Een personal digital assistant ofwel een persoonlijke digitale assistent (ook: palmtop, zakcomputer of handpalmcomputer), kortweg pda, is een klein draagbaar toestel dat computer-, telefonie-, fax- en netwerkfuncties combineert. Een pda dient vooral als mobiele telefoon en persoonlijke agenda. Pda's worden grotendeels als verouderd beschouwd door de opkomst van de smartphone.
De term Personal Digital Assistant werd bedacht door John Sculley, topman van Apple in de periode 19831993.en pda is een 'handheld'-pc (handcomputer) die een modern, digitaal alternatief vormt van de papieren agenda. Een pda biedt immers een adresboek, kladblok, agenda en telefoonlijst. Vaak zijn er nog meer functies, zoals rekenbladen, tekstverwerking, databasemanagement, software voor het beheer van financiële zaken, uurwerk, rekenmachine, spelletjes, mobiele functies en gps-navigatie.
Een Personal Information Manager
(PIM) is vaak onderdeel van een pda. Het stelt de gebruiker in staat om
tekst in te voeren die later snel geraadpleegd kan worden, zoals een
telefoonlijst.
Wat de pda voor veel pc-gebruikers zo aantrekkelijk maakt, is de
mogelijkheid om gemakkelijk gegevens uit te wisselen tussen de pc en de
pda. Dit geldt met name voor automatische synchronisatie,
waarbij wijzigingen op de pc worden bijgewerkt op het draagbare toestel
en andersom. Bij de meeste pda's wordt een houder meegeleverd die
aangesloten wordt op een stopcontact en via een USB-kabel met de pc
verbonden kan worden. Via deze USB-verbinding worden gegevens
gesynchroniseerd. Zo kan bijvoorbeeld ingesteld worden dat nieuwe e-mail
uit "postvak IN" op de bureaucomputer automatisch naar de pda wordt
overgezet.
Kleine maar krachtige draagbare technologie heeft altijd op veel
aandacht kunnen rekenen. In het bijzonder van mensen die op zoek zijn
naar de laatste gadgets. De pda past in deze visie naast een ander
bedrijfsitem van de jaren 90,
de mobiele telefoon. De interesse vanuit de bedrijfswereld voor de pda
is vooral te danken aan de voortdurend toenemende rekenkracht van deze
toestellen. Het idee bestaat uit gemakkelijk gegevensbeheer gecombineerd
met telefonie en internettoegang.
Een van de ontwerpproblemen was de vraag hoe de gegevens in te
voeren. Het minitoetsenbord bleek niet erg handig om op te typen. Hierna
kwam de Graffiti-tekenherkenningsoftware op de markt, die een
aanraakscherm en een afgeslankt (gemakkelijk, snel aanleerbaar) alfabet
gebruikte om gegevens te digitaliseren.
Het eindresultaat is dat de markt opgesplitst is in twee grote
segmenten: apparaten met toetsenbordje en met een aanraakscherm
uitgeruste toestellen zonder toetsenbord. De keuze van de eindgebruiker
tussen deze twee hangt af van persoonlijke voorkeur en gewenste
functionaliteit. Met betrekking tot deze twee soorten modellen
ontwikkelde Microsoft dan ook twee verschillende versies van zijn Windows CE.
|