeving, kregen ze een storm van woedende reacties over zich heen, doodsbedreigingen incluis. Er mag en zal niet aan de huiskat worden geraakt. De grenzeloze populariteit van filmpjes met katten op het internet illustreert dat de beestjes hoge emoties oproepen. Mensen die zich engageren om de natuur te beschermen tegen katten, worden publiekelijk aan de schandpaal genageld.

    Het vakblad Frontiers in Ecology and the Environment publiceerde een studie die katteneigenaars op basis van een grootschalige enquête onderverdeelde in vijf categorieën. Aan de ene kant had je mensen die werkelijk bezorgd waren over de impact van hun huisdier op de natuur. Het andere extreem waren hardnekkigen voor wie de absolute vrijheid van hun kat primeert. Tussencategorieën waren mensen die vooral bezorgd waren om de veiligheid van hun kat, mensen die het wel erg vonden dat hun kat vogeltjes pakt maar dat aanvaardden en een vrij kleine groep die zich er amper bewust van was dat katten wilde prooien vangen.

    Een overzicht in New Scientist vatte de situatie samen door te stellen dat de meeste katteneigenaars zowel van hun dieren houden als van de natuur, maar als ze moeten kiezen toch voor hun kat gaan. Het blad analyseerde een aantal studies die nagingen hoe de impact van katten op hun leefomgeving kan worden verminderd, zonder dat je de dieren permanent binnen hoeft te houden. De meest aanvaardbare oplossing, ook voor katteneigenaars, lijkt de dieren 's nachts binnenhouden - de meeste katteneigenaars doen dat trouwens voor de veiligheid van hun troetel, niet om de natuur te beschermen. Je kunt je wel afvragen hoe groot het effect van die maatregel op het vangen van vogels is, want de meeste vogels zijn 's nachts niet actief (wel in de schemering).

    Een recente studie in Current Biology onderzocht methodes om het jachtsucces van huiskatten binnen de perken te houden. De beestjes voeding met extra vlees geven en ermee spelen verminderden het aantal prooien dat ze naar huis brachten met een derde. Wat geen effect had, waren voedingsmachines waar de kat mee moest werken om aan haar eten te komen - ze bleken de katten vooral te frustreren. Het meeste succes hadden kleurrijke halsbanden die vogels goed kunnen zien: die reduceerden het vangstsucces van katten met 42 %. Kattenbelletjes hadden vreemd genoeg geen merkbaar effect.

    Een lezer van de studie merkte terecht op dat kattenvoeding met veel vlees een veel grotere, weliswaar indirecte impact op onze natuur zal hebben dan de activiteiten van katten zelf. De vleesindustrie maakt grootschalige ecologische kosten zoals ontbossing, stikstofuitstoot en watervervuiling.

    Lapjeskatten en dieren met andere vlekkenpatronen doken pas vanaf de middeleeuwen op, wat impliceert dat er pas vrij laat gericht met katten werd gekweekt.

    In Science verscheen een intrigerende analyse van de vraag waarom sommige katten streepjes hebben en andere vlekken. Het heeft te maken met genetica. Speciaal is dat het beschreven mechanisme overeenstemt met een theorie die de geniale Britse wiskundige Alan Turing, die in de Tweede Wereldoorlog een eerste voorloper van de computer bouwde om een code van de Duitse vijand te kraken, in 1952 lanceerde. Hij stelde dat moleculen die met verschillende snelheid door weefsels migreren en elkaar afwisselend activeren en inhiberen, tot de vorming van kleur- en andere patronen kunnen leiden. Eenvoudige interacties tussen stoffen kunnen resulteren in een uitgebreid gamma aan patronen.

    Twee genen zouden een sleutelrol spelen in het ontstaan van patronen in de vacht van een kat. Ze produceren twee eiwitten die op elkaar inwerken en zo de vorming van streepjes of vlekken in de hand werken. Mogelijk is een van de genen in de loop van de geschiedenis waarin de mens gericht katten kruiste uitgeselecteerd geraakt, waardoor er een grotere variatie ontstond in de kleuren van huiskatten. Wilde katten zijn altijd streepjeskatten.

    Wetenschappers onderzochten de genetica van wilde katten in het Zwitserse Juragebergte en ontdekten dat ze allemaal 'besmet' waren met genen van huiskatten. Volgens de studie zullen er over twee eeuwen geen authentieke wilde katten meer bestaan, wat blijkbaar in Schotland al het geval is. Iets tussen de 5 en de 10 % van de contacten tussen wilde katten en huiskatten zou resulteren in nakomelingen die vruchtbaar zijn – de verschillen tussen beide 'soorten' zijn te klein om hybridisatie te voorkomen. Het is dus wachten op het opduiken van de eerste 'wilde kat' met een vlekkenpatroon.











    01-04-2021 om 16:38 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-03-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zomertaling

    De zomertalingen zijn langeafstandstrekkers die ten zuiden van de Sahara overwinteren. De grondeleend kan best onopvallend zijn en wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. Vaak wordt de soort opgemerkt door zijn kenmerkende baltsroep. De mannetjes hebben een vreemde, krakende roep, die wel wat op die van een kikker lijkt en die klinkt als een raspend geluid, alsof er met een vingernagel over een kam wordt gestreken. Doorgaans is het wijfje zwijgzaam, maar kwaakt soms hoog.

    Best kan je in maart en april op zoek gaan naar zomertalingen die net terugkomen uit de Afrikaanse overwinteringsgebieden. Vooral ondergelopen ‘plasdras’ weilanden zijn dan erg in trek. Buiten het broedseizoen zoekt de zomertaling bij voorkeur grote zoetwatermeren op, met veel drijvende en oevervegetatie. Gedurende de trek bezoeken ze om te rusten eveneens kwelders en lagunes langs de kust. Let wel: zomertalingen zijn erg schuw en alert, vooral omdat ze op doortrek en in Afrika nog steeds sterk worden bejaagd.

    De mannetjes hebben een paarsbruine kop en een opvallende wenkbrauwstreep, een roomwitte halve maan. De borst is bruin, de flanken fijn grijs gebandeerd en de spitse afhangende schouderveren zijn zwart-wit met een blauw accent. Vrouwtjes lijken sterk op vrouwtjes wintertaling maar zijn groter, missen de witte streep op de staartzijde en hebben een vaag gestreepte kop. De middenvleugelbaan bij het mannetje is breder dan de achtervleugelbaan. Tijdens de vlucht vallen de lichtblauwe voorvleugels op. Snavel en poten zijn donkergrijs. De lichaamslengte varieert tussen 37 en 41 cm; de vleugelspanwijdte reikt tot 63 en zelfs 69 cm; het lichaamsgewicht schommelt tussen 250 en 500 g

    Zomertalingen zijn omnivoor, maar hun dieetvoorkeur verschilt duidelijk naargelang van de seizoenperiode. In de winter worden vooral gras, zaden en waterplanten (fonteinkruid, waterlelie) gegeten. In de broedperiode wordt het dieet aangevuld met allerlei larven, waterkevers, schietmotten, muggen, waterslakken, wormen, kikkerlegsels en zelfs kleine visjes. De eenden vergaren het voedsel door met de snavel of zelfs met de gehele kop onder water te zwemmen, door te grondelen en soms ook door gewoon de prooi van het wateroppervlak te plukken.

