De receptionist had ons de richting van het
stadscentrum aangewezen, zonder te vermelden dat het een goede 6km verder lag.
Op de druk bereden stoffige provincieweg er
naartoe zoefden dikke 4x4's, busjes en fietsen in trossen voorbij. Tabuk ligt
in een echte landbouwstreek met grootgrondbezitters in riante villa's en
werkvolk in minder aantrekkelijke behuizing. Het landschap, trillend onder een
loden hitte, bestaat uit een open vlakte, opgedeeld in een mozaïek van percelen,
velen gebrandmerkt door een paal met de naam van de gebruikte pesticiden of
andere info. In de verte afgesloten door een bergketen en langs de straatkant afgezoomd
met lintbebouwing.
Klef van het vuil en het zweet tjokten we
alsmaar verder onder de brandende zon in alweer een zoo. We passeerden een toom kalkoenen begeleid door een moderne herderin met GSM. Zagen een pronkende haan die
smulde van de rijstkorrels op een grote betonnen droogvloer. Waterbuffels in drassige
weiden bekeken ons zoals een koe een trein. En ontelbare eenden kwetterden
honderduit, samengepakt op een kleine waterplas naast een snelstromende beek.
Het centrum was niet meer dan een verbreding
van de grote baan, met een tiental parallelle zijstraten. Heel veel winkeltjes
met vooral veel brol en 1 "hippe" koffiebar waar we ons dankbaar laafden.
De stadsmarkt lag er op dit uur verlaten bij,
net zoals de grauwe schamele woonwijken. Onverwacht opgefleurd door een groepje
vrolijke kinderen naast een wel zeer inventieve kerstboom bestaande uit een
palmboom versierd met bonte composities van plastieken flessen, vorken en bekers.
Om de tijd te verdrijven vond ik niets beters
dan een ruimte binnen te stappen waar 3 vrouwen beroepsmatig haar kapten en
nagels lakten, en roekeloos om een handverzorging te vragen. Na een lachsalvo
van ongeloof, zeker omdat Wim erbij was, werd er snel een buurvrouw bij gehaald,
die als enige een paar woorden Engels sprak.
Hun haar is van nature pikzwart, dus kleuren
gebeurt hier minder dan bij ons. Met strijkijzertangen wordt het wel gladder en
glanzender gemaakt.
Manicure daarentegen is een marteling. Met een
speciaal gedraaide schaar knippen ze ook de volledige zijdelingse nagelplaat
weg om een perfecte vorm te krijgen. En tweemaal wordt een voorbereidende roze
laag op je nagels weggeschraapt met een scheermesje. Gedurende meer dan een
maand zou ik met plakkers rondlopen, omdat mijn broos geworden nagels continu
doormidden spleten.
Deemoedig wijzigden we onze reisplannen; een
meer bezochte regio was misschien toch verstandiger.
We zouden wegtrekken uit de toeristische zone,
richting uiterste noordoosten van het eiland Luzon. En niet via de
gebruikelijke weg over Bontoc, waar we al eens een overstap maakten. Nee, er was
een rechtstreekse buslijn naar Tabuk, wat een ideale tussenstop leek op slechts
75km van waar we zaten. Een dikke misrekening!
Daar stonden we, alleen, op een ons aangewezen
plek langs de baan. Als men de tekst op de vrachtwagen aan de overkant mocht geloven, bleven alleen overheidsprojecten op schema.
Een ouder Frans koppel te voet, space en
hyperkinetisch, zag ons wachten en wilde absoluut hun videobeelden tonen van 's
mans fantastische ervaring bij een Filipijnse spirituele genezer. Alhoewel helemaal
niet ziek, had hij toch gevoeld hoe de operatie zonder verdoving, enkel met de
handen, "zijn gezondheid een boost had gegeven".
Overal waar de vingers over het lichaam
bewogen, verscheen een hoopje rode blubber - "verwijderde uitwassen" -, dat
door een assistent onmiddellijk als een ruitenwisser in één beweging werd weggeveegd. Nergens een snee of bloed te zien. Totaal ongeloofwaardig, ook al
zagen we de truc niet.
Ons vervoer kwam net op tijd om een
ongemakkelijke discussie te vermijden.
