Er zit wat scheef in de relatie tussen de Belgische man en zijn beste vriend. Ze zitten niet meer op dezelfde golflengte. De good vibrations van weleer zijn niet meer. Uit nostalgie naar betere tijden grijpt die Belgische man daarom steeds vaker naar een pilletje. Vooreerst, als ik het hier heb over 'de Belgische man' dan hoeft u zich als lid van deze sexe niet onmiddellijk aangesproken te voelen. Het gaat hier evident slechts om een statistisch profiel, om de 'gemiddelde Belgische man', een virtueel wezen dat u als supervent allicht enkel van kranten en televisie kent. Op mijn blogje komen trouwens enkel superventen langs, en moordgrieten uiteraard, 'gemiddelde' lezers zijn er tot nu toe nog nooit in geslaagd mijn uiterst potente firewall te penetreren. Zo, nu uw positie als buitenstaander weer boven alle twijfel verheven is kan ik mijn betoog met een gerust gemoed vervolgen. De erectiepil zit dus in de lift. Vier miljoen exemplaren zullen er dit jaar van verkocht worden, zo raamt de Apothekersbond. Bo Coolsaet, televisie-uroloog van beroep, wijst met een beschuldigende vinger naar het zwakke geslacht, ook wel eens de vrouw genoemd. Die 'gemiddelde vrouw' zou steeds hogere eisen stellen aan haar partner, eén van die eisen zijnde een op afroep beschikbaar goedaardig gezwel, een dick on demand, met een hardheid benaderend deze van diamant. Diamants are forever. Gelukkig valt de moderne vrouw voorlopig nog te sussen met een tijdelijk exploot. Ik weet niet wat Bo in zijn cocaïne doet .... maar het moet straf spul zijn. In feite heeft de erectiepil natuurlijk vooral zijn stekje veroverd als midlife-drug. Eens de haargrens aan een versnelde terugtocht begint en het verlangen naar Harley-Davidsons zijn climax bereikt komt ook de mythe van de always-online-vent onder grote druk te staan. Dat is de fabel van de man met het altijd parate apparaat. Dit mag best een waarheid wezen voor jonge kerels, 'gemiddelde venten' die al een tijdje meegaan weten uit ervaring dat ook het sterke geslacht zijn zwakke momenten kent. Zeker als ze een druk leven leiden, gedomineerd door hun agenda, dan valt het niet altijd mee te pieken op weken tevoren geplande tijdstippen. Vandaar dat plichtsbewuste managers af en toe hun krachten wat aansterken met behulp van hun secretaresse, wellicht. Gewoon de tijd nemen hoort niet meer bij deze tijd. Het aloude 'reculer pour mieux sauter' lijkt een echo van een ver verleden. Er rest de 'gemiddelde Belgische man' dus weinig anders dan een strategische opbouw van een pillenarsenaal. Hopelijk komt er geen wapenwedloop van.
Ach, u vroeg zich af of ik zelf van die smurfensnoepjes in huis heb ... Helaas, ik heb er nog geen gevonden met een expiratiedatum die mijn ETA overschrijdt !