    Zomertalingen broeden in open moerassen en agrarisch gebied (drassige weilanden) met voedselrijke sloten en ondiepe poeltjes, voorzien van rijke, niet al te hoge en dichte water- en oevervegetatie. Het nest bevindt zich in dichte kruidenvegetatie of in een graspol. De broedparen worden meestal al gevormd in de Afrikaanse overwinteringsgebieden. Tijdens de balts slaan de mannetjes de kop helemaal achterover, zodat die de rug raakt (dit is de enige soort uit het genus Anas die dit doet). De zomertaling broedt in paartjes of losse groepen, maar is doorgaans wel vrij territoriaal. De zomertaling start met de ei-leg vanaf midden april. Het nest is een kuiltje, meestal op minder dan 20 meter van de waterkant, dat ze met dons hebben bedekt. Ze hebben 1 legsel per jaar van 8 tot 11 bruinachtige, witte eieren, die 21 tot 23 dagen worden bebroed. De jongen kunnen na 35-40 dagen vliegen. Tijdens de rui na de broedtijd, waarbij de woerd het eclipskleed krijgt, kan hij 3 tot 4 weken niet vliegen. Het wijfje ruit pas als de jongen vrijwel zelfstandig zijn.

    In juli trekt de zomertaling vanuit de broedgronden in Europa naar het overwinteringsgebied in Noord- en Midden-Afrika. Daar trekt de soort dan nog over kleine afstanden op zoek naar de meest geschikte en voedselrijke locaties. Gedurende de trek scholen ze in grote groepen samen in rust- en foerageergebieden. Zo zeldzaam als ze bij ons zijn geworden, zo massaal komen ze nog voor in het overwinteringsgebied dat ten zuiden van de Sahara ligt, in de Sahel. Op en rond het Tsjaadmeer bv. overwinteren massa’s zomertalingen uit heel het verspreidingsgebied. In februari trekt de soort weer noordwaarts en komt in onze streken aan in maart-april.

    Eigenlijk gaat het niet goed met de zomertaling. Het aantal is de laatste jaren zo gedaald dat de soort op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten is beland. Ten opzichte van begin jaren ’60 is de stand met zo'n 85% afgenomen. Toen was het een algemeen voorkomende vogel. Ook in andere landen zet deze afname door.

    Zomertalingen zijn als broedvogel maar dun gezaaid in Vlaanderen. Het resultaat van 160-200 paar tijdens de vorige atlasperiode 2000-2002 was enigszins hoger dan verwacht, maar het is weinig waarschijnlijk dat dit aantal nu nog wordt gehaald. Voor de volledige provincie Limburg ligt de bovengrens van de populatie de laatste jaren op 10 paar.

    Ook in Noord-West-Vlaanderen en de IJzervallei – beide belangrijke regio’s voor deze soort – wordt dat aantal in heel wat jaren niet meer overschreden. Het lijkt er op dat de soort plaatselijk wel profiteert van natuurinrichting-projecten zoals in het Blankaartgebied, de Uitkerkse Polder en Antwerpen-Linkeroever.

    Daartegenover staat echter dat Zomertalingen nauwelijks nog stand kunnen houden buiten onze natuurgebieden, waar moerasbiotopen en vochtige, extensief beheerde graslanden steeds zeldzamer worden. De Zomertaling is bovendien een erg verstoringsgevoelige soort. Jaarlijks kunnen vrij grote fluctuaties in het aantal broedparen voorkomen, waarbij factoren als droogte een rol spelen. Zomertalingen zijn vrij lastig te inventariseren en daardoor ook niet zo gemakkelijk op te volgen via monitoringprojecten. Men schat de huidige populatiegrootte voorzichtig op 100-150 paren maar het is wachten op de resultaten van de nieuwe Vogelatlas voor een bevestiging.

    In Nederland broedden in de periode 2013-2015 naar schatting 1000-1400 paartjes. De steile afname in de jaren ’70 en ’80 is sindsdien wat afgevlakt. Naast factoren in de broedgebieden blijkt de Europese trend van de soort ook bepaald te worden door omstandigheden in de overwinteringsgebieden in het West-Afrikaanse Sahelgebied, zoals neerslaghoeveelheden. De afname van de zomertaling heeft alles te maken met de grote veranderingen op de Nederlandse weidegronden en hooilanden. De ontwatering, het egaliseren van reliëfrijke graslanden, de toenemende veebezetting en de steeds vroegere eerste maaidatum; al deze - met elkaar samenhangende - factoren hebben de soort geen goed gedaan. Immers, zowel het vergaren van voedsel als het vinden van een goede nestplaats zijn er niet eenvoudiger op geworden. In agrarisch cultuurland viel de afname samen met intensiever grondgebruik, waterstandverlaging, frequent en te vroeg maaien, hogere beweidingsdruk, …

    Ook de vangst speelt in delen van de Sahel een niet te onderschatten rol. Het aantal zomertalingen dat daar wordt gevangen, is groter in droge jaren, wanneer eenden zich concentreren in de schaarse gebieden met water, waar ze makkelijker met netten kunnen worden gevangen. In de Binnendelta van de Niger werden tussen 1983 en 1994 jaarlijks 60.000 tot 70.000 zomertalingen gevangen, goed voor ca. 30% van het totale aanwezige aantal.

    Uit opgravingen in archeologische sites in Nederland, blijkt dat dat zomertalingen geregeld werden gevangen, zowel tijdens het Romeinse, het Merovingische en het Karolingische tijdperk. Samen met wilde eend, wintertaling, smient en pijlstaart, was de zomertaling in elk van deze periodes één van de meest gevangen soorten.

    De zomertaling is nog steeds een populaire jachtvogel in Europa. In Rusland is het zelfs de belangrijkste eendensoort voor de jacht. Schattingen van het aantal zomertalingen dat jaarlijks wordt afgeschoten vertonen grote variatie: van 24.000 tot 62.500 in de Europese Unie tot 500.000 in heel Europa. Een berekening van het jaarlijks afschot in de Oekraïne in de jaren ’80 komt uit op ongeveer een miljoen zomertalingen.











    25-03-2021 om 09:53 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    17-03-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kleine plevier

    In het begin van de vorige eeuw was de kleine plevier nog een zeldzame broedvogel. Door het opspuiten van zand ontstonden er na de WO I echter geschikte broedbiotopen voor deze soort, waardoor het aantal broedparen vrij sterk is toegenomen. Door ingebruikneming en begroeiing van deze terreinen gaan ze echter weer verloren, maar de kleine plevier wijkt gemakkelijk uit naar nieuwe, soms zeer kleine broedgebieden. Bij ons treft men hem vooral aan op open, kaal terrein, zoals in klei-, zand- en grindputten en op strandjes bij rivieren, bij droogvallende plassen, opgespoten terreintjes of ondergelopen afgravingen. De soort komt algemeen voor, verspreid over heel Europa, behalve in het hoge noorden.

    De kleine steltloper (zomergast) die men vanaf de lente tot de herfst veel aan de kant van brak of zoet water vindt, durft net zo gemakkelijk te broeden op een hoop afval of een berg sintels (mijnafval, zoals cokes- of houtskoolresten). Zijn voorkomen is onregelmatig omdat hij ergens een paar jaar kan broeden om dan weer te verdwijnen naar een betere plek.

    Kenmerkend aan het uiterlijk zijn de slanke lichaamsbouw, de witte voorhoofdstreep op het zwarte masker, de lichtbruine kruin, de heldergele oogring, de stompe zwarte snavel, de smalle zwarte borstband, de effen lichtbruine tot zandkleurige rug en de lange in een punt toelopende vleugels, de spierwitte onderkant en de dof-roze poten. Zijn lichaamslengte varieert tussen 14 en 15 cm, zijn spanwijdte wisselt tussen 42 tot 48 cm en zijn lichaamsgewicht schommelt tussen 30 en 50 g. De vlucht is snel, laag met gehoekte, puntige vleugels.

    Kleine plevieren worden nog weleens verward met bontbekplevieren, maar deze zijn iets groter en hebben een meer gedrongen lichaamsbouw, een oranje snavel met zwarte punt, oranje poten en een witte vleugelbaan over de volle lengte van de vleugels, alsook een witte zijstuit. Het felgele oogringetje ontbreekt. Bovendien is de bontbekplevier veel meer aan de kust (op zand-, kiezel- of schelpenstranden, kwelders en moddervlakten) te vinden dan de kleine plevier die meer van het binnenland houdt.

