Mijmeringen en Nostalgie over het Wielrennen van toen en nu
Inhoud blog
  • Het boerenpaard won Vlaanderens mooiste
  • Kermiscoureur, maar onontbeerlijk in de Vlaamse wielergeschiedenis.
  • Chronologie van een afscheid, of hoe een Grootmeester zijn einde tegemoet ging.
  • Het zoutvatje van Eddy Merckx.
  • Epiloog : M.I.C.-Ludo-de Gribaldy of hoe je de Wereldbeker wint zonder te betalen
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Nostalgische gedachten over het wielrennen van vroeger
    Zomaar enkele bepeinzingen.
    03-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het boerenpaard won Vlaanderens mooiste
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Een van mijn mooiste wielerherinneringen is de Ronde van Vlaanderen van 1976. Walter Planckaert won, voor velen verrassend, de Ronde van Vlaanderen voor Francesco Moser, Marc Demeyer, Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens.

    Ik heb altijd gevonden dat Walter te weinig eer kreeg voor deze overwinning. Het leek voor velen een anticlimax. Een “mindere” die de Ronde won.

    Het dient gezegd, we leefden in Vlaanderen in grote weelde. Eddy Merckx was er nog altijd, en had trouwens zijn zevende Milano-Sanremo gewonnen, er was Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Walter Godefroot, Eric Leman, Frans Verbeeck, André Dierickx, Rik Van Linden, Herman Vanspringel e.a. En dan kwam er, een weliswaar verdienstelijk renner, de bloemen wegkapen voor de neus van deze “groten”.

    Al vlug werd de overwinning verklaard door de onderlinge tweestrijd Maertens-De Vlaeminck  die op het einde van de wedstrijd belachelijke proporties aannam. Maar ik durf hier de stelling innemen dat Walter Planckaert misschien wel de sprint van vijf ook gewonnen had.

    Walter Planckaert was natuurlijk niet de eerste de beste. Walter had, en heeft, wat ze bij ons hier zeggen “een kopke”. M.a.w. hij had, en heeft, een eigen gedacht en hij volgt die denkwijze dan ook ongeacht wat anderen er van denken. Walter kon ook als geen ander toeleven naar een bepaalde koers en daar dan ook alles voor geven en alles voor laten. Daarnaast kon, en kan, hij de koers lezen als geen ander. Eigenlijk hadden “de groten” beter moeten weten. Hadden ze wat meer opgelet, dan hadden ze geweten dat Walter een kwaaie klant zou worden die vierde april 1976.

    Als ik even terugkijk in Het Belang van Limburg op de dagen die de Ronde vooraf gingen dan komt daar het volgende uit.

    Op zaterdag 20 maart won Walter Planckaert op overtuigende wijze de E3-Prijs in Harelbeke voor Walter Godefroot.

    Op woensdag 24 maart werd Walter Planckaert vijfde in de koers in Knokke, gewonnen door Frans Van Looy in een spurt met 142 renners.

    Op zaterdag 27 maart was er de Amstel Gold Race. Ook hier weer werd enkel Freddy Maertens als grote kanshebber aangekondigd. Temeer Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck niet aan de start kwamen. Het duo Walter Planckaert-André Dierickx werd maar terloops vermeld, en dan nog voornamelijk omdat Walter Planckaert een oud-winnaar was.

    De kranten leken gelijk te krijgen. Freddy Maertens won de Amstel Gold Race overtuigend en Walter Planckaert kwam niet voor in de lijst van 42 aangekomen renners.

    Op zondag 28 maart was er de Ronde van België. Deze ronde, met 80 renners aan de start, werd aangekondigd als de strijd voor het meesterschap tussen Eddy Merckx en Freddy Maertens. Andere kanshebbers die werden vernoemd waren Frans Verbeeck, Raymond Poulidor, Lucien Van Impe, Jean-Luc Vandenbroucke en Hennie Kuiper. Walter Planckaert en ploegmaat André Dierickx werden niet meer vernoemd.

    De eerste rit, een veredeld criterium van 20 km, werd gewonnen door de onverzadigbare Freddy Maertens voor …. Walter Planckaert. Grootste blikvanger was echter Eddy Merckx die gekwetst bij een val in de laatste rit van de door hem gewonnen Catalaanse week, slechts met één hand kon rijden.

    In de namiddagrit werd Eddy Merckx, als kanshebber voor de Ronde van België,  volledig uitgeteld alsook heel wat andere favorieten. Tijdens de opeenvolgende hellingen had er zich een groep van 27 renners afgescheiden met daarbij o.a. Frans Verbeeck en het grootste deel van zijn ploeg, Freddy Maertens met Michel Pollentier en Sus Verhaegen, Roger Swerts, Jos Bruyere, Jan Raas, Eric Leman en het duo André Dierickx en Walter Planckaert.

    Op veertig km van het einde sprong André Dierickx weg. Twintig km verder werd hij ingelopen door Freddy Maertens en Walter Planckaert. Het drietal ging samen naar de meet alwaar Maertens mooi afgedroogd werd door Walter Planckaert.

    Na de aankomst gaf Walter Planckaert nog een sneer naar zijn vroegere kopman Frans Verbeeck, zeggende dat hij, indien hij nog bij Verbeeck zou gereden hebben, nooit zijn eigen koers had mogen rijden. Nu hij van ploeg veranderd was ging alles veel beter.

    In de derde rit won Walter Godefroot door de massaspurt te ontlopen. In die spurt werd Walter Planckaert tweede na opnieuw Freddy Maertens.

    In de vierde rit zorgde Michel Pollentier voor een “putch”. Hij won met meer dan 5 minuten voorsprong. In de spurt om de vierde plaats, op ruim 7 minuten, won Frans Verbeeck voor Walter Planckaert en Freddy Maertens. In het algemeen klassement stond Walter ondertussen op de vierde plaats en tevens was hij leider in het puntenklassement. Eddy Merckx meldde ondertussen dat hij geen hinder meer had van zijn kwetsuren.

    Ondertussen waren ze ook aan het koersen in Italië. In de Trofeo Panatlica versloeg Francesco Moser Roger De Vlaeminck in de eindsprint.

    Op 31 maart werd de vijfde rit gereden. Jan Raas bleef het peloton vijf seconden voor. Een peloton waarvan de spurt gewonnen werd door Walter Planckaert voor Piet Van Katwijk, Frans Verbeeck, Willy Planckaert en Marc Demeyer. Hij kreeg daardoor de purperen leiderstrui van het puntenklassement steviger rond de schouders.

    Eddy Merckx kloeg over stekende pijn in de elleboog. De conditie op zich was wel o.k. en iedereen zag in hem weer een potentiële winnaar van de Ronde van Vlaanderen.

    Een opmerkelijk berichtje in diezelfde krant ging over de terugkeer van José-Manuel Fuente bij de ploeg Bianchi. Maar zoals voorspeld, in datzelfde artikel, is het niks meer geworden met Fuente.

    De laatste dag van de Ronde van België waren er nog twee ritten. De eerste rit werd in de spurt gewonnen door Walter Planckaert voor broer Willy Planckaert, die de ontsnapte Ferdi Vanden Haute teruggehaald had. Freddy Maertens werd vierde. De tweede halve rit was, opnieuw in de spurt, voor Piet van Katwijk . Walter Planckaert werd vijfde, net voor broer Willy.

    In de eindstand werd Walter vierde op 5’52” van Michel Pollentier. In het puntenklassement won hij afgetekend voor Freddy Maertens.

    In de voorbeschouwingen op de Ronde van Vlaanderen op zaterdag 3 april in de krant Het Belang van Limburg staat er geen woord over Walter Planckaert. Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens zijn de namen in de koppen.

    Op maandag 5 april stond de volgende kop in de krant :”Prachtkoers krijgt lachwekkende ontknoping”. Wat was er gebeurd?

    Na een eerste schifting kwamen er nog 28 renners in aanmerking voor de overwinning. Daarbij alle favorieten. Op de Koppenberg spatte de groep voorgoed uiteen. Vijf renners hadden zich, mede door een val van Walter Godefroot, weten af te scheiden. Roger De Vlaeminck, Francesco Moser, Freddy Maertens, Marc Demeyer en Walter Planckaert. Eddy Merckx volgde in een groepje op 100 meter met daarin verder Didi Thurau, Frans Verbeeck, André Dierickx, Ferdi Vanden Haute, Eric Leman, Rik Van Linden, Walter Godefroot, Lucien Van Impe, Joop Zoetemelk, Ronald Dewitte en later Jan Raas, Charles Rouxel, Willy Teirlinck, Dirk Baert en Johan De Muynck.

    Het werd een echte tweestrijd met in het ene groepje voornamelijk Francesco Moser en Marc Demeyer die het werk deden en een Walter Planckaert die afzijdig bleef, en aan de andere zijde vereende krachten.

    Dat het werk van Francesco Moser en Marc Demeyer berenwerk was getuigde de voorsprong van anderhalve minuut op de achtervolgende groep aan de voet van de Muur in Geraardsbergen. Op de top van de Bosberg was de voorsprong echter herleid tot 40 seconden en de wedstrijd kon nog alle kanten uit. Vanaf dit moment begon Walter Planckaert ook mee te werken in de ontsnapping.

    Er moest toentertijd nog een slotronde afgelegd worden in Meerbeke en aan het begin van die ronde had het achtervolgende groepje, onder impuls van Eddy Merckx, de achterstand herleid tot 20 seconden. In de slotronde viel Freddy Maertens een eerste keer aan. Hij werd gecounterd door Roger De Vlaeminck. Toen Francesco Moser probeerde, kreeg die Walter Planckaert mee. Toen het er op leek dat de twee er vanonder zouden muizen bracht Marc Demeyer zijn kopman en Roger De Vlaeminck terug.

    Francesco Moser  probeerde opnieuw en kreeg, opnieuw, Marc Demeyer en Walter Planckaert mee in het wiel. Freddy Maertens en Roger De Vlaeminck keken elkaar het wit uit de ogen en ondanks een heftig gesticuleren van Marc Demeyer sloten beiden niet meer aan.

    In de spurt haalde Walter Planckaert het relatief gemakkelijk van Francesco Moser en Marc Demeyer. Roger De Vlaeminck werd alsnog vierde voor Freddy Maertens.

    In het boek van Freddy Maertens : Een Leven in Wit en Zwart, wordt beweerd dat Walter Planckaert Marc Demeyer betaalde om de spurt aan te trekken. Als me de beelden van vlak voor de spurt bekijkt, dan lijkt het inderdaad zo te zijn dat Walter en Marc even praten. Dit is echter dagelijkse kost in het wielrennen en doet niks af aan de overwinning van Walter.

    Achteraf vielen er harde worden. Walter Planckaert had de zege niet verdiend, hij was een zweetdief, hij was de minst actieve renner, hij reed pas mee op het moment dat de TV er bij kwam, hij was ballast in de ontsnapping, enz ….

    Laat ons dit nu eens als neutrale supporter van Walter Planckaert bekijken.

    Qua intrinsieke klasse stonden Freddy Maertens, Roger De Vlaeminck en Francesco Moser een stapje hoger dan Marc Demeyer en Walter Planckaert, dat moet ik toegeven. Maar een renner fietst niet met zijn benen alleen. Ook het leep zijn, het uitspelen van de zwaktes van de tegenstanders en de sterktes van zichzelf spelen mee. Daarnaast is er natuurlijk nog het ploegenspel.

    Marc Demeyer moest onvoorwaardelijk in dienst rijden van Freddy Maertens, dat was logisch. Had hij alleen gezeten, dan had hij waarschijnlijk ook minder werk verzet in de ontsnapping indien zijn kopman in het achtervolgende groepje zou gezeten hebben. Had bijvoorbeeld Ronald Dewitte, ploegmaat van Roger De Vlaeminck mee in de kopgroep gezeten, dan had ook die minder werk verzet met Roger in de achtervolgende groep. Voor Walter gold hetzelfde. André Dierickx zat in de achtervolgende groep en dat was een (mede)kopman. Eigenlijk was dit gewoon de toepassing van het “Systeem-Post”, dat toen door Raleigh in verschillende wedstrijden werd uitgevoerd.

    Freddy Maertens moet beseft hebben dat Walter een kwaaie klant was. Hij was tenslotte door hem een paar keer geklopt in de Ronde van België. Je moet er dus maar voor zorgen dat je zo een renner kunt kwijt geraken. Freddy heeft daar weinig toe ondernomen.

    Roger De Vlaeminck won wel de sprint voor de vierde plaats, maar ik twijfel of hij wel zo fris zat. Op de beelden kan je namelijk zien dat bij een van de demarrages Roger vrij moeilijk het gat weer dicht rijdt. (zie ook op Youtube : http://www.youtube.com/watch?v=9uuutUICL0E). Misschien speelde het ook wel in zijn hoofd dat hij recent in Italië in de spurt geklopt werd door Francesco Moser. In het verslag op Youtube zie ik trouwens Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens niet veel op kop rijden. Het zijn voornamelijk Moser en Demeyer die het zware werk doen.

    Daarbij speelde nog dat Freddy en Roger elkaar weinig gunden.  Freddy Maertens en Roger De Vlaeminck, het is lang water en vuur geweest.

    Francesco Moser dan. Zijn houding is ook niet echt te verklaren. Hij verzette berenwerk in de ontsnapping wetende dat hij met 3 rappe mannen, Freddy, Roger en Walter, op stap was. Goed, hij probeerde een paar keer weg te geraken maar dat lukte niet. Rekende hij nog op zijn eindsprint? Zeker toen hij Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens kwijt speelde?

    En Walter dan? Wel eigenlijk paste hij het wereldberoemde gezegde van José De Cauwer al toe. Eerst de bordjes van een ander uit eten en dan pas aan dat van jezelf beginnen. Walter was op dat ogenblik de meester-tacticus. Hij verschool zich gedeeltelijk achter André Dierickx die in het achtervolgende pelotonnetje zat, buitte de rivaliteit Maertens-De Vlaeminck uit, liet Demeyer al het beulenwerk doen en concentreerde zich voornamelijk op Francesco Moser. Tactiek uit het boekje. Wat we dan noemen een slimme renner.

    Hoe ging het verder met deze protagonisten? Wel, Freddy Maertens won de woensdag erop Gent-Wevelgem voor Rik Van Linden en Frans Verbeeck. Walter Planckaert werd vijfde, Roger De Vlaeminck zesde en Francesco Moser zevende, Marc Demeyer 34°.

    De zondag erop wint Marc Demeyer Paris-Roubaix voor Francesco Moser en Roger De Vlaeminck. Freddy Maertens (val) en Walter Planckaert (val) komen niet in de uitslag voor. Toen klonk het in de kranten al : “Waarom zou een knecht geen klassieker mogen winnen?”

    In de Waalse Pijl won Joop Zoetemelk. Freddy Maertens werd derde, Marc Demeyer en Walter Planckaert gaven op, Francesco Moser en Roger De Vlaeminck kwamen niet aan de start.

    In Luik-Bastenaken-Luik was dan weer Jos Bruyere aan de winst. Freddy Maertens was tweede. Walter Planckaert, Marc Demeyer, Francesco Moser en Roger De Vlaeminck  stonden niet aan de start.

    Bekijken we het complete voorjaar, dan moeten we toegeven dat Freddy Maertens de man van het voorseizoen was.

    Walter Planckaert was dus de winnaar, en volgens mij een verdiende winnaar, van de Ronde van Vlaanderen 1976. Om moeder Gusta van de Planckaerts te citeren : Walter was het boerenpaard daar waar Willy het koersepaard en Eddy het luxepaard was. En waarom zou een boerenpaard geen wedstrijd mogen winnen?

    Was de Ronde van Vlaanderen de enigste parel op de kroon van Walter Planckaert? Bijlange niet.

    Walter was prof geworden in de ploeg van Frans Verbeeck op 1 september 1969. In 1970 en 1971 won hij 4 wedstrijden. In 1972 won hij al de Amstel Gold Race, dit zeer tegen de zin van zijn kopman Frans Verbeeck. Hij werd toen ook al 2° en 3° in een etappe van de Midi Libre.

    In 1973 brak hij helemaal door. Zes overwinningen waaronder Kuurne-Brussel-Kuurne, een rit in de Ronde van België en de ploegentijdrit in de Ronde van Frankrijk.

    In 1974 zes en in 1975 zeven overwinningen met in elk jaar een rit in de Tirreno-Adriatico. In het Nationaal kampioenschap in Mettet, in 1975, werd hij tweede na Willy Teirlinck maar voor Eddy Merckx.

    In 1976 ontsnapte hij van onder de vleugels van Frans Verbeeck. Hij won dat jaar 10 maal waaronder dus de Ronde van Vlaanderen maar ook 2 etappes in de Dauphiné Libéré, de GP Denain, de E3-prijs in Harelbeke en 2 ritten in de Ronde van België. Hoeveel renners behaalden eigenlijk de dubbel Harelbeke-Ronde van Vlaanderen?

    In 1977 won hij opnieuw 10 maal. Een rit in de 4 Daagse van Duinkerke, Dwars door België, drie ritten in de Ronde van België en het eindklassement van de Ronde van België en de GP Jef Scherens.

    In 1978, bij het C&A van Eddy Merckx, won hij zesmaal, waaronder de proloog van de Ronde van Nederland en een rit in de Ronde van Frankrijk.

    Ook in 1979 won hij 6 maal. Opnieuw Kuurne-Brussel-Kuurne, een rit in de Ronde van België en in de Driedaagse van De Panne.

    In 1980, 1981 en 1982 won hij respectievelijk 2, 4 en eenmaal. Vanaf 1983 nam hij jongere broer Eddy onder zijn vleugels. Toch won hij in 1983 nog eenmaal.

    In 1984 kreeg hij zijn tweede jeugd bij het Panasonic van Peter Post. Hij won 7 maal waaronder een etappe in de Ronde van Nederland en in de 4 Daagse van Duinkerke, en opnieuw Dwars door België.

    In 1985 was er voor de eerste keer geen overwinning meer.

    Twee klassiekers, vijf semi-klassiekers, de Ronde van België en een rit in de Tour de France, veel renners zouden er nu direct willen voor tekenen. Walter Planckaert een mindere renner? Neen, absoluut niet.

    Vanaf 1986 was er de carrièrewending naar de volgwagen. Walter werd een meer dan gerespecteerd ploegleider en haalt heden ten dage met zijn jonge Topsport Vlaanderen-ploeg mooie resultaten.

    Vier april 1976, het blijft voor mij een mooie herinnering toen streekrenner Walter Planckaert de Ronde van Vlaanderen won.


    %%%FOTO1%%%

     

    G.L.

    03-04-2012, 10:58 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (11 Stemmen)
    Tags:Walter Planckaert, Freddy Maertens, Eddy Merckx, Francesco Moser, Marc Demeyer, Roger De Vlaeminck, Ronde van Vlaanderen, 1976
    20-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kermiscoureur, maar onontbeerlijk in de Vlaamse wielergeschiedenis.

    Kermiscoureur, maar onontbeerlijk in de Vlaamse wielergeschiedenis.

     

    Toen ik op deze blog mijn verhaal over Hubert Hutsebaut schreef, kreeg ik reactie van Mevr. Nicole Bruneel, de weduwe van Raf Van Bruwaene, waarin ze vroeg de groeten te doen aan Hubert Hutsebaut, de volgende keer dat ik hem zou ontmoeten.

    Ik heb Hubert Hutsebaut echter nog nooit ontmoet, niet vóór mijn artikel en ook niet na mijn artikel. Jammer. Maar in mijn antwoord naar Mevr. Bruneel schreef ik dat ik misschien wel ooit eens een verhaal zou schrijven over haar man. Belofte maakt schuld en dus waag ik er mij vandaag aan.

    Niet alleen de belofte doet mij dit schrijven maar ook de renner Raf Van Bruwaene zelf. Ik moet eerlijk toegeven dat, sedert ik de mail van zijn weduwe kreeg, Raf Van Bruwaene mij bleef intrigeren. Ik heb sowieso al een zwak voor de minder bekende renners en ik zet ze graag eens in het zonnetje. In mijn ogen verdienen ze het want zonder hen was de koers in Vlaanderen nooit zo populair geworden.

    Raf Van Bruwaene werd geboren op 12 mei 1946 in Tielt. Het deed bij mijzelf niet echt een grote bel rinkelen. Eerder een minuscuul belletje. Dus begon ik aan mijn opzoekingwerk in het digitale archief van Het Belang van Limburg. Het leverde direct al de eerste moeilijkheden op want de journalisten indertijd goochelden nogal met namen. Van Bruane, Van Bruwane, Van Bruaene, Van Bruwaene, en alle variaties met De en Den er nog bij, de naam kwam in verschillende vormen voor. Uiteindelijk vond ik in de periode 1968-1973 liefst 226 maal op een of andere manier zijn naam terug (ploegvoorstellingen, koersverslagen, jaaroverzichten, ….).


    Raf Van Bruwaene, startte in 1963 bij de niet-aangeslotenen en werd na 10 wedstrijden lid van BAB (Brugse Velosport) in de categorie nieuwelingen. Hij werd dat jaar nog 4 x tweede en 6 x derde en behaalde één overwinning, op 19 augustus, in Handzame. In 1964, nog steeds bij de nieuwelingen, behaalde hij acht overwinningen. Verder nog 5 tweede plaatsen en 8 derde plaatsen. Op 8 augustus 1964 werd hij liefhebber en behaalde dat jaar als beste resultaat nog een vijfde plaats. In 1965 zou hij bij de liefhebbers 1 overwinning behalen, namelijk op 2 augustus in Ingelmunster (of Hulste zoals het in het jaarboek Velo 66 staat). Verder nog 7 tweede en 4 derde plaatsen. Bij die tweede plaatsen moet toch die in de klassieker Gent-Wervik vermeld worden waar Romain Furniere won en Jeroom Kegels derde werd. De uitslagenlijsten overlopend kwam ik bij de liefhebbers deze namen tegen : Jos Boons, Etienne Buysse, Wilfried David, Willy De Geest, André Dierickx, Walter Godefroot, Paul en Willy In ‘t Ven, Eddy Merckx, Jan Monteyne, Willy Planckaert, Roger Rosiers, Raymond Steegmans, Noël Vanclooster, Willy Van Neste, Daniel Vanryckeghem en Willy Vekemans om er maar enkele te noemen. Zelfs Eddy Planckaert reed toen al mee, maar die was van Zwevegem en niet van Nevele. Het was de gouden generatie die in aantocht was naar de professionele rangen. Niet gemakkelijk dus om als jong renner daartussen je weg te maken.

