Welzijns- en gezondheidszorg: beleid en regelgeving
Inhoud blog
  • bijzondere behoeften van kinderen - kwetsbaarheid van gezinnnen
  • planningsmodel voor het zorgaanbod in ziekenhuizen
  • overzicht verpleeg- en vroedkundig onderzoek aan Vlaamse hogescholen
  • armoede en jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten
  • commissie welzijn, volksgezondheid en gezin Vlaams Parlement (bespreking agenda 17/1/12)
    Zoeken in blog

    een actuele en kritische blik
    17-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.bijzondere behoeften van kinderen - kwetsbaarheid van gezinnnen
    In een paper van het Centrum Sociaal Beleid buigen Leen Sebrechts en Jef Breda zich over de vraag of de aanwezigheid van bijzondere behoeften bij het kind het gezin kwetsbaar maakt, dan wel of  het eerder andere aan de samenleving gerelateerde factoren die van invloed zijn ? Citaat dat tellen kan: "De Vlaamse overheid herorganiseert momenteel de zorgsector voor personen met een handicap zodat deze mee evolueert met het opkomend burgerschapsmodel. Men focust zich op persoongebonden budgetten, inclusieve diensten zoals ambulante familiezorg, inclusief onderwijs en inclusieve kinderopvang. Bij deze ontwikkelingen is het echter noodzakelijk om rekening te houden met het feit dat niet iedereen over dezelfde capaciteiten en mogelijkheden beschikt om zich deze veranderingen in de zorgsector eigen te maken. Matheüseffecten kunnen ervoor zorgen dat bepaalde families niet mee kunnen stappen in het empowerment-verhaal. Zo blijft de sociaaleconomische positie een bepalende factor bij gebruik en toegang tot diensten en middelen, waardoor het gevaar schuilt dat nieuwe maatregelen binnen de zorgsector voor personen met een handicap moeilijk toegankelijk en ineffectief zijn voor sociaaleconomisch zwakkere gezinnen".
    Zie
    www.centrumvoorsociaalbeleid.be/sites/default/files/D%202011%206104%2004_december%202011.pdf.

    17-01-2012, 06:07 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    16-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.planningsmodel voor het zorgaanbod in ziekenhuizen

    De Technische Universiteit van Delft maakte in opdracht van de Vlaamse minister van welzijn, volksgezondheid en gezin en het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid een economisch planningsmodel voor het zorgaanbod in Vlaamse ziekenhuizen. Deze studie bleef tot op heden onderbelicht. Zij kan worden geraadpleegd op: www.tbm.tudelft.nl/fileadmin/Faculteit/TBM/Over_de_Faculteit/Afdelingen/Afdeling_Innovation_Systems/Sectie_Innovatie_en_Publieke_Sector_Efficientie_Studies/Publicaties/Onderzoeksrapporten/Onderzoeksrapporten_2010/doc/2010-5.pdf


    16-01-2012, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.overzicht verpleeg- en vroedkundig onderzoek aan Vlaamse hogescholen

    Op de website van NVKVV, een beroepsvereniging voor verpleegkundigen en vroedvrouwen vindt u een interessant overzicht van het verpleeg- en vroedkundig onderzoek aan de Vlaamse Hogescholen: zie www.nvkvv.be/file?fle=380269.

    16-01-2012, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.armoede en jongeren die de bijzondere jeugdzorg verlaten

    In het recente tweejaarlijks verslag over armoedebestrijding van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitkering is een hoofdstuk gewijd aan jongeren die een voorziening voor bijzondere jeugdzorg verlaten (zie www.armoedebestrijding.be/publications/verslag6/IV_jeugdzorg.pdf). Voor hen verloopt de overgang naar volwassenheid en een zelfstandig leven vaak erg moeizaam.


    Het Steunpunt doet daarom een aantal aanbevelingen. De toepassing van de bestaande wetgeving moet worden verzekerd, het toepassingsgebied van bepaalde wetgeving moet worden verruimd ter ‘insluiting’ van jongeren, de begeleiding van deze jongeren moet worden aangepast en de praktijk en het beleid moet worden ondersteunen via evaluatie en onderzoek.

