Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto

Momentum

04/07/07

Beste vogelvriend …

Startdatum: om meteen de drempelvrees te verlagen stel ik voor dat iedereen een reactie ventileert over het wegblijven van een birdyreünie; het kan kort in de 'poll'-rubriek en wat uitgebreider in dit communicatievenstertje.
Het was Oswald die mij ooit voorstelde ons wat dieper in het internet te nestelen, wat nu via deze blog is gebeurd, weliswaar zonder een referendum te houden.
Bij deze nodig ik jullie uit je mening te ventileren, want de bedoeling is een handig alternatief aan te bieden.
Tot heel binnenkort …

04/07/08

Happy Birdyday …

 

Temidden van een levendige en warmhartige woonwijk, ligt een door menselijke bebouwing omzoomde biotoop … een fraaie frisgroene weelderige oase, waar de birdyfans de gevederde tuinbezoekers graag welkom heten en gul onthalen.

Die verwennende gastvrijheid in een gezellig en veilig rustoord, bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid, prikkelt de vertrouwenwekkende aanhang, de nesteldrang met vrolijk vogelgezang en feestelijke voortgang. We hopen volgend jaar nog meer ‘straatketten’ naar de Kille Meutel te lokken …

 

04/07/09

 

Je zoekt, vindt en kiest

een levensweg, die je deelt

met trouwe vrienden …

 

Precies vandaag bestaat ons“Kille Meutel”Forumpje 2 jaar.

Sinds de wondermooie opnames van onze huisfotografen het “Blogscherm” sieren, loopt het aantal bezoekers gevoelig op.

Een verheugende en hartverwarmende vaststelling, daar eveneens destijds de voor natuurliefhebbers en vogelbeschermers bedoelde nieuwsbrieven, geïllustreerd met tekeningen, een educatieve waarde beoogden.

Sedert kort werd de rubriek“Birdywatch”gelanceerd, initieel opgevat als verzamelbox voor (tuin)observaties van vogelspotters.

Momenteel is een gebruiksvriendelijke observatiefiche, waarin de waarnemer zijn vaststellingen optekent, nog niet beschikbaar.

Met een klik op“Vogelwaarnemingen” nodigt de rubriekenindeling de bezoeker uit een pittige anekdote,een blikvanger,een weetje of een suggestie neer te pennen.

Af en toe duikt over een verschenen artikel een leuke en spontane “Reactie” op of laat men een indruk na in het “Gastenboek”.

In de speurtocht naar kennisdeling en verwondering wekken, blijft de drijfveer“Alles kan altijd beter”…

04/07/10

 

Vandaag hebben we weer wat te vieren want de blog bestaat 3 jaar.

Onze trouwe huisfotografen Jo en Wim blijven voor merkwaardig beeldmateriaal zorgen en dan is het ook niet verwonderlijk dat het bezoekersaantal gestaag aangroeit.

Met vereende krachten hebben we met ons klein, maar niet minder enthousiast clubje vogelvrienden een mussenteltraject uitgezet om in de streek (Zaventem, Nossegem, Sterrebeek, Kraainem) op 17 verschillende telpunten onze geliefde‘straatketjes’ te tellen.

Hierdoor maken we deel uit van de mussenwerkgroep Vlaanderen die naast het jaarlijks weerkerend mussentelweekend in samenwerking met de universiteit Gent een grootschalig huismussenonderzoek coördineert.

Wij blijven uiteraard ook gefocust op de vliegbewegingen binnen onze tuinenbiotoop. Tijdens de jongste reünie gaven enkele haiku’s mooi weer hoe fel we gehecht zijn aan onze gevederde levensgezel; meteen ook een gelegenheid om de loyale vogelliefhebbers een welverdiende  huismuspin op te spelden …

Dakpan of dakgoot,

voor de huismus is een nest

in Kille Meutel – Georges

Tjilpende huismus,

nest in de Kille Meutel

welkom bij ons hier – Arlette

Kijk Kille Meutel,

veel parende huismussen,

hemel op aarde – Oswald

Kille Meutel vriend,

huismus breng ons samen en

laat het blijven zijn – Chris

Groene oase,

paradijs voor de huismus,

dé Kille Meutel – Franz

04/07/11

Drukke en woelige tijden tasten al eens vaker de drang aan om over de fascinatie voor het
vedervolkje te communiceren.Immers in de Brusselse betonnen biotoop beter bestuurlijk beleid geldt de regel: first things first and don't feel free as a bird!
Toch is het bezoekersaantal op jaarbasis weer gevoelig toegenomen dit jaar, een eerbetoon dat vooral de huisfotografen toekomt, die voor kwalitatief hoogstaande visuele impressies zorgen.In de loop van volgend jaar zal de Kille Meutel een bijdrage leveren aan de geplande acties van de mussenwerkgroep Vogelbescherming Vlaanderen.

04/07/12

Inmiddels hebben ruim 51 000 bezoekers op de blog 275 artikels en 125 vogelportretten geraadpleegd, alsook 1 100 foto's, waarvan de helft door onze huisfotografen werd aangeleverd. Uit statistieken ter beschikking gesteld door de providers kunnen we afleiden 
dat 54% Nederlanders en 41% Vlamingen geregeld de blog raadplegen en dan het vaakst gedurende de weekdagen (70%), voornamelijk tussen 13.00 en 18.00 u en 30% tijdens het weekend. Tijdens de maanden juli, augustus en september heeft de blog 'begrijpelijk' minder succes.De Kille Meuel blijft zich samen met Vogelbescherming Vlaanderen inzetten voor het behoud van de huismus.  

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Mijn favorieten reeks 1
  • bloggen.be
  • Natuurpunt
  • National Geographic
  • Natuurfotograaf Mineur
  • Vogelbescherming Vlaanderen
  • Vogelportretten Birdpix
  • Vogelportretten Birdfocus
  • Vogelbescherming Nederland
  • Belgium Digital
  • Vogelzang
    Mijn favorieten reeks 2
  • Favoriete vogel 2014
  • Instituut voor natuur- en bosbouw
  • Mussenwerkgroep
  • Natuurfotograaf Laura Sperber
  • Vogelencyclopedie
  • Natuurfotgrafen Monique & Luc Bogaerts
  • Natuurfotograaf Pieter Cox
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    TO DO - List

    Kille Meutel Meetings Overlegmomenten Vogelbescherming Vlaanderen Overlegmomenten Natuurpunt Overlegmomenten WWF Overlegmomenten Greenpeace Overlegmomenten INBO

    KILLE MEUTEL
    Vogelvrienden
    02-03-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De sierlijkste kiekendief

    Geraadpleegde bron: Natuurblad: Grauwe kiekendief [Peter De Ridder]

    Roofvogels spreken tot de verbeelding. Hun kracht en hun snelheid, daar willen we ons mee vereenzelvigen. Binnen de vogelbescherming nemen ze een bevoorrechte plaats in en met het FIR (Fonds voor Instandhouding van Roofvogels) hebben ze hun aparte beschermengel. Dat mag wel, want het is tegenwoordig niet meer zo eenvoudig om roofvogel te zijn in Vlaanderen.

    De torenvalk vangt bermmuizen, de slechtvalk stadsduiven, de buizerd ruimt de zieke en dode konijntjes op in onze weilanden en de sperwer de talrijk aanwezige koolmeesjes en Turkse tortels in onze achtertuinen. Dat zijn de vier die zich het best hebben aangepast aan ons en die het dan ook relatief goed doen. Al de rest blijft rekenen op natuurbescherming.

    Roofvogels werden vroeger als de vijand gezien, zeker door de jagers. En nu lijkt het erop dat één soort in conflict komt met de natuurbeschermers zelf. Het verhaal van de grauwe kiekendief.

    Het begint al met de naam. Doorgaans wordt een vogel genoemd naar het prachtkleed van het volwassen mannetje, bij vogels ‘het schone geslacht’. ‘Grauw’ is een troosteloze novemberlucht. De kleur van een mannetje grauwe kiekendief in al zijn glorie is echter het schitterend parelgrijs van de onderbuik van een zomers schapenwolkje. De vogel wordt schromelijk te kort gedaan. En dan nog ‘kiekendief’. Zie je zo’n ranke roofvogel een kip uit een hok hijsen? Ik dacht het niet!

    En ook al zegt de etymologie ons dat het eigenlijk ‘kuiken’dief is, een dief blijft een dief. Dan is de vogel beter af in onze buurlanden.

    Het elegante Duitse ‘Weih’ gaat terug op oudgermaans en betekent zoiets vaags als ‘jager’, het Engelse ‘harrier’ heeft een al even onpeilbare oorsprong met wellicht eenzelfde betekenis. De wetenschappelijke naam Circus (‘cirkel’) verwijst naar het gracieuze luchtballet van baltsende kiekendieven.

    Kracht en snelheid zijn niet de eerste woorden die je te binnen schieten wanneer je een jagende kiekendief gadeslaat terwijl hij in een lage kantelende vlucht boven een weiland patrouilleert. Met zijn lange gele poten stort hij zich op een prooi in het hoge gras. De menukeuze spreekt niet echt tot de verbeelding: dagelijkse kost als kikkers, muizen, sprinkhanen en aardwormen lijken een echte roofvogel onwaardig.