    In 1966 won hij driemaal bij de liefhebbers. In Roeselare op 1 september, in Vladslo op 10 september en op 25 september in Sint-Eloois-Vijve. Deze laatste overwinning is echter niet terug te vinden in het jaarboek Velo 67.  Verder nog 4 tweede en 6 derde plaatsen.

    In 1967 zijn er 5 overwinningen terug te vinden. Zijn opmerkelijkste zege was op 20 mei in Oostkamp waar hij won voor Walter Planckaert. In 1967 ook nog 16 tweede en 6 derde plaatsen. Hij werd driemaal tweede na Eric Leman en tweemaal na Jempi Monseré. Verder ook een tweede plaats in Kuurne-Brussel-Kuurne na Guido Van Damme en voor José Samyn. Ook in de Omloop Het Volk behaalde hij een verdienstelijke 16° plaats.

    In 1968 won hij 4 maal. Voor de geschiedkundige kronieken is het misschien interessant aan te geven dat hij op 30 juni  in Egem won voor een zekere Eddy Musseeuw, vader van Johan. Daarnaast de gebruikelijke ereplaatsen, 8 x tweede en 7 x derde.

    Op 29 augustus, 22 jaar oud,  stapte Raf Van Bruwaene over naar de profs. Hij kwam bij de ploeg PullOver Centrale, met sportdirecteur Tuur Decabooter, terecht. Dezelfde dag werd hij al 17° in Kortemark, wedstrijd gewonnen door Eric Leman.

    Een kleine maand later, op 20 september, behaalde hij al een derde plaats in Beernem na Daniel Vanryckeghem en Guido Reybrouck. Een beloftevol begin.

    Of Raf, zoals vele renners in die tijd, er nog een andere beroepsbezigheid op na hield naast het wielrennen, is mij  onbekend. Ik vermoed het al bijna. Hij kwam namelijk altijd maar goed op dreef tijdens de maanden juni-juli-augustus. Anderzijds was deze periode natuurlijk het piekmoment van de kermiskoersen met soms wel drie wedstrijden op één dag.

    In 1969 reed hij voor Etalo-Siriki-Ventura met onder meer volgende renners als Urbain De Brauwer, Wim Dubois, Jean-Marie Sohier, Frans Toortelboom, Franklin Van de Moortel en Gilbert Wuytack. Hij behaalde dat jaar twee derde plaatsen, twee tweede plaatsen en één overwinning.

    In Boezinge op 1 augustus won Noël Vanclooster voor Jean-Marie Sohier en Raf als derde op 20 seconden, op 20 augustus in Ruislede won Herman Vrijders voor Roland Van De Rijse en Raf.

    De tweede plaatsen kwamen er op 10 juli in Gistel na Hubert Hutsebaut en in Eeklo op 27 augustus na Christian Callens. Er is sprake van nog een tweede plaats, maar die kon ik niet terugvinden.

    Kers op de taart dat jaar was natuurlijk zijn overwinning op 6 augustus in Harelbeke. Raf Van Bruwaene was zoals reeds eerder geschreven,  van in zijn liefhebberstijd op het toppunt van zijn vorm in de maanden juli-augustus, het zou zo blijven tijdens de rest van zijn carrière.

    Gezien er die dag drie beroepsrennerkoersen op één dag werden verreden (waar is de tijd?) kwamen er slechts (!) 39 renners aan de start in Harelbeke voor 150 km. De belangstelling was niettemin groot en de koers, over 25 ronden, best te genieten. Noël Vanclooster en Franky Ebo waren de eerste vluchters van die dag. Gedurende een aantal ronden diepten ze hun voorsprong uit, welke op een bepaald moment ruim 2 minuten bedroeg. Na 90 km koers begonnen ze echter te verzwakken en  op zes ronden van het einde werden ze gegrepen. Eric Demunster, Roger Kindt en Raf Van Bruwaene waren de volgende die hun kans grepen. Ze kregen nooit meer dan 30 seconden van de groep, maar slaagden er toch in uit de greep te blijven. Tot ieders verrasing won Raf Van Bruwaene de sprint van het drietal voor Roger Kindt en Eric Demunster. De eerste zege was binnen.

    Gewoon, omdat het altijd aangenaam is eens in oude kranten te neuzen, hier een klein overzichtje van welke titels er verder op de sportbladzijde van die dag, met de overwinning van Raf, stonden? De wereldkampioenschappen op de baan in Antwerpen waren in volle gang. Ole Ritter had de pijp aan Maarten gegeven en Charly Grosskost was zonder ambitie naar Antwerpen gekomen. Theo Verschueren werd door Leo Proost als favoriet voor de stayers naar voor geschoven. Fons De Bal won in Grobbendonk, Eddy Peelman in Lokeren. De Belgische basketploeg klopte Italië met 66-52 en Jacky Ickx kreeg zijn eigen postzegel in Jemen. En even verder, ik wil het u, beste lezer, niet onthouden, een advertentie voor een Volkswagen Kever 1200 voor de prijs van 55.900 Bfr. en een onderhoud, om de 20.000 km, voor 1.450 Bfr.

    Verder dient vermeld te worden dat Raf ook in het voorjaar redelijk uit de verf gekomen was. Hij werd zesde in Roubaix-Cassel-Roubaix, 11° In de Omloop van Oost-Vlaanderen, 17° in de Omloop Het Volk, 19° in Kuurne-Brussel-Kuurne en 28° in Paris-Roubaix. Ook in Gent-Wevelgem en Paris-Tours stond hij in de uitslag vermeld.

    In Paris-Roubaix was hij mee in een vlucht van 41 renners. Na een lekke band kon hij de leidersgroep weer vervoegen maar even later begaf zijn versnellingsapparaat het. Uiteindelijk eindigde hij 28° op 34 aangekomen renners. Er waren 154 vertrekkers die dag. Winnaar die dag, werd uiteindelijk Walter Godefroot.

    In 1970 stapte Raf Van Bruwaene over naar de ploeg Mann-Grundig. Al bij al toch wel een stap vooruit. Moest hij dat jaar meer in dienst rijden van de kopmannen van die ploeg? Volgende renners reden nl. voor de ploeg : Willy In ’t Ven, Georges Pintens, Willy Van Neste, Daniel Vanryckeghem en Herman Vanspringel.  Moest dat ook in de kermiswedstrijden? Het kan een verklaring zijn voor de iets mindere uitslagen dat jaar. Een derde plaats in Adinkerke op 24 september na wereldkampioen Jean-Pierre Monseré en Ferdinand Hermie en een eerste plaats in Gistel op 30 mei.

    Het was de 14° Vijfdagenprijs die verreden werd over 176 km met 53 renners aan de start. Pas na 50 km kwam de eerste serieuze ontsnapping. Jackie Coene en André Delaere gingen er vandoor. De voorsprong liep uit tot 2 minuten maar bij de tweede doortocht door Gistel kwam alles weer samen. Er waren een paar vruchteloze pogingen van Remi Van Vreckom, Etienne Buysse, Willy Van Neste en Raf Van Bruwaene. Op 30 km van de finish viel echter de beslissing. Twaalf renners kozen het hazenpad. Maurice Dury, Rudi  Serruys, Pol Mahieu, Wilfried Corneille, Willy Van Neste, Freddy Decloedt, Remi Van Vreckom, Marc Lievens, Etienne Buysse, Jaak De Boever, Eric Demunster en Raf Van Bruwaene. Uit deze groep, die volledig buiten schot bleef, ontsnapten tijdens de laatste ronde Pol Mahieu, Jaak De Boever en Raf Van Bruwaene.

    In de spurt versloeg Raf Van Bruwaene Jaak De Boever, volgens de krant met een half wiel. Op de foto is echter duidelijk te zien dat Jaak op bijna twee lengten eindigde. Pol Mahieu werd derde. Overwinning nummer twee was binnen.

    Ook hier is het altijd eens interessant om te kijken wat er verder op dezelfde bladzijde in de krant stond te lezen. In hetzelfde weekend won ploegmaat Walter Bouquet  Vorst-Meulebeke, Rik Van Looy won in Kessel (Lier), Wilfried David de Omloop van Mandel-Leie-Schelde, ploegmaat Herman Vanspringel won een criterium in Frankrijk en Frans Verbeeck werd eindwinnaar van de Ronde van de Oise. Daarnaast won Domingo Perurena de eerste rit van de Vuelta.

    Bij de liefhebbers won een zekere Cees Priem te Beerts, Ronny Vanmarcke won Meulebeke-Roubaix en Vic Peeters in Sint-Anthonius-Brecht.

    Jos Huysmans en Vic Van Schil werden in de Giro beboet met respectievelijk 20.000 en 5.000 Lire voor het elkaar met de hand aflossen. En Eddy Merckx en Martin Van den Bossche kregen een reuzengitaar als geschenk.

    Andere resultaten van het jaar 1970 waren een 9° plaats in de Ronde van West-Vlaanderen, 10° in Harelbeke-Poperinge-Harelbeke, 15° in Roubaix-Cassel-Roubaix, 17° in de Kustpijl, 21° in Kuurne-Brussel-Kuurne en 23° in Dwars door België.

    In 1971 keerde Raf Van Bruwaene terug naar een meer bescheiden ploeg. Hij werd lid van de groep Goldor met als renners o.a. Richard Bukacki, Fernand Hermie, Hubert Hutsebaut, Frans Melckenbeeck, Walter en Willy Planckaert, Bernard Van de Kerckhove, Roland Van De Rijse, Ronny Van De Vijver en Sus Verhaegen. Het werd qua successen zijn beste jaar. Vier derde plaatsen, een tweede plaats en twee overwinningen. Dit alles in net geen twee maanden tijd.

    Raf Van Bruwaene werd derde in het Nederlandse Kruiningen op 3 juli. Hij werd er geklopt door de Nederlanders Harm Ottenbros en Harry Janssen. Hij werd nog eens derde op 7 juli in Poperinge in de Omloop der Zuid-West-Vlaamse Bergen. Deze keer gingen Tony Gakens en Hugo Dehaes hem vooraf. Hij werd opnieuw derde op 13 juli in Sleidinge na Johan De Muynck en ploegmaat Walter Planckaert. En een vierde derde plaats op twee weken tijd volgde op 18 juli in Kalmthout na Frans Verbeeck en ploegmaat Ronny Van De Vijver.

    De tweede plaats behaalde hij op 28 juli in mijn eigenste Deinze waar de lokale held Jaak De Boever hem 15 seconden voorafging.

    Op 30 mei had hij zijn derde profoverwinning behaald in Niel, dag op dag een jaar na zijn overwinning in Gistel. Er waren die dag 43 renners voor een grote ronde van 140 km  gevolgd door 8 plaatselijke ronden. Van bij de start ging Tony Daelemans aan de haal en alhoewel hij een ruime voorsprong bijeen fietste was zijn avontuur na 27 km al afgelopen. Vervolgens gingen Vic Van Schil en Jos De Schoenmaecker op wandel. Maar ook deze poging leidde tot niks. Eddy Peelman probeerde het dan 50 km alleen. Eens ook hij ingelopen was, kwam er een spervuur van ontsnappingspogingen. Jos De Schoenmaecker, Roger De Vlaeminck, Willy Moonen, Vic Van Schil en Raf Van Bruwaene, ze probeerden het allemaal. De beslissing viel in de voorlaatste ronde toen Raf Van Bruwaene en ploegmaat Ronny Van De Vijver het hazenpad kozen. Deze laatste nam het voortouw in de ontsnapping en deed het meeste van het werk. In de spurt kwam hij echter te kort tegen Raf Van Bruwaene. Roger Loysch won de spurt van de achtervolgers. Twee Goldor-renners bij de eerste drie, een succes. Of het er achteraf in de kleedkamers even vrolijk aan toe ging is maar de vraag. Op de foto is duidelijk de ontgoocheling te zien van Ronny Van De Vijver. Ik kan mij voorstellen dat er nog een hartig woordje gevallen is over deze zaak.

    Wat stond er verder op dezelfde sportpagina? Het was een editie op dinsdag na het verlengd Pinksterweekend. Leo Duyndam won de Polderpijl in Berendrecht, André Dierickx was onhoudbaar te Liedekerke, Jan van Katwijk won te Hansweert, Jos Abelshausen won dan weer in Ganshoren. Ferdinand Bracke won te Cras-Avernas, Eddy Merckx won te La Souterraine en te Bourg-en-Bresse. Marc Demeyer won de Ronde van Vlaanderen voor liefhebbers en Winoc Flebus werd voor de tweede maal Limburgs juniorenkampioen. Winoc Flebus? Nooit meer van gehoord.

    Op 19 juli won Raf Van Bruwaene zijn vierde, en naar later zal blijken, laatste profwedstrijd. In Ingelmunster waren er 53 renners om 150 km af te leggen. De eerste vluchters waren dit keer Herman Flabat en Gérard Hendrickx. Het waren Raf zelf en Jaak Clauwaert die, na 60 km, een eind maakten aan deze poging. Hierna probeerden Christian Callens en Daniel Verplancke het. Maar bij gebrek aan steun liep ook deze poging op niets uit. Het volgende duo was Eddy Cael en Jaak De Boever. Maar opnieuw Raf Van Bruwaene maakte een eind aan hun aanvalspoging. De aanval is de beste verdediging moet Raf gedacht hebben en hij werd hierin gevolgd door de Australiër Tony Kelleher, Ronny Vanmarcke, Gerard David, Etienne Buysse en de Fransman André Mollet. Het zestal werd niet meer verontrust.

    Gerard David nestelde zich in het wiel van de snelste man van de groep, Raf Van Bruwaene, maar kon toch niet verhinderen dat in de laatste bocht Raf een verrassingspoging ondernam. De vijf anderen konden hem niet meer vatten en Raf overschreed als eerste de aankomstlijn. Gerard David werd op 5 seconden tweede, Etienne Buysse werd derde.

    Een laatste keer overloop ik hetgeen verder op desbetreffende sportbladzijde stond. Pieter Nassen verklaart dat hij een ritzege in de volgende Tour nastreeft. De winnaar van de Points Chauds zou er echter nooit in lukken. Roger Swerts hoopte er bij te zijn tijdens het wereldkampioenschap in Mendrisio, wat ook het geval was. André Dierickx behaalde zijn dertiende zege van het jaar in Zele en Rolf Wolfshohl won de Omloop van Commentry.

    Datzelfde jaar behaalde Raf Van Bruaene een 5° plaats in de Ronde van West-Vlaanderen, een 6° plaats in de Omloop van Midden Vlaanderen en een 7° plaats in de Ronde van Oost-Vlaanderen. Zowaar een Vlaamse aangelegenheid. Verder nog de jaarlijkse afspraak in de Kustpijl (7°) en Harelbeke-Poperinge-Harelbeke (16°).

    In 1972 veranderde Raf Van Bruwaene nog maar eens van ploeg. Dit keer ging hij voor Siriki-Munck-Gitane rijden, een echte kermiskoersploeg met renners als Jos Boons, Urbain Debrauwer, Franky Ebo, Hugo Hellemans, Maryan Polansky, Frans Toortelboom en Leopold Van Den Neste.

    Zoals eerder aangegeven waren er geen overwinningen meer. Wel nog vier tweede plaatsen en één derde plaats. Hij was er dit keer vroeg bij. Een tweede plaats op 4 mei in Oostkamp na Willy Van Neste, op 18 mei opnieuw tweede, deze keer na Guido Reybrouck in Assebroek. In de Omloop der Grensstreek in Ledegem werd hij op 18 juni tweede na Ghislain Van Landeghem en op 22 augustus in Eeklo tweede na Roger De Vlaeminck. Tenslotte was er de derde plaats in het criterium van Oostrozebeke op 2 oktober na Patrick Sercu en Gustaaf Van Roosbroeck.

    De jaarlijkse afspraak in de Kustpijl leverde weer een zevende plaats op en in Dwars door België werd het een 15° plaats.

    Nog altijd maar 26 jaar oud had Raf nog een redelijke toekomst voor zich in het wielrennen. In 1973 verkaste hij nogmaals van ploeg. Deze keer werd het Novy-Total-Romy Pils. Toch wel een ploeg van iets hoger niveau met o.a. Dirk Baert, Christian Callens, Daan Holst, Frans Kerremans, Flori Ongenae, Guido Reybrouck, Frans Van Looy, Daniel Vanryckeghem en José Vanackere. Maar Raf Van Bruwaene sukkelde met de rug, en reed geen enkele noemenswaardige uitslag. De vierde plaats in Oostkamp was zijn beste resultaat. Een 21° plaats in zijn jaarlijkse Kustpijl was symbolisch. Raf Van Bruwaene stopte halfweg het seizoen. Een carrière kwam ten einde.

    Raf is na zijn carrière als lasser aan de slag gegaan bij de Firma Jonckheere autocars & autobussen in Beveren-Roeselare, nu VDL Bus & Coach, waar hij tot aan zijn brugpensioen in 2004 heeft gewerkt.

    Enig opzoekingwerk leert echter dat Raf Van Bruwaene niet stilgezeten heeft. Vanaf 29 januari 1983 werd in Egem een nieuwe wielertoeristenclub “Wielerclub ’t Hoveke” opgericht . Deze club werd opgericht door de twee buren, wielerfanaten en ex-renners, Raf Van Bruwaene en Eric Naert. De eerste clubkampioen wordt Raf Van Bruwaene. Eens renner, altijd renner.

    Raf Van Bruwaene kan ook aanzien worden als de ontdekker van huidig profrenner en streekgenoot Gorik Gardeyn.

    Het noodlot slaat echter toe op 6 mei 2007. Tijdens een zondagse fietsrit komt Raf Van Bruwaene schielijk te overlijden, net geen 61 jaar oud.

    Was Raf Van Bruwaene een groot renner? Neen, daar moeten we eerlijk in zijn. Was Raf Van Bruwaene een pannenkoek? Neen, dat zeker niet. Tenslotte won hij toch vier profwedstrijden. Akkoord, het ging om kermiswedstrijden en in die tijd was dat veelal een zaak van geven en nemen, combines, afspraken , bookmakers enz … Maar, je kon er maar in meespelen als je er bij was. En om er bij te zijn moest je renner zijn, geen meelopertje. Raf had zijn plaats in het wereldje en mocht op tijd en stond zijn prijs rijden, mee in de slag gaan en eens met de zegebloemen naar huis gaan. Dit kon je maar verkrijgen als je meetelde. Dit alles was eigen aan het wereldje en maakt er, ook achteraf, de charme van uit. Het behoort tot ons algemeen Vlaams Erfgoed als het ware.

    Het enige dat ik nu nog graag zou willen weten is hoe het achteraf gelopen is met Ronny Van De Vijver na de wedstrijd in Niel.(Ik weet het ondertussen G.L. met dank aan Mevr. Nicole Bruneel)

    Ziezo Mevr. Bruneel. Ik heb mijn belofte gehouden. Sommige zaken zullen misschien niet helemaal juist zijn, of een andere waarheid hebben. U mag ze mij altijd vertellen. Maar ik denk dat bovenstaande tekst een vrij mooi eerbetoon is aan uw man zaliger.

    G.L.

    20-03-2012, 22:09 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (52 Stemmen)
    Tags:Raf Van Bruwaene, Hubert Hutsebaut, Nicole Bruneel
    12-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronologie van een afscheid, of hoe een Grootmeester zijn einde tegemoet ging.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Chronologie van een afscheid, of hoe een Grootmeester zijn einde tegemoet ging.

     

    Hoe zat dat nu juist met dat laatste half jaar dat Eddy Merckx in het wielerpeloton aanwezig was. Die vraag stelde ik mij onlangs. Dus begon ik wat opzoekingswerk te doen en kwam ik tot volgend chronologisch resultaat.

     

    05/08/1977 : Er is blijkbaar een geschil tussen de sportdirecteurs van FIAT, de ploeg van Eddy Merckx in 1977. Robert Lelangue en Raphaël Geminiani komen niet meer overeen en de laatste lijkt aan het langste eind te trekken. Daardoor zou Lelangue volgend jaar niet meer als sportdirecteur optreden binnen de ploeg Merckx en zou hij vervangen worden door Jos Huysmans, die eind van het seizoen de fiets aan de wilgen hangt.

    17/08/1977 : Volgend jaar maken Willy en Walter Planckaert deel uit van de ploeg van Merckx. Merckx zelf zou nog 5 “knechten” van zijn huidige formatie over houden : Jos Bruyere, Jos De Schoenmaecker, Ward Janssens, Karel Rottiers en Ludo Delcroix die echter ook benaderd werd door IJsboerke. Patrick Sercu, die er ernstig over nadenkt om volgend jaar niet meer op de weg uit te komen, verlaat de ploeg.

    25/08/1977 : De verzorger van Eddy Merckx, Jos Janssens, weet te vertellen dat waarschijnlijk na het WK de knoop zal worden doorgehakt. Merckx heeft van de Franse bazen niks meer gehoord en is gesprekken opgestart met een aantal Belgische kandidaat-sponsors. Dat de Planckaerts komen staat vast. Jos Bruyere en Jos De Schoenmaecker zouden blijven. Delcroix zou er bij komen (maar die zat al in de ploeg van Merckx) en Ward Janssens zou naar de ploeg van Freddy Maertens gaan. Jos Huysmans wordt sportdirecteur. Dit alles volgens Jos Janssens.

    31/08/1977 : Volgens Willy Jossart zou Lucien Van Impe getekend hebben voor de ploeg-Merckx. Eddy Merckx en Lucien Van Impe zijn al jaren goede vrienden en men hield er in het wielermilieu al een tijdje rekening mee dat ze bondgenoten zouden worden. In Cristobal (Ven.) waar de renners voor het WK verbleven is er blijkbaar een akkoord gemaakt. Merckx zou voor de afreis naar Venezuela een principe-akkoord getekend hebben met dhr. Cesari van FIAT-Frankrijk voor de verlenging van de samenwerking.

    09/09/1977 : Zowel Lucien Van Impe als Eddy Merckx zijn ziek terug gekomen van Venezuela. Van Impe kon door ziekte al niet deelnemen aan het WK en was al eerder naar België afgereisd. Beiden bezochten dezelfde dokter in het Antwerpse Tropisch Instituut. Eddy Merckx kreeg volledige rust voorgeschreven en moet verzaken aan zijn druk programma.