Justitie is een kwestie van staal, beton en degelijk slotenwerk. Die indruk krijg ik als ik tegenwoordig het politiek discours volg. Criminelen moet je keihard aanpakken. Je grijpt ze bij de lurven, sleept ze voor de rechter en schopt ze daarna voor jaren achter de tralies. Hoe zwaarder het verdict, hoe beter de rechtspraak. Deze evolutie is al een tijdje aan de gang. Wie het dezer dagen nog over de oorzaken van criminaliteit wil hebben wordt weggezet als softie en krijgt de wind van voren. Of deze harde lijn ook zijn vruchten afwerpt doet blijkbaar niet ter zake. Als er maar gestraft wordt, als de slechteriken maar boeten voor hun wandaden. Ze zullen hun lesje dan wel geleerd hebben en zich voor de rest van hun leven voorbeeldig gedragen. Daar geloof ik dus geen snars van ! In de Verenigde Staten hanteert men al jaren de botte bijl wat betreft de strafmaat en kijk, het land kan bogen op criminaliteitscijfers die België degraderen tot een derde klasser in de internationale crimeleague. En toch willen we blijkbaar steeds meer de Amerikaanse toer op. Met als logisch gevolg, overvolle en dus slecht onderhouden gevangenissen, morrende gedetineerden, overspannen cipiers en verleden zaterdag een spectaculaire uitbraak als toetje. Want het is niet omdat wij steeds meer mensen, steeds langer achter slot en grendel zetten dat er ook veel meer geld gaat naar het gevangeniswezen. We geven al meer dan genoeg geld uit aan dat gespuis suggereert de straat. Vandaar ook de stemmen die opgaan om meer mensen in één cel te stoppen. Meer boeven in de boeien voor hetzelfde geld schijnt de goegemeente te redeneren. Men gaat daarbij voorbij aan het feit dat meer mensen in een cel ook een verhoging van het aantal gevangenbewaarders impliceert, een beroep dat niet bepaald een hoge populariteit geniet, wat wil je ook : hoge werkdruk, slechte betaling, nacht-en weekendwerk, beroerde vakantieregeling en last but not least gevaar voor lijf en leden. Daar valt best wat aan te doen, maar dat kost .... inderdaad, geld, hopen geld. Geld dat de politici hard nodig hebben, om leuke dingen mee te doen, voor de mensen, de mensen buiten de gevangenismuren uiteraard. Probeer maar eens geld los te peuteren voor de renovatie van gevangenissen als dat ten koste gaat van een belastingsverlaging of gratis barbecues. Eindresultaat van dit alles: Eén nieuwe metalen deur in de gevangenis van Dendermonde. Hallelujah !
Ik zat op een fiets en trapte.Het stuur wees oostwaarts. De wind was gunstig. Adem over om te dagdromen. Steriele gedachten. Niets dat drijven bleef. Dit land is lelijk, dit land is schoon, dit land kan zonder mij. Een aansteker gevonden. Hij deed het niet meer. Geen erg. Ik rook niet. En groen is geen kleur voor aanstekers. Nog vijf kilometer. Dan een tolpoortje, vijf euro, zij, en een grasveld. Ik liep er tussen mensen. Het leek hen niet te deren. Ze likten ijsjes, smikkelden wafels, duwden kinderwagens voor zich uit. Met daarin hun kroost. Zulke dingen moet je aannemen, anders houd je het niet vol. Een zwarte man sprong gaten in de lucht als toetje bij een djembéband. Goed ritme, foute sprongen. Hij wauwelde iets in een microfoon. Het klonk me wat te dreigend. Ik besloot dat het veiliger was wat afstand te nemen. Onder een tentzeil deed een middeleeuwer zich te goed aan een pak friet. Hij zat er tussen uilen, valken en andere elegante vogels. Het leek hen niet te deren. Wanneer je aan de top van de voedselpyramide staat kijk je neer op aardappeleters. De vlucht van roofvogels bestaat voor 90 procent uit arrogantie. De rest is vlees en pluimen. Een vrouw klampt me aan. Ze mist een tand, net als ik. De hare zit van voren, de mijne meer verborgen. Haar kwetsbaarheid ontroert me, even. Ik heb geen tijd voor haar. Ik moet rondjes lopen. Zodat ik weer bij hem beland. Hij zuigt zijn longen vol met rook en neemt een teug van zijn goed getapt pintje. Hij lijkt op slag een stuk sympathieker, de djembé-man. Plots daveren mijn trommelvliezen. Wie gaat er nu vlak naast een luidspreker staan. Ik dus. Er volgt een tweede rondje. En een derde. Ik denk dat ze me doorhebben. Tijd om er vandoor te gaan. Ik zit op een fiets en trap. Het stuur wijst westwaarts. Wind op kop. Ik opteer voor een bostraject. Rijd hopeloos verloren. Vier mensen in een huifkar brengen me weer op koers. Een hond loopt een oprit af en volgt me. Honderd meter. Ik versnel. Nog steeds een hond aan mijn achterwiel. Ik besluit terug te keren, bel aan bij de vermoedelijke eigenaar. Mijn vermoeden wordt bewaarheid. Hondloos vervolg ik mijn weg, kom thuis en drink.