De ambtenaar in het informatiecentrum fleurt ogenblikkelijk op bij onze eerste stap in het deurgat. Hij veert recht, spreidt een landkaart open en
ratelt enthousiast over enkele wandelpaden langs het meer, veilig genoeg om met een gerust hart de couleur locale te ontdekken. Het is de overkant die een slechte reputatie heeft.
Een smal stoffig pad voert over ruige
bergflanken van Santa Cruz naar San Marcos. Steil op en
neer ondereen hete zon, in het spoor van de Maya's vroeger en nu. Af en toe versperren grote rotsblokken de weg. Telkens we indiaanse
landbewerkers kruisen, volgen interactieve korte maar vriendelijke hoofdknikjes. Meer vergt teveel inspanning. Op de grond wenkt een achtergelaten stok. De ideale
vorm en lengte om slangen op afstand te houden. Toch volgens de boekjes. Ik
profiteer vooral van de steun.
Alle dorpjes, grotendeels ingepalmd door gestrandehippies, hippe boho's en yogafanaten, zijn in siësta-modus. Enkel een troepje schoolgaande jeugd brengt wat leven voor de barak met versnaperingen, vlakbij de kade waar we wachten op de veerboot terug. Jonge kinderen beladen met koopwaar schuilen wat afzijdig, als standbeelden in de schaduw. Zelfs onze geurende toast met gebakken banaan krijgt er geen beweging in.
Nooit deed ijskoude Sprite zo'n deugd.
De tweede tocht over een asfaltweg leidt naar nog meer doodse dorpen. Als adelaars bespieden we wat zich
aan de oevers afspeelt. Weinig. Tegen eenmediterraans ogende
achtergrond prijkt de ene luxevilla na deandere, met lege aanlegsteigers en opvallend groene gazons.Hier en daar sproeit of snoeit een kleine gestalte,
inafwachting dat de eigenaars nog eens opdagen.
San Antonio Palopó, het meest oostelijke dorp,
is een perfecte weergave van de heersende werkelijkheid. Aan het water, een zee van golfplaten bovenop opeengeplakte koterijen. Op het water, vissersboten. Iets meer naarrechts en hogerop, een bonte mix van lege nieuwbouw. Aan
degesloten feestzaal met panoramisch zicht veegt eenbescheiden figuur in
traditionele rok onverstoorbaar opgedwarreld stof bijeen.
De laadbak van een camionette is onze enigeuitweg terug.
's Avonds in Panajachel luidt een carnavaleske
optocht met jonglerende clowns en ons onbekende populaire dierenfiguren de
kerstperiode in. Als makke lammetjes op een rij ziet de plaatselijke
bevolking toe. De afsluitende "praalwagen" zit afgeladen vol. Samengepropte uitverkoren
Mayakinderen genieten van de aandacht en hun gesponsorde outfit
in de nationale kleuren. Hun trotse ouders volgen in het donker, alleen met
hun gedachten.
Bij
helder weer verdrinkt je blik in een spiegel van vloeibaar gewalst staal, die bijna naadloos overloopt in het overkoepelende hemelblauw. Onder het schijnbaar kalme oppervlak wenkt een
onpeilbare diepte. Men zegt dat daar een allesverslindend monster wachtop
argeloze zielen in de ban van de ring.
Soms
steekt 's middags onverwachts de wind op en verandert het kabbelend
cappuccinoschuim in helse grijsgroene horden voor de bootjes die hun dagelijks traject moedig voortzetten. Wanneer hardnekkige mist neerdaalt, waren je ogen rusteloos rond in het niets. Verhalen
indachtig over mensen die op mysterieuze wijze verdwenen.