De rit duurde meer dan 8u: overal stops en een
enorme omweg, om ook de belangrijke meer zuidelijke stad Santiago aan te doen. Geradbraakt stapten we af in het pikkedonker, op de hoek van een groot
kruispunt, zonder een flauw benul van onze precieze locatie. De straten waren
leeg en nergens een verlicht uithangbord te bespeuren.
Een jongeman op een driewieler dook op als reddende
engel. Hij begeleidde ons naar het dichtstbij gelegen hotel, juist gokkend op een dikke fooi om sigaretten mee te
kopen.
Leeg hotel bleek, met sprinkhanen in de bar, hagedissen
in de traphal en donkere muffe gezinskamers. Dan nog liever de met neon
verlichte eenpersoonskamer, uitkijkend op een met grijs ingesloten zwembad,
waar het personeel uitgerekend die nacht een verjaardagsfeestje hield.
Maden krioelden in de badkamer en rondom het
plafond marcheerde een kolonie mieren.
Tegen alle verwachtingen in was het eten in
het wél druk bezocht restaurant bijzonder lekker. Maar je moest er de huismuis
bijnemen, die onder de tafels haar eigen kostje bij elkaar zocht. De vijfkoppige
familie naast ons lachte met mijn nervositeit en banaliseerde het, totdat het diertje
ook hun kant opliep en alle voetjes tegelijk de lucht ingingen.
De rijstterrassen van Batad zijn een absolute
must en onze sympathieke huisgids, Noël, maakte de ervaring nog rijker.
Zijn zelfgebouwde roestige tuktuk met zijspan bracht
ons gezwind van het ene prachtige uitzicht naar het andere. Tot de weg
doodliep en we voorbij enkele toeristische voorzieningen de beklimming van de terrassen aanvatten onder een opgeklaarde
hemel, bij een ideale temperatuur.
Onderweg vertelde Noël, inwoner van dit dorp
dat nog maar sinds een aantal jaren over elektriciteit beschikt, over zijn harde leven.
Zijn vrouw werkte inmiddels al drie jaar in Italië en kon slechts 1x per jaar op vakantie
komen. Dus zorgde hij zo goed en zo kwaad als mogelijk voor hun twee kinderen, inclusief koken en naar school brengen; naast zijn gidswerk en allerhande andere
klussen.
Maar liever die moeilijke combinatie dan blijven
zwoegen in de velden, waar hij soms nog bijsprong. Hierdoor wist hij alles over
de groenten in de moestuinen en het ingewikkelde procedé van
rijstteelt. Op de laatste foto zie je een aar die niet geoogst werd.
Dergelijke aren worden, eens ze volledig rijp zijn, in lijntjes neergelegd in
een modderbassin, zodat elke korrel als een nieuwe plant opschiet. Vervolgens worden de scheuten manueel één voor één onder water uitgezet in een volgend bekken.
Aan bezoekers wordt vaak verteld dat de
griezelige figuren in hout en stro op sommige velden, goden voorstellen die het gewas moeten beschermen. Onze intelligente gids gaf de correcte benaming:
vogelverschrikkers.
Terloops haalde hij aan dat velen hier
betelnoot kauwen als oppepper. En ja, eens je erop let, zie je mensen die rode
stralen spuwen of met gekleurde tanden rondlopen. En merk je in alle winkels
doorzichtige plastic zakjes op met een groot groen blad, drie noten en een
pakje wit poeder dat bij het pruimen voor de typische kleur zorgt.
De man was tenslotte professioneel genoeg om
voldoende pauzes in te lassen, want het pad liep wel heel erg steil omhoog en omlaag, langs hoge grillige treden en over dunne onregelmatige richels. Van ver lijkt de wandeling een makkie, maar een ongeluk is snel gebeurd; getuige de 4 Filipijnen die een bewusteloze Fransman in een doek aan bamboestokken wegvoerden. Zijn om de neus bleek geworden gezellin stamelde dat hij
door een misstap 25m naar beneden stortte, net na de start van hun zelfgeorganiseerde
driedaagse trektocht.
Uitchecken in Sagada gebeurde niet helemaal
volgens het boekje. De tienermeisjes die die ochtend van dienst waren, zaten
allen gekluisterd voor de TV; de Miss World-verkiezingen waren bezig. Dus even
geduld tot er een pauze kwam en intussen mee de deelneemsters bewonderen; toevallig
ook de Belgische kandidate met een bos blonde krullen.