    De kleine plevier staat rechtop en rent dan plots vooruit, waarna hij zich bukt om de buit op te pikken. Het hoofdvoedsel van de kleine plevier bestaat uit insecten (kevers, vliegen, mieren, haften, libellenlarven, krekels), maar hij voedt zich ook met grote spinnen, garnalen, kikkervisjes, kleine weekdieren en wormen.

    Lawaaierige mannetjes baltsen op de grond met hangende vleugels en voeren ook lange, lage zangvluchten uit (met stijve, geheel gestrekte vleugelslag) boven hun territorium. Vaak brengt hij dan een ritmische, raspende zang uit: ‘grria-grria-grria’. De karakteristieke roep is een abrupt ‘pjoew’ zonder de fluitende of muzikale kwaliteit van een bontbekplevier. Tot het baltsritueel behoort de ‘paraplu’-houding van het mannetje en een lange reeks plechtige handelingen waarbij het wijfje onder zijn staart doorgaat. Bij dreiggedrag maakt hij zich breder door zijn veren uit te zetten.

    Het nest is een ondiep kuiltje in de grond, gevoerd met steentjes (keitjes) of wat plantenmateriaal. Het ligt meestal volkomen onbeschermd, maar de 4 eieren uit het enige legsel (april – juni) hebben een perfecte schutkleur. Ze zijn zandkleurig of geelbruin met een karakteristieke tekening van fijne spikkels, enkele donkere vlekken en bruine, zwarte of lila strepen. De donskuikens verschijnen na 3 tot 4 weken en verlaten al snel na het uitkomen het nest. Alle kleine plevieren (lange-afstand-trekkers) verlaten Europa in de herfst, op weg naar Afrika ten zuiden van de Sahara. Ze keren wel vroeg terug.

    Tijdens de vorige atlasperiode werd de populatie geschat op 330-370 broedparen. Door het verspreide voorkomen en het vaak tijdelijke karakter van de broedgebieden is er geen goed zicht op het werkelijke aantal dat momenteel in Vlaanderen broedt. In enkele kerngebieden zoals het Antwerpse havengebied, langs de Maasoevers en in de Zeebrugse haven is het aantal broedparen in de periode 2013-2018 evenwel licht afgenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. Mogelijk is de soort dus wat achteruitgegaan in Vlaanderen in vergelijking met de vorige atlasperiode, maar het is wachten op de volgende broedvogelatlas vooraleer dat echt duidelijk wordt.

    Bij onze noorderburen dijde het verspreidingsgebied van de soort de laatste decennia juist sterk uit en zijn de aantallen bijna verdubbeld (tot 1300-1500 paar in de periode 2013-2017). In het Deltagebied bereikte de soort in 2018 een recordniveau van 216 paar. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse populatie broedt tegenwoordig in natuurontwikkelingsgebieden, een fenomeen dat we ook vaststellen in Vlaanderen. In de meeste van deze gebieden verdwijnen ze echter na een aantal jaren door vegetatiesuccessie. In Wallonië schommelde het aantal paren in de periode 2001-2007 meestal tussen 110 en 140.











    17-03-2021 om 18:21 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    09-03-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De fluiter

    Van de wijder verspreide bladzangers is dit de grootste, kleurrijkste en ook de soort die de strengste eisen aan zijn omgeving stelt. Het habitat is hoog opgaand gevarieerd loofbos met open plekken op de bosbodem. In bossen op rijke bodem en/of open bossen is er dikwijls een ondergroei van dichte kruiden en grassen of bramen wat nadelig is voor deze soort. Hij verkiest hier en daar kale plekken. De zware schaduw die beuken vormen, is dan ook een voordeel. De schaarse onder-begroeiing levert zangposten op en biedt mogelijkheden om het nest trapsgewijs te benaderen, wat essentieel lijkt.

    Veel territoria zijn gevestigd in loofbos (met veel eik en/of beuk), maar naaldbos met gespreide struikondergroei wordt eveneens bewoond. De soort is een grondbroeder en dus nestelen fluiters op de bodem, meestal op plaatsen waar de lage vegetatie niet welig tiert of waar natuurlijke oneffenheden dekking bieden. Het nest is een koepelvormig bouwsel met een zij-ingang en wordt gemaakt van dorre bladeren, schorsvezels, dode varens en gras.

    De verspreiding per gebied is vaak clustervormig, waarbij relatief veel territoria bezet worden door ongepaarde mannetjes. Het jaarlijkse voorkomen is altijd grillig geweest. Een periode met relatief hoge aantallen in de jaren ‘90 werd na de eeuwwisseling afgelost door een mindere periode. Pieken en dalen in de fluiterstand zijn in grote delen van Europa normaal.

    In vergelijking met tjiftjaf, fitis en spotvogel is de fluiter de krachtigste gekleurde van onze groene zangers: de mantel is mosgroen (vaak een stuk groener dan fitis of tjiftjaf), met een citroengele boven-borst, keel, gezicht en opvallende wenkbrauwstreep. De buik is contrasterend helder wit. De vogel is ook net een stuk langer en langgerekter dan fitis en tjiftjaf, maar dat kan in het veld moeilijk te bepalen zijn. Er is geen verschil in verenpak tussen mannetje en vrouwtje. De fluiter vliegt vaak direct, enigszins aarzelend, van tak naar tak onder het bladerdak. De lichaamslengte reikt tot 13 cm, de spanwijdte wisselt tussen 19 en 24 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 7 en 12 g.

    De fluiter brengt twee typen zang voort: net als een stuiterende knikker op metaal "tjip-tjip-tjip-tjip-tjip-tjip-tsjirrrrrrrr" en een reeks van 5-6 fluittonen. De roep, lijkt op een deel van de tweede zang, maar is vaak enkelvoudig en meer ingetogen.

    Het is echter zijn geluid dat zijn aanwezigheid verraadt: een versnellende en luider wordende  reeks tonen die eindigt in een triller, als een rondtollende munt op een hard oppervlak, ongeveer 3 seconden lang. Als hij dit een aantal (gemiddeld 8) keer heeft gezongen, fluit hij een 5-6 weemoedige, licht dalende fluittonen. Hieraan heeft de fluiter zijn naam te danken.

    Hij pikt insecten en spinnen van de bladeren en twijgen in bomen; hij vangt ook gevleugelde insecten tijdens fladderende uitvallen.

    Het mannetje zingt van half april tot diep in de zomer en ook zijn zangvlucht is van tak tot tak. Hij broedt van mei tot en met juli en heeft doorgaans één legsel; in zuidelijker oorden soms twee. Als er een vrouwtje in het territorium komt van een mannetje, voert het mannetje een uitvoerige balts uit. Het vrouwtje kiest de nestlocatie en bouwt het nest. Het legsel bevat doorgaans 5-7 eieren. De broedduur vergt 12-13 dagen. De jongen zitten 11-12 dagen op het nest. Na het uitvliegen blijft de familie nog 2-4 weken bij elkaar. Ze verlaten daarbij de broedplek. De jongen worden vooral gevoederd met rupsen.

    Fluiters zijn in Nederland en België trekvogels. De lange-afstandstrekker brengt de winter door in de Guineese bossen van Afrika ten zuiden van de Sahara en in Midden(strook)-Afrika van Senegal tot Kenya. Half september zijn alle fluiters wel vertrokken. De fluiter komt bijna overal in Europa voor, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland, Ierland en de Balkan. De noordgrens wordt steeds verder verlegd en reikt nu al tot aan Lapland. Fluiters bereiken ons land vanaf de laatste 10 dagen van april. Ze kunnen zich tot eind mei op nieuwe plekken vestigen. Van substantiële doortrek lijkt geen sprake. De terugkeer naar de winterkwartieren, in zuidoostelijke richting, vindt vermoedelijk in juli en de eerste helft van augustus plaats.

