Met de fiets door een lichte laaghangende mist naar de legendarische
Mua Cave-berg. Onderaan vormt een muf ruikend park het ideale decor voor
sprookjesachtige trouwfoto's. Modder en regen kunnen de geliefden niet deren. Op de top wacht de godin Quan Am, schuilend onder een afdak. De 500
hoge rots-treden vormen een glibberige uitdaging en je ziet al eens een slang
voorbijflitsen. Gelukkig bieden kronkelende draken zijdelingse steun tot
helemaal boven, waar je beloond wordt met een minzame glimlach en een fantastisch
uitzicht op het Tam Coc-landschap.
Niet ver daar vandaan ontdekken we een pas aangelegde brede baan waar duidelijk
nog geen enkele auto op reed en die leidt naar een spiksplinternieuw betonnen onthaalcentrum
van de Trang An Caves, grotten als eilandjes in een rivierennetwerk. Voer voor
morgen.
In het gebouw is het muisstil; enkel verveeld personeel in blauwe
pakjes en wij. De zon schijnt ongenadig vandaag, dus koop ik een opvouwbare strohoed
die nooit helemaal goed zit. Aan de kade ronken roeiers-gidsen in hun platte
schuitjes. Onze begeleidster hanteert de spanen afwisselend met handen en
voeten. Een surrealistisch schilderij is er niets bij.
En dan de kleuren. Langs ongelooflijk helder water schudden helblauwe
vogels hun rood kopje. Frisgroene algen wuiven je sierlijk toe, terwijl framboos-roze
naaktslakken over stengels en palen kruipen. Wanneer we gebukt doorheen lage holtes
glijden, lichten af en toe glinsterende witte kristallen boven ons en fluorescerende
aaltjes rondom ons op.
Met de bus een dagje naar Phat Diem, waar de Franse missionarissen behalve een
18de-eeuws overdekt bruggetje ook een massief houten kathedraal nalieten,
opgebouwd als een oosters tempelcomplex. Een magneet voor de lokale jeugd.
Alhoewel, jeugd? Een jong koppel komt lachend op ons af. Kleiner dan
wij en zoals allemaal hier, veel ouder dan dat ze eruit zien. Zij is 23, hij
28. Hij spreekt nog geen jota Engels; zij is hard aan het oefenen*. Ze gaan
volgend jaar trouwen en laten in afwachting foto's nemen door een van de
aanwezige toeristenfotografen. Of we niet samen met hen willen poseren? Ze zijn
zo verrukt over deze ontmoeting dat we het kleine dubbeltje van hun foto's
cadeau krijgen.
Om de dag af te ronden koopt Wim op de markt
een paar gezonde snoepjes, gehuld in een blinkend papiertje. Kubusjes
zwartgroene agar-agar, gevuld met bananenbrij en kokosnoot, en afgewerkt met
sesamzaadjes.
* Hoeft het uitgelegd waarom bijna niemand nog
Frans kan/wil spreken.
Een goed stadsplan met alle buslijnen van Hanoi, had ons probleemloos
naar het zuidelijk, toen nog volkse busstation Giap Bat geleid, van waaruit we
naar provinciehoofdstad Ninh Binh zouden reizen. De loketbediende mocht in mijn taalpocket "binnen 2 dagen" lezen, want dat
zelf uitspreken was geen optie. Hij had op zijn beurt laten verstaan dat een
ticket op voorhand kopen niet nodig was.
Op de dag van vertrek leren we direct wat het betekent om een publiek
busje te nemen.
Als toerist
betaal je altijd te veel, zelfs wanneer de officiële prijzen uithangen. "Het
zijn nog de oude tarieven.", "Jullie bus is groter/sneller.", ...
De bus vertrekt niet voor hij vol is, ook al betekent dat uren wachten
Vol is een rekbaar begrip. Nog maar net het terrein af of de chauffeurs ronselen extra passagiers voor eigen profijt. Met plastieken krukjes in de middengang.
Na Hanoi en de bewogen tocht straalt Ninh Binh met slechts één grote
baan niet veel enthousiasme uit. We logeren in het enige goedkope hotel dat de
Lonely Planet aanbeveelt. Een beginnersfout. De eigenares vraagt botweg bijna
het dubbele van de afgedrukte prijs en opent daarvoor een gelijkvloerse ruimte met
grote stenen tegels waarop alleen maar een ijzeren bed staat. Te nemen of te
laten.
Copyright N.Ng., Saigon Online, 2006
We verkennen de wijde omtrek op veelgebruikte huurfietsen van Japanse
makelij, licht en gemakkelijk. Dit is het Vietnam uit mijn verbeelding: uitgestrekte
rijstvelden waarin waterbuffels rondhangen en landarbeiders met kegelvormige hoeden
zich dubbel plooien. Glooiende bergen achter pittoreske dorpjes met slechts
af en toe een tegenligger. Een plotse stortbui die even abrupt weer ophoudt. Een
vrouw die - tevergeefs - de wilde groente benoemt die ze plukt voor in de soep. Just a perfect day.