Banaue is 1 van de toeristische toppers van de
Filipijnen, dus reed er opnieuw een luxebus voor, waar het televisiescherm ons urenlang trakteerde op een bandje in herhalingsmodus met afleveringen van "XXX Got
Talent" uit verschillende landen. Naast ons hoorden we Filipijnse familieleden
samen naar Miss World kijken op een GSM. Showbizz is hier nooit veraf.
Bij aankomst zat het stadje verborgen in de
mist en de regen. Een vestiging op 2 niveaus dat er door de nattigheid
mistroostig uitzag. En verlaten, want de plek dient enkel en alleen als
uitvalsbasis voor trips in de omgeving. Tegen valavond waren we even doorweekt als de kippen bovenop een bestelwagen.
Iets vinden om te slapen had langer geduurd
dan gewoonlijk, omdat het hier al zo toeristisch is dat de prijzen eigenlijk te
hoog zijn voor wat je krijgt. We bekeken hier en daar de beschikbare opties.
Een oude dame die blufte toen ze een armoedige
afgeleefde cel zonder ramen aanbood als het beste wat je kon krijgen voor die
prijs, greep ernaast. We eindigden bij haar buurvrouw, ook uiterst basic, maar
iets groter, proper en mét vensters; voor dezelfde 700 Php (zo'n 11 euro). Bovendien kwamen ze onmiddellijk de douche herstellen, toen bleek dat er amper
water uit kwam.
's Avonds aan tafel werd het een gezellig
Belgisch onderonsje. Een ketje van 19 jaar uit Brussel was blij eens in het
Vlaams te kunnen zwanzen, na 1 jaar gewerkt te hebben op een afgelegen boerderij in Australië en nu als afsluiter met de verdiende centen rond te
reizen door Azië. Een durvertje, en tegelijk zo aandoenlijk verlegen. Hij zou
de volgende dag een tweedaagse trektocht ondernemen samen met een onbekende
jonge Française, die pas vlak voor het vertrek ging toekomen met een bus vanuit
Manila. Zou hij het met haar kunnen vinden?
Tegen 11u weigerde de eigenares nog iets uit
te schenken, om te voorkomen dat we nog uren zouden blijven plakken en vergeten
te slapen. Haar core business houdt in dat je vroeg opstaat en zoveel mogelijk begeleide tochten maakt.
Om te beginnen de natuur natuurlijk, ideaal voor
wandelingen op ieders maat.
Wij wilden de "hanging coffins" zien. Een
unicum, zij het pure geldklopperij, door de kerkfabriek nota bene, aan wie de
dorpelingen (vrijwillig?) al hun gronden hadden geschonken.
Net voorbij een publieke WC (let op de
prijzen), moest elke toerist zich verplicht en tegen betaling registreren voor
het geval hij/zij van de rotsen viel. Redelijk onwaarschijnlijk met al die
nieuw aangelegde gebruiksvriendelijke paadjes.
In ruil ontving je een compleet nutteloze wandelkaart
aangezien alle rituele gronden waren afgesloten met bewaakte hekkens. Je
geraakte er niet in tenzij je aan 2 vrouwen achter een tafel betaalde voor 1
van de samengetroepte gidsen die zij voor je uitkozen. Want je zou kunnen verdwalen. Vergezocht, gezien de afstanden en de talrijke groepen toeristen.
Toen ze ook nog eens eisten dat we wachtten op
anderen om een groep te vormen, maakten we bijna rechtsomkeer. Maar na wat gediscussieer mochten we dan toch vertrekken in het gezelschap van een al bij al sympathieke gedrongen
vrouw met snor.
Ziehier wat we te horen kregen.
Op onze vraag of ze het niet erg vond dat het
kerkhof hun gebruiken had vervangen, antwoordde zij zonder enige aarzeling negatief
en verdedigde met vuur de Amerikaanse missionarissen die na W.O. II volgens
haar zoveel goeds, zoals scholen en begraafplaatsen, hadden meegebracht. En
mensen mochten nog altijd kiezen voor een begrafenis in een spelonk of in een
hangende doodskist.
We besloten hier niet verder op in te gaan,
ook al klonk er toch enige onvrede door over haar eigen levensomstandigheden.