    Het is onduidelijk hoe de aantallen fluiters precies evolueren in Vlaanderen en daarom wordt, in afwachting van de resultaten in de nieuwe vogelatlas, voorlopig de schatting van de jongste broedvogelatlas aangehouden. Typisch voor de soort is het afwisselen tussen goede en (erg) slechte jaren wat het aantal zangposten betreft. In de periode 2013-2018 was het verspreidingsgebied strikt beperkt tot bosgebieden in de Kempen en enkele bossen in Vlaams-Brabant (Meerdaalwoud, Zoniën). In 2013 en 2018 werden relatief veel zangposten genoteerd, terwijl 2014-2017 voor de soort duidelijk minder goede jaren waren.

    De fluiter heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op de status kwetsbaar gering. De grootte van de populatie wordt geschat op 14 tot 22 miljoen broedparen. De aantallen gaan achteruit. Echter, het tempo ligt onder de 30% in 10 jaar (minder dan 3,5% per jaar). Om deze redenen staat de fluiter als op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten.

    Het is altijd leuk via een filmpje de vogel in zijn natuurlijke biotoop te kunnen waarnemen.

    https://youtu.be/W1s1hzIX0nM

     











    09-03-2021 om 17:30 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-03-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De sierlijkste kiekendief

    Geraadpleegde bron: Natuurblad: Grauwe kiekendief [Peter De Ridder]

    Roofvogels spreken tot de verbeelding. Hun kracht en hun snelheid, daar willen we ons mee vereenzelvigen. Binnen de vogelbescherming nemen ze een bevoorrechte plaats in en met het FIR (Fonds voor Instandhouding van Roofvogels) hebben ze hun aparte beschermengel. Dat mag wel, want het is tegenwoordig niet meer zo eenvoudig om roofvogel te zijn in Vlaanderen.

    De torenvalk vangt bermmuizen, de slechtvalk stadsduiven, de buizerd ruimt de zieke en dode konijntjes op in onze weilanden en de sperwer de talrijk aanwezige koolmeesjes en Turkse tortels in onze achtertuinen. Dat zijn de vier die zich het best hebben aangepast aan ons en die het dan ook relatief goed doen. Al de rest blijft rekenen op natuurbescherming.

    Roofvogels werden vroeger als de vijand gezien, zeker door de jagers. En nu lijkt het erop dat één soort in conflict komt met de natuurbeschermers zelf. Het verhaal van de grauwe kiekendief.

    Het begint al met de naam. Doorgaans wordt een vogel genoemd naar het prachtkleed van het volwassen mannetje, bij vogels ‘het schone geslacht’. ‘Grauw’ is een troosteloze novemberlucht. De kleur van een mannetje grauwe kiekendief in al zijn glorie is echter het schitterend parelgrijs van de onderbuik van een zomers schapenwolkje. De vogel wordt schromelijk te kort gedaan. En dan nog ‘kiekendief’. Zie je zo’n ranke roofvogel een kip uit een hok hijsen? Ik dacht het niet!

    En ook al zegt de etymologie ons dat het eigenlijk ‘kuiken’dief is, een dief blijft een dief. Dan is de vogel beter af in onze buurlanden.

    Het elegante Duitse ‘Weih’ gaat terug op oudgermaans en betekent zoiets vaags als ‘jager’, het Engelse ‘harrier’ heeft een al even onpeilbare oorsprong met wellicht eenzelfde betekenis. De wetenschappelijke naam Circus (‘cirkel’) verwijst naar het gracieuze luchtballet van baltsende kiekendieven.

    Kracht en snelheid zijn niet de eerste woorden die je te binnen schieten wanneer je een jagende kiekendief gadeslaat terwijl hij in een lage kantelende vlucht boven een weiland patrouilleert. Met zijn lange gele poten stort hij zich op een prooi in het hoge gras. De menukeuze spreekt niet echt tot de verbeelding: dagelijkse kost als kikkers, muizen, sprinkhanen en aardwormen lijken een echte roofvogel onwaardig.

    De biotoopkeuze is ook niet zo gelukkig. De grauwe kiekendief verdween als broedvogel uit onze heidegebieden en moerassen en heeft ooit de onzalige gedachte opgevat te komen broeden op onze graanakkers. Op de grond onopvallend tussen de opgaande vegetatie. Zijn de jongen bijna vliegklaar, dan passeert de maaidorser en is het broedseizoen om zeep. Dus ofwel moet de boer worden gewaarschuwd ofwel moet de vogel in een graanakkerreservaat komen broeden: zonder hulp van natuurbeschermers lukt het niet meer.

    Net als de hamster horen de kiekendieven eigenlijk thuis in de open steppen van Oost-Europa en Centraal Azië. De hamster heeft haar vergissing ingezien en trekt zich al terug, ondanks verwoede pogingen om de soort hier in Vlaanderen te houden. De kiekendieven zijn wat trager van begrip. Een broedgeval van de grauwe kiekendief wordt nog steeds beschouwd als een succes voor een natuurgebied. Tegelijk is het een potentiële ramp voor de Rode Lijstsoorten die er verblijven.

    De menukaart van de grauwe kiekendief heeft namelijk ook een andere kant. De ‘streekspecialiteiten’ met eieren en jongen van onder andere veldleeuwerik, graspieper, grauwe gors en kwartelkoning; schattige dwergmuizen; hamsters jong en oud; de bedreigde moerassprinkhaan … Straks komt het nog zover dat de grauwe kiekendief helemaal niet meer welkom is in onze gebieden.











    02-03-2021 om 17:54 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    22-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    De hop, een zeer zeldzame broedvogel

    In het begin van vorige eeuw was de hop een schaarse tot zeer schaarse broedvogel in Vlaanderen, met een hoogtepunt van 60 tot 80 broedparen midden jaren vijftig. Vanaf de jaren '60 zijn de aantallen beginnen kelderen. In Wallonië was de soort tot 1979 een regelmatige broedvogel. Pas in 2009, dertig jaar later dus, kon er in Chimay nog eens een broedgeval worden opgetekend. Dat de hop vroeger wel in Vlaanderen voorkwam merken we ook aan uitdrukkingen als ‘een stinkhoep’ en ‘een vuile hoep’ voor een onverzorgde vrouw.

    Het verdwijnen van de Hop in Vlaanderen heeft ongetwijfeld te maken met landbouwpraktijken zoals het gebruik van kunstmest, pesticiden en antibiotica. Ook de teloorgang van een gevarieerd landschap met boomgaarden, heggen en bloemrijke graslanden speelt een rol. Hoppen eten vooral grote insecten, waaronder sprinkhanen, veenmollen en mestkevers en die vonden ze bv. rond hopen stalmest. Het opwarmende klimaat zorgt er wellicht voor dat deze warmte-minnende vogel weer kansen krijgt in ons land.

    In 2017 heeft de hop zich nog succesvol voortgeplant in Weelde (provincie Antwerpen), zo meldt het vogeltijdschrift Natuur.oriolus. Het broedgeval was het eerste sinds 1981. Toch was het niet helemaal onverwacht: de laatste 10 jaar zien we een toename van het aantal waarnemingen in België en Nederland, waar in 2012 ook een broedgeval was in Noord-Limburg.

    Ondanks zijn contrastrijke verenkleed is de hop soms verrassend makkelijk over het hoofd te zien als hij foerageert in de schaduw van heggen en bomen aan de rand van bossen en plantages. Onmiskenbaar zijn de zwart gerande kuif, het roze-bruine lichaam, de zwart met wit gebandeerde staart en breed afgeronde vleugels, alsook de lange gebogen snavel (4-5 cm). De donkere poten zijn vrij kort. De lichaamslengte varieert tussen 26 en 28 cm; de spanwijdte wisselt tussen 44 en 48 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 60 en 75 g. De vlucht is fladderend (vlinderachtig) en nogal wankel, met onregelmatig ritme en licht golvend, vaak laag boven de grond.