    De biotoopkeuze is ook niet zo gelukkig. De grauwe kiekendief verdween als broedvogel uit onze heidegebieden en moerassen en heeft ooit de onzalige gedachte opgevat te komen broeden op onze graanakkers. Op de grond onopvallend tussen de opgaande vegetatie. Zijn de jongen bijna vliegklaar, dan passeert de maaidorser en is het broedseizoen om zeep. Dus ofwel moet de boer worden gewaarschuwd ofwel moet de vogel in een graanakkerreservaat komen broeden: zonder hulp van natuurbeschermers lukt het niet meer.

    Net als de hamster horen de kiekendieven eigenlijk thuis in de open steppen van Oost-Europa en Centraal Azië. De hamster heeft haar vergissing ingezien en trekt zich al terug, ondanks verwoede pogingen om de soort hier in Vlaanderen te houden. De kiekendieven zijn wat trager van begrip. Een broedgeval van de grauwe kiekendief wordt nog steeds beschouwd als een succes voor een natuurgebied. Tegelijk is het een potentiële ramp voor de Rode Lijstsoorten die er verblijven.

    De menukaart van de grauwe kiekendief heeft namelijk ook een andere kant. De ‘streekspecialiteiten’ met eieren en jongen van onder andere veldleeuwerik, graspieper, grauwe gors en kwartelkoning; schattige dwergmuizen; hamsters jong en oud; de bedreigde moerassprinkhaan … Straks komt het nog zover dat de grauwe kiekendief helemaal niet meer welkom is in onze gebieden.











    02-03-2021 om 17:54 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    22-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    De hop, een zeer zeldzame broedvogel

    In het begin van vorige eeuw was de hop een schaarse tot zeer schaarse broedvogel in Vlaanderen, met een hoogtepunt van 60 tot 80 broedparen midden jaren vijftig. Vanaf de jaren '60 zijn de aantallen beginnen kelderen. In Wallonië was de soort tot 1979 een regelmatige broedvogel. Pas in 2009, dertig jaar later dus, kon er in Chimay nog eens een broedgeval worden opgetekend. Dat de hop vroeger wel in Vlaanderen voorkwam merken we ook aan uitdrukkingen als ‘een stinkhoep’ en ‘een vuile hoep’ voor een onverzorgde vrouw.

    Het verdwijnen van de Hop in Vlaanderen heeft ongetwijfeld te maken met landbouwpraktijken zoals het gebruik van kunstmest, pesticiden en antibiotica. Ook de teloorgang van een gevarieerd landschap met boomgaarden, heggen en bloemrijke graslanden speelt een rol. Hoppen eten vooral grote insecten, waaronder sprinkhanen, veenmollen en mestkevers en die vonden ze bv. rond hopen stalmest. Het opwarmende klimaat zorgt er wellicht voor dat deze warmte-minnende vogel weer kansen krijgt in ons land.

    In 2017 heeft de hop zich nog succesvol voortgeplant in Weelde (provincie Antwerpen), zo meldt het vogeltijdschrift Natuur.oriolus. Het broedgeval was het eerste sinds 1981. Toch was het niet helemaal onverwacht: de laatste 10 jaar zien we een toename van het aantal waarnemingen in België en Nederland, waar in 2012 ook een broedgeval was in Noord-Limburg.

    Ondanks zijn contrastrijke verenkleed is de hop soms verrassend makkelijk over het hoofd te zien als hij foerageert in de schaduw van heggen en bomen aan de rand van bossen en plantages. Onmiskenbaar zijn de zwart gerande kuif, het roze-bruine lichaam, de zwart met wit gebandeerde staart en breed afgeronde vleugels, alsook de lange gebogen snavel (4-5 cm). De donkere poten zijn vrij kort. De lichaamslengte varieert tussen 26 en 28 cm; de spanwijdte wisselt tussen 44 en 48 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 60 en 75 g. De vlucht is fladderend (vlinderachtig) en nogal wankel, met onregelmatig ritme en licht golvend, vaak laag boven de grond.

    De hop broedt in cultuurlandschappen en open weidegebieden met boomgroepen, heggen en struiken; vaak in wijn- en boomgaarden. De hop komt vooral voor in gematigd en subtropisch Europa. Het Iberisch Schiereiland is verreweg het belangrijkste broedgebied.

    De hop roept van een dak of boomtak met opgerichte kuif, maar is verder stil en moeilijk te vinden. De indianentooi op zijn kruin spreidt hij alleen even na de landing tentoon, maar verder wordt die zelden opgericht. 

    Bij opwinding maakt de hop een hoog, luidruchtig ‘scheer’ als geluid, zoals de Turkse tortel. Ook een droog, rollend ‘tsjerr’ bv. bij het nest. De ver dragende baltsroep die hij voortbrengt in de broedtijd, klinkt als een hobo-achtige, gedempt, laag, snel herhaald "hoep-hoep-hoep"

    De hop vertoeft veel op de grond, waar hij zich met rukkende bewegingen energiek voortbeweegt, zoals een spreeuw. Om te foerageren heeft de vogel kale plekken of veldjes met kort gras nodig om met zijn dunne snavel larven, insecten, rupsen en wormen op te pikken. Soms vangt hij ook wel eens kikkers en hagedissen.

    De hop nestelt in een boomholte, stenen muur of hol in de grond. De plek raakt al snel vervuild door uitwerpselen en voedselresten. Het legsel van april tot juli bestaat uit 5 tot 8 eieren, die na 15 tot 16 dagen uitkomen. Het vrouwtje verdedigt haar kuikens tegen indringers door ze te besproeien met een stinkende vloeistof. De uitgesproken stank is enerzijds te wijten aan het nest dat nooit wordt schoongemaakt (voedselafval en mest blijven achter), anderzijds aan een klier die het vrouwtje aan de basis van haar staart heeft, waarmee ze tijdens de broedtijd een walgelijk geurtje verspreidt. Een bijnaam voor de hop is dan ook ‘drekhaan’ De jongen zitten zo'n 26-30 dagen op het nest voor ze uitvliegen.

    Veel hoppen uit Zuid-Europa zijn standvogel en blijven er het hele jaar toeven, maar de noordelijke hoppen vliegen iedere herfst naar het zuiden (tropisch Afrika) en keren vroeg in het voorjaar terug. Sommige vliegen te ver en komen dan in West-Europa, soms tot in Nederland. Ook in het najaar duikt er wel eens een hop op in onze contreien. Als zeldzame doortrekker zijn hoppen vooral te zien in de periodes maart-mei en augustus-oktober.

    De hop is een kritische soort die afhankelijk is van zeer extensieve landbouw in een rijk oud cultuurlandschap met veel oude bomen, vervallen bouwsels e.d. De kans op hervestiging in onze regio’s is dus niet groot. Bescherming in Frankrijk, Duitsland en Polen is essentieel om de hop ooit te laten terugkeren als broedvogel, maar ook daar is de intensivering van de landbouw de dominante trend, inclusief bestrijdingsmiddelen die grote insecten bestrijden. Rode Lijsten bevatten soorten die worden bedreigd of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bv. door hun leefgebieden te verbeteren.

     











    22-02-2021 om 16:52 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    16-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Winterprik werd vele uilen fataal

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Vlaanderen – de Kerkuilenwerkgroep

    De winterprik van vorige week mag met de huidige temperaturen rond 6° C dan wel tot het verleden behoren, hij heeft in zijn korte periode toch heel wat slachtoffers gemaakt onder de wilde dieren. De laatste dagen zijn onder meer heel wat berichten binnengelopen over dode kerkuilen. Deze nacht-actieve soort heeft hoofdzakelijk muizen op zijn menu staan. De gevonden vogels bleken allemaal gestorven aan ondervoeding.

    Omdat er in schuren steeds minder graan wordt opgeslagen en er dus geen muizen meer worden aangetrokken, hebben kerkuilen het doorgaans al lastiger dan pakweg 25 jaar geleden. Ze krijgen het nog veel moeilijker als er een sneeuwtapijt ligt en wanneer het daarbovenop ook nog eens stenen uit de grond vriest. Bij een sneeuwdek van minstens 7 cm dik kunnen muizen zich beter verschansen waardoor ze moeilijker te vangen zijn. Een kerkuil kan dan nagenoeg geen vetreserves aanleggen, terwijl er heel wat energie nodig is om zijn lichaamstemperatuur van om en bij 40°C op peil te houden.

    Een residerend kerkuil-koppel heeft in normale omstandigheden buiten de broedperiode al bijna 3000 muizen nodig om te overleven. Dat zijn minstens 10 muizen per nacht. Sommige kerkuilen gaan daarom in ongunstige periodes – zoals tijdens deze harde vrieskou – tegen hun instinct in overdag jagen om zo hun levenskansen te verhogen.

    In 2019 telde de kerkuil-populatie in Vlaanderen 1389 geregistreerde broedparen en dit is voornamelijk de verdienste van honderden vrijwilligers van de Kerkuilenwerkgroep, afdeling van Vogelbescherming Vlaanderen. Over de jaren heen heeft de Kerkuilenwerkgroep in Vlaanderen circa 3000 nestkasten voor kerkuil opgehangen. Ongeveer 95% van de Vlaamse, geregistreerde kerkuil-populatie broedt momenteel in zo'n nestkast. Op deze manier kon de populatie kerkuilen in Vlaanderen terug naar een gezond niveau worden gebracht. En dat is geen overbodige luxe als een winterprik zoals deze de populatie een ferme slag kan toebrengen. Het werk van de Kerkuilenwerkgroep blijft dus ook in de toekomst cruciaal om de aantallen van deze soort op peil te houden.