    19/09/1977 : Er wordt gefluisterd dat Robert Lelangue aan de zijde van Lomme Driessens sportdirecteur van Freddy Maertens zou worden.

    26/09/1977 : Na de aankomst van Tours-Versailles liet een compagnon van Raphaël Geminiani, de toenmalige sportdirecteur van Eddy Merckx, zich ontvallen dat Eddy het jaar erop voor een Belgische ploeg zou rijden die gesponsord zou worden door Constant Vanden Stock. De ploeg zou rijden onder naam Geuze-Bellevue. Blijkbaar waren er enkele jaren geleden al contacten tussen de baas van Anderlecht en Eddy Merckx wat betreft het oprichten van een wielerploeg. Hoe het zit met het verbod op reclame voor alcoholische producten in bv. de Tour de France wordt niet medegedeeld.

    28/09/1977 : Er blijkt een Belgisch-Engelse ploeg in de maak. Constant Vanden Stock zou mee een ploeg sponsoren die Eddy Merckx onderdak zou hebben. De Engelse-Amerikaanse scheermesjesfirma Wilkinson zou de tweede sponsor worden. Jos Huysmans zou ploegleider worden van de nieuwe ploeg.

    03/10/1977 : Het is nu officieel dat Merckx volgend jaar niet meer bij FIAT rijdt. Op 2 oktober werd in Cannes door dhr. Lorenzo Cesari en dhr. Raphaël Geminiani bekend gemaakt dat Eddy Merckx volgend seizoen niet meer tot de FIAT-ploeg zou behoren. Volgens hen gaat het niet om een breuk maar een scheiding met wederzijds akkoord. De plannen van Merckx, enkel Giro en Tour en geen klassiekers, liggen niet in de lijn van verwachtingen van FIAT-France volgens hen. De ploeg zou in 1978 nog uitsluitend uit Franse jongeren bestaan die dan in 1979 zouden doorgroeien. (FIAT-France behaalde uiteindelijk in 1978 1 zege en in 1979 0 (nul) zeges).

    07/10/1977 : Eddy Merckx zou in onderhandeling zijn met een Italiaanse verzekeringsmaatschappij “Intercontinental Assicurazioni”. Eén van de eisen van de firma zou zijn dat Eddy naast de Tour ook de Giro zou rijden. Gezien de voorgaande uitgesproken voorkeuren van Eddy, Giro en Tour en geen klassiekers, zou dit geen belemmering kunnen zijn. Patrick Sercu zou, volgens Romain De Loof, voor Zeepcentrale-Superia rijden in 1978.

    19/10/1977 : Een week na de Sluitingsprijs in Putte-Kapelle weet Eddy Merckx het volgende te vertellen. De ploeg staat reeds op papier, maar voor de naam van de sponsor te weten is het nog een paar dagen wachten. Er was wel een verrassing nl. de naam van de tweede sportdirecteur : Rudi Altig. Altig was waarschijnlijk betrokken bij het aanbrengen van de sponsor vandaar zijn aanwezigheid in de toekomstige ploeg. Zeventien namen zijn er bekend : Jos Bruyere, Etienne De Beule, Jos De Schoenmaecker, René Dillen, Ward Janssens, Marcel Laurent, Ludo Loos, Jacques Martin, Eddy Merckx, Walter en Willy Planckaert, Lucien Van Impe en de enige buitenlander Robert Mintkiewicz. Daarnaast ook nog de neo-profs René Martens (10° in de Tour de l’Avenir en 3° in het puntenklassement), Eddy Schepers (winaar van de Tour de l’Avenir 1977), Guido Van Calster (winnaar van het puntenklassement van de Tour de l’Avenir + 3 ritten) en Frank Van Impe.

    In een interview op de radio benadrukt Eddy dat de klassiekers hem niet interesseren en dat hij en Lucien Van Impe alles op de Tour zetten. De jongeren zullen begeleid en gespaard worden in hun eerste jaar bij de profs.

    08/11/1977 : Frans Verbeeck, die zijn afscheid aangekondigd had, ontkent dat hij alsnog een jaar zou doorgaan in de ploeg Bellevue-Toyota-Colnago waarvan Robert Lauwers sportdirecteur zou zijn. Er wordt geen gewag meer gemaakt van Eddy Merckx. Zit het verbod voor reclame voor alcohol in Frankrijk hier voor iets tussen?

    Het wordt duidelijk dat Eddy Merckx en Lucien Van Impe het volgende jaar voor dezelfde sponsor zullen rijden. Welke dat dan wordt is echter niet duidelijk. De geruchten worden echter hardnekkiger dat Shimano en Wilkinson de sponsors zouden worden. Blijkbaar heeft Constant Vanden Stock afgehaakt.

    30/11/1977 : In Het Belang van Limburg verschijnt een overzicht van de ploegen voor 1978. Daarbij staat ook Wilkinson-Camargue met Rudi Altig en Jos Huysmans als sportdirecteurs en de renners Jos Bruyere, Etienne De Beule, Jos De Schoenmaecker, René Dillen, Ward Janssens, Marcel Laurent, Ludo Loos, Jacques Martin, Eddy Merckx, Walter en Willy Planckaert, Lucien Van Impe en de enige buitenlander Robert Mintkiewicz. Daarnaast ook nog de neo-profs René Martens, Eddy Schepers, Guido Van Calster en Frank Van Impe.

    21/12/1977 :

    Er is nog altijd geen uitsluitsel over de sponsor van de nieuwe Merckx-ploeg. Merckx loopt nerveus, nukkig, ontgoocheld en verbitterd. Tijdens de zesdaagse van Maastricht stapelen de problemen zich op. De besprekingen met Wilkinson zijn gestrand en Eddy heeft er geen vertrouwen meer in. En wie Eddy Merckx kent, weet dat een gegeven woord dat verbroken is, het vertrouwen voor eens en altijd weg haalt.

    Rudi Altig zou contacten hebben met dhr. Kahl die vroeger al in het peloton zat met Rokado. Maar Eddy is sceptisch.

    Nochtans was er voor 9 december een mondeling akkoord. Op die dag ging Eddy Merckx met zijn raadsman dhr. Gooris naar Duitsland om het contract definitief te ondertekenen. Alles leek in kannen en kruiken. Het budget stond vast, het programma was besproken, de renners en de omkadering lagen vast. Enkel enkele pietluttige details moesten nog besproken worden, waardoor er niet getekend werd.

    Op 12 december kwam er echter een telefoontje van Wilkinson dat de hele zaak niet door ging. De reden, blijkbaar miniem, werd door Eddy echter niet kenbaar gemaakt.

    Merckx zat voornamelijk verveeld met het feit dat hij 15 renners (nochtans zijn er steeds 16 namen genoemd G.L.) mee in dit spookverhaal had meegenomen. Maar Merckx beloofde zijn verantwoordelijkheid te nemen. Het feit dat men ondertussen aan het eind van het kalenderjaar gekomen was en dat de meeste publicitietsbudgetten reeds besproken waren maakte het geheel natuurlijk niet beter.

    Na de Ronde van Frankrijk van 1977 had Eddy al de belofte gekregen, via dhr. Cesari,  dat FIAT ook in 1978 zijn ploeg zou sponsoren. Enkele dagen later viel er echter een brief in de bus van de hoofddirectie dat het concept echter te duur geworden was en dat de verderwerking zou stop gezet worden. Hierbij werd een bedrag genoemd voor 1978 : 25 miljoen Bfr.

    16/12/1977 : Er wordt een eerste keer geïnsinueerd dat de ploeg Merckx misschien wel onder de vlag “Fietsen Eddy Merckx” in het peloton zouden verschijnen. Niettemin gaat men er nog van uit dat Wilkinson op zijn stappen zal terugkeren en dat er alsnog een akkoord zou gesloten worden.

    24/12/1977 : Daniel Dousset, de Franse wielermanager, gaat op zoek naar een sponsor voor de ploeg Merckx in Spanje. De naam van de firma met Europese bekendheid werd echter niet bekend gemaakt.

    28/12/1977 : Op vrijdag 23/12 was Eddy Merckx aanwezig op het dansfeest van zijn nieuwe ploegmaat René Martens. Merckx was diezelfde dag nog van de trap gevallen in zijn huis en liep trekkebenend.

    Volgens Eddy hadden er zich enkele ernstige sponsors aangemeld. Maar Eddy bleef kritisch en oplettend. Het Wilkinson-avontuur had hem zeer argwanend gemaakt. Ook over de Spaanse piste wil hij niet verder uitweiden. Wel wordt er geopperd dat de ploeg misschien onder zijn naam zal rijden. Een dure zaak maar wel een kans om zich te lanceren in de wielerwereld.

    12/01/1978 : Via via komt boven water waarom de deal met Wilkinson zou afgesprongen zijn. Merckx zou van Wilkinson 20 miljoen krijgen en daarmee zou hij de ploeg moeten runnen. De primordiale eis van Wilkinson zou geweest zijn dat Eddy Merckx de Tour van 1978 zou rijden. Indien niet, dan zou Merckx de helft van het sponsorgeld terug betalen. Eddy zou over deze clausule gestruikeld zijn. Wist hij voor zichzelf dat hij de Tour toch niet meer kon winnen? En wou hij daarom niet meer starten? Of wou hij geen druk op zijn schouders wat betreft de Tour en wou hij gewoon afwachten tot in juni om een beslissing te nemen? Maar hoe zit het dan met zijn eerder uitspraken o.a. op de radio, dat de klassiekers hem minder interesseren en dat hij alles op Giro en Tour zou zetten?

    13/01/1978 : Er waren geruchten dat de nieuwe sponsor zou voorgesteld worden tijdens het Brusselse autosalon. Maar dit bleek voorbarig. In elk geval verwachtte men een doorbraak voor deze week. Merckx zegt namelijk alle verdere zesdaagsen af, ook die van Antwerpen, hetgeen een misverstand oplevert met manager Firmin Verhelst. Claudine Merckx is ondertussen woordvoerster geworden en Merckx is bijna niet meer te zien. Er lijkt een happy-end in de maak.

    19/01/1978 : Merckx is nog altijd op zoek naar een sponsor. Het feit dat die er nog niet is komt tot uiting doordat de ploeg een “goedkoop” hotel zoekt aan de Azurenkust om op trainingskamp te gaan. De media melden dat Eddy de keuze heeft tussen twee Spaanse firma’s.

    24/01/1978 : De kogel is door de kerk. C&A wordt als sponsor van de ploeg Merckx aangekondigd.

    25/01/1978 : De nieuwe sponsor en trui worden op een persconferentie kenbaar gemaakt. Er werd duidelijk gemaakt dat het wel degelijk het confectiehuis is dat sponsorde en niet Mevr. Merckx (Claudine Accou = C&A). Iedereen leek opgetogen en opgelucht en de champagne vloeide blijkbaar rijkelijk.

    Eddy Merckx kondigde aan dat hij en Lucien Van Impe een tandem zouden vormen in de volgende Tour de France zodat er weer een Belgische Tourzege zou komen. Walter Planckaert zou vooral in de klassiekers uitgespeeld worden.

    Op 8 februari zou de ploeg  op oefenkamp in het zuiden trekken naar Laigueglia (Ita.) of Lavenou (Fr.). Op 15 februari zou de Ronde van de Middelandse Zee gereden worden, gevolgd door de Tirreno-Adriatico, de Ronde van België, de Ronde van Zwitserland, de Ronde van Frankrijk en daartussen de klassiekers.

    Eddy zou speciale aandacht hebben voor de jongeren in zijn ploeg en hen zo veel als mogelijk begeleiden. Rudi Altig en Jos Huysmans worden sportdirecteur. De volgende renners komen in de ploeg : Jos Bruyere, Etienne De Beule, Jos De Schoenmaecker, René Dillen, Ward Janssens, Marcel Laurent, Ludo Loos, Jacques Martin, Eddy Merckx, Walter en Willy Planckaert, Lucien Van Impe en de enige buitenlander Robert Mintkiewicz. Daarnaast ook nog de neo-profs René Martens, Eddy Schepers, Guido Van Calster en Frank Van Impe, allemaal zoals eerder aangekondigd plus Etienne Van der Helst.

    Op 13/02 staat er te lezen dat Eddy Merckx mogelijks samen met Lucien Van Impe de Giro zullen rijden. De plannen zijn in elk geval groots op dat moment. In de carnavalronde van Aix-en-Provence, gewonnen door Jacques Esclassan,  behaalt Eddy een 10° plaats. Het is zijn eerste optreden in een C&A-trui. In de uitslag gaan ploegmakkers Walter (4°) en Willy (8°) Planckaert hem vooraf. De dag erop, in de GP Aix-en-Provence, gewonnen door Roger Rosiers, komt hij niet in de uitslag voor. Ploegmaat Guido Van Calster wordt derde.

    Op 15 februari staat er in de krant te lezen dat Eddy Merckx waarschijnlijk niet zal deelnemen aan de Ronde van de Middellandse Zee. Merckx is grieperig en zal forfait moeten geven.

    Op 17 februari behaalde Jean-Jacques Fussien in de tweede etappe van de Ronde van de Middellandse Zee de eerste en tevens laatste zege in twee jaar tijd (1978-1979) voor FIAT-France.

    Op 18 februari staat er een interview te lezen met Lucien Van Impe. Binnen C&A droomt men volop van de Tour. Een Tour waarin Merckx misschien toch niet meer volop zou gaan. Die zijn interesses zouden eerder naar de klassiekers gaan en naar een vierde wereldtitel bij de profs. Diezelfde dag vervoegt Eddy Merckx zijn ploegmakkers weer in het oefenkamp. Hij lijkt genezen van de griepaanval en gaat weer mee op training.

    In bepaalde bronnen staat er dat Eddy zou opgegeven hebben in de GP van Montouroux op zondag 19 februari. In Het Belang van Limburg is daar echter niks van terug te vinden.

    Op 20 februari is de eerste zege binnen voor C&A. Guido Van Calster bijt de spits af in de 5° etappe van de Ronde van de Middellandse Zee. Hij verslaat Marino Basso en Jean-Luc Vandenbroucke.

    Tevens wordt geopperd dat Eddy aan de start zou komen van de Ronde van Corsica. Ook zag het er naar uit dat Eddy zijn trainingsachterstand wou goed maken in de GP van Monaco die de dag erop werd verreden.

    De dag erop staat er echter in de krant dat Merckx alsnog niet deelnam in de GP van Monaco. De reden zou liggen bij het feit dat hij slechts 9 ploegmaats mocht meebrengen i.p.v. de voltallige ploeg. Het alternatief was een training van boven de 200 km.

    Ook de Ronde van Corsica zou niet op het programma komen. Wel zou er zaterdag in Peymade en zondag in Seillans-Draguignan gereden worden, aldus Rudi Altig. In deze laatste koers, gewonnen door Freddy Maertens, werd Eddy Merckx uiteindelijk vijfde. Het gaf Eddy weer hoop voor de rest van het seizoen. Achteraf reed hij nog met Jos Bruyere per fiets de 80 km naar het hotel.

    Op 3 maart stond er in de krant dat Eddy Merckx opnieuw ziek was. Tijdens de ploegtraining voor Gent-Gent, was Eddy na 70 km al rillend in de volgwagen gekropen. Ook op dinsdag had hij tijdens een training met Ward Janssens geklaagd over zijn gezondheid.

    Eddy liet zich onderzoeken in een kliniek in Brussel. Er werd even geopperd dat een blindedarmontsteking de oorzaak van het kwaad kon zijn. De deelname aan Gent-Gent wordt als zeer twijfelachtig beschouwd. Volgens bepaalde bronnen zou hij meegereden hebben en opgegeven. Ik vind hier echter niks van terug in de kranten. Idem voor zijn opgave in Wilsele op 11 maart.

    De woensdag erop was Eddy al weer aan het trainen. Een blindedarmontsteking was het dus duidelijk niet. Op donderdag en vrijdag trainde hij al 150 km met Ward Janssens. Eddy hoopte tegen Pasen weer over al zijn mogelijkheden te beschikken.

    Op 19 maart kwam Eddy Merckx aan de start van de Omloop het Waasland. Hij had er waarschijnlijk geen benul van dat het zijn allerlaatste koers zou worden. In het begin van de wedstrijd was hij even in de aanval met Frans Van Vlierberghe, Geert Malfait en André Verbraecken. Frans Van Looy won de wedstrijd, Eddy eindigde 12°.

    Na de wedstrijd was Eddy weer iets optimistischer. Hij zou het trainingsritme drastisch opdrijven en op dinsdag aan de start staan in Knokke. Tegen de Ronde van Vlaanderen wou hij 3 à 4 kg overgewicht kwijt spelen.

    Op dinsdag echter geen wedstrijd in Knokke, wel een trainingsrit, waarna Eddy echter opnieuw onwel werd en hij een dokter moest raadplegen. Deze schreef rust voor zodat er een forfait volgde voor de Amstel Gold Race. De Ronde van België stond echter nog altijd op het programma.

    Eddy Merckx en zijn familie vertrekken plots naar Zwitserland waar ze de Paasvakantie gaan doorbrengen. Iedereen is verrast door deze actie. Er wordt gesproken van een zenuwinzinking. Eddy lijkt volkomen lusteloos. Anderzijds sprak men over het feit dat stress een ontsteking op de blinde darm kam veroorzaken. Of was het nervositeit? Schoonvader Lucien Accou vreest echter dat er meer aan de hand is gezien Eddy soms zonder verklaarbare reden verschrikkelijk begint te transpireren zodat het zweet van hem afgutst. De wielertoekomst van Eddy wordt stilaan in vraag gesteld.

    Ongerustheid sluipt in de ploeg. Jacques Martin wint weliswaar de vierde etappe in de Ronde van België, toch wordt er stilaan rekening mee gehouden dat Eddy niet meer terug keert in het peloton. De directie belooft dat alle aangegane contracten zullen nageleefd worden, ook al zou Merckx nooit meer rijden.

    Op 2 april wint Marcel Laurens de Brabantse Pijl voor Herman Vanspringel en Ludo Peeters. De derde zege voor de ploeg.

    Op 4 april verschijnt in de krant de titel dat Merckx weer wil gaan koersen. Eddy zou in Crans Montana weer de spirit gevonden hebben, uitgerust zijn, en er weer volop tegen aan willen gaan. Er wordt gesproken met verzorger Guillaume Michiels en Charles Terryn kreeg de opdracht een fiets klaar te zetten. Nochtans zijn er personen in zijn omgeving die er niet meer in geloven. Zij denken dat het eerder uit een soort moreel plichtsbesef is dat Eddy weer op de fiets kruipt. Niettemin wordt het Kampioenschap van Zürich op 30 april als dag van de comeback aangeduid.

    De pers gelooft er ook niet echt meer. Getuige een artikel op 10 april over het post-merckxisme. Beseft iedereen dat een tijdperk wordt afgesloten op uitzondering van de hoofdrolspeler zelf?

    Op maandag 17 april rijdt Eddy weer drie uur op de fiets. Eddy zou lusteloos blijven en nog steeds met overgewicht kampen. Ook zou hij de mensen van C&A op de hoogte gebracht hebben dat hij niet meer wil koersen. Er wordt nog even gegoocheld met deelname aan de Ronde van Romandië en Zwitserland, maar uit de commentaren blijkt dat niemand er nog echt in gelooft.

    Op 20 april komt Lucien Van Impe ten val in de Waalse Pijl en breekt zijn rechtersleutelbeen. Weer een domper op de C&A-ploeg. Want nu het zo goed als zeker is dat Merckx niet aan de start komt van de Tour verliezen ze ook hun tweede kopman.

    Op 23 april wint Joseph Bruyere Luik-Bastenaken-Luik voor Didi Thurau en Francesco Moser. Toch een klassieke overwinning voor C&A. Maar de afwezigheid van Eddy Merckx blijft als een schaduw over de ploeg hangen.

    Op 25 april zou de deelname van C&A met Eddy Merckx voor de Dauphiné-Libéré gemeld zijn. Men kan zich de vraag stellen of deze berichten enige waarheid bevatten.

    Eddy verschijnt wel als eregast en op uitnodiging van zijn sponsors aan de start van de Ronde van Romandië. Over een wederoptreden is er echter geen sprake.

    Vic Van Schil verwondert zich over het gedrag van zijn gewezen kopman. Hij verwoordt hiermee wat velen in het peloton denken. Eddy zou beter aankondigen dat hij er definitief mee stopt.

    Op dinsdag 18 mei 1978 kondigt Eddy Merckx in Brussel aan dat hij geen wielrenner meer is. Een tijdperk wordt afgesloten, een legende wordt geboren.

     

    Overwinningen van de C&A-ploeg in 1978 :

    20-02-1978    5e etappe Ronde van de Middellandse Zee:  Guido Van Calster

    29-03-1978    4e etappe Ronde van België:  Jacques Martin

    02-04-1978    Brabantse Pijl:  Marcel Laurens

    23-04-1978    Liège - Bastogne - Liège:  Joseph Bruyere

    15-05-1978    Omloop van Oost-Vlaanderen:  Guido Van Calster

    28-05-1978    Tour du Condroz:  Joseph Bruyere

    12-06-1978    Zele:  Walter Planckaert

    30-06-1978    1e etappe deel b Tour de France:  Walter Planckaert

    19-07-1978    Temse:  Willy Planckaert

    25-07-1978    Ronse:  Joseph Bruyere

    26-07-1978    Welkenraedt :  Joseph Bruyere

    06-08-1978    Moorslede:  Walter Planckaert

    12-08-1978    Oostduinkerke:  Willy Planckaert

    21-08-1978    Athus:  Joseph Bruyere

    21-08-1978    Geetbets:  Guido Van Calster

    24-08-1978    Mere:  Walter Planckaert

    26-08-1978    Haaltert:  Willy Planckaert

     

    In totaal 17 overwinningen :

    Joseph Bruyere 5

    Walter Planckaert 4

    Guido Van Calster 3

    Willy Planckaert 3

    Jacques Martin 1

    Marcel Laurens 1

    Daarnaast veroverde Joseph Bruyere in de Tour de France in Sainte Foye-la-Grande de gele trui. Hij droeg hem acht dagen tot op de top van Alpe d’Huez waar hij hem aanvankelijk moest afstaan aan Michel Pollentier. Uiteindelijk vertrok ‘s anderendaags Joop Zoetemelk er mee na de perenaffaire. Joseph Bruyere werd verdienstelijk vierde in die Tour de France op 9’04” van Bernard Hinault. Walter Planckaert won bovendien nog een rit in die Tour de France.

