Het Museum van Moderne Kunst ligt in het groen vlakbij de universiteit. Het is gratis en toont werken van inheemse kunstenaars, maar ook van Picasso,
Léger, Chagall en Miró. Het biedt verder een mooi zicht op de hoge bergen, omsluierd met een
dikke witte nevel. Roofvogels cirkelen hoog in de lucht.
Jammer genoeg maken weinig mensen gebruik van deze opportuniteit. Het
is geen dichtbevolkte wijk en vol donker beton.
Volgt een tropische regenbui, langer en heviger dan verwacht. Schuilen onder gebladerte biedt geen oplossing. Dan maar naar de metro gelopen, waar aan
de ingang al snel parapluverkopers opdagen. De kleine flexibele ondernemers van
dit land. Het is inmiddels avondspits. In het metrostation, een gesloten muffe ruimte, volgen verschillende rijen opeengeplakte wachtenden de gele pijlen op
de grond; een voortstuwende mensenstroom. Bij de 5de metro zijn we
mee. Op zon moment voel je hoe het mogelijk is dat individuen soms vertrappeld
worden.
We waren onze kaart van Venezuela thuis vergeten en nergens een winkel
te vinden die zoiets verkoopt. Geen nood, het Nationaal Instituut van
Aardrijkskunde zou ons kunnen helpen.
Een vervallen gebouw, zoals zovele, met aan de ingang een soldaat die
wil weten wat wij daar komen doen. Na uitleg alles OK, door naar de receptie, zelfde
verhaal. En zoals overal, noteren ze onze ID. Elke Venezolaan kent de
zijne/hare van buiten.
Eens onze bezoekersbadge opgespeld vergezelt een liftjongen ons naar de juiste
verdieping. Op het einde van een kale gang, het lokaal met de kaarten. Oeps,
vergissing, enkel topografische of politieke kaarten verkrijgbaar. Een
politieke dan maar.
De man overhandigt een papier, waarmee we elders in het gebouw aan een
loket eerst de aankoop officieel moeten laten registreren. Waarna we met een
nieuw papier weer ergens anders aan een kassa moeten betalen, om dan terug te
keren naar het 1ste lokaal, waar de man intussen onze kaart opgerold
in een kleurrijk cadeaupapiertje heeft gestoken.
De kaart was bovendien duur, omdat de waarde van
hun munt door Chavez kunstmatig hoog wordt gehouden. En ja, we deden dan zoals de meeste toeristen. In het zwart geld wisselen.
Bij onze 77-jarige hoteleigenaar van Spaanse afkomst, Señor Antonio, die al 1
hartoperatie achter de rug had. Met meer dan het driedubbele van de officiële
wisselkoers werd alles opeens spotgoedkoop.
Overtuigde chavisten en fervente aanhangers van de vrije markt; 2
stromingen. Benieuwd hoe zich dat verder zou uiten.
We voelden ons niet helemaal op ons gemak die eerste dagen; het is hier
gevaarlijk, weet je wel. Dus na 7u 's avonds probeerden we de straat niet meer
op te gaan. Maar ook andere aspecten werden erdoor beïnvloed.
We aten liefst niet te ver van ons hotel, net zoals de Venezolaanse gasten. Dat betekent vooral vettig. Gefrituurde broodjes gevuld met een soort
van smout, vette kip en avocadosalade; voor hen ontbijt of tussendoortje. Hun
nationale gerecht: rijst met gestoofde vleesrepen, zwarte bonen, kaas en gebakken banaan; voor ons avondmaal - we eten nooit 's middags. Of nog,
gebraden kip met frieten, kool & wortel en overdadig mayonaise. Dat alles in reuzenporties. In deze regio lijdt een belangrijk aandeel van de inwoners aan obesitas. Niet verwonderlijk. En zeggen dat 6 Miss Worlds van hier kwamen.
Venezolanen snoepen ook continu tussendoor. In het centrum lopen bv. ijsverkopers
rond, met grappige afgeronde driehoekige karretjes op 2 wielen. Allen doofstommen,
die hiermee hun eigen beschermde beroep hebben.