    Wil je meer weten over de werking van de werkgroep, surf dan naar de website of breng een bezoek aan de facebook- of instagram-account.

    Vond je zelf een dode (kerk-)uil die een aluminium ring aan de poot droeg, meld het dan op de website van de Kerkuilenwerkgroep of op die van het Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen. Het kadaver zelf moet niet bewaard of ergens worden ingeleverd.

    Willen wij ons milieu beter kunnen beschermen, dan moeten we eerst begrijpen welke onderliggende meningen en overtuigingen er bestaan zowel bij de beleidsmakers, de uitvoerders als het ruime publiek. Interesse en bereidheid om zich in te zetten voor een betere bescherming zijn afhankelijk van welke gevoelens, bezorgdheden en angsten een persoon hierbij heeft. Het wekt de interesse op of laat iemand koud. Wanneer het iemand niet boeit gaat men bv. weinig of geen rekenschap houden met de juiste noden rond habitats en voedsel of gaat men bedreigingen negeren.
    Om deze aspecten van de bescherming beter te begrijpen, bestudeert de Kerkuilenwerkgroep uilen, want deze dieren laten hen niet onverschillig. Via volgende vragenlijst wil men graag weten wat jij spontaan denkt over uilen. Men stelt je verschillende vragen over uilen, wat je ervan weet, denkt en voelt.

    Een Zwitserse onderzoeksgroep heeft de hulp ingeroepen van de Kerkuilenwerkgroep Vlaanderen, om deze enquête te verspreiden in België. Graag vragen ze een 5-tal minuutjes van je tijd om deze in te vullen. Klik op bovenstaande link, klik vervolgens op ‘Jij en de uil’ voor Nederlands en ga zo naar de vragenlijst.

    https://you-and-the-owls.webnode.com

    De visie van de Kerkuilenwerkgroep op de bescherming van inheemse diersoorten, hier dus de Kerkuil, sluit 100% aan bij de visie van Vogelbescherming Vlaanderen.

    Vanuit de Kerkuilenwerkgroep weerklonk het signaal dat er enkele zwakke schakels zijn in het veilig stellen van onze populatie kerkuilen. Aangezien de meer dan 500 vrijwilligers al langer dan 40 jaar de Kerkuil monitoren, weten ze beter dan wie ook waar de hiaten zich bevinden die de overlevingskansen van de Kerkuil in Vlaanderen verkleinen. De Kerkuilenwerkgroep werkte een nieuw plan uit om die zwakke schakels aan te pakken en zette een extra beschermingsproject op. Op die manier willen ze met raad en daad de Kerkuil en zijn biotoop nog beter beschermen.

    Voornaamste acties:

    • er worden 200 extra nestkasten geplaatst om de aaneensluiting van versnipperde relictpopulaties te verzekeren;
    • de verzamelde data, kennis en ervaringen worden vertaald in praktische handleidingen, rapporten en beleidsnota’s;
    • voor het publiek worden allerhande educatieve en informatieve activiteiten georganiseerd om de betrokkenheid te verhogen en de bescherming in het veld te versterken.

    Uiteraard kunnen deze plannen niet worden uitgevoerd zonder financiële middelen. Vooral de bouw, plaatsing en het inbraakveilig maken van 200 duurzame nestkasten vraagt een serieuze investering. Vogelbescherming Vlaanderen is dan ook heel blij dat ze met een projectaanvraag 20.000 euro steun kon losmaken uit het Fonds Jozef Van Ammel, beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Op die manier zullen we samen bijdragen aan een meer en betere bescherming van onze fauna.

     











    16-02-2021 om 11:29 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kolgans

    Geraadpleegde bron: Beestenboel: De kolgans [Dirk Draulans]

    De kolgans heeft een goed jaar achter de rug. Er zitten grote gezinnen in onze poldergebieden. De kolgans is een van de kleurigste en levendigste van de grauwe ganzen, maar is een vrij kleine gans met een herkenbare voorhoofdbles, een witte band ('kol') rond de basis van de roze snavel. Jonge vogels hebben die kol nog niet, zodat ze er wat anders uitzien dan hun ouders. Wetenschappers gebruiken het verschil om het broedsucces van de kolgans te bepalen aan de hand van waarnemingen in de winter.

    Het bruine lijf oogt grijzer bij felle zon en vertoont lichte strepen op de rug. De buik wordt gekenmerkt door de zwarte dwarsbanden en opvallend is de brede donkere staartband. Kolganzen vliegen zowel in rijen (V-formatie) als in ordeloze groepen, maar altijd met uitgestrekte kop en hals. De bovenvleugel is donkerbruin met een fijne witte scheidingslijn en eindigt in een klein grijs veld. De poten zijn fel oranje. De lichaamslengte varieert tussen 65 en 78 cm; de spanwijdte wisselt tussen 1.30 en 1.65 m en het lichaamsgewicht schommelt tussen 1.9 en 2.5 kg. Bij heldere nachten voeden de vogels zich ’s nachts; ze grazen, gedurig voorwaarts lopend, op vaste grond en eten gras, wortels, wintertarwe en graan.

    Kolganzen overwinteren in polder- en andere landbouwgebieden in de Lage Landen, maar ze broeden overwegend in nattere delen van de verlaten Russische toendra waar ze minder gemakkelijk te bestuderen zijn. Water is onmisbaar; niet alleen om te drinken, maar ook als veilige plek om ’s nachts te rusten. Brede rivieren en riviermondingen zijn favoriet.

    Eind november lanceerden Nederlandse ganzenonderzoekers een bijna euforisch bericht: het broedseizoen van 2020 was het beste sinds 2013, met 18% jonge vogels in de populatie – in 2017 was het amper 8% Om een populatie op peil te houden, is 18% jongen het minimum.

    Kolganzen reizen graag in familiegroepjes, waardoor ook de gezinsgrootte kan worden bepaald. Het nest is niet veel meer dan een kuil, gevoerd met gras en dons. Opgewonden dominantie en dreiggedrag zijn kenmerkend voor de baltsende wintergroepen. De hoge lachende roep heeft een ‘kink’ in het midden, waardoor hij jodelend klinkt: lyo-lyok of  kauw-yow, als een roedel honden op afstand.

    Gemiddeld brengen succesvolle koppels twee jongen mee, maar deze winter zijn gezinnen met 4 tot 6 jongen vrij algemeen. Er worden zelfs families met 10 jongen gezien. Die zijn waarschijnlijk het gevolg van natuurlijke adoptie. Als ganzenkuikens in de losse broedkolonies hun ouders kwijtraken, bv. na verstoring door een ganzeneter als een poolvos of zeearend, kunnen ze zich aansluiten bij een ander gezin. Omdat de ouders hun jongen alleen begeleiden en bewaken, maar niet voeden, maakt dat niet zoveel verschil. Grotere families krijgen in de wintergebieden gemakkelijker toegang tot betere graaslanden, wat een concurrentieel voordeel is.

    Het hogere broedsucces in 2020 zou toe te schrijven zijn aan een groot aantal lemmingen op de toendra, waardoor poolvossen minder ganzenkuikens aten. Op langere termijn lijkt 18% jongen echter bedroevend laag. Tot in de jaren 1990 waren proporties van 50% jongen in de winterpopulatie geen uitzondering. Misschien is de procentuele afname deels een passief gevolg van groeiende ganzenpopulaties, waardoor er verhoudingsgewijs meer volwassen vogels zijn. Want kol- en andere ganzen doen het de laatste kwarteeuw bij ons uitzonderlijk goed.

    In 2020 publiceerden biologen Eckhart Kuijken en Koen Devos (van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) in het blad Natuur.oriolus een analyse van het wedervaren van onze winterganzen. Ganzen doen het uitstekend dankzij een betere bescherming en een veranderend landbouwlandschap. Productieve graslanden en oogstresten op winterakkers zijn junkfood voor de dieren, waardoor ze gemakkelijker de winter overleven en in betere conditie aan het broeden kunnen beginnen.

    Het aantal overwinterende kolganzen in Vlaanderen is sinds de jaren 1990 bijna verdrievoudigd. Gemiddeld zijn er nu zo'n 60.000. De laatste koude winter (2010/11) kende een piek van bijna 150.000 vogels. In Nederland overwinteren zo'n 850.000 kolganzen – de wereldpopulatie wordt op 2 miljoen vogels geraamd. Ondanks haar fragiele broedsucces hoeven we ons dus niet al te veel zorgen te maken over het welzijn van de kolgans. Maar in de wispelturige natuur is een plotse kentering niet uit te sluiten. Waakzaamheid blijft in alle omstandigheden geboden. 