Tot op de terugweg een man wenkt om de modder
van mijn fiets af te wassen. Terwijl Wim voorop niets doorheeft en ik hem kleiner
en kleiner zie worden, probeer ik toch weer een praatje te slaan. Hij zal me
verderop wel opwachten. Maar aan een T-kruising in the middle of nowhere, valt
er niemand te bespeuren. Links en rechts zien er krak hetzelfde uit. Paniek. Tot ik bedenk, wacht op een voorbijganger om Ninh Binh aan te wijzen. Het
kan niet ver zijn. En inderdaad, tien minuten later tekent een bekend silhouet zich
af tegen de rand van de stad. Oef.
Aan de rand van Hanoi's groene long betreden we, als vanzelf respectvol, de statige lanen die leiden naar enkele legendarische gebouwen. Een kanjer van een tempel in pompeuze Oostblok-stijl zuigt alle aandacht naar zich
toe. Het mausoleum van Ho Chi Minh, zinnebeeld van een volk dat niet buigt
onder vreemde jukken.
Een uitzonderlijk persoon, die Ho Chi Minh. Bereisd communist met typerend
sikje, die Frans Indochina op de knieën kreeg. Overtuigd aanhanger van het
confucianisme met zijn zes universele deugden (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Confucianisme).
Gebombardeerd tot eerste president van een half onafhankelijk land in oorlog met de Amerikanen. Een man zonder
kapsones, die na zijn dood voorwerp van nationale devotie werd. Gemummificeerd tegen
zijn wensen in.
We volgen de trossen bewonderaars naar de ingang van de grafkelder waar twee militairen in wit ceremonieel
kostuum op wacht staan. Ondanks hun uitgestreken gezicht verraadt een slinkse voetbeweging de vele uren dienst. We worden tegengehouden door een gesloten deur. Bezoek is slechts
toegelaten gedurende enkele uren per dag. Op naar het presidentieel paleis, vroeger paleis van de Gouverneur van
Indochina, waar Ho Chi Minh principieel weigerde te zetelen. Niet toegankelijk voor het publiek...
Wel "open" voor de gewone sterveling: het zogezegde woonhuis van nonkeltje
Ho. Wat betekent dat we gedwee de file rond de gevels mogen vervoegen om enkele
snelle blikken naar binnen te werpen, doorheen de vensters. Zeer verrassend is de
garage met drie voor die tijden dure auto's: een Peugeot 404, een Russische ZiL
ZIS-110 - gepantserde limousine uit 1954, in beperkte oplage, die de sovjets
aan bevriende leiders schonken - en een Russische GAZ-M20 uit 1955, ook een
bewapend geschenk. Opgezocht voor de liefhebbers onder jullie, want niet mijn ding .
En ook niet dat van de man zelf, die in werkelijkheid iets
verderop leefde en werkte, in een op zijn vraag opgetrokken traditioneel paalhuis
aan de visvijver vol flitsende koi's.
Terug in het centrum vergapen we ons aan naar lucht happende vissen, glibberige wormen, vette padden, gerimpelde schildpadden en meer van hetzelfde; wachtend op hun lot als populaire delicatesse. In de wijk waar elk straatje een
ander ambacht vertegenwoordigt, vervaardigen handige vingers aluminium
spiegels, rieten manden, touwen en houten meubels. Maar we zien evengoed niet-Vietnamese handelswaren een prominente plaats innemen, zoals kerstversiering, GSM-hoesjes en andere Chinese prullaria.
En mijmeren over goede bedoelingen versus realiteit. Tijd voor
een volgende etappe.
Beeld je in, te midden van de chaos van het centrum botsen we op een grootse
waterplas volledig in het groen, Hoàn Kiêm Lake. Niet zomaar een meer,
wel symbool van een eeuwenoude overwinning op de Chinezen en thuis van de Gouden
Schildpad-god. Trekpleister voor zij die geloven dat de onzichtbare
reuzeschildpadden in het water hen geluk zullen brengen.
Pelgrims schrijden over de roodgelakte tolbrug "van de
rijzende zon" naar het piepkleine eilandje middenin, met een heuse pagode, waar een
geestelijke - opnieuw tegen betaling - hun nieuwjaarswensen neerpent. Die ze
als fortune cookies samen met fruit, nep geld of namaakgoud voorleggen
aan het schrijn van hun keuze. Na het gebed gaan de brandende verlangens op in
rook, in de kleioven buiten de tempel. Elk spoor van zwakheid moet vernietigd worden.