    De hop broedt in cultuurlandschappen en open weidegebieden met boomgroepen, heggen en struiken; vaak in wijn- en boomgaarden. De hop komt vooral voor in gematigd en subtropisch Europa. Het Iberisch Schiereiland is verreweg het belangrijkste broedgebied.

    De hop roept van een dak of boomtak met opgerichte kuif, maar is verder stil en moeilijk te vinden. De indianentooi op zijn kruin spreidt hij alleen even na de landing tentoon, maar verder wordt die zelden opgericht. 

    Bij opwinding maakt de hop een hoog, luidruchtig ‘scheer’ als geluid, zoals de Turkse tortel. Ook een droog, rollend ‘tsjerr’ bv. bij het nest. De ver dragende baltsroep die hij voortbrengt in de broedtijd, klinkt als een hobo-achtige, gedempt, laag, snel herhaald "hoep-hoep-hoep"

    De hop vertoeft veel op de grond, waar hij zich met rukkende bewegingen energiek voortbeweegt, zoals een spreeuw. Om te foerageren heeft de vogel kale plekken of veldjes met kort gras nodig om met zijn dunne snavel larven, insecten, rupsen en wormen op te pikken. Soms vangt hij ook wel eens kikkers en hagedissen.

    De hop nestelt in een boomholte, stenen muur of hol in de grond. De plek raakt al snel vervuild door uitwerpselen en voedselresten. Het legsel van april tot juli bestaat uit 5 tot 8 eieren, die na 15 tot 16 dagen uitkomen. Het vrouwtje verdedigt haar kuikens tegen indringers door ze te besproeien met een stinkende vloeistof. De uitgesproken stank is enerzijds te wijten aan het nest dat nooit wordt schoongemaakt (voedselafval en mest blijven achter), anderzijds aan een klier die het vrouwtje aan de basis van haar staart heeft, waarmee ze tijdens de broedtijd een walgelijk geurtje verspreidt. Een bijnaam voor de hop is dan ook ‘drekhaan’ De jongen zitten zo'n 26-30 dagen op het nest voor ze uitvliegen.

    Veel hoppen uit Zuid-Europa zijn standvogel en blijven er het hele jaar toeven, maar de noordelijke hoppen vliegen iedere herfst naar het zuiden (tropisch Afrika) en keren vroeg in het voorjaar terug. Sommige vliegen te ver en komen dan in West-Europa, soms tot in Nederland. Ook in het najaar duikt er wel eens een hop op in onze contreien. Als zeldzame doortrekker zijn hoppen vooral te zien in de periodes maart-mei en augustus-oktober.

    De hop is een kritische soort die afhankelijk is van zeer extensieve landbouw in een rijk oud cultuurlandschap met veel oude bomen, vervallen bouwsels e.d. De kans op hervestiging in onze regio’s is dus niet groot. Bescherming in Frankrijk, Duitsland en Polen is essentieel om de hop ooit te laten terugkeren als broedvogel, maar ook daar is de intensivering van de landbouw de dominante trend, inclusief bestrijdingsmiddelen die grote insecten bestrijden. Rode Lijsten bevatten soorten die worden bedreigd of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bv. door hun leefgebieden te verbeteren.

     











    22-02-2021 om 16:52 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    16-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Winterprik werd vele uilen fataal

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen – de Kerkuilenwerkgroep

    De winterprik van vorige week mag met de huidige temperaturen rond 6° C dan wel tot het verleden behoren, hij heeft in zijn korte periode toch heel wat slachtoffers gemaakt onder de wilde dieren. De laatste dagen zijn onder meer heel wat berichten binnengelopen over dode kerkuilen. Deze nacht-actieve soort heeft hoofdzakelijk muizen op zijn menu staan. De gevonden vogels bleken allemaal gestorven aan ondervoeding.

    Omdat er in schuren steeds minder graan wordt opgeslagen en er dus geen muizen meer worden aangetrokken, hebben kerkuilen het doorgaans al lastiger dan pakweg 25 jaar geleden. Ze krijgen het nog veel moeilijker als er een sneeuwtapijt ligt en wanneer het daarbovenop ook nog eens stenen uit de grond vriest. Bij een sneeuwdek van minstens 7 cm dik kunnen muizen zich beter verschansen waardoor ze moeilijker te vangen zijn. Een kerkuil kan dan nagenoeg geen vetreserves aanleggen, terwijl er heel wat energie nodig is om zijn lichaamstemperatuur van om en bij 40°C op peil te houden.

    Een residerend kerkuil-koppel heeft in normale omstandigheden buiten de broedperiode al bijna 3000 muizen nodig om te overleven. Dat zijn minstens 10 muizen per nacht. Sommige kerkuilen gaan daarom in ongunstige periodes – zoals tijdens deze harde vrieskou – tegen hun instinct in overdag jagen om zo hun levenskansen te verhogen.

    In 2019 telde de kerkuil-populatie in Vlaanderen 1389 geregistreerde broedparen en dit is voornamelijk de verdienste van honderden vrijwilligers van de Kerkuilenwerkgroep, afdeling van Vogelbescherming Vlaanderen. Over de jaren heen heeft de Kerkuilenwerkgroep in Vlaanderen circa 3000 nestkasten voor kerkuil opgehangen. Ongeveer 95% van de Vlaamse, geregistreerde kerkuil-populatie broedt momenteel in zo'n nestkast. Op deze manier kon de populatie kerkuilen in Vlaanderen terug naar een gezond niveau worden gebracht. En dat is geen overbodige luxe als een winterprik zoals deze de populatie een ferme slag kan toebrengen. Het werk van de Kerkuilenwerkgroep blijft dus ook in de toekomst cruciaal om de aantallen van deze soort op peil te houden.

    Wil je meer weten over de werking van de werkgroep, surf dan naar de website of breng een bezoek aan de facebook- of instagram-account.

    Vond je zelf een dode (kerk-)uil die een aluminium ring aan de poot droeg, meld het dan op de website van de Kerkuilenwerkgroep of op die van het Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen. Het kadaver zelf moet niet bewaard of ergens worden ingeleverd.

    Willen wij ons milieu beter kunnen beschermen, dan moeten we eerst begrijpen welke onderliggende meningen en overtuigingen er bestaan zowel bij de beleidsmakers, de uitvoerders als het ruime publiek. Interesse en bereidheid om zich in te zetten voor een betere bescherming zijn afhankelijk van welke gevoelens, bezorgdheden en angsten een persoon hierbij heeft. Het wekt de interesse op of laat iemand koud. Wanneer het iemand niet boeit gaat men bv. weinig of geen rekenschap houden met de juiste noden rond habitats en voedsel of gaat men bedreigingen negeren.
    Om deze aspecten van de bescherming beter te begrijpen, bestudeert de Kerkuilenwerkgroep uilen, want deze dieren laten hen niet onverschillig. Via volgende vragenlijst wil men graag weten wat jij spontaan denkt over uilen. Men stelt je verschillende vragen over uilen, wat je ervan weet, denkt en voelt.

    Een Zwitserse onderzoeksgroep heeft de hulp ingeroepen van de Kerkuilenwerkgroep Vlaanderen, om deze enquête te verspreiden in België. Graag vragen ze een 5-tal minuutjes van je tijd om deze in te vullen. Klik op bovenstaande link, klik vervolgens op ‘Jij en de uil’ voor Nederlands en ga zo naar de vragenlijst.

    https://you-and-the-owls.webnode.com

    De visie van de Kerkuilenwerkgroep op de bescherming van inheemse diersoorten, hier dus de Kerkuil, sluit 100% aan bij de visie van Vogelbescherming Vlaanderen.