Tijdens de wandelingen keken we behoed rond en kwamen zo op een ogenblik onbedoeld terecht tussen 2 hoofdbanen in, op een supersmal voetpad dat
abrupt stopte. Terugkeren was geen optie, dus railing overgekropen naar een
aarden wandelpad.
Een irreële ervaring. Rechts, echt vlak naast ons, raasde een onophoudelijke stroom auto's van de autostrade het centrum in. Links, de rivier
de Guaira, ook een beetje open riool, met heel veel groen en een kolonie witte
reigers in een boom genesteld. Verderop een ijzeren bruggetje voor de elektriciteitsleidingen. En tentjes waar daklozen sliepen. We konden nergens weg en dachten, als er nu een paar ons willen
overvallen, zijn we gezien. Maar opnieuw, er gebeurde niets.
Het eindigde aan een rotonde waar we gelukkig - na een paar gevaarlijke
oversteken - dan toch in de bewandelbare stad terug geraakten. Stervend van de dorst na zoveel stress en hitte, kochten we op een
marktje een stuk watermeloen. Van de lekkere fruitsapjes op straat bleven we nog af, omdat er onzuiver water en ijs wordt bijgedaan. Zalig verfrissend. En we wandelden verder met hernieuwde moed.
Een oudere dame passeerde met haar poedeltje op 4 gebreide sok-pantoffeltjes. Kinderen speelden met ballonnen. Langs de boomstammen in de parkjes, voorzien van voederbakjes, liepen
talloze zwarte eekhoorntjes.
Geleidelijk aan smolt alle terughoudendheid weg.
Cáracas is té levendig, kleurrijk en afwisselend om te blijven hangen in negatieve gevoelens.
Een visum voor Australië aanvragen via internet bij je thuis, is
doodsimpel. Een kwartier later komt de goedkeuring al binnen. Bij aankomst was controle onbestaand.
Weinig volk in de luchthaven en al helemaal niemand onder het
gigantische afdak waar alle stadsbussen vertrekken. Tijd genoeg dus om uit te
pluizen hoe een opgeladen My Ki magneetkaart - enige betaalmiddel op het openbaar vervoer - uit de automaat te halen.
We hadden voor het eerst ooit een Air B'n'B geboekt, bij een gezin in
de buitenwijken van Melbourne, en geen idee wat het zou worden.
Na de bus volgde een bovengrondse metrolijn die hun richting uitreed. Onzeker over de juiste halte, stapten we veel te vroeg af. Twee keuvelende sympathieke vrouwen
legden ons uit dat we nog 2 haltes verder moesten. Wij met pak en zak terug de
metro op en even verder er weer af.
Groot was onze verbazing toen de twee zelfde vrouwen ons aan de uitgang opwachtten. Ze hadden zich vergist, voelden zich schuldig en wilden
ons nu persé met de auto tot aan ons verblijf voeren!
De tweede avond keerden we terug van het centrum met een bloem voor onzegastvrouw, in het kader van Walking Garden, een interactief kunstwerk in
hetMuseum van Schone Kunsten. Elke bezoeker kon een snijbloem uitkiezen omte
schenken aan een onbekende.
We werden direct uitgenodigd om mee een glas te drinken in de tuin en
het werd een gezellige boel tot in de vroege uurtjes. Neighbours in het echt.
Een internationaal gezelschap dat elkaar sappige verhalen vertelde. In het donker zagen we even het silhouet van een wombat over hun tuinmuur lopen. Een dier dat je niet mag doen verschieten, want dan wordt het agressiefen valt het aan en je kan er niet tegenop. Ze waarschuwden ons ook voor de inheemse dodelijke tunnelspin, 1 van de 10gevaarlijkste op aarde, die onverwacht rond en in huis kan opduiken. Maar door de alcohol kon ons dat al lang niet meer deren.
's Ochtends - eerder middag eigenlijk - bij het ontbijt, maakten we kennis met de typische toast met boter en vegemite, iets op basis van gist dat verschrikkelijk zout en slecht smaakt. Toch eten vele Aussies dit elke dag, want goed voor de hersenen. En tegen een kater, maakten ze ons wijs.