     











    07-02-2021 om 17:16 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    28-01-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Actieplan grote karekiet

    Geraadpleegde bron: Vogelbescherming Nederland: De ecologie van de grote karekiet ontrafeld: flinke stappen op weg naar bescherming

    De sterk bedreigde grote karekiet is nu al een aantal jaren onderwerp van onderzoek, waardoor de oorzaken van de achteruitgang van deze boeiende soort steeds duidelijker worden. Hierdoor weten we steeds beter wat te doen om de grote karekiet te beschermen. Het aantal grote karekieten stijgt weer licht. De kwaliteit van zijn favoriete nesthabitat – stevig waterriet – én de omvang hiervan zijn cruciaal en bepalen tevens het broedsucces.

    De naam karekiet is een tamelijk geslaagde nabootsing van het geluid van de rietbewoner. De zowel overdag als ’s nachts luid ten gehore gebrachte zang klinkt namelijk ongeveer als ‘karre-karre-kiet-kiet’. In onze regio’s is het een vrij schaarse broedvogel. Kenmerkend aan het verenpak zijn de effen warmbruine bovendelen, de lange brede donkerbruine afgeronde staart met lichte stuit, de lange vleugelpunten, de bleek roodbruine onderkant, het gelig streepje van snavel tot oog en de donkere oogstreep, de dikke snavel met zwarte bovenhelft en de witte keel. De lichaamslengte varieert van 19 tot 20 cm; de spanwijdte reikt tot 25-26 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 30 en 40 g.

    Zijn favoriete biotoop wordt gevormd door velden met stevig, overjarig riet, waarin hij zijn omvangrijk nest kan ophangen, aan de rand van plassen en grote rivieren. Het is in Europa een zomergast die zijn winterkwartieren in tropisch Afrika heeft. Het nest is een mooi afgewerkt, komvormig bouwsel van grashalmen en rietbladeren, opgehangen aan enkele stevige verticale rietstengels. Binnenin is de nestkom met fijner materiaal gevoerd. De 4 tot 5 eieren worden door beide ouders in circa 2 weken uitgebroed. Na een dag of 12 beginnen de jongen al in het riet rondom het nest te klauteren en enkele dagen later kunnen ze vliegen. Soms volgt er nog een 2de broedsel. Het voedsel van de grote karekiet bestaat uit allerlei insecten en hun larven, zoals libellen, langpootmuggen, eendagsvliegen, kevers, vlinders en muggen. Daarnaast verschalken ze ook spinnen en soms zelfs jonge kikkertjes en salamanders.

    Ooit was in de jaren ’50 van de vorige eeuw die geweldige ‘krasser’ van het rietland met duizenden paren present in Nederland. Nu huizen er nog geen 100 paartjes en staat hij al decennia op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. In de laatste bolwerken – Loosdrecht en de Noordelijke Randmeren – worden daarom op initiatief van Vogelbescherming Nederland grote karekieten al enige jaren onderzocht. Aantal en verspreiding, maar vooral broedsucces, voedsel, leefgebied én – heel belangrijk – het effect van beschermingsmaatregelen zijn er onderwerp van studie. Men krijgt hierdoor steeds meer inzicht in wat men moet doen om een gezonde populatie grote karekieten te behouden.

    De aantallen grote karekieten nemen vooral af door het verdwijnen van zijn broedhabitat: hoog, stevig water- en ‘stromings’-rietland. Grauwe ganzen – sterk toegenomen in de laatste 40 jaar – zorgen door hun vraat voor de teloorgang van waterriet. Maar ook het water is minder voedselrijk geworden, waardoor het riet op voedselarme bodems ijler en dunner wordt.

    Om waterrietkragen te beschermen zijn diverse maatregelen genomen, zoals het plaatsen van rasters om vraat van watervogels (vooral ganzen) tegen te gaan. In het Vechtplassengebied zijn op 75 tot 80 plekken rietkragen beschermd tegen ganzenvraat, met globaal 8 tot 10 km raster. In de Randmeren betreft het ongeveer 60 locaties met in totaal 4.4 km. Het werkt: riet achter de rasters loopt in een snelheid van 1,5 tot 2 m per jaar uit.

    Sinds 2017 neemt de populatie grote karekieten weer licht toe in de Vechtplassen en de Noordelijke Randmeren. Dit geldt echter voor geheel Nederland zodat het niet zonder meer duidelijk is dat de maatregelen er de oorzaak voor zijn. Maar positief is dat inmiddels al meer dan 35% van de grote karekieten op locaties achter rasters broedt, waar de kwaliteit van de rietkragen verder zal toenemen. Deze paren hebben ook een redelijk tot goed broedsucces wat langzaam maar zeker tot populatiegroei kan leiden. Vanaf 2019 vestigden grote karekieten in Loosdrecht zich ook op nieuwe locaties waar het riet, voordat de rasters werden geplaatst, was afgetakeld. Dit wijst erop dat uitbreiding daadwerkelijk plaatsvindt. Door de maatregelen neemt het areaal aan waterriet toe, maar het aantalsverloop van de grote karekieten houdt (nog) geen gelijke tred.

    Zou er dan iets loos zijn met het broedsucces en de vestigingsmogelijkheden?

    Om die vraag te beantwoorden is een driejarig onderzoek uitgevoerd in de Loosdrechtse Plassen en de Noordelijke Randmeren. Hieruit blijkt dat de legselgrootte tussen deze gebieden niet verschilt, maar het broedsucces (het aantal uitgevlogen jongen per nest) wél. Dat was in de Noordelijke Randmeren met 2,4 per paar aanmerkelijk beter dan in Loosdrecht, 1,3 jong per paar. Dat verschil komt vooral door het grote verlies van nesten door onbekende predatoren in Loosdrecht, vooral in 2019. Maar ook in niet gepredeerde nesten bleek dat er veel minder jongen uitvlogen in Loosdrecht dan in de Noordelijke Randmeren. Dit suggereert dat er mogelijk nog iets aan de hand is.

    Grote karekieten maken hun nest het liefst in brede in diep water gelegen rietkragen, ver van de randen, zowel aan de waterzijde als de landzijde. Wat bleek? De nesten die in rietkragen van minder dan 10 m breed lagen, bleken de minste jongen groot te brengen. Juist nesten in deze smalle rietkragen, veelal ontstaan door begrazing van grauwe ganzen, zijn kwetsbaar. Ze worden sneller gevonden door roofdieren. Maar ze verschaffen wellicht ook veel minder voedsel (insecten) voor de jongen. Hierdoor ontstaat er een inferieur leefgebied voor grote karekieten. Het is daarom zeer belangrijk om te zorgen dat waterrietland weer in omvang en kwaliteit kan groeien en er meer optimaal leefgebied ontstaat voor grote karekieten. De komende jaren zal het onderzoek hierop gericht blijven, waarbij ook het effect van de rasters op de rietkragen en op het broedsucces van de grote karekieten wordt gevolgd.

     











    28-01-2021 om 16:18 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    19-01-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oehoe spreidt vleugels uit over heel Vlaanderen

     

    Geraadpleegde bronnen: De Standaard: Tom Ysebaert / Opvangcentrum voor wilde dieren Kapellen: coördinator Daphne Van Mieghem

    Het gaat hard met onze grootste uil, oehoerend hard. Dat merken ze in de opvangcentra, waar opvallend veel hulpbehoevende exemplaren binnenkomen.

    Een gebroken vleugel, een gebroken snavel. In het opvangcentrum voor wilde dieren in Kapellen, het noorden van de provincie Antwerpen, kregen ze vorig jaar 3 gewonde oehoes binnen. Dat was nog nooit gebeurd. De oehoe is onze grootste uil en met zijn spanwijdte tot 1,8 meter een imposante verschijning. Er werden 2 van de roofvogels in de buurt gevonden, eentje verstrengeld in prikkeldraad in Stabroek, een andere in Brecht. Die was er ­erger aan toe. De helft van zijn snavel was weg, vertelt coördinator Dafne Van Mieghem. Waarschijnlijk was hij ergens tegenaan gevlogen. Een tandarts bracht redding met een prothese. Inmiddels eet de oehoe weer normaal en zit hij zijn revalidatie uit.

    Het 3de exemplaar kwam van verder. Jagers uit de buurt van ­Kapellen hadden een gewond vrouwtje in de Ardennen gevonden en het meegebracht naar het opvangcentrum. Dat schakelde een dierenarts in die haar gebroken vleugel opereerde en er een pin in bevestigde. Nadat ze was opgeknapt, werd ze een week geleden vrijgelaten, in de buurt van waar ze ­gevonden was. Van Mieghem was onder de ­indruk van de uilen en vooral van de kracht in hun grote klauwen. Als de vogel die samentrekt, gaan ze dwars door onze dikste handschoenen heen.

    Ook de collega’s van het opvangcentrum in Geraardsbergen mochten het afgelopen jaar streepjes ­bijtrekken op hun oehoelijst. Op de Scherpenberg in Ronse had een kleuter van 4 de vogel gespot toen hij op nieuwjaarsdag aan het wandelen was met z’n ouders. Met de hulp van een ervaren valkenier konden ze de vogel naar het opvangcentrum brengen. De vogel was uitgeput en graatmager. Röntgenfoto’s toonden dat hij een gekneusde elleboog had. Men houdt hem nu nog 3 weken klein behuisd en laat hem dan vliegen in een volière. Als dat goed gaat, is hij klaar om weer te worden vrijgelaten. Het was hun 2de wilde oehoe in één jaar. De andere was een kuiken waaraan de hond van wandelaars in het Muziekbos in Ronse ging snuffelen, vorige zomer. Vroeger leefde de vogel niet in deze streek, nu zijn er blijkbaar steeds meer.

