Het wieltje op een dynamo draait rond (tegen je fietswiel). Aan dat kleine wieltje is een magneet verbonden (die in je dynamo zit). Die magneet draait langs een koperen spoel. Doordat de magneet ronddraait krijg je steeds een klein spanningsverschil.
Bij een spanningsverschil is er aan het ene draadje een grotere spanning dan aan het andere draadje. Hierdoor gaat er een stroompje (=elektriciteit) lopen, van de kant met de hoge spanning, naar de kant met de lage spanning. Als je dit stroompje door je lamp laat gaan geeft je lamp dus licht.