    C&A won uiteindelijk 1 klassieker, 1 semi-klassieker, een rit in de Tour de France en een rit in de Ronde van België en had acht dagen de gele trui. Voor een hedendaagse ploeg zou dit een enorm succes zijn.

    Toch nog even dit. Er is wat onduidelijkheid over de wedstrijden die Eddy Merckx uiteindelijk reed in 1978. Volgens het boek van Rik Vanwalleghem “ Eddy Merckx, de mens achter de kannibaal” was hij 5° in de Haut-Var (Seillans-Draguignan) en 12° in Kemzeke (Omloop van het Waasland) en waren er verder opgaven in de GP Montouroux, de Omloop Het Volk en in Wilsele. Hetgeen 5 wedstrijden gaf in 1978 (ook volgens andere bronnen).

    Persoonlijk heb ik de 5° plaats in de Haut-Var (Seillans-Draguignan) en de 12° plaats in Kemzeke (Omloop van het Waasland) teruggevonden alsook een 10° plaats in het Carnavalscriterium in Aix-en-Provence. Dus slechts 3 wedstrijden in 1978.

    Ik ben zeker dat mijn lezers uitsluitsel zullen brengen.

    De renners van FIAT die niet met Eddy Merckx mee kwamen naar C&A legden uiteindelijk volgend parcours af :

    Bernard Bouloux, Jos Huysmans, Frans Mintjens en Jean-Luc Molineris beëindigden hun carrière. Bernard Draux en Roger Swerts gingen naar de ploeg Old Lords-Splendor, Ludo Delcroix en Karel Rottiers reden voor IJsboerke, Cees Bal voor Bode Deuren-Shimano en Patrick Sercu voor Zeepcentrale-Superia.

    De ploeg C&A bleef uiteindelijk maar 1 jaar in het peloton. Jos Huysmans trok nog voor 1 jaar naar “aartsvijand” flandria en Freddy Maertens, samen met Jos Bruyere, Jos De Schoenmaecker, Ward Janssens en René Martens. Eind 1979 was ook dit verhaal van een Vlaamse wielrgrootheid, flandria, ten einde. Etienne De Beule, Jacques Martin, Etienne Van der Helst, Frank en Lucien Van Impe kwamen bij Robert Lelangue terecht bij het Spaanse KAS dat een Belgisch avontuur waagde. Robert Mintkiewicz, Eddy Schepers en Guido Van Calster gingen naar het DAF-Trucks van Fred De Bruyne waar een zekere Dirk Nachtergaele zijn debuut maakte als verzorger. Walter en Willy Planckaert gingen naar Mini Flat-V.D.B. in afwachting dat Eddy Planckaert overkwam naar de profs. Marcel Laurens koos voor Marc Zeepcentrale-Superia en Ludo Loos voor Splendor-Eurosoap.

    Tot slot nog twee bedenkingen. Was Rudi Altig niet degene die met een valies vol Italiaanse Lires op de slaapkamer kwam van Eddy Merckx tijdens de Giro van 1969? Werd er nadien niet met een beschuldigende vinger gewezen naar Salvarani, de ploeg van Altig, toen Merckx “betrapt” werd in Savona? Wat was de reden dat Eddy Merckx met diezelfde Rudi Altig in zee ging? Of is het wereldje van het wielrennen zo klein?

    Als ik de hele geschiedenis herlees kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat de thesis dat Eddy Merckx geveld werd door een virus (klierkoorts?) de waarheid benadert. Hij was na het WK in Venezuela ziek terug gekomen en had de maanden erop, door de sponsorperikelen, zijn gezondheid gehypothekeerd, zoniet verwaarloosd, door onvoldoende te rusten.

    Misschien, maar nu spreek ik als Merckx-supporter, indien FIAT een jaar langer was doorgegaan, men gekozen had voor Robert Lelangue i.p.v. showman Raphaël Geminiani, of Wilkinson uiteindelijk toch sponsor was geworden, en Eddy Merckx dus een rustige (maar wat was rustig voor Eddy Merckx die steeds verschillende Zesdaagsen reed?) winter had doorgemaakt, misschien had de Grootmeester dan wel in schoonheid afscheid kunnen nemen van het peloton.

    Laat mij toe nog even verder te dromen en een podium te zien voor de Tour de France met Eddy Merckx die zijn zesde Tour wint en Lucien Van Impe met de bolletjestrui. FIAT-France, beseffen jullie wel wat jullie laten liggen hebben? Wilkinson, beseffen jullie het? Bij deze beloof ik nooit met een FIAT te rijden en dat Wilkinson-scheermesje gaat vanavond ook rechtstreeks de vuilbak in.


    %%%FOTO1%%%

     

     

     

     

    G.L.

     

    12-03-2012, 00:00 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (15 Stemmen)
    Tags:Eddy Merckx, FIAT, Wilkinson, C&A
    07-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het zoutvatje van Eddy Merckx.

    Het zoutvatje van Eddy Merckx.

     

     

    Achteraf bekeken moet het 1967 geweest zijn. Maar dat kon ik eigenlijk geweten hebben want in mijn herinnering zie ik de wereldkampioenentrui nog voor mijn ogen.

    Eind november 1967 mocht ik met mijn vader mee naar de zesdaagse van Gent. Hij ging er jaarlijks naar toe met de leveranciers van zijn werk, kwestie van de relaties te onderhouden. Of we met de trein of de auto gingen weet ik niet meer. Dat we al een auto hadden, dat weet ik wel. Een oude VW kever van het jaar 1957. Zo een met een klein achterruitje en een “bak” waarin mijn zus zich altijd te slapen legde.

    Er waren toen nog geen alcoholcontroles zoals die er nu zijn, dus de kans is groot dat we met de wagen gingen. Waarschijnlijk was het een vrijdag of een zaterdag gezien ik naar school ging. Het kan ook een woensdagnamiddag geweest zijn. Die details staan mij niet meer bij.

    Mijn vader besmette mij ooit met het wielervirus. En de meeste lezers zullen wel weten dat je van dat virus nooit meer geneest. Geen enkel antiviraal middel helpt. Ook niet de wilde en megalomane plannen van heren zoals Pat McQuad of Zdenek Bakala of Johan Bruyneel.

    Mijn vader was ooit graag zelf wielrenner geworden maar hij mocht niet van zijn vader. Het was de tijd dat het wielrennen nog laag in aanzien stond en bevolkt werd met woeste mannen die allerlei louche zaken uithaalden dixit zijn moeder. Hij is geen wielrenner geworden en ook geen piloot want dat mocht hij ook niet van zijn vader. Ja vaders hadden in de jaren 50 nog iets te zeggen over hun zonen.

    Mijn vader werd dan maar ambtenaar maar bleef het wielrennen, en andere sporten, volgen. Op die manier maakte hij kennis met Willy Vanheste, toentertijd ook ambtenaar en in zijn vrije tijd wielrenner bij de liefhebbers en later burgemeester van De Panne. Willy was in een wedstrijd zwaar gevallen en lag in een Gents ziekenhuis. De sociale dienst van de toenmalige RTT verzocht mijn vader om Willy eens te bezoeken gezien hij in Gent in het ziekenhuis lag en zelf van het verre Adinkerke afkomstig was. Veel bezoek kreeg Willy in het ziekenhuis niet. We spreken hier over de jaren 60, de mensen waren veel minder mobiel dan nu, internet, GSM’s, ….het bestond allemaal nog niet. Willy en mijn vader zijn op die manier vrienden geworden.

    De passie voor het wielrennen werd van vader op zoon doorgegeven en het resulteerde in het begin van een verzameling. Veel lezers kennen de “prentjes” nog wel. De reeksen met witte (al of niet met vlaggetje), gele en rode band. Ze versleten in mijn hand door het veelvuldig bekijken.

    Mijn eerste echte ervaring met het wielrennen moet in 1964 geweest zijn. Ik mocht met mijn vader mee naar de koers van Petegemkermis alwaar Willy Vanheste, toen onafhankelijke, meereed. Ik mocht zelfs even mee in een volgwagen en aanschouwde daar voor de eerste keer een renner in actie in een groen-rode Wiel’s-Groene Leeuw-trui. Dat de renner aan het urineren was en veel misbaar maakte omdat de volgwagen naast hem kwam rijden maakte de ervaring des te sterker. Wie de renner was weet ik niet meer. Maar dat hij indruk maakte was een zeker feit. Ik was verkocht voor de rest van mijn leven.

    Mijn vader en ik, we waren twee gezworen wielerliefhebbers. En zo mocht ik in 1967 mee naar de Gentse zesdaagse. Op het middenplein. Samen met Michel, een aardappelleverancier uit Drongen, en zijn zoon, die het later ook nog eens als wielrenner probeerde.

    Of ik veel naar de koers heb gekeken herinner ik mij ook niet meer. Mogelijks kon ik er als klein manneke tussen al die grote mensen weinig van zien. Ik hoop dat een oude wijsheid van moeder uitkomt. Ze zegt namelijk dat hoe ouder je wordt hoe meer je je van je jeugdjaren kan herinneren. Misschien herinner ik mij ooit eens die dag tijdens de zesdaagse van Gent in november 1967.

    Wat ik er mij wel  van herinner is dat op een bepaald moment Eddy Merckx, in zijn wereldkampioenentrui, na een gewonnen onderdeel “geschenken” rondsmeet terwijl hij zijn ereronde reed. Ik zie hem nog rijden, rechtop op de fiets, zonder handen rijdend, grabbelend in een doos. Hij smeet de voorwerpen uit de doos in de tribunes en naar het middenplein. Tot mijn eigen verwondering kwam er een wit-blauw voorwerp voor mijn voeten neer. Het voorwerp rolde wat verder tussen de voeten van andere toeschouwers en ik, die anders altijd een bedeesd en schuchter jongentje was, stortte er mij op. Het voorwerp moest en zou in mijn bezit komen. Hoe ik het gedaan heb weet ik niet, maar ik was iedereen te vlug af en ik kon het voorwerp in handen krijgen.

    Het bleek een wit plastieken zoutvatje te zijn met donkerblauwe dop. Ik zie het zo nog voor mijn ogen. Vol trots heb ik het de rest van de tijd in mijn jaszak vastgehouden, mijn vingers er omklemd om toch maar zeker te zij het niet te verliezen. Een zoutvatje van Eddy Merckx!!!

    Ik was besmet met de wielermicrobe en ik ben er nooit meer van afgeraakt. In mijn dromen won ik 5 keer de Ronde van Vlaanderen, zes keer de Tour en de Giro en werd ik elk jaar wereldkampioen.  Tijdens het schooljaar wisselde ik mijn dubbele prentjes tijdens de speeltijd op school.  Tijdens de vakanties, in mijn geheugen overgoten met zon, maalde ik met de buurtjongens kilometers rond de wijk en spurtten we dagelijks voor de imaginaire bloemen.

    Ik werd echter nooit echt renner. Op school deed ik het niet slecht en studeren en koersen dat ging toen nog niet samen. Gelukkig is er op dat gebied nu toch het een en het ander veranderd.

    Ik ben later nog met mijn vader naar de zesdaagse geweest. We zaten dan altijd in een “virage” en we genoten beiden in stilte van de het wedstrijdgebeuren. Zelfs toen ik al aan de universiteit studeerde kreeg ik soms de vraag van mijn vader of ik geen zin had om mee te gaan naar de zesdaagse. Ik heb het aanbod nooit afgeslagen.  Mijn vader en ik, we waren gebeten door hetzelfde virus.

    Mijn vader verkreeg het zelfs om twee originele koerstruien in handen te krijgen. Eén GAN-Mercier-trui van Raymond Poulidor en een Sunair-Sport 80-trui van Freddy Maertens uit zijn memorabele Tour de France van 1981. Twee unieke stukken die ik nog altijd koester en voor geen geld in de wereld zou willen weg doen.

    Toen ik zeven maand afgestudeerd was overleed mijn vader. Mijn wielercompagnon was heen gegaan. Vier maanden later huwde ik en de verzamelwoede kwam op een waakvlam te staan.

    Toch bleef het wielervirus  sluimeren en in 1995 ging ik uit nieuwsgierigheid naar een wielerbeurs in Antwerpen. Daar ontmoette ik mensen die aan eenzelfde ziekte leden. Volwassen mannen met glinsterende ogen omdat ze toch weer een prentje of foto of andere memorabilia konden toevoegen aan hun verzameling.

    De passie laaide weer op en resulteert nu in een verzameling van duizenden foto’s en prentjes, honderden boeken en tijdschriften, een paar honderd truien en andere wielerzaken.

    Ik heb samen met een vriend een boek geschreven over de wielerploeg Groene Leeuw en ik vind het nog altijd jammer dat mijn vader dit niet heeft mogen beleven. Hij zou ongetwijfeld heel trots geweest zijn. Ik heb met een andere vriend zeven wielertentoonstellingen mee mogen organiseren ook dat heeft hij moeten missen.

    Het zoutvatje van Eddy Merckx geeft jarenlang dienst gedaan thuis. Het was het zoutvatje dat op tafel kwam als er frietjes werden gegeten. Of in de zomer als er wat zout op de tomaten mocht. Iedere keer als ik het in handen nam moest ik denken aan die dag met mijn vader in de Gentse zesdaagse.

    Uiteindelijk is het zoutvatje verdwenen. Ik herinner mij dat het in de laatste fase van zijn levensloop al met kleefband bij elkaar gehouden werd. Moeder zal er ooit komaf mee gemaakt hebben en het zoutvatje van Eddy Merckx zal in de vuilbak terecht gekomen zijn.

    Ik zou er echter geld voor geven om het nog eens in mijn handen te kunnen houden en terug te kunnen denken aan die keer in Gent met mijn vader.

     

     

     

    G.L.

     

     

    07-12-2011, 14:15 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (12 Stemmen)
    Tags:Eddy Merckx, zoutvat, zesdaagse, verzamelen
    20-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Epiloog : M.I.C.-Ludo-de Gribaldy of hoe je de Wereldbeker wint zonder te betalen

    Epiloog :

     

    Achteraf is gebleken dat de renners tijdens het seizoen 1974 slechts drie maanden loon hadden ontvangen. Volgens Herman Vanspringel kreeg hij tien jaar later nog 130.000 Bfr. (Zie het boek : Herman Vanspringel door Robert Janssens p. 63). Hoe het met de andere renners zat ben ik niet te weten gekomen.

     

    Wat er verder van de heren P.A. Verelst en Edw. Asselbergh is geworden is mij niet bekend. Hoe en wanneer uiteindelijk de firma M.I.C. in vereffening is gegaan weet ik evenmin.

     

    Graaf Jean de Gribaldy bleef nog jaren in het wielerpeloton en overleed tenslotte op 02/01/1987 in Voray-sur-l’Ognon.

     

    Fietsen Ludo werden verder geproduceerd tot het jaar 2000. In dat jaar werd de Granville-lijn gelanceerd.

     

    Florent Van Vaerenbergh bestuurde uiteindelijk toch met Lomme Driessens en Ton Vissers de Alsaver-de Gribaldy-Jeunet-ploeg. Het sprookje duurde tot eind mei van dat jaar. Vanaf juni runden Florent Van Vaerenbergh en Jean de Gribaldy de Miko-de Gribaldy-ploeg. Ton Vissers kwam in 1976 terug met de Zoppas-Splendor-Sinalco-ploeg, nog een ploeg met de nodige moeilijkheden. Guillaume Driessens en Briek Schotte waren in 1976 ploegleider bij Flandria-Velda-Vleesbedrijf

     

    Leo Kindekens werd sportdirecteur bij Gero-Hercka-Jaga. In 1976 zou hij Florent Van Vaerenbergh en Jean de Gribaldy vervoegen bij Miko-de Gribaldy-Superia. Paul Balbeur en Etienne Oyen hadden vanaf eind maart de Splendor-Struvay-ploeg die ook al in mineur zou eindigen.

     

    Yvan Benaets, Eric en Luc Leman, Roger Loysch, Serge Van Daele, Noël Vanclooster, Staf Van Roosbroeck, Ronny Vanmarcke, Herman Vrijders en Wilfried Wesemael reden begin 1975 voor Alsaver-Jeunet-de Gribaldy en kwamen dus van de regen in de drop.

    Luc Leman, Roger Loysch, Ronny Vanmarcke, Herman Vrijders en Wilfried Wesemael kwamen later bij Miko-de Gribaldy terecht
    Serge Van Daele vertrok naar Gero-Hercka-Jaga.
    Noël Vanclooster beëindigde in de loop van het jaar zijn carrière.

     

    Frans Assez en Gilbert Wuytack reden in 1975 voor Carlos Cycles, Dirk Baert kwam er op 15 maart ook terecht na een tussenstop bij Presutti-Notari-Splendor-Fitec.

    Raf Constant en Freddy Libouton reden ook eerst voor Presutti-Notari-Splendor-Fitec, later voor Splendor-Struvay.

    Fons De Bal, Roger Jochmans en Georges Pintens kwamen bij Maes-Watney terecht.

    Ernest Kirchen en Jos Van Olmen werden terug amateur.

    José Sersté  en Herman Vanspringel gingen naar Flandria-Confortluxe-Carpenter.

    Christian Rieu reed voor de Franse werklozenploeg U.N.C.P.

    Eddy Van Hoof werd ploegmaat van Eddy Merckx bij Molteni.

    Adolf Huysmans, Jan Van De Wiele en Theo Verschueren stopten hun carrière.

     

    En André Dierickx ….. die ging uiteindelijk naar Rokado. En zo is de cirkel rond.

     

     

    G.L.

    20-10-2011, 17:05 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.M.I.C.-Ludo-de Gribaldy of hoe je de Wereldbeker wint zonder te betalen

                 M.I.C.-Ludo-de Gribaldy of hoe je de Wereldbeker wint zonder te betalen

                                                                               

    De jaren zeventig zijn op het gebied van de wielersport, en meer bepaald de sponsors in de wielersport, duistere jaren. Verschillende “spookploegen” zien het licht, renners worden niet of niet meer betaald, louche figuren zwaaien met mooie beloften enz. … Het zijn de renners die er de dupe van zijn. Jaren later heeft het natuurlijk wel mooie verhalen alhoewel deze waarschijnlijk bitter om te lezen zijn voor de betrokken renners.

    Als er een van de betrokken renners dit verhaal nog verder wil aanvullen, mag hij mij altijd contacteren.

    Het verhaal van de M.I.C.-Ludo-de Gribaldy-ploeg begint eigenlijk al in 1972 met het ontstaan van de ploeg Rokado.

    De eigenaar van de firma Rokado, Robert Kahl, rijk geworden met de productie van lattenbodems, zag het aanvankelijk zeer groot en wou een internationale wielerploeg opbouwen.  Drieëndertig renners kwamen onder contract en Florent Van Vaerenbergh werd sportdirecteur. Bij de renners zowat alle Duitse profrenners die iets van naam hadden (o.a. Winfried Bölke, Klaus Bugdahl, Hans Junkermann, K.H. Kunde, Wilfried Peffgen, Dieter Puschel, Sigi Renz, Rolf Wolfshohl, e.a.). Enkele Belgen zoals Jean-Pierre Berckmans, Albert Van Damme, Robert Van Lancker, Georges Vandenberghe, Willy Vekemans en Theo Verschueren en Nederlanders zoals Gerben Karstens, Harry Jansen en Wim Schepers. Verder ook een reeks oude gloriën zoals de Fransen Lucien Aimar, Gilbert Bellone en Jean Grazyck. Robert Kahl mikte dus hoog. Hij mikte zowel op het Duitse baancircuit, de internationale wegcompetitie als op het veldrijden. Een nobele gedachte natuurlijk maar misschien te vroeg in de tijd en te groots voor de portemonnee.

    In elk geval, in 1973 werd de ploeg opgesplitst in Rokado, en een klein meer Duits team Ha-Ro. Ha-Ro staat voor Hannelore (Ha) de naam van de vrouw van de sponsor en Rokado (Ro).

    Aimar, Bellone, Vandenberghe en Vekemans verlieten het team of stopten hun carrière.

    Het internationale team werd uitgebreid met zeventien Belgen waaronder toch wel enkele grote namen zoals Willy De Geest, Tony Houbrechts, Eddy Peelman, Georges Pintens, Rik Van Linden, Staf Van Roosbroeck, Albert Van Vlierberghe en Herman Vanspringel.  Olymisch kampioen Hennie Kuiper maakte ook deel uit van de ploeg alsook oude glorie Roger Pingeon die al x-aantal keer zijn fiets aan de wilgen gehangen had.

    Guillaume Driessens en Florent Van Vaerenbergh werden sportdirecteur en burggraaf Jean de Gribaldy werd medesponsor. Direct verklaarde Driessens de oorlog aan Merckx.

     

    De gesplitste constructie werkte echter niet. En in een krantenartikel van 15 mei 1973 staat het volgende: “Tijdens een maandag te Brussel bijeengekomen vergadering van het dagelijks bestuur van de Internationale Wielerfederatie voor beroepsrenners, heeft men een gunstig gevolg gegeven aan de ontbinding van de extra-sportieve wielrennersploeg “Haro” gezien de renners van die ploeg opgenomen werden in het “Rokado” team”. Het team werd in totaal 41 renners groot.

    Zijn toen de financiële problemen begonnen? In elk geval beweert Gerben Karstens dat hij in 1972 al ondervonden had dat niet alles koek en ei was en dat hij de Belgen die er in 1973 bijkwamen verwittigd had.

    Robert Kahl is waarschijnlijk verder gesprongen dan zijn financiële toestand het toeliet. Eenenveertig renners en technisch personeel betalen is niet niks. De aanwezigheid van grote mond en arrangeur Guillaume Driessens zal er waarschijnlijk ook geen deugd aan gedaan hebben. Deutsche Gründlichkeit en Guillaume Driessens zullen waarschijnlijk wel water en vuur geweest zijn.