Volgens
een oude legende werd een Spaanse conquistador smoorverliefd op een inheemse schone aan de oevers van dit reusachtig meer, in Panajachel. Uit angst
voor een afwijzing overtuigde hij de plaatselijke heks om een gouden ring die
hij het Maya-meisje wilde schenken, te betoveren. Wie hem droeg zou een
onweerstaanbare passie voelen voor de jonge kapitein. Zijn opzet werkte. Niet
voor lang. Het
leger duldde geen raciale vermenging. Zijn overste liet de geliefde executeren
en eigende zich de ring toe. Verboden gevoelens borrelden op. Gefrustreerd zocht en vond hij de oorzaak, roeide naar het midden van het meer en gooide het vervloekte kleinood vol walging in het absorberende water.
Zo
ontstond de magische aantrekkingskracht van het Atitlan-meer. Ook wij
ontsnapten er niet aan.
Onze bont gekleurde bus stopt in de hoofdstraat van wat op het eerste
zicht een vreemd soort Spaanse westernstad lijkt. Veel houten gebouwen
en hacienda's met 1 verdieping. Klaar om vermoeide vreemdelingen die
willen slapen, eten, kopen en plezier maken, gepluimd weer op pad te sturen. Het
water op of grappige riksja's in, richting traditionele toeristendorpen, elk
met eigen kleuren, rituelen en motieven.
's Avonds hult de ondergaande zon dit apart universum in een warme oranje gloed. Wat opnieuw honderden bewonderaars lokt, opeengepakt op de talrijke houten pontons.
Maar de moderne bezoeker is onverzadigbaar. Dus creëerde men op
wandelafstand een natuurpark. Na avontuurlijke ziplijnen, hangbruggen en
watervallen voert een web van paden verder naar een spectaculaire vlindertuin, langs afgebakende zones vol exotische fauna.
Vanop een platform maken we nader kennis met de spinapen. Als
volleerde acrobaten zwieren ze speels aan staart en poten tot wel heel
dichtbij. Zo dichtbij dat alle mannen in korte broek als gek beginnen te
krabben. Geniepige vlooien smullen.
Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.
"Mevrouw, gaat het nog? Zou zittend niet gemakkelijker zijn? Zeker?" vroegen ze herhaaldelijk, vader en zoon met hun schattig zwart paardje, tot op
¾ van het traject naar de top van de Pacaya-vulkaan. Een uitgekiend business
model. Bij de toegang tot het bewandelbare gedeelte, waar je betaalt en een
gids toegewezen krijgt, moet elke bezoeker zijn naam en leeftijd opgeven. Families uit de buurt kiezen daar vervolgens mogelijke doelwitten uit om een
ritje aan te verkopen. Maar niet aan mij; op eigen kracht boven geraken betekent
nog niet oud zijn, zelfs als ik hoog rood aanloop met bonkend hart en mijn tong
op de schoenen.
De beloning was groot. Licht duizelig genieten van onbekende geuren,
onbezoedelde lucht en een adelaarsblik op Antigua en haar 3 vulkanen, waaronder
de besneeuwde Fuego en zijn niet aflatende lichte rookpluim. Jammer genoeg stopten
we vóór de echte top, omdat de krater op dat ogenblik iets te onstabiel was. Wat
wel nooit ontbreekt op deze tour is dat ze je naar een lavaveld leiden waar je
marshmallows mag roosteren in hittegaten.
Het populaire zondagse uitje naar Cerro de la
Cruz loopt via een wandelpad doorheen verkoelende bosjes tot in een park bovenop
de hoge heuvel. Met een kruis (van cement) dat sinds 1930 de stad moet beschermen
tegen onheil, met name de steeds weerkerende vernietigende aardbevingen. Wie
niet graag stapt of zelfs op deze drukke dag schrik heeft om onderweg beroofd
te worden, geraakt er langs een andere, berijdbare weg.
Van daaruit heb je een onbelemmerd uitzicht op
de Agua-vulkaan en het dambord van de stad in de diepte. Families turen in de
verte, hun hand boven de ogen tegen de felle zon. Koppels verpozen op het
grasplein. Ook de aanwezige verkoopstertjes hebben hun waren neergelegd om zich
even onbezorgd neer te vleien. En zelfs bij de gewapende parkwachters valt het ontspannende
effect op.