     

    1. De toepassing van de bestaande wetgeving verzekeren

    1.1. Plaatsing van jongeren effectief hanteren als uiterste maatregel

    1.2. De band tussen de jongere en zijn gezin versterken tijdens een plaatsing

    1.2.1. De dialoog tussen alle partijen garanderen

    1.2.2. Jongeren en hun gezin de feitelijke mogelijkheden geven om in contact te blijven

    1.3. De rechtspositie van jongeren en hun ouders in de praktijk realiseren

    1.4. De toepassing van de Organieke wet betreffende de OCMW’s harmoniseren

    1.5. De toepassing van de wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie garanderen

    1.5.1. Uniform uitvoeren van de berekening van de bestaansmiddelen

    1.5.2. Valoriseren van het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie als begeleidingsinstrument

     

    2. Het toepassingsgebied van bepaalde wetgeving uitbreiden ter insluiting van jongeren

    2.1. Bepalen voor welke wetgeving het interessant is het toepassingsdomein uit te breiden naar jongeren

    2.2. De toegang van jongeren tot huisvesting faciliteren

    2.3. Het statuut van ‘alleenstaande’ en ‘samenwonende’ herzien

    2.4. De mogelijkheid tot voortgezette hulpverlening versterken en uitbreiden als begeleidingsinstrument

    2.5. De aanvraag van het recht op maatschappelijke integratie vervroegd mogelijk maken

     

    3. Jongeren een aangepaste begeleiding aanbieden

    3.1. Anticiperen op het volwassen leven binnen de bijzondere jeugdzorg

    3.2. Een naadloze overgang bij de uitstroom garanderen

    3.3. Het ondersteunend netwerk van jongeren versterken

    3.4. Beroepskrachten tijd, ruimte en middelen geven om hun begeleidingstaak uit te voeren

    3.5. Continuïteit garanderen door intersectorale samenwerking

    3.6. Jongeren een aangepaste opvangstructuur aanbieden

     

    4. De praktijk en het beleid ondersteunen via evaluatie en onderzoek

    4.1. Het aanbod van begeleid zelfstandig wonen evalueren

    4.2. De zinvolheid van een jeugddienst binnen het OCMW onderzoeken

    4.3. Longitudinaal onderzoek opzetten naar het traject van jongeren

    4.4. De rol van armoede onderzoeken op het traject van jongeren

    15-01-2012, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    14-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.commissie welzijn, volksgezondheid en gezin Vlaams Parlement (bespreking agenda 17/1/12)

    Op de agenda van de commissie welzijn, volksgezondheid en gezin van het Vlaams Parlement dinsdag 17 januari 2012 staan de volgende punten:

    • Vraag om uitleg van mevrouw Yamila Idrissi tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de problematiek van allochtone senioren in Brussel.

      Y. Idrissi maakt zich zorgen over de vergrijzing van allochtonen in Brussel.
      Die zorg moet gerelativeerd worden in het licht van de hogere Brusselse nataliteit en vergeleken met de vergrijzing in het Vlaams Gewest. Volgens het programmatiecijfer 2011 voor de Vlaamse woonzorgcentra in Brussel-Hoofdstad zouden er 1.254 bedden moeten zijn. Slechts 15,71% daarvan is ingevuld. Het lijkt ons dat dit onder meer iets zegt over de bereidheid om onder een Vlaamse erkenning te werken.
      Betrokkene maakt ook gewag van ‘onze klassieke rusthuizen’ die “een enorm imagoprobleem zouden hebben bij allochtone senioren”. Ook dat moet m.i. enigszins in perspectief geplaatst worden. Wie kijkt er initieel wel positief aan tegen een verblijf in een rusthuis (in Vlaanderen noemen we dit een woonzorgcentrum) ? Bovendien is het - institutioneel gesproken - nogal lachwekkend om over ‘onze rusthuizen’ te spreken. In Brussel-Hoofdstad zijn er welgeteld twee unicommunautaire Vlaamse woonzorgcentra: De Overbron (VZW Overbron) met 44 bedden in Brussel en Woonzorgcentrum Residentie Bellevue (NV Home Ingendael) met 130 bedden in Vorst.   
      De vraag van Idrissi naar interculturalisering van de (ouderen)zorg roept gemengde gevoelens op. Interculturalisering is wel iets meer dan het voorzien van halal-maaltijden, lijkt ons. We stellen vast dat de jongerenwerkloosheid in Brussel bij allochtonen huizenhoog is. Nederlandstalige allochtonen uit Brussel zijn daarom hartelijk welkom om aan de slag te gaan in de Vlaamse woonzorgcentra in het Vlaams Gewest. Een gekleurd personeelsbestand is immers de beste garantie op interculturalisering van het leven in een woonzorgcentrum. 
       