    In elk geval, op het eind van 1973 waren er zoveel problemen met de betalingen dat de meeste renners een uitweg zochten. Het Rokado-team was uit elkaar aan het vallen. In 1974 ging Rokado verder met hoofdzakelijk Duitse renners. Willy De Geest, Piet de Wit, Roger Gilson, Staf Hermans, Hennie Kuiper en André Peirsman waren de enige overgebleven buitenlanders in een team van twintig renners. In 1975, het laatste jaar van Rokado reden er nog twee Belgen in het team van negentien renners, Eric Van De Wiele en Ghislain Van Landeghem.

     

    Terug naar eind 1973. De Rokado-ploeg stond op springen en de renners moesten dus een nieuwe ploeg vinden. Op 1 september, aan de vooravond van het wereldkampioenschap in Barcelona, was er een persconferentie waar aangekondigd werd dat Herman Vanspringel, André Dierickx, Georges Pintens en Staf Van Roosbroeck samen met Florent Van Vaerenbergh zouden overstappen naar de ploeg Vissers. Guillaume Driessens was not amused met deze aankondiging gezien hij dit nog een tijdje geheim wou houden.

    Ton Vissers was nog een categorie erger dan Guillaume Driessens. Daar waar deze laatste meestal wel de belangen van zijn renners verdedigde was Ton Vissers een echte praatjesmaker, een producent van wind enz….

    De ploeg die aangekondigd werd zou een uitbreiding zijn van de reeds bestaande Canada Dry-ploeg. Naast de eerder genoemde namen zouden ook Yvan Benaets, Roger Gilson, Jan Krekels, Theo van der Leeuw, Mathieu Pustjens, Wim Kelleners, Ben Koken, Jo Vrancken en Jo van Pol deel uitmaken van deze ploeg. Ook Tino Tabak, Wim Schepers, Cees Bal en Joop Zoetemelk werden genoemd alsook een drietal Engelse profs.

    In Wielersport n°32 van 13 september staan ook de namen van Wim de Waal, Piet van Katwijk en Frits Schür.

    De Canada Dry vestigingen van Frankrijk, België en Luxemburg zouden mee op de kar springen. Als co-sponsors, rijwielfabrikanten, worden Gazelle en Raleigh genoemd en Unilever en het Spaanse Frimatic zouden ook belangstelling tonen om mee te sponsoren.

     

    Op 26 september werd in Geel een vergadering belegd waar Ton Vissers aankondigde dat Canada Dry zich terug trok als sponsor van een wielerploeg in 1974. Alle reeds voor dat jaar ondertekende contracten werden met onmiddellijke ingang overgenomen door een nieuwe drieledige Belgische ploeg. De twee van de drie sponsors zouden een Zwitserse uurwerkfirma zijn en een fietsfabriek uit Melsbroek. De ploeg zou twaalf Belgen en vijf buitenlanders omvatten. Florent Van Vaerenbergh zou sportdirecteur worden en Ton Vissers manager. Verder werden Eric Leman en, opnieuw, Roger Pingeon geciteerd als mogelijke versterkingen evenals drie jonge Zwitserse amateurs.

     

    Even was er sprake (Wielersport n°38 22 november 1973) dat Florent Van Vaerenbergh met Herman Vanspringel, Staf Van Roosbroeck en Georges Pintens naar Brooklyn zouden verkassen.

     

    Maar op 8 november echter werd door de heren P.A. Verelst en Edw. Asselbergh van Management And Investment Consultants (M.I.C.) uit Brasschaat, de heer Ludo Huygens van de rijwilefabriek Ludo uit Melsbroek, Florent Van Vaerenbergh en de managers Ton Vissers en Firmin Verhelst in het kasteel van Brasschaat de ploeg M.I.C.-Ludo voorgesteld. De basis zou bestaan uit Herman Vanspringel, André Dierickx, Georges Pintens, Eric Leman en Staf Van Roosbroeck. Ook de Nederlander Wim Schepers werd al aangekondigd. De ploeg zou worden aangevuld met Belgische, Nederlandse, Franse en/of Zwitserse renners. De ploeg zou in 1974 deelnemen aan alle binnenlandse en buitenlandse klassiekers en aan de Ronde van Spanje en is kandidaat voor de Ronde van Frankrijk.

     

    Op 21 november 1973 stond er een klein berichtje in de krant met de titel “Zorgt Hasseltse onderneming voor een nieuwe wielerploeg?”. In dat artikel stond o.a. de een Hasseltse onderneming een grotendeels Limburgs getinte ploeg in het wielerpeloton zou brengen. De namen die circuleerden, zonder dat nog maar een contract getekend was waren : Pieter Nassen, Tony Gakens, Herman Vrijders en Georges Claes. De firma zou ook een onderhoud gehad hebben met Florent Van Vaerenbergh. Deze laatste echter meldde dat de Hasseltse firma, wiens naam onbekend bleef, afzag om medesponsor te worden van de M.I.C.-Ludo-ploeg. Voor deze ploeg, waar dus nog een medesponsor voor gezocht werd, hadden reeds 4 renners een contract nl. Eric Leman, Staf Van Roosbroeck, Herman Vanspringel en Georges Pintens. Werden verder nog vernoemd : Yvan Benaets, Fons De Bal, Roger Loysch (Houthalen), Wim Schepers, Jan Van De Wiele, Ronny Van Marcke, Jacky Coene, een zekere Meeuws en Pieter Nassen. Deze laatste zou echter al aangeworven zijn door de Hasseltse firma. Verder zou de ploeg uitgebreid worden met vier Zwitsers of vier Fransen afhankelijk van de derde sponsor.

    Opmerkelijk was dat André Dierickx hier niet meer vermeld werd. Deze had uiteindelijk eieren voor zijn geld gekozen en had contact opgenomen met Pol Claeys voor een eventuele terugkeer naar de oude stal. Hij zou uiteindelijk in de Franse tak van de ploeg, Merlin Plage-Flandria-Shimano, komen waar hem ook weer heel wat moeilijkheden stonden te wachten. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

     

    Op 11 februari 1974 werd de ploeg M.I.C.-de Gribaldy-Ludo voorgesteld in Leuven. De renners, allen in een uniforme kledij, luisterden naar de toespraken. De drie sponsors waren dus M.I.C., een studiebureel voor Beurseffecten, Ludo de rijwielfabrikant en Burggraaf Jean de Gribaldy. De drie sponsors gingen een engagement aan voor drie jaar, de renners konden op hun beide oren slapen. De ploeg was opgebouwd uit eenentwintig renners waarvan er acht uit de Rokado-stal kwamen. Volgens Van Vaerenbergh was het een stel echte vrienden. Er werden drie renners aangeduid die extra bescherming kregen nl. Herman Vanspringel, Georges Pintens en Eric Leman. Staf Van Roosbroeck zou het geheime wapen van de ploeg worden.

    De ploeg zou de week erop naar de Azurenkust vertrekken voor een reeks groepstrainingen en mogelijks al een eerste overwinning in de voorbereidingskoersen.

    De eenentwintig renners die bij de ploegvoorstelling aanwezig waren : Dirk Baert, Yvan Benaets, Alfons De Bal, Adolf Huysmans, Roger Jochmans, Eric Leman, Freddy Libouton, Roger Loysch, Georges Pintens, de Fransman Christian Rieu, de enige buitenlander, José Sersté, Noël Vanclooster, Jan Van De Wiele, Jos Van Olmen, Ronny Vanmarcke, Staf Van Roosbroeck, Herman Vanspringel, Theo Verschueren, Herman Vrijders, Wilfried Wesemael en Gilbert Wuytack. (cursief de renners die van Rokado kwamen).

    Kwamen er later op het jaar bij : Ronny Assez op 22 februari, de Luxemburger Erny Kirchen, vader van Kim, op 1 maart, Raf Constant en Eddy Van Hoof op 9 augustus, Luc Leman, de broer van Eric op 2 september en Serge Van Daele in september. De Portugezen José Freitas Martins, Joaquim Pereira de Andrade (Vuelta) en Herculano Ferreira de Oliveira (Tour de France) reden in 1974 ook even voor de ploeg als gastrenner.

    Van Ton Vissers was er op dat ogenblik geen spoor meer, evenmin van Lomme Driessens. Beiden zouden een jaar later weer opduiken in de soap rond de ploeg Alsaver waar ze samen met Florent Van Vaerenbergh een zoveelste farce zouden opzetten.

    Ton Vissers zou echter in 1974 al een voorproefje geven met de Robot- Office du Meuble- TimOil-Hannut-Gazelle-saga. Beide geschiedenissen ook weer voer voor een apart verhaal.

     

    De ploeg behaalde in 1974 drieënveertig overwinningen op de weg en twee Kampioenschappen op de piste.

     

    Frans Assez won éénmaal. Dirk Baert werd Kampioen van België achtervolging en won verder 7 wedstrijden. Daaronder een rit in de Ronde van België. Fons De Bal behaalde eveneens 7 overwinningen. Eric Leman behaalde 5 overwinningen waaronder een rit in de Vuelta en een in Paris-Nice. Hij werd ook 2° in Milano-Sanremo, 4° in de Waalse Pijl en Paris-Tours, 5° in de Ronde van Vlaanderen, Paris-Roubaix en Gent-Wevelgem. Georges Pintens won één wedstrijd nl. Luik-Bastenaken-Luik. Staf Van Roosbroeck zegevierde vier maal. Hij werd ook 2° in het Kampioenschap van Zürich en 5° in de Amstel Gold Race. Noël Vanclooster won 1 maal en werd 4° in Bordeaux-Paris. Ronny Vanmarcke won eveneens één wedstrijd. Herman Vanspringel won 10 wedstrijden waaronder Bordeaux-Paris (ex-aequo met Régis Delépine), de Brabantse Pijl en de E3-prijs Harelbeke. Theo Verschueren won 1 maal op de weg en werd Kampioen van Europa achter derny en 2° in het WK en BK halve fond. Herman Vrijders won 4 keer. Wilfried Wesemael won Kuurne-Brussel-Kuurne en was 5° in de Henniger Turm.

     

    Dat men grootse plannen had met de ploeg blijkt uit een bericht dat verscheen in Wielersport n°24 van 18 juli 1974. Daarin werd gesteld dat Eddy Merckx en M.I.C.-de Gribaldy-Ludo het eens waren geworden voor 1975. Eddy Merckx ontkende dit echter in Orange tijdens een TV-interview met Fred De Bruyne. De ploeg had hem wel een voorstel gedaan maar dat hadden ook Raleigh, KAS, Salvarani en BIC.

    In Wielersport n°25 van 25 juli 1974 komt dit bericht opnieuw. In een bulletin ondertekend door dhr. Asselbergh staat dat Eddy Merckx en M.I.C. tot een vergelijk gekomen waren in hotel De Sporting in Serre-Chevalier. De kern van Molteni zou hem vergezellen in deze transfer. De kern van M.I.C., Vanspringel, Van Roosbroeck, Pintens, Baert, Leman en Wesemael zou behouden blijven. Florent Van Vaerenbergh zou zijn contract voor twee jaar verlengd hebben en Robert Lelangue zou adjunct worden. Het definitieve contract zou op 15 augustus ondertekend worden.

    Maar opnieuw ontkende Eddy Merckx dit gegeven en hij liet in Avignon zelfs doorschemeren dat de kans groot was dat hij bij Molteni bleef.


    In Wielersport n°33 van 19 september 1974 staat dan weer dat Herman Vanspringel, die voor flandria zou getekend hebben, Ronny Vanmarcke, Roger Loysch en Gilbert Wuytack alsook Florent Van Vaerenbergh werden ontslagen. Vijftien renners kregen een contract voor 1975. André Dierickx, opnieuw, Eric Leman, Staf Van Roosbroeck, André Doyen, Dirk Baert, Wilfried Wesemael, Herman Vrijders, Noël Vanclooster, Theo Verschueren, Herman Beysens, Ghislain Van Landeghem en de neo’s Luc Leman, Serge Van Daele, Raf Constant en Eddy Van Hoof. De heer Asselbergh hoopte nog altijd Eddy Merckx en zes ploegmaten in te lijven. De kans dat Molteni in het peloton bleef was echter wel gestegen. Indien de ploeg alsnog zou verdwijnen, dan zou Eddy Merckx kiezen tussen M.I.C. en KAS.

     

    Doordat Michel Pollentier in de Ronde van Piemont een positief plasje afleverde werd Francesco Moser de winnaar. Hierdoor verloor de Carpenter-Confortluxe-Flandria-ploeg de Wereldbeker intermerken en werd M.I.C.-de Gribaldy-Ludo de eindwinnaar.

     

    Op 25 oktober werd er een persmededeling de wereld ingestuurd met samengevat volgende inhoud. De heer Asselbergh bevestigt dat de M.I.C.-ploeg blijft bestaan. Het winnen van de wereldbeker intermerken heeft bijgedragen tot deze beslissing. Eind november zullen de twee nieuwe sponsors bekendgemaakt worden die Ludo en de Gribaldy gaan vervangen. De nieuwe sportdirecteur zal dan ook bekend gemaakt worden. Deze vervangingen zijn het gevolg van het feit dat Florent Van Vaerenbergh zijn budget met 200.000 Bfr. overschreden heeft en dat de beide sponsors niet willen bijdragen om dit aan te zuiveren. M.I.C. zal dit echter op zich nemen. Daarbij zullen eerst de renners vergoed worden die in 1975 nog onder contract liggen. De nodige gerechtelijke stappen zullen ondernomen worden tegen de beide mede-sponsors en Florent Van Vaerenbergh. Tevens zal gekeken worden of deze laatste als sportdirecteur kan geschorst worden.

    De renners die in 1975 bij de ploeg zouden blijven of komen werden reeds opgesomd : Eric Leman en alweer André Dierickx zouden kopman worden. Verder nog Staf Van Roosbroeck, Dirk Baert, André Doyen, Wilfried Wesemael, Herman Beysens, Luc Leman, Eddy Van Hoof, Serge Van Daele, Raf Constant, Noël Vanclooster, Herman Vrijders, Ghislain Van Landeghem en Theo Verschueren. Zij zouden allen een contract ondertekend hebben. Deze groep zou aangevuld worden met een zevental renners. M.I.C. nam zich voor om meer controle uit te oefenen op de handel en wandel van de ploeg.

     

    Florent Van Vaerenbergh stuurde onmiddellijk een eigen persmededeling de wereld in waarin hij stelde dat de directie van M.I.C. de financiële verantwoordelijke was van de wielergroep en dat de meerderheid van de renners al sedert maanden niet meer betaald was. Dat Eric en Luc Leman en Staf Van Roosbroeck dit hadden laten weten aan M.I.C. en dit als contractbreuk zagen en zich dus vrije renners beschouwden. De renners hadden hun advocaten geraadpleegd en overwogen gerechtelijke stappen en ook de B.W.B. was op de hoogte gesteld. Florent Van Vaerenbergh zelf daagde de directie van M.I.C. voor de rechtbank wegens morele schade en laster en eerroof en eiste de betaling van de achterstallige lonen en de gemaakte onkosten.


    Op 16 november kondigde de heer Germeau van Gero, een Limburgse producent van verwarmingstoestellen, aan dat hij in 1975 weer met een ploeg in competitie zou komen dit met de sportdirecteurs Florent Van Vaerenbergh (ex-M.I.C.) en Leo Kindekens en met co-sponsor de Gribaldy (ex-M.I.C.). Namen van renners die bij de ploeg zouden rijden : Eric en Luc Leman en Michaël Wright.

    Etienne Oyen, de bij Gero vervangen sportdirecteur, wist dan te melden dat hij de nieuwe sportdirecteur bij M.I.C. zou worden en dat hij Gust Herygers, broer van veldrijder Paul, mee nam. Ook zouden Eric en Luc Leman een contract hebben tot eind 1976 bij M.I.C. Ook Benny Schepmans zou die ploeg vervoegen. Andere blijvers zouden zijn : Dirk Baert, Staf Van Roosbroeck, Wilfried Wesemael, Serge Van Daele, Eddy Van Hoof, Raf Constant, Herman Beysens, André Doyen, Ghislain Van Landeghem, Herman Vrijders, Theo Verschueren, Bernard Bourguignon, Jean-LucYanssene, Noël Vanclooster en …. André Dierickx die dan toch niet naar Watney zou gaan.

     

    Op 28 november lezen we in een krantenartikel dat Florent Van Vaerenbergh bevestigt dat hij met Gero, de Gribaldy en de Franse rijwielfabrikant Jeunet een ploeg zou vormen. Eric Leman zou voor deze ploeg rijden. Verder blijkt ook dat na de “troubles” met M.I.C. Lomme Driessens weer contact opnam met Florent Van Vaerenbergh en dat zij alle misverstanden uit de tijd van Rokado opgeklaard hebben. Florent werd zelfs door Lomme gevraagd mee te stappen in de ploeg Alsaver die hij aan het opzetten was. Deze ploeg zou  bestaan uit een tiental Nederlanders waaronder Leo Duyndam alsook vier Belgen nl. Staf Van Roosbroeck, Albert en Frans Van Vlierberghe en Lucien De Brauwere en een in België wonende Spanjaard Don Castillo. Florent Van Vaerenbergh bedankte echter vriendelijk want hij wou zijn ex-M.I.C.-renners niet in de steek laten.

     

    Op 12 december kreeg de heer Asselbergh de wereldbeker intermerken overhandigd. Opvallend was al dat er van de ploeg op de uitreiking in Antwerpen enkel Herman Vrijders en Jan Van De Wiele, die het einde van carrière aankondigde, aanwezig waren. Geen van de aangekondigde renners van de ploeg van 1975 was aanwezig. Evenmin de bondsverantwoordelijken of Félix Levitan.

     

    Op 13 december, enkele uren nadat de heer Asselbergh van M.I.C. de wereldbeker intermerken had ontvangen en zijn ploeg voor 1975 had voorgesteld ontplofte de bom. Via het agentschap Belga maakte dezelfde heer Asselbergh bekend dat de ploeg M.I.C.-Carlos voor 1975 ontbonden werd. Dit bericht werd oorspronkelijk vergezeld door nogal wat kwetsende uitlatingen naar bepaalde personen toe. Deze passages werden door het agentschap geweerd. Mogelijks had dit alles iets te maken met de uitlatingen van dhr. Lippens van Sporta  tijdens een radio-interview.

     

    Eind van het verhaal : Alle renners konden weer op zoek gaan naar een andere ploeg.


    20-10-2011, 17:04 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (12 Stemmen)
    11-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Charles Hut, wielerkampioen en Belgische Papillon.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Beste wielerliefhebber,

     

    Deze keer had ik graag weer een merkwaardig verhaal, gelinkt aan de wielersport, naar voor gebracht. Opnieuw tijdens het lezen van het boek “Olympic Gangster, The legend of José Beyaert – Cycling Champion, Fortune Hunter and Outlaw van Matt Rendell” kwam ik een eigenaardige historie tegen die mij tot verder onderzoek dreef. Deze keer gaat het om Charles Hut, ex-renner, met een verhaal dat leest als een avonturenroman.

    Charles Hut werd geboren in Longwy 23 augustus 1894, toevallig dezelfde dag, maar ander jaar, als ikzelf. Longwy  ligt in Frankrijk nabij het drielandenpunt waar Frankrijk, België en Luxemburg elkaar raken. Hij was de zoon van een Luxemburgse vader en een Belgische moeder, en was dus eigenlijk half Belg. Hij groeide op, omringd door zijn twaalf broers en zussen in Longlaville, een klein stadje 5 km van Longwy, vlakbij de Luxemburgse grens. Pas op latere leeftijd, ik kon niet achterhalen wanneer juist, kreeg hij de Franse nationaliteit.
    ‘Charlot casse cou’ was er zijn bijnaam en hij stak meer energie in het vrij door de natuur ronddolen dan in de schoolboeken. Ondanks het feit dat hij vrij intelligent was kon hij amper lezen of schrijven.


    Op zijn dertiende, vond hij een baan als arbeider in een metaalfabriek. Het gezin vestigde zich rond die tijd in Herserange, eveneens in de buurt van Longwy. De vader van Charles Hut kocht er een klein hotel restaurant dat hij vervolgens uitbaatte.
    In 1910, Charles was toen 16 jaa,r zag hij de Tour de France passeren. Het voorbijrijdende peloton fascineerde hem zodanig dat hij besloot om ook wielrenner te worden. Hij schreef zich in bij de Club  Union Cycliste Longovicienne en twee jaar later was hij reeds één van de beste renners van de club. De volgende jaren werd hij ondersteund door het roemruchtige fietsenmerk Alcyon voor wie hij 20 nationale koersen won en één internationale wedstrijd. Hij was onmiskenbaar een groot talent en er werd hem een mooie toekomst als wielrenner voorspeld o.a. door François Faber, Lucien Petit-Breton en Henri Desgrange. Zelf droomde Charles van de Tour de France maar zoals voor veel jongeren stak de Grote Oorlog hier een stokje voor.
    Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 wou hij dienst nemen in het Franse leger. Maar hij werd geweigerd omdat hij de Franse nationaliteit niet had. Hij kon die pas verkrijgen op de dag van zijn eenentwintigste verjaardag, in 1915 dus.
    Het feit dat hij geen militaire dienstplicht vervulde, maakte dat de mensen in de omgeving over hem begonnen te roddelen. Het was in die periode dat Charles Hut zou deelgenomen hebben aan een overval van een Crédit Ouvrier-winkel, samen met drie Italianen.
    Hij werd gearresteerd en belandde in de gevangenis in afwachting van zijn proces. Na veertig dagen opsluiting, op 31 december, 's avonds, besloot hij te ontsnappen in het gezelschap van zijn celgenoten. Nadat hij de Luxemburgse grens overstak kwam hij bij een van zijn ooms terecht. Tien dagen later werd hij gearresteerd en voor een rechtbank van het Groothertogdom Luxemburg geleid. Daar werd hij onschuldig bevonden en vrijgesproken voor de roofoverval.
    Voor de rest van de oorlog, bleef hij in Luxemburg, waar hij Maria ontmoette met als resultaat de geboorte van de kleine Michael op 19 april 1916.
    Na de oorlog, in 1919, verliet hij het Groothertogdom Luxemburg om zijn familie terug te vinden. Bij zijn terugkeer bleek dat zijn vader zelfmoord had gepleegd en dat het restaurant van het hotel, dat zijn ouders openhielden, was verwoest door de bombardementen.

    Charles ging op zoek naar werk om zijn moeder, die moeite heeft om de jongere broers en zussen eten te geven, te helpen. Zijn inspanningen om werk te vinden waren echter tevergeefs.  In die periode hervatte hij ook het wielrennen, in de hoop een professionele carrière uit te bouwen en zo zijn familie te kunnen onderhouden.