Navraag naar de stoelen naast de hangende
doodskisten resulteerde in een uitvoerige beschrijving van het rituaal. Een
dode blijft eerst 3 dagen liggen. Overledenen die geloven in reïncarnatie worden gedurende die periode op een stoel vastgebonden, zodat ze in foetushouding in een
kortere en bredere kist kunnen. Goor detail: familieleden die het lijk nadien
naar de rotsen dragen om daar te kisten, hopen dat de ontsnappende sappen op
hen druppen, want dat zou geluk brengen.
Op onze vaststelling dat er ondanks het
geschikte klimaat nergens appelbomen staan terwijl de markten vol appels liggen,
volgde laconiek dat alle appelen worden ingevoerd vanuit China.
Tenslotte zijn er in Sagada bezienswaardige grotten
en spelonken, maar wij pasten, nu we wisten hoe het hier in elkaar zat.
De trip naar Sagada was van een totaal ander
kaliber. We zaten op de achterbank van een oude, kapotte bus. De vrouw voor mij
had haar zetel zo ver achterover gezet dat de ijzeren plaat die los
hing op de rugzijde verwoede pogingen deed om mijn knieën te pletten. De Filipijnse
naast mij probeerde te helpen door af en toe ook het gevaarte tegen te houden en op
te schuiven, zodat mijn benen wat in haar richting konden plooien. Dan denk je
toch wel even, wat zit ik hier op mijn leeftijd nog te klooien.
Gelukkig vormde het landschap een aangename
afleiding: een hoge bergketen met groene wouden, diepe ravijnen en een
marmerwitte kronkelende rivier vol rotsblokken ter hoogte van een industriële zandontginning. Veel wild bloeiende aronskelken, blauwe borstelige bloemetjes, hele
velden lichtgele zonnebloemen. En een gigantische hulk aan een baanwinkel.
Sagada is een dorp recent op de kaart gezet
door groeiend toerisme; waar niet veel over te vertellen valt. Een paar steile
straten - echte kuitenbijters - met een potpourri aan huizen in een uitdijende
lintbebouwing.
Maar o verrassing, op weg naar de door ons
uitgekozen guesthouse, zagen we de 2 Fransen terug op het terras van 1 van de
yoghurtbars. Tijd voor een kletspauze met een lekker door de uitbaters
zelfgemalen koffietje.
De guesthouse was inmiddels volzet, maar dat
is in een dorp als dit geen punt. Iedereen is wel een beetje familie van
iedereen en een kamer is zo gevonden, een paar honderd meter verder in een
hotel dat wellicht niet beter of slechter is dan alle andere.
Omdat in het dorp zelf zo weinig te beleven
viel, schoot mijn fantasie spontaan in gang. Tijdens het ontbijt viel mijn oog
op een creepy Israëliet. Hij was alleen, durfde amper iemand aan te spreken, at
met afgemeten gebaren, las een boek in het Jiddisch en praatte in zichzelf. En
ik herinnerde me een gesprek met een Palestijn in El Salvador die vertelde hoe
veel jonge Israëli's flippen door het veelvuldig geweld tijdens hun verplichte
legerdienst en nadien vluchten naar afgelegen plekken overal ter wereld.
Een tikkende tijdbom dus. Die ons volgde, want
overal waar we wandelden dook hij ook op; achter ons stappend, een bank verder zittend, ... Een anachronistische griezelfilm die met een sisser afliep aan een rustgevend
landelijk kerkje met loslopende paarden, waar hij uit het zicht verdween.
Wij gingen natuurlijk liever op zoek naar een mooie
wandeling.
De Lourdeskapel op Mirador Hill bv. Niet
gemakkelijk om te vinden, want bijna nergens hingen straatnamen uit en de plek
lag buiten de lijnen van ons plannetje. Met wat oplettendheid (een vrachtwagen met heilig water?!) en hulp van anderen belandden we dan toch onderaan de 252 treden naar de grot. Enig gezweet en gepuf en genieten van vergezichten later
bereikten we de top en werden er onthaald door... een heftige regenbui.
Die zo lang duurde dat we aan de praat raakten
met een Frans koppel uit Bordeaux, iets ouder dan wij. Geen van ons allen had
een paraplu bij, dus installeerden we ons op de bankjes voor het Mariabeeld en vertelden elkaar uitgebreid over ons leven en onze reiservaringen.