    De opmars in Vlaanderen wordt bevestigd door een artikel in de jongste editie van het vogelblad Natuur.oriolus. In 2012 waren er 3 met zekerheid broedende of residerende duo’s geregistreerd, in 2020 al 46. De provincie Antwerpen kende een uitschieter, met 21. Op en rond de Kalmthoutse Heide ­alleen al ­wonen er 3 koppels. ­Alleen het bosarme West-Vlaanderen blijft nog wat achter. Er zijn er vermoedelijk meer, denkt vogelkenner Gerald Driessens van Natuurpunt, maar je krijgt ze zelden te zien. Overdag houden ze zich gedeisd, ze jagen immers in het duister. De kans is groter dat je hun roep, waaraan ze hun naam danken, ­opvangt. Dat zal veeleer in Wallonië voorvallen, waar het geluid op de rotswanden echoot en ­km ver draagt. In Vlaanderen waaiert de klank al snel uit in de bossen.

    Dat er zoveel oehoes opduiken in Vlaanderen, is opmerkelijk. De ­vogel was hier in de 20ste eeuw uitgestorven door de jacht en pesticiden, maar hij maakte het jongste decennium een opvallende rentree. Die is terug te brengen tot de herintroductie in Duitsland, waar in de jaren 1970 oehoes werden uitgezet. De populatie wist zich westwaarts uit te breiden en ­bereikte eerst Wallonië en vervolgens Vlaanderen. Limburg kreeg in 2005 de primeur, nadien volgden de andere provincies. Steengroeves zijn een favoriete pleisterplaats (en een klankkast voor hun roep), maar verlaten buizerdnesten in het bos vinden ze ook top.

    Zijn kloeke uiterlijk belet niet dat de roofvogel kwetsbaar is, vooral in het verkeer. Hij vliegt laag en traag en is daardoor vaak het slachtoffer van aanrijdingen. Toch heeft hij ook troeven voor zijn voortbestaan. Om te beginnen eet hij van alles, van ratten en duiven over jonge vossen en marters tot kraaien en andere uilen toe. En prooien vindt hij tegenwoordig ­genoeg in onze contreien. Bovendien past hij zich behoorlijk goed aan in het dichtbevolkte Vlaan­deren. In die zin is de vergelijking met andere ­teruggekeerde roofdieren, zoals de vos en de wolf, snel ­gemaakt.

    Een veelbesproken voorbeeld van niet-mensenschuwe oehoes was het paar dat in de lente van 2020 op een balkon van een flat in Geel zijn 3 jongen grootbracht. Een van de twee ouders moet een gekweekte, in gevangenschap ­opgegroeide oehoe geweest zijn, denkt Driessens. Anders zou die nooit zo dicht bij de mensen zijn gekomen. Dat gedrag van gekweekte exemplaren baart de vogelkenner wel wat zorgen. Als de oehoes in woonkernen gaan leven, zullen ze hun jagersoog vroeg of laat op huisdieren als katten en honden laten vallen. Dat zullen de eigenaars ­natuurlijk niet leuk vinden. Het zal van de vogel een geviseerde soort maken en dat zou ook voor de wilde exemplaren nadelig kunnen uitdraaien.

     

     











    19-01-2021 om 15:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    08-01-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De eidereend

    Net als andere zee-eenden zijn eiders vaak in grote groepen voor de kust te vinden, maar ze zijn veel vaker te zien als ze in havens rondzwemmen of in monden van estuaria of rond eilandjes, kapen of kwelders, die zo kenmerkend zijn voor de Noord-Europese kusten. Ze zijn sociaal, kalm en vliegen niet snel op.

    De eider is een forse zee-eend die vaak langs de kust en op voor de kust gelegen eilanden leeft; soms ook wel langs oevers van meren of rivieren. In Nederland is de eider vooral waar te nemen in de duinen van het Waddengebied, het zuidelijkste gebied van het broedareaal. De soort komt verder verspreid voor in Noord-Amerika, IJsland, Schotland, Scandinavië en Siberië, overal met een voorkeur voor het kustgebied en rotsachtige of met gras begroeide eilanden om te broeden.

    Het mannetje heeft in prachtkleed een uniek contrastrijk uiterlijk: een zwarte buik en een witte rug, een witte borst met een roze tint. De kop is wit met een zwarte kruin; lichtgroene vlekken aan de zijkanten van de hals en het achterhoofd; een witte vlek op de stuitzijden. Tijdens de vlucht valt de korte, dikke nek en de geheel witte voorvleugel op, contrasterend met de zwarte veerschachten. De snavel met een lang, driehoekig profiel, vormt bijna een rechte lijn overlopend in het platte voorhoofd, die olijf-grijs kleurt met gele of groene tint aan de basis. Aan het einde van de snavel bevindt zich een hoornige 'tand', waarmee eiders de sluitspieren van schelpdieren kunnen loswrikken.

    Het eclipskleed bij het mannetje is zeer variabel, voornamelijk zwartachtig bruin maar met een kenmerkende witte vlek op de zijkanten en wit op de vleugels. Het vrouwtje heeft een warmbruin verenkleed dat zwart gestreept is; tijdens de vlucht vallen de twee beige of witte vleugelstrepen op. Jonge mannetjes laten hun prachtkleed pas zien als ze al een jaar of 4 oud zijn; tot die tijd is het verenkleed bedekt met grijze en bruine vlekken. De lichaamslengte varieert tussen 50 en 71 cm; de spanwijdte wisselt tussen 80 en 108 cm en het lichaamsgewicht schommelt tussen 1.2 en 2.8 kg

    De eidereend duikt vanaf het wateroppervlak met een rol naar voren en halfgeopende vleugels naar bodemdieren, voornamelijk schelpdieren en krabben, in mindere mate, zeesterren, garnalen en zee-egels. De eider eet ook wel vis, zeeanemonen, inktvis of insecten. Soms grondelen ze of dopen ze eenvoudig hun kop in ondiep water of tussen aangespoeld zeewier rond rotsen. Het vrouwtje eet in het broedgebied ook bessen, groene algen, bladeren en zaden. De prooi wordt onder water ingeslikt of naar boven gebracht en geschud om de schelphelften los te schudden.

    De woerd brengt tijdens de balts een laag, kreunend ’aaa-ahoe’ voort, waarbij de kop wordt achterover gegooid, zo ver dat de snavel recht omhoog wijst. Daarbij maakt hij schokkende bewegingen met de hals. Als het vrouwtje instemt, weerklinkt een laag grommend ’kok-ok-ok’.

    De eidereend broedt in de noordelijk gelegen gebieden langs laag liggende kusten, eilanden, scherenkusten, riffen met rotsige of zandige kusten. Buiten het broedseizoen vertoeft die voornamelijk op zee. Om de eieren in deze gebieden tegen de kou te beschermen, verwerken de vrouwtjes donsveren in het nest. Voordat ze gaat broeden bouwt het vrouwtje eerst een flinke vetreserve op, zodat ze vervolgens een maand lang kan broeden zonder in deze periode te eten.

    De legtijd in Nederland start begin april tot begin juni. Eén legsel omvat meestal 4 tot 6 eieren. Broedduur varieert tussen 25 en 28 dagen, nadat het laatste ei is gelegd. Het vrouwtje maakt nesten op de bodem en broedt de eieren uit. Het nest is een holletje bekleed met gras en gevoerd met een dikke laag donsveertjes, soms goed verstopt, soms meer open. Eidereenden broeden meestal in losse kolonies. Soms leggen vrouwtjes hun eieren in het nest van andere soortgenoten. De jongen zijn vliegvlug na 65 tot 75 dagen. Ze zijn al zelfstandig vanaf 50 dagen. Vrouwtjes begeleiden hun 'crèche' maar ook jongen van andere nesten.​

    Tijdens de trek verplaatst het overgrote deel van de eiders zich van de noordelijke kustgebieden naar het zuiden, tot aan zuidelijk Frankrijk. Over het algemeen is de soort geen lange-afstandstrekker. Een deel van de Europese populatie overwintert op de broedlocatie.

    Eidereenden broeden sinds 1906 in duinen en kwelders in het Nederlandse Waddengebied. Aanvankelijk namen de aantallen er toe, maar na een korte opleving gingen de aantallen sinds de eeuwwisseling opnieuw achteruit. In heel Europa neemt de populatie af. Momenteel schommelt het aantal broedparen tussen 3480 en 3580 (2018).

    De soort is gevoelig voor langdurige watervervuiling door olie en komt in gevaar door overbevissing en de exploitatie van kokkel- en mosselbanken binnen de voornaamste foerageergebieden. De visserij zorgt nog voor een extra gevaar, doordat de vogels verstrikt raken in netten. Verstoring van het leefgebied en broedplaatsen door recreanten komt eveneens voor.