    • Vraag om uitleg van mevrouw Danielle Godderis-T'Jonck tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het Europees Jaar van actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties 

      D. Godderis-T’Jonck vraagt hoe de minister het beleid ter zake evalueert en welke acties hij vooropstelt in het kader van het Europese themajaar. Verder wordt de minister gevraagd zich uit te spreken over de stelling dat er een negatieve beeldvorming bestaat tussen jongere en oudere generaties in Vlaanderen en of de minister daaraan desgevallend iets kan doen.
      Wie zit te wachten op het zoveelste beeldvormingsproject, waarvan de effecten toch niet gemeten zullen worden omdat de effectmeting meer zou kosten dan het project zelf ? De maakbaarheid van de samenleving hangt gelukkig niet af van éénmalige eyecatchers. 

    • Vraag om uitleg van mevrouw Vera Van der Borght tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de nieuwe financiering van de persoonlijkeassistentiebudgetten (PAB’s)

      Blijkbaar is er een grote onderbenutting van de jaarbudgetten bij houders van een PAB. Hiertoe wordt een nieuwe regeling uitgewerkt (eerst op proefbasis) die hierop inspeelt door de toekenning van een werkkapitaal (5/12 van een jaarbudget). V. Van der Borght stelt hierover vragen, onder meer op het vlak van de administratieve toegankelijkheid in hoofde van de budgethouders.

    • Voorstel van resolutie van de dames Irina De Knop, Ulla Werbrouck en Elisabeth Meuleman, de heer Herman Schueremans en de dames Vera Van der Borght, Ann Brusseel en Annick De Ridder betreffende het voorkomen van hiv-besmettingen en aids

      Voorstel van resolutie van de heer Jan Roegiers, de dames Cindy Franssen, Lies Jans en Mia De Vits, de heer Tom Dehaene en de dames Helga Stevens en Vera Jans betreffende het uitwerken van een meer doelmatig en doeltreffend hiv- en aidsbeleid

      Zie
      http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2009-2010/g415-1.pdfhttp://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2009-2010/g415-2.pdf en http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2011-2012/g1354-1.pdf

      Voortzetting van de bespreking en stemming

      De meerderheid vond het nodig om in reactie op een voorstel van resolutie van VLD en LDD een eigen voorstel neer te leggen. 
      De kern van de zaak is dat het beleid inzake seksuele gezondheid niet heeft kunnen verhinderen dat het aantal HIV-infecties toeneemt. Stellen dat het gevoerde preventiebeleid niet opkan tegen de seksuele cultuur van een groep van mannen die seks hebben met mannen én dat de oplossing voor het probleem in een wijziging van die cultuur moet worden gevonden, is weinig salonfähig en kan blijkbaar geen politieke boodschap zijn. Beide resolutieteksten verwachten veel van ‘veldwerk’. Zet dit dan zoveel zoden aan de dijk ? Het is maar de vraag of een daling van de uitgaven voor het beleid inzake seksuele gezondheid – waarom niet – welk effect dan ook zou hebben op de seksuele gezondheid van mannen die seks hebben met mannen en Sub-Saharaanse migranten. 

    • Verzoekschrift over de erkenning van ouderenadviesraden.

      De verzoeker deelt mee dat het gemeentebestuur van Knokke-Heist een aantal adviezen van de seniorenadvies onbeantwoord laat en zelf ook geen adviesvragen stelt aan de adviesraad. Betrokkene vraagt de commissie welke oplossingen zij hiervoor voorziet.

      Het decreet van 30 april 2004 houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen voorziet in een subsidieregime voor lokale besturen wanneer zij onder meer beschikken over één of meer ouderenadviesraden, zonder enig effect te koppelen aan de adviezen die dergelijke organen zouden uitbrengen. De uitvoerende verzuimt al bijna 9 jaar om deze bepalingen uit te voeren. Hoewel de wenselijkheid van dit subsidieregime zeker in vraag kan worden gesteld, is het niet aan de uitvoerende macht om schorsing van uitvoering te geven aan decretale bepalingen. Een uitvoeringsbesluit zou evenwel geen antwoord zijn op de door verzoeker geschetste problematiek.

    • Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat 2010-2011

      Zie
      http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2011-2012/g42-1.pdf

      Het voor mij meest opvallend element uit het jaarverslag, wat de welzijns- en gezondheidszorg betreft: het KRC stelt vast dat ouders van vermeend ADHD-kinderen onder druk worden gezet door scholen om medicatie toe te dienen, zonder zelfs maar een duidelijke diagnose. Het gebruik van psychofarmaca (bv. rilatine) door kinderen en jongeren in België is verontrustend, zo kan men lezen in de laatste Concluding Observations van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind.

      Tegenover de stelling dat kinderopvang een ‘basisvoorziening’ moet zijn die openstaat voor allerlei doelgroepen, mag een kritische houding worden verwacht. Kinderopvang moet er m.i. zijn voor gezinnen waarvan de partners of de alleenstaande vader of moeder werken (economische functie). Dit betekent geenszins dat de economische functie van kinderopvang zou moeten primeren: een kinderopvang die zich richt tot gezinnen met werkende partners moet evenzeer pedagogisch verantwoord zijn. Dat is dus een schijndebat.

      Het KRC vraagt zich af waarom de nog steeds uit te werken toegangspoort in de integrale jeugdhulp zelf niet rechtstreeks toegankelijk zou zijn voor cliënten. Wat het rechtstreeks toegankelijk aanbod betreft is het KRC gewonnen voor één laagdrempelig, herkenbaar instap-, meld- en contactpunt.

      Het KRC toont de pijnlijke dimensies van zorgtekorten aan (bv. een 13-jarige die n.a.v. een incident uit een MPI wordt gezet en bij gebrek aan plaats in de kinderpsychiatrie terecht komt in de volwassenenpsychiatrie). Het mag duidelijk zijn dat het aanbod aan K-bedden moet stijgen en een betere territoriale spreiding moet kennen. Het lijkt ons dat dit thema op een eerstvolgende interministeriële conferentie moet worden aangekaart. Hoe kan een regionale afbouw van E-bedden (pediatrie) leiden tot een kinderpsychiatrische eenheid ?

      Het jaarverslag stelt vast dat kinderen en jongeren met autisme en karakterproblemen het bijzonder moeilijk hebben om toegang te krijgen tot een residentieel zorgaanbod. Het voorbeeld wordt gegeven van een jongen die al zes jaar van voorziening naar voorziening wordt doorverwezen. Moest integrale jeugdhulp dit niet tegengaan ? Dit lijkt me een vaststelling waarop zeker dieper ingegaan moet worden.
      Kinderen en jongeren met een handicap die het predikaat ‘knelpuntdossier’ kregen en hierdoor meer prioriteit moesten krijgen op de wachtlijst, blijven de hulpverleningsboot missen. Kroniek van een aangekondigde mislukking.

      Het KRC wijst ook op de tekorten in het ambulante aanbod. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat ambulante hulp aan huis niet per definitie minder ingrijpend is dan residentiële opvang, vermits bij een intensieve thuisbegeleiding echt kan ingegrepen worden in het functioneren van een gezin. Het KRC maakt evenwel gewag van “de minst ingrijpende interventie”.

      Terecht merkt het KRC op dat de wachtlijsten van de ambulante en residentiële hulp elkaar in stand houden. Het KRC stelt bij hulpverleners ook een “illusie van een recht op jeugdhulp” vast. Dat hoeft niet te verbazen in het licht van de vele symboolbepalingen die het Vlaams Parlement voortbrengt (cf. decreet integrale jeugdhulp).

      In het jaarverslag wordt de vraag gesteld of heel wat maatschappelijke problemen ervoor zorgen dat kinderen en jongeren steeds vaker worden ingezet in de zorg voor familie.

      Het jaarverslag van het KRC plaatst in het algemeen grote vraagtekens bij de dienstverlening van de consulenten (die op hun beurt de werkdruk aanklagen). Zo is er een gebrek aan ‘actieve dienstverlening’ en ‘continuïteit in de dienstverlening’. Dit laatste grijpt het KRC aan om zijn pleidooi voor één trajectbegeleider te herhalen.