6 december 2016, om 6u 's ochtends. Geen aankomst in Australië, maar wel in Hong Kong,waar weeen tussenstop van 3 dagen inplanden.
De luchthaven van Hong Kong is wat je verwacht van een moderne
Aziatische metropool: nog maar net de gate uit of je wordt door personeel in
kostuum kordaat via roltrappen geleid naar een kaal perron met enkel een glazen
koker. Een supersnelle trein - in die koker - zonder bestuurder en automatische
deuren die welgeteld 1 minuut openblijven, voert je in een mum naar de
controles, waar je je een visa moet aanschaffen. De wachttijd tussen elke trein
is minder dan 5 minuten.
We volgden de lokale massa door de gigantische luchthaven en vonden zo
de halte van de stadsbussen en hoe een ticket te kopen aan de loketten.
De mensen zijn hier nog altijd very British: ze rijden links, cuen
gedisciplineerd aan de bushaltes en komen eigenlijk zeer relaxed over, ondanks
de eclectische bevolking.
De rode dubbeldekbus - very British indeed - deed er meer dan een uur over
om op Hong Kong Island te geraken; met onderweg prachtige zichten op de baai,
de haven, hangbruggen van het ene eiland naar het andere (er zijn er 235 in
totaal), containerparken, reuzeschepen, groepen torenhoge woontorens met
minuscule kamertjes.
By Turloch Mooney,
Senior Editor, Global Ports | May 19, 2017 7:38AM EDT
Ontbijten deden we in een Chinese fastfood voor de werkmensen, vlakbij
ons hotel. Snelle bediening aan mica tafels, onder fel neonlicht. Ontbijt,
lunch of avondmaal, altijd is het soep met 1 of andere variant van noedels en
wonton (Chinese ravioli). Lekker en gezond (?) Met de menu enkel in het Chinees, wisten we nooit van tevoren wat er in onze kom zou verschijnen.
In hun vrije tijd gaan bewoners ontspannen in het groen op Victoria
Peak. Wij verkozen om terug naar beneden te wandelen, daar waar de meesten opnieuw
de auto of het Peak treintje nemen. Flash naar de Ardennen: onderweg stoof plots
een familie wilde varkens uit de struiken, op ons pad. Een jonge vrouw uit Hong
Kong, die daar al jaren jogde, begon te gillen, want ze had dit nog nooit gezien en durfde er niet langs te gaan. Ze bleef aan onze zijde tot helemaal beneden.
We hadden vooraf geen flauw idee over Hong Kong. De stad verraste ons totaal met haar lekker lenteweertje en diversiteit. De 3 dagen waren veel te snel
voorbij.
Om te beginnen vlucht geannuleerd door treinstakingen in België. Uit voorzorg waren we de avond ervoor al naar Brussel gespoord, in onze zomerkleren. Een bus zou alle passagiers in de vroege uurtjes naar Parijs voeren, maar
ook die werd tegengehouden. De vliegtuigmaatschappij zorgde voor overnachting, evenwel met de melding dat de tussenlanding verschoof van Panama naar Los Angeles. Gevolg: een dringende visumaanvraag, via internet, uitsluitend betaalbaar met Visa. Bij de Amerikaanse overheid nota bene, niet direct ieders vriend. En ook het hotel
in Guatemala moest op de hoogte gebracht worden. Het baliepersoneel heeft afgezien.
Wie ons kent weet dat we zonder smartphone, laptop of iPad reizen.
We bereikten Guatemala de zonnige ochtend van 10 december. Het hotel had voor vervoer gezorgd en wat rust zou ons goed doen. Dat was buiten de chauffeur gerekend die bij aankomst contante betaling eiste. En nee, hij werd niet vergoed door het hotel. Door alle voorbije heisa hadden we dit over heth oofd gezien. Zijn enthousiaste praatjes sloegen om in neerbuigende taal. Het werd een heel gedoe om, schaamrood op de wangen, de receptionist te overtuigen dit voor te schieten.