Wij hadden gelezen dat in Baguio ook Dominican
Hill de moeite waard was om te bezichtigen, maar wisten niet precies waar het lag,
noch wat er nu eigenlijk te zien was. De Fransen veranderden hun plannen en besloten - eens de regen was gestopt - met ons mee te zoeken.
Van de kapel het pad verder naar boven. Pech,
het liep dood bij een woning. Helemaal terug naar beneden om iets verderop
weer een hele klim te maken, langs een onafgewerkt privé sprookjeskasteel, tot
aan een compleet vervallen gebouw met een verwilderde romantische parktuin.
Oorspronkelijk een vakantiehuis voor
Amerikaanse* Dominicanen (broeders én nonnen!). Tijdens W.O. II een Japans kamp,
in de jaren '70 een prestigieus Diplomat Hotel, na de onafhankelijkheid een
Ministerie en nu een cultureel centrum, waar op dat ogenblik lokale artiesten
over de 3 verdiepingen heen tentoonstelden. Elke periode liet haar eigen sporen
na: kruisen, platgebombardeerd gedeelte, WC-ruimtes met oranje-witte muurtegeltjes,
heringedeelde zalen.
Tegen zonsondergang stonden we alle 4 op het
dak te genieten van een onvergetelijk uitzicht.
Net voor de uitgang verloren we de Fransen uit
het oog en stapten alleen terug naar de stad. Doodmoe maar voldaan.
Zoals altijd wanneer ik na natgeregend te zijn
een grote inspanning moet leveren, kreeg ik keelpijn en last van neus en
longen. De laatste dag hier zou voor mij een verplichte rustdag worden.
* De Filipijnen werden in de 16de
eeuw veroverd door de Spanjaarden en genoemd naar de toenmalige Spaanse
kroonprins Filips. Maar begin 20ste eeuw door hen verkocht aan de
Verenigde Staten, die de onafhankelijkheid niet wilden aanvaarden.
Vanop de metro in Manila hadden we vooraf het
busstation vlakbij ons gespot, vanwaar we naar onze volgende etappe konden
vertrekken. Het ligt namelijk helemaal verstopt tussen een winkelcentrum, een
kerk en de grootste stadsgevangenis. Te voet geraak je er alleen via een lange bovengrondse
doorzichtige plastic voetgangerstunnel.
Dat er een luxeautobus van Genesis, 1 van de 2
grote maatschappijen op het eiland Luzon, kwam voorrijden, was een verrassing. Veel
plaats, goede zetels en airco. Maar ja, we gingen wel naar Baguio, dé uitstap voor Filipijnen met geld die zich eens goed willen laten gaan.
Een universiteitsstad in de bergen, waar het
qua temperatuur aangenaam vertoeven is in vergelijking met de hoofdstad. Het
wordt dan ook de zomerhoofdstad genoemd en veel families bouwen er een 2de
verblijf.
De gezinnen op onze bus waren allesbehalve
sociaal; ze zaten al in vakantiesfeer en waanden zich in de cinema. 4
Engelstalige films op 7 uur tijd, met veel snacks erbij, zoals gefrituurd
kippenvel en iets met plakrijst en noten in een blad gedraaid.
Met Kerstmis in aantocht was het file om de stad binnen te rijden. Een agglomeratie die uit haar voegen barstte; overal kranen.
Iets
vinden om te slapen bleek geen sinecure; alles volzet. Door mensen aan te spreken kwamen we te weten dat veel middenklassers hier (in elkaar geflanste) studio's
kopen in bewaakte condominiums, als investering.
We stapten gewoon zo'n woonblok binnen en de
receptioniste aan de balie belde direct rond. In een mum van tijd stond voor
ons een jonge hardwerkende restauranthouder, trotse eigenaar van 2 flats. Hij
zou zelf wel 3 nachten elders slaapgelegenheid vinden en we sloten een deal. Het
gaf wel een raar gevoel zo tussen zijn persoonlijke spullen zitten. Om ons ook naar zijn zaak te lokken, trakteerde
hij op een ontbijt en een bord succulente adobo (typische stoofschotel volgens eigen inspiratie).