      Jongeren ervaren een gebrek aan vrijwilligheid in de vrijwillige jeugdbijstand. Een comité voor bijzondere jeugdzorg dwingt vaak de toestemming van de jongere af door te dreigen met een verwijzing naar de gerechtelijke jeugdbijstand. Er wordt ook niet altijd doorverwezen naar de bemiddelingscommissie ondanks een duidelijke hulpvraag van de jongere.
      Het KRC ontving klachten over consulenten die te snel aandringen op een terugkeer naar huis, zelfs als het gezin of het kind daar nog niet klaar voor zijn, waardoor het gezinsgericht werken zijn doel voorbijschiet. Ook zijn er klachten over de stopzetting van een pleegplaatsing omdat de ouders een conflict hebben met de pleegouders. Opnieuw stelt het KRC een ongenuanceerd streven naar terugkeer naar huis vast, zonder dat dit  in het belang van de minderjarige is.

      Het KRC klaagt aan dat er een onderscheid bestaat op het vlak van zakgeld tussen kinderen en jongeren in de pleegzorg, afhankelijk of ze via de gehandicaptenzorg dan wel via de bijzondere jeugdbijstand in de pleegzorg terecht komen. Ik meen dat er geen zakgeld moet worden toegekend aan pleegkinderen in de bijzondere jeugdbijstand, waardoor het probleem komt te vervallen. Het toekennen van een zakgeld moet tot de autonomie van een pleeggezin worden gerekend en desgewenst worden opgevangen via de onkostenregeling.

    14-01-2012, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    13-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.verslag van het Rekenhof over de CGG's
    Naar goede gewoonte bracht het Rekenhof ook nu weer een omstandig rapport uit, dit keer over de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG's), aangaande het doelgroepenbeleid, de financiering, en het toezicht. Het rapport kan hier worden geraadpleegd: http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2011-2012/g37-d-1_origineel.pdf.
    Het Rekenhof concludeert dat het doelgroepen- en aandachtsbeleid van de CGG's onvoldoende onderbouwd is. De beleidsplannen zijn op dat vlak geen volwaardig beheersinstrument. De rapporteringen van de CGG's maken het volgens het Rekenhof niet mogelijk om de inhoudelijke kwaliteit of de efficiëntie van de talrijke samenwerkingsverbanden te beoordelen. De Vlaamse regering heeft daartoe niet kaderprotocollen voorzien. Hoewel dit decretaal is vastgelegd heeft de Vlaamse regering nog steeds niet de cliëntbijdrage bepaald.
    Het Rekenhof stelt dat de financiering van de CGG's onvoldoende transparant is. De enveloppefinanciering en de toekenning van bijkomende middelen steunen niet op objectieve zorgbehoefteparameters. Bovendien probeert de Vlaamse regering met die bijkomende middelen de basisfinanciering van de verschillende CGG's geljik te schakelen, hoewel die middelen vaak  bestemd zijn om specifieke problematieken te behandelen. Er bestaan ook geen duidelijke regels voor het toewijzen van middelen uit de enveloppe aan projecten die gesubsidieerd worden door derden.
    Er zijn weinig betrouwbare gegevens over een voldoende lange periode om de efficiëntie van de subidiëring te beoordelen. Het Rekenhof stelt wel vast dat voor de periode 2008-2009 de subsidiëring sterker stijgt dan het aantal zorgperiodes, hulpactiviteiten of gepresteerde arbeidsuren.
    Het Rekenhof concludeert dat niet aan alle voorwaarden is voldaan voor een kwaliteitsvol toezicht op het bestuurlijk beheer en inhoudelijke werking van de CGG's. Hierbij krijgen Zorg en Gezondheid en de Zorginspectie een veeg uit de pan.
    Voor de aanbevelingen van het Rekenhof verwijzen we naar het rapport zelf.

    13-01-2012, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    02-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PAPER 2 - Antidiscriminatiewetgeving: het weigeren van redelijke aanpassingen voor kinderen en jongeren met een handicap

    Beste lezer,

    In PAPER 2 behandel ik een luik uit de Vlaamse antidiscriminatiewetgeving. Het weigeren van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap wordt in het Antidiscriminatiedecreet van 10 juli 2008 aangewezen als een discriminatievorm.

    Drie leerlingen met een auditieve handicap lieten hun vordering om meer doventolkondersteuning te krijgen in het gewoon secundair onderwijs steunen op dit decreet. Zij dienden hiertoe bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent een stakingsvordering in t.a.v. de Vlaamse overheid en de betrokken onderwijsinstellingen. De aard van de redelijke aanpassingen stond niet ter discussie, wel de omvang ervan en de aanvraag- en toekenningprocedure die door de Vlaamse overheid worden bepaald. De onderwijsinstellingen gaan in deze vrijuit. Dit is niet het geval voor de Vlaamse overheid wiens optreden zowel in eerste aanleg als in beroep als discriminatoir wordt bestempeld.