Wie ons kent weet dat wij graag cash meenemen om net wél overal te kunnen
betalen.
Belofte maakt schuld, dus wij terug naar buiten. Startsein van een martelgang door niet meteen het meest aantrekkelijke gedeelte van de stad. De meeste banken wilden geen euro's wisselen! We werden van hot naar her gestuurd, langs een grauwe, verstikkende hoofdboulevard met een mislukte Eiffeltoren (de Torre del Reformador) en de geur van smeltende asfalt. Steeds verder weg van het historisch centrum. De weinige voorbijgangers hadden geen idee, kenden enkel
dollars. We snakten naar water en een versnapering. De lange zoektocht eindigde in de Superintendencia de los Bancos, zeg maar de Nationale Bank van Guatemala. Waar ze vreemd opkeken van die twee rare vogels. De laatste stap was nachos schrokken en stroperige cola zuipen in de Gran Centro Comercialzona 4.
Wie ons kent weet dat wij echt niet van fastfood en winkelcentra houden.
Volledig uitgeput betraden we onze kamer. Eerder een bezemkot met uitzicht op de traphal, waar kogelgaten het keukenraam ontsierden. Na een korte passage onder de levensgevaarlijke minidouche vleiden we ons neer met grootmoeders bedsprei als enig laken en voetzoekers
als achtergrondmuziek.
Cáracas was toen en is misschien nog altijd de op 2 na gevaarlijkste
stad ter wereld.In de lokalekranten lees je dagelijks over vermoorde burgers,
in verlaten straten enop bussen. Er wordt je nietgevraagd om iets af te
geven. Nee, direct neerknallenen gewoon nemen wat ze willen; GSM of zo. Een simpele raad die we meermaals meekregen: wandel nooit waar er geen licht is en vermijd bepaalde bustrajecten.
Begrijpelijk dat we deze keer niet voor het openbaar vervoer kozen om
de afstand van ongeveer 20km naar de hoofdstad af te leggen. Samen met een ouder Frans trekkerskoppel onderhandelden we voor een gedeelde taxi, want toevallig
logeerden we in hetzelfde hotel, iets buiten de toeristische zone.
Voor het eerst in ons leven zaten we in zon gepantserde zwarte 4x4,
met donkere ruiten en een chauffeur die er het zwijgen toe deed. We gluurden door
het venster, om toch maar iets te proberen onderscheiden in de complete duisternis. Een beetje spannend wel, want je hebt geen flauw idee welke
richting de auto uitgaat. Net een gangsterfilm.
Bij het naderen van de agglomeratie rezen er plots
helemaal rondom ons heen heuvels vol met lichtjes. Dit creëerde een feeërieke
kerstsfeer; was gewoon zo mooi om te zien.
Geen eigen foto maar wel deze By franzconde - https://www.flickr.com/photos/79928508@N00/4295525588/, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9051492
Tot je dichterbij komt en beseft dat de
lichtjes hun oorsprong vinden in de bidonvilles die zich boven de
stad van 5 miljoen inwoners hebben genesteld.
We reden verder door verlaten boulevards, over lege
kruispunten, langs schimmige silhouetten en... werden gewoon afgezet aan het hotel. Weliswaar met kamers zonder vensters, verborgen achterin een lange gang. Wij waren de laatste
gasten die toekwamen, waarna een groot traliehek voor de ingang schoof.
Weetje: 1 van president Hugo Chávez zijn initiatieven was een
2km-lange kabelbaan vanuit de hooggelegen armenbuurt San Augustín, naar beneden, naar het drukke Parque Central; met drie tussenstops in verschillende sloppenwijken. Speciaal aangelegd zodat de mensen minder lang moesten stappen om in het centrum te
geraken.
Dankzij Wim zijn feilloos gevoel voor richting,
geraakten we een paar dagen later te voet tot aan de boveningang van de kabelbaan - geen paniek, het was pal op de middag, uur van de siësta, zeker voor nachtbrakers - en maakten de rit naar beneden met enkele overweldigende
panorama's.
Welkom in Venezuela, een land dat ons nog
dikwijls zou verrassen.