    Vanuit de Kerkuilenwerkgroep weerklonk het signaal dat er enkele zwakke schakels zijn in het veilig stellen van onze populatie kerkuilen. Aangezien de meer dan 500 vrijwilligers al langer dan 40 jaar de Kerkuil monitoren, weten ze beter dan wie ook waar de hiaten zich bevinden die de overlevingskansen van de Kerkuil in Vlaanderen verkleinen. De Kerkuilenwerkgroep werkte een nieuw plan uit om die zwakke schakels aan te pakken en zette een extra beschermingsproject op. Op die manier willen ze met raad en daad de Kerkuil en zijn biotoop nog beter beschermen.

    Voornaamste acties:

    • er worden 200 extra nestkasten geplaatst om de aaneensluiting van versnipperde relictpopulaties te verzekeren;
    • de verzamelde data, kennis en ervaringen worden vertaald in praktische handleidingen, rapporten en beleidsnota’s;
    • voor het publiek worden allerhande educatieve en informatieve activiteiten georganiseerd om de betrokkenheid te verhogen en de bescherming in het veld te versterken.

    Uiteraard kunnen deze plannen niet worden uitgevoerd zonder financiële middelen. Vooral de bouw, plaatsing en het inbraakveilig maken van 200 duurzame nestkasten vraagt een serieuze investering. Vogelbescherming Vlaanderen is dan ook heel blij dat ze met een projectaanvraag 20.000 euro steun kon losmaken uit het Fonds Jozef Van Ammel, beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Op die manier zullen we samen bijdragen aan een meer en betere bescherming van onze fauna.

     











    16-02-2021 om 11:29 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kolgans

    Geraadpleegde bron: Beestenboel: De kolgans [Dirk Draulans]

    De kolgans heeft een goed jaar achter de rug. Er zitten grote gezinnen in onze poldergebieden. De kolgans is een van de kleurigste en levendigste van de grauwe ganzen, maar is een vrij kleine gans met een herkenbare voorhoofdbles, een witte band ('kol') rond de basis van de roze snavel. Jonge vogels hebben die kol nog niet, zodat ze er wat anders uitzien dan hun ouders. Wetenschappers gebruiken het verschil om het broedsucces van de kolgans te bepalen aan de hand van waarnemingen in de winter.

    Het bruine lijf oogt grijzer bij felle zon en vertoont lichte strepen op de rug. De buik wordt gekenmerkt door de zwarte dwarsbanden en opvallend is de brede donkere staartband. Kolganzen vliegen zowel in rijen (V-formatie) als in ordeloze groepen, maar altijd met uitgestrekte kop en hals. De bovenvleugel is donkerbruin met een fijne witte scheidingslijn en eindigt in een klein grijs veld. De poten zijn fel oranje. De lichaamslengte varieert tussen 65 en 78 cm; de spanwijdte wisselt tussen 1.30 en 1.65 m en het lichaamsgewicht schommelt tussen 1.9 en 2.5 kg. Bij heldere nachten voeden de vogels zich ’s nachts; ze grazen, gedurig voorwaarts lopend, op vaste grond en eten gras, wortels, wintertarwe en graan.

    Kolganzen overwinteren in polder- en andere landbouwgebieden in de Lage Landen, maar ze broeden overwegend in nattere delen van de verlaten Russische toendra waar ze minder gemakkelijk te bestuderen zijn. Water is onmisbaar; niet alleen om te drinken, maar ook als veilige plek om ’s nachts te rusten. Brede rivieren en riviermondingen zijn favoriet.

    Eind november lanceerden Nederlandse ganzenonderzoekers een bijna euforisch bericht: het broedseizoen van 2020 was het beste sinds 2013, met 18% jonge vogels in de populatie – in 2017 was het amper 8% Om een populatie op peil te houden, is 18% jongen het minimum.

    Kolganzen reizen graag in familiegroepjes, waardoor ook de gezinsgrootte kan worden bepaald. Het nest is niet veel meer dan een kuil, gevoerd met gras en dons. Opgewonden dominantie en dreiggedrag zijn kenmerkend voor de baltsende wintergroepen. De hoge lachende roep heeft een ‘kink’ in het midden, waardoor hij jodelend klinkt: lyo-lyok of  kauw-yow, als een roedel honden op afstand.

    Gemiddeld brengen succesvolle koppels twee jongen mee, maar deze winter zijn gezinnen met 4 tot 6 jongen vrij algemeen. Er worden zelfs families met 10 jongen gezien. Die zijn waarschijnlijk het gevolg van natuurlijke adoptie. Als ganzenkuikens in de losse broedkolonies hun ouders kwijtraken, bv. na verstoring door een ganzeneter als een poolvos of zeearend, kunnen ze zich aansluiten bij een ander gezin. Omdat de ouders hun jongen alleen begeleiden en bewaken, maar niet voeden, maakt dat niet zoveel verschil. Grotere families krijgen in de wintergebieden gemakkelijker toegang tot betere graaslanden, wat een concurrentieel voordeel is.

    Het hogere broedsucces in 2020 zou toe te schrijven zijn aan een groot aantal lemmingen op de toendra, waardoor poolvossen minder ganzenkuikens aten. Op langere termijn lijkt 18% jongen echter bedroevend laag. Tot in de jaren 1990 waren proporties van 50% jongen in de winterpopulatie geen uitzondering. Misschien is de procentuele afname deels een passief gevolg van groeiende ganzenpopulaties, waardoor er verhoudingsgewijs meer volwassen vogels zijn. Want kol- en andere ganzen doen het de laatste kwarteeuw bij ons uitzonderlijk goed.

    In 2020 publiceerden biologen Eckhart Kuijken en Koen Devos (van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) in het blad Natuur.oriolus een analyse van het wedervaren van onze winterganzen. Ganzen doen het uitstekend dankzij een betere bescherming en een veranderend landbouwlandschap. Productieve graslanden en oogstresten op winterakkers zijn junkfood voor de dieren, waardoor ze gemakkelijker de winter overleven en in betere conditie aan het broeden kunnen beginnen.

    Het aantal overwinterende kolganzen in Vlaanderen is sinds de jaren 1990 bijna verdrievoudigd. Gemiddeld zijn er nu zo'n 60.000. De laatste koude winter (2010/11) kende een piek van bijna 150.000 vogels. In Nederland overwinteren zo'n 850.000 kolganzen – de wereldpopulatie wordt op 2 miljoen vogels geraamd. Ondanks haar fragiele broedsucces hoeven we ons dus niet al te veel zorgen te maken over het welzijn van de kolgans. Maar in de wispelturige natuur is een plotse kentering niet uit te sluiten. Waakzaamheid blijft in alle omstandigheden geboden. 

     











    07-02-2021 om 17:16 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    28-01-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Actieplan grote karekiet

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Nederland: De ecologie van de grote karekiet ontrafeld: flinke stappen op weg naar bescherming

    De sterk bedreigde grote karekiet is nu al een aantal jaren onderwerp van onderzoek, waardoor de oorzaken van de achteruitgang van deze boeiende soort steeds duidelijker worden. Hierdoor weten we steeds beter wat te doen om de grote karekiet te beschermen. Het aantal grote karekieten stijgt weer licht. De kwaliteit van zijn favoriete nesthabitat – stevig waterriet – én de omvang hiervan zijn cruciaal en bepalen tevens het broedsucces.

    De naam karekiet is een tamelijk geslaagde nabootsing van het geluid van de rietbewoner. De zowel overdag als ’s nachts luid ten gehore gebrachte zang klinkt namelijk ongeveer als ‘karre-karre-kiet-kiet’. In onze regio’s is het een vrij schaarse broedvogel. Kenmerkend aan het verenpak zijn de effen warmbruine bovendelen, de lange brede donkerbruine afgeronde staart met lichte stuit, de lange vleugelpunten, de bleek roodbruine onderkant, het gelig streepje van snavel tot oog en de donkere oogstreep, de dikke snavel met zwarte bovenhelft en de witte keel. De lichaamslengte varieert van 19 tot 20 cm; de spanwijdte reikt tot 25-26 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 30 en 40 g.