     Hij kwam in kennis met een zekere Husson, een gepensioneerd politieman, op dat ogenblik boekhouder op de afdeling van de herstelbetalingen in Longwy. Ze werden vrienden, dit tot vreugde van Husson die een oogje had op één van de zussen van Charles. Om nog meer in de gunst van Charles, en zijn zus, te komen, probeerde Husson Charles te overtuigen mee te doen aan een overval.  Charles, die nog steeds geen werk gevonden had, was makkelijk te overtuigen. Husson  gaf aan dat het raam van zijn kantoor open zou staan en dat in de kamer een kast stond met een grote som geld. Een van de volgende nachten drong Charles via het raam het kantoor binnen en stal de grote som geld, die hij vervolgens ging  begraven in de buurt van een klein bosje.
    De volgende dag, toen het in de stad gonsde van de geruchten over de inbraak, gingen Charles en een vriend naar Longuyon om daar de dag door te brengen zodat ze uit het zicht bleven.
    In het Hotel de la Gare, waar ze het ontbijt namen, ontmoetten ze de  commissaris die indertijd Charles ondervraagd had betreffende overval op de  Crédit Ouvrier-winkel. De commissaris wachtte daar op de aankomst van de trein van Nancy, met de inspecteurs die het onderzoek op de inbraak in Longwy zouden leiden. Charles werd door de commissaris voorgesteld aan de inspecteurs en hij, beval hem zelfs aan om hen te helpen!
    Charles kon echter zijn mond niet houden en vertelde aan één van zijn broers de ware toedracht en gaf hem zelfs een ​​deel van de buit en een deel van het geld om Husson uit te betalen. Daarna vertrok hijnaar Belfort om zich bij zijn vrouw en kind te voegen. Een tijdje later vertrok hij naar Parijs, naar een hotel vlak bij de Porte Maillot, waar hij een contract zou tekenen bij Alcyon om als beroepsrenner voor hen te rijden. Het contract werd echter nooit ondertekend want in Parijs toegekomen werd hij gearresteerd.

    Hij werd in de Quai des Orfèvres ondervraagd over de Longwy-zaak, maar hij hield zijn mond. Hij werd overgeplaatst naar Longwy, en daar dat Husson zijn geld had uitgegeven aan allerlei aankopen waardoor deze snel verdacht werd. Husson werd ondervraagd en viel door de mand. Charles belandde in de gevangenis van Nancy en werd vervolgens in een psychiatrisch ziekenhuis in Maréville onderzocht in afwachting van zijn proces.
    Charles Hut verscheen voor het Hof van Assisen in februari 1920. Hij werd veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid, Husson kreeg 10 jaar dwangarbeid, Charles broer kreeg twee jaar gevangenis. De rechter bleek een jurylid te zijn die Charles Hut nog twee prijzen had uitgereikt in 1913 na zijn overwinningen in Trieux en Marieulles. Wat een ironie. Charles Hut werd aldus dwangarbeider, niet van de weg zoals de broers Pélissier, maar in de letterlijke betekenis.
    Charles Hut, gevangene nr. 43963, werd gedeporteerd naar Guyana, waar hij, gezien zijn goed gedrag in de verschillende Franse gevangenissen een baantje als slagersjongen kreeg in St. Laurent en vervolgens zelfs visser werd op Ile Royale. Lokale handelaars mochten de gedetineerden inhuren, ze betaalden daarvoor aan de Franse Marine, maar moesten een boete betalen indien de gedetineerde ontsnapte.
    Maar Charles, net als alle andere veroordeelden, had maar één ding in het achterhoofd, namelijk ontsnappen. Hij wou naar de Verenigde Staten reizen en daar de Zesdaagse van New York rijden. Maar daarvoor was er geld nodig, veel geld, en dat had Charles niet.
    In Cayenne, waar hij ondertussen werkzaam was bij het onderhoud van de telegraaflijnen, ontmoette hij een andere veroordeelde en beiden besloten om in te breken bij een juwelier in de buurt. Na de inbraak verborgen de twee compagnons hun buit door deze te begraven in het bos. Helaas, de handlanger van Charles kon zijn mond niet houden. Verraden, werd hij gearresteerd en veroordeeld tot vijf jaar, bovenop zijn 12 jaar, in de gevangenis op het eiland St. Joseph. Zijn compagnon werd verbannen , kreeg lepra, werd blind en werd verteerd door de gedachte dat de buit nog altijd in het bos begraven lag. Uiteindelijk overleed hij een tijdje.
    Eens deze vijf jaar beëindigd, werd Charles tewerkgesteld  in Pariacabo in de buurt van Kourou. Ook daar zorgde hij voor het onderhoud van telefoonlijnen. Hij verdiende geld door onder andere zeldzame vlinders te vangen waaronder de Blue Morpho waarvan beweerd werd dat de kleurstoffen van de vleugels in Amerikaanse dollars verwerkt werd. Op één ochtend kon hij soms 50 van die vlinders vangen.
    Zijn droom om ooit te ontsnappen bleef echter intact. Samen met een Aziatische vriend, plande hij de diefstal van een boot van het gevangeniswezen, en een inbraak om aan  voedsel te geraken. Het plan werd uitgevoerd, het eten, meestal blikjes en gecondenseerde melk, werd op een veilige plaats verborgen. De volgende nachten hielden ze zich bezig met het  maken van zeilen en touwen voor de boot.
    De dag van ontsnappen brak uiteindelijk aan. Charles bevond zich al aan boord van de boot, zijn vriend wou net op de boot stappen, toen er plotseling twee schaduwen, politiemannen, verschenen die het vuur  openden op de vluchtelingen. Charles wist te ontsnappen en keerde terug naar zijn cel. Zijn vriend werd opgepakt, en verried Charles. Charles werd opnieuw veroordeeld door het Tribunal Maritime Spécial van St. Laurent, deze keer slechts tot zes maand gevangenis.

     Eens zijn straf beëindigd, keerde hij terug naar het kamp in Pariacabo waar hij zijn oude baan weer opnam. Gezien hij meer vrije tijd had zette hij een handeltje op waarbij hij de aankopen in de stad  deed ten behoeve van de gevangenisbewakers en hun families. Hij slaagde er ook in wat groenten te kweken die hij dan verkocht. Dit was blijkbaar niet naar de zin van iedereen, en dus werd hij overgebracht naar de haven van Kourou, waar hij verantwoordelijk werd voor de berging en de restauratie van twee oude boten.


    Op 16 juni 1934, werd hij vrijgelaten uit de gevangenis. Maar zoals elke gevangene, moest hij in Guyana blijven, onder toezicht van de gevangenisdirectie.
    Hij ging naar Cayenne en vond werk als een tuinman in het ziekenhuis van de Zusters van St Vincent de Paul. Zijn goed gedrag en zijn hard werken leverde hem de achting van allen op. Maar zijn droom om te ontsnappen uit Guyana bleef. En dus, zoals altijd voor een succesvolle ontsnapping, had hij geld nodig.

    Met twee toevallig ontmoette vrienden, forceerde hij de deur van een winkel, en kwam oog in oog te staan met de gendarmes. Een van de handlangers had het plan aan de politie verraden. Opnieuw werd hij veroordeeld. De rechter veroordeelde hem tot een jaar in de gevangenis en verbanning naar  het kamp van St Jean. Zijn goede gedrag leverde hem echter de toestemming op om een handeltje in drank en tabak op te zetten.


    Op een avond, werd hem een ontsnappingsplan voorgesteld. Charles accepteerde direct om mee te doen. Op een nacht, samen met vier anderen, ging hij op weg naar de vrijheid. Met een kleine maar stevige boot vaarden ze de Maroni rivier af. De vluchtelingen hoopten de kust van Venezuela te bereiken. Een woeste zee besloot echter anders, en na enkele stormachtige dagen, bereikten ze  uitgeput en uitgehongerd het eiland Trinidad. Ze waren het gespreksonderwerp van het moment bij de plaatselijke bevolking en werden uitgenodigd op recepties en in restaurants.

    Maar Charles was nog steeds vastbesloten om naar Frankrijk terug te keren en dit ten koste van alles. Hij scheepte clandestien in op een Duitse vrachtschip de S.S. Caribia. Hij werd echter ontdekt en belandde op het eiland Barbados, waar hij werd overgedragen aan de plaatselijke autoriteiten. Toen hij voor de rechtbank verscheen was zijn verdediging dat hij niet clandestien op het schip zat omdat hij een toegangsticket had betaald om het schip te bezoeken en dat hij jammer genoeg te laat het schip verlaten had. De rechtbank volgde zijn redenering en hij werd dus niet schuldig gevonden. De rechtbank volgde hem ook in zijn verzoek om het Duitse bedrijf te verplichten hem naar Europa te repatriëren.
    Charles, doodgelukkig, geraakte op die manier op weg naar Amsterdam, of zo dacht hij althans. Na een korte stop in Portsmouth, bleek dat het schip, tot zijn ontsteltenis op weg was naar Cherbourg. Bij zijn aankomst werd hij welkom geheten door de politie die door de gezagvoerder, waarschijnlijk rancuneus door de uitspraak van de rechter, was gewaarschuwd.

    Charles werd onmiddellijk opgesloten in de gevangenis van Cherbourg, en zal gedurende de volgende  twee jaar een ongelooflijke Tour de France doen, maar dan een van de gevangenissen. Na Cherbourg volgden  Caen, Rennes, Le Mans, Nantes, La Rochelle, Angoulême, Limoges, Riom, en tenslotte St Martin de Ré, laatste halte voor een terugkeer naar Guyana.
    Charles Hut was weer terug bij af. Het Tribunal Maritime Spécial veroordeelde hem opnieuw tot een jaar in de gevangenis. Gezien hij echter al twee jaar in Franse gevangenissen had doorgebracht werd hij op borgtocht vrijgelaten, en keerde terug naar het kamp van St Jean.

    Een paar maanden later kwam hij opnieuw voorwaardelijk vrij, maar was gedwongen in Guyana te blijven met een verbod om naar Cayenne te reizen. Hij vond een baan in een suikerfabriek in de buurt van Cayenne. Zijn goede diensten en goed gedrag leverde hem de toestemming op om één ​​keer per week naar Cayenne te gaan.


    We zijn ondertussen in 1939, de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, en met acht andere metgezellen, besloot hij om zich bij Vrij Frankrijk aan te sluiten. Opnieuw bemachtigden ze een boot die ze clandestien in paraatheid brachten. Op 6 september 1941 ’s avonds laat werd het anker gelicht. Met een vat van 200 liter water, voedsel voor enkele dagen, en een  kompas als enigste instrument waagden ze hun kans.
    Op 11 september legden ze aan in Georgetown, Brits Guyana. Ze werden voorgebracht bij de plaatselijke autoriteiten die hen vrij lieten. Hen werd wel duidelijk gemaakt dat, gezien de omstandigheden, zij ongewenst waren in het land. Twee weken later, nadat hun boot gerepareerd was, en zij voldoende voedsel ingeslagen hadden, zetten ze koers naar Puerto Rico.
    Na een epische reis, met zware stormen, een ontmoeting met een U-boot en een Duits bevoorradingsschip, verbannen uit de Dominicaanse Republiek, terug gestuurd uit Haïti, kwamen zij uitgeput, en verteerd door honger, uiteindelijk aan in Cuba op 3 november 1941. Ze werden opgesloten in de centrale gevangenis van het land, en vrijgelaten op 18 april 1942, waarna ze in een immigratiecentrum geplaatst werden. Daaruit werden ze pas vrij gelaten nadat ze in hongerstaking gingen.
    Charles Hut bleef in Cuba tot 1947. Hij verdiende er geld met de handel in wapens. Op 4 juli 1947, voer hij als verstekeling mee op een schip met bestemming Miami. Opnieuw werd hij ontdekt en overgedragen aan de autoriteiten. Opnieuw werd hij veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf. In december 1947 werd hij overgedragen aan de Cubaanse autoriteiten.

    Terug in Havana, voorzag hij in zijn broodwinning door drugshandelaar te zijn, marihuanateler en opnieuw wapenhandelaar. In de ‘Prado’ nachtclub ontmoette hij Charles ‘Lucky’ Luciano, de beruchte gangster. Voordat Charles echter kon opgenomen worden in de kringen rond Lucky Luciano, werd deze laatste gedeporteerd naar Italië.

    Op Cuba leerde Charles Hut ook Ernest Hemingway kennen. Er was zelfs sprake dat Hemingway het levensverhaal van Charles Hut zou neerschrijven. Gezien Hemingway met twee andere boeken bezig was, is het er nooit van gekomen.

    Na 7 jaar Cuba werd hij ingehuurd als zeeman op een koopvaardijschip de S.S. Robert en kreeg hij een Frans paspoort.  Onder de bemanningsleden ‘Panama’ Al Brown, de 1929 wereldkampioen boksen in de bantamklasse. Deze eerste hispanic wereldkampioen was aan lager wal geraakt en leed aan TBC. Charles Hut en Panama Brown beleven vrienden tot  de dood van Brown in 1951.

    Op een dag in 1950, bij de terugkeer uit Newfoundland, nam hij al zijn geld en besloot zijn schip en werk te verlaten tijdens een tussenstop in New York. Twee dagen later scheepte hij in op een cruiseschip met bestemming Frankrijk.
    Aangekomen in Le Havre begon hij te zoeken naar zijn familie en vooral naar zijn vrouw en zoon. Zijn moeder was ondertussen gestorven. Hij vond in een van zijn zussen in Charleroi, in Arlon en Luxembourg zijn broers en een zus in Périgueux. Gedurende anderhalf jaar probeerde hij tevergeefs in heel Frankrijk zijn vrouw en zoon terug te vinden. Wanhopig besloot hij om Frankrijk te verlaten en terug te keren naar de Verenigde Staten, om opnieuw op schepen aan te monsteren. In Le Havre, vond hij werk in afwachting van zijn inscheping. En daar vond hij op een dag zijn vrouw en zoon die tot die dag nooit op de hoogte geweest waren van zijn veroordeling in 1920 tot 12 jaar dwangarbeid die er uiteindelijk 30 geworden waren.

    Is dit een happy ending story? Neen eigenlijk niet. Charles Hut liet zijn verhaal uiteindelijk neerschrijven. Het boek “Dix ans parmi  les fauves et les renquins” uitgegeven door éditions Scorpion kreeg in 1956 de Prix Tabou. Of Charles lang bij zijn vrouw en zoon gebleven is heb ik niet kunnen terug vinden. Hij vestigde zich in Rosny waar hij in een oude treinwagon leefde en een autokerkhof uitbaatte. In 1967, werd Charles Hut, toen 73 jaar oud,  gecontacteerd door Aldo Bellasco, een ex-catcher en bendeleider. Samen met Jean Gaillard, 19 jaar, Mario de Soza gekend als Mario le Portugais, 21 jaar en Serge Ranieri, 18 jaar deden ze verschillende overvallen. In een bedrijf in Méreville maakten ze 400.000 FF buit, bij een juwelier in Champégny 30.000 FF en ze beroofden om 3h. ’s nachts de tachtigjarige Mevr. Marie Mantienne van haar spaargeld ten bedrage van 4.000 FF. De bende werd gevat en Charles Hut kwam een laatste keer in de kranten. Wat zijn straf uiteindelijk werd heb ik niet teruggevonden.

    Toch wel een mooi verhaal van een wielerkampioen in spe die nooit zijn Tour de France reed maar wel een Tour du Monde. En in elk geval nog spectaculairder dan het verhaal van Papillon zijnde Henri Charrière en verfilmd met Steve McQueen en Dustin Hoffman in de hoofdrollen. Een idee voor Erik Van Looy? Charles Hut, wielerkampioen en dwangarbeider, met Filip Peeters in de hoofdrol J

    Hierbij de enige foto die ik van Charles Hut terug vond.

    %%%FOTO1%%%

    11-08-2011, 12:36 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    Tags:Charles Hut
    01-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heeft België en bij uitbreiding Nazareth een extra Olympisch Kampioen?
    Beste lezer,

     

     

     

    Deze keer een klein artikel maar niettemin een merkwaardig artikel. Tijdens het lezen van het boek “Olympic Gangster, The legend of José Beyaert – Cycling Champion, Fortune Hunter and Outlaw van Matt Rendell” kwam ik een eigenaardige historie tegen.

    José Beyaert werd in 1948 1e in de wegrit op de Olympische Spelen in Windsor Great Park te London. Hij werd tevens 3e in het ploegenklassement en won dus goud en brons. José Beyaert kwam uit voor de Franse ploeg en de medailles staan dan ook op het conto van Frankrijk.

    Niettemin kunnen hier vragen bij gesteld worden. Maar eerst een kort stukje familiegeschiedenis.

    In de parochieregisters van Nazareth vond ik het volgende : 26/12/1901 huwelijk tussen BEYAERT Joannes Evaristus en LAMONT Maria Leontina. In het bovenvermeldde boek lees ik dat Evarist Beyaert in 1912 zijn vrouw en drie kinderen achter liet om naar de USA te emigreren. Hij komt met de “Nieuw Amsterdam” aan op Ellis-eiland op 29/04/1912 met 100 $ op zak, samen met Theophile Mehuys en Auguste Defauw. Hij is op dat ogenblik 35 jaar oud. Hij staat geregistreerd als “non-emmigrant alien” hetgeen betekent dat hij een retour-ticket heeft. Zijn contactpersoon is een zekere Verhaegen en zijn bestemming was St. Louis Missouri om daar op een boerderij te werken.

    Evarist Beyaert beweerde dat hij al in 1910 in St. Louis zou geweest zijn maar daar zijn geen gegevens van terug te vinden.

    Dat hij zijn vrouw en kinderen definitief verlaten had blijkt uit het volgende. Evarist zocht een (nieuwe) vrouw onder de emigranten maar die waren zeldzaam. Vandaar dat hij naar België terug keerde. Gezien op dat ogenblik de eerste wereldoorlog volop bezig was en een terugkeer naar de USA onmogelijk was,  trok hij naar Parijs. Daar vond hij zijn nieuwe vrouw en bleef hij in Frankrijk om als schoenmaker de kost te verdienen.

    Eén van zijn kinderen, José Beyaert (die zal ik aanduiden met sr.), had na de oorlog Nazareth verlaten en was geëmigreerd naar Lens om daar aanvankelijk in de koolmijnen te werken. Hij was echter bang in de mijnen en werd dan ook maar schoenmaker zoals zijn vader. Daarnaast was hij amateur wielrenner.

    José Beyaert sr. huwde met de Française Marie Legrand en samen kregen ze twee kinderen. José Beyaert jr. werd geboren op 1 oktober 1925 in de Rue de Bois 134 te Lens. Twee jaar later, op 11 november 1927, werd Georges Beyaert geboren. Beiden zouden later beroepsrenners worden.

    Op een bepaald ogenblik verhuisde de familie naar Parijs. Volgens de familieanekdote ontmoetten ze daar toevallig Evarist Beyaert die hen zijn schoenenwinkel verkocht. Of dit echt zo gebeurde is maar de vraag.

    José Beyaert sr. wou in 1936 de Franse nationaliteit verwerven. Hij had daarvoor 5 documenten nodig. Tegen dat hij echter het vijfde document in handen kreeg was het eerste document al verlopen. José Beyaert sr. bleef dan maar Belg.

    In 1939 werd hij alsnog Fransman bij de mobilisatie. Men herinnerde zich zijn aanvraag tot naturalisatie en de papieren waren direct in orde. José Beyaert sr. werd gemobiliseerd en moest naar …. België gaan. Hij is echter nooit gegaan en heeft heel de oorlog in Pantin, bij Parijs, gebleven.

    José Beyaert jr. werd in 1945 opgeroepen voor de militaire dienst. Hij mocht echter weer naar huis omdat de lichting 1925 vrijgesteld werd. De reden was dat zij al genoeg geleden hadden van de oorlog.

    Nadat José Beyaert jr. al Olympisch kampioen geworden was en een beetje geld verdiend had met wielrennen wou hij samen met zijn broer, die toen zijn militaire dienst vervulde in Marokko, een bar-tabac overnemen.

    Opdat zij o.a. alcohol zouden mogen verkopen moesten zij een licentie kopen. Toen zij bij de administratie kwamen bleek dat zij dat niet konden. De reden was dat ze geen Fransman waren. José jr. had medailles gewonnen op de Olympische Spelen voor Frankrijk en was dus geen Fransman. Georges die zijn militaire diensplicht vervulde in het Franse leger was dus geen Fransman.

    De reden was te vinden in de “Code Napoleonic” die stelde dat er twee generaties geboren moesten zijn Frankrijk voordat je Fransman kon worden. En gezien José jr. en Georges de eerste generatie waren….

    Conclusie : gezien José Beyaert in 1949 niet als Fransman beschouwd kon worden moeten we hem wel als Belg beschouwen. En dus heeft België er een gouden medaille bij. Hoe het met de bronzen medaille van de Franse ploeg zit weet ik niet. Eigenlijk dienen ze gediskwalificeerd te worden. Welke ploeg vierde werd is mij onbekend.

    Bij uitbreiding kunnen we dus zeggen dat een nazaat van de familie Beyaert uit Nazareth een gouden medaille won op de Olympische Spelen 1948.

    Hoe het verder afgelopen is met de naturalisatie van José Beyaert jr. is mij niet duidelijk. Is hij uiteindelijk Fransman geworden? Waarschijnlijk wel. In elk geval is hij uiteindelijk geëmigreerd naar Columbia en heeft daar een zeer avontuurlijk bestaan geleid.

    Hij overleed uiteindelijk op 11 juni 2005 in La Rochelle (Charente-Maritime), Frankrijk.