Verder houdt deze stad je even zoet met de meer
dan 25 katholieke kerken en kloosters; alle met metersdikke wanden om zo lang
mogelijk stand te houden tegen aardschokken. Zoals de goed bewaarde ruïnes van
een kapucijnenklooster met barre slaapcellen en paradijselijke tuinen; en de
fraai gerestaureerde kathedraal San José; en de gehavende kerk de San Francisco
waarin de tombe van de allereerste Midden-Amerikaanse heilige, Pedro de
Betancourt, vele gelovigen aantrekt; ...
Tot het een overdosis wordt en je weer iets
anders wilt.
Antigua is wat vergelijkbaar met Brugge: een relax openluchtmuseum. Een
Spaanse koloniale stad uit de 17de eeuw en UNESCO werelderfgoed. Vol
kleurrijke oude woningen met grote houten poorten en geplaveid met Vlaams
aandoende kasseien. Als extra overheersen op de achtergrond 3 vulkanen, waarvan
er 1 nog actief is. Alles ademt toerisme, met navenante prijzen. De zichtbare populatie bestaat hoofdzakelijk uit bezoekers, dienstverleners en politie.
Het historische Parque Central nodigt uit om te flaneren en naar avondlijke concerten te luisteren. Af en toe duiken agenten onverwacht op en
zie je de aanwezige kleine schoenpoetsertjes en venters zonder licentie als in
een kettingreactie verdwijnen. Om even snel terug te keren, van zodra de
dienders de hoek om zijn.
De omliggende straten bestaan bijna alleen uit restaurants en andere voorzieningen in fancy gerestaureerde panden. Waaronder veel gespecialiseerde
koffiebars, want de Guatemalteekse koffie staat terecht als excellent
aangeschreven. In het centrum vind je de duurdere etablissementen, op de grote
baan aan de buitenkant de goedkopere fastfoodketens & tabernas, waar ook
werknemers en hun familie gaan eten.
Winkels bieden dan weer souvenirs, luxewaren, rondreizen en al dan niet traditionele producten aan. De indiaanse ambulante verkopers van typische
kledij en accessoires vallen je altijd en overal lastig. Het is begrijpelijk
gezien hun positie in deze maatschappij; hier voelt het echter aan alsof ze ons
medeleven uitmelken. En de vraag stelt zich, bij het enorme aanbod, hoeveel van
de geweven voorwerpen nog echt ambachtelijk zijn.
Elke inwoner opent als het maar enigszins mogelijk is een B&B. Wij
hadden een adresje gekregen van een koppel uit Antwerpen dat we in Guatemala
City ontmoetten. Onopvallend; je moest het weten zijn en aanbellen en Spaans
kunnen (taallessen vind je hier ook bij de vleet). We hadden geluk, ze
waren thuis met nog een kamer vrij. Eens geïnstalleerd, toonden ze geen enkele interesse meer in ons.
Pas wanneer het gros van de toeristen op uitstap is, ontwaar je taferelen uit het dagelijkse leven. Mannen op brommertjes brengen hun
echtgenotes met koopwaar van buiten de stad naar het centrum. Aan een fontein, waar
vogels die lijken op te magere merels zich laven, zit een jongeman met krukken
terneergeslagen op een bank. Een moeder met haar kind draagt plastic zakken met
kleren, op weg naar de knalgele oude wasplaats met zijn stenen bassins.
Het is dan toch geen Brugge, eerder een beetje Westworld.
Zelfs in een stad die niet echt uitnodigend te noemen is, schuilen een
paar pareltjes.
Zoals het geesteskind van een president die dacht dat hij de reïncarnatie van Napoleon was. Het Palacio Nacional, alias Palacio Verde (de buitenkant is bedekt met lichtgroene natuurstenen tegels), een exuberant paleis, domineert samen met de kathedraal het Parque Central. President Ubico liet het gebouw, dat jaren
ervoor was afgebrand, tijdens W.O. II herrijzen als een architecturaal allegaartje. Enkel te bezichtigen onder begeleiding van een Spaanstalige gids.