Het spiegelende wateroppervlak doet de vele bezoekers spontaan praten met elkaar; alle bankjes
zijn bezet. Verschillende jongeren zoeken contact met ons. Op school leren ze
Engels zonder enige oefenmogelijkheid daarbuiten, dus spreken ze
toeristen aan. En luisteren vooral naar zichzelf. Wellicht begrijpen ze ons
even slecht als wij hen. Jong én oud komen hier op geregelde tijdstippen snelwandelen,
badmintonnen, turnen of tai chi beoefenen; allen even plichtsbewust. Parades
van gedisciplineerde collectieve lichaamsbeweging. Geef ons maar de kiosk annex keuken, met
strategisch uitzicht, nippend van een lekkere Ca Phe Sua Nong, inheemse
filterkoffie met een lichte chocoladesmaak en desgewenst enkele druppels gecondenseerde
melk. Opvallend veel personeel trouwens voor het werk dat er is.
Onverwachts lopen twee aapjes of eekhoorns vanuit de kookruimte de boom
ernaast op, waaronder twee helpers met pauze hun portie rijst verorberen. Wacht, eentje keert terug. Nee, het zijn ratten! En niemand die ervan
opkijkt. De obers peuzelen onverstoorbaar
verder. Gore eetstalletjes met af en toe een ongenode gast, we zullen er
moeten aan wennen.
Aan het gigantische West Lake buiten het centrum heerst een
totaal andere sfeer. Gedaan de drukte, de mensenmassa's en het Engels.
13km beton voert langs statige villa's uit het Frans verleden, verliefde
zielen in zwanenpedalo's, vissers hopend op wat variatie bij het avondeten. Op
de achtergrond sporadisch gesputter van brommertjes. Aan de horizon nemen de
eerste moderne torens schuchter hun plaats in.
Bijtanken doen we op een schaars bevolkt terrasje met een zoet,
aangelengd limoensapje. We ruiken riool, zien aangemeerde verroeste
restaurantboten en op de rug drijvende vissen.
Aangekomen op de luchthaven Nôi Bài wisselen we moeiteloos geld aan de volgens ons, zelfverklaarde experten 😊, beste wisselkoers en reppen ons naar de halte van bus
nr. 17, voor een rit richting hartje Hanoi. De hotelkamer was geboekt met
inbegrepen shuttledienst, maar tegen het vertrek uit België heerste er volledige
radiostilte. Geen nood, met mijn neus in de Lonely Planet zou deze eerste wandeling
een makkie worden.
Dachten we.
De Oude Wijk openbaart zich al snel als een wirwar van straten en
stegen die helemaal anders ogen dan op papier. Vol betekenisloze woorden en namen. Ze gebruiken misschien wel het Latijns alfabet, maar de veelheid
aan klinkers met speelse accenten doen ons hoofd duizelen.
Het verkeer rondom krioelt en spuit laaghangende walmen. Aan alle kanten galmen
vreemde stemmen, claxonnerende auto's, fietsbellen en riksja's. Duizenden
brommertjes halen halsbrekende toeren uit. Vader, moeder, dochter en zoontje; vier
Daltons op een blikken ros. Appelsienboompjes en meubels lijken zelfstandig
rond te toeren. Als voetganger loop je bijna voortdurend op de rijbaan, want de stoep leent zich tot ideale parking voor tweewielers. Rustig ertussen laveren is de
boodschap. Go with the flow, letterlijk. Je begeeft je in een ongrijpbare
stroom waar iedereen elkaar vloeiend ontwijkt.
We lopen grandioos verloren en zien de zon snel zakken. De temperatuur blijft hoog genoeg om pulls achterwege te laten. Toch
voelt de vochtige lucht een stuk frisser aan dan verwacht en houdt onze kop bij de les.
Tegen etenstijd - naar onze normen abnormaal vroeg - etaleert de huizenkant
een eindeloze rij shopje naast shopje naast shopje... Knokige vrouwen in de typische
gehurkte houding achter hun gasstellen bieden watersoepjes met schaarse stippen
rundvlees aan, die de hongerigen, eveneens gehurkt, in sneltempo opslurpen. Straatvegers,
zowel mannen als vrouwen, bezemen onvermoeibaar schoon.
Meerdere voorbijgangers zien ons in de vallende duisternis speuren naar
herkenningstekens en bieden spontaan hulp aan. Jammer genoeg begrijpen we geen
snars van hun Engelse intonatie en geraken nooit verder dan de eerste hoek die
ze aanwijzen.
Iets na acht uur ontwaren we eindelijk de juiste neon letters. Na een
snelle hap in een toeristische keet vlakbij en een laatste flitsgedachte zeker af te dingen op de kamerprijs wegens niet
geleverde diensten, duikelen we moe maar gelukkig bedje in.
Om pas tegen vier uur de volgende namiddag weer wakker te worden!