    Het befaamde eiderdons is dons van de eidereend. Eiderdons heeft sterke, microscopisch kleine weerhaakjes die de afzonderlijke donsjes zeer goed bij elkaar houden. Als je eiderdons met de hand uit een voorraad haalt, heb je soms wel een cluster van een meter in handen, zo goed hecht het dons. Door de vele kleine donshaartjes ontstaan er in het dons talloze kleine luchtruimtes en dat verklaart de goede isolerende eigenschappen van eiderdons. Het dons dient de eidereend niet zozeer om zichzelf te beschermen, maar vooral om de nesten mee te isoleren. Door het nestje met dons af te werken, worden het vrouwtje en de eieren tegen de kou beschermd. Eiderdons klit bovendien sterk, waardoor het niet wegwaait.

    Na een broedperiode van ongeveer 6 weken wordt het nest verlaten. De eenden gaan het water in en voor de eiderboeren is het moment aangebroken om het dons te rapen. Nadat het dons gewassen is, wordt het verdeeld onder de Europese dekbeddenfabrikanten. Het gaat hierbij om ongeveer 3000 kg per jaar. Het volgende voorjaar keren de eidereenden terug naar de broedplek en herhaalt dit proces zich. Aan het einde van de 9de eeuw ontstonden de eerste permanente nederzettingen op IJsland. De nieuwe bewoners hadden al snel door dat eiderdons gebruikt kon worden als isolatiemateriaal. Om de natuurlijke balans op het eiland in stand te houden en om de populatie te beschermen, werd de eidereend in 1849 een beschermde diersoort. Sindsdien creëren IJslandse eiderboeren een veilige en rustige leefomgeving waar de eenden niet lastig worden gevallen door roofvogels of vossen. De beschermde status heeft ertoe bijgedragen dat IJsland inmiddels een van de grootste populaties eidereenden heeft.











    08-01-2021 om 17:57 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    31-12-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heeft de zomertortel een kans op redding?

    Geraadpleegde bron: Beestenboel: De zomertortel [Dirk Draulans]

    De zomertortel torst de trieste eer dat hij waarschijnlijk de snelst in aantal afnemende vogel van Vlaanderen is. Het is het begin van het einde. Reeds meer dan een jaar geleden verscheen in het online magazine Vogelnieuws van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek een stand over het wel en wee van de Vlaamse broedvogels. Voor de eerste keer prijkt de zomertortel niet meer op de lijst. Hij is er nog wel, maar er zijn te weinig dieren over voor een betrouwbare analyse. De vogel is te zeldzaam geworden voor de wetenschap.

    Het dier komt van ver. Ooit was het een algemeen voorkomend duifje op het platteland. De zomertortel is een frêle beestje dat naaste familie is van de Turkse tortel in onze tuinen, maar het is veel ‘geschelpter’ op de vleugels en heeft twee opvallende donkere halsvlekken met witte dwarsstrepen. Waar de Turkse tortel een natuurlijke migrant is die pas halverwege vorige eeuw ons land bereikte en vooral in steden en dorpen koloniseerde, was de zomertortel millennia lang niet weg te denken uit ons buitengebied.

    Hij was bij uitstek een diertje van kleinschalige landschapselementen: hagen, heggen, bosjes, ruigtes – het leek een beestje met veel bestaansmogelijkheden. Niet dus! Zijn ruime biotoopvoorkeur volstond niet om hem voor de ondergang te behoeden. In de jaren 1970 werd het Belgisch broedvogelbestand van de soort op zo’n 29000 paartjes geschat.

    In 2000 was het teruggevallen tot iets tussen 6000 en 9500, een afname met zo’n 70% die halverwege de jaren 1980 werd ingezet. Sindsdien ging er nog eens minstens 92% af. Het broedbestand voor heel België zou nu ergens tussen 500 en 1000 paartjes liggen. Je moet vandaag veel geluk hebben om een zomertortel te zien of te horen krijgen. Elders is het niet beter. In Nederland wordt verwacht dat de soort er binnen 10 jaar zal verdwenen zijn. In Groot-Brittannië wordt ze ook als de sterkst in aantal afnemende broedvogel beschouwd.

    Sommige waarnemers vrezen dat de zomertortel de weg opgaat van de onfortuinlijke Amerikaanse trekduif, die in de 19de eeuw zo massaal uit de lucht werd geschoten dat ze in het begin van de 20ste eeuw wereldwijd uitstierf. Zelfs in dierentuinen is er geen trekduif meer te bespeuren. Er zijn alleen nog opgezette museumexemplaren.

    De zomertortel is de enige van onze duiven die ver weg trekt: ze gaat overwinteren in West-Afrika. Onderweg krijgen de dieren te kampen met duizenden km aan vogelvangnetten en tienduizenden geweren. Ze worden massaal uitgeroeid. Ook in de wintergebieden is het kommer en kwel, onder meer door het op grote schaal verdwijnen van de acaciabosjes waar ze graag in overwinteren.

    Dat wil niet zeggen dat er bij ons geen problemen zijn. De zomertortel is een strikte vegetariër, maar onderzoek heeft uitgewezen dat hij de jongste halve eeuw zijn voeding drastisch heeft moeten bijsturen. Aanvankelijk at hij bijna uitsluitend zaden van wilde planten, maar de ononderbroken aanslag van onkruidverdelgers op onze vegetatie dwong hem over te schakelen op landbouwzaden. Zolang er voldoende graan werd geteeld, bleef de schade nog enigszins beperkt, maar de massale omschakeling naar maïsteelt heeft het duifje de genadeslag gegeven. Problemen met het broeden, op trek en in de winter … Trop is teveel! Op de laatste evaluatie van de status van de Vlaamse broedvogels heeft de zomertortel het label ‘ernstig bedreigd’ gekregen. Dat is één stapje verwijderd van ‘regionaal uitgestorven’.

    Soortenbeschermingsprogramma's kunnen soelaas brengen

    De weidevogels (wulp, grutto, kievit, tapuit, …), de grote modderkruiper (langgerekte cilindervormige vis van maximaal 35 cm), het vliegend hert (enorm insect met groot gewei) en de zomertortel hebben het erg moeilijk om te overleven in Vlaanderen. Daarom komen er maatregelen om deze 4 ‘symboolsoorten’ te beschermen, zo besliste minister van Natuur Zuhal Demir. De komende 5 jaar wordt er 2 miljoen euro voor vrijgemaakt.

    Wanneer dieren bedreigd worden in Vlaanderen kan de minister van Natuur een zogenoemd soortenbeschermingsprogramma in het leven roepen. Het Agentschap Natuur en Bos gaat dan maatregelen nemen die de leefomgeving verbeteren, waardoor de diersoorten hier kunnen overleven. Het doel van dit actieplan is om de achteruitgang van de zomertortel zo snel mogelijk te stoppen en zelfs om op langere termijn een toename van de populatie mogelijk te maken. In het plan worden tal van acties benoemd die de zomertortel ten goede moeten gaan komen: verbetering van de kwaliteit van broed- en overwinteringsgebieden, betere regulering van jacht, onderzoek, bewustzijnsbevordering en internationale samenwerking.

    De verantwoordelijkheid om de acties uit te voeren ligt bij de EU-lidstaten. Tot nog toe bestonden al 21 van die programma's, gaande van de hamster over de vleermuis tot de porseleinhoen. Nu komen er nog 4 programma's bij. Bepaalde soortenbeschermingsprogramma’s hebben in het verleden goed werk geleverd. Zo gaat het beter met de bever, boomkikker en grauwe klauwier. Andere programma's – zoals dat voor de hamster – hadden (voorlopig) minder succes.

    Door de toenemende bevolkingsdruk in de Sahel kampen zomertortels ook met problemen als voedselgebrek, gebrek aan geschikte slaapplaatsen, menselijke verstoring, droogte en watergebrek. Voor een succesvolle oversteek van de Sahara moeten zomertortels vóór aanvang van de voorjaarstrek bijna in gewicht verdubbelen. Dit kan alleen als ze 8 u per dag kunnen foerageren en volop de beschikking hebben over veilige drink-, rust- en slaapplaatsen.

    Maar helaas wordt de zomertortel ook in de Afrikaanse trek- en overwinteringsgebieden intensief bejaagd. Gegevens over de daar geschoten aantallen zijn niet of nauwelijks voorhanden, maar jachttoerisme vormt een groot probleem. Europese reisagentschappen die adverteren met ‘tortelduivenjacht’ in Europese en Afrikaanse landen zijn er volop. In Afrika is het vaak prijsschieten bij de gezamenlijke slaap- en drinkplaatsen van zomertortels. Doordat boomgroepen die door zomertortels als gemeenschappelijke slaapplaats worden gebruikt in de Sahel steeds schaarser worden, worden zomertortels steeds kwetsbaarder voor dit soort onverantwoorde vormen van jacht. Intensieve jacht op de zomertortel heeft waarschijnlijk een negatief effect op de overleving, niet alleen vanwege directe sterfte, maar ook door het steeds schaarser worden van veilige plekken die nodig zijn voor het proces van opvetten voorafgaand aan de voorjaarstrek naar Europese broedgebieden. Vanwege de hachelijke positie waarin de zomertortel zich bevindt en onder verwijzing naar het voorzorgprincipe, pleiten de gezamenlijke Europese Birdlife partners voor een 5-jarig moratorium op de jacht voor de gehele westelijke flyway.