    Het in deze paper besproken arrest van het hof van beroep te Gent van 7 september 2011 verplicht de Vlaamse Gemeenschap om voor deze leerlingen te voorzien in minstens 70% tolkondersteuning op schooljaarbasis. De discretionaire bevoegdheid van de overheid kan volgens het hof niet worden ingeroepen om een discriminatie (een tekort aan redelijke aanpassingen) te rechtvaardigen. Ook de geldende procedure wordt gekwalificeerd als een discriminatoire gedraging van de overheid (o.m. onmogelijkheid voor de leerling om zelf een herzieningsaanvraag in te dienen n.a.v. een meningsverschil met de school) zonder dat hieraan rechtsherstel in natura wordt gekoppeld.

     

    Het arrest van 7 september 2011 mag, abstractie makende van een eventuele uitspraak door het Hof van Cassatie, belangwekkend worden genoemd. Dit arrest maakt duidelijk dat een louter ‘blind’ budgettair argument in hoofde van de Vlaamse overheid niet langer kan volstaan voor het weigeren van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap. Dit zal de alerte Independent Living-beweging niet ontgaan zijn. Niet enkel de volledige onderwijssfeer komt immers in het vizier, maar ook onder meer het Vlaamse beleidsdomein welzijn, volksgezondheid en gezin, waaronder de ondersteuning door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ressorteert. Dit kan gaan om de toekenning van hulpmiddelen (individuele materiële bijstand), waaronder tolkuren, maar bijvoorbeeld ook om de toekenning van persoonlijke assistentiebudgetten. Nieuwe rechtspraak dient zich wellicht aan.


    Het arrest én de paper zijn een boodschap aan de decreetgever: bezint eer ge begint.

     

    Groeten,

     

    G. Loosveldt

     

    Bijlagen:
    PAPER 2 - Antidiscriminatiewetgeving - het weigeren van redelijke aanpassingen voor kinderen en jongeren met een handicap.pdf (83.3 KB)   

    02-01-2012, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    26-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slottoespraak 'Dignity in care'
    Beste,

    Op 24 oktober 2011 mocht ik de slottoespraak  houden op de opstartconferentie van het Interreg-project ‘IVA 2 Seas - 7-029-BE_Dignity in Care’ (Dignity in care: enhancing ethical practice and critical reflection by the sTimul experience in a care-ethics lab). Op deze 'launch in the lounge conference' in Moorsele ging ik in op het verband tussen zorgethiek en beleid. Eerst  behandelde ik enkele motieven in het politiek discours over zorg, vervolgens bekeek ik zorgethiek als onderwerp van beleid en regelgeving en tenslotte sprak ik me uit voor het introduceren van zorgethiek in lopende beleidsstrategieën.
    Mijn toespraak (in het Engels) vindt u in bijlage. Wenst u meer informatie over het project 'Dignity in Care', neem dan een kijkje op
    www.dignity-in-care.eu/
    Zie ook www.stimul.be/ en www.dropbox.com/gallery/2049585/1//Launch?h=864715&p=5#/

    Groeten,

    G. Loosveldt

    Bijlagen:
    SPEECH 1 - Dignity in care – The Launch in the lounge conference.pdf (72.2 KB)   

    26-10-2011, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PAPER 1 - ‘Deïnstitutionalisering’ van de ouderenzorg in België ?

    Beste lezer,

    Welkom op mijn blog. In PAPER 1 'Deïnstitutionalisering' van de ouderenzorg in België' toets ik enkele gezondheidseconomische parameters voor de toekomst van de residentiële ouderenzorg, gebruik makende van internationale vergelijkingen. Deze gebeuren veelal onder de noemer long-term care, de zorg die tegemoet komt aan (het sociaal risico van) een aanhoudend verminderd zelfzorgvermogen.

    Groeten,

    G. Loosveldt

    Bijlagen:
    PAPER 1 - ‘Deïnstitutionalisering’ van de ouderenzorg in België.pdf (4.1 MB)   

    24-05-2010, 00:00 Geschreven door zorgbeleid2011  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Archief per week
  • 16/01-22/01 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 24/10-30/10 2011
  • 24/05-30/05 2010


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!