    Zijn favoriete biotoop wordt gevormd door velden met stevig, overjarig riet, waarin hij zijn omvangrijk nest kan ophangen, aan de rand van plassen en grote rivieren. Het is in Europa een zomergast die zijn winterkwartieren in tropisch Afrika heeft. Het nest is een mooi afgewerkt, komvormig bouwsel van grashalmen en rietbladeren, opgehangen aan enkele stevige verticale rietstengels. Binnenin is de nestkom met fijner materiaal gevoerd. De 4 tot 5 eieren worden door beide ouders in circa 2 weken uitgebroed. Na een dag of 12 beginnen de jongen al in het riet rondom het nest te klauteren en enkele dagen later kunnen ze vliegen. Soms volgt er nog een 2de broedsel. Het voedsel van de grote karekiet bestaat uit allerlei insecten en hun larven, zoals libellen, langpootmuggen, eendagsvliegen, kevers, vlinders en muggen. Daarnaast verschalken ze ook spinnen en soms zelfs jonge kikkertjes en salamanders.

    Ooit was in de jaren ’50 van de vorige eeuw die geweldige ‘krasser’ van het rietland met duizenden paren present in Nederland. Nu huizen er nog geen 100 paartjes en staat hij al decennia op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. In de laatste bolwerken – Loosdrecht en de Noordelijke Randmeren – worden daarom op initiatief van Vogelbescherming Nederland grote karekieten al enige jaren onderzocht. Aantal en verspreiding, maar vooral broedsucces, voedsel, leefgebied én – heel belangrijk – het effect van beschermingsmaatregelen zijn er onderwerp van studie. Men krijgt hierdoor steeds meer inzicht in wat men moet doen om een gezonde populatie grote karekieten te behouden.

    De aantallen grote karekieten nemen vooral af door het verdwijnen van zijn broedhabitat: hoog, stevig water- en ‘stromings’-rietland. Grauwe ganzen – sterk toegenomen in de laatste 40 jaar – zorgen door hun vraat voor de teloorgang van waterriet. Maar ook het water is minder voedselrijk geworden, waardoor het riet op voedselarme bodems ijler en dunner wordt.

    Om waterrietkragen te beschermen zijn diverse maatregelen genomen, zoals het plaatsen van rasters om vraat van watervogels (vooral ganzen) tegen te gaan. In het Vechtplassengebied zijn op 75 tot 80 plekken rietkragen beschermd tegen ganzenvraat, met globaal 8 tot 10 km raster. In de Randmeren betreft het ongeveer 60 locaties met in totaal 4.4 km. Het werkt: riet achter de rasters loopt in een snelheid van 1,5 tot 2 m per jaar uit.

    Sinds 2017 neemt de populatie grote karekieten weer licht toe in de Vechtplassen en de Noordelijke Randmeren. Dit geldt echter voor geheel Nederland zodat het niet zonder meer duidelijk is dat de maatregelen er de oorzaak voor zijn. Maar positief is dat inmiddels al meer dan 35% van de grote karekieten op locaties achter rasters broedt, waar de kwaliteit van de rietkragen verder zal toenemen. Deze paren hebben ook een redelijk tot goed broedsucces wat langzaam maar zeker tot populatiegroei kan leiden. Vanaf 2019 vestigden grote karekieten in Loosdrecht zich ook op nieuwe locaties waar het riet, voordat de rasters werden geplaatst, was afgetakeld. Dit wijst erop dat uitbreiding daadwerkelijk plaatsvindt. Door de maatregelen neemt het areaal aan waterriet toe, maar het aantalsverloop van de grote karekieten houdt (nog) geen gelijke tred.

    Zou er dan iets loos zijn met het broedsucces en de vestigingsmogelijkheden?

    Om die vraag te beantwoorden is een driejarig onderzoek uitgevoerd in de Loosdrechtse Plassen en de Noordelijke Randmeren. Hieruit blijkt dat de legselgrootte tussen deze gebieden niet verschilt, maar het broedsucces (het aantal uitgevlogen jongen per nest) wél. Dat was in de Noordelijke Randmeren met 2,4 per paar aanmerkelijk beter dan in Loosdrecht, 1,3 jong per paar. Dat verschil komt vooral door het grote verlies van nesten door onbekende predatoren in Loosdrecht, vooral in 2019. Maar ook in niet gepredeerde nesten bleek dat er veel minder jongen uitvlogen in Loosdrecht dan in de Noordelijke Randmeren. Dit suggereert dat er mogelijk nog iets aan de hand is.

    Grote karekieten maken hun nest het liefst in brede in diep water gelegen rietkragen, ver van de randen, zowel aan de waterzijde als de landzijde. Wat bleek? De nesten die in rietkragen van minder dan 10 m breed lagen, bleken de minste jongen groot te brengen. Juist nesten in deze smalle rietkragen, veelal ontstaan door begrazing van grauwe ganzen, zijn kwetsbaar. Ze worden sneller gevonden door roofdieren. Maar ze verschaffen wellicht ook veel minder voedsel (insecten) voor de jongen. Hierdoor ontstaat er een inferieur leefgebied voor grote karekieten. Het is daarom zeer belangrijk om te zorgen dat waterrietland weer in omvang en kwaliteit kan groeien en er meer optimaal leefgebied ontstaat voor grote karekieten. De komende jaren zal het onderzoek hierop gericht blijven, waarbij ook het effect van de rasters op de rietkragen en op het broedsucces van de grote karekieten wordt gevolgd.

     











    28-01-2021 om 16:18 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    19-01-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oehoe spreidt vleugels uit over heel Vlaanderen

     

    Geraadpleegde bronnen: De Standaard: Tom Ysebaert / Opvangcentrum voor wilde dieren Kapellen: coördinator Daphne Van Mieghem

    Het gaat hard met onze grootste uil, oehoerend hard. Dat merken ze in de opvangcentra, waar opvallend veel hulpbehoevende exemplaren binnenkomen.

    Een gebroken vleugel, een gebroken snavel. In het opvangcentrum voor wilde dieren in Kapellen, het noorden van de provincie Antwerpen, kregen ze vorig jaar 3 gewonde oehoes binnen. Dat was nog nooit gebeurd. De oehoe is onze grootste uil en met zijn spanwijdte tot 1,8 meter een imposante verschijning. Er werden 2 van de roofvogels in de buurt gevonden, eentje verstrengeld in prikkeldraad in Stabroek, een andere in Brecht. Die was er ­erger aan toe. De helft van zijn snavel was weg, vertelt coördinator Dafne Van Mieghem. Waarschijnlijk was hij ergens tegenaan gevlogen. Een tandarts bracht redding met een prothese. Inmiddels eet de oehoe weer normaal en zit hij zijn revalidatie uit.

    Het 3de exemplaar kwam van verder. Jagers uit de buurt van ­Kapellen hadden een gewond vrouwtje in de Ardennen gevonden en het meegebracht naar het opvangcentrum. Dat schakelde een dierenarts in die haar gebroken vleugel opereerde en er een pin in bevestigde. Nadat ze was opgeknapt, werd ze een week geleden vrijgelaten, in de buurt van waar ze ­gevonden was. Van Mieghem was onder de ­indruk van de uilen en vooral van de kracht in hun grote klauwen. Als de vogel die samentrekt, gaan ze dwars door onze dikste handschoenen heen.