    31-12-2020 om 09:00 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-12-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De bedreigde roek

    Geraadpleegde bron: Beestenboel: Roeken zijn uitermate intelligente kraaiachtigen, wat helaas niet belet dat ze onder druk komen [Dirk Draulans]

    Zeker als ze in de buurt van een kerkhof broeden, kunnen roeken behoorlijk luguber uit de hoek komen. Hun ‘gezang’ is niet meer dan een sinister nasaal gekras. Roeken lijken heel erg op zwarte kraai en raaf, maar zijn aan een aantal karakteristieken eenvoudig te herkennen.

    Ze zijn integraal blauwzwart en hebben een rare naakte plek rond de snavelbasis, wat doet denken aan kadavervreters (gieren). Maar roeken zijn alleseters die geen optie onbenut laten. De roek eet ongewervelden (vooral kevers en aardwormen), granen, kleine gewervelde bodemdieren en aas (eetbaar menselijk afval). Roeken zoeken hun voedsel vooral op de grond (zowel in weiland als op akkers). Net zoals meeuwen, lopen roeken vaak achter ploegende tractoren aan, op zoek naar keverlarven. In de herfst verstoppen roeken vaak voedsel. Meestal gaat het dan om eikels, okkernoten en dennenappels, die dan later opnieuw worden uitgegraven. Ook kenmerkend is het ‘punthoofd’: een plat voorhoofd, een spitse kruin en een kort achterhoofd. Typisch ook is de spitse, vrij rechte bovensnavel, die dikker en meer gekromd is bij de zwarte kraai. Tijdens de vlucht valt de waaiervormige staart op.

    De roek komt bij voorkeur voor in uitgestrekte landbouwgebieden met verspreide oude (populieren)bossen, afgewisseld met akkers en graslanden. Het nest is een vrij grote, losse constructie van twijgen en takken. Het wijfje bebroedt 2 tot 7 eieren (gemiddeld telt een legsel 4 eieren) gedurende 16 tot 18 dagen. De eerste 10 dagen worden de jongen gevoed door het mannetje. Eens de jongen groter worden, brengt ook het wijfje voedsel aan. Na 32 tot 35 dagen verlaten de jongen het nest maar blijven ze wel nog enkele weken bij de ouders.

    Wetenschappers hebben in laboratoria proeven met roeken gedaan, waaruit blijkt dat het hyperintelligente vogels zijn. Hun intelligentie is zelfs vergeleken met die van chimpansees. De dieren kunnen de fysische aspecten van een proefopstelling doorgronden om efficiënt aan een beloning te raken. Ze snappen dat ze keitjes in een beker met water kunnen laten vallen om een buiten hun bereik op het wateroppervlak drijvende prooi omhoog te laten komen.

    Ze zijn in staat om werktuigen te gebruiken en zelf te maken: ze plooien haakjes aan een ijzeren draadje om iets op te vissen waar ze niet bij kunnen. Dat is bizar, omdat roeken in de natuur nooit werktuigen gebruiken – het is in ieder geval nog nooit opgemerkt. Misschien hebben ze het niet nodig, omdat ze voldoende voedsel vinden, maar beschikken ze over de capaciteit om het te doen, mocht het wél nodig zijn.

    Net als bij de andere kraaiachtigen zou de intelligentie van roeken schuilen in een extreem dicht netwerk van hersencellen. De kracht van onze hersenen zit ook meer in de dichtheid van dat netwerk dan in hun grotere volume. Roeken zijn kolonievogels. Dat maakt ze kwetsbaar. Ooit waren roeken waarschijnlijk talrijk op het Vlaamse en Nederlandse platteland, maar ze kwamen in het vizier van de landbouwers door de – niet zelden vermeende – schadelijke impact die ze op akkergewassen zouden hebben. Ze werden er ook van beticht eieren en jongen van wild te ‘stelen’, wat evenmin gunstig was voor hun populariteit.

    Bijgevolg zijn ze decennia lang genadeloos vervolgd, onder meer door het kappen van hun nestbomen of het schieten op de nesten zelf, die doorgaans hoog in zwiepende boomtoppen worden gebouwd. Vanaf de jaren ’70 genoten ze een grotere tolerantie. Een ban op het gebruik van pesticiden zal ongetwijfeld ook hebben geholpen. Hun bestand in Vlaanderen steeg tot een maximum van een 6000-tal broedkoppels rond de eeuwwisseling. De grootste kolonies telden meer dan 500 nesten.

    Maar nu gaat het weer bergaf, om redenen die niet altijd duidelijk zijn. Het broedbestand is opnieuw een kwart kleiner geworden. Een mogelijke oorzaak is de groeiende intolerantie van een aantal mensen tegenover natuur in hun leefomgeving. Want de roek heeft de neiging steeds meer in de buurt van dorpskernen te broeden, omdat het platteland minder geschikt wordt, onder meer door een afnemend voedselaanbod. Het aanhoudende gekras en de uitwerpselen zijn een doorn in het oog van nogal wat gepatenteerde ontevredenen-in-het-leven.

    De soort broedt ook in steeds kleinere kolonies, bij gebrek aan grote concentraties loofbomen in dorpskernen, waardoor ze meer verspreid geraakt en meer mensen kan irriteren. Die eisen dan maatregelen om de vogels te ‘verwijderen’. Wat niet voor de hand ligt, want roeken zijn grotendeels standvogels die zich zelden over grote afstanden verplaatsen. De vraag is of de intelligentie van de roek zal volstaan om die nieuwe sluipende aanslag op zijn welzijn te counteren.

     











    24-12-2020 om 10:25 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    16-12-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De pientere papegaaiduiker

    Geraadpleegde bron: Beestenboel: de Papegaaiduiker [Dirk Draulans]

    Dankzij bijzondere aanpassingen kan de koddige papegaaiduiker zich efficiënt voortbewegen boven én onder water.

    Ze behoren echt niet tot onze fauna, maar elk jaar wordt er wel een handvol papegaaiduikers voor de Belgische kust gezien. In de Nederlandse zone van de Noordzee zijn er begin 2020 zelfs meer dan 1000 geteld. De diertjes zijn vogels van de open zee, behalve tijdens het broedseizoen. Dan hebben ze land nodig om hun ei te kunnen leggen en hun ene jong groot te brengen.

    Ze broeden hoog op kliffen langs de kust, waar ze gangen graven als er geen konijnenholen ter beschikking zijn. Zo’n broedbiotoop kunnen de Lage Landen niet bieden. Papegaaiduikers broeden in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar vooral in landen als Noorwegen en IJsland. De populatie wordt op 10 tot 12 miljoen dieren geschat, een afname met de ½ sinds de jaren ’80. Dat er minder vis beschikbaar is, zou daarvan de belangrijkste oorzaak zijn. Verschuiving van visconcentraties als gevolg van de klimaatopwarming, waardoor de vogels in het broedseizoen verder moeten vliegen om te kunnen vissen, speelt ook een rol.

    De papegaaiduiker dankt zijn naam aan de snavel die hij torst. In het broedseizoen kleurt die fel oranje, mogelijk om indruk te maken op de partner. Papegaaiduikers hebben de neiging om jaar na jaar hetzelfde koppel te vormen. Tijdens het winterseizoen blijven de partners niet samen, maar uit onderzoek is wel gebleken dat hoe dichter zij dan in elkaars buurt zijn, hoe groter de kans wordt dat ze het volgend broedseizoen een jong groot kunnen brengen. Mogelijk is de timing van hun aankomst in de nestholte dan beter afgestemd.

    De randen van de papegaaiduikerbek zijn gekarteld. Zo kunnen de vogels tijdens één voedselvlucht tot een dozijn visjes meebrengen, wat bespaart op vliegkosten. Ondanks hun wat plompe voorkomen zijn het efficiënte vliegers. Ze kunnen 400 vleugelslagen per min aan en halen een snelheid tot 80 km / u. Ze vliegen wel uitsluitend laag boven water.

    Onderzoek gepubliceerd in ‘The Journal of Experimental Biology’ (en dat ging over een verwante soort uit de Stille Oceaan) toont aan dat de doorwrochte snavelstructuur kan helpen om overtollige warmte ‘uit te zweten’. Door hun intensieve vliegtechniek zouden vliegende papegaaiduikers veel warmte produceren, die wordt vastgehouden door hun isolerende verenkleed (zeevogel). Na de landing in de broedkolonie daalt de temperatuur van de snavel met 5°C. Mogelijk speelt hij dus een rol in het reguleren van de lichaamstemperatuur. De plaatjes die de bek vormen, verdwijnen grotendeels na het broedseizoen. Ze zouden hinderen bij het manoeuvreren onder water.

    Papegaaiduikers ‘vliegen’ ook onder water, maar wel 50% trager dan in de lucht. Volgens het onderzoekersinstituut ‘eLife’ hebben ze de optimale balans gevonden tussen efficiënt vliegen en doeltreffend zwemmen – een betere combinatie dan wat zij doen is blijkbaar niet denkbaar. Hun onderwaterbeurten zijn wel kort; gemiddeld ½ min tot een diepte van 15m.