In de traphal word je belaagd met grote romantische schilderijen à la Delacroix over de nationale geschiedenis, maar ook met een niet ter zake doende
Don Quichote en Sancho Panza. Geraffineerd houtwerk contrasteert met sobere binnentuinen; Moorse motieven wisselen af met kleurrijke glasramen. Sommige
vensters verbeelden plechtstatige scènes zoals in kathedralen; andere getuigen
van een luchtige frivoliteit. De troonzaal oogt dan weer als een pompeuze
Weense operettezaal.
De obligate groep studenten-bezoekers was danig onder de indruk van alle geëtaleerde luxe. En een beetje van mij, een vreemdeling die hun taal verstond!
Of Popol Vuh, een mythologische tekst van de Maya's over de schepping van de aarde; hier een internationaal erkend archeologisch museum op de universitaire campus, gewijd aan hun cultuur. Met schaarse bezoekers.
Nochtans biedt het een intrigerende verzameling antropomorfe voorwerpen,
hun typisch vernuftig beeldhouwwerk en ietwat verhulde gereconstrueerde graftomben.
Mooi gepresenteerd in zalen rondom de cirkelvormige patio met zuilengalerij,
waar we graag even op een antieke stenen zitbank hadden kunnen verpozen.
Uitwaaien kan je in de creatie van een
president die dweepte met de Griekse godin van de wijsheid. President Cabrera
gaf in de jaren '30vande vorige eeuw opdracht om een bestaand bos ten noorden van de stad,waar ravijnen een natuurlijke grens vormen, om te vormen tot het ParqueMinerva. Aan de ingang rees een heuse tempel gewijd aan
de godin - nu verdwenen -, op het domein zelf kwamen aangelegde tuinen, wandelpaden, fonteinen en sportterreinen.
Tussen de immense bomen vind je wel nog altijd de
3D-reliëfkaart van Guatemala uit 1905, die 2.500 m2 beslaat in onjuiste verhoudingen.Tegen betaling te ontcijferen vanop een uitkijktoren. Maar zonder
hetwater dat vroeger door de rivierlijnen liep en gedeeltelijk afgedekt. Te
zien aan het verval en het aantal mensen dat er rondliep, was ook deze plek
inmiddels zijn aantrekkingskracht van weleer verloren.
De diepe armoede van sommigen valt direct op. Het pijnlijkst van al zijn de vele kinderen die proberen te overleven op straat met allerhande karweitjes, meestal schoenen poetsen; voor ons een vage herinnering uit de
jaren '50 en '60 in de mediterrane landen. Op een dag kochten we op de markt sinaasappels
in afslag; de helft ervan bleek rot dus onze eetlust was direct over. Zo'n stel
kinderen lonkte naar de zak en we lieten hen toetasten. Tot op de pel knabbelden ze alles af, rot of niet rot.
Tegelijk is deze laagbouwstad ontzettend clean en ordentelijk door de torenhoge boetes op sluikafval, autogordel niet dragen of rijden op de
busstrook. Het plaatje klopt niet.
In de winkelstraten vol verveelde straatventers heerst een sfeer van latente dreiging. 25% van de beroepsbevolking oefent een job uit bij de politie of in
de veiligheidssector. Elke zaak van klein tot groot, heeft bewaking aan de
deur. Robuust uitziende mannen met automatische geweren met afgezaagde loop.
Verbazingwekkend genoeg went het snel en soms leidt het tot grappige taferelen.
Je loopt door een rustig afgelegen straatje en plots verschijnt een bestelwagen
die met gierende banden stopt voor een buurtwinkeltje. 2 zwaarbewapende
robocops springen eruit, openen de achterkant... en leveren een lading knakworstjes
af.