    Ook de collega’s van het opvangcentrum in Geraardsbergen mochten het afgelopen jaar streepjes ­bijtrekken op hun oehoelijst. Op de Scherpenberg in Ronse had een kleuter van 4 de vogel gespot toen hij op nieuwjaarsdag aan het wandelen was met z’n ouders. Met de hulp van een ervaren valkenier konden ze de vogel naar het opvangcentrum brengen. De vogel was uitgeput en graatmager. Röntgenfoto’s toonden dat hij een gekneusde elleboog had. Men houdt hem nu nog 3 weken klein behuisd en laat hem dan vliegen in een volière. Als dat goed gaat, is hij klaar om weer te worden vrijgelaten. Het was hun 2de wilde oehoe in één jaar. De andere was een kuiken waaraan de hond van wandelaars in het Muziekbos in Ronse ging snuffelen, vorige zomer. Vroeger leefde de vogel niet in deze streek, nu zijn er blijkbaar steeds meer.

    De opmars in Vlaanderen wordt bevestigd door een artikel in de jongste editie van het vogelblad Natuur.oriolus. In 2012 waren er 3 met zekerheid broedende of residerende duo’s geregistreerd, in 2020 al 46. De provincie Antwerpen kende een uitschieter, met 21. Op en rond de Kalmthoutse Heide ­alleen al ­wonen er 3 koppels. ­Alleen het bosarme West-Vlaanderen blijft nog wat achter. Er zijn er vermoedelijk meer, denkt vogelkenner Gerald Driessens van Natuurpunt, maar je krijgt ze zelden te zien. Overdag houden ze zich gedeisd, ze jagen immers in het duister. De kans is groter dat je hun roep, waaraan ze hun naam danken, ­opvangt. Dat zal veeleer in Wallonië voorvallen, waar het geluid op de rotswanden echoot en ­km ver draagt. In Vlaanderen waaiert de klank al snel uit in de bossen.

    Dat er zoveel oehoes opduiken in Vlaanderen, is opmerkelijk. De ­vogel was hier in de 20ste eeuw uitgestorven door de jacht en pesticiden, maar hij maakte het jongste decennium een opvallende rentree. Die is terug te brengen tot de herintroductie in Duitsland, waar in de jaren 1970 oehoes werden uitgezet. De populatie wist zich westwaarts uit te breiden en ­bereikte eerst Wallonië en vervolgens Vlaanderen. Limburg kreeg in 2005 de primeur, nadien volgden de andere provincies. Steengroeves zijn een favoriete pleisterplaats (en een klankkast voor hun roep), maar verlaten buizerdnesten in het bos vinden ze ook top.

    Zijn kloeke uiterlijk belet niet dat de roofvogel kwetsbaar is, vooral in het verkeer. Hij vliegt laag en traag en is daardoor vaak het slachtoffer van aanrijdingen. Toch heeft hij ook troeven voor zijn voortbestaan. Om te beginnen eet hij van alles, van ratten en duiven over jonge vossen en marters tot kraaien en andere uilen toe. En prooien vindt hij tegenwoordig ­genoeg in onze contreien. Bovendien past hij zich behoorlijk goed aan in het dichtbevolkte Vlaan­deren. In die zin is de vergelijking met andere ­teruggekeerde roofdieren, zoals de vos en de wolf, snel ­gemaakt.

    Een veelbesproken voorbeeld van niet-mensenschuwe oehoes was het paar dat in de lente van 2020 op een balkon van een flat in Geel zijn 3 jongen grootbracht. Een van de twee ouders moet een gekweekte, in gevangenschap ­opgegroeide oehoe geweest zijn, denkt Driessens. Anders zou die nooit zo dicht bij de mensen zijn gekomen. Dat gedrag van gekweekte exemplaren baart de vogelkenner wel wat zorgen. Als de oehoes in woonkernen gaan leven, zullen ze hun jagersoog vroeg of laat op huisdieren als katten en honden laten vallen. Dat zullen de eigenaars ­natuurlijk niet leuk vinden. Het zal van de vogel een geviseerde soort maken en dat zou ook voor de wilde exemplaren nadelig kunnen uitdraaien.

     

     











    19-01-2021 om 15:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • copyright (Ho-Merris)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Kauw (Henriëtte)
        op De kauw
  • Goedemorgen,mooie blog.Wens jullie nog een fijne dinsdag toe. (Mieke)
        op M-day, een mix, magische momentopnames
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Goedemiddag blogvrienden u bent van harte welkom
  • Hallo beste Franz,prachtige foto's met omschrijving,heel interssant om te kijken en te lezen
  • Goedemiddag blogmaatje
  • Voorbeeld???
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Momenteel zijn al onze activiteiten en vergaderingen omwille van de Coronacrisis opgeschort

    Archief per jaar
  • 2021
  • 2020
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 66 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, LINK en nu op RUST
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Poeslief is vaker agressief dan men denkt
  • De zomertaling
  • De kleine plevier
  • De fluiter
  • De sierlijkste kiekendief
  • Winterprik werd vele uilen fataal
  • De kolgans
  • Actieplan grote karekiet
  • Oehoe spreidt vleugels uit over heel Vlaanderen
  • De eidereend
  • Heeft de zomertortel een kans op redding?
  • De bedreigde roek
  • De pientere papegaaiduiker
  • De tapuit voelt zich weer thuis bij onze noorderburen
  • De kwartelkoningpopulatie weer opdrijven
  • Vliegende zondebok
  • Oehoe maakt comeback in Vlaanderen
  • De Purperreiger in onze streken is een trekvogel
  • Mexicaanse soldatenara bedreigd
  • Hoempen in het moeras
  • Negen tips van Vogelbescherming Nederland en Cornell Lab of Ornithology
  • Slapende vogels
  • De harpij, reus van het regenwoud
  • De notenkraker
  • De Noordse stern
  • De zwarte specht, een geheimzinnige bosvogel met een teruggetrokken levenswijze
  • De kruisbek
  • De goudvink
  • Ouderlijke zorg vergroot de overlevingskansen van de nakomelingen
  • De houtduif
  • Lichtgevoelige chip legt trekroute en overwinteringsplaatsen van gierzwaluw vast
  • Trekvogelonderzoek van de gierzwaluw (Apus Apus)
  • Een sperwervrouwtje op bezoek
  • Vogelkijken is een passie
  • Zelfde plaats, zelfde tijd, nu door het oog van de leermeester
  • Vogels kijken is dé grote passie van de bekende cabaretier Begijn Le Bleu
  • De witgesterde blauwborst
  • De Kuifeend: grootste Belgische kolonie oeverzwaluwen ooit!
  • De koperwiek
  • Eerste resultaten van 120 ha Zwinuitbreiding
  • Een veilige haven voor watervogels
  • De fitis
  • De appelvink, de krachtpatser onder de vinken
  • De zwartkopmeeuw
  • De witte kwikstaart, het ‘champetterke’
  • Vogels ringen: beter één vogel in de hand dan tien in de lucht
  • De havikarend
  • De roodhalsfuut

    Nieuws VRT NWS
  • Vanaf maandag 19 april mag je weer op (niet-essentiële) reis, maar dan moet je je wel aan deze regels houden
  • Amerikaanse politievrouw die zwarte man doodschoot in Minneapolis wordt beschuldigd van doodslag
  • Zuid-Afrikaanse gerecht vraagt voormalig president Jacob Zuma om eigen straf te bepalen
  • Zorgsector erg bezorgd over aangekondigde versoepelingen: "Ik hou mijn hart vast"
  • Terrassen open op 8 mei en avondklok wordt afgeschaft: dit heeft het Overlegcomité beslist
  • VUB-gastprofessor Ahmadreza Djalali zit niet langer in Iraanse isoleercel, maar loopt nog risico op de doodstraf
  • Welke vragen heb jij over de nieuwste beslissingen van het Overlegcomité?
  • Taskforce Vaccinatie adviseert Johnson & Johnson voorlopig niet toe te dienen, nadat producent dat heeft gevraagd
  • LIVE - Het journaal extra 17u
  • Spaans naturistenresort van koppel uit Beveren bekroond als beste

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    mira_erwin
    www.bloggen.be/mira_er
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!