    Intrigerend is dat papegaaiduikers tot dusver de enige zeevogels zijn die al betrapt zijn op het gebruik van werktuigen. Een studie in ‘Proceedings of the National Academy of Sciences’ beschrijft hoe ze zich krabben met stokjes. Mogelijk hebben ze zulke hulpstukken nodig omdat hun snavel er te dik voor is. Zo draait veel in het leven van deze merkwaardige vogels om hun papegaaienbek.











    16-12-2020 om 17:15 geschreven door birdy

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Fyne lente' (Louisette)
        op Vogels en renners: één strijd
  • copyright (Ho-Merris)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen
  • Kauw (Henriëtte)
        op De kauw
  • Goedemorgen,mooie blog.Wens jullie nog een fijne dinsdag toe. (Mieke)
        op M-day, een mix, magische momentopnames
  • Startpagina !

    Zoeken in blog


    Gastenboek
  • Goedemiddag blogvrienden u bent van harte welkom
  • Hallo beste Franz,prachtige foto's met omschrijving,heel interssant om te kijken en te lezen
  • Goedemiddag blogmaatje
  • Voorbeeld???
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Momenteel zijn al onze activiteiten en vergaderingen omwille van de Coronacrisis opgeschort

    Archief per jaar
  • 2021
  • 2020
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007

    Foto

    Foto

    Over mijzelf
    Ik ben Franz Pieters
    Ik ben een man en woon in Zaventem (België) en mijn beroep is 25 jaar lkr, 2 jaar kabinetsadviseur, 2 jaar adviseur DVO, 2 jaar TOS21-projectmedew..
    Ik ben geboren op 08/05/1954 en ben nu dus 66 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: onderwijs - wetenschap & techniek - geschiedenis - natuur - muziek - lectuur - gastronomie - sport.
    2 jaar TOS21-coördinator, 3 jaar projectcoördinator ESF-projecten KOMMA, WERK PRO-OPER, LINK en nu op RUST
    Foto

    Foto

    Een interessant adres?

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • De sierlijkste kiekendief
  • Winterprik werd vele uilen fataal
  • De kolgans
  • Actieplan grote karekiet
  • Oehoe spreidt vleugels uit over heel Vlaanderen
  • De eidereend
  • Heeft de zomertortel een kans op redding?
  • De bedreigde roek
  • De pientere papegaaiduiker
  • De tapuit voelt zich weer thuis bij onze noorderburen
  • De kwartelkoningpopulatie weer opdrijven
  • Vliegende zondebok
  • Oehoe maakt comeback in Vlaanderen
  • De Purperreiger in onze streken is een trekvogel
  • Mexicaanse soldatenara bedreigd
  • Hoempen in het moeras
  • Negen tips van Vogelbescherming Nederland en Cornell Lab of Ornithology
  • Slapende vogels
  • De harpij, reus van het regenwoud
  • De notenkraker
  • De Noordse stern
  • De zwarte specht, een geheimzinnige bosvogel met een teruggetrokken levenswijze
  • De kruisbek
  • De goudvink
  • Ouderlijke zorg vergroot de overlevingskansen van de nakomelingen
  • De houtduif
  • Lichtgevoelige chip legt trekroute en overwinteringsplaatsen van gierzwaluw vast
  • Trekvogelonderzoek van de gierzwaluw (Apus Apus)
  • Een sperwervrouwtje op bezoek
  • Vogelkijken is een passie
  • Zelfde plaats, zelfde tijd, nu door het oog van de leermeester
  • Vogels kijken is dé grote passie van de bekende cabaretier Begijn Le Bleu
  • De witgesterde blauwborst
  • De Kuifeend: grootste Belgische kolonie oeverzwaluwen ooit!
  • De koperwiek
  • Eerste resultaten van 120 ha Zwinuitbreiding
  • Een veilige haven voor watervogels
  • De fitis
  • De appelvink, de krachtpatser onder de vinken
  • De zwartkopmeeuw
  • De witte kwikstaart, het ‘champetterke’
  • Vogels ringen: beter één vogel in de hand dan tien in de lucht
  • De havikarend
  • De roodhalsfuut
  • Bermbeheer langs holle wegen
  • Het Grote Vogeltelweekend 2020: Recordaantal tellers, maar zacht winterweer lokt minder vogels naar de tuin
  • De designvogels
  • Het Grote Vogeltelweekend 2020 - voeren en beloeren

    Nieuws VRT NWS
  • Liveblog - Groei gemiddelde aantal ziekenhuisopnames vertraagt, ijsjesverkopes mogen opnieuw de baan op
  • Recordaantal oproepen bij Tele-Onthaal door corona: “Mensen zijn eenzaam en meer jongeren nemen contact op"
  • Oprah in gesprek met Harry en Meghan: de frustraties naar Britse kroon open en bloot, maar waarom nu? En waarom Oprah?
  • "Je hebt het laatste van deze familie nog niet gezien", de plannen en problemen van de Trumps nu Donald geen president meer is
  • President van Paraguay herschikt regering na straatprotest
  • Irak roept 6 maart uit tot 'Dag van Tolerantie' na pausbezoek
  • 'Mr Brexit' Nigel Farage verlaat de politiek
  • KAART: Hoe zwaar is jouw gemeente getroffen na 1 jaar coronacrisis
  • Het Journaal 1
  • Het Journaal 7

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    hdb
    www.bloggen.be/hdb
    Privacyverklaring van de Kille Meutel Vogelvrienden

    Algemene privacyverklaring van onze vereniging: de Kille Meutel Vogelvrienden De Kille Meutel Vogelvrienden hechten veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In deze privacyverklaring willen we heldere en transparante informatie geven over welke gegevens we verzamelen en hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Wij doen er alles aan om uw privacy te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Onze vereniging houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval: • uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in deze Privacy verklaring; • verwerking van uw persoonsgegevens beperkt is tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt; • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van uw persoonsgegevens; • passende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van uw persoonsgegevens gewaarborgd is; • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt; • op de hoogte zijn van uw rechten omtrent uw persoonsgegevens, u hierop willen wijzen en deze respecteren. Als Kille Meutel Vogelvrienden zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van uw persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van onze privacy verklaring, of in algemenere zin, vragen heeft hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via onderstaande contactgegevens: Kille Meutel Vogelvrienden Watertorenlaan 59 1930 Zaventem franz.pieters@telenet.be Mobiel: 0478 55 34 59 Waarom verwerken wij persoonsgegevens? Uw persoonsgegevens worden door onze vereniging verwerkt ten behoeve van de volgende doeleinden en rechtsgronden: • om te kunnen deelnemen aan de activiteiten van de Kille Meutel Vogelvrienden; • om de uitnodigingen, verslagen, nieuwsmeldingen, … te versturen (met toestemming van de betrokken sympathisanten); • om een brede en vlotte communicatie te verzorgen binnen het netwerk van de diverse partners; • om de jaarlijkse subsidiëring door de overheid te bekomen (wettelijke verplichting); Voor de bovenstaande doelstellingen houden we volgende gegevens bij: naam, voornaam, adres, telefoon/gsm-nummer (indien beschikbaar), e-mail (indien aan ons doorgegeven) We gebruiken de verzamelde gegevens alleen voor de doeleinden waarvoor we de gegevens hebben verkregen. Verstrekking aan derden Wij geven nooit persoonsgegevens door aan andere partijen waarmee we geen verwerkersovereenkomst hebben afgesloten, tenzij we hiertoe wettelijk worden verplicht (bv. politioneel onderzoek) Bewaartermijn De Kille Meutel Vogelvrienden bewaren persoonsgegevens niet langer dan 5 jaar op hun informaticasystemen. Beveiliging van de gegevens Wij hebben passende technische en organisatorische maatregelen genomen om persoonsgegevens van u te beschermen tegen onrechtmatige verwerking, zo hebben we bv. de volgende maatregelen genomen: • we hanteren een gebruikersnaam en wachtwoordbeleid op al onze systemen en cloud-toegangen; • de toegang tot de persoonsgegevens is beperkt tot de bestuursleden; • wij maken back-ups van de persoonsgegevens om deze te kunnen herstellen bij fysieke of technische incidenten; • onze bestuursleden zijn geïnformeerd over het belang van de bescherming van persoonsgegevens. Uw rechten omtrent uw gegevens U heeft recht op inzage en recht op correctie of verwijdering van de persoonsgegeven welke wij van u ontvangen hebben. Bovenaan dit privacy statement staat hoe je contact met ons kan opnemen. Tevens kunt u verzet aantekenen tegen de verwerking van uw persoonsgegevens (of een deel hiervan) door ons of door één van onze verwerkers. Klachten Mocht u een klacht hebben over de verwerking van uw persoonsgegevens dan vragen wij u hierover direct met ons contact op te nemen. U heeft altijd het recht een klacht in te dienen bij de Privacy Commissie, dit is de toezichthoudende autoriteit op het gebied van privacy bescherming. Wijziging privacy statement Onze vereniging de ‘Kille Meutel Vogelvrienden’ kan zijn privacy statement wijzigen. Van deze wijziging zullen we een aankondiging doen op onze website. De laatste wijziging gebeurde op 22 mei 2018. Oudere versies van ons privacy statement zullen in ons archief worden opgeslagen. Stuur ons een e-mail als u deze wilt raadplegen.


    Laatste commentaren
  • moncler coat (caijuan83)
        op De biodiversiteit in het Zwin bevorderen

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!