    Zijn erelijst :

    1945    3e in Nationaal Kampioenschap, Op de weg, Amateurs, Frankrijk

    1948    1e in Olympische Spelen, Op de weg, Amateurs, Windsor Great Park, London

    1948    3e in Olympische Spelen, Op de weg, Ploegenklassement, Amateurs, Windsor Great Park, London

    1949    1e in Algiers

    1949    1e in GP de l'Echo d'Alger, Alger

    1950    1e in Avignon

    1950    1e in GP d'Isbergues

    1950    1e in GP Helyett

    1950    1e in Paris - Boulogne-sur-Mer, Boulogne-sur-Mer

    1952    1e in 2e etappe Vuelta a Colombia, Fresno (COL)

    1952    1e in 3e etappe Vuelta a Colombia, Manizales (COL)

    1952    1e in 6e etappe Vuelta a Colombia, Riosucio (COL)

    1952    1e in 11e etappe Vuelta a Colombia, Ibagué (COL)

    1952    1e in 13e etappe Vuelta a Colombia, Bogota (COL)

    1952    1e in Eindklassement Vuelta a Colombia (COL)

    01-08-2011, 12:12 Geschreven door G.L.  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (7 Stemmen)
    Tags:Beyaert, Nazareth, Olympische Spelen
    26-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ik had een droom
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Beste lezer, Martin Luther King werd wereldberoemd met zijn speech die startte met de gekende woorden “I had a dream”. Niet dat ik mij met Martin Luther King wil vergelijken maar ook ik had een droom. En de samenvatting van deze droom wil ik jullie hier mee geven.

    Ik had een droom dat op een of andere manier de heer Pat McQuaid, voorzitter van de UCI, zijn ontslag kreeg en dat ik aangesteld werd als nieuwe voorzitter van de UCI. Ik kreeg rasechte Jean-Luc Dehaene volmachten en mocht binnen de UCI de hervormingen doorvoeren die ik wou.

                                                                                                   %%%FOTO1%%%

    Men hoefde mij dit geen twee keer te vragen en ziehier de veranderingen die ik zou doorvoeren in het wielrennen met hier en daar de verantwoording en een beetje uitleg.

    Ik zou mij in het begin voornamelijk bezighouden met die takken van de wielersport die mijn grootste affiniteit dragen. D.w.z. dat Trial, MTB en BMX niet direct hoeven te vrezen dat ik hun wereld op de kop zet. De piste, het veldrijden en het wielrennen op de weg zou ik echter wel grondig onder handen nemen.

    Op de weg zou ik een 180° bocht nemen en het wielrennen proberen terug te brengen naar zijn oorsprong. De structuur zoals de Worldtour er nu een is zou ik afschaffen. Het maakt in mijn ogen het echte wielrennen stilaan dood en vervangt het door een rijdend circus waarbij er maar één symbool centraal staat nl. de €, en niet de wielerliefhebber.

    Mijn voorstel zou zijn om in wedstrijden slechts ploegen van 5 à 6 renners toe te laten i.p.v. de 9 à 10 van nu. Dit zou in mijn ogen verschillende voordelen opleveren. Ik som er enkele op :

    De ploegen zouden op hun geheel veel kleiner worden. Nu is een ploeg uit de Worldtour in feite een kleien KMO. Quick Step is een ploeg met ongeveer 60 man in dienst. Die moeten allemaal betaald worden en dat kan alleen maar door multinationale firma’s. Hierdoor zijn er slechts 20 sponsors die de gelegenheid krijgen de vele TV-uitzendingen te halen. Het levert zoals geweten jaarlijks discussies op bij het toekennen van de wildcards voor de Tour de France.

    De namen van de sponsors, er zullen er minder per ploeg nodig zijn, zullen duidelijker leesbaar worden. Want dan kan misschien elke huidige cosponsor hoofdsponsor worden. En eerlijk, hoe duidelijk is de naam van de meeste cosponsors nu te lezen? Vele truien zijn een kakofonie van namen, logo’s, kleuren enz. Soms een vloek voor het oog. Ik ontken niet dat er een vorm van nostalgie verborgen zit in deze wens, maar ook de huidige sponsors hebben dat ingezien. De meeste truien zijn al veel soberder dan die van vroeger. Kijk maar naar die van Leopard.

    Indien de ploegen kunnen gehalveerd worden, dan kunnen er dubbel zoveel ploegen een sponsor vinden waardoor er meer en iets kleinere bedrijven in aanmerking komen. Laat er ons gemakshalve van uit gaan dat er op die manier 40 volwaardige teams van ± 10 à 12 renners ontstaan met een omkadering van nog eens 15 man en een wagenpark dat ongeveer de helft is van wat nu het geval is.

    Aan de start van een grote wedstrijd genre Ronde van Vlaanderen of Tour de France kunnen dan bv. 40 ploegen met 5 renners staan. Dit zal natuurlijk een  immense impact hebben op de wedstrijden zelf. Er zal veel individueler gereden worden, hetgeen uiteindelijk de oorspronkelijke bedoeling was van het wielrennen. Men reed van A naar B en de renner die als eerste de streep overschreed in B was de winnaar. Compleet individuele wedstrijden zullen er echter niet meer komen. Maar met de kleine ploegen zal het zeker zo zijn dat één ploeg een wedstrijd niet meer kan verlammen. Vijf renners per ploeg betekent dat er misschien één kopman is en vier helpers. Die vier helpers kunnen een peloton van 195 andere renners niet controleren. Dus dat belooft gegarandeerd spektakel. Het resultaat zal verschillen in wegwedstrijden en rittenwedstrijden.

    Neem nu Milano-Sanremo met 40 ploegen aan de start. Kopmannen, favorieten, helden, ze zullen allemaal attent vooraan moeten zitten om mee te zijn bij eventueel gevaarlijke ontsnappingen.  Men zal zich niet moeten verstoppen in de buik van het peloton tot de Poggio om dan met een demarrage net voor de top weg te springen. De avonturiers, de durvers, de hardrijders zullen weer aan de bak komen en we zullen mooie winnaars hebben die terecht als de sterkste van de wedstrijd kunnen bestempeld worden.

    De Tour de France zal tenminste weer echte duels geven tussen de kopmannen. Eén ploeg die de bergritten versmacht met een ongenadig tempo , het zal niet meer te zien zijn. Het zal aanvallen regenen want elk ploeg zal zijn graantje van de publiciteit willen meegraaien. Twee, drie, vier kopmannen die persoonlijke duels uitvechten op de flanken van de Ventoux, de Aubisque, de Tourmalet of de Puy de Dome. Beelden om van te smullen.

    Weg de treintjes voor de spurters. De slaapverwekkende ritten waarbij de vluchters op 1,5 km van de streep netjes uitgerekend gegrepen worden. Wie blijft er wakker tijdens die ritten in de Tour? Ik in elk geval niet. Vijftien man die ontsnappen met daarin een aantal gevaarlijke renners die minuten voorsprong nemen. Diezelfde renners die ’s anderendaags hun inspanningen moeten bekopen en wiens ploeg dit niet kan verdoezelen waardoor weer andere renners voorsprong nemen.

    En zo kan ik blijven verder gaan met het opsommen van de wedstrijdbeelden die ongetwijfeld zullen volgen bij het inkrimpen van de ploegen.

    Een tweede beslissing zou zijn om de mondialisering van het wielrennen te stoppen en ….. te promoten.  Door de bovenstaande beslissing van kleinere ploegen zou de mondialisering zo al moeilijker worden. Teams zouden geen budgetten meer hebben voor verplaatsingen naar Amerika of Azië. We zouden terug een hoofdzakelijk Europees circuit krijgen. Eigenlijk is het een beetje te vergelijken met het voetbal. Daar heb je naast de Europese competities, landelijk en Champions League, ook de Zuid-Amerikaanse, de Afrikaanse enz…. competities. Inter Milaan zal nooit enkele wedstrijden in de Braziliaanse competitie gaan spelen. De gedachte alleen is al absurd. Maar, om de vier jaar is er het wereldkampioenschap voetbal waar alle continenten vertegenwoordigd zijn.

    In het wielrennen zullen er ook wedstrijden blijven in Australië, de USA, Rusland enz … Maar of onze Europese renners daar heen moeten? Ik denk dat het beter zou zijn dat één keer per jaar, ter gelegenheid van het WK, alle renners tegen over elkaar kunnen komen te staan. Kampioenen van andere continenten kunnen zich dan meten met kampioenen uit Europa. En als individuele renners hier willen komen koersen, of Belgen in Australië, dan blijft dat mogelijk.

    En dat er nu in bepaalde landen minder of geen wielrennen is, wat maakt dat uit? In hoeveel landen wordt er cricket gespeeld?  In hoeveel landen speelt men American football? Baseball? Die sporten overleven toch ook? En ja hier in België zijn er amateurs die American football spelen of baseball. Moeten die ploegen meedoen met de Amerikanen? Komen de Amerikanen hier spelen? Idem voor het basketbal.

    Ook tradities dienen gerespecteerd te worden. En kunstmatige constructies creëren helpt niet. De experimenten met wedstrijden in de Worldtour te brengen die er niet thuis horen spreken voor zich.

    Wielrennen is gebaseerd op traditie en leeft bij de gratie van de traditie. Vaders nemen hun zonen mee naar de koers omdat zijzelf indertijd met hun vaders naar de koers gingen. De ouderen supporterden voor Rik I of Rik II, de zonen voor Merckx en de kleinkinderen voor Boonen of Gilbert.

    De ouderen spraken over de Tour de France en de Ronde van Vlaanderen en Paris-Roubaix, de zonen spreken over Tour de France en de Ronde van Vlaanderen en Paris-Roubaix en de kleinkinderen zullen  spreken over  de Tour de France en de Ronde van Vlaanderen en Paris-Roubaix. Waarom? Omdat dat legendarische koersen zijn. En dat is niet zo voor de GP van Schuiferskapelle hoe lokaal verankerd deze wedstrijd ook mag zijn.

    Neem nu de Formule 1. Welke races willen grote kampioenen zeker winnen? Imola, Nurnburgring, Francochamps, Monaco. Dat zijn de grote races. De GP van Bahrein winnen is mooi maar zal misschien pas na 50 jaar, als die dan nog bestaat, gewaardeerd worden.

    Neem nu tennis. Wat willen de spelers winnen? De Australian Open, Roland Garros, Wimbeldon, de US open en de Masters. De rest is mooi om te winnen maar net dat niet.

    Welke matchen van het voetbal zijn de grote publiektrekkers? Club Brugge-AA Gent, Club Brugge –Standard en ja o.k. voor de Anderlechtfans, Club Brugge-Anderlecht. Wat men noemt de topduels.

    In de atletiek wil men winnen op de Bisleth-games, in London en op de Memorial Ivo Van Damme. En in de triatlon geldt ook maar één overwinning als DE overwinning nl. de Iron Man van Hawaï.

    Dus neem ik de beslissing van een nieuwe kalender op te zetten met oog op de traditie en desnoods hulp van de UCI om organisatoren die al dan niet tijdelijk in moeilijkheden zitten te helpen. Dat betekent ook dat er geen kilometer beperking meer komt. Dat er geen wedstrijden van 500 km moeten komen is evident. Maar een klassieker mag gerust 300 km lang zijn. Dan pas komen de sterke renners naar voor en met de kleine ploegen denk ik dat we mooie wedstrijden zullen krijgen.

    Dus ook geen gezever meer dat de Tour de France maar 2 weken meer mag worden. Dan wordt de Tour gewoon een lange Dauphiné-Libéré. De Tour duurt 3 weken, er zijn cols te beklimmen en als het niet gaat, moet men maar trager rijden. Het ging vroeger, het kan nu ook. Trouwens niemand is verplicht om te starten.

    Nog een beslissing zou zijn om de klassering van Worldtour, professionele continentale ploegen en continentale ploegen op te heffen. Je bent prof of je bent geen prof. Punt aan de lijn. Profs rijden het WK voor de profs , niet-profs rijden het WK van de niet-profs. Kijk maar wat er gebeurde met Ciolek. Die won het WK bij de beloften maar kon nooit met zijn WK-trui rijden. Dat men niet geslaagde profs niet meer toelaat op het WK voor niet-profs, daar kan ik mee leven. Het is hier ook niet de bedoeling dat ik alle beslissingen in detail uitwerk natuurlijk.

    Trouwens het WK moet weer vroeger in het seizoen komen. Nu zijn er veel te veel afzeggingen omdat het veel te laat op het jaar komt. Ik zou opteren voor net voor de Vuelta.  Alle toppers kunnen zich dan hierop focussen.

    Ik wil hier nog een paar beslissingen meegeven die ik niet in detail ga uitwerken omdat ik het ook over de piste en het veldrijden wil hebben.

    De kermiskoersen moeten weer makkelijker georganiseerd kunnen worden.

    Het voorgestelde WK ploegentijdrit wordt zeker niet ingericht.

    De nationale truien moeten duidelijk herkenbaar zijn en traditie geldt hier ook. Geen fantasietjes zoals in Luxemburg en Spanje. Een nationale trui dient met trots gedragen te worden.

    Elke ploeg zou of een pistier of een veldrijder in zijn rangen moeten hebben. Dit punt brengt mij dan bij een volgende reeks beslissingen.

    Ik begin bij de piste. Vanaf morgen gaan we vijftig jaar terug en we keren terug naar de roots van het pistegebeuren. Op het WK en op de Olympische Spelen worden enkel nog de traditionele disciplines gereden. Weg met alle nieuwe kunstmatige uitvindingen om het flitsend, jeugdig en snel te maken. Enkel nog de achtervolging, de sprint, de ploegenachtervolging, de 1 km (desnoods met stilstaande en met vliegende start als het dan toch snel moet gaan) en ….. de terugkeer van de stayers en/of de derny’s. Over ploegkoers en puntenkoers twijfel ik nog en zelfs de tandem wil ik weer overwegen.

    Waarom ik al die nieuwigheden van de tafel veeg? Stel u zich maar voor dat men om het voetbal flitsender en sneller te maken vanaf morgen met 25 spelers per ploeg speelt en er vier doelen opgesteld worden. Dit voorstel lijkt op niks zoals de nieuwigheden van de UCI op niks gelijken.

    En het argument dat een achtervolging saai is of een surplace slaapverwekkend slaat nergens op. Was het feuilleton “De Ronde” ook niet te traag voor veel mensen. Maar hoeveel bleven er kijken? Veel. Waarom kan men de schoonheid van een achtervolging niet meer waarderen? De krachtsexplosie van een sprint? Vreest men voor weer combines van de stayers? Met alle moderne snufjes kan men toch goed de gangmakers monitoren? Men kan de snelheid projecteren, de versnellingen, ….

    Tracht er een goed TV-spektakel van te maken. Iets dat herkenbaar is en maak dat families naar de piste kunnen komen. Een namiddag piste kan een alternatief zijn voor het voetbal. Of maak er een avondgebeuren van zodat de veldritliefhebbers na de veldrit naar de piste kunnen gaan.

    En zorg dat er profs zijn die er hun boterham kunnen verdienen. Vandaar het voorstel om bij elke ploeg één veldrijder of pistier te plaatsen.

    Wat betreft het veldrijden zou ik niet zoveel zaken veranderen. Het succes in Vlaanderen toont dat het mogelijk is. Alleen moet het meer verspreid worden over Europese bodem. Dit hangt af van marketing. Dit hangt af van al dan niet opgeklopte rivaliteiten. Mensen willen duels zien zoals in de tijd van Albert Van Damme en Eric De Vlaeminck. Hetzelfde geldt voor de piste. De duels Post-Verschueren waren duels om duimen en vingers af te likken. En dat de mannen achteraf het goed met elkaar konden vinden is voor mij o.k. maar op de piste of in het veld moet het er keihard aan toe gaan. Soms tot aan het randje.

    Ik zou elke veldrit over 10 ronden laten gaan. Zo krijg je korte en langere veldritten met elk hun specifiek karakter. Dit is een traditie die langzaam aan opgebouwd wordt.

    Overal twee materiaalposten en geen gedoe meer over balkjes en zandbakken. Laat ze maar komen. Steek in het parcours een gracht, een omgevallen boom, een drassige weide, het moet allemaal kunnen. Het is een onderdeel van deze spectaculaire sport. En waarom geen ploegkoers veldrijden invoeren?

    Maar nu begin ik zelf te innoveren en misschien zijn die ideeën ook niet wat ze moeten zijn.

    Eén zaak zou ik echter zeker nog veranderen. Ik zou maken dat er veel meer ex-renners, van toppers tot gewone piotten, in de bestuurlijke niveaus van de UCI zouden zetelen. Enkel zij die zelf gekoerst hebben kunnen oordelen over deze sport.

    Ik kan mij dan ook goed voorstellen dat de beleidsorganen van de UCI, die zoals voorgesteld, bemand zijn met ex-renners als eerste besluit zouden nemen dat ik de plaats moet ruimen voor een ander. De reden : enkel ex-renners mogen voorzitter worden van de UCI. En gezien mijn palmares zich beperkt tot één parochianenkoers en een tweede plaats in een tijdritje, zou ik onherroepelijk de bons krijgen. Waarna een ander weer met andere ideeën zal afkomen.

    Nog een laatste bemerking voor degenen die al met een kritische pen klaar zitten om mijn ideeën naar de papiermand te schrijven. Het was maar een droom en de meeste dromen zijn bedrog zingt Marco Borsato.

     

     

    G.L.

    26-06-2011, 21:29 Geschreven door G.L.  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    19-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Giro

    Beste lezer, ondertussen is de Giro van 2011 alweer een tijdje voorbij en kijken we allen weer reikhalzend uit naar de Tour 2011.

    Ik heb mij geërgerd tijdens de Giro en ik ben vrij zeker dat ik mij ook zal ergeren tijdens de Tour. Alhoewel dit laatste toch iets minder zeker is want mijn teerbeminde vrouw heeft opnieuw onze vakantie geboekt op het moment  dat in de Tour de beslissende bergritten zullen doorgaan. Ik vrees dat ik in het verre Griekenland niet veel van de Tour zal zien.

    Waar heb ik mij dan wel aan geërgerd zal u zich afvragen. Wel, ik erger mij aan de verklede apen die langs de boorden van de weg staan tijdens de bergritten. Ja ik noem ze apen. Die zogenaamde supporter,s die verkleed of half- tot bijna compleet naakt, meelopen met de renners. Let op, ik heb niks tegen naakt. Een mooie naakte vrouw kan ik best waarderen. Maar indien ze zou meelopen met een Contador, een Andy Schleck of Jurgen Van Den Broeck in volle beklimming, dan zou ik haar toch ook vervloeken.

    Die “supporters” in carnavalsoutfit zijn toch onnozel. Denken zij nu echt dat zij een meerwaarde zijn voor het wielrennen of dat zij zelfs een steun zijn voor hun favoriete renner? Ik kan mij voorstellen dat zo een renner, die op het maximum zit, en weet dat hij nog 5 km moet klimmen niet gediend is met zo een pipo die naast hem komt lopen. Een ferme oplawaai zou hij willen geven, maar dat mag natuurlijk niet, dat zou hem straftijd opleveren of uitsluiting.

    Eigenlijk zouden die mannen, het zijn meestal mannen, die toch zo graag op TV willen komen, compleet belachelijk moeten gemaakt worden door de commentatoren. Dus Michel, Renaat, Karl en Carl, maak die mannen belachelijk. Kies er zelfs de lul van de dag uit. Dan kan hij op TV komen met deze “eretitel”. Of toch liever niet want er zullen altijd onnozelaars zijn die trots zijn op de titel “lul van de week” en er alles zouden voor doen om die te verkrijgen, zo lullig zijn die wel.

    Maar goed, die ergernis moest er even uit maar ze leidde me af van het onderwerp dat ik graag had aangehaald. Als men spreekt over de Giro, dan spreekt men ook over de Belgische Giro-winaars. Tot nu toe zijn dat er altijd nog maar drie. Grootmeester Eddy Merckx won er  vijf en werd er één ontstolen, Michel Pollentier won er één en Johan De Muynck won er één en werd er ook één ontstolen. Zeven overwinningen dus. En als kaderstukje wordt dan altijd het verhaal verteld van de Giro 1976 waarin Johan De Muynck in de steek gelaten werd door Roger De Vlaeminck en Ronald De Witte.

    Ik wil het hier niet hebben over de Giro van 1976 en de Brooklyn broedermoord. Ik wil het hier hebben over het feit dat 49 jaar geleden wij, Belgen, de Giro al hadden moeten winnen en dat toen ook de ploegmaats hun toenmalige leider in de steek lieten. Maar zij hadden wel verzachtende omstandigheden die konden ingeroepen worden.  Ik wil aantonen dat toen de onkunde en de betweterij van een zogenaamd “gerenommeerd” ploegleider hoofdzakelijk de oorzaak was dat wij, Belgen, de Giro niet wonnen.  Het gaat om de Giro van 1962 en hier volgt het verhaal.

    Op 19 mei 1962 startte de Giro in Milaan met 130 renners aan de start. Dertien ploegen van tien renners met als voornaamste deelnemers : Arnaldo Pambianco, Ercole Baldini en Gastone Nencini bij Moschettieri het vroegere Ignis, Vito Taccone bij Atala, Angelo Conterno, Nino Defilippis en Franco Balmamion bij Carpano, José Perez-Frances bij Ferrys, Charly Gaul bij Gazzola, Pierino Baffi bij Ghigi, Imerio Massignan bij Legnano, Henri Anglade bij Libéria-Grammont, Guido De Rosso bij Molteni, Vittorio Adorni en Guido Carlesi bij Philco, Aldo Moser bij San Pellegrino, geen specifieke kopman bij Torpado en de Belgische ploeg Faema-flandria met Rik Van Looy.

    Dertien Belgen aan de start met bij Libéria Tuur Decabooter, Léon Gevaert en Staf Van Vaerenbergh, bij Philco Miel Daems en Jos Hoevenaers en bij de Faema-flandria ploeg naast Rik Van Looy, Mantie Desmet, Marcel Ongenae, Jef Planckaert, Willy Schroeders, Edgard Sorgeloos, Martin Van Geneugden en John Van Tongerloo. Daarnaast in deze ploeg nog de Nederlanders Piet van Est en Huub Zilverberg.

    De eerste rit op 19 mei ging van Milano naar Tabiano Bagni over 185 km. Het regende de hele dag maar dat ontnam 23 renners de moed niet om in de aanval te gaan. Het werd uiteindelijk een spurt die gewonnen werd door Dino Liviero voor Miel Daems en Edgard Sorgeloos. Het was slechts een opwarmertje maar het toonde wel de sterkte van de Faema-flandria-ploeg met Sorgeloos (3°), van Est (5°), Schroeders (7°) en Planckaert (17°). De Rode Garde was dus zeker in vorm.