Codewoord hier is dus shoppen: op markten en in
winkelcentra, in alle maten. Aan de ingang van de gigantische Center Mall, met nóg
een extra verdieping in aanbouw, laadde de ene na de andere taxi families & cadeaus in. Binnenin veel 'luxemerken' waar we nog nooit van gehoord hadden.
Vertier had je ook in het park met
zwanenbootjes, gocarts en opdringerige masseuses. Op het centrale plein vonden
optredens plaats. s Avonds veranderde de hoofdstraat, enkel winkels en horeca,
in een verblindend neonlicht spektakel.
Wat is volgens de inwoners van Manila de
rijkste wijk van hun stad? Het Chinees kerkhof. Overweldigend.
Een hectaren groot ommuurd domein met echte
straten vol grootse gebouwen in alle mogelijke stijlen, soms luxueus bemeubeld
of met een verdieping. Binnenin, imposante lusters, sofa's en tafels naast de
graven met foto's; aparte ruimtes met lavabo en stromend water. Buiten,
aangelegde tuinen met waterpartijen. Af en toe een waakhond aan de ketting en
zelfs een auto voor de garage. Het is alsof nakomelingen nog op theevisite komen
bij de overledenen.
Alle religies en overtuigingen zijn in de dood
verenigd. Je ziet uiterlijke symbolen van confucianisme, katholicisme, boeddhisme,
vrijmetselarij, Griekse orthodoxie, En er heerst een deugddoende stilte, rustpunt
voor het hectische leven in Manila.
Geen wonder dat verschillende families zich hier
settelen. Zij onderhouden ook alles. 1 van hen kwam spontaan uitleg geven bij
het grafhuis van een beroemde Filipijnse filmproducent, die in de jaren '60
succes boekte met zijn Regal Entertainment.
Wat staat afgelegen in een onooglijke oude zijstraat
in de dichtbevolkte moslimwijk? Een onbekend privémuseum en studiecentrum.
Fascinerend.
De overheid vindt cultuur niet belangrijk. 3
bezoekers waren er, wij 2 en 1 Filipijnse studente.
Het huis is in typische Filipino stijl met steen en
hout, vol prachtige details, gebaseerd op de Art Deco van rond 1900. Het is de vroegere
woning van de rijke weduwe van 1 van de leden van de KKK. Nee, niet die waaraan
je nu denkt, maar wel de revolutionaire onafhankelijkheidsbeweging Katipunan. Daar
kwamen de leiders samen om strategieën te bedenken waar ze dan op democratische
wijze over stemden.
En welke tip gaf de gids in het museum aan ons, 2 Belgen? Een reusachtige kathedraal, ontworpen en ter plaatse gebouwd eind 19de
eeuw door de S.A. d'Entreprises de Travaux Publics uit Binche. Verbluffend.
Het Waalse staal had toen zon goede reputatie dat de Filipijnse
overheid na een zoveelste verwoesting door een aardbeving besliste om een kerk
volledig in metaal uit te proberen. Letterlijk, dus ook plafond (schilderingen),
altaar en zuilen.
De gids vertelde ook dat hij er als jongetje stenen naar gooide, omdat
hij niet kon geloven dat ze niet van steen of beton was. Nu is de buitenkant
wel groen uitgeslagen.
Manila was voor ons en is voor vele toeristen totaal onbekend terrein,
terwijl het 1 van de boeiendste plekken van het land blijkt te zijn.
We logeerden in de populaire Quiapo-wijk, bij
ons enkel bekend van de terroristische aanslag in de lokale kerk aan het
belangrijkste marktplein. Gevolg: in de hele metropool word je consequent aan
elke ingang van een grote publieke ruimte gescreend door gewapende agenten. Mede
hierdoor voelt de metro aan als de veiligste en goedkoopste manier om langere
afstanden af te leggen. Vanop de delen hoog bovengronds word je wel met je neus
op de harde realiteit van de vele sloppenwijken gedrukt.
Ook rond ons Chinees hotel zie je veel
armoede. Men zegt dat wie zelfs geen slippers kan betalen, er echt wel heel erg
aan toe is. Het straatbeeld is vuil en grijs, er hangt een
onaangename zure geur; het is vochtig heet. Maar een mens went snel. Na een paar dagen
zaten we mee in de lokale vibe.