Het enige dat wat animo bracht in het centrum was
Kerstmis die eraankwam, met de belofte van cadeautjes, en de kerstmarkt op deParque Central, waar onder andere een sneeuwpiste, foto stand-inborden en een
korte stoeltjeslift heen en weer, hier en daar een glimlachtevoorschijn toverden.
Om te eten overheersen de fastfoodketens, sommige
echt vies en andere spic en span, samen met selfmade snacks op straat en standaard kost in garages en andere kleine ruimtes. Gezonde groentenzijn
schaars en erg duur.
Voor wat wij het "normale" leven noemen, moet
je naar de verderaf gelegen lelijke zakenwijken, waar het wemelt van deftig
geklede drukdoende bedienden en ambtenaren, geflankeerd door werkvolk, temidden
kleur en beweging.
Hier vonden we ook onze weg naar kleine
restaurantjes, waar je net zoals bij ons, een dagschotel met 3 gangen kan nuttigen, van prima kwaliteit tegen een voor de middenklasse betaalbare prijs.
Er heerst hier letterlijk een wereld van
verschil tussen de welgestelde inwoners, dikwijls van Spaanse afkomst en de
rest, waaronder massa's indigente Maya's. Van een evolutie sinds de dekolonisatie
is weinig sprake.
Om te beginnen vlucht geannuleerd door treinstakingen in België. Uit voorzorg waren we de avond ervoor al naar Brussel gespoord, in onze zomerkleren. Een bus zou alle passagiers in de vroege uurtjes naar Parijs voeren, maar
ook die werd tegengehouden. De vliegtuigmaatschappij zorgde voor overnachting, evenwel met de melding dat de tussenlanding verschoof van Panama naar Los Angeles. Gevolg: een dringende visumaanvraag, via internet, uitsluitend betaalbaar met Visa. Bij de Amerikaanse overheid nota bene, niet direct ieders vriend. En ook het hotel
in Guatemala moest op de hoogte gebracht worden. Het baliepersoneel heeft afgezien.
Wie ons kent weet dat we zonder smartphone, laptop of iPad reizen.
We bereikten Guatemala de zonnige ochtend van 10 december. Het hotel had voor vervoer gezorgd en wat rust zou ons goed doen. Dat was buiten de chauffeur gerekend die bij aankomst contante betaling eiste. En nee, hij werd niet vergoed door het hotel. Door alle voorbije heisa hadden we dit over heth oofd gezien. Zijn enthousiaste praatjes sloegen om in neerbuigende taal. Het werd een heel gedoe om, schaamrood op de wangen, de receptionist te overtuigen dit voor te schieten.
Wie ons kent weet dat wij graag cash meenemen om net wél overal te kunnen
betalen.
Belofte maakt schuld, dus wij terug naar buiten. Startsein van een martelgang door niet meteen het meest aantrekkelijke gedeelte van de stad. De meeste banken wilden geen euro's wisselen! We werden van hot naar her gestuurd, langs een grauwe, verstikkende hoofdboulevard met een mislukte Eiffeltoren (de Torre del Reformador) en de geur van smeltende asfalt. Steeds verder weg van het historisch centrum. De weinige voorbijgangers hadden geen idee, kenden enkel
dollars. We snakten naar water en een versnapering. De lange zoektocht eindigde in de Superintendencia de los Bancos, zeg maar de Nationale Bank van Guatemala. Waar ze vreemd opkeken van die twee rare vogels. De laatste stap was nachos schrokken en stroperige cola zuipen in de Gran Centro Comercialzona 4.
Wie ons kent weet dat wij echt niet van fastfood en winkelcentra houden.
Volledig uitgeput betraden we onze kamer. Eerder een bezemkot met uitzicht op de traphal, waar kogelgaten het keukenraam ontsierden. Na een korte passage onder de levensgevaarlijke minidouche vleiden we ons neer met grootmoeders bedsprei als enig laken en voetzoekers
als achtergrondmuziek.