    De tweede rit ging van Salso Maggiore naar Sestri-Levante over 158 km. Het leverde opnieuw een Italiaanse overwinning op met Graziano Battistini voor Faema-flandriaman  Marcel Ongenae die strandde op 4”. In dezelfde kopgroep van tien ook Jos Hoevenaers (3°), Armand Desmet (5°) en Staf Van Vaerenbergh (9°). Opnieuw een bewijs dat de Rode Garde greep had op de wedstrijd.

    In het algemeen klassement nam Graziano Barttistini de roze trui over van Liviero. De eerste Belg was Jef Planckaert op de elfde plaats. Verder al in de toptien Suaerez, Moser, Baldini, Perez-Frances en Massignan. Rik Van Looy stond al op 3’15”.

    In de derde etappe van Sestri-Levante naar Panicogliara over 225 km was Spanje aan het feest.  Er moest een eerste colletje beklommen worden, de Foce Carpinelli en daar kwam José Perez-Frances als eerste boven.  Aan de eindstreep was het zijn landgenoot Angelo Soler die het haalde met 33” voorsprong op alweer een Faema-flandria-man, Huub Zilverberg, en Vito Taccone. Armand Desmet werd in dezelfde tijd, als laatste van het groepje, vijfde.  Jos Hoevenaers die in de laatste klim virtueel leider was, stuikte volledig in elkaar en verloor op die manier de leiderstrui waar hij de hand naar uitstrekte. Antonio Suarez, ook Spanjaard, werd de derde rozetruidrager in drie dagen tijd. Eerste Belg in het klassement werd Armand Desmet met een zevende plaats op 1’33”. Rik Van Looy viel halfweg de wedstrijd en bezeerde zich aan de knie. Maar volgens de pers leek hij zich in deze Giro wel te amuseren. Toen ook al veroorzaakten fanatieke supporters een val na de aankomst.

    De vierde etappe ging van Montecatini naar Perugia en werd gewonnen door Antonio Bailetti voor Zancanaro en Balmamion. In het algemeen klassement veranderde er niet veel. Antonio Bailetti had de bolwassing de avond ervoor van sportdirecteur Giacotto goed begrepen. Die laatste was zo boos over de passiviteit van zijn renners dat hij wenste dat hij de Belgen in zijn ploeg had genomen in plaats van zijn Italianen.

    Tijdens de vijfde etappe van Perugia naar Rieti over de Terminillo en 258 km lang was er een zelfde beeld. Een 200 km lange ontsnapping van de Fransman Joseph Carrara die tot een goed einde gebracht werd. Piet van Est strandde op 1’44”. Armand Desmet werd in dezelfde tijd vijfde, de herstelde Jos Hoevenaers zevende en Huub Zilverberg tiende. Maar in de achtergrond gebeurde er voor de Belgen wel een klein drama. Rik Van Looy moest een eerste keer lossen tijdens de beklimming van de Terminillo. Hij kon terugkeren maar moest even verder opnieuw lossen en bereikte met 500 meter achterstand de top. Een terugkeer gedurende de volgende 50 voornamelijk dalende kilometers naar Rieti was dan ook niet onmogelijk. Met de hulp van de ploegmaats Van Geneugden en Ongenae en vijftien andere gelosten was de kans reëel. Maar het tegendeel gebeurde en Rik werd steeds verder teruggeslagen zodat hij uiteindelijk op meer dan tien minuten van de winnaar eindigde. Voor het eindklassement mocht Rik zijn ambities opdoeken. Hij verklaarde dan ook dat hij in de Giro zou blijven om nog een paar ritten te winnen en zijn ploegmaats Jef Planckaert en Armand Desmet te helpen.

    In de zesde rit van Rieti naar Fiuggi over 193 km was Faema-flandria eindelijk aan het feest. De Italianen Pellegrini en Sartore gingen er samen met Willy Schroeders van door. Zij bouwden voldoende boni op om het uit te zingen tot aan de eindmeet waar Schroeders zijn twee medevluchters klopte. Ondertussen waren Brugnami en Meco in de tegenaanval gegaan en deze actie zorgde er voor dat Meco de roze leiderstrui veroverde op Suarez. Armand Desmet bleef eerste Belg op de zevende plaats op 1’59”.

    De zevende rit zou cruciaal blijken voor het verder verloop van de Giro.  Het was een rit van 224 km met aankomst op de Monte Vergine (1270 m) van Avellino naar Monte Vergine.

    Het was een spectaculaire rit met een zeer bedrijvige Rik Van Looy die voortdurend aanvallen plaatste. Het uiteindelijk gemiddelde van de koers zou 42km/u worden en dat niettegenstaande wind op kop gedurende gans de rit. Tweemaal waren Van Looy en Defilippis de aanstokers. Een eerste maal aan km 50, een tweede maal aan km 90. Maar alles kwam weer samen. Een Van looy op 15’ in het eindklassement bleek voor de meeste favorieten nog altijd een gevaar in te houden.

    Op 50 km van de meet probeerde Rik II nogmaals maar ook nu hield de ontsnapping geen stand. Toen sprong Henri Anglade weg. Hij werd gevolgd door Sartore die blijkbaar de inspanningen van de dag ervoor verteerd had en Armand Desmet. Op 25 km van de streep had het drietal al 3 minuten voorsprong.  In de groep werd de vlucht van Armand Desmet, op dat ogenblik virtueel leider, voorbeeldig beschermd door de ploegmaats. Vijf kilometer verder was de voorsprong al opgelopen tot 4’35”. Op 15 km, de beklimming was al begonnen, hadden ze 6’ op het peloton.  Op 3 km van de top wou Armand Desmet Henri Anglade eens testen. Anglade moest in eerste instantie lossen maar kon op wilskracht terug aansluiten. Sartore was ondertussen al lang overboord. Mantie wist genoeg en op 2 km van de top demarreerde hij opnieuw. Armand Desmet won afgetekend voor Henri Anglade (43”) en Giuseppe Sartore (1’06”). Het peloton eindigde op bijna 5 minuten. Jef Planckaert, Piet van Est en Huub Zilverberg plaatsten zich nog in de toptien. In het algemeen klassement had Armand Desmet 1’05” voorsprong op Henri Anglade en 2’31” op Meco. Rik Van Looy verklaarde dat hij en de ploeg alles in het werk gingen stellen om de roze trui op de schouders van Armand Desmet te houden. België leek op weg naar een eerste Giro winst.

    De volgende dag was er een korte rit van 110 km van Avellino naar Foggia. Iedereen voorspelde een massaspurt en een eerste zege van Rik Van Looy. Maar dat was buiten de ex-kampioen van Italië bij de amateurs, Sante Ranucci, gerekend. Op 40 km van het einde sprong hij weg en kreeg Huub Zilverberg in het wiel. Die keek eens om, zag dat Van Looy teken deed verder te gaan en liet zich meedrijven  in het wiel van Ranucci. Na een tijdje keerden de rollen om. Zilverberg reed aan kop en Ranucci nam niet meer over. De gekende truc van krampen en niet meespurten werd gebruikt maar Zilverberg, nog eens verwittigd door Lomme Driessens, liet zich niet vangen. Met de meet in zicht sprong Ranucci van achter de rug van Zilverberg weg. Die was niet van gisteren en sprong direct achter Ranucci aan. Er op en er over was het gevolg en Huub Zilverberg behaalde de derde zege van de Faema-flandria-ploeg.

    De dag erop van Foggia naar Chieti over 205 km eenzelfde scenario. Na wat vroege pogingen ging het peloton in gestrekte draf naar de meet, een massaspurt in het achterhoofd. Op 40 km van het einde begonnen de eerste ontsnappingspogingen. Er kwamen 25 man voorop met daaronder de meeste favorieten met één grote uitzondering nl. Henri Anglade. De Faema-flandria-troepen waren met vijf vertegenwoordigd nl. Armand Desmet, Rik Van Looy, Jef Planckaert, Piet van Est en Huub Zilverberg.  De voorsprong groeide uit tot een kleine minuut en op de laatste helling van de dag sprong Vito Taccone weg, gevolgd door José Perez-Frances, Graziano Battistini en Armand Desmet. Rik Van Looy moest een dilemma oplossen. Ofwel de vlucht van Armand Desmet beschermen of alsnog blijven rijden om de overwinning te behalen. Rik koos voor het laatste. Het viertal werd dus ingelopen en het kwam tot een spurt met 25 gewonnen door Rik Van Looy voor José Perez-Frances en Graziano Battistini. Armand Desmet bleef natuurlijk leider maar bouwde zijn voorsprong op Anglade uit tot 1’29”.

    De tiende rit ging van Chieti naar Fano over 218 km en was voor het grootste deel slaapverwekkend. Op een bepaald ogenblik had het peloton een half uur achterstand op het tijdschema. Pas na 100 km was er eindelijk een serieuze ontsnapping die dan ook tot het einde zou dragen. Het was de Spanjaard Gilbert Salvador die de aanstoker was. Hij werd gevolgd door Piet van Est, Willy Schroeders, Bruno Dino,  Franco Balmamion, Alberto Marzaioli, Giuseppe Tonucci en Accorsi. Ondanks enkele pogingen vanuit het peloton werd dit achttal niet meer gegrepen. Giuseppe Tonucci haalde het voor Dino Bruni en Alberto Marzaioli. De man die de beste zaak deed in het klassement was Piet van Est die van de negende naar de vierde plaats sprong. Armand Desmet bleef natuurlijk leider.

    De elfde rit, de renners waren dus al over halfweg, leidde over 170 km van Fano naar Castrocare Terme. Ondanks het feit dat het aanvallen regende kan de etappe vrij kort samengevat worden. Nadat een aanvalspoging van Henri Anglade gecounterd werd, kon Rik Van Looy met zes andere renners, Jos Hoevenaers, Alfredo Sabbadin, Diego Ronchini, Huub Zilverberg, Vittorio Adorni en Guido Neri ontsnappen.

    Achter hen werden verschillende pogingen ondernomen om de koplopers te vervoegen maar geen enkele lukte. Rik van Looy won de spurt voor Jos Hoevenaers en Alfredo Sabbadin. Meteen de vijfde ritzege van Faema-flandria. Meco verloor veel tijd en tuimelde uit de toptien. Piet van Est kwam daardoor op de derde plaats te staan en Huub Zilverberg op de zesde.

    Armand Desmet gaf toe dat hij een mindere dag had. Ook het feit dat er constant aanvalspogingen waren die hij moest opvangen baarde hem zorgen. Temeer omdat er met Van Looy en Zilverberg toch twee sterke mannen uit zijn ploeg afwezig waren. Zat hier al het eerste kiemetje van een verloren verstandhouding. Men kan zich inderdaad de vraag stellen of in de twee ritten die Rik II won hij wel de ideale ploegmaat speelde. In de zondagsrit was Armand Desmet  met drie andere renners weg en lag Anglade op achterstand. Toch reed Rik met het groepje waaruit Mantie ontsnapt was weer naar de vluchters toe. En in deze rit zorgde hij er ook voor dat Mantie onnodig krachten moest verspelen.  Stak het feit dat Mantie in het mooie roze stond te blinken Rik de ogen uit? Zou hij een deel van de pot van de criteriumcontracten moeten delen met een Giro-winnaar? Was Lomme Driessens zijn kopman aan het opstoken?

    De geschiedenis van de twaalfde rit van Forli naar Lignano Sabbiadoro over 298 km kan zich beperken tot de laatste 300 m. Zeven renners reden met 8 minuten voorsprong naar de eindstreep. Willy Schroeders  zette de spurt in van op 300 m. Bruno Mealli probeerde op 100 m links voorbij te gaan. Schroeders week even af van zijn lijn, Mealli trok hem aan de trui en passeerde als eerste de eindstreep. Protest van Willy Schroeders haalde niks uit. In tegendeel hij kreeg nog een boete van 10.000 lire wegens het afwijken van zijn lijn, Mealli kreeg 20.000 lire boete voor het loslaten van zijn stuur tijdens de spurt maar de uitslag bleef ongewijzigd net zoals het algemeen klassement.

    De dertiende etappe ging van Lignano Sabbiadoro naar Belluno over 173 km met twee beklimmingen. De Bosco del Cansoglio (1120 m) en de Nevegal (1030 m) waar ook de eindstreep getrokken was.

    Het werd een spannende rit die uiteindelijk voor Armand Desmet goed afliep. De eerste beklimming, op 56 km van het einde, vergde zeer veel van de renners omdat het een beklimming was op wegen van gestampte aarde. Deze col werd als eerste bedwongen door Nino Defilippis. De groep met favorieten volgde op 1’40”.  In de vlakte tussen de twee cols in regende het aanvallen onder andere van Henri Anglade. Maar Armand Desmet, bijgestaan door Jef Planckaert, gaf geen krimp. Ook bij de beklimming van de Nevegal was Nino Defilippis de onruststoker. Hij demarreerde slag om slinger en rammelde zo het peloton uiteen. Hij werd vervoegd door een zeer sterk rijdende Armand Desmet, Graziano Battistini, Zancetta en Angelo Soler. Desmet moest heel de tijd aanvallen pareren en kon uiteindelijk Guido Carlesi die bij en over de koplopers kwam niet meer tegen houden.  Guido Carlesi won voor Angelino Soler en Armand Desmet. Grootste slachtoffer was opnieuw Henri Anglade die 2’06” verloor en in de algemene klassering al 3’35” achterstand telde.

    De Faema-flandria-ploeg kreeg echter wel klappen. Martin Van Geneugden kwam na een val na het sluiten van de tijdscontrole binnen. Huub Zilverberg viel, na een val en lekke band, terug naar de 25° plaats. Piet van Est viel driemaal en verloor zijn mooie derde plaats in het klassement. Hij viel terug naar de vijfde plaats. Mantie voelde zich echter ijzerstek en nam een optie op de eindoverwinning.

    De veertiende rit zou echter alles overhoop halen. Deze koninginnenrit ging over 160 km van Belluno naar de Passo Rolle over de Duran (1601 m), Forcella Staulanza (1773 m), Cereda (1369 m), Rolle (1970 m) maar niet over de Valles (2033 m) en de San Pellegrino (1918 m). Deze laatste twee cols werden niet beklommen omwille van het slechte weer waardoor de rit met 36 km werd ingekort. Slecht weer dat al de avond ervoor aangekondigd werd op de meeting voor de sportdirecteurs. Wie daar echter opviel door afwezigheid was Lomme Driessens. Die wist het toch allemaal veel beter en had geen goede raadgevingen nodig. De complete Faema-flandria-ploeg kwam dus onvoorbereid aan de start van wat een helse etappe zou worden.

    109 renners namen de start in een rit waarbij de helse Girorit, gewonnen door Charly Gaul, in 1956 in het niets deed verzinken. Het begon al op de eerste col, de Duran, waar de beklimming op wegen van aangestampte aarde door de aanhoudende regen van de laatste dagen veranderd was in de beklimming van een stromende rivier. Op de tweede col, de Forcelle-Staulanza-col, werd de regen vervangen door sneeuwvlokken en stormwind. Verschillende renners moesten naast hun fiets lopen om hun ledematen te verwarmen. Men kan zich voorstellen hoe de slecht voorbereidde Faema-flandria-troepen zich moeten gevoeld hebben. Op vijf km van de top gaven veel renners er de brui aan. Daarbij ook Rik Van Looy. Ze vluchtten de huizen binnen om zich te beschermen en een warm bad te nemen. Andere renners stapten in de volgauto’s.  De koers zelf ging echter verder. Er was een ontsnapping van Soler en Zanchetta, een tweetal dat later ingehaald en voorbij gereden werd door Fallarini en Cestari. Twintig seconden achter hen reed een pelotonnetje met Anglade, Battistini, Baldini, Schroeders, Sorgeloos, Armand Desmet en Piet van Est. Op de Forcelle-Staulanza-col kwam Soler bij het leidende en lijdende kopduo. De achtervolgers waren nog met 17. Soler bereikte als eerste de top, de anderen volgden een voor een en een Charly Gaul al op 31 minuten.

    In de afdaling viel Armand Desmet en moest hij ook tweemaal van wiel veranderen. Hij geraakte nog wel in een kopgroep van twaalf man maar moest uiteindelijk de rol lossen. Na 100 km koers lag hij 11’35” achter op de leiders en was hij zijn roze trui kwijt.

    Het verloop van de rest van de rit zal altijd wazig blijven. Het is een feit dat de Italiaanse renners door de onsportieve supporters naar boven geduwd werden. Henri Anglade kan er van meespreken want hij werd iedere keer “vergeten” door de supporters.  De organisatoren besloten de rit in te korten omdat de sneeuwstorm bleef aanhouden en de sneeuw op sommige plaatsen 20 cm dik lag.

    Uiteindelijk won Vincenzo Meco voor Ercole Baldini en Imerio Massignan. Graziano Battistini veroverde dank zij het vele duwwerk van de supporters de roze trui met drie seconden voorsprong op Henri Anglade. Armand Desmet haalde uiteindelijk als 29° de eindstreep op 18’33”. In de algemene klassering viel hij terug naar de 12° plaats op 9’57” van Battistini.

    Slechts 50 renners behaalden de eindstreep. De rest gaf op waaronder Rik Van Looy, Edgard Sorgeloos, Marcel Ongenae, Jef Planckaert, Willy Schroeders, Piet van Est en John Van Tongerloo. Enkel Armand Desmet en Huub Zilverberg bleven over.

    De weersomstandigheden waren natuurlijk verschrikkelijk. De vraag dient echter gesteld te worden of, indien Rik Van Looy in het roze zou gereden hebben, er toen ook zoveel ploegmaten zouden opgegeven hebben.

    Werd Mantie Desmet in de steek gelaten? Het antwoord is natuurlijk niet duidelijk. Maar ik, als schrijver van dit stuk, ben er van overtuigd dat enkelen onder hen mogelijks wel hadden kunnen doorbijten. Maar het grootste element in de nederlaag van Mantie Desmet was volgens mij Lomme Driessens die zijn naam van lepe sportdirecteur absoluut niet waarmaakte. Had hij geweten wat het weer zou zijn in die rit, hij had zich kunnen voorbereiden. Aangepaste kledij, warme dranken, hier en daar op de hellingen een pion die de renners hielp en even duwde. Op de top verse en warme kledij enz … Maar Lomme zal zoals gewoonlijk wel weer zijn kopman bemoederd hebben en geen oog gehad hebben in zijn rozetruidrager die uiteindelijk in zijn ogen maar een knecht was.

    Hoe liep de Giro verder af? In elk geval kon Driessens zich goed herstellen en is hij in “de slag” gegaan met de Carpano’s van Balmamion. Het zorgde er voor dat de twee overblijvers Desmet en Zilverberg uiteindelijk niet met lege handen naar huis gingen.

    Over de rest van de Giro wil ik kort zijn. De Belgen speelden geen grote rol meer gezien er maar één meer in koers was namelijk de onverzettelijke Armand Desmet.

    De vijftiende rit , van Moena naar Aprica over 215 km en de col Palade (1512 m) en Tonello (1883 m), werd gewonnen door Vittorio Adorni voor Vito Taccone en Huub Ziverberg. Armand Desmet, goed hersteld, werd achtste.

    De zestiende rit, van Aprica naar de top van de Pian dei Resinelli (1276 m) over 123 km, werd gewonnen door Angelino Soler. Armand Desmet die  dacht te spurten voor de eerste plaats werd zevende maar nam wel meer dan een minuut terug in het klassement. Hij kwam op de elfde plaats op 8’48”.

    In de zeventiende rit, van Lecco naar Casale Monferrato over 194 km, won Pellegrini  de spurt van een groepje met meer dan zes minuten voorsprong op de favorieten. Armand Desmet had weer pech want hij was mee op het ogenblik dat Pellegrini demarreerde. Hij kwam echter ongelukkig ten val en weg was de kans om zijn klassement te verbeteren. Wie wel profiteerde van deze vlucht was Franco Balmamion die op die manier de roze trui overnam van Graziano Battistini. Desmet klom wel op naar de tiende plaats in het algemeen klassement op 11’06” van de leider.

    De achttiende rit, van Casale Monferrato naar Frabosa Soprana over 232 km,  toonde aan dat Mantie Desmet nog altijd in vorm was. Hij behaalde een derde plaats in de rituitslag na Angelo Soler, die zijn derde rit won en Guernieri. In het klassement kroop Armand Desmet weer een plaatsje omhoog. Negende op 10’05”.

    Giuseppe Sartore mocht de negentiende rit , van Frabosa Soprana naar St Vincent d’Aoste over 193 km, winnen. Het algemeen klassement veranderde niet.

    Rit twintig van Le Balconate naar Valdostane over 238 km en tweemaal de col de Joux (1640 m) en de Tête d’Arpy (1971 m) in de Alpen, baarde een muis. Alberto Assirelli won, Franco Balmamion bleef leider  en Armand Desmet werd tiende maar wel op 15’55”.

    De laatste rit van St Vincent d’Aoste naar Milano over 160 km was voor Guido Carlesi die de eindspurt won. Franco Balmamion kwam niet meer in gevaar. Armand Desmet werd uiteindelijk tiende op 15’55”, Huub Zilverberg vijftiende op 30’21”.

    Een toptien-plaats voor Armand Desmet. Uiteindelijk een goed resultaat maar het had beter gekund. De weersomstandigheden hebben er anders over beslist. De ploegmaats eveneens. Niet dat Armand Desmet het hen verwijt. Zo een man is hij niet. De weersomstandigheden waren verschrikkelijk en had hij niet in het roze gereden, hij had waarschijnlijk ook opgegeven zegt hij nu. Huub Zilverberg bevestigde mij de onmenselijke weersomstandigheden en zou, indien hij toen niet zo jong en onervaren was, ook opgegeven hebben.  De enige persoon die de ploeg in de steek gelaten heeft is uiteindelijk Lomme Driessens.

    Mantie Desmet is een van de weinige renners die mooie ereplaatsen behaalde in de drie grote rondes. Tweede in de Vuelta van 1960, tiende in de Giro van 1962, vijfde in de Tour de France van 1963. Daarnaast nog winst in de Ronde van België 1959 en winst in de E3-prijs Harelbeke in 1958 en de GP Frankfurt 1962. Voorwaar een renner die eens in the picture mocht staan.

    19-06-2011, 17:01 Geschreven door G.L.  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (40 Stemmen)
    Tags:Armand Desmet
    Archief per week
  • 02/04-08/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/12-11/12 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 18/04-24/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 14/02-20/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!