Je kan werkelijk alles kopen in deze wijk, van
9u 's ochtends tot 10u 's avonds. Zoals valse diplomas en rijbewijzen om een
job te bemachtigen, echte wapens, om 5u 's namiddags bij de bakker heerlijke
verse zoete broodjes (zelfs al heten ze pandesal "brood van zout") en de hele
dag door digitale karaoke-systemen in handgemaakte artistieke jukebox-omhulsels.
Elke avond hoor je wel ergens karaoke zingen tot in de vroege uurtjes.
Verse groenten en fruit zijn zeer duur en
dikwijls geïmporteerd. Op de markt worden ze verkocht in kleine pakketjes, bv.
5 stompjes wortel of 4 appeltjes. Een plaatselijke delicatesse is de balut, een
hardgekookt eendenei met een ontwikkeld embryo in. Ons niet gezien. Wél geproefd
en geapprecieerd: gestoofde kippenpoten.
Op zondag is alles gesloten. Veel families
zakken af naar het centrum of het centrale park vol vertier voor het hele
gezin: een reusachtige vijver, 2 musea, een Japanse tuin, speeltuinen,
sportactiviteiten voor jong en oud, de executieplaats van en memorial met de
overblijfselen van de nationale onafhankelijkheidsheld en schrijver voor het
volk, José Rizal.
De kerken zitten bomvol voor de avondmis. Voor
velen bron van troost en hoop. Een plaatselijk gebruik is om op het einde van
de mis vooraan te gaan staan, beide armen en handen open omhoog geheven naar de
hemel, terwijl ze met wijwater besproeid worden.
Maar wat vooral opvalt in dit land, is hoeveel mensen (met zichzelf) lachen, zingen en moppen vertellen. Een jongeman zou later verklaren "het is
ons genetisch overlevingsmechanisme geworden in al die eeuwen van
onderdrukking".
De tussenstop in Hong Kong was vermoeiend. Na 11u vlucht 9u wachten. Door
alle formaliteiten te kort om over en weer naar het centrum te gaan. Dus gingen
we een halve liter-koffie drinken in een English pub en ramen eten aan een
Japanse stand, om wat krachten op te doen. Een goed idee bleek achteraf.
Bij aankomst in Manila eerst nog gelachen met de goedgemutste air
hostess die zoals een speelgoedautomaat "Bye bye. Byebyebye" herhaalde terwijl
ze de passagiers uitwuifde.
We begrepen vrij snel dat we aan de overkant van de baan moesten gaan
om de toeristentaxi's te mijden. En vonden daar een gedisciplineerde kronkelende
wachtrij van honderden meters lang. Gedaan met lachen. Voor even.
Want we maakten direct kennis met de sociale ingesteldheid en het
geduld van dit volk. Iedereen praatte met mensen voor, achter of naast zich. Kinderen
werden naar een kiosk vlakbij gestuurd om wat water en versnaperingen te halen. Er stonden zelfs een paar plastic stoeltjes om even uit te rusten. Een
Filipijnse vrouw sprak ons in het Engels aan en deed de tijd voorbijgaan met
verhalen over haar buitenlandse reizen en hoe erg het met haar land gesteld is.
2 uur heeft het geduurd voor het onze beurt was om een deal te sluiten
met de onofficiële bemiddelaar in een kraam aan de kant van de weg. En dan nog
eens een kwartier voor hij een chauffeur gevonden had die onze rit wilde
uitvoeren. Eens in de taxi drongen we aan om toch de officiële meter op te
zetten, en dat stelde geen probleem.
Het probleem zat 'em in iets anders: de weg vinden. De man kende alles
van Rome, sprak nostalgisch Italiaans met mij, maar had weinig of geen kennis
van de straten hier in Manila. In het donker waren straatnamen ook niet meer
leesbaar.
Gelukkig was Wim zoals steeds bij de pinken en zag plots ons hotel aan
de overkant van de boulevard. Pas een kwartier later kon onze chauffeur aanvaarden
dat hij een laan en een boulevard met dezelfde naam verwarde, dat hij effectief
verkeerd zat en moest weerkeren. En dan precies nog ontevreden met de fooi ook.
Het was al laat om nog te eten, maar in een winkelcentrum vlakbij het
hotel viel er nog een kleinigheid te nuttigen. En werden we getrakteerd op een wedstrijdshow
van travestieten